Geniepige knijpertjes met pijnlijke grijpertjes en mopperige kloppertjes teisteren Heks. Het blijft iets geks. En nog steeds geen seks. Dat is dan weer jammer.

Vrijdagmiddag na de val van mijn fiets moet ik nog van alles doen. Ik ben dan wel weer in bed gekropen, maar niet voor lang. Ik heb zekere verplichtingen. Zo is er de afspraak met de psychologe. Die kan ik onmogelijk afzeggen. Dat kan alleen 24 uur van tevoren. Anders komt de afspraak geheel voor eigen rekening.

Zodoende sleep ik me er toch maar heen. Verslagen beantwoord ik allerlei vragen. We zijn nog bezig met de intake en misschien moet ik toch weer op zoek naar een andere praktijk. Eentje met een contract met mijn zorgverzekeraar.

‘Heks, ik heb een klein uur aan de telefoon gezeten met Nationale Nederlanden. Misschien val je onder een andere regeling, omdat je zo’n peperdure verzekering hebt,’ Rozenhart belt me ’s middags op, ze heeft haar tanden in de zaak gezet…. ‘Daar zit een restitutieclausule in. Als de praktijk aan de volgende vijf voorwaarden voldoet krijg je de behandelingen toch vergoed….’

Er volgt een waslijst eisen. Braaf schrijf ik ze op. ‘Ik ga het navragen. Anders blijf ik tot het eind van het jaar bij deze club en wissel in januari naar een ander. Zodra het weer kan binnen al die hopeloze regeltjes van de zorgeverzekering. Ik ga onder geen beding nu ophouden met therapie. Dan kost het me maar geld. Ik ben net zo blij, dat ik ergens binnen ben en dat het klikt met de psychologe….’

Gelukkig kan Heks het betalen. Ook al geef ik het natuurlijk liever uit aan iets leuks. Een luxe vakantie bijvoorbeeld.

Na de sessie ga ik even langs de kringloop. Ik heb een nieuwe ballenbak nodig voor VikThor. En ook een paar glazen vazen voor mijn orchideeën. Vraag me niet wat me bezielt om met een lamgeslagen bont en blauw lijf met spullen te gaan lopen slepen. Feit is dat ik het doe.

Blijkbaar doen de diverse pijnstillers hun werk. Ik fiets ook nog een rondje om de Singel met VikThor. Ga bij de apotheek langs voor pijnmedicatie. ‘Mevrouw, we hebben geen recept ontvangen,’ beweert de apothekersassistente. Alles gaat nu eenmaal mis vandaag.

Intussen begin ik weer erg veel pijn te krijgen. Ik moet die pillen hebben voor het weekend. ‘Maar ik slik dit al jaren dagelijks. Gisteren is er een recept naar jullie gefaxt. Ik ben er echt helemaal doorheen….’ Ik zal die krengen meekrijgen.

‘Nee, ik heb het overlegd, We mogen dat niet meegeven zonder recept,’ herhaalt de apothekersassistente zichzelf. Heks ontploft inwendig. Kleine zwarte wolkjes woede stomen uit mijn oren. Ze drijven een wig tussen mij en de assistente.

Dan zie ik de apotheker achterin de ruimte rond stommelen. ‘Mevrouw, mag ik iets vragen, ik ben van mijn fiets gevallen en helemaal bont en blauw. En nu heb ik die pijnstillers echt nodig, maar ze zijn helemaal op. Ik slik die dingen al jaren. Dat kunnen jullie zo zien in mijn status. Maar er is iets misgegaan met het faxen van het recept…..’

Ik praat als Brugman en krijg 3 pillen mee naar huis. Bij wijze van extreme uitzondering. Hoera.

Maandag maar weer achteraan bellen. Ziek zijn heb je een dagtaak aan. Het is in elk geval niet voor watjes.

