Heks suist dagenlang in een baan om de aarde na een flinke inwendige ontploffing. Gelukkig zie ik het licht. Neem ik het weer licht. Die oplichter. Bovendien doe ik iets, dat ik veertig jaar geleden had moeten doen: Ik neem echt afstand. Dat geeft verlichting…….

Tegen het einde van mijn retraite ben ik behoorlijk ziek. Niemand merkt er iets van, behalve ikzelf natuurlijk. Plotseling ren ik weer vanouds ’s morgens non stop naar het toilet. Ik val kilo’s af. Gewrichten hangen massaal uit de kom. Mijn huid is in een maanlandschap veranderd. Jeukende bulten, belachelijke bobbels en kriebelige kraters hebben zich in mijn gezicht en op mijn armen genesteld.  

Het wordt de hoogste tijd, dat Heks naar huis gaat. Dat ik weer normaal kan eten. Dat ik niet meer door een tent hoef te kruipen met al die gewrichten uit de kom. Dat ik weer eens door een fysiotherapeut uit de knoop kan worden gehaald.

Maar ja. Heks heeft werkelijk geen zak zin om naar huis te gaan. Ik wil wel graag mijn beestjes weer zien. Ook verheug ik me op mijn eigen bedje. Maar ik weet natuurlijk best, dat eenmaal thuis de euforie van zo sterk verbonden zijn met medemensen snel voorbij is. 

In het dagelijkse leven zijn mensen niet zo mals. Ze gunnen elkaar niet zoveel. Van het asociale egocentrische gedrag van de gemiddelde mens kots ik al jaren. En na een verblijf in zo’n fijne omgeving slaat dat hopeloze gedrag je extra hard om de oren.

Als ik een dag terug ben raak ik al slaags met een geitensok in de biowinkel. Heks staat rustig appel/perensap te zoeken tussen alle appelsap, als een rare broodmagere gare gluut van een vrouw  me bruut opzij stompt en snel de laatste exemplaren onder mijn handen vandaan grist. Ze trekt ze nog net niet uit mijn vingers, maar het scheelt niet veel.

‘Jij zoekt zeker ook de appel/perensap,’ wrijft ze haar minne actie er nog maar eens eventjes in. Snel maakt ze zich met de laatste flessen uit de voeten. 

Typerend. En wie trekt er weer eens aan het kortste end?

Maar goed, ik weet dus prima wat me te wachten staat als ik weer thuis ben. Met die wildvreemde eigengereide rare geit is op zich goed te leven, maar helaas zit mijn persoonlijke cirkel ook boordevol zulke gezegende gekken. Die grabbelen, grissen en uit handen trekken. 

En als ik opnieuw mijn studieschuld zie staan op mijn belastingaangifte, terwijl ik hem al heb afgelost, zijn de rapen gaar. Dagenlang ben ik van slag. Iedereen in het gezin heeft zijn of haar opleiding betaald gekregen, behalve ik. En nu dit weer. Wat een klotefamilie heb ik toch. Ze gunnen me ook niks.

Pas een week later zie ik er de lol van in. Krijg ik oog voor het absurde van de hele situatie: Heks is waarschijnlijk de enige in de hele wijde wereld, wiens ouders verdienden aan haar studie! Enorm lachwekkend, toch?

Als jonge vrouw zat ik handenwringend bij de decaan. Ik had geen beurs, want mijn ouders verdienden veel te veel. ‘Je moet naar de rechter en verklaren, dat je ouders je ouders niet meer zijn,’ was haar advies, ‘Alleen als je officieel afstand neemt van die mensen, krijg je een beurs.’

Heks kreeg dat natuurlijk niet voor elkaar. Ze gaven me dan wel geen rooie rotcent, noch steunden ze me in mijn studentikoze bestaan, ik hield wel degelijk van die mensen. Bovendien is Heks altijd belachelijk loyaal geweest. Je moest echt jarenlang rechtstreeks in mijn bek schijten voordat ik ging protesteren……

Pas tegen het eind van mijn studie waren mijn ouders bereid een volstrekt uitgeputte Heks een minuscuul bedrag te lenen. Vlak voordat de ME me definitief tegen de vlakte sloeg.

‘Heks, maak je niet druk, het is een studieschuld van niks. Dat is dan weer het voordeel van het feit, dat ze niet van zins waren je veel te lenen. Laat staan iets te geven. Je hebt het leeuwendeel van je studie destijds zelf bij elkaar gesopt en geboend. En geserveerd….’ reageert een goede vriend laconiek. Hij heeft gelijk!

‘Wij kunnen niet tegen onrecht, dat is ons probleem,’ sombert de Don later aan de telefoon. Daar zit wat in. Heks heeft bijvoorbeeld een flinke schuld bij de sociale dienst, omdat ik al ziek was, toen mijn vader overleed. Al het geld, dat ik toen kreeg uitgekeerd, moet weer terug die sociale pot in, omdat ik plots recht op een erfenis had.

Ik kreeg die erfenis niet. Maar ik heb dus wel die schuld.

Daar zul je me echter nooit over horen. Dat geld komt een ander ooit weer goed van pas. Het is een veel groter bedrag dan die stomme studieschuld, maar het doet me helemaal niks. Sterker nog: Ik ben blij, dat ik een dergelijke schuld heb en niet eentje wegens speculeren met huizen bijvoorbeeld.

Heks heeft geen medelijden met dat soort hebberige schulden. Ik ken een heel inhalig mannetje, die heel veel geld naar zich toe heeft geharkt ten koste van anderen, wat hij er vervolgens op zo’n manier doorheen joeg. Ging hij zielig doen tegen de mensen die hij had benadeeld! Waaronder Heks…..

De werkelijke wereld is nogal een kluif. Mijn wens als kind om waarachtig te leven en ook de donkere kanten te leren kennen is echt uitgekomen. Maar intussen mag het wat mij betreft wel wat minder. 

De laatste dagen in Plum klitten de leden van mijn tijdelijke familie enorm bij elkaar. We zijn niet bij elkaar weg te slaan. Het is alsof iedereen weet, dat het weer sappelen wordt zodra je thuis bent. 

Intussen zit ik weer wekelijks dagenlang alleen te koekeloeren. Knuppel ik me met mijn afknaplijf een weg door die eenzame ruimte. Ik mis mijn tijdelijke Plumfamilie!

Het zou zo fijn zijn om elkaar eventjes te zien. Het zou zo fijn zijn om even bij elkaar te zijn……..


Heks lacht zich een ongeluk om andermans ellende als ze de documentaire ‘He lied about everything’ bekijkt. Hoe is het mogelijk? Niet alleen dat iemand zo liegt, maar ook dat je het allemaal gelooft? En niet alleen jij, maar de halve wereld. Dat kan alleen maar het werk zijn van een doorgewinterde narcist, aldus Heks.

Afgelopen zondag kijk ik naar ‘He lied about everything’. Een documentaire van NBC-journaliste Benita Alexander over  Paolo Macchiarini: Een prototype narcist en dan aan de psychopatische kant van dit hopeloze spectrum. Zodra ik de titel voorbij zie komen weet ik al hoe laat het is. Iemand die liegt dat het gedrukt staat? Vast weer zo’n pis-narcist.

En inderdaad. Maar heel lang heeft niemand het in de gaten. De man doet de raarste dingen en komt ermee weg. Ongelofelijk als je er aan de buitenkant tegenaan kijkt. Toch gebeurt het regelmatig. Kijk naar de president van de VS. ook zo’n onwaarschijnlijk verhaal. Heks wacht op de dag dat het deksel van zijn beerput wordt gelicht.

Want ooit gebeurt dat. Waarheid komt altijd bovendrijven. Stomweg omdat het lichter is dan leugen. In alle opzichten.

Benita is een leuk wijf met een goeie baan. Slim, bijdehand met een warm hart. Een uitgelezen hapje voor een beetje narcist. Een echte uitdaging om klein te krijgen. Een behoorlijke kluif om kapot te maken. En als je zo’n slimme journaliste om de tuin leidt ben je echt goed bezig. Als zijnde pis-narcist.

En dat is de man. Of hij nu lacht of niet, zijn gezicht heeft die typerende uitdrukkingsloze narcistenmimiek. Lege ogen. Zij lach bereikt die uitgebluste gaten nooit. Maar dat valt totaal niet op als iemand precies zegt wat je wilt horen. Ook werkte het in Benita’s geval mee, dat de man een gerespecteerd chirurg was. Een soort medische popster.

Hij werkte ook nog eens voor het instituut, dat Nobelprijzen vergeeft. Een prestigieus baantje. De kruiwagen , die hem daar binnen reed sleept hij later mee in zijn val. Want de man valt uiteindelijk. Als blijkt dat hij talloze mensen een plastic luchtpijp heeft gegeven, zonder op een varken te testen of dat nu wel zo’n goed idee is. Zonder het überhaupt te testen……..

