Vissig blogje over hoe je iemand aan de haak slaat. Maar vooral hoe je jezelf ervan weerhoudt om altijd te bijten. In alles en iedereen. Hoe voorkom je dat je aan de haak wordt geslagen? Dat vraag ik me al jaren af. Nou. Heel simpel dus. Niet bijten, niet bijten, niet bijten.  Zo’n haak is tenslote echt een draak. Nou ja: Heks heeft liever draken dan haken…..

©Toverheks.com. De wereld zit vol haken en ogen!

 

Terug uit Plum zit ik vol goede voornemens. Ik wil hetgeen ik verworven heb vasthouden. Maar ik weet natuurlijk ook wel, dat dat het allermoeilijkste is van de hele retraite: De veranderingen implementeren. Voor je het weet zit je weer in je oude groef. Heeft je gewoonte energie het weer overgenomen.
Heks heeft echter een plan. En ook een doel. Het plan is simpel. Het doel haalbaar. Ooit.

Eerst besluit ik om de alcohol er maar eens helemaal uit te gooien. Dit talent van mijn voorouders heb ik genoeg ontwikkeld. Het wordt tijd voor iets anders. Bovendien heb ik ontdekt, dat dit familiegebruik sterk verbonden is met de uiting van onze genetische woede, alsmede de onderdrukking daarvan. Als we iets op de lever hebben nemen we een borrel. Het lost niks op, je krijgt er slechts een probleem bij, zoals mijn moeder altijd zei…..

“‘Waarom ben je gestopt met drinken?’ vroeg een goede vriendin aan me, nadat ik gestopt was,  ‘Je was altijd zo’n geweldige gezellige pimpelaar!’ ” vertelt een Braziliaans familielid in Plum me op een dag. Ik kijk naar haar frisse opgeruimde gezicht. Ja, je kon vast geweldig met haar lachen, toen ze nog een vrolijke schuinsmarcherende zuipschuit was!

©Toverheks.com. Pastoraal ideaal

 

Met Heks kon je geweldige avonturen beleven tijdens het stappen. Ik ging steevast in een krankzinnige outfit op stap. Ik herinner me een avond met een vroegere nichtenvriend van me. Thuis dronken we eerst bevroren wodka. ‘We moeten toch iets eten,’ riep Heks na een paar glaasjes.  Gelukkig had ik nog een grote pot boerenadvocaat staan voor Tanneke. Dat was ons avondmaal.
We gingen eerst naar de Roze Beurs, vervolgens dansen in het COC, (lekker rustig voor Heks, geen heteroseksuelen om tegen me te vervelen, ) om tenslotte te eindigen in een Leids café hier om de hoek. Laatstgenoemde was vaak maanden dicht, want dan zat de eigenaar in de bak……

De volgende dag ging ik terug naar het café, op zoek naar mijn bezemsteel. Die had ik voor de grap meegenomen de avond ervoor. Onderdeel van mijn ravissante outfit.

‘Jeetje Heks,’ lachte de uitbater zijn brakke gebit bloot, ‘We vroegen ons al af hoe je thuis gekomen was….’

Dus Heks had echt een geweldige vrolijke dronk! En hoewel ik zelden meer uit ga en al zeker niet meer op die manier, toch dronk ik altijd nog graag een glas goede wijn. Het zal dus even wennen zijn. Vooral ook voor mijn omgeving! Sommige oude vrienden zijn stevige drinkers geworden.  Zo’n geheelonthouder steekt daar dan maar braaf bij af….

Een ander voornemen is om me weer aan te sluiten bij de Leidse Sangha. De eerste weken  ben ik te moe, maar intussen ben Ik er weer eens heen geweest. Heel goed Heksje. Het lukt je misschien niet meer om je te verbinden met de drankorgels en zatladders uit je verleden, maar deze traditie past je als een jas!

Het derde voornemen is minder bijten in de haken. Huh?

©Toverheks.com. Op zoek naar een lekkere haak om eens flink in te bijten!

