‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

De integriteit van mijn heksenlichaam en de nieuwe donorrukwet van lik mijn vestje van Pia Dijkstra. Heks vindt het gewoon niet OK om het op deze manier te regelen. Het tast iets fundamenteels aan. Een basaal mensenrecht. Je lichaam is van jou, niet van de regering…… En kom me niet aan met dat je ook kunt weigeren. De meeste mensen leven als een kip zonder kop. Die weten van voren niet wat ze van achteren doen of toezeggen. Die zijn dan mooi de klos als ze onverhoeds het loodje leggen…….

 

‘Ik had het gisteren met Hawk over je lichaam afstaan voor de wetenschap. Ik geloof niet dat ik dat zo snel zou doen. Ze halen je dan ook in no time weg heb ik gehoord. Je bent nog niet dood of je ligt al in hun vriezer,’ Heks zit gezellig met Steenvrouw te eten. Ik heb me weer geweldig uitgesloofd. Er staan allemaal verrukkelijke dingen op tafel. Nu nog een beetje opwekkend converseren…..

‘Ik heb een geheel andere ervaring daarmee. Een familielid van mij heeft dat gedaan. Die heeft nog een hele dag bij mijn zuster in de woonkamer gelegen. Op een koelelement neem ik aan. Maar Heks, jij zou het juist moeten doen. Met je ME. Wie weet waar ze achterkomen als ze die heksenschedel van jou lichten…..’

Heks voelt er weinig voor. ‘Misschien komt het omdat de integriteit van mijn lichaam al zo vaak is aangetast. Het idee om daar in een vriezer te liggen en me in stukjes te laten snijden door een paar snotneuzen van studenten staat me tegen. Je moet niet vergeten dat ik tussen de medicijnstudenten heb gewoond. En ook in mijn familie komen artsen voor. Ik weet hoe ze zijn……’ ik trek een lang gezicht.

‘Op zich heb ik er niets op tegen. hoor, het is echt heel goed en belangrijk dat mensen dat doen, andere mensen,’ zeg ik als ik het verbaasde gezicht van mijn vriendin zie. Ze had me toch echt heel anders ingeschat ‘maar met mij is genoeg gesold door de jaren heen. Op alle mogelijke manieren. Stop mij maar lekker onder de grond. Voer voor de wormen. Lijkt me best gezellig al die knagertjes bij me in de kist. Helpen ze me ook eindelijk van die Candida af…..’

Steenvrouw kan er niet bij, ‘Maar Heks, jij zou toch juist, ja, ik wil je niet overhalen, of onder druk zetten…. Ik bedoel….. Ze doen echt heel lang met een lijk…..’

‘Het heeft met de integriteit van mijn lichaam te maken. Misschien als ze alleen wat extremiteiten zouden willen hebben of de inhoud van mijn hersenpan…. dat ik het wel goed zou vinden. Als ik onherkenbaar en onherleidbaar zou zijn. Misschien….’ Heks zoekt naar de juiste woorden. ‘Die vreselijke nieuwe donorwet bijvoorbeeld, die ze erdoorheen willen duwen, daar ben ik ook faliekant tegen.’

Steenvrouw kijkt me perplex aan. ‘Maar Heks, dat is toch juist een hele goeie wet. Laat iedereen maar organen doneren, dan kunnen al die mensen die nu eindeloos op wachtlijsten staan geholpen worden. Als je mensen niet een duwtje in de goede richting geeft worden ze echt geen donor. De meeste mensen hebben er nog nooit over nagedacht. En die dwing je zo om erover na te denken. En je kunt toch ook weigeren….’

‘Ik vind het vreselijk, dat die wet er komt. Want reken maar dat het gaat gebeuren, we leven in een hele enge wereld, waar je lichaam zelfs in eerste instantie niet meer van jou is. Walgelijk. Wie verzint zoiets? Ik vind dat dit de grens van het toelaatbare overschrijdt.’

‘En begrijp me goed, ik liep al op mijn veertiende met een donorcodicil op zak. In de tijd dat nog bijna niemand erover gehoord had heb ik al ergens een speciale SOS-hanger op de kop getikt, die ik altijd bij me droeg. Zodat ze me overal ter wereld zo van mijn organen konden ontdoen mocht ik onverhoeds het loodje leggen.’

‘Sinds mijn ME ben ik er nooit meer achteraan gegaan. Geen idee of ik nog geregistreerd sta. Ik denk niet dat er iemand zit te wachten op mijn halvezolige organen. En omdat mijn ziekte zo omstreden is ben ik bang, dat ze iemand er toch mee zullen opzadelen, mocht ik de pijp uitgaan. Als zijnde donor.’

Afgelopen week zie ik een hoogleraar ethiek op televisie. Ook hij heeft geen goed woord over voor de nieuwe wet. Hij benoemt de bezwaren vrij nauwkeurig en veel beter dan ik. Het is een hele griezelige ontwikkeling in onze maatschappij. Nou ja, maatschappij…… Onze bananenrepubliek.

