‘Partir c’est mourir un peu’.

Afscheid nemen doet pijn. Het is een beetje sterven.

De afgelopen week gaat het bergafwaarts met mijn hondje. Mijn kat Snuitje is ook nog eens zoek. Het wordt me teveel. Ik krijg het niet voor elkaar om ’s nachts overal te gaan roepen. Ook lukt het me niet om een tweede ronde te flyeren en posters op te hangen. Goddank krijg ik hulp!

Joy en haar lief komen me helpen. Heks drukt een hele berg flyers met een subliem goeie foto van mijn schatje erop. Vorige week op dinsdagavond komen mijn vrienden alles ophalen. Ze gaan al dit materiaal de komende week door omringende wijken verspreiden.

‘Willen jullie een glaasje wijn?’ vraag ik hoopvol nadat we de koffie ophebben. Natuurlijk. Gezellig. Ik geniet van het uurtje met dit onvolprezen stel kattenvrienden. Ysbrandt krijgt een lekkertje. Het lijkt allemaal gewoon en normaal vanavond……

Een dag later besluit ik naar het strand te gaan met mijn schatje. Dit nadat ik een dag eerder met de dierenarts heb gebeld, omdat mijn beestje het zo slecht had de nacht ervoor. Vandaag is het echter heerlijk zonnig edoch koel weer. Ik stop mijn varkentje in de auto en rijd rustig en voorzichtig  naar Noordwijk.

Op ons gemak sukkelen we het strand op. Mijn ventje wil een balletje. Hij rent er een paar keer op een soort van drafje achteraan door het verkoelende water. Dan komt hij naast me zitten in het rulle zand. Samen kijken we naar de zee. Hij steekt zijn grote neus in de wind en geniet van alle geuren.

Tot slot pakken we een terrasje. Ik bestel een frietje zoals altijd. En hij mag er ook een paar natuurlijk. Eerst sabbel ik het zout er grotendeels uit. Daarna stop ik er af en toe eentje in zijn lieve bekkie. Oh lieve god, wat houd ik toch veel van mijn kereltje….

Een dag later lopen we door het Leidse Hout. Dit bos waar we zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Het is pisweer. Het bos is verlaten. Ik heb op buienradar gekeken naar een tijdstip zonder hoosbuien, dus we lopen redelijk droog. Ys loopt nog geen halve meter van mijn knieën. Af en toe piest hij of draait een lekker drolletje. Hij eet nog goed. Halleluja!

Het lijkt wel een wandelmeditatie in de traditie van Thich Nhat Hanh. Zo langzaam hebben we nog nooit samen gelopen. Rustig kachelen we een royale ronde. Tussendoor rusten we eventjes uit op een bankje.

De trappen op en af wordt steeds moeilijker. Mijn bikkel moet steeds dieper ademhalen voor hij er überhaupt aan begint. Daarom heb ik een nieuw spelelement toegevoegd: Iets lekkers! Het blijkt zo motiverend te werken, dat hij bijna de trap aflazert in zijn haast beneden te komen. Maar goed. Het leidt af van zijn moeite om dit klusje te klaren….

Ach beesie. We zitten in ons laatste stukje samen. Spoedig ga je naar de eeuwige jachtvelden. Vol konijnen, hazen en fazanten. Daar wachten allemaal oude hondenvrienden op je. En een incidentele vijand.

Vanmorgen wandelen we door de buurt. Bij de slager halen we een stukje worst. Bij de sigarenboer een snoepje. Ik verwen mijn ventje. Voornamelijk met gezonde dingen. Maar iets slechts moet ook maar kunnen. Ik stop er nog maar een plaspilletje in ….

I have arrived, I am home: Na woeste reis door kletsnat Frankrijk komt Heks eindelijk aan in Plumvillage. Tot grote verrassing van mijn non-vriendin…….

 
Na een woeste heenreis van hot naar haar door overstroomd Frankrijk, kom ik donderdagavond dan eindelijk aan in Plumvillage. Om exact zes uur, precies op tijd voor het avondeten. Ik ga op zoek naar mijn vriendin, de Nederlandse non. Ik wil bij haar in de Nederlandse ‘familie’. ‘Er is dit jaar geen Hollandse groep. We zijn verdeeld over andere families. Zuster Lan heeft wel een groep: met mensen van over de hele wereld,’ vertelt een oude bekende me bij het begroeten. 

