I have arrived, I am home! Maar here and now zit ik gelijk met gebakken peren, die me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Traditioneel krijg je een flinke crisis als je hier een tijdje bent. Dat is algemeen bekend. Heks zit er direct middenin. Ik heb mijn dieptepunt alweer achter de rug. Ik kan dan ook eigenlijk best weer naar huis terug!


Na twee dagen sturen met mijn Tens-apparaat op de hoogste stand in een bloedheet wagentje ben ik helemaal dol in mijn bol. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, bezoekjes aan de fysiotherapeut, cortisonen-injecties en pijnstillers is mijn lijf een slagveld aan kwalen. Maar uiteindelijk ben ik er dan toch echt. Ik rijd het parkeerterrein op. I have arrived!
Maar o jeetje, wat een tegenvaller! Ik raak direct slaags met de dames op het kantoor. En ook bij de medewerksters van de registratie kom ik geen stap verder. En ik moet verder! Ik moet als den donder mijn tent opzetten, voordat ik verander in een weke doch pijnlijke kwarktaart…..

‘U hebt zich niet opgegeven,’ krijg ik beschuldigend naar mijn dodelijk vermoeide hoofd. Alsof het een doodzonde is! Voor mensen met een tent is altijd plek! Dat weet iedereen! Ook mijn pogingen om dan in elk geval een kampeerplekje te bemachtigen, waar ik met mijn auto kan komen worden genadeloos afgestraft. Ik moet warempel met een kruiwagen twee kilometer over bobbelig terrein gaan lopen sleuren met mijn teringbende. ‘Je vraagt maar of iemand je wil helpen,’ bitst de betreffende non.

Nou ja zeg. Ze kent me! Een jaar of wat geleden zat ze bij me in de familie. Ik heb een hele middag Boeddhistische geëngageerde kunst met haar gemaakt indertijd. Het was zo’n schatje! Ik weet dat westerlingen er allemaal hetzelfde uitzien voor Vietnamezen, maar dit gaat wel erg ver!


Ik word van het kastje naar de muur gestuurd en weer terug. Ik moet me eerst inschrijven. Nee, ik moet toch eerst naar het kantoor. ‘Ga naar de registratiehal,’ bitsen ze daar. Om vandaaruit opnieuw naar het kantoor te worden gestuurd. Dit gaat zeker een uur zo door.

Intussen komt er stoom uit mijn oren. Ik ben zo wanhopig, dat ik op het punt sta om in mijn auto te stappen en gewoon weer naar huis te rijden. Steek die retraite maar in je dinges. Ik ben er klaar mee!

Een vrijwilligster bij de registratie gaat diep naar me luisteren. Helemaal volgens de regels der kunst. Ze kijkt me oprecht meedogend aan, terwijl ik mijn ellende eruit braak. ‘Drie en een halve maand ben ik bezig geweest om in die auto te komen. Elke dag iets gedaan. Gekkenwerk natuurlijk. Bladiebla, pech onderweg….’ bries ik verontwaardigd.

‘Je ziet niets aan me, maar ik ben zwaar gehandicapt,’ roep ik verhit. Ik zie eruit of ik een paard kan doodslaan intussen. Niet bepaald gehandicapt. De vrouw kijkt meewarig. Ze bedoeld het ongetwijfeld goed, maar het werkt evenzogoed averechts op mijn verhitte zenuwen. Toch ben ik enigszins bedaard, als ze me onverrichterzake naar het kantoor terugstuurt.

Ik ga nog 1 poging doen en anders is het einde verhaal. Ik ga onder geen beding met kruiwagens vol bagage over een heuvel vol pruimenbomen sjokken teneinde mijn tent pal in de volle zon te zetten. Ik moet een schaduwrijk plekje hebben dicht bij de meditatiehal en het sanitair. En ik weet precies zo’n plekje. En daar staat nog niemand!

‘Dat gedeelte is voor de staf,’ zegt iemand streng. ‘Het ligt helemaal aan de buitenrand,’ pareer ik. ‘Maar het is daar wel noble silence,’ krijg ik als weerwoord. ‘Dat vind ik juist lekker,’ probeer ik weer.

Als ik uiteindelijk mijn spullen naar de betreffende plek wil brengen is de boel afgezet. Er mogen geen auto’s rijden op het pad. Ze verzinnen hier ook altijd weer wat. Nee, ik moet dus toch met kruiwagens aan de slag. Als ik me opnieuw op het kantoor meldt trekt  de non, die me dwarszit een strenge streep door haar gezicht. “NEE.’ Geen praten aan.


‘Ik ga naar huis,’ besluit ik ter plekke. Zijn ze nu helemaal gek geworden hier?

Dan staat een kleine Française op vanachter haar computer. Een vrijwilligster hier uit de regio. Een vrouw met flair. Een actrice hoor ik later….. Ze heeft het hele verhaal meegekregen. ‘Kom,’ wenkt ze. Om vervolgens alle regels met voeten te treden vanuit een soort natuurlijk gezag. Eindelijk iemand, die zich mijn probleem aantrekt. Ze haalt de wegversperring weg en laat me met auto en al naar achter rijden.

Daar gooi ik voor haar verbijsterde ogen al mijn bagage met een grote zwaai uit mijn karretje. Als een gigantische woeste amazone. Binnen vijf minuten ligt er een geweldige berg troep op de bosgrond. Verwilderd sta ik ertussen te wankelen.