Bij mijn vriendin Steenvrouw begint het kwartje ook te vallen. Opeens ziet ze waar ik op doel met mijn protest. ‘Je hebt gelijk, Heks, dit gaat te ver. Maar hoe krijg je dan genoeg donoren bij elkaar? Want het is toch wel erg fijn als je geholpen kunt worden, wanneer een orgaan faalt.’

‘Er zal veel energie in moeten worden gestoken. Misschien moeten we gewoon alle kinderen direct laten kiezen als ze voor het eerst gaan stemmen,’ opper ik. ‘Te jong,’ roept mijn vriendin met een paar kids in die leeftijd. ‘Misschien elke vier jaar als we kiezen een apart formulier erbij waar je dit in kunt aanvinken,’ brainstormen we verder. ‘Maar heel veel mensen gaan nooit kiezen.’

Al moet je van deur naar deur leuren, waarom ook niet? Voor een stom energieabonnement wordt het ook gedaan. Alles beter dan deze wet.

‘Ach,’ zegt Blonde Buurman later die week, als de hopeloze wet inderdaad is aangenomen, ‘Je kunt ook afzeggen.’ ‘Net als met dat medische dossier zeker. Ik heb als 1 van de weinigen geweigerd daaraan mee te werken. Toch duiken er regelmatig medische gegevens van me op hier en daar. Rara hoe kan dat?’

‘Dat had ik ook laatst. Stonden er allemaal hele oude telefoonnummers en adresgegevens in zo’n dossier. Konden ze gewoon niet weten. Heel vreemd.’ Mijn oude vriend schudt zijn wijze hoofd. ‘Had jij dan ook dat formulier ingestuurd om te weigeren eraan mee te werken?’ vraag ik hem verbaasd. Ik ken echt bijna niemand, die dat indertijd heeft gedaan. ‘Ik weet het eigelijk niet meer….’ geeft hij ruiterlijk toe.

Kijk, als een intelligente en bijdehante kerel als Blonde Buurman al niet meer weet of hij bij een vergelijkbare werkwijze van de overheid adequaat heeft gereageerd, dan kun je ervan op aan dat het de meeste mensen totaal zal ontgaan om hiertegen in te gaan.

En de mensheid kennende met al onze schandalen en inhalige ellendige methodes om overal beter van te worden en altijd een graantje mee te lijkenpikken, zie ik de bui al hangen. Krijgen we een orgaanoverschot. Een orgaanberg. Illegale orgaanhandel.

Nou ja, alle gekheid op een stokje: Ik besluit in elk geval om me af te melden als donor. Uit protest.Dit is geen oproep om dat ook te doen. Dat moet iedereen maar voor zichzelf weten. Aan mijn verziekte organen is sowieso niet zoveel verloren. Je zult maar het liefdevolle hart van Heks krijgen om vervolgens chronisch vermoeid in bed te belanden. Van de regen in de drup……!

In de praktijk is dat afmelden nog niet zo eenvoudig blijkt. Ik blijk inderdaad gewoon nog als zijnde donor geregistreerd te staan. Een verwarrende website en een paar telefoontjes verder is het me nog niet gelukt. Ik heb iets verkeerds aangeklikt en nu moet ik drie dagen wachten voordat ik een nieuwe poging kan doen. Als ik in de tussentijd overlijdt mag mijn familie beslissen wat te doen met mijn weefsels. Oh jee.

Ik weet dat er mensen zijn, voor wie die wet geweldig is. Mensen, die na eindeloos op de wachtlijst staan voortijdig het loodje leggen krijgen zo een kans. Ook Heks heeft wel eens gehoopt dat een dierbare, die er nu niet meer is, een nieuw hartje zou kunnen krijgen. En als er zoiets als immuunsysteemtransplantatie zou bestaan gaf ik me direct op.

Toch vind ik de nieuwe wet ruk. Omdat het de integriteit van het menselijk lichaam aantast. Je zelfbeschikkingsrecht. Een mensenrecht. Een basisrecht. En daar mag je nooit aan tornen. Bah.

RECHT OP MENSELIJKE INTEGRITEIT

Na aannemen donorwet ruim 30.000 nieuwe nee-registraties

 

Eenzaamheid van kosmische proporties schept ruimte voor nieuwe dingen. Een schizofreen is nooit alleen, maar leuk is anders. Heks wil liever twee hondjes zijn. Om samen te spelen. Gelukkig heeft ze er eentje. In haar eentje. En dat is dan weer pittig!

Een van de moeilijkste opdrachten in mijn leven is om met eenzaamheid om te gaan. Hele dagen alleen stuk slaan zonder zwaar depressief te worden is niet voor iedereen weggelegd. Met enige regelmaat lukt het me dan ook voor geen meter. Spring ik tegen de muren op met mijn sneue oververmoeide lijf. Wil ik een mens spreken. Een medemens. Snak ik naar contact.