 

‘Ik ontdekte op een gegeven moment, dat ik net een vis ben op zoek naar een haak om me eens lekker in vast te bijten,’ vertelde een ander familielid tijdens de retraite. We staan giebelend om haar heen. Ze heeft altijd de meest fantastische verhalen en voorbeelden, om iets duidelijk te maken,  deze dharmateacher uit Israël. En ook nu zien we het voor ons. Vooral als ze naar lucht happend rondkijkt of ze soms ergens een haak ontwaart…..

‘Tegenwoordig zwem ik gewoon door,’ ze steekt haar Ierse neusje in de lucht, ‘Ik laat de haak de haak. Ik bijt niet meer….. Veel rustiger!’ We liggen dubbel van de lach. Maar het verhaal blijft me bij. Ik wil ook niet meer in elke haak bijten. Of erger nog, op zoek gaan naar een goeie haak….. Niet bijten is helaas nog niet zo gemakkelijk. Oefening baart kunst, maar hierin ben ik een beginneling.

Vroeger werd ik voornamelijk gekwetst door al die haken, die in me werden geslagen. Ik hoefde niet eens te bijten…..

Intussen bijt ik flink van me af. Maar ik schiet er niet zoveel mee op. Gekwetstheid heeft plaats gemaakt voor die gekmakende woede. Nou, lekker is dat.

Ik heb dus veel aan dit verhaal. Elke dag gebeurt er wel iets, waardoor ik dit flink kan oefenen. Het lijkt alsof mijn medemensen het speciaal op me voorzien hebben.

Als ik bijvoorbeeld als een vis lekker door het water glijd van zwembad de Vliet (alweer een goed voornemen) trapt een forse dikke plompe piepjonge vrouw me keihard in mijn buik. Niet expres, maar gewoon omdat ze nergens op let, terwijl ze zich afzet om onder de benen van een vergeleken met haar werkelijk stokoude aartslelijke kerel , die zo te zien haar lover is, door te zwemmen.

Nu heeft Heks zo’n 5 fikse operaties aan haar haar buik gehad. Dat gebied is een vat vol verklevingen. Zo’n trap doet dus geweldig veel pijn. ‘Au,’ roep ik. En :’Kijk uit!’ ‘Sorry,’ piept het plompe kindvrouwtje.

©Toverheks.com. Toch weer gehapt!

 

De grote forse kerel met zijn gare baard (pratend kutje) gaat helemaal uit zijn plaat. Ik moet niet zo agressief zijn, me dit en me dat. Teringmongool en ga zo maar door…. ‘Stel je niet aan, dit zwembad is van iedewrwreen. Laat je nakijken,  openbare wrwruimte hoorwrwr, schijtwijf, JE MOT EEN BEETJE REKENING HOUWEN MET ANDERE MENSUH!’  Ja, dat zei hij echt. Op zich wel weer komisch natuurlijk.

De man gaat maar door met zijn geraas. Hij wil vast indruk maken op zijn vriendin met vadercomplex. Of opacomplex.

Heks poetst de plaat, maar schreeuwt wel van alles terug…… Zoals ‘Wie is hier nu agressief?’

‘We hebben het zien gebeuren, we gaan die kerel aanpakken,’ zegt de badmeester. Ik ben dus niet gek, ik begon aan mezelf te twijfelen. Nee, die mafkees is gestoord..  ‘Je moet je niet laten intimideren hoor, door die vent, ‘voegt hij er nog aan toe. Ja, ik moet met die idioot op de vuist!!! De badmeester is duidelijk geen Boeddhist.

Later diezelfde dag ga ik naar de Sangha. Ik fiets door een steeg. Een jonge stevige volgevreten troela komt keihard de hoek om gescheurd. Met een veel te ruime bocht. Telefoon klaar voor gebruik  in de hand. Ze rijdt me bijna van de sokken. Ik schrik me dood.

©Toverheks.com. Oh, weer zo’n haak. Meuh…. Ik ga niet bijten, ik doe het niet. Of toch een klein hapje? Nee!!!!!!!!!

 

Ook deze grofgebekte matrone begint me direct keihard uit te kafferen. Ik sta perplex, maar schreeuw dan toch iets terug. ‘Kom maar hier, dan zal ik het je ff inpeperen…’ roep ik manhaftig. Gelukkig geeft ze geen gehoor aan dit verzoek.