Nou ja, als je de bellenblaastest niet meerekent.

Dit is de enige manier waarop hij de buisjes heeft getest……

De luchtpijp bekleedt hij aan de buitenkant met stamcellen van de patiënt zelf. Apart. Denkt hij nu echt dat die cellen een nieuw luchtpijpje gaan vormen? Hij beweert van wel. Vanuit de regeneratieve geneeskunde. Dat luchtpijpje is een kunststukje. Een wonder der techniek.

En wie schetst onze verbazing? De medische wereld, die MEpatiënten decennia lang zonder meer voor gek verklaart, omdat ze niet kunnen ontdekken wat het nu eigenlijk is, gaat hierin mee! Ze vonden het een geniaal idee!  Ze geloven de onzin, die hij hierover in diverse publicaties verkoopt. De sukkels!

Alle patiënten overlijden in no time op afschuwelijke wijze, behalve degene die het onding eruit heeft laten halen. Dan maar geen luchtpijp. Liever zonder pijp dan de pijp uit.

De man wordt dan toch opgepakt en er volgt een onderzoek. En wie schetst alweer onze verbazing? Hij wordt vrijgesproken! Huh? daar zit vast een flinke medische adder onder het gras. Pharmaceutische belangen bijvoorbeeld. Ik roep maar iets. Misschien heeft een groot concern geïnvesteerd in die plastic buizen en willen ze hun naam beschermen.

De man mag dus nog steeds zijn beroep uitoefenen hier in Europa. Te gek voor woorden natuurlijk.

Dit alles is uitermate tragisch. Toch heb ik me suf gelachen om de documentaire. Het grootste gedeelte gaat over de romance van Benita en Paolo en dat is echt om je te bescheuren. Nu heeft Heks ook relaties achter de rug, waarbij ik ongelofelijk in het ootje ben genomen. En ik heb ook dingen geloofd tegen beter weten in. Dit verhaal slaat echter alles…..

Paolo scheidt na dertig jaar van zijn Italiaanse vrouw en doet Benita een aanzoek. Zij gaat direct aan het plannen. Koopt een peperdure trouwjurk, maar hij is niet goed genoeg. Er moet een hele exclusieve jurk komen, want Paolo heeft Bill Clinton en Obama uitgenodigd. Ook heeft hij geregeld, dat de paus hen gaat trouwen……

Hahaha.

Hij is namelijk de lijfarts van deze mensen. En tevens hun beste vriend. En de paus wil hen dolgraag trouwen om een voorbeeld te stellen aan de wereld: Gescheiden mensen mogen gewoon weer gaan trouwen in de kuttelieke kerk!

Hahahahaha….

Naast de trouwjurk moet er nog een dansjurk en een avondjurk komen. Allemaal uitermate duur en lelijk. Ook laat Benita voor 10.000 dollar uitnodigingen drukken. Een godsvermogen. Maar ja, als je de president en de paus uitnodigt kun je natuurlijk niet met een kleuterkaartje aankomen. Aldus Benita.

Op een gegeven moment begint Benita de boel te wantrouwen. De paus blijkt op de dag van haar huwelijk in Zuid Afrika te zitten. ‘Ja, hij is onder druk gezet door de vorige paus, die wil dit absoluut niet hebben…….’ lult Paolo zich eruit. Maar Benita is dan al uitgebreid onderzoek aan het doen naar zijn reilen en zeilen. Ze neemt een privé detective in de arm.

Het hele huwelijksfeest blijkt een farce. De aanstaande echtgenoot heeft nergens een zaal of kerk of gemeentehuis besproken. Hij beweert van wel, maar het is niet zo. Ook is hij niet gescheiden van zijn Italiaanse vrouw. Wel woont hij samen met een andere vrouw in Spanje. Met haar heeft hij een paar kinderen.

En als klap op de vuurpijl blijkt Benita niet het enige liefje te zijn van deze megalomane gek. In elke stad heeft hij wel een andere schat. Het is me wat.

Heks zit intussen te schuddebuiken om Benita’s ellende. Het is ook zo grotesk. En toch is het niet ondenkbaar dat jij of ik hier ook zouden instinken. Sterker nog: De halve wereld is in zijn leugens getrapt. En nog steeds zijn er lieden, die deze moordenaar de hand boven het hoofd houden.

Want ja: De man is een eersteklas moordenaar. Hij heeft willens en wetens mensen ondeugdelijk materiaal door de strot geduwd. Nou ja, beter gezegd: In de strot. En dat kwam hen na enige tijd diezelfde strot uit.

Een wonderlijke geschiedenis. Maar bepaald niet uitzonderlijk. De wereld is bevolkt met narcistische idioten en gekken en gek genoeg lijken die vaak aan het langste end te trekken. En ook dat is prima te verklaren: Als je verspeend bent van iedere vorm van compassie, Paolo interesseert het bijvoorbeeld geen zak dat zijn patiënten bij bosjes het leven laten, dan heb je weinig last van hetgeen je aanricht.

Ik persoonlijk denk zelfs dat die Paolo zich een ongeluk heeft gelachen om zijn vermeende aanstaande huwelijk. Hij wilde wel eens zien hoe ver hij kon gaan bij die Benita, voordat ze argwaan zou krijgen. Het is in geen geval zijn bedoeling geweest om echt met haar te trouwen…..

Toen ze de man leerde kennen had ze het behoorlijk moeilijk. De vader van haar dochter lag op sterven. Haar ex dus. Met wie ze een goede band had.

En dat is wat er vaak gebeurt met narcisten. Je hebt het moeilijk in je leven en ze staan je aan alle kanten bij. Eventjes. Voor de vorm. Om je binnen te harken. Daarna is het afgelopen met dit soort acties. Dat je het maar weet.

Een ander interessant gegeven is dat narcisten zichzelf wel heel zielig kunnen vinden. Zodra er ook maar het minsten zuchtje tegenwind in hun leugenachtige smoel blaast jammeren ze als een klein kind. En dat zijn het ook. Vervelende verwende kleine kinderen. Gevaarlijk gemene uit de kluiten gewassen kutkinderen.

Helaas volwassen. Anders konden we ze lekker opsluiten in een kindertehuis. Zo eentje waar je spinnenkoppen te eten krijgt. En gemalen glas!

 

 

 

 

Heks krijgt geld van de bedeling, zodat ik een toontje lager zing. Maar ik wil niet lager zingen met de Matthäus voor de deur. Dus klaar met het gezeur. Vandaag gaan we niet spelevaren. Ik kan de klus even niet klaren. Maar niks te maren of te mieren: Buurman traint mijn lachspieren.

‘Ha schat, kunnen we op een andere dag afspreken om te gaan zwemmen? Ik krijg mezelf niet opgestart,’ bibberig zit ik aan de telefoon. Het is me niet gelukt om bijtijds uit de kreukels te komen. Sterker nog: Ik voel me vrij ziek. Pijn in mijn buik. Halfzacht. Misselijk. Alsmede de normale spierpijn in het kwadraat. Het idee om in een ijskoud bad te springen is verre van aanlokkelijk.

‘Morgen lukt niet, Heks. Ik ga dan de boodschappen doen, die ik normaal gesproken op dit tijdstip doe,’ Saar is not amused dat ik zo laat nog afzeg. Tegelijkertijd weet ze natuurlijk ook wel, dat ik niet zomaar afbel.

‘Misschien kunnen we sowieso beter op vrijdagmiddag gaan,’ stel ik voor. Dan ben ik door mijn thuiszorg en prikken noodgedwongen al uren op. Dus ontkreukeld. Maar misschien ook alweer doodmoe van deze activiteiten.

Het is nog niet zo eenvoudig om als een halvezool te leven. Om je miezerige activiteiten dusdanig in te plannen, dat je niet constant alles af moet bellen.

Terwijl we overleggen gaat de deurbel. Ik doe de deur open en hoor Buurman stommelen in het portaal. VikThor stuift de trap af. Hoera! Vriend Carlos komt op bezoek met zijn baasje.

Even later sjokt de enorme Duitse herder de trap op. Gevolgd door zijn eveneens uit de kluiten gewassen baasje. ‘Hi Heks, ik zie het al. Griep zeker? Je ziet er niet uit gewoonweg. En je loopt nog in je pyjama! Haha!’

‘Als jij nou eens mijn hondje een klein piesrondje geeft, dan zet ik even koffie en trek wat kleren aan,’ roep ik blij, terwijl ik VikThor alvast aanlijn. Zo kom ik mooi onder een uitlaatronde uit. Snel kleed ik me aan, zet koffie en swiffer een pak kattenhaar van de keukenvloer. Ik haal een was uit de machine. Borstel mijn haren in een staart……

Waar blijven ze nou? Buurman neemt de tijd! Een half uur later gaat de bel. ‘Ik was eventjes naar de drogist, Heks. Ik heb oorontsteking gehad en had nog wat medicatie nodig. Ja, heftig zo’n ontsteking. Blij dat het min of meer over is.’