Toch zit ik het vaak maar uit. De tijd dat ik uit pure ellende dan maar eindeloos naar allerlei gezanik van anderen zat te luisteren in de hoop dat er eens iemand naar mij zou luisteren is echt voorbij. Geen gemekker meer tegen mij. Ik zoek het niet meer op.

Maar ook: Zodra iemand begint te zeveren haak ik af. Soms tot verbijstering van de omstanders. Die zijn dat niet van me gewend. Heks wordt nog steeds anders ingeschat.

Zo zit er iemand bij me op het koor, die nog met enige regelmaat een poging doet tot een ouderwets aambei-gesprek. De kwalen en klachten vliegen dan plotseling om mijn oren. In een moordtempo raak ik bedolven onder ellendige kutverhalen. Het hele spectrum HPDP (Hier Pijn Daar Pijn) wordt doorgenomen.

In het verleden stond ik dan begrijpend te knikken. Met een meedogend hoofd. Nu wordt mijn blik wazig en kijk ik snel naar iets of iemand anders. Reageren doe ik in geen geval. Dat komt me namelijk te staan op een waterval aan nieuwe kwalen en de daarbijbehorende verhalen.

Zaterdagavond vliegt de stilte me aan. Ik heb er weer een hele moeizame dag opzitten en wil gewoon met iemand praten. Een medemens voelen. Het idee om weer een hele avond in m’n dooie uppie door te brengen doet me kokhalzen. De koelkast staat vol heerlijk eten, maar ik heb er geen trek in. Zonder gezelschap smaakt het nergens naar. Potjandrie.

De aartsengelen zijn op bezoek. Met enige regelmaat logeren ze hier. Dat is toch gezellig? Dan zit je toch niet alleen te koekeloeren?

Het helpt niks. Ik wil gewoon gezelschap van vlees en bloed. Een beetje in m’n eentje zitten ademhalen ben ik op een gegeven moment gewoon zat. Ik ben per slot van rekening geen kluizenaar. Ik woon niet in een grot onder de grond met een nooit geknipte vlecht van tien meter aan mijn verstilde kop. Ik wil midden in het leven staan, maar daar heeft ME een stokje voor gestoken.

Al lang geleden. Maar dat stokje staat nog steeds.

Wat me altijd blijft verbazen is hoe goed iedereen weet wat ik moet doen om beter te worden. In geval mijn ziekte dan toch eens ter sprake komt. Een zeldzaamheid. Ongevraagd krijg ik allerlei zinloos advies. En als ik het niet opvolg krijg ik ook nog te horen hoe stom dat van me is.

Een ander ding, waar ik nooit aan zal wennen is dat mensen gewoon niet doorhebben hoe eenzaam ik vaak ben. Hoe ik regelmatig dagenlang geen sterveling zie. Soms spreek ik maar een paar mensen per week. De doktersassistenten, de thuishulp en een paar hondeneigenaren in een park. Het maakt me gek.

Heks is van nature een mensenmens. Temidden van dierbaren voel ik me heerlijk. Van contact met anderen knap ik op. Zolang er niet wordt gezeurd althans……

Morgen heb ik een afspraak met de praktijkbegeleider van het Antroposofisch Therapeuticum. Ik heb me voorgenomen, dat er dingen moeten veranderen. Deze vergeten groente onderneemt stappen om te ontsnappen uit haar treurige schappen. Ik ben nog te jong om volledig achter de geraniums te verdwijnen.

Ik ga me weer wat meer onder de mensen begeven. Niet om weer eindeloos naar de ellende van Jan en Alleman te luisteren. Er is genoeg narigheid in de wereld, maar het hoeft niet altijd op mijn bord te worden gedeponeerd.

Ieder zijn meug, ik heb genoeg te verstouwen.

De schaal is helemaal leeggekieperd de afgelopen jaren. Er zijn zoveel blinde vlekken ziend geworden, er zijn zoveel mensen uit mijn leven verdwenen. Er zijn zoveel structuren in mezelf onomkeerbaar veranderd.

Ik ben ook eigenlijk wel benieuwd naar wat komen gaat. Er is ruimte aan het ontstaan voor nieuwe dingen. Een klankkast om vol te zingen. De deur van mijn hart staat nog altijd open. Ondanks alle woede en nijd van de laatste tijd. Ik raak het uiteindelijk wel kwijt.

Met enige regelmaat betrap ik mezelf op vergevingsgezinde gevoelens. Niet omdat ik per se wil vergeven, maar gewoon omdat de angel eruit is. Prematuur vergeven is me nogal eens op enorme woede komen te staan. Was ik daarmee toch weer over mijn eigen grens gegaan.

Vergeven doe je uiteindelijk voor jezelf. Waarom zou je alles in godsnaam achter je aan slepen? Waarom zou je mensen in je gedachten houden uitsluitend om hen te straffen? Het is zelfkwelling.

Mijn kennis over narcisten en hun trouwe trawanten ontslaat me van de verplichting wat dan ook met die hopeloze medemensen te doen. Met hen hoef ik echt niets. Behalve hen herkennen. En dan: Met een grote boog eromheen.