Omdat ik mezelf nog niet heb aangemeld, op een enkel mailtje na, besluit ik mezelf in te delen bij mijn geliefde zuster. Al snel ben ik er achter waar ze uithangt. 

‘Nou ja,’ roept ze blij verrast, ‘Kijk nu toch eens!’ We vliegen elkaar om de hals. ‘Je stond helemaal niet op de lijst’ stralend staat ze me te bekijken. Het is alweer twee jaar geleden, dat we elkaar voor het laatst zagen…..

  
Even later word ik voorgesteld aan mijn retraite-familie. We eten gezamenlijk. Daarna ga ik op zoek naar een goede plek voor mijn tent. De eerste optie keur ik af. Ik ga niet weer drie weken in de volle zo’n staan. Ver van het toiletgebouw. Stel dat we weer een hittegolf krijgen zoals twee jaar terug. Toen al mijn medicatie dagelijks werd gekookt……

Ik vind een plek tegenover een faciliteitengebouw. Onder de bomen, nabij de hut, die ik wil gebruiken als tijdelijk atelier. En bovendien pal naast een pad waar ik met de auto kan komen. Dus geen gedoe met kruiwagens vol bagage over hobbelig terrein, hulp vragen enzovoort. Kortom ideaal. Het veld is bestemd voor stafleden alsmede single women staat expliciet geschreven op een bord. ‘Hier achter is nog een veld, maar dat is zo doorweekt, daar zou ik niet gaan staan,’ adviseert een staflid me. 

  
Net als ik mijn spullen uit de auto heb gegooid komt er een ander staflid zich tegen me aan bemoeien. Het kan niet, eigenlijk dan, want er is gisteren iets besloten, min of meer, bladiebla. Ik ken het fenomeen, het geëmmer over dit soort futiliteiten, waar ik altijd tegenaan loop zodra ik hier ben. 

De een vindt dit, de ander dat. Iedereen wil dat je luistert natuurlijk. Heks wordt altijd verkeerd ingeschat. Niemand gelooft op het eerste gezicht dat ik een hopeloos lijf heb……

‘Ik heb van zeker zes anderen gehoord dat ik hier kan staan. Het is ideaal voor me. Vlak bij de toiletten. In de schaduw. Mijn spullen liggen er al, dus ik ga hier gewoon staan,’ zeg ik vriendelijk. Ze trekt een zuur gezicht en na vier dagen doet ze dat nog steeds als ze me tegenkomt. Het zei zo. Ik ga me niet meer verdedigen. 

Mijn kampeerplek is fantastisch, het is me en zuur gezicht waard. 

I have arrived , I am home.

Die nacht lig ik op mijn riante veldbed te creperen van de pijn, dat dan weer wel natuurlijk. Mijn god. Wat heeft mijn lijf een klap gehad van de voorbereidingen en de rampenreis. Maar ik ben er. Halleluja. Amen. 

    

Heks baalt van woningcorporatie Portaal. Ze dient een klacht in. Resultaat: Hoorzitting met Geschillencommisie. Gelukkig verwacht ik er helemaal niets van. En dan valt het nog tegen! Wordt vervolgd…..

Woorden aaneenrijgen tot zinnen. Zin geven hieraan, ook al is het onzin. Een verhaal verzinnen. Die vervolgens uit je duim zuigen of gewoon uit je mouw schudden. Gevolgd door een aap.

Dinsdagavond word ik op het matje geroepen bij Portaal, althans, daar lijkt het op. In werkelijkheid ben ik te gast bij de Geschillencommissie. Na de frustrerende toestanden rond mijn intussen min of meer gereanimeerde lijk van een verwarmingsketel heb ik een paar vette klachten ingediend: Met name over de houding van de medewerkers van Portaal.

Ze hebben me laten barsten, de telefoon op de haak gesmeten: Ik zat in de kou, soms wel een week achter elkaar, maar wat hun betreft kon ik de rambam krijgen. En nu beweren zij dat ik me niet netjes gedragen heb!

Het klopt dat ik een keertje wanhopig steeds harder ben gaan praten, na een weekend in de kou en een stuk of twintig telefoontjes hierover. Waarvan meer dan de helft in het proces van doorverbinden werd afgebroken. De medewerkers van Portaal zijn over het algemeen te dom om op het juiste knopje te drukken, althans, daar heeft het alle schijn van. Het is de enige verklaring voor dit verschijnsel.