De tranen prikken achter mijn ogen, als ik naar de Sangha fiets. Wat een wereld leven we in. Ik ben er zo moe van. Al die haken in mijn lijf. En moeten ze nu altijd mij hebben? Omdat ik lang ben? Er sterk uit zie? Opvallend ben?

‘Mensen moeten jou hebben, omdat jij leeft wat zij niet durven, Heks,’ zegt mijn dirigerende familielid op de terugweg uit Plum,”Het is de kift. Jij hebt een bepaalde vrijheid, ruimte, creativiteit en authenticiteit, dat wil iedereen wel…..’

©Toverheks.com. Ah, nu snap ik het!

Soms ben ik mezelf niet en laat ik alles uit mijn handen vallen. Of ben ik dan juist meer mezelf? Kwaad worden op mezelf helpt in elk geval geen zak in zo’n geval. En als dit is wie ik ben wil het in geen geval blijven….. Ken jezelf. En lach erom!

Vrijdagmorgen gooi ik de kopjes door de kamer. Nou ja. Een glas, een bord en een schoteltje liggen nog voor het ontbijt aan gort op de keukenvloer. Hopla, dat begint weer lekker. Misschien trek ik nog bij, maar met een beetje pech gaat dit de hele dag zo door.

Een goed uur later ben ik er uit. Het gaat de hele dag zo door. Een pak melk vliegt sproeiend door de lucht. Koffieprut vliegt om mijn oren. Mijn pogingen om er dan nog maar een shot caffeïne tegen aan te gooien worden direct verijdeld.

Ik laat werkelijk alles uit mijn handen vallen, dus ik ben al vijfenzestig keer voorover gebogen om het gevallene weer op te rapen. Bij wijze van alternatieve ochtendgymnastiek. Met speciale muzikale begeleiding: Zwaar gesteun en gekreun, want mijn lijf doet pijn. Au, au.

Mijn wekelijkse prikken heb ik ook al gemist, want ik ben dwars door de wekker heen geslapen. En ik liep natuurlijk vannacht om vijf uur de hond uit te laten, dus echt fris en uitgeslapen ben ik ook niet. Kommer en kwel. Let wel!

Later zie ik een programma op een christelijke zender. Het gaat over een man, die er een ongelofelijk potje van heeft gemaakt.  Drank- en drugsmisbruik loopt als een rode draad door zijn leven. Een spoor van vernieling, ellende en narigheid sleept achter hem aan.

Mensen vertellen de meest verschrikkelijke verhalen over hem, geïllustreerd met foto’s van een ontaarde jongeman op een podium. Een microfoon in de hand zingt hij de sterren van de hemel. Of hij denkt dat te doen. Tussen zijn oren zit een lijn coke. Er loopt duidelijk een streepje door!

Opvallend is weer hoe de man zijn gedrag als verslaafde bagatelliseert achteraf. Hij heeft de mond vol over zijn ellendige jeugd, zijn mislukte huwelijk en zijn onvermogen om zichzelf te zijn gedurende het grootste gedeelte van zijn leven. Maar slechts 1 keertje hoor ik hem zeggen dat hij anderen veel pijn heeft gedaan. Helaas.

Het is des mensen. Onze eigen pijn voelen we als de beste, maar de pijn die we bij anderen veroorzaken zijn we zo vergeten. Als we het überhaupt al in de gaten hebben. Vooral onze narcistische en psychopatische medemensen missen dit vermogen ten ene male……

De man op de televisie is echter in de Here geraakt. Eerst hielp het niet echt tegen zijn coke verslaving, maar uiteindelijk heeft de hand Gods zijn verlangen naar dit goedje er met een grote klap uit geslagen, toen hij wanhopig op het strand liep te jammeren. Nu is hij gelukkig. Zijn omgeving is dolblij! Hij schildert en schrijft. Eindelijk kan hij zichzelf zijn.

Jezelf zijn.