Ja, er is plaats in mijn leven voor nieuwe leuke dingen. Ik ga iets verzinnen. Let maar eens op!

Bruid in een deuk: Oh, oh, wat leuk. Behalve als jij die bruid bent. Pleidooi voor kipfilet in je lingerie. En een onderzoek naar anticiperend creperen. Van vermoeidheid!

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Steek je tong eens uit,’ commandeert mijn acupuncturist, ‘Nou, dat valt me reuze mee. Ik heb het wel erger gezien bij jou.’ Mooi zo. Ik voel me slechter dan het met me gaat. Vooruit dan maar. Ik lig elke dag uren bewegingsloos op bed en heb de grootste moeite om aan mijn hondenuitlaat quotum te komen. Maar het kan erger.  Ook al erger ik me suf aan mijn gebrek aan energie: Ik kan er veel erger aan toe zijn. Een schrale troost.

Momenteel krijg ik nog geen deuk in een pakje boter geslagen. Lijkt me overigens leuk. Zo’n deuk slaan. En dan daarna in een deuk liggen. Deuk is sowieso een leuk woord. Behalve als er zo’n deuk in je BH zit. Op je trouwdag. Twee deuken naast elkaar. Erwten op een plankje verstopt in een loze bustier. Daar was laatst een bruidje loos……

Vandaag gaat mijn vriendinnetje Joy haar trouwjurk uitzoeken. Vandaar deze vreemde associaties. Gisterenavond kwam ze even langswaaien met allemaal opgewonden bruidsverhalen. Ze liet me foto’s zien van haar favoriete jurken. En van de noodzaak om goede lingerie onder je droomjurk te dragen.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Kijk maar, er zitten gewoon twee flinke deuken in haar borsten,’ ze wijst op haar telefoontje naar de betreffende trouwlustige in een bruidsblad, ‘Alsof er een iemand met een reuzenvinger in heeft zitten prikken. Op haar trouwdag! Het is overigens werkelijk een prachtige jurk. En een schitterende bruid. Zonde toch?’

Heks moet lachen. Hoe is het mogelijk? ‘Heeft dan niemand haar gewezen op het nut van een paar goeie kipfilets in je decolleté? Elke vrouw moet toch een setje in haar lingerielade hebben liggen….’ We ginnegappen nog een tijdje over wat je allemaal in je BH kunt stoppen om dit soort rampen te voorkomen. Ja, het leven van een platte vrouw gaat niet over rozen…..

‘Wie gaan er allemaal mee naar de bruidsboetiek?’ Heks is best nieuwsgierig. Hoewel zelf niet erg trouwlustig. Een eindeloze opsomming volgt. Alle betrokken oma’s, een paar moeders, een pittige schoonzuster en een lekkere authentieke relnicht…….. ‘Mijn beste vriend!’

Wat een uitgelezen gezelschap. ‘Hoe meer mensen je meeneemt, hoe moeilijker de keuze volgens de vrouw van de bruidswinkel,’ Joy lacht stralend. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd wat haar betreft, ‘Oh Heks, het is toch zo spannend. Ik doe geen oog dicht vannacht, dat weet ik nu al.’

Heks doet al nachten geen oog dicht. Mijn lijf wil maar niet slapen. Behalve op momenten dat het niet uitkomt. Aan het begin van de avond of ’s morgens na negen uur. ‘Ik ben toch zo moe, schat, en dat went nooit.’

‘Nou, Heks, bij het idee dat ik morgen vrij ben voel ik me heerlijk fit. Normaal lig ik op dit tijdstip al uitgeteld op 1 oor. Dan kan ik om negen uur ’s avonds al geen pap meer zeggen….. Maar nu ben ik super energiek! Grappig toch?’

‘Ha, dat fenomeen ken ik, daar heb ik toevallig net over na zitten denken. Ik zou laatst met iemand op stap gaan, maar bij het vooruitzicht liep ik leeg als een ballonnetje. Ik kreeg echt mijn ene been niet meer voor het andere en werd daarbij ook nog eens strontchagrijnig.’

‘Die persoon heeft heel veel problemen en die krijg ik dan een paar uur onverdund over me heen gestort. Diegene kan er zelf niets aan doen. Het wordt hem aangedaan. Het leven is gewoon met enige regelmaat heel unfair…..’

‘Onlangs heb ik twee dagen finaal onderuit gelegen na een overigens heel gezellig gezamenlijk uitje. Ik kwam toen echt ziek van moeheid thuis! Deze keer echter lag ik van te voren al helemaal om. Echt ziek, zwak en misselijk. Met het bijbehorende slechte humeur. Ik werd als het ware anticiperend moe. Zodra ik de afspraak cancelde voelde ik me weer kiplekker. Bizar toch?’

‘Nou, inderdaad. Haha, wat zeg je dat mooi, anticiperend moe,’ mijn vriendin kauwt als het ware op de woorden. Zorgvuldig proeft ze ze nog eens,’ Anticiperend moe. Hihihi. Echt heel grappig.’