Even later zitten we luidruchtig te blaten aan de keukentafel. Een normaal gesprek is er nooit bij met ons. Zoals altijd zit Buurman me verschrikkelijk aan het lachen te maken. Wat is het toch een mafkees.

Allerlei onderwerpen passeren de revue. De verkiezingen. ‘Partij voor de Dieren, Heks?’ vraagt hij naar de bekende weg. Het achterlijke referendum. We zijn allebei tegen die kutwet. ‘Toch gaat die er komen, let maar op. Het maakt echt niks uit wat wij vinden. Zolang die idioten in Den Haag er hun zinnen op hebben gezet gaat het gewoon door.’

‘En dan, waar hebben we het over. Alsof ze nu nog niet alles van ons weten. Neem nu het medische dossier. Daar wilde ik vanaf dag 1 niet aan meewerken. Ik heb dan ook altijd overal nee gezegd tegen het verspreiden van mijn medische gegevens. En toch zie ik soms opeens ergens persoonlijke informatie opduiken, die daar niet hoort te staan. Dus….’

Dus. Dus.

We gaan wandelen. Op ons gemakje kuieren we door de stad. Carlos kan niet meer zo hard tegenwoordig. Hij is bijna 11 en dat best oud voor een Duitse herder. VikThor trekt onvermoeibaar aan de riem. Zoals altijd probeer ik hem te laten volgen, maar zodra ik even niet oplet staat de lijn weer strak. Mijn lamme armen maken geen indruk.

Heks’ krachtverlies is dramatisch. Vorige week probeer ik een paar schroeven in een keukenkast te draaien. In een bestaand gat. De kattenkrabplank, die ik probeer op te hangen is al een keertje naar beneden gelazerd. Dit is dus nu een nieuwe poging.

Ik schroef en schroef met een ongeluk. Maar er gebeurt gewoonweg niets. ‘Zal ik het eens proberen?’ vraagt mijn hulp, als ze me zo ziet stumperen. En met twee slagen zitten beide schroeven muurvast. Tot mijn verbijstering.

Ik denk altijd dat ik alles nog kan, maar dat valt dus nogal tegen. Ik ben eindelijk de slappeling geworden, waar mijn vader me altijd voor uitmaakte. Hij heeft dus toch gelijk gekregen!

Gelukkig maar dat ik zo’n goed hondje heb. Uiteindelijk gaat hij het wel leren. Hij doet echt zijn best, maar ja. Voorwaartse Springer Spaniëlkrachten versus een dodelijk vermoeide baas.

Buurman en Heks drinken koffie op een terrasje. Hij vertelt over zijn nieuwe baan als financiële man bij een non-profit organisatie. ‘Hoe is het nu met jouw financiën, Heks? Nog zoveel gezeur en gezanik?’

Ik vertel hem hoe ik onlangs geld voor een paar schoenen en een jas heb gekregen van de RK Parochie Heilig Kruis Locatie Stadskanaal. ‘Die parochie bestaat, maar het is niet overgemaakt vanaf hun rekeningnummer …… Tja, wat moet je ermee? Deze armoedzaaier is in iemands optiek afhankelijk van de bedeling. En dat wordt er eventjes goed ingewreven. Die nobody zal het wel grappig vinden, neem ik aan…….’

Maar mag ik even een teiltje?

‘Mijn meisje en ik zijn onlangs getrouwd en dat is geen grapje!’ vertelt Buurman plotsklaps. Ha, wat leuk! ‘Ja, echt. Na dertig jaar samenwonen vonden we het opeens tijd worden. Dus wij met zus en zwager naar het stadhuis. We hebben het heel piepklein gehouden!’

Ach, wat een dag. Doodziek opstaan, bijtrekken om weer snel naar bed te vertrekken. Goede voornemens verdampen in zweet en spierkrampen. Bezoek van de buurman. Beetje lachen en genieten. Want dat kan ik zo goed heb ik net weer gehoord. En het is zo! Koffie en een wandeling en dan weer plat. Nog eens opstaan om naar de fysiotherapeut te gaan. Om je te laten martelen….

Ga er maar aanstaan. Zo is je leven met ME. En vandaag valt nog alles mee! Hé!

 

Die muur moet eruit! Met gepast geweld! Vloekend en scheldend desnoods. Het is niet altijd gemakkelijk hoor ik, maar eind goed al goed. Dus: Ga ervoor Heks! Niet zeuren maar: Yippie-Jaja-Yippie-Yippie-Yeah!!

‘Heks, houdt op met schelden. Niet meer doen. Het helpt niet als je als mantra herhaalt hoezeer je baalt. Je schiet er niets mee op, sterker nog: Het zou wel eens tegen je kunnen werken, al dat gemopper. Je roept er misschien wel allerlei ellendigs mee op.’ Streng kijk ik mezelf aan boven mijn tandenborstel. Dat ik het maar weet.

s’ Nachts draai ik van mijn linkerkant op mijn rechterkant. Au, au. Word wakker. Op de rug proberen dan maar. Lukt niet. Ik ga er uit en doe een half uur later opnieuw een poging. Om te slapen bedoel ik. Die broodnodige bezigheid waar Heks niets mee heeft. Het lukt nooit als ik het wil en op andere momenten kan ik mijn ogen nauwelijks open houden.

Na een brak nachtje probeer ik om op tijd te zijn voor mijn prikken. Ik gooi koffie en pijnstillers naar binnen. Schiet wat kleren aan. Nu nog even mijn hondje aanlijnen, maar waar is de riem. Ik kijk op de kapstok. Of hangt hij over de kastdeur? Of op de stoel bij de piano? Ik check alle plekken, maar het stomme ding is onvindbaar.

‘Scheld, schelder, scheldst,’ ik zal maar niet schrijven wat ik echt zei. Grommend loop ik door het huis. Ik gooi mijn jas, muts, handschoenen en sjaal weer uit, want ik plof bijna in al die warme kleren in combinatie met een woedeaanval.

De lijn hangt op de kastdeur, zoals altijd. Waar ik ook al drie keer gekeken heb, zoals altijd. Meuh, dat gaat weer lekker. Die prikken kan ik wel vergeten, ik heb zeker tien minuten lopen zoeken. Ik ben intussen echt te laat.

Ik bel de thuiszorgorganisatie. Krijg ik nog hulp vandaag of hoe zit het? Sinds ik mijn vaste hulp kwijt ben is het elke week een ander verhaal. ‘Om twaalf uur komt er iemand,’ gelukkig maar. Opeens moet ik me geweldig haasten. Snel ga ik de deur uit. Vooruit, ik neem de elektrische vouwfiets. Die gaat geweldig hard, ben ik snel weer thuis.

Halverwege de steeg houdt de fiets ermee op, althans de motor. Zonder ondersteuning fietst het onding veel zwaarder dan een gewone fiets. ‘Potverdorie, scheld, scheld,’ voor ik het weet ben ik alweer aan het kankeren.

‘Die Beixo klotefiets, altijd wat. Ik heb er nog bijna niet op gereden in de vier jaar dat ik dit kutapparaat heb. Vier nieuwe opladers verder blijkt de plug van de accu gewoon kapot te zijn. Waardoor die opladers het steeds begaven. Niet omdat ik het snoer er verkeerd uittrok, zoals de fietsenmaker steeds beweerde. Die lul. En toen de draad die de motor inloopt kapot ging moest er een hele nieuwe motor komen! Een godsvermogen heb ik daarvoor betaald. Belachelijk toch, zo’n constructie! En nu dit weer……..’

Ik besluit meteen even langs de zaak te fietsen, waar ik die teringfiets heb gekocht. Het bedrijf is intussen overgenomen, inclusief de werknemer. Die ziet me alweer aankomen met die duivelse vervloekte fiets. ‘Hij doet het alweer niet,’ zeg ik somber.

De man duwt tegen de accu. ‘Die zit los, daar komt het door,’ hij kijkt me meewarig aan. Alsof ik iets ongelofelijks stoms heb gedaan. ‘Ik zie het, zo heb ik hem twee weken geleden bij jullie opgehaald….’ Het is waar. Ze hebben die accu er gewoon niet goed ingezet. Zodra het ding op zijn plek zit doet alles het weer.

‘Ik zou minder schelden, nou, dat is vandaag niet echt gelukt,’ denk ik bij mezelf. Blij dat die fiets het weer doet, heb ik spijt van mijn verbale luchtvervuiling.

Opnieuw neem ik me voor om minder te schelden. ‘Nou ja, ik zeur niet,’ troost ik mezelf. Ik denk aan dat liedje van Annie M.G.Schmidt over dit onderwerp. In haar optiek kun je alles maken, schreeuwen van daken, een grote bek geven, zolang je maar niet zeurt.