Een paar uur later is het leed geleden. Mijn tent staat. Met veldbed en al. Ik heb iets eetbaars binnen gekregen. Een flinke wasbeurt onder de invalidendouche heeft ook wonderen gedaan. Een goeie hap pijnstillers erin en ik kan naar bed.

Mijn vriendin de Nederlandse non heeft intussen ook al gehoord dat ik ben gearriveerd. ‘Er staat een hele boze nederlandse vrouw in de office,’  vertellen de nonnetjes haar, ‘Ze heeft een heeeeeeeeeeeeeeeeeeel kort rokje aan!’  (Tot aan mijn knieën). ‘Dat draag je toch zeker niet op een retraite! En een grote hoed op haar hoofd.’


‘Is ze heel erg lang?’ vraag mijn vriendin verheugd. Ook voor haar is het een verrassing, dat ik hier weer opduik. En als het antwoord bevestigend is: ‘Stop haar maar in mijn familie!’

‘Haha, Heks. Wat een verhaal over je spijkerjurk. Mensen lopen hier echt gewoon in korte broek enzo. Zolang je het maar niet in de meditatiehal doet. Ik heb het voor je opgenomen, hoor. Dat is Heks, die ken je toch wel, heb ik gezegd. Ze loopt altijd in van die hele lange gewaden. Waar hebben jullie het over? Ze heeft twee dagen in een bloedhete auto gezeten. Vandaar dat jurkje.’

‘En er is vast een reden, waarom ze zich niet heeft aangemeld. Dat doet ze sowieso alttijd pas op het laatste moment, omdat het altijd onzeker is of het haar wel lukt om hier te komen.’ En dat is inderdaad zo. Ik ben het thuis in alle hectiek stomweg vergeten. En het hotel onderweg had geen WIFI.

’s Avonds lig ik tevreden in mijn tent. Het leed is geleden. Ik heb het overleefd. Ik heb het bijgelegd met de nonnen in de office. Stil lig ik te luisteren of ik mijn vriend Uil soms hoor. Ik ben volledig in mijn hart merk ik. ‘Deze plek is een groot hart,’ doezel ik verder. Met af en toe een dwarse non. Nou ja, je ziet ook niks aan Heks. Dat blijft me opbreken bij tijd en wijle.

Maar het is ook fijn. Als mensen je de godganse dag met een deerniswekkend gezicht bij voorbaat lopen te helpen is ook niet alles. Vraag maar aan mijn vriendin Kras. Zo is het altijd wat.


 

Wie schrijft blijft er in spin de bocht gaat in. Overal een mooi verhaal van maken, de roestige spijker precies op de kale kop raken of gewoon de boel vermaken? Heks heeft geen idee in welke richting haar gekrabbel kriebelt. Toch neem ik maar een jaartje respijt. Ik wil mijn heksenblog nog niet kwijt!

Afgelopen week wordt er weer honderd dollar afgeschreven door WordPress. Ik kan er weer een jaartje tegenaan met mijn blog! Maar doe ik het ook? Ben ik nog een beetje schrijfs? Of is mijn vurige pen uitgeblust? Zijn de scherpe kantjes van mijn puntige potlood geslepen? Krijg ik geen prettige letter meer op papier?

Of gebeurt er gewoon niets in mijn amoebebestaan?

ja, Heks. Hoe zit het? Zelfs nu Phil terug is op de telvisie schrijf je nog steeds vrij weinig! Is er dan niets dagdagelijks de moeite waard om eens een blog aan te wagen?

Er is genoeg de moeite waard. Maar ik weet even niet hoe ik wil schrijven.

Toen ik een vijftal jaar geleden dit heksenblog lanceerde was het mijn oprechte doel en streven om te schrijven over inspirerende zaken. Teneinde mezelf aan de haren uit het gootsteenputje van mijn amoebebestaan te sjorren. Toverreceptuur voor een gelukkig bestaan…… Oog hebben voor het kleine geluk, dat gewoon op straat ligt! Hier om de hoek.

Na een goed jaar alles en iedereen de hemel in schrijven gebeurde er iets in mijn persoonlijk leven dat me de schellen van mijn idealistische ogen deed vallen. Dit blinde vinkje werd plots ziend. Bijziend vooral. En wat ik zag deed pijn aan mijn ogen.

Een dolk in mijn hart.

Een lange periode van verbaal bloggeweld brak aan. Vol zuur en bitter uitgebraakte verscheldsels. Niet alleen mijn eigen kleine heksenwereldje bleek boos en venijnig te zijn geworden. De echte wijde wereld kan er ook wat van! Hij blijkt eveneens bevolkt te zijn met narcisten en psychopaten. En ook daar kan ik geen mooi verhaal meer van maken.

Grimmig tekent de tand des tijds weer een paar idioten op in de geschiedenisboeken. Hun wanbeleid vreet de basis waarop we staan aan. Rechteloze mensen vluchten van hot naar haar. Overal worden deuren dicht gesmeten, zonder dat er een raam open gaat. Verbinding tussen de mensheid is verder te zoeken dan ooit.

Heks heeft afscheid genomen van alles en iedereen, die me vasthielden in een bepaald patroon. Mijn please please please patroon. Vol Woefdram-achtig gelach en het geven van buitenissige positieve aandacht aan Jan en Alleman. Mijn patroon om mensen op te peppen en een beetje op te tillen. Mijn verwoede edoch averechtse pogingen om harmonie te bewerkstelligen in een wereld vol kemphanen.