Ja het klinkt geinig, maar het verschijnsel op zich is niet bepaald leuk. Heks is vaak anticiperend moe. Bij voorbaat put iets me al helemaal uit. Het idee vind ik al teveel. Goddank krijg ik van sommige dingen juist weer energie. Zoals van zingen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Elke week zit ik scheldend in de auto op weg naar mijn koor. ‘Rijd eens door, idioot,’ sis ik tegen een buitenlandse toerist, die de weg kwijt is,  ‘Hoepel op voor mijn neus vandaan. Kun je eigenlijk wel autorijden, halve zool. Kijk nou toch wat een stumper achter het stuur.’ En ga zo maar door.

Na een uurtje zingen trek ik helemaal bij. Op de terugweg zit ik te jubelen in mijn kanariepiet. Indiase zang resulteert in iets dergelijks, maar dan in het kwadraat. Zingen is een wondermiddel voor mijn humeur. Het schijnt ook je cortisolniveau te verlagen, een probaat middel tegen stress en uitputting en ook nog eens goed voor je weerstand!

Heks voelt zich wel schuldig dat ze bepaalde dingen niet meer opbrengt. Zoals eindeloos naar de ellende van anderen luisteren en die ander steunen in diens problematiek. Er voor de ander zijn. De ander opbeuren……

Kortom: Grensoverschrijdend gedrag omdat je die ander graag mag.

Goed voor een ander zorgen betekent soms slecht voor jezelf zorgen. En daarin is iets aan het veranderen bij Heks. Het voelt nog wel heel gek. Koos ik vroeger zonder morren moeiteloos voor de ander: Nu zorg ik eerst maar eens goed voor mezelf. Althans, dat is de bedoeling. Daar zet ik op in. Dat ben ik aan het proberen en aan het leren. Ook al is de weg bezaaid met zielige leeuwen en trieste beren……

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

 

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

‘Partir c’est mourir un peu’.

Afscheid nemen doet pijn. Het is een beetje sterven.

De afgelopen week gaat het bergafwaarts met mijn hondje. Mijn kat Snuitje is ook nog eens zoek. Het wordt me teveel. Ik krijg het niet voor elkaar om ’s nachts overal te gaan roepen. Ook lukt het me niet om een tweede ronde te flyeren en posters op te hangen. Goddank krijg ik hulp!

Joy en haar lief komen me helpen. Heks drukt een hele berg flyers met een subliem goeie foto van mijn schatje erop. Vorige week op dinsdagavond komen mijn vrienden alles ophalen. Ze gaan al dit materiaal de komende week door omringende wijken verspreiden.

‘Willen jullie een glaasje wijn?’ vraag ik hoopvol nadat we de koffie ophebben. Natuurlijk. Gezellig. Ik geniet van het uurtje met dit onvolprezen stel kattenvrienden. Ysbrandt krijgt een lekkertje. Het lijkt allemaal gewoon en normaal vanavond……

Een dag later besluit ik naar het strand te gaan met mijn schatje. Dit nadat ik een dag eerder met de dierenarts heb gebeld, omdat mijn beestje het zo slecht had de nacht ervoor. Vandaag is het echter heerlijk zonnig edoch koel weer. Ik stop mijn varkentje in de auto en rijd rustig en voorzichtig  naar Noordwijk.

Op ons gemak sukkelen we het strand op. Mijn ventje wil een balletje. Hij rent er een paar keer op een soort van drafje achteraan door het verkoelende water. Dan komt hij naast me zitten in het rulle zand. Samen kijken we naar de zee. Hij steekt zijn grote neus in de wind en geniet van alle geuren.

Tot slot pakken we een terrasje. Ik bestel een frietje zoals altijd. En hij mag er ook een paar natuurlijk. Eerst sabbel ik het zout er grotendeels uit. Daarna stop ik er af en toe eentje in zijn lieve bekkie. Oh lieve god, wat houd ik toch veel van mijn kereltje….

Een dag later lopen we door het Leidse Hout. Dit bos waar we zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Het is pisweer. Het bos is verlaten. Ik heb op buienradar gekeken naar een tijdstip zonder hoosbuien, dus we lopen redelijk droog. Ys loopt nog geen halve meter van mijn knieën. Af en toe piest hij of draait een lekker drolletje. Hij eet nog goed. Halleluja!

Het lijkt wel een wandelmeditatie in de traditie van Thich Nhat Hanh. Zo langzaam hebben we nog nooit samen gelopen. Rustig kachelen we een royale ronde. Tussendoor rusten we eventjes uit op een bankje.

De trappen op en af wordt steeds moeilijker. Mijn bikkel moet steeds dieper ademhalen voor hij er überhaupt aan begint. Daarom heb ik een nieuw spelelement toegevoegd: Iets lekkers! Het blijkt zo motiverend te werken, dat hij bijna de trap aflazert in zijn haast beneden te komen. Maar goed. Het leidt af van zijn moeite om dit klusje te klaren….