Ik zie een reclame op televisie, waarin een vrouw met veel geweld met een moker op een dikke stenen muur mept. Ze mept en passant een paar vrouwbeelden aan gort. Letterlijk en figuurlijk. En dat van een man, die bovenop een vrouwenhoofd staat….. Echte beelden. Van steen….

‘We never said it would be easy’, meldt de reclame vlak voordat de vrouw door de nieuw ontstane opening uit haar gevangenis ontsnapt. Gevolgd door het schier onverstaanbare  ajajippiejippiejee van  Hornbach. 

Ik zie het tafereel net op het moment, dat ik heel diep zit na te denken over mijn leven. In gedachten verzonken als het ware. Een soort heldere flits over mijn situatie.

Het is alsof de reclame mijn omstandigheden illustreert. Maar ook: Heks raakt geïnspireerd! Ja, die muur moet eruit!

Bouwmarkt Hornbach – die van de mannenclichés – mengt zich in het feminisme debat

UNREST: Een film over mijn aandoening ME. Eindelijk! Het is ongelofelijk hard nodig dat er begrip komt voor deze conditie. Al is het alleen maar om schreeuwlelijkerds en goedbedoelende vrienden, die me bij voortduring ongevraagd advies geven of zelfs uitschelden voor aansteller, eens definitief de mond te snoeren. Maar ook artsen en behandelaars zouden er goed aan doen om eens naar die film te gaan kijken. Zodat ze ophouden ons te beschadigen met hun hopeloze behandelmethodes……….

download-41

Als maandagmorgen tegen elven de bel gaat lig ik nog vast te slapen na een uiterst brakke nacht. Ik ben anderhalve dag geleden ouderwets volledig gecrashed. Het gebeurt me om de haverklap momenteel. Gisteren kroop ik de doodziek door mijn huis. Afgewisseld met een paar hele ellendige elektrische fietstochtjes met de hond. En eindeloos bewegingsloos in bed liggen.

Met op de achtergrond ‘The Nanny’ op de televisie. Stressvrije nasale Joodse humor en geen flikkerende beelden. Nog het ouderwetse degelijke camerawerk.

Nadat ik de tweede kop koffie die morgen ook weer door mijn bed heb gekieperd met mijn zwabberarmen geef ik het op om mezelf te reanimeren tot een leefbaar niveau. Mijn arme hondje moet maar een dagje zijn gemak houden. Morgen is er weer een dag.

Dat was gisteren. Vandaag is het niet veel beter. Alleen mijn hoofdpijn is een beetje gaan liggen. Mijn buik heeft het balletje overgenomen. God kolere. Ik verrek van de pijn. Door mijn hele lijf. Behalve mijn hoofd. Die wilde ik er gisteren nog afhakken. Tel uw zegeningen.

Ik steek mijn pijnvrije zone uit mijn keukenraam. Het is een bevriende buurtbewoner met hond. Ik kwam hem gisterenavond na zo’n ellendige fietsronde tegen hier voor de deur. Hij zag mij het huis binnenkruipen en nu komt hij kijken hoe het met me is.

Brullend komt hij mijn verduisterde huis binnen. Ik moet dit en ik moet dat. Dit kan toch niet zo. Ik moet naar een dokter. Ook suggereert hij dat mijn financiële ‘Zwaard van Damocles’ een rol speelt in mijn misère. Ik heb hem in vertrouwen daarover verteld. Hetgeen me al op veel onbruikbare raadgevingen kwam te staan.

Ja, als het zo gemakkelijk op te lossen was had ik dat natuurijk al lang gedaan. En natuurlijk word ik er emotioneel van. Wie zou er geen emotionele pijn hebben in zo’n hopeloze kutsituatie? Geen mens ter wereld. Met een hart in zijn of haar donder dan. Een beetje narcist wordt er natuurlijk niet heet of koud van.

Onbegrip. Daar is het weer. Terwijl hij staat te schreeuwen wat ik allemaal moet doen heeft hij geen idee hoe doodziek ik me voel. Nog geen koffie en pijnstillers gehad om enigszins uit te deuken.

‘Luister,’ probeer ik er tussen te komen, ‘Ik ben gewoon ziek, Blafman. Ik heb een ellendige kutziekte en ik heb een bijzonder slechte dag. Bijna elke dag momenteel. Gisteren ook al, gewoon teveel gedaan. Bijna niks hoor, maar dat is alweer teveel. Wat denk je dat een dokter gaat zeggen? Daar heb ik toch al dertig jaar geen bal aan! Het heeft totaal geen zin om daar nu naartoe te gaan met mijn lamme lijf’

Mijn vriend luistert niet echt. Ik moet dit en dat. Weer suggereert hij dat praktische problemen ervoor zorgen dat ik me zo ellendig voel. ‘Ja, Blafman, natuurlijk helpt het niet mee als je vreselijke stress hebt over zoiets stoms als geld en dergelijke. Maar dit is gewoon mijn ziekte ME. Ik ben doodziek en er is niks aan te doen. Ik zit het dus maar weer uit……’

‘Maar zou je asjeblieft mijn hondje even mee kunnen nemen op je uitlaatronde? Dat arme beest heeft veel te weinig gehad gisteren!’ Heerlijk als hij dat wil doen, dan kan ik mijn bed weer in. Snel lijn ik het arme beest aan.

‘Je zit gewoon vast in een ziektebeeld, Heks,’ begint Blafman weer. Ik ontplof. Doe de voordeur open. ‘Ga weg. Laat die hond maar hier. Ik ga zelf wel, als ik mijn pijnstillers op heb. Wegwezen nu. Ik zit niet vast in een ziektebeeld, Ik ben ziek. En vandaag heb ik een hele slechte dag.’

‘Ik heb geen behoefte aan geschreeuw en oordelen. Sterker nog, dat doet letterlijk pijn aan mijn oren en aan mijn hart. Ik heb behoefte aan praktische hulp. Iemand die iets voor me doet….’ denk ik erachteraan. Mijn vriend is al de trap afgelopen. Scheldend en tierend. Verbijsterd kijk ik hem na.

Ik ben stomvervelend hoor ik hem beweren. Eigenwijs en strontvervelend. Ja. Het zal wel. Het ligt weer aan mij. Ik stel me aan, wil niet luisteren, los mijn problemen niet op en wil maar niet beter worden. Dat ik me intussen nog veel ellendiger voel door zijn geschreeuw ontgaat hem volkomen.

Het is wat mensen met ME heel vaak naar hun kop krijgen. Behandelaars, politiek, vrienden en familieleden? Ze weten het allemaal zo goed. Met enige regelmaat krijg ik weer een stom advies. Om me te laten deprogrammeren bijvoorbeeld. Zodat ik anders over mijn ziekte denk en mezelf niet wanhopig vast houd aan mijn ziektebeeld.…..

JENNIFER BREA; OMAR WASOW; UNREST

Uit onderzoek is allang gebleken dat deze aanpak contraproductief is. Maar toch houd men hardnekkig vast aan het idee dat wij niet beter willen worden. Dat ons ziektebeeld ziektewinst oplevert. Dat wij verkeerd met stress omgaan en zodoende onze klachten in stand houden……En dat dat ons iets oplevert waar we blij van worden.

Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat. Dat vertellen deze adviseurs van lik mijn vestje er nooit bij.

‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden,’ was ooit de eerste vraag bij een in ME gespecialiseerde gezondheidspsycholoog in het ziekenhuis. Maar het is niet alleen de medische wereld, die denkt dat wij onszelf ziek houden doordat we iets fout doen of denken.

Het is me zelfs door de beste vrienden verweten. Met de beste bedoelingen.

Onlangs kreeg ik uit die hoek nog het dringende advies om me voor een heleboel geld te laten treiteren door een stel therapeuten om mijn stressrespons te deprogrammeren…….. Ik moet me daar dan met hand en tand tegen verdedigen. Heel vermoeiend. En ik ben al zo moe.

‘Je moet je niet zo wentelen in je kwaaltjes,’ zei mijn vorige huisarts jaren geleden toen ik zo ziek als een hond op haar spreekuur zat. Ik moest toen ook nog eens het ziekenhuis in voor een ingrijpende operatie, maar thuiszorg-hulp in de huishouding wilde het stomme mens niet regelen voor me.

‘Zoek maar een Pools meisje om te stofzuigen enzo. Die zijn lekker goedkoop,’ zette ze me aan tot illegale praktijken. Huilend ben ik toen maar weer naar huis gekropen. Redelijk genezen van het idee dat iemand mijn ziekte ooit serieus zou nemen.

‘Een collega van me heeft ME gekregen. Nu weet ik dat het geen aanstellerij is,’ zei een bevriende huisarts ooit tegen me, toen ik al twintig jaar ME had. Oh, lekker is dat. Dus decennia lang heb ik me in jouw optiek lopen aanstellen…….