Jezelf zijn is fijn. Als je jezelf dan uiteindelijk gevonden hebt. Na jarenlange strijd en extreme zelfmedicatie tegen die putdiepe zielspijn van het niet met jezelf verbonden zijn.

Jezelf zijn. Je kunt de televisie niet aanzetten of er is wel een talentenjachtachtig programma aan de gang, waarbij de winnaar beweert vooral zichzelf te zullen blijven. Heks vindt dit altijd kostelijk vermakelijk. ‘Ja, ik blijf echt gewoon mezelf,’ kwezelt er weer eentje, terwijl ik lig te hikken van de lach in mijn bedje.

‘Ik ga echt mezelf blijven, hoor,’ terwijl je geen idee hebt wie je eigenlijk zelf bent is ook komisch. Ja toch? Dat eeuwige hopeloze afgescheiden zelf. Dat zelfzuchtige zelfje is bepaald geen elfje. Of engel. Een bengel is het. Een strontvervelend kwezelke.

Niet jezelf blijven, maar jezelf leren kennen lijkt mij persoonlijk een beter idee.  Ken uzelf, gnothi seauton, Nosce te ipsum.  Heks is bepaald niet de eerste die op dit idee gekomen is.

Om jezelf te leren kennen moet je eerst stil worden. Zodat je jezelf kunt verstaan. Zodat je kunt ontdekken dat je zelf niet is afgescheiden van de rest. Zodat je je verbonden kunt voelen. Oh wonder!

Vandaag laat ik alles uit mijn handen vallen. Ik buk een keer of honderdachtentachtig om alles weer op te rapen. Ik raap mezelf als het ware op van de grond. Liefdevol. Na eerst een potje schelden. Uit machteloze frustratie.

Ken jezelf, maar vooral: Houd van jezelf. Kietel jezelf. Til jezelf op…… Lach om jezelf!

Ik zeg het tegen mezelf. Vooral tegen mezelf. Mijn eigenste heksige verbonden zelf!

Die muur moet eruit! Met gepast geweld! Vloekend en scheldend desnoods. Het is niet altijd gemakkelijk hoor ik, maar eind goed al goed. Dus: Ga ervoor Heks! Niet zeuren maar: Yippie-Jaja-Yippie-Yippie-Yeah!!

‘Heks, houdt op met schelden. Niet meer doen. Het helpt niet als je als mantra herhaalt hoezeer je baalt. Je schiet er niets mee op, sterker nog: Het zou wel eens tegen je kunnen werken, al dat gemopper. Je roept er misschien wel allerlei ellendigs mee op.’ Streng kijk ik mezelf aan boven mijn tandenborstel. Dat ik het maar weet.

s’ Nachts draai ik van mijn linkerkant op mijn rechterkant. Au, au. Word wakker. Op de rug proberen dan maar. Lukt niet. Ik ga er uit en doe een half uur later opnieuw een poging. Om te slapen bedoel ik. Die broodnodige bezigheid waar Heks niets mee heeft. Het lukt nooit als ik het wil en op andere momenten kan ik mijn ogen nauwelijks open houden.

Na een brak nachtje probeer ik om op tijd te zijn voor mijn prikken. Ik gooi koffie en pijnstillers naar binnen. Schiet wat kleren aan. Nu nog even mijn hondje aanlijnen, maar waar is de riem. Ik kijk op de kapstok. Of hangt hij over de kastdeur? Of op de stoel bij de piano? Ik check alle plekken, maar het stomme ding is onvindbaar.

‘Scheld, schelder, scheldst,’ ik zal maar niet schrijven wat ik echt zei. Grommend loop ik door het huis. Ik gooi mijn jas, muts, handschoenen en sjaal weer uit, want ik plof bijna in al die warme kleren in combinatie met een woedeaanval.

De lijn hangt op de kastdeur, zoals altijd. Waar ik ook al drie keer gekeken heb, zoals altijd. Meuh, dat gaat weer lekker. Die prikken kan ik wel vergeten, ik heb zeker tien minuten lopen zoeken. Ik ben intussen echt te laat.