Thuisgekomen zak ik neer in mijn stoel. Ik ben ellendig koud en misselijk. En bont en blauw. Langzaam stijf ik op als een kwarktaart. Na een klein uur kom ik nauwelijks nog overeind. Ik hompel door het huis. Kruip dan maar zonder eten in bed. Eet midden in de nacht toch nog wat van de rijsttafel, die ik eerder deze week heb gehaald.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Strompel met grote moeite de trap af voor een laatste uitlaatronde. Loop honderd meter door de steeg en ga dan maar weer terug…… Het is echt geen doen.

Hoe moet dat nu morgen?

De volgende ochtend komt Steenvrouw op de koffie. Ze neemt mijn Smurfje ruim een uur mee naar een park en naar de markt. ’s Avonds fiets ik dan maar weer zelf naar een stuk groen hier in de buurt.

Zondag haalt Vlinder mijn ventje op voor een uitgebreide wandeling. Ook nu fiets ik ’s avonds nog een rondje Singel. En ook vandaag komt Vlinder mijn kereltje uitlaten. Door de stromende regen komt ze helemaal uit Zoeterwoude om me te helpen!

Heks heeft er intussen nog een vage griep bij gekregen. In mijn buik knijpen allemaal kleine groene monstertjes met gemene knijpvingertjes venijnig in het gevoelige zenuwrijke weefsel van mijn dunne en dikke darm. In mijn kop kloppen andere rotzakjes met minuscule hamertjes tegen de binnenkant van mijn kaalgeslagen schedel. Mijn herseninhoud lijkt finaal verdwenen…..

Ik slaapwaak de dagen door. En opeens is het alweer maandag. De knijpertjes knijpen nog steeds geniepig in mijn ingewanden. De kloppertjes kloppen trager en vager, maar onmiskenbaar op de achtergrond tegen mijn baalkop.

De man van de scootermobiel komt langs met een stapel papieren. Oh, wat lijkt hij toch op de kattenfluisteraar van TLC! Ik teken twee exemplaren van het plan om Heks aan de mobiel te krijgen. Of beter gezegd op de mobiel. De scootmobiel.

‘Het zal nog we eventjes duren voordat het helemaal rond is, vrees ik,’ somber ik tegen de man. Ik hik er vreselijk tegenaan. ‘Misschien is dat maar goed ook. U heeft die tijd gewoon nodig om aan het idee te wennen, antwoordt de kattenfluisteraar met zijn geruststellende stem.

Hij aait alle katten en spreekt ze vriendelijk toe. Dan trekt de katten-superman zijn flitsende regencape weer aan en spoedt zich naar het stadhuis.

‘Ik heb zometeen een overleg en ga direct werk maken van uw scootermobiel,’ roept hij over zijn schouder, ‘Want het moet niet te lang meer duren. U valt niet zomaar steeds van uw fiets…..’

 

 

Verhaal halen door ze uit je duim te zuigen; Praatjes vullen geen gaatjes, dus kun je ze maar beter verkopen; Op verhaal komen tijdens een goeie ouderwetse preek; De rode draad van dit verhaal is brutaal, praat als Brugman en is nooit de draad kwijt!

Zondag ga ik naar de kerk. De laatste weken lukt het me weer om tijdens het introïtus op mijn plekje te schuiven. In de bank voor Jip en Janneke. Ik zend een snelle knipoog naar achteren en leg mijn hoedje op de stoel naast me. De voorganger leest de openingstekst. Ik vouw mijn stelten onder de stoel voor me.

Vandaag hebben we een gastspreker met als onderwerp Zuid-As en identiteit: Ruben van Zwieten. Een nog vrij jonge man houdt een vlammend en bijzonder geestig betoog. Wie is die jongen? Waar komt hij vandaan? En vooral: Kan hij nog eens vaker komen?

Geen seconde raak ik afgeleid van zijn verhaal over de Zuid As. Niet dat ik het hier kan herhalen. De man is een begenadigd verteller. Hij tilt je op en neemt je mee zijn verhaal in. Geen droge preek. Nee. Als kinderen hangen we aan zijn lippen.