Vrijdag neemt Steenvrouw me mee naar de film Unrest. Gemaakt door Jennifer Brae, zelf al jaren ME-patiënt. Als je die film gezien hebt heb je mijn levensverhaal gezien. Van de afgelopen dertig jaar. Mijn ellendige zieke bestaan.

‘We mankeren allemaal wel iets,’ bagataliseert een familielid onlangs nog mijn ‘gezeik‘  als ik haar vraag hoe het met me gaat tracht te beantwoorden.

Ja. Maar niet dit. Geen invaliderende onzichtbare ernstige ziekte. Waar je dan vervolgens in je eentje voor staat. Niet gesteund door de medische wereld. Uitgekotst door je omgeving. Als aanstelster. Hysterica. Hypochonder en wat al niet meer. Afschuwelijk. Je wenst het je ergste vijand niet toe.

De grootste doodsoorzaak onder ME patiënten is suïcide. ‘Het is een dagelijks gevecht om het niet te doen en ik ben best trots dat ik nog leef,’ aldus iemand in de film. Volstrekt herkenbaar. De reden dat ik nog leef is de zorg voor mijn huisdieren. Wat zouden ze zonder me moeten? En ik zonder hen?

Evenzogoed is me door mijn financiële vinger-in-de-pap-mensen geadviseerd mijn beesten naar het asiel te brengen. Ja, wat een geweldige raad zul je zeggen. Als je haar dood wilt hebben. Die mensen hebben echt begrepen hoe jouw leven eruit ziet en wat je nodig hebt……

Om de stekker er helemaal uit te trekken!

JENNIFER BREA; OMAR WASOW; UNREST    Jennifer heeft een leuke lieve man om samen mee in bed te liggen. Ik heb mijn beesten. De leuke lieve man is nooit gekomen helaas. Mijn exen hadden over het algemeen niet zoveel op met mijn ziekte………..

‘Niet bitter worden, Heks, ik meen zoiets te bespeuren op je blog,’ krijg ik onlangs nog naar mijn hoofd. Ja, ik moet gezellig en vrolijk blijven, ook al voel ik me kut, krijg ik allemaal gezeik naar mijn kop en staat de wereld bol van het onbegrip rondom mijn aandoening. Godkolere.

Gelukkig is er nu een film waarin haarfijn wordt uitgelegd wat mijn ziekte inhoudt en wat het betekent voor je miserabele leventje als je het hebt. Ik hoop dat er zoveel mogelijk mensen naar gaan kijken. Zodat ik in plaats van beledigingen, domme opmerkingen, commentaar en ongevraagd advies eens wat vaker hulp krijg.

Facebookpagina van Unrest.nl

Kijk hier voor 6 euro de hele film op Vimeo! 

 

 

Heks krijgt weer eens de wind van voren en dat frist lekker op. Ik kijk opeens heel anders tegen de zaken aan. Mijn reactie laat misschien nog te wensen over, maar de knop is wel om! Communicerende vaten? Prima. Maar niet als ze gevuld zijn met chagrijn. Troep van een ander is nu eenmaal niet fijn.

‘Kom ik mijn bovenbuurman tegen in de berging. Zegt ie ‘Waarom staat jouw fiets hier?’ Nu is het zo dat je fiets niet in de gemeenschappelijke ruimte mag staan. En sinds kort staat mijn mountainbike daar…..’

Sinds Heks bezig is om het roer om te gooien beginnen me steeds meer dingen op te vallen. Zoals het feit dat mijn buurman me aanspreekt op die fiets, terwijl zijn fiets al zeven jaar in de gemeenschappelijke ruimte staat!

Ook een bezem met zijn naam erop staat al jaren in de hal. Maar er een keertje mee vegen is teveel gevraagd. Het is dan ook interessant om te zien hoe hij het heeft over gedogen als het over mijn spullen gaat. Wat is het toch een zak.

Al jaren doe ik aardig tegen hem, maar het is gewoon een eikel. Geeft luidruchtige feestjes, laat vrienden op je mat kotsen om dat stinkding ondanks verscheiden verzoeken vervolgens niet te vervangen. Een aso dus.

Wat gedogen betreft.

Ook bellen dronken droppies bij nacht en ontij aan om te zien of hij thuis is. Ze draaien hopeloze muziek tot diep in de nacht en stommelen eindeloos door het trappenhuis. Brakend en wel. Ja, hij gedoogt mij!

En Heks maar aardig doen over die lelijke fluttstoelen, die hij zit te macrameeën. Dat moet je toch ook niet willen als man: Macrameeën. Maar goed, nooit belachelijk gemaakt. Altijd geprezen. En dan krijg je een alsnog uitschijter van de man die niet kan lachen. Want dat heb ik hem eigenlijk nog nooit zien doen.

‘Wat ga je met die fiets doen?’ vraagt hij streng. Ik kijk hem perplex aan. ‘Verkopen,’ spuug ik terug. ‘En wanneer dan wel?’

Het is net zoiets als de vrouw met de winkel om de hoek. Een paar weken geleden geeft ze me weer eens een grote bek. Voor de zoveelste keer. Omdat ik de uitpuilende stinkende vuilniscontainer van het louche hotel aan de overkant op hun eigen stoep zet. In plaats van onder mijn keukenraam!

Waar bemoeit ze zich eigenlijk mee?

Let wel: Zij laat haar troep ook in de straat laat slingeren. Een stuk of wat containers. En volle vuilniszakken soms. Regelmatig pluk ik wat weggewaaid afval afkomstig uit haar toko uit ons portiek.

‘Wat is het toch een raar mens. Altijd maar blèren. Het is al de zoveelste keer dat ik een uitschijter van haar krijg. Om niets. Zo is er een keer een pakje bestemd voor Heks afgegeven bij haar. Stond ze met stoom uit haar oren op de stoep. Kreeg ik een eindeloze woedende preek over me heen. Ja, ik heb dat pakket niet verkeerd bezorgd. Je kunt het ook weigeren…… Maar nee, ik werd uitgemaakt voor rotte vis door die azijnpisser,’ denk ik bij mezelf.

En ja, inderdaad. Ze heeft me ook wel eens verrot gescholden omdat ik haar iets vroeg door het open raam. Dat mag niet. Verder praat ze met iedereen door dat raam. Sterker nog, ik hoor haar de hele dag toeteren en loeien tegen de godganse buurt door dat raam. En brullen van de lach. Dus hoe moet ik weten dat  dat raam voor mij taboe is? Fuck toch ff lekker tien kilometer op.

Dus daar ben ik ook opeens klaar mee. Ik ga geen aardige dingen meer zeggen. Of complimenten maken over haar op zich superleuke winkeltje, zoals ik gewoon ben te doen. Ik negeer haar gewoon vanaf nu. Zoveel mogelijk.

De tijd dat ik extra aardig voor je was als je in mijn bek scheet is voorbij. Zoek het uit.

Maar mensen kunnen me nog wel lelijk overvallen met hun domme agressieve gedrag. Sta ik toch weer met mijn mond vol tanden. Zoals bij de buurman. Ik geef toch antwoord. Beloof toch beterschap. En ben dan natuurlijk woest achteraf.

Het gekke is dat ik aan zowel die buurman als de vrouw van de winkel voorheen nauwelijks een negatieve gedachte heb gewijd. Eerder het tegenovergestelde. Het dringt langzaam tot me door, dat ze waarschijnlijk al jaren de pest aan me hebben, zo gedragen ze zich wel in elk geval. Maar Heks maakte er gewoon een mooi verhaal van!

Wanneer is het nu eens eindelijk klaar met dit soort gedoe? Als iedereen weet dat ik haar op mijn tanden heb gekregen waarschijnlijk. Tot die tijd blijven sommigen het gewoon proberen. Waarom? Daar hoef je geen psychologie voor te studeren. Omdat het kan! Ze komen ermee weg! En de wet van communicerende vaten……

Zit je vol chagrijn, dan kun je er over praten, maar effectiever is het om het gewoon te dumpen bij de eerste beste stumper met een goed humeur……

De zwarte klauw slaat genadeloos toe. Roofridder op oorlogspad. Een speklap moet het ontgelden…… Steenvrouw kan het zeer waarderen! Van wie is die lap? En hoe komt mijn zwerver er aan? Vragen. vragen……

©TOVERHEKS.COM

Van mij!!!!!©TOVERHEKS.COM

‘Ik kwam Ferguut net tegen met een enorme speklap in zijn bek. Ik heb em maar afgepakt, want het lijkt me niet gezond voor een kat. Ook weet ik niet waar hij hem vandaan heeft natuurlijk. Waarschijnlijk ergens in de buurt uit een keuken gestolen. Ik denk dat er iemand flink zit te balen nu…..’ grijnst Heks tegen haar vriendin.

Ik ben lekker bij haar te  gast. We zitten in de tuin na te eten. Steenvrouw ligt dubbel van de lach. Mijn ridderkater kan geen kwaad doen bij mijn vriendin. Het is dan ook de zoon van haar kat Doekie. Hij heeft dus een speciaal plekje in haar hart.