Ach beesie. We zitten in ons laatste stukje samen. Spoedig ga je naar de eeuwige jachtvelden. Vol konijnen, hazen en fazanten. Daar wachten allemaal oude hondenvrienden op je. En een incidentele vijand.

Vanmorgen wandelen we door de buurt. Bij de slager halen we een stukje worst. Bij de sigarenboer een snoepje. Ik verwen mijn ventje. Voornamelijk met gezonde dingen. Maar iets slechts moet ook maar kunnen. Ik stop er nog maar een plaspilletje in ….

Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

In memoriam: Mijn ouwe trouwe schuddebuikende piepende en krakende huisgenoot Koelkast is niet meer. Heks is ontdaan. Maar niet getreurd, Liebherr doet zijn intrede in Huize Heks. Binnenkort.

Woensdagavond geef ik vrij laat de beesten eten. Zeven hongerige katten zitten op de keukentafel en de buffetkast te schreeuwen. Ysbrandt stofzuigt  de vloer op zoek naar kattenbrokjes. Ik pak zijn eten uit de koelkast. Het voelt warm aan. Huh?

Snel loop ik terug naar mijn schuddebuikende stuk huisraad. Hij staat doodstil. Ook fluit hij niet naar me, zoals gewoonlijk. Zijn lichtje brandt nog, maar toch is hij overleden! Heel stilletjes heeft hij ergens in de de afgelopen uren zijn laatste koude adem uitgeblazen…..

Oh jee, ook dat nog.

Ik zet em een keertje aan en uit. Het helpt niet. Ook gedraai aan zijn enige knopje heeft geen enkel effect.

Snel voer ik het vee. Wat nu? De volgepropte vriezer is nog stijfbevroren. Ik stuur een nood-sms aan Frogs. ‘Ik lig al bijna in bed, Heks. En morgen moet ik heel vroeg op. Dus ik kan je niet helpen. Wel mag je alles in mijn vriezer stoppen. Die is helemaal leeg. Je hebt de sleutel, dus kijk maar…’

Heks is ook gaar. ‘Morgen is er weer een dag,’ bedenk ik me. Zodoende laat ik de boel de boel en ga ook bijtijds slapen. Dat lukt niet. Ik zit de halve nacht in mijn doodstille woonkamer. Jeetje, wat een rust. Ik mis mijn kouwelijke luidruchtige stuk meubilair!

De volgende dag kom ik maar niet op gang. Aan het begin van de middag ben ik dan eindelijk zover, dat ik met koelboxen vol diepvrieszooi richting Frogs vertrek. Ik prop alles in het vriesvak van zijn ijskast, mijn oude exemplaar. ‘Jeetje, Frogs,’ grap ik een dag later, ‘ Die oude doet het nog prima en mijn nieuwe is kapot. Ik kom em weer ophalen, hoor……’

Niets is minder waar. Ik ben me online aan het oriënteren op een spiksplinternieuwe koelvriescombinatie. Als snel zie ik door de bevroren bomen het ijzige bos niet meer. Uiteindelijk loop ik de witgoedwinkel hier om de hoek binnen. Er is geen enkel passend apparaat voorradig, maar ik kan er wel eentje bestellen natuurlijk.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Volgende week komt er een hele mooie Liebherr. De Cadillac onder de koelkasten volgens de verkoper. Morgen krijg ik een noodexemplaar. Een oude rammelkast met fluittonen waarschijnlijk. Gezellig!

Vandaag ruim ik samen met mijn hulp alle restanten voedsel uit het kapotte apparaat op. We maken em een beetje schoon. ‘We nemen die oude koelkast gewoon weer mee, maar zorg dat er geen restanten vlees of zoiets inzitten, zei de jongeman in de winkel tegen me. Ha, stel je voor. Het komt regelmatig voor dat mensen hun oude vriezer met inhoud en al meegeven….Ontdooid en wel, soms in verregaande staat van ontbinding. Walgelijk natuurlijk!’

De vorige keer dat mijn koelkast het begaf lag ik drie dagen later in het ziekenhuis met een darmafsluiting. Precies met pasen. Een soort wederopstanding, want ik dacht werkelijk dat ik dood ging van de pijn. We zijn drie dagen verder nu en pasen is ook net aan voorbij, dus ik heb goede moed dat me dat deze keer niet gebeurt.

Aan het eind van de middag fiets ik naar Engel. Ze is jarig. Ik heb een enorme zachtroze Helleboris bij me in feestelijk cellofaan. Ysbrandt draaft enthousiast naast me. Hoera, we gaan iets leuks doen!

‘En?’ informeer ik, nadat ik haar heb gefeliciteerd en gezoend, ‘Is ie nog geweest?’ We giebelen. Een vriendin van de jarige heeft haar gisteren zitten plagen ‘Ik bezorg je een geweldige verrassing morgenmiddag!’ dreigde ze. En wat voor’n verrassing…. Een professionele striptease door een ‘politieagent’. Haha.