Allerlei verhaallijnen zet de man op. David,  Goliath, Saul en de profeet Samuel bevolken de ene rode draad, de Zuid As met alles erop en eraan de andere. Maar ook vliegensvlug vertelde anekdotes en kleine juweeltjes van opmerkingen vormen draden in zijn weefwerk.

Af en toe spreekt hij ons direct aan. ‘Wat betekent de naam David?’ En als het stil blijft slepend op licht verwijtende toon, ‘Maar lieve Studenten Ecclesia……..’ Met andere woorden: Dat moeten jullie toch weten! Als een huis staat tenslotte zijn betoog voor ons.

Ik heb me volledig in zijn verhaal herkend. Iedereen hier denk ik. Op een bepaalde manier. Na de dienst krijg ik hieromtrent uitsluitsel. Tijdens de koffie raak ik aan de praat met een pittig dametje op leeftijd.

Alhoewel ik met enige regelmaat een jong meisje tegenover me zie zitten. Totdat ze dan haar oude tandjes bloot lacht. ‘Hoe oud zou ze zijn?’ schiet er dan door me heen. Geen pijl op te trekken. Heks is vast een heksje……

‘Ik heb de dominee net aangesproken, wat een geweldige preek. Ja, weet je, ik ben opgegroeid op de Zuid As. Als kind speelde ik daar in de bouwputten. Ik ken het gebied door en door…..’

De vrouw is net als Heks helemaal weg van de gastspreker. Al snel zijn we in een geanimeerd gesprek gewikkeld. Ze vertelt me hoe haar dochter op het Rapenburg woont. ‘Tegenover die studentikoze kroeg. Een heel klein huisje. We liepen er een keertje samen langs op weg naar de Hoogvliet voor een paar boodschappen.’

‘Ik heb toen tegen mijn dochter gezegd, dat ze direct de makelaar moest bellen en 70.000 onder het gevraagde bedrag een bod moest doen!’ Triomfantelijk kijkt ze me aan. Het zal dus wel in de slappe huizentijd geweest zijn.

‘Dat heeft ze dus gedaan, want ja, die locatie! Maar mijn dochter was er verder niet zo mee bezig. Ze vond het huis toch nog best prijzig. En 70.000 van de prijs af? Dat moest ze nog maar zien! Daarom boekte ze een luxe vakantie.’

‘Op een dag lag ze op een ver tropisch strand vakantie te vieren. Ging opeens haar telefoon. Was het die makelaar! Gek genoeg had ze gewoon bereik daar, dat verbaasde haar achteraf.’

‘En wat denk je? Hij ging akkoord met haar prijs. Ze had opeens een huis!’ De vrouw gaat helemaal op in haar verhaal. Ik zie het voor me. Af en toe kijkt ze me aan om het effect van haar woorden van mijn gezicht af te lezen. Zo ook nu. Voor de pointe blijkt!

‘Dus zegt mijn dochter tegenwoordig: “Mam, ik ga nooit meer met je naar de Hoogvliet. Dat kost me bakken met geld!”‘ Een triomfantelijk lachje speelt om haar kleine mond als ze me ziet grinniken. ‘Ze is een verhalenvertelster pus sang,’ denk ik bij mezelf, ‘Ze heeft er vast nog wel een paar in haar mouw zitten, die heks!’

Plotseling komt haar entourage haar halen. Ze gaan naar huis. Kwiek poot ze een kruk onder een oksel en beent ervandoor. Heks gaat nog eventjes afscheid nemen van Jip en Janneke. Ze hebben corvee vandaag. ‘Binnenkort gaan we weer een keertje naar de kroeg,’ roepen we tegen elkaar.

Ja, dat gaan we doen.

God bestaat niet: boom valt op BMW ‘dominee van de Zuidas’

 

Zingeving op de Zuidas slaat aan