Begrijp me goed: Het werkt op zich wel. Als je bij voortduring je gloeiende best doet en een hele hele hele lange adem hebt. Als je er altijd weer een flinke schep bij wilt doen. Als, als…..

Maar het werkt niet voor mij. En dat is ook logisch. Vanuit een laag gevoel van eigenwaarde is het slecht kersen eten. Ik kan natuurlijk wel de hele wereld en de godganse mensheid voor gek verklaren. (Op zich best terecht, we zijn een plaag voor de schepping).

Ik kan natuurlijk met terugwerkende kracht woest worden op iedereen, die zonder enige vorm van respect mijn grenzen ooit met voeten getreden heeft. Ik kan me druk maken over mensen, die dit nog steeds pogen te doen.

Maar uiteindelijk schiet ik daar niet zoveel mee op. Het houdt me gek genoeg gevangen in dit onverkwikkelijke patroon. Als het negatief van een foto. Het beeld is er nog steeds. Sterker zelfs op de 1 of andere manier……

Ik wil echter niet meer schelden en tekeer gaan. Het is dodelijk vermoeiend en ik ben al zo moe. Maar ik wil ook nergens nog een mooi verhaal van maken. Dat laatste heb ik ook genoeg gedaan. Heks ging daar vrij ver in!

Je kunt wellicht beter flink schelden op iemand, die je een pak op je sodemieter geeft, dan dat je er een leuke anekdote van maakt. Dus: ‘Ik ben mishandeld door een narcist’ in plaats van ‘Ik ben niet voor niets zo ’n prachtige lange vrouw. Gewoon veel schoppen onder mijn kont gehad……’.

Maar goed. Zal ik nu nog een jaartje doorgaan met schrijven? Kijken welke kant het op gaat? Gewoon zoeken naar een nieuwe richting hierin?

Plotseling treft mij afgelopen week het inzicht dat ik kan schrijven wat ik wil. Ik betaal ervoor. Het is mijn eigen podium. Wie het niet wil lezen, leze het vooral niet.

En dat is ook een voordeel van flink afstand nemen van en me niet verliezen in. Van het gif niet meer zijn werk laten doen. Misschien kom ik nu ook eindelijk eens toe aan wat ik werkelijk wil schrijven. Niet langer slechts reageren op wat er op me af komt. Maar gewoon …….

Leven!

Zich misdragende honden: De honden lusten er geen brood van. Een lekker kippetje soldaat maken of een woest potje ‘Zwaan kleef aan’ is nog niets vergeleken bij het vileine geblaf van mijn buurman: Hij heeft deze fladderende Toverheks in het vizier. Wat wil hij bereiken? Dat is onduidelijk. Wellicht zoekt hij een pispaal, louter voor zijn plezier!

‘Oh, dat stelt niks voor!’ lacht de vrouw met hond waarmee ik een praatje maak, ‘Een hond hier uit de wijk heeft laatst voor de verbijsterde ogen van een hele schoolklas kleine kinderen een kip te grazen genomen…’ Heks heeft haar zojuist verteld, dat mijn lieve kleine hondje onlangs een kip had gevangen. Gelukkig kwam die er zonder kleerscheuren vanaf.

‘Nou, dat arme dier op de educatieve boerderij hier in de wijk had minder geluk,’ vervolgt de vrouw, ‘Die hond heeft hem echt aan flarden gescheurd. Die kids kunnen allemaal in therapie…… Niks leuk en lief beestjes aaien op Kinderboerderij Merenwijk!’

Als ik verder fiets zie ik alweer een hond zich misdragen. Hij rent dwars door een weiland langs een sloot waar een jonge zwaan zich probeert uit de voeten te maken. Nou ja, uit de zwemvliezen. Het beest is nog geen jaar oud en duidelijk niet in staat dit blaffende monster het gevederde hoofd te bieden.

Het succes van zijn vermetele actie stijgt de tevens jonge hond naar het hoofd. Als een dolleman gaat hij tekeer. Op het fietspad staat een man het met lede ogen aan te zien. In de verte klinkt de ijle roep van s’honds baasje. Een vrouw met nog een hond en een kind in de kinderwagen probeert wanhopig haar ontaarde viervoeter weer onder appel te krijgen. Onbegonnen werk. Al helemaal vanaf die afstand.

Heks stapt van haar fiets en maakt zich drie keer zo groot. ‘Blijf,’ brul ik tegen VikThor. Er is geen tijd om hem aan te lijnen en op zich lust hij natuurlijk ook wel een zwaantje. Met rasse schreden banjer ik door het hoge gras naar de slootkant. Ondertussen op barse toon sprekend en gebarend naar de hond. Het voelt alsof ik hopla over de sloot kan springen en die hond zo bij kop en kont kan pakken……

Als een haas gaat het stomme dier er vandoor. Het is in een oogwenk gefikst. De zwaan haalt opgelucht adem. De baas in verte ook. ‘Goh,’ zegt de onthutste man op het fietspad met een zweem van bewondering in zijn stem, ‘Dat had je snel voor elkaar!’