Natuurlijk kwam er ‘zogenaamd’ iets tussen. Het blijft bij een goeie grap. We moeten het met louter voorpret doen. We grijnzen ondeugend. ‘Ach,’ zeg ik laconiek, ‘Beter zo. Ysbrandt heeft al eens in de ballen van de wijkagent gehangen. Ik weet niet wat er gebeurt als een agent ook nog eens al zijn kleren uittrekt! Hij eindigt misschien als smurf….’

De rest van het bezoek is al vertrokken. Ik ben echt laat. ‘Kom, ik maak je flesje wijn open, Heks.’ Ik heb een minifles witte wijn meegebracht. Niet koud natuurlijk, helaas. Engel gaat op zoek naar een kurkentrekker. Ze is pas vorige week hierheen verhuisd, overal staan nog dozen. ‘Ik weet niet of ik er eentje heb, Heks, ik drink nooit wijn.’ Ze spit al haar keukenlades om. Geen kurkentrekker.

Ik doe nog een lauwe poging om de kurk erin te duwen met mijn duim. We willen gewoon feestelijk klinken! Uiteindelijk zitten we lekker aan de dubbeldrank met chips. Hele lekkere chips. Dat merk moet ik onthouden!

Jarige Engel in haar nieuwe knusse huisje. Vergenoegd zit ze een paar verhalen te vertellen. Na een uurtje is de koek op bij Heks. Plankerig hijs ik mezelf overeind. ‘Heb je last van je rug?’ Ja, die zit helemaal vast na al dat gesjouw met koelboxen vol bevroren eten….. Ze legt haar genezende handjes er op.

Ik ben eigenlijk te moe om ervan te genieten. Maar ik voel wel van alles tintelen en in beweging komen. Even later ga ik met Varkentje richting huis. Ik fiets een stukje en dan laat ik hem los in de berm. Zo kuier ik langs de Singel. De stad heeft iets feestelijks. Het is al bijna half acht, toch zitten er mensen op de terrassen. Soms met dekentjes om hun benen, maar toch buiten. Genietend van de lauwe lentelucht.

‘Jouw verjaardag is met recht de eerste echte voorjaarsdag!’ roep ik eerder verrukt tegen mijn vriendin. Tot gisteren heb ik steeds in een dikke donzen winterjas met Ys gelopen. Vandaag niet. Een warm vest en een leren jasje zijn voldoende. Ik hoef ze niet eens dicht te knopen!

Nu zit ik weer rustig thuis op de bank. Hongerige poezen staan op het balkon te schreeuwen. Mijn hondje ligt aan mijn voeten. Hij houdt me met  één oog in de gaten. Hij heeft ook honger. De kleine koelcrisis is bezworen. Ik hoef helemaal niets meer vandaag. Nou ja, beesten voeren, mezelf voeren en nog een hondenrondje…..

En morgen? Dan is er weer een dag.

 

Haat, die verwrongen vorm van liefde die op jezelf terugslaat. Haatdragende mensen en hun dodelijk gif. Ons hart is een orgaan van liefde. Mijns inziens ons belangrijkste orgaan….. Gebruik het goed! 

Home is where the heart is, a loving home,

Omgeeft je met liefdevolle mensen!

Vanmorgen is er een vrouw in de Doctor Phil show. Ze heeft een boek geschreven over haar verschrikkelijke jeugd. Het heeft de gehele familie ontwricht. Haar broer haat haar en wil haar kapot maken. Volgens hem heeft ze alles uit haar grote duim gezogen. De leugenachtige bitch. Hij gooit haar en passant van alles naar haar hoofd. Hij heeft een contactverbod gekregen gezien de aard van zijn uitlatingen.

Haar jongere zusje is boos, omdat haar afschuwelijke jeugd op straat ligt. Aanvankelijk steunt ze haar zuster met het uitbrengen van hun verhaal, maar sinds het boek is verschenen loopt ze tegen allemaal ellendige gevoelens in zichzelf aan. En dat wil ze niet. Een dichte beerput staat gewoon netter!

© Toverheks.com, woedende mensen, wurgen, iemand vermoorden, haat, ruzie, onmacht

HAAT GRIJPT ME BIJ DE STROT © Toverheks.com

Ik heb mijn ogen net open. Slechte nacht achter de rug. Onlangs kreeg ikzelf ook al een berg haat over me heen. In beide gevallen van iemand waar ik veel van hou. Helaas zijn die gevoelens niet wederzijds blijkt. Een terugkerend fenomeen in mijn bestaan. Typisch.

Ik leg mijn hart langs de meetlat. Wanneer heb ik voor het laatst gehaat? Heel lang geleden alweer heeft er wel eens iemand zodanig op mijn hart getrapt, dat het dit soort destructieve gevoelens ging produceren. Ik werd er zelf helemaal akelig van herinner ik me. De kille vloeibare haat vulde mijn hart en nam alle glans en leven weg. Afschuwelijk. Ik hield het niet lang vol.