Ik bel de thuiszorgorganisatie. Krijg ik nog hulp vandaag of hoe zit het? Sinds ik mijn vaste hulp kwijt ben is het elke week een ander verhaal. ‘Om twaalf uur komt er iemand,’ gelukkig maar. Opeens moet ik me geweldig haasten. Snel ga ik de deur uit. Vooruit, ik neem de elektrische vouwfiets. Die gaat geweldig hard, ben ik snel weer thuis.

Halverwege de steeg houdt de fiets ermee op, althans de motor. Zonder ondersteuning fietst het onding veel zwaarder dan een gewone fiets. ‘Potverdorie, scheld, scheld,’ voor ik het weet ben ik alweer aan het kankeren.

‘Die Beixo klotefiets, altijd wat. Ik heb er nog bijna niet op gereden in de vier jaar dat ik dit kutapparaat heb. Vier nieuwe opladers verder blijkt de plug van de accu gewoon kapot te zijn. Waardoor die opladers het steeds begaven. Niet omdat ik het snoer er verkeerd uittrok, zoals de fietsenmaker steeds beweerde. Die lul. En toen de draad die de motor inloopt kapot ging moest er een hele nieuwe motor komen! Een godsvermogen heb ik daarvoor betaald. Belachelijk toch, zo’n constructie! En nu dit weer……..’

Ik besluit meteen even langs de zaak te fietsen, waar ik die teringfiets heb gekocht. Het bedrijf is intussen overgenomen, inclusief de werknemer. Die ziet me alweer aankomen met die duivelse vervloekte fiets. ‘Hij doet het alweer niet,’ zeg ik somber.

De man duwt tegen de accu. ‘Die zit los, daar komt het door,’ hij kijkt me meewarig aan. Alsof ik iets ongelofelijks stoms heb gedaan. ‘Ik zie het, zo heb ik hem twee weken geleden bij jullie opgehaald….’ Het is waar. Ze hebben die accu er gewoon niet goed ingezet. Zodra het ding op zijn plek zit doet alles het weer.

‘Ik zou minder schelden, nou, dat is vandaag niet echt gelukt,’ denk ik bij mezelf. Blij dat die fiets het weer doet, heb ik spijt van mijn verbale luchtvervuiling.

Opnieuw neem ik me voor om minder te schelden. ‘Nou ja, ik zeur niet,’ troost ik mezelf. Ik denk aan dat liedje van Annie M.G.Schmidt over dit onderwerp. In haar optiek kun je alles maken, schreeuwen van daken, een grote bek geven, zolang je maar niet zeurt.

Ik zie een reclame op televisie, waarin een vrouw met veel geweld met een moker op een dikke stenen muur mept. Ze mept en passant een paar vrouwbeelden aan gort. Letterlijk en figuurlijk. En dat van een man, die bovenop een vrouwenhoofd staat….. Echte beelden. Van steen….

‘We never said it would be easy’, meldt de reclame vlak voordat de vrouw door de nieuw ontstane opening uit haar gevangenis ontsnapt. Gevolgd door het schier onverstaanbare  ajajippiejippiejee van  Hornbach. 

Ik zie het tafereel net op het moment, dat ik heel diep zit na te denken over mijn leven. In gedachten verzonken als het ware. Een soort heldere flits over mijn situatie.

Het is alsof de reclame mijn omstandigheden illustreert. Maar ook: Heks raakt geïnspireerd! Ja, die muur moet eruit!

Bouwmarkt Hornbach – die van de mannenclichés – mengt zich in het feminisme debat

Dokter Prik prakt prik precies op de pijnlijke plek. Heks heeft eventjes weinig tekst. Behalve au! En wat gekrijs en gegil: Een bufferbil is wat ik wil!

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM Dokter Prik

‘U moet wel even uw broek en schoenen uittrekken. Dan zal ik eens kijken wat er aan de hand is.’ Dokter Medemens gebaart naar de onderzoekstafel. Hij gaat een echo maken van mijn knie. Maar eerst wordt ik flink gepalpeerd. Als een merrie op de paardenmarkt. Het hoort er nu eenmaal bij. Ik mag nog van geluk spreken dat ik niet in de bek word gekeken.