Heks heeft net een uurtje naar Cesar Milan zitten kijken. ‘Zo’n hond ziet energie,’ beweert de man, nadat hij weer een ongelofelijk staaltje van zijn specialiteit heeft laten zien: Een onmogelijke gevaarlijke draak van een hond aanlijnen en er vervolgens mee wandelen alsof  het een puppy betreft.

‘Mensen zien ook energie,’ denkt Heks bij zichzelf, ‘Onbewust. Ze weten direct of ze over je heen kunnen walsen of tegen je aan kunnen zeiken is mijn ervaring. Ik kan mezelf in zulke situaties beter ook eens wat meer opblazen. En van me af blaffen en bijten…..’

Ik ben nogal van het harmoniemodel. Ik vermijd conflicten en probeer Jan en Alleman te vriend te houden door middel van pleasen. Vandaar dat ze over me heen piesen. Het is namelijk een volstrekt contraproductieve houding, dat pleasen. Tenzij je dat gepies lekker vindt……

Een week later krijg ik de kans. Als ik de buurman aanspreek op zijn stomvervelende briefjes. Helaas kom ik van een koude kermis thuis. Hij blijft bij hoog en bij laag beweren, dat er een verschil is tussen zijn al jaren in de gang van de berging geparkeerde fiets en de mijne, die er tijdelijk staat. Er is geen redeneren aan.

Wel stelt hij vragen als: Waarom heb je eigenlijk vier fietsen? Alsof dat iets ter zake doet. Al had ik er tien. Zolang ik ze niet allemaal in de gang zet is er niet aan de hand. Hij mag er wat mij betreft zestig hebben. Of tweehonderd.

Zodra we er echter eentje in de gang zetten zijn we in overtreding. Allebei. Hij heeft het echter over gedogen van mijn misbruik van openbare ruimte.  Heel apart. Alsof ik niet al jaren hetzelfde van hem gedoog!

Waar ken ik dit gevoel toch van? Dat iemand je in het vizier heeft om het bloed onder je nagels vandaan te treiteren? Dat iemand er gestoorde redeneringen op na houdt, maar jou ervan beschuldigt. Dat iemand vindt dat er voor voor hemzelf andere regels gelden dan voor de gemene mens…….

‘Psychopaat!’ schreeuwt de boze buurman, ‘Als je nog 1 keer zo doet bel ik de woningbouwvereniging en dan word je er zo uitgezet!’ Nu moet ik toch echt lachen. Ondanks alle woede. Hoe denkt hij dat voor elkaar te krijgen?

Hijzelf draait met enige regelmaat keiharde muziek, zijn vrienden kotsen op mijn deurmat, bellen ’s nachts met hun dronken hoofd aan bij Heks. Niet elke nacht. Maar het gebeurt.

‘Jouw kat heeft een keer in de gang gescheten!’ gilt de buurman. De gang, die ik met mijn pijnlijke lijf als enige af en toe stofzuig en dweil. Heks is intussen ook gaan schreeuwen, ook al had ik me nog zo voorgenomen om het niet te doen.

Een bovenbuurvrouw mengt zich in het gekrakeel. Zij had ooit dergelijke problemen met de vorige bewoner van hetzelfde pand. Zou er een vloek rusten op die woning?

‘Als ik mijn fiets niet voor de buitenmuur van jouw berging mag zetten, omdat die lucht blijkbaar van jou is, lijkt het me logisch, dat jij niet meer parkeert met je vaders auto voor mijn keukenraam,’ sneer ik tenslotte, ‘En waarom heb je eigenlijk geen eigen auto?’ voeg ik er dan ook maar een stompzinnige edoch geniepige vraag aan toe. Het ontgaat de eikel volkomen…..

maxresdefault-1

Egel eet kip….

Uiteindelijk trek ik de voordeur met een klap dicht. Ik kan die gestoorde gelijkhebberige rotkop van mijn naaste buur niet meer zien. Eerst maar eens een heel eind fietsen met mijn hondje. De natuur in. Herademen.

Doodmoe kom ik een uurtje later thuis. Ik heb er spijt van dat ik mijn bovenbuurman op zijn gedrag heb aangesproken. Ik dacht dat mijn stevige energie er, net als bij die andere hond in dat weiland afgelopen week, voor zou zorgen, dat hij zijn doel zou verleggen. Een ander slachtoffer voor zijn zieke geobsedeerde gedoe zou zoeken.

Ik had hem beter kunnen negeren, zoals ik al jaren doe. Af en toe beetje pleasen met een vriendelijk nietszeggend woord of compliment en verder de boot afhouden. Ik dacht door duidelijk mijn grens aan te geven iets te winnen.

Ik had er eventjes geen rekening mee gehouden, dat ik misschien te maken zou hebben met iemand met een persoonlijkheidsstoornis. Ja, weet ik veel. Dat zie je niet aan iemands neus. Al had ik het uit een bijzonder onverkwikkelijk gesprek afgelopen zomer wel kunnen destilleren…….

Maar dat bedenk je altijd achteraf.

Jezelf groot maken. Duidelijk in beeld je zegje doen. Je grenzen aangeven. Zulke grappen moet je niet uithalen met een narcist. Die medemensen mijd je beter als de pest.

Hoewel. Als je toch al op hun radar staat kun je hen maar beter goed afschrikken.