‘Die mafkees van een kat. Eerst had ik het helemaal niet door. Maar hij liep zo vreemd aan zijn bek te likken. Met een hele wilde blik in zijn ogen verdween hij vervolgens in de steeg om de hoek. Daar lag zijn speklap. Veilig verstopt!’ ‘Was ie nog warm?’ Wil mijn vriendin weten. Ik weet het niet meer. Niet gloeiend heet in elk geval. ‘Ik heb em met een poepzakje opgepakt…..

Poepzakjes zijn toch zo handig. Multifunctioneel.

©TOVERHEKS.COM

De zwarte hand/klauw slaat toe…... ©TOVERHEKS.COM

‘Heb je het wereldkampioenschap van K&G in je agenda gezet? Als je niet mee wilt moet je het nu zeggen….’ streng kijkt ze me aan. Eerlijk gezegd zie ik er tegenop. Het wordt een klus voor Heks. Helemaal naar Limburg rijden, kamperen, een hele dag in touw om in het stadion te komen en weer thuis te geraken……

Maar ik wil het wel heel graag zien! Want de zoon van Steenvrouw doet mee! En ze worden misschien wel weer wereldkampioen, net als een paar jaar geleden!

‘Lasten we vouwfietsjes meenemen. Of ter plekke fietsen huren, dan red ik het wel. Maar een uur heen en een uur terug lopen wordt me te gek. In combinatie met de rest.’ Ik ben natuurlijk wel gewend om einden te wandelen. Maar daarna ga ik gestrekt. Heel belangrijk!

©TOVERHEKS.COM

jammie!!!! Speklapjes…...©TOVERHEKS.COM

We worden helemaal giechelig van onze plannetjes. ‘Als je weer eens naar zo’n beeldhouwfestival gaat ga ik wel mee,’ beloof ik als haar reisjes in hopeloos gezelschap ter sprake komen. ‘Jeetje Heks, dat lijkt me geweldig,’ mijn maatje is er direct voor te porren. We kunnen nu eenmaal heel goed samen door een deur.

Op weg naar huis fiets ik een flink eind om. VikThor rent naast de fiets langs het water.. ‘Mag ik er in?’ vraagt hij met zijn ogen. Doordringend kijkt hij me aan. ‘Ga maar zwemmen, hoor,’ en hop, hij ligt al in het water. Stapeldol op zwemmen, dit hondje.

We zijn bijna thuis als de panter tevoorschijn springt. Hij is zijn speklap helemaal vergeten. Sterker nog: Hij lust wel weer een hapje.

Binnen wacht de rest van de dierentuin ongeduldig op het voedsel dat komen gaat. Een hele batterij bakjes verschijnt op het aanrecht. ‘Miauw, knerp, mauwww,’ klinkt het uit vele kelen. VikThor wacht gelaten af. Hij is als laatste aan de beurt. Zoals altijd, onderaan de pikorde als hij hangt.

Een kwartier later zijn alle buikjes weer gevuld. Tevreden knorrend vleit Snuitje zich tegen me aan. De dag is weer gedaan.

©TOVERHEKS.COM

Ferguut de roofridder, ©TOVERHEKS.COM

 

 

 

Inspiratie: Eerst je kop laten afbijten door een akelige alt, vervolgens je hart laten raken door een geheimzinnige sopraan en tot slot in een baan om de aarde geraken door de heilige dans van een muzikale olifant. En dat alles in bijzonder goed gezelschap!

Zaterdag heb ik een drukke dag. Om 11 uur ’s morgens meld ik me voor een martelsessie bij de fysiotherapeut. Hardhandig haalt ze me uit de knoop. Oh, wat is ze toch gemeen geworden door de jaren heen. Bijna net zo geniepig als de orthopedische fysio. Alleen lacht ze niet smakelijk om mijn gejammer, zoals laatstgenoemde……

Lachen om je pijn is fijn. Om je eigen pijn wel te verstaan. Het is het enige prettige aan pijn. Lachen is het beste medicijn. Anders krijgt die verrekte pijn je klein….

Na de sessie snel ik richting Leidse Hout. Ik laat mijn hondje flink rennen: Vanmiddag moet hij een paar uur in zijn hok. Heks gaat zingen in een Leids Koorproject. Stipt om twee uur schuif ik op mijn plaats. Althans, dat probeer ik. Er zit echter een dame op mijn plek en ze is niet van plan om te gaan wieberen. Sterker nog: Tot mijn verbijstering heeft ze mijn plaats ingepikt. Iets dat ik absoluut haat!

Een horde dames stort zich op Heks. Ik moet niet zeuren. Ik moet er maar naast gaan zitten, in het hoekje achter een pilaar. Of op de bank er achter. Er voor. Links, rechts…… Noem maar op. Iedereen vindt blijkbaar maar dat ik loop te zeiken, maar ik wil gewoon op mijn eigen plek zitten. En met reden: Daar heb ik geen muziekstandaard nodig, kan ik blijven zitten en toch de dirigent zien, kan ik mijn spullen kwijt….. Mijn gedisloceerde schouders kwijt. Ook niet onbelangrijk!

©TOVERHEKS.COM

Het woeste wijf weet van geen wijken. Haar royale matrasachtige lijf neemt de halve bank in beslag. Mezelf in het hoekje ernaast proppen is geen optie. Per gratie Gods mag ik aan de andere kant van de kerkbank zitten.

Eerst komt dan haar vriendin. Waar Heks al jaren naast zit. Maar waar zij nu opeens zonodig naast moet zitten…….. Begrijpelijk, maar overleg het eerst even! Daarnaast een verschrikte vriendelijke dame, waar ik al jaren mee zing. Zij kan hier ook niks aan doen.

Wat een gedoe. Ik ben helemaal van slag en beland uiteindelijk dus op een geweldige kutplek. Ik zit helemaal opgepropt. Er toeteren alten van een andere partij in mijn oor en naast me zit een venijnig oud vrouwtje onophoudelijk in zichzelf en tegen Heks te mopperen.

In de pauze probeer ik het met de alt in kwestie te bespreken. Het ontaardt in een bijzonder onaangename schreeuwpartij. Het mens weet van wanten, ze wil niet wijken. Na een scene vol menopauzaal chagrijn ben ik nog geen stap verder. Ik moet de rest van de middag maar uitzitten op die ellendige plek met mijn schouders in mijn nek.

Wat zijn wij vrouwen toch een hopeloze wezens bij tijd en wijlen. Vooral  als we verzuren tot oude pruimen met nukkige gezichten en verroestte lachspieren…. Dat moet je ten alle tijden zien te voorkomen!

De tenoren troosten me in de pauze. ‘Kom lekker bij ons zitten, Heks, laat die alten toch de rambam krijgen. Ik ben er ook gillend weggelopen vorig jaar. Ook vanwege geruzie rondom een plek. Wat een hopeloze dames zitten daar tussen. Ik snap je frustratie,’ aldus een bijzonder leuke en vlotte vrouwelijke tenor. Ik ben blijkbaar niet de enige met dit soort ervaringen…..

Het gedoe heeft me aangegrepen. Ik lijk wel onzichtbaar. Onbetekenend. Ik doe er helemaal niet toe! De hele wereld wandelt over me heen. Om me vervolgens te vergeten. De pispaal. De zondebok. Een heel arsenaal oude pijn wordt opengetrokken door dit stupide stoomwals-incident. En ik ben weer eens totaal verbijsterd door het totale gebrek aan empathie en inlevingsvermogen van sommige medemensen. Botterikken tot op het bot zijn het.

Zo snel als ik kan ga ik na de repetitie weer met mijn hondje wandelen. Ik probeer hem uit te putten, want vanavond ga ik alweer uit. Het is niet te geloven! Fiederelsje heeft me uitgenodigd voor een experimenteel jazz concert. Jazzclub Hot House heeft weer eens iets georganiseerd. Op een nieuwe locatie. Gelukkig maar, want hun oude locatie is een no go area voor Heks. Teveel traumatische herinneringen.

Aan alles komt een einde: Als je maar lang genoeg wacht. Sociëteit de Burcht is verleden tijd. Alcoholistisch Leiden moet ergens anders gaan doorzakken. De betrokken zuipschuiten zijn dood of op sterven na dood. Of ze liggen in de goot. Einde van een hopeloos tijdperk!

©TOVERHEKS.COM

Lekkere verhalen, Heks. Beetje gefrustreerd? Daar zit toch niemand op te wachten? Inderdaad. Vooral niet als je denkt dat dit verhaaltje over inspirerende zaken gaat!

’s Avonds trek ik mooie kleren aan. Ik haal een verfkwast over mijn bleke kaken. Ik laat alle ergernissen van me afglijden. De wereld is gestoord, maar daarom hoef je jezelf niet gek te laten maken! Vol goede moed fiets ik richting muziekcentrum Quibus aan de Middelstegracht. Als ik binnen kom vliegt mijn vriendin me om de hals.