Althans: Nu niet. En ook niet hier. Daar heb ik dan weer een parodontologische mondhygiëniste voor.

‘Doet dit pijn?’ Valt mee. ‘En dit?’ Heks krijst eventjes. Ja, dat doet pijn. Zo werkt de man zorgvuldig mijn hele knie af. Hij buigt en strekt het gewricht. Kijkt hoever hij mijn been kan draaien. ‘Het is gek, Heks, dat gewricht is goed. Maar hier opzij zit een hele grote bult.’

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

Ja, ik weet het, die zit er nu alweer een jaar. Lopen en fietsen gaan best goed, maar zwemmen met die knie is een ramp. En ook op andere momenten kan ik flink last hebben.

Met een geavanceerd apparaatje neemt hij de temperatuur van de zwelling op. Die is verhoogd vergeleken met de omgeving van de bult. ‘Er zit dus wel degelijk een ontsteking. Ik maak een echo om de boel wat beter in beeld te krijgen.’

Even later zie ik de binnenkant van mijn knie voorbijkomen. De bobbel komt in beeld. Wordt vergeleken met mijn bobbelloze gezonde kniegewricht. ‘Ja, hier zit vocht. Zie je wel…..’ De dokter wijst de verschillende weefsellagen aan. Bot, spier, pees ……  In mijn linkerknie zit vocht. Niet in het hoofdgewricht, maar in een slijmbeurs om de peesaanhechtingen.

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

Daar heb ik wel vaker last van tegenwoordig. In mijn schouders zit het ook weer te kwarren. ‘Het is gek, maar na de vorige injectie leek het wel alsof mijn hele lichaam positief reageerde. Alsof alle gewrichten een beetje minder pijnlijk werden. Hoort u dat wel vaker?’

Op dat moment begint de arts met zijn prikkenreeks. Eerst gaat er een flinke pijnstiller in de knie. Daarna wordt elk pijnplekje geïnjecteerd met cortisonen. ‘Doet het hier pijn?’ ‘Au!!!!’ ‘En hier?’ ‘AAAAaiiaai!’

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM Bufferbil

‘Ik heb een patiënt, die ik eens in de drie maande in zijn bil prik met cortisonen. Zo heeft hij een voorraadje in zijn lijf om allerlei ellende te lijf te gaan. En dat helpt goed!’ beantwoordt hij vervolgens mijn eerdere vraag.

Enigszins daas zit ik even later weer aan zijn bureau. Mijn zenuwstelsel reageert verhit op deze invasie. ‘Ik weet niet wat het zal gaan doen, mevrouw Heks, het is moeilijk om een goeie diagnose te stellen op die plek, maar het is absoluut ontstoken…’

We spreken af dat ik over drie weken terug kom voor zo’n voorraadje van dit spul in mijn bil. Dat lijkt me wel wat. Precies voor mijn verjaardag ontstekingsvrij. Mooi zo. Kan ik een lekker feestje geven…..

TOVERHEKS.COM

TOVERHEKS.COM

 

In bed schijtende kat, in woonkamer kotsende en poepende hond, doktersassistenten die op hun strepen staan: Ik laat me niet kisten. Hupsakee, vooruit met de geit, stel je niet aan, kom op kom op kom zeg, hoppa, toe maar, schop onder je kont: Heks moedigt zichzelf aan om vooral door te gaan. Niet stil blijven staan daar heb je niets aan!

BAH, BAH HUMBUG,

Vrijdagmorgen kruip ik moeizaam mijn bed uit. Na twee dagen plat liggen voel ik me nog niet veel beter. Ik hijs mezelf in de kleren, zoek me een ongeluk naar de ampullen injectievloeistof, gord Ysbrandt aan mijn riem en haast me richting huisarts voor een paar prikken. Ik arriveer te laat. De nieuwe hulp-assistente wuift wuft van nee. Potverdorie!

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

Voor niks me zo gehaast. Voor niks m’n tegenstribbelende lijf jachtig in de kleren gewurmd. Voor niks Ysbrandt zo lopen opjagen om toch eens een beetje door te lopen. Dat je je twee keer in de week moet melden voor prikken is al geen pretje. Maar dit is toch zo irritant.