Hond gered uit handen zwaan……

Mijn dagen als levend vuilnisvat zijn voorbij! Joechei! Heks is blij dat ze niet op haar mondje is gevallen. En dat die vuilbek met zijn racefiets niet op zijn plaat is gegaan. Soms heb je maar een half woord nodig, maar je krijgt een heel woordenboek. En wel het scheldwoordenboek!

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Woensdagmiddag staat Trui op de stoep. Ha, wat leuk! Snel doe ik de deur open. ‘Koffie?’ Heks is er absoluut aan toe. Ik kan vandaag maar niet uit de knoop komen.

Even later zitten we op mijn balkonnetje met cappuccino en veganistische bramen-cheese-cake. ‘Zelf geplukt en zelfgemaakt,’ grijns ik naar mijn vriendin, ‘Mijn handen lagen helemaal open van het geploeter door de dorens…..

Het is heerlijk weer. Gisterenavond heb ik een flinke wandeling over het strand gemaakt. ‘Zullen we straks naar Noordwijk rijden?’ Ik kijk Trui verwachtingsvol aan. Mijn vriendin heeft echter buienradar geraadpleegd. En volgens deze gezaghebbende app gaat het stortregenen aan het einde van de middag. Daar willen we niet in verzeild raken!

‘Ik heb Coq au Vin gemaakt, eet je gezellig mee?’ Ja natuurlijk. Heerlijk! Ik zat eigenlijk aan te hikken tegen een kliekjesmaal.

Om een uurtje of vier fietsen we de stad uit. We nemen een toeristische route naar Zoeterwoude. VikThor zit in de fietskar totdat we de warme stad uit zijn. Daarna mag hij naast de fiets rennen.

We rijden langs het Kanaal. Het is druk op de weg. En op het water! Overal recreërende mensen. Op e-bikes, racefietsen, in sloepjes, roeiboten….. Bij een brug krioelt het van de halfnaakte pubers. Ze gebruiken de leuning als duikplank. Om beurten laten ze hun duizelingwekkende capriolen zien.

VikThor sprint ook telkens richting water. Hij heeft zin in een duik. Op een plek, waar ik hem er ook weer uit krijg laat ik hem zwemmen. Daarna moet hij aan de lijn. Het is veel te druk op dit achteraf gelegen stuk openbare weg.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

In Cronensteijn laat ik hem weer los rennen. En ook als we over het fietspad door de polder richting Zoeterwoude kachelen sprint mijn ventje los naast de fiets. Helaas komen er een heleboel fietsers aan in de verte. Het is te druk voor dit soort acties. Bovendien heeft mijn hondje wild in zijn neus. Hij doet verscheidene pogingen om het fietspad over te steken richting haas of fazant.

Net als ik probeer hem in zijn kladden te grijpen om hem weer aan te lijnen, schiet hij in het piepkleine gaatje achter de fiets van Trui en voor mijn fiets langs naar de overkant van het asfalt. Daar zit iets heel wilds heerlijk dierlijk te geuren…… Een man op een racefiets kan hem maar net ontwijken!

Ik stop en grijp mijn hond. ‘Sorry meneer, hij was me te snel af, het lukte me net niet om hem tegen te houden……’ begin ik me te verontschuldigen. De man staat me dan al brullend uit te schelden. Als een gestoorde spuugt hij allemaal ellendigs over me heen. Er is geen speld tussen te krijgen!

Even ben ik perplex van al dat verbale geweld. Dan schreeuw ik terug dat ik me al heb verontschuldigd en dat hij nu wel eens op kan houden met z’n scheldpartij. ‘Jij met je stomme belachelijke fietskar, ik haat dat soort vervoersmiddelen, achterlijk wijf, blablabla……’

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Een wolk vieze stront sliert uit zijn mond en drijft langzaam in mijn richting. Een grote wolk gifgas…… Venijn van jaren!

Plotseling spoelt er een golf woede omhoog in mijn lijf. Het gooit spontaan een barrière op tegen deze locale kluchtige luchtvervuiling. ‘Ophouden nu,’ schreeuwt mijn stem op razende toon. Dreigend doe ik een paar stappen in zijn richting, ‘Kom maar hier, mafkees, dan krijg je een poeier.’ Grootspraak natuurlijk, maar het helpt wel. De eikel taait af!

Op de achtergrond piept Trui teksten als ‘Laat die die vent toch in zijn sop gaarkoken, Heks, hij is niet normaal, hij spoort niet, kom mee, niet op ingaan. Wegwezen nu, kijk uit, Heks…. Hij is gek, reageer er niet op…..’

Ik strek me uit tot mijn volledige lengte. 1.80 schoon aan de haak. Dan stap ik weer op mijn fiets met mijn hondje aan de riem. Puffend loopt hij het laatste stukje richting dorp. We zijn er bijna. Trui en Heks zwijgen. Het tumult klinkt nog na in onze oren.

‘Zo jammer, al die korte lontjes,’ verzucht mijn vriendin uiteindelijk. Het is waar. De wereld staat op scherp. Zelfs in die prachtige groene polder, tussen de vogeltjes en het riet, hebben mensen helemaal niks nodig om te exploderen……

‘Hoe is het gegaan de afgelopen week?’ mijn fysiotherapeut kijkt me nieuwsgierig aan. Ze behandelt me met Cranio-Sacraal therapie. Een hele aparte tak van sport binnen de fysiotherapie.