‘Niets,’ wuift ze als ik vraag wat ze van me krijgt voor het kaartje. ‘Maar je hebt geen knoop.’ wordt afgedaan met ‘Jij ook niet.’ Ze stelt me voor aan haar gezelschap: Twee beeldschone jongedames uit Indonesië. Hoewel ze maar tot mijn middel komen qua lengte steken ze met kop en schouders boven het maaiveld uit als het aankomt op hetgeen ze bereikt hebben in het leven! Beide vrouwen zijn bezig met hun promotieonderzoek en bijna klaar…….

Ik glijd op een stoel naast de ene dame en hoor haar uit over haar onderzoek. Dan ontdekken we van elkaar dat we ons intensief bezig houden met zang. Zij met traditionele Indonesische muziek, ik natuurlijk met Dhrupad en mijn oratoriumkoor.

De andere jongedame gaat binnenkort promoveren op Javaanse Hiphop…..

Wat een leuk en inspirerend gezelschap! Wat een mooie slimme meiden! Wat een passie en wat een drive om zo je dierbaren achter te laten om in een suf Hollands studentenstadje te komen promoveren!

We hebben ruim op tijd afgesproken, dus er is genoeg rijd om te klessebessen. Langzaam druppelt de zaal vol. ‘Ik zie dat er duizenden mensen op het concert zijn afgekomen!’ roept de man van Hot House enthousiast als hij de band aankondigt. Een kleine verwijzing naar Trump. Die krijgt sowieso een flinke veeg uit de pan. Een klein maar uiterst vermakelijk politiek college verder komen de muzikanten het podium op. Het gaat beginnen! Eindelijk!

©TOVERHEKS.COM

Het concert is geweldig. Slechts vier mensen staan er op het podium, maar ze tellen voor tien! Een operazangeres, Claron McFadden, die jazz zingt. Wat een bereik heeft deze vrouw! Ze schuwt het experiment bepaald niet! Heerlijk.

Dan is er nog een stevig gebouwde acrobaat op een Sousafoon: Michel Massot. Het instrument lijkt met hem vergroeid te zijn. Als hij op een gegeven moment circulair ademend over het podium springt wordt het publiek helemaal wild. Boventonen vliegen om je oren. Olifanten duiken op uit de coulissen en Heks ziet zelfs een heuse neushoorn over het podium stampen!

Een frisse jongedame op cello, Marine Horbaczewsk, en een virtuoze Vlaming, Tuur Florizoone, op de accordeon complementeren het gezelschap. De muzikanten zijn zonder uitzondering zeer begaafd. Het is echt smullen voor het verwende oude knarrenpubliek van Hot House.

Het programma is theatraal en intrigerend. Gedurende enige tijd heeft de band geheimen verzameld. Voornamelijk van oudere mensen. Hier zijn de composities op gebaseerd.

Heks is bij het eerste nummer al in tranen. Het is verschrikkelijk en herkenbaar dit lied over zelfdoding door een geliefde. ‘We grijpen het publiek direct bij de lurven met dit eerste lied…..’

‘Mensen zijn helemaal ontroerd als ze horen dat hun geheim gezongen wordt,’ vertelt de zangeres achteraf. We staan al zeker drie kwartier met haar te praten. Mijn gezelschap wil alles weten over haar zangtechniek en de opzet van de voorstelling. De zangeres op haar beurt is zeer geïnteresseerd in wat wij allemaal uitspoken in het dagelijkse leven.

©TOVERHEKS.COM

Ik loop intussen met mijn net aangeschafte CD te zwaaien op zoek naar handtekeningen. Vooral die van de Sousafonist wil ik hebben. Dat is toch zo’n grappige man. Zijn spel heeft me helemaal opgetild. Zijn bijdrage heeft mijn muizenissen rondom het gekrakeel van afgelopen middag spontaan de deur uit gejaagd. Weggeblazen door deze muzikale elegant dansende olifant!

‘Thank you so very much,’ probeer ik als ik ontdek dat hij geen Nederlands spreekt. Ik steek een heel verhaal in het engels af, maar de man kijkt of hij water ziet branden. Hij spreekt uitsluitend frans. Gelukkig is dat geen probleem voor Heks.

De zangeres spreekt alle drie deze talen werkelijk perfect. Zonder accent. Bizar!  We verbazen ons er achteraf over. Zelf kunnen we ook wel een redelijk woordje over de grens brabbelen, maar dit grenst aan het onwaarschijnlijke. Wat een bijzonder getalenteerde vrouw!

Zo heeft Heks een heerlijke avond. Enigszins zwevend verlaat ik het pand: Ik ben in de zevende hemel! Het is al tegen twaalven als ik eindelijk het laatste rondje met VikThor loop. Dank je wel Fiederelsje voor deze superdate. Het was fantastisch!

Hier kun je alles lezen rondom deze voorstelling en de makers ervan: Secrets met Claron McFadden en het jazztrio Massot-Florizoone-Horbaczewski. 

©TOVERHEKS.COM

Jezelf niet langer verdedigen tegen allerlei goedbedoelende betweters is gemakkelijker gezegd dan gedaan; Het is ongeveer mijn tweede natuur geworden na dertig jaar ziek zijn! Vermoeiend! En ik ben al zo moe! Heks neemt een rigoureus besluit, vanaf nu is het afgelopen en uit met allerlei ongevraagde adviezen en idiote oplossingen aan mijn adres. Ik wil ruimte en tijd om mijn eigen zaakjes op orde te krijgen! Holding Space 1.

Sinds Peter van der Hurk me heeft aangeraden mezelf niet meer te verdedigen voor wat dan ook valt het me op hoe vaak ik dat eigenlijk doe. Bijna dagelijks moet ik van leer trekken tegen mensen die me ongevraagd van alles adviseren. Bijvoorbeeld hoe ik beter kan worden.

‘Heb je wel eens aan orthomoleculaire voedingssupplementen gedacht, Heks?’ vraagt iemand uit mijn vriendenkring bloedserieus. En daar ga ik dan weer. Ben ik weer minutenlang bezig om uit te leggen wat ik allemaal slik en hoe lang al. En hoeveel me dat per dag kost.

Krijg ik evenzogoed een artikel in mijn handen gestopt met één of ander vaag instituut met een dure naam er op waar ze me voor veel geld nog meer niet werkzame rotzooi willen aansmeren…. Ik gooi het adres ongezien in de prullenbak.

‘Waarom word je niet gewoon lesbisch? ‘ lost een andere vriendin mijn verdriet over mijn verbroken relatie eventjes voor me op. Ook in dit geval heb ik nog de moeite genomen om me te verdedigen, maar beter was ik, mezelf ontblotend, woest bovenop deze prachtige zelf zeer heteroseksuele vrouw gesprongen. Onder  het uitroepen van:’Geweldig idee, schat, fijn dat je erover begint, kom hier met dat lekkere lijf van je…..’

Een aantal weken na het beëindigen van mijn relatie bevond ik me al in de vreemde situatie dat ik serieus aan een mij totaal onbekende man werd gekoppeld. Best even schrikken. Zowel die man als dat gekoppel. En dit alles in het kader van ‘zet gewoon een deksel op dit potje en de boel is weer opgelost’.

Regelmatig sturen mensen me spirituele filmpjes over ziekte en genezing, over therapieachtige mindful mindfucking pijnbestrijdingsmethoden en wat al niet meer. Waar ik me nooit in verdiep, want ik geef het eerlijk toe; Al die informatie belandt direct in de prullenbak. Ik kijk er niet eens naar. Ik heb wel wat beters te doen.

‘Ondankbaar ben je toch, Heks,’ zou je kunnen zeggen. Ja, ik ben niet langer blij met een dooie mus. Ik kijk elk gegeven paard rücksichtlos in de bek en ontdek: Ik ben niet gek! De manier waarop velen hun zorg voor anderen laten blijken deugt niet. Hoe goedbedoeld ook schiet bovenstaande aanpak finaal zijn doel voorbij. Ik erger me al tijden dood aan betweters, ongevraagde adviezen en goedbedoelde stompzinnige oplossingen voor de problemen in mijn leven.

Zelf probeer ik zulke dingen anders aan te pakken. Daar denk ik al jaren over na. Ik gun mijn medemens zijn ellende. Ik pak het niet af. Ik los het niet op. Ik zit erbij en kijk ernaar. Dat betekent in de praktijk vooral veel luisteren…..

Ik tracht alleen in te gaan op een hulpvraag. Mensen weten echt wel bij wie ze moeten zijn voor hulp. Als ik iets kan betekenen is het prima, maar als iemand anders de aangewezen persoon daarvoor is is het ook goed.