Een vriendin van me was een keertje getuige van dit proces.  Heks belde Portaal, moest door zich door een walgelijk keuzemenu vreten naar de juiste medewerker. Gevolgd door een fikse wachttijd natuurlijk.

Telkens als ik dan eindelijk iemand aan de lijn kreeg moest ik het hele verhaal van voren af aan opnieuw volledig uit de doeken doen. Ze kunnen blijkbaar ook niet lezen wat er in de computer staat. Of de stumpers schrijven niets op…..’Oh, ik verbind u even door met de volgende kwezel….’ Vervolgens drukken ze op het verkeerde knopje: En je ligt er weer uit en kunt opnieuw beginnen…..Mijn maatje was werkelijk verbijsterd…..

Een andere verklaring zou natuurlijk zijn, dat ze de telefoon er in mijn geval gewoon opsmijten omdat ik een kruisje achter mijn naam heb. Een idiote gedachte natuurlijk. Maar na het bijwonen van deze vergadering begin ik ernstig te twijfelen of die gedachte nu zo gestoord is of de medewerkers van Portaal.  Ik neig intussen naar het laatste…..

Stipt om zeven uur ben ik op het Leidse kantoor van dit hopeloze woningbouwclubje. De portier neemt me mee en stelt me voor aan twee mannetjes van Portaal. Ik krijg een hand van de ene, de ander negeert me volledig. Hij pakt in plaats van mijn hand zijn telefoon. Merkwaardig. Wat een onbeschoft heerschap, deze onverzorgde vent. Of vergis ik me? Doet hij het niet expres?

Hij doet het expres. Gedurende de gehele avond kijkt deze lompe kerel me niet één keertje aan. Deze wijkopzichter of iets dergelijks. Iemand met een centrale positie. Je kunt er moeilijk omheen. Letterlijk ook in dit geval. Hij zit erbij als een enorme zoutzak en liegt door zijn tanden.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Aan de kop van de tafel zit de commissie bestaande uit drie mensen. Een jongeman, die onbegrijpelijke vragen stelt. Hijzelf vindt ze heel slim, maar mij ontgaat waarom je in godsnaam wilt weten wat ik in mijn dagboek schrijf.

In het midden zit een oudere man, die dolgraag aan het woord is. Hij doet patriarchaal tegen me. Zegt ook al van die rare dingen, ik heb een voorbeeld genoteerd. ‘Uw beleving met uw ketel is natuurlijk heel anders dan de beleving van Portaal.’ Ik snap achteraf nog steeds niet waar dat nu over ging, maar de man raakt behoorlijk geïrriteerd als ik hem vraag waar hij het in godsnaam over heeft.

Toch moet ik het een beetje van hem hebben, goddank is hij niet vijandig. Wel stom vaderlijk. Bah bah, wat is dat toch een irritant verschijnsel, dit soort types op relevante plekken.

Natuurlijk zit er een dame te notuleren. Zij moet haar mond houden, toch beweert ook zij iets ongelofelijk stoms: Een slechte ketel heeft geen invloed op je verbruik. Dus het feit, dat ik idioot hoge rekeningen heb heeft niks te maken met het lijk in mijn gangkast.

Tot slot zit er nog een dame in de commissie. Zij is helder van geest en goed van de tongriem gesneden. Als de opa in het midden haar even laat uitpraten en het snotjong haar niet onderbreekt, dan mag zij ook iets zeggen. Halleluja!

Opvallend ook weer, dat de mannen mogen uitpraten en niet geïnterrumpeerd worden, maar dat geldt voor de vrouwen niet. Heks wordt de mond gesnoerd, maar ook de vrouw in de commissie komt er nauwelijks tussen. De typgeit mag al helemaal niet blaten. De volgende keer ga ik een geluidsopname maken!

Portaal heeft dus die lompe morsige kerel en een frisse vriendelijk ogende jongere man als afgevaardigden. Good cop and bad cop. Good cop voert het woord. Hij kijkt me wel aan met koele observerende ogen. Zijn doelstelling is duidelijk. Ontkennen, ontkennen, ontkennen.