‘Ik ben bijna op de vuist gegaan met een hoogzwangere man van begin veertig,’ biecht ik op. Zoals altijd schaam ik me dood over mijn woede en gebrek aan zelfbeheersing. Het lukt me niet meer om mijn nijd eronder te houden. Beheerst te reageren. Het gif te absorberen en zijn werk te laten doen.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Nee, zodra ik voelde wat die man bij mij naar binnen probeerde te smijten waren de rapen gaar. Ellende van jaren. Geconcentreerde frustratie over zijn moeder, oma, vrouw en schoonmoeder gecombineerd met een laag zelfbeeld en recent ontslag van zijn zogenaamde droombaan, waar hij sowieso al jaren langzaam zat dood te gaan. En toch vind hij het erg. Want mensen hechten aan hun ellende……’

Mijn fysio moet lachen. Tot mijn verbazing. ‘Ja und?’ af en toe spreekt ze spontaan haar moerstaal, ‘Hoe voel je je nu? Daarbij?’

‘Opgelucht. Gek genoeg, want ik was er eerst eventjes helemaal niet goed van. Maar het feit dat ik niks naar binnen heb laten komen, echt helemaal geen spatje van ’s mans frustratie, dat voelt geweldig! Het was eventjes helemaal niet leuk, ik had zelfs wel op mijn bek geslagen kunnen worden, maar ik accepteer dus echt niet meer dat mensen hun troep bij mij of zelfs in mij parkeren!’

Nee, dat nooit meer. Mijn dagen als levend vuilnisvat zijn voorbij. Joechei!

‘Ik las ergens dat uit onderzoek is gebleken dat je cortisolniveau omlaag gaat als je met een open houding helemaal rechtop gaat staan. Een ingekakt postuur geeft juist meer stress….. Misschien volstaat dat in de toekomst!’ verzucht ik tot slot.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

In de nabije toekomst nog niet:

Een paar dagen later staat mijn huis blauw van de rook. Mijn asociale benedenburen doen een poging om te barbecuen Je kent het wel. Twintig aanmaakblokjes om te beginnen, een hele fles spiritus er op en walmen maar……. ‘Buurman, kunt u de barbecue verplaatsen, mijn huis staat vol rook,’ doe ik een beleefde poging. ‘Voor jou zekuh,’ zevert de kwezel, die verantwoordelijk is voor de rookoverlast, om me vervolgens een bijzonder grote bek te geven.

Ook hij krijgt zijn vet van Heks. Leuk is het niet om te doen, maar niemand behandelt me meer ongestraft respectloos……..

Later staan ze met de hele familie te gillen onder mijn balkon, alsof ik iets raars doe. Even overweeg ik om de tuinsproeier in te zetten…….. Van het idee alleen al knap ik enorm op! 😉

‘Het Groot Scheldwoordenboek’. Voor inspiratie……

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

 

 

 

 

Twee paradepaardjes op Parade 2017: Trui en Heks zien graag iets geks en worden niet teleurgesteld. Roodkapje brengt inspiratie. Grootmoeder zijn is bepaald niet saai, maar juist vergeven van woeste seks en sensatie! En geef gewoon altijd de jager de schuld!

 

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM De geniale zoon met zijn geluidsapparaat en de jarige moeder.

Dinsdag zit ik scheldend in de auto om mijn hondje naar de oppas te brengen. De hele dag gaat alles al mis. En dat na een brakke nacht! Ik moet juist veel energie hebben vandaag, want ik ga naar de Parade met Trui.

Werkelijk elk stoplicht springt op rood. De weg is vergeven van de zondagsrijders, verdwaalde Duitse toeristen en traag kakkerlakkende lesauto’s. ‘Hoepel eens lekker op allemaal, idioten,’ bries ik onstuimig achter het stuur. Ik ben al zeker drie keer uit mijn vel gesprongen vandaag, omdat alles in het honderd loopt. Maar het helpt niks……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Een contraproductieve dag dus. Maar ik heb wel een doel: Ik moet om kwart voor vier op het station staan. Met een leuke outfit aan. En een noodrantsoen glutenvrije en lactosevrije producten. Voor het geval er niets eetbaars te vinden is op het feestterrein.

En het lukt me! Precies op het beoogde tijdstip sta ik bepakt en bezakt op Leiden CS. Geen Trui te bekennen echter. Mijn punctuele vriendin laat het lelijk afweten! Ik stuur een app waar ik sta. En een sms waar ze blijft? ‘Ik ben mijn telefoon vergeten,’ verklaart ze de radiostilte volgend op mijn getyp, als ze dan eindelijk opduikt.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Natuurlijk hebben we net de trein gemist en rijden de daaropvolgende treinen vandaag niet. Er zijn weer allerlei storingen en werkzaamheden. We moeten dus eventjes wachten. Op een ander perron. Heks haalt een complete maaltijd uit haar tas tevoorschijn. Trui zet grote ogen op.

‘Wat heb je nu toch allemaal bij je? Het ruikt heerlijk, jeetje.’ Verrukt gaapt ze naar de bakken met Dahl en salade. Ze accepteert de vork, die ik haar aanreik. ‘Prik maar een vorkje mee,’ grap ik jolig. Dit is nog maar het hoofdgerecht. De voorgerechten zitten nog in mijn rugzak.