Ik doe heksengebedjes in geval van nood. Vrijblijvend. En indien gewenst kan ik je op afstand instralen met mijn genezende handen, maar dan moet je een afspraak maken.

Nu weet ik wel dat ik jarenlang hevig last heb gehad van wat Boeddhisten ‘Crazy Compassion’ noemen. Teveel doen voor anderen. Over je grenzen gaan om dat voor elkaar te krijgen. Ten koste van jezelf vaak.

Maar ik zit in een behoorlijk veranderingsproces. Noodgedwongen. Ik ben het leven zoals ik het beleefde helemaal zat. Ik ben de narcisten en psychopaten om me heen zat, maar ook de goedbedoelende probleemoplossers en minder goedbedoelende betweters kan ik niet meer velen.

Net toen ik daar diep over na zat te denken kwam ik een prachtig artikel tegen in de ‘Happiness’. Net op tijd, want ook ik heb anderen nodig. ‘Waarom accepteer je geen arm om je heen?’ Vroeg de paragnost Peter van der Hurk me onlangs. Ik kon daar toen geen goed antwoord op geven, maar nu begin ik te begrijpen wat me vaak tegenhoudt. Het is de manier waarop die arm om je heen wordt gelegd. Die deugt vaak niet. En dan kom je van de regen in de drup.

Ik ben in mijn leven geholpen door mensen, die mij mijn autonomie probeerden af te pakken. Niet best als je al helemaal om ligt. Goddank ben ik stronteigenwijs. Dat is mijn redding geweest. Ik heb een broertje dood aan afhankelijk van iemand zijn. Ik ga nog liever dood in de goot.

Toen ik jaren geleden op de Hogere Heksenschool werd aangenomen bleek uit de persoonlijkheidstests dat ik bijzonder hoog scoor op probleemoplossend vermogen. Onwaarschijnlijk hoog zelfs. Deze tests werden afgenomen om te voorkomen dat mensen met een persoonlijkheidsstoornis op deze opleiding terecht zouden komen….

Van zulke stoornissen heb ik geen last en mijn aan het onwaarschijnlijke grenzende probleemoplossende vermogens zijn ook prima, maar ik was destijds wel gezegend met een heel laag zelfbeeld. Alarmerend laag volgens degenen die me de test afnamen. Ja, vind je het gek na al die narcisten in mijn leven?

Dat zelfbeeld is intussen wel enigszins opgekrikt. Ondanks weer nieuwe narcisten. Het kan echter nog beter, dat is me onlangs ook helder geworden. Met een laag zelfbeeld loop je het gevaar anderen belangrijker te maken dan jezelf. Het blijft een eeuwig werkpunt voor Heks….

Tijdens de opleiding ontdek ik iets belangrijks. Genezingsprocessen trekken zich weinig aan van mijn persoonlijke mening. Sterker nog: Hoe meer ik mezelf buiten het gebeuren van de behandeling houd, hoe beter het werkt! Ook leer ik dat ik andermans lijden gewoon moet laten zijn. Niet afpakken, niet oplossen, helemaal niets doen is vaak het beste. Wel de kracht in de persoon zelf aanspreken. Het zelfhelend vermogen, dat in ieder van ons woont.

Het is tijd om weer met mijn handjes aan het werk te gaan. Als ik ze gewoon laat wapperen heb ik veel minder last van het mezelf moeten verdedigen.

Het verhaal van de vrouw, Heather Plett,  bevat alle elementen, die ik ook belangrijk vind in het bijstaan van medemensen in nood. Zij noemt het ‘Holding Space‘. Ik besluit me er eens een beetje in te gaan verdiepen.

Wat is dat? Holding Space? Wat maakt het zo bijzonder? Een inkijkje in dit concept van Heather Plett. Een constructieve manier om met je eigen problemen en die van je medemens om te gaan. Holding Space 2.

Olifanten zijn familiedieren net als wij mensen: Ze overleven niet als eenzame cel buiten het familielichaam. Wij kunnen een voorbeeld nemen aan deze medezoogdieren, ze doen dat veel beter dan wij, maar in plaats daarvan schieten we ze dood. Waarom? WaarVOOR? IVOOR! Statussymbool en potentieverhogend middel. Dat is onze beschaafde maatschappij: Een paradijselijke samenleving opgeofferd voor de stijve lul van één of andere IMPOTENTE slappe zak……

Het hele afgelopen weekend breng ik grotendeels door in mijn eigen fantastische gezelschap. Nou ja, erg gezellig ben ik niet. Doordat er nog steeds kwartjes vallen rondom al het onlangs ontdekte bedrog voel ik me druilerig. En kwaad ook. Jeetje, wat zijn me de horens opgezet! En dom. God, wat heb ik die persoon volstrekt ten onrechte volkomen vertrouwd……

En wat heb ik voor lul gezeten op dat feestje, waar ik me nog gigantisch voor heb lopen uitsloven ook: Urenlang eten koken bijvoorbeeld. En later alles afwassen en opruimen. Met dit lijf….. Wat zullen ze achteraf gelachen hebben! Een aantal andere gasten waren namelijk wel op de hoogte van de ontrouwe praktijken van mijn toenmalige partner.

En wat heeft die trouweloze griezel me een rad voor ogen gedraaid. Waanzinnig gewoon. Geniale praktijken van een gestoorde gek. En waarom? Het is me gelukkig een raadsel.

Niet alleen over deze inzichten maak ik me druk. Ook het feit, dat ik aan alle kanten tegen ander geëikel aanloop maakt mijn stemming er niet beter op. Mijn hele leven lijkt op losse schroeven te staan. De manier waarop ik altijd met bepaalde situaties ben omgegaan lijdt schipbreuk: Het lukt met niet meer om er een mooi verhaal van te maken…..

Sterker nog: Ik kan gewoon niet eens meer luisteren naar de verschrikkelijke scheve oordelende manier waarop ik te woord wordt gestaan door mensen waar ik zelf de poten voor uit mijn lijf heb gelopen.

The Elephants Always Line Up To Hug This Old Lady. The Reason? SPEECHLESS

Elephant Orphans… Wisdom of the Wild

Vanmorgen zie ik een mooi filmpje op Facebook. Het gaat over een oude dame, die haar hele leven wijdt aan het opvangen en groot brengen van olifantenweesjes. Ze heeft een olifantenmoedermelkformule ontwikkeld, waar ze het heel goed op doen. ‘Het belangrijkste is echter hun familieband. Die is zo sterk bij deze dieren. Daar kunnen wij mensen nog wat van leren: Zoals olifanten voor elkaar zorgen, zo hoort het. Ze kijken met hun hart! En ze lezen jouw hart! Het is de ideale maatschappij.’

Een net gered babyolifantje is er erg slecht aan toe. Hij wil bijna niet eten en is erg gestrest. Hij gaat zienderogen achteruit. Als het diertje echter bij andere olifanten wordt geplaatst gaat het direct een stuk beter. Het beestje ontspant en begint te eten. Terwijl ik ernaar kijk druppen de tranen uit mijn ogen. Ze laten een treurig spoor na op mijn wangen.

Mijn persoonlijke olifantenfamilie is ver te zoeken momenteel. Daarom eet ik natuurlijk zo slecht: Ik voel me alleen en in de steek gelaten. Ontheemd. Ik ben heel veel dierbaren kwijtgeraakt de laatste jaren. Sommigen zie ik nog wel, maar het voelt allang niet meer goed. Anderen zie ik nog nauwelijks en als ik toch contact met hen heb krijg ik geheid de wind van voren. Hun wind wel te verstaan. Stinkend en wel.

Zo zit ik dit weekend dan maar uit. Ik zou nergens liever zijn dan thuis. In mijn kleine heksenhuisje. En daar ben ik. Met iemand, die me heel dierbaar is: Ikzelf. Niks mis met dit heksje, ook al is niet iedereen het daarmee eens.

Voor velen ben ik steeds het projectiescherm van hun eigen onvermogen geweest. Of het vuilnisvat van hun zieke geest. Of het voorwerp van hun pathologische bedrog. En nu ik dat niet meer wil zijn moet ik van sommigen zelfs kapot. Of op zijn minst tot de orde worden geroepen. Of op de vingers getikt. Of in de hersens genaaid!

Ik ben gelukkig mijn eigen grootste en meest trouwe schat. Geen betweter, die dat nog uit mijn kop praat. Geen idioot, die het nog eens beschaamt. Geen nepolifant, die me ooit nog uitvreet en in de steek laat.

Het komt allemaal goed met me, dat weet ik in elk geval zeker. Over een paar maanden ben ik door het ergste zeer heen. Een paar oude trouwe olifanten zijn er over in mijn roedel. En ik vind vast wel weer een paar nieuwe van die slurfdragende dikhuidige zoogdieren voor wederzijdse adoptie….

Waarom ivoor nog cool is bij impotente Chinese mannetjes…..

Hier nog een broodje aap over een olifantenkind……