Heks heeft geen idee, wat er van haar wordt verwacht. Ik heb überhaupt weinig verwachtingen  van deze avond. Toch is het goed, dat ik er heen ben gegaan. Als de lijstjes met telefoontjes van Heks aan Portaal en de verrichtingen van de verwarmingsfirma Visser op tafel komen, blijkt Portaal voor het gemak de helft te hebben geschrapt. Of ze hebben de helft niet genoteerd. Ik heb nauwelijks gebeld. En alles is direct prima opgelost. Volgens hen.

Heks vertelt een ander verhaal. Het wordt direct in twijfel getrokken. Maar pech voor hen: Ik kan wel wat telefoonlijstjes aanleveren. En alle data dat de verwarming het niet deed. Gewoon eventjes mijn blog raadplegen.

Over dat laatste heb ik het maar niet. De jongen van de Commissie zit te vissen wat ik allemaal zoal schrijf. Gaat hem geen zak aan. Ik heb het helemaal gehad met mensen, die zich bemoeien met wat ik schrijf.

De man van Portaal, die het woord voert zou een goed politicus zijn. Heel veel dingen weet hij niet, of hij heeft daar geen zicht op. Of het is hem niet bekend. Of hij kan daar weinig over zeggen. Hoe de klachtenprocedures bij Portaal werken? Hij heeft geen idee. Hoe lang de huidige verwarmingsfirma in dienst is? Het is hem onbekend. Hoe lang de vorige firma de boel heeft kunnen belazeren? Hij heeft geen flauw benul.

Hoe het mogelijk is dat mijn telefoontje nergens terug te vinden zijn, laat staan de bezoekjes van de firma Visser? Het is volgens hem niet mogelijk. Hij zegt het niet, maar wat hem betreft zit Heks gewoon te liegen!

De patriarch van de Geschillencommissie spreekt zeker acht keer zijn twijfel uit over mijn verhaal: ‘Mocht het waar blijken te zijn, stel dat u echt gebeld heeft, stel dat Visser echt zo vaak geweest is….’ Zulke dingen zegt hij niet over de medewerkers van Portaal….. Frappant.

Toch begint het uiteindelijk bij de commissie door te dringen, dat er veel in het verhaal van Portaal niet klopt. Ze stellen voor de zaken wat dieper uit te spitten en nog een keertje bij elkaar te komen.

‘Mevrouw Toverheks huurt een woning bij jullie, zij betaalt huur aan jullie. Jullie zijn dus verantwoordelijk voor de staat van het huis. Als er problemen zijn moeten JULLIE dat oplossen. Niet mevrouw zelf en ook niet de firma, die jullie vervolgens inhuren. Als die lui een wanprestatie leveren, zijn JULLIE verantwoordelijk. Niet mevrouw Toverheks.’

Uiteindelijk mogen wij om beurten nog iets zeggen tot slot. Ik luister naar het gelieg en gedraai van de Mannetjes van Portaal. Dan lap ik de lomperik erbij: Ik vertel hoe hij een keertje gewoon de hoorn op de haak heeft gegooid, nadat hij mij belde. Volgens hem zat ik te schreeuwen, maar toevallig had ik een getuige op dat moment. Frogs zat naast me.

Daar heeft de hork niet op gerekend! Wat een pech. De ellendeling heeft me een nieuwe ketel beloofd en vervolgens heeft hij me laten barsten. ‘ Ik heb nu geen zin om met u te praten.’ Nadat hij mij belt….. Het is een domme leperd. Hij liegt dat hij uit zijn dikke pens barst. Onsmakelijk gewoonweg.

Zo ga ik met een vieze smaak in mijn mond naar huis. Gelukkig verwacht ik sowieso al niks van deze hopeloze club. Toch ga ik lekker door met klagen. Laat ze het maar Spaans benauwd krijgen, die leugenachtige mannetjes. Ik ga lijstjes produceren en data tevoorschijn toveren.

Desnoods laat ik geluidsopnames opvragen van mijn vermeende onbehoorlijke geschreeuw aan de telefoon. Die bestaan niet. Ik heb een keertje met stemverheffing gesproken. Volledig terecht volgens de dame van de geschillencommissie. ‘Als ik zo was behandeld door u was ik ook kwaad geworden aan de telefoon,’ kregen de Mannetjes naar hun kop.

Over een aantal weken krijgen we nog een hoorzitting. Ik ga zelf ook gewoon iemand meenemen, die er als een zoutzak en hork bij gaat zitten. Ha! Ik zal ze krijgen, die leugenaars van Portaal!

©Toverheks.com

©Toverheks.com