In Amsterdam spoeden we ons naar het Waterlooplein. Daar meert een boot aan, waarop een voorstelling zal worden gespeeld: MAN MET DE MICROFOON
SPANNING EN SENSATIE OP EEN RONDVAARTBOOTWe hebben kaartjes! De boot zal ons uiteindelijk afzetten bij het terrein van de Parade.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Allemaal platliggen voor de Russen…….

Zodra we aan boord zijn begint de gekte. We zijn in een familiereünie beland en het wachten is nu op moeders. Even later duikt ze op en gaan we op weg. Allerlei idiote ontwikkelingen verder komen er een paar geweldige apen uit de mouw.

Heks en haar vriendin zitten geweldig te lachen. Oh, oh, wat is dit grappig. De man in de voorstelling heeft een apparaat, waarmee hij alles kan horen. Zelfs iemands gedachtes! Dit leidt tot hilarische situaties. Als hij bijvoorbeeld luistert naar de gedachten van een aantal passagiers.

Een vrouw zit naast haar man te proberen vooral niet te denken aan haar minnaar met zijn grote kolenschoppen van handen…… Een knallende ruzie tussen de geliefden volgt. Maar ook Eberhart van der Laan horen we praten als we langs het stadhuis varen. Over dreigend gevaar……..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM ‘Niet denken aan die grote geile handen van mijn geheime minnaar, oh nee, niet aan denken…..’

De situatie loopt uit de hand als we ook nog worden achtervolgt door Russen in een onderzeeër, terwijl helicopters van de binnenlandse veiligheidsdienst ratelend over ons heen cirkelen……..

Zo zitten we er direct lekker in. Nog voordat we een stap op het Paradeterrein hebben gezet! Uiteindelijk meren we aan. De kop is er af.

De Parade staat ergens in een uithoek van Amsterdam. Als we het terrein betreden koekeloert een man in mijn handtas. Op zoek naar verboden zaken. Ongezien smokkel ik tegelijkertijd mijn rugzak met hapjes naar binnen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Moeders vindt het allemaal best, als ze  eindelijk maar eens een keertje kleinkinderen krijgt

‘Een kwestie van magie. Hocuspocus dus. Je leidt iemands aandacht gewoon af, de andere kant op….’ grinnik ik tegen een verblufte Trui. Ze heeft me al vaker zo door controles zien lopen met mijn glutenvrije picknickmandjes. En elke keer is ze weer verbijsterd.

Het heeft geregend, dus de omgeving oogt licht druilerig. De stemming is echter opperbest. Eerst lopen we natuurlijk een grote ronde over het terrein.

‘Kom, we gaan lekker een wijntje drinken,’ we zoeken een terrasje en installeren ons. Er valt zoveel te zien, we draaien onze hoofden er bijna af. ‘Hoe laat begint onze volgende voorstelling?’ Trui heeft allemaal kaartjes geregeld, zodat we zeker ergens terecht kunnen. Ik ben wel eens in Den Haag naar de Parade geweest, toen werkelijk alles was uitverkocht…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Het is helemaal niet zo druk vanavond.  Lijkt het. We gaan een hapje eten en kunnen zo terecht. ‘Kijk eens wat een rij,’ zegt mijn maatje echter als we de tent verlaten. We zijn net voor de troepen uit gaan dineren. Hetzelfde overkomt ons als we in de carrousel willen. We kunnen zo terecht, maar mensen na ons moeten een uur in de rij staan!

Alles valt op zijn plek, alles gaat vanzelf! Ongeveer het tegenovergestelde van wat er vanmorgen bij me gebeurde…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Een Rus?

Na het diner zien we de voorstelling van ALINK&PLUKAARD:
WHO IS / WE ARE / WANNA BE LIKE MARTHA & GEORGE. Een voorstelling over twee oersaaie doodnormale acteurs, die graag groots en melodramatische meeslepend willen leven. Ongeveer zoals de personages in ‘Who is afraid of Virginia Woolf?’

We kunnen nog naar 1 voorstelling. Best moeilijk om te kiezen. We zien zulke grappige dingen om ons heen. Uiteindelijk besluiten we om naar DE AFGROND:
ROODKAPJE … HET WARE VERHAAL te gaan kijken. Een hilarisch toneelstuk dat nergens over gaat…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Een verliefde vrouw aan de kade, gelukkig kunnen we verstaan wat ze zegt……

Heks heeft ook wel eens een versie van Roodkapje opgevoerd, gebaseerd op het boek van Erich Fromm ‘Dromen, sprookjes en mythen‘. Dat weer verwijst naar Jung en diens interpretatie van het rode kapje. Het symboliseert de menstruatie van de vrouw. En grootmoeder is natuurlijk in de overgang. En de wolf is het beest in de man……

Roodkapje zet op weg naar dat ouwe wijf met haar wauwse waarschuwingen de bloemetjes maar eens lekker buiten en raakt ernstig van het rechte pad. De wolf vreet bij gebrek aan beter eerst grootmoeder maar eens op. Om zich daarna te focussen op wat jonger vlees.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM We hebben allemaal een koptelefoon op!

In deze interpretatie heeft grootmoeder een woeste seksuele verhouding met de wolf. En Roodkapje schiet hem daarom dood met het geweer van de jager, die daarom in de bak belandt…..

