In bed schijtende kat, in woonkamer kotsende en poepende hond, doktersassistenten die op hun strepen staan: Ik laat me niet kisten. Hupsakee, vooruit met de geit, stel je niet aan, kom op kom op kom zeg, hoppa, toe maar, schop onder je kont: Heks moedigt zichzelf aan om vooral door te gaan. Niet stil blijven staan daar heb je niets aan!

BAH, BAH HUMBUG,

Vrijdagmorgen kruip ik moeizaam mijn bed uit. Na twee dagen plat liggen voel ik me nog niet veel beter. Ik hijs mezelf in de kleren, zoek me een ongeluk naar de ampullen injectievloeistof, gord Ysbrandt aan mijn riem en haast me richting huisarts voor een paar prikken. Ik arriveer te laat. De nieuwe hulp-assistente wuift wuft van nee. Potverdorie!

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

Voor niks me zo gehaast. Voor niks m’n tegenstribbelende lijf jachtig in de kleren gewurmd. Voor niks Ysbrandt zo lopen opjagen om toch eens een beetje door te lopen. Dat je je twee keer in de week moet melden voor prikken is al geen pretje. Maar dit is toch zo irritant.

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

‘Alsof ze echt niet eventjes een prikje in mijn bil kunnen gooien in die vijf minuten! Regelmatig moet IK op hen wachten en dan lukt het opeens wel!’ pruttel ik verontwaardigd in mezelf.

Maar ja, het is waar. Ik ben echt te laat. En de dames hebben nu eenmaal deze grens getrokken en op die streep gaan ze pontificaal staan. Ze willen gewoon lekker even pauzeren, zoals elk werkend mens. Geef ze maar eens ongelijk!

BAH, BAH HUMBUG,

Als ik naar buiten loop komt een assistente terug van eventjes een sigaretje roken. ‘Daar hebben ze blijkbaar wel tijd voor,’ mopper ik inwendig verder. Jeetje, wat heb ik een slecht humeur gekregen.

BAH, BAH HUMBUG,

En oh, wat voel ik me belabberd. Ik sukkel maar weer naar huis, laat Varkentje onderweg even los in een park. Om half 1 komt mijn hulp. Tegen die tijd lig ik machteloos voor de televisie. ‘Ik kom zo helpen!’ roep ik, maar het duurt nog zeker een uur voordat ik ben bijgetrokken van mijn nutteloze ritje naar de dokter.

BAH, BAH HUMBUG,

Omdat het zo’n bende is, lukt het mijn hulp niet om eventjes de vloer te dweilen. Te weinig tijd. En dat nadat Ysbrandt afgelopen week de hele kamer heeft ondergekotst en gescheten. Uit alle openingen van zijn lichaam hadden zich de meest ranzige substanties naar buiten geperst. Als bonus had hij nog een ronde door de kamer gepiest. Wat dat betreft kun je beter een teefje hebben, want die plassen op 1 plek…..

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

Zodoende moest ik met mijn brakke lijf al een keer enorm aan de slag met schoonmaakspullen. Een extra dweilbeurt stond eigenlijk wel op het programma. Daarom doe ik het dan toch nog maar eventjes zelf. Niet verstandig, maar mijn vloer ziet er zo erbarmelijk uit, helemaal uitgebeten van de biologische turboallesreiniger. Ik kan het niet aanzien.

Daarna is het wel een beetje op bij Heksje. Ik heb vandaag ook al vijf wassen gedraaid, want dat kan eindelijk weer. Nu wil ik eventjes helemaal niks.

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

Helaas denken de katten daar anders over. Als ik mijn slaapkamer inkom betrap ik de Benjamin van mijn kattenvolkje, terwijl hij een dikke drol draait in mijn bed. Ik ben net te laat om het te voorkomen….. Aan de consistentie te zien, heeft het hem ook overvallen. Toch jaag ik hem nijdig de kamer uit. Bah bah, nog meer was…… En ik wil niks meer doen, niet meer bewegen, de spieren zijn slap en leeg, mijn hoofd zit vol wattenbollen en mijn borstkas vult zich met tranen.

BAH, BAH HUMBUG,

Vertwijfeld bel ik Cowboy. ‘Ik denk niet dat ik het ga redden om dit weekend naar je toe te komen.  De boel staat op zijn kop en ik heb het helemaal gehad. Klaag, klaag. Help, Au Au en Bleghgh!!!!!!’ Mijn lief luistert geduldig naar mijn litanie. ‘Ik kom je wel helpen, zal ik morgenochtend naar je toe komen? Zeg jij het maar!’

BAH, BAH HUMBUG, BAH, BAH HUMBUG,

‘Kom maar vanavond, dan kook ik Soto soep. Daar knap ik meestal van op. En het gaat er altijd in, zelfs als ik te moe ben om te eten, zoals nu.’ Ik heb alweer een paar dagen overgeslagen, maar dat vertel ik hem maar niet.

Zo race ik dan een rondje door de stad om de ingrediënten bij elkaar te sprokkelen. Uren later zit ik met mijn schatje aan de soep. Het is heerlijk. We trekken helmaal bij en Heks wordt weer een beetje blij. Gelukkig maar.

BAH, BAH HUMBUG,

BAH, BAH HUMBUG,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s