Home is where the heart is, a loving home,

Thuis in je eigen hart

Haatgevoelens slaan keihard terug op jezelf. Waar haat zetelt is geen plek voor liefde. Je hart verandert in een steen. Je zult nooit meer de zoete vreugde smaken van werkelijk liefhebben. Een hoge prijs.

Vanaf die tijd geef ik haat geen kans. Om mezelf te beschermen tegen een koud en vreugdeloos bestaan heb ik leren vergeven. Om te beginnen maar eens iemand, die een strafbaar feit tegen me heeft gepleegd, waar je jaren voor de bak in kunt draaien. Een moeizaam en langdurig proces. De moeite waard. Dat wel!

© Toverheks.com, duiveltje, haat, goede, boosheid, boze duvel, kwaad, het kwaad, duisternis, slecht

Een hart gevuld met haat stoelt vaak op diep verdriet. © Toverheks.com

In de show wordt flink gehaat. De broer schreeuwt en brult. Zijn harde kop slaat voornamelijk onzin uit. Hij blijkt nergens vanaf te weten. Veel jonger en van een andere vader, heeft hij niets meegekregen van de tijd, waarin hun daadwerkelijk psychisch gestoorde moeder haar gemene gekke gang kon gaan.

Intussen heeft hij wel allerlei zogenaamde recensies over het boek verspreid, waarin hij het wegzet als leugenachtige lasterpraat verkondigd door een gestoorde ex-junk. Nota bene: Het zijn geen leugens en de dochter heeft nooit drugs aangeraakt….. De zoon is degene met lasterpraatjes.

Er zijn ook nog neefjes en nichtjes, die graag met hun geliefde tante willen blijven omgaan. Ze hebben een goede band met haar. Het mag niet van de agressieve broer. Weer volgen er bedreigingen. Open en bloot, gewoon op TV. De man maalt er niet om.

‘Goh,’ zegt Phil, ‘je weet toch wel dat zo’n houding heel nadelig is voor jezelf? Ik raad je ten sterkste aan hier iets aan te doen!’ Maar nee, de zus moet kapot. Hij blijft erbij, de sneue eikel.

home-is-where-the-heart-is-tattoo-1rbcteqf-1

Thuis zijn bij jezelf

‘Als ik dit boek niet geschreven had, was ik er niet meer geweest. Ik wilde een einde aan mijn leven maken. Ik was zwaar depressief. Het verhaal moest er gewoon uit! Dus ik ben gaan schrijven, midden in de ellende. Het is fictie, ik heb alle namen en data veranderd, maar het gaat wel degelijk over mijn leven met mijn gestoorde moeder. Mijn zusje komt er ook in voor, maar mijn broer niet.’

Heks is benieuwd wat Phil gaat zeggen over de schrijfster. Meestal krijgt iedereen een goeie veeg uit de pan van hem. Maar nee. De showtherapeut moedigt de vrouw zelfs aan om meer te gaan schrijven.

Hier sta ik toch van te kijken. Heks verwacht iets in de trant van: ‘Laat het los. Je voedt die ellende alleen maar. Geef zaadjes van liefde water……’

‘Jij mag schrijven wat je wilt over je eigen leven.  Het zijn jouw herinneringen.  Je hebt helemaal gelijk en het is je goed recht. Ga er vooral mee door!’ De vrouw straalt van blijdschap. Na jaren te zijn uitgekotst door familie en vrienden krijgt ze nu eindelijk een beetje steun en waardering. Ze heeft haar ellende overleefd. Ze mag gaan leven!

© Toverheks.com, heks op bezemsteel, vliegende heks, heksje, grappige heks, gekke heks, toverheks

Vrije vlucht met een luchtig hart vol liefde. © Toverheks.com

Terwijl ik dit schrijf lig ik in de naalden bij de acupuncturist. Als ik later het pand verlaat vang ik een glimp op van alweer iemand die me haat. Ook deze vrouw heb ik jarenlang uitstekend behandeld. Regelmatig liep ik me ondanks mijn eigen beperkingen uit de naad voor haar.

Ook in dit geval heb ik heel raar staan kijken toen ik die golf haat over me heen kreeg vanaf het moment, dat ik niet meer naar haar steeds veeleisender pijpen wilde dansen……

Liefde en compassie genereren. Dat is essentieel. Als je dat kunt is iedereen je partner volgens mijn leermeester Thich Nhat Hanh. Het wil helaas niet zeggen, dat al deze partners voor jou hetzelfde in huis hebben.

Mensen met een onderstroom van liefde in hun wezen. Ik ken ze wel. Het zijn soms kwetsbare wezens in een keiharde wereld. Ze hebben grenzen nodig. Beschermende begrenzing.

Zulke mensen wil ik om me heen. Er wordt aan gewerkt. Vanavond komt er zo’n engel bij me eten. Daarna gaan we lekker uit. Ha! Gezellig!

I have arrived, I am home, Thich Nath Hanh

Gedicht van Thich Nhat Hanh.