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

‘Alsof ze echt niet eventjes een prikje in mijn bil kunnen gooien in die vijf minuten! Regelmatig moet IK op hen wachten en dan lukt het opeens wel!’ pruttel ik verontwaardigd in mezelf.

Maar ja, het is waar. Ik ben echt te laat. En de dames hebben nu eenmaal deze grens getrokken en op die streep gaan ze pontificaal staan. Ze willen gewoon lekker even pauzeren, zoals elk werkend mens. Geef ze maar eens ongelijk!

BAH, BAH HUMBUG,

Als ik naar buiten loop komt een assistente terug van eventjes een sigaretje roken. ‘Daar hebben ze blijkbaar wel tijd voor,’ mopper ik inwendig verder. Jeetje, wat heb ik een slecht humeur gekregen.

BAH, BAH HUMBUG,

En oh, wat voel ik me belabberd. Ik sukkel maar weer naar huis, laat Varkentje onderweg even los in een park. Om half 1 komt mijn hulp. Tegen die tijd lig ik machteloos voor de televisie. ‘Ik kom zo helpen!’ roep ik, maar het duurt nog zeker een uur voordat ik ben bijgetrokken van mijn nutteloze ritje naar de dokter.

BAH, BAH HUMBUG,

Omdat het zo’n bende is, lukt het mijn hulp niet om eventjes de vloer te dweilen. Te weinig tijd. En dat nadat Ysbrandt afgelopen week de hele kamer heeft ondergekotst en gescheten. Uit alle openingen van zijn lichaam hadden zich de meest ranzige substanties naar buiten geperst. Als bonus had hij nog een ronde door de kamer gepiest. Wat dat betreft kun je beter een teefje hebben, want die plassen op 1 plek…..

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

Zodoende moest ik met mijn brakke lijf al een keer enorm aan de slag met schoonmaakspullen. Een extra dweilbeurt stond eigenlijk wel op het programma. Daarom doe ik het dan toch nog maar eventjes zelf. Niet verstandig, maar mijn vloer ziet er zo erbarmelijk uit, helemaal uitgebeten van de biologische turboallesreiniger. Ik kan het niet aanzien.

Daarna is het wel een beetje op bij Heksje. Ik heb vandaag ook al vijf wassen gedraaid, want dat kan eindelijk weer. Nu wil ik eventjes helemaal niks.

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

Helaas denken de katten daar anders over. Als ik mijn slaapkamer inkom betrap ik de Benjamin van mijn kattenvolkje, terwijl hij een dikke drol draait in mijn bed. Ik ben net te laat om het te voorkomen….. Aan de consistentie te zien, heeft het hem ook overvallen. Toch jaag ik hem nijdig de kamer uit. Bah bah, nog meer was…… En ik wil niks meer doen, niet meer bewegen, de spieren zijn slap en leeg, mijn hoofd zit vol wattenbollen en mijn borstkas vult zich met tranen.

BAH, BAH HUMBUG,

Vertwijfeld bel ik Cowboy. ‘Ik denk niet dat ik het ga redden om dit weekend naar je toe te komen.  De boel staat op zijn kop en ik heb het helemaal gehad. Klaag, klaag. Help, Au Au en Bleghgh!!!!!!’ Mijn lief luistert geduldig naar mijn litanie. ‘Ik kom je wel helpen, zal ik morgenochtend naar je toe komen? Zeg jij het maar!’

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

‘Kom maar vanavond, dan kook ik Soto soep. Daar knap ik meestal van op. En het gaat er altijd in, zelfs als ik te moe ben om te eten, zoals nu.’ Ik heb alweer een paar dagen overgeslagen, maar dat vertel ik hem maar niet.

Zo race ik dan een rondje door de stad om de ingrediënten bij elkaar te sprokkelen. Uren later zit ik met mijn schatje aan de soep. Het is heerlijk. We trekken helmaal bij en Heks wordt weer een beetje blij. Gelukkig maar.

BAH, BAH HUMBUG,

BAH, BAH HUMBUG,