‘Oh wat errug, oh wat errug,’ zingen de drie acteurs vol erbarmen. Trui en Heks liggen in een deuk. Wat een mafkezen, oh, wat is dit leuk! ‘En ze zijn helemaal niet zo piep meer, dat vond ik ook gaaf,’ zegt mijn vriendin achteraf. Ja, op de Parade hoef je niet jong, strak en mooi te zijn. Het is voor iedereen, door iedereen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM ‘Geef me terug de ogen van een kind!’

‘Ga je zo optreden?’ roepen een paar kerels naar Heks. Ik heb me natuurlijk lekker uitgedost. Maar nee. We gaan zo naar huis, het is weer mooi geweest. Mijn vriendin zit paniekerig op mijn telefoon te zoeken naar de snelste manier om op het station te komen. Het ziet er niet al te best uit, we moeten een flink stuk lopen.

‘Welke kant moeten we op?’ vragen we bij de kassa. En bij de garderobe. En nog eens hier en daar. Niemand die het weet. We lopen maar zo’n beetje achter de meute aan. Dan zien we zomaar in the middle of nowhere een taxi staan.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM De Fonteintent en de Carrousel

Er zitten geen passagiers in, we kunnen zo instappen! ‘Ik mag hier eigenlijk niet staan,’ piept de taxichauffeur. Hij krijgt dan ook direct op zijn donder van een handhaver als we het terrein afrijden. Ons maakt het niet uit. Deze schat van een man met stem van een piepkuiken rijdt ons in no time naar Amsterdam Zuid.

Daar springen we in een trein en even later zijn we thuis. Geen toestanden, geen eindeloze wandelingen, gemiste aansluitingen en wat er nog meer allemaal mis kan gaan bij zo’n thuisreis.

Op Leiden CS nemen we afscheid. ‘Wat een heerlijke avond, schat,’ roepen we tegen elkaar. Absoluut voor herhaling vatbaar!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

Krijg nou de kolere! Gooi ik zakken vol kleding de voordeur uit, sluipen er weer allemaal fantastische kledingstukken door de achterdeur naar binnen! Ja, zo raakt het hier nooit opgeruimd! En ontmoeting met mijn soulmate!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Zondag gaat de telefoon. Het is Hopla. ‘Heks, ik ben mijn kledingkast aan het opruimen en ik vond nog wat dingetjes, die jij wel leuk zult vinden. Kom je eventjes kijken?’ Tien minuten later en een douchebeurt verder later zit ik op de fiets. Het is hooguit 2 minuten trappen: De Kippenbrug over en ik ben er.

In haar gezellige woonkamer drinken we verrukkelijke limonade. Een eigengemaakt brouwsel met sterrenmunt en limoen. ‘Kijk, ik heb een jurk voor jou meegenomen,’ Heks diept een rode feestjapon op uit haar tas. Hij valt bijzonder in de smaak. ‘Alvast een prima aanwinst voor het kerstdiner! Haha, dank je schat.’

‘Ik ga niet al teveel van je spulletjes overnemen hoor,’ begin ik verstandig, ‘Ik ben namelijk ook mijn kast aan het opruimen. Ik heb net een paar zakken weggedaan en weggegeven. En het is nog steeds propvol in mijn walk in closet!’ Ik pak het eerste jurkje van de stapel. Jeetje wat een leuk ding!

Enthousiast prijst mijn vriendin de verschillende kledingstukken aan. Op zich echt niet nodig, want werkelijk alles oogt fantastisch. En hoewel we een geheel verschillend figuur hebben pas ik overal lekker in. De stapel mee te nemen kleding wordt hoger en hoger. Uiteindelijk heb ik een hele vuilniszak vol nieuwe spulletjes!

‘Ik ben toch zo’n prachtig boek aan het lezen,’ vertel ik mijn maatje, ‘ik lees me sowieso suf momenteel. Zoals altijd in tijden van verandering en transformatie. Dit boek heet ‘Mindfulness as medicine, van Sister Dang Nghiem.’

‘Je weet natuurlijk dat ik een bloedhekel heb aan allerlei boeken, die claimen je te kunnen genezen. Of vage cursussen,  vreemde vogels en ander gespuis, die hetzelfde beweren. Kortom alles en iedereen die zelf beter probeert te worden van andermans ellende.’

Heks moet daar echt niets van hebben. Niet op die manier. Ik vind het badinerend naar het lijden van degene die het krijgt opgedrongen. Want zulke geneeswijzen en methoden krijg je altijd opgedrongen! Door de mensen die er beter van worden…..

De dingen die wel werken hoeft niemand je door de strot te duwen, die verkopen zichzelf. Door mond op mond reclame.

‘Dit boek leest zo heerlijk weg. De non, die het heeft geschreven heeft zelf de ziekte van Lyme. Ik ben nog maar in het begin. Misschien ga ik me nog suf ergeren. Wellicht volgen er toch nog rare uitspraken, maar voorlopig inspireert het me enorm, dit persoonlijke verhaal!’

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Mijn maatje leest zich ook een slag in de rondte momenteel. ‘Maar ik doe het heel lui, Heks, ik laat me voorlezen….!’  Even later showt ze me haar nieuwe app.  Je kunt er elk boek inzetten en dan leest iemand je voor. Geweldig toch. Die ga ik ook aanschaffen!

M’n fiets beladen met een geheel nieuwe garderobe peddel ik weer naar huis. Ik pak alle kleren uit en hang ze op een knaapje. Nou Heks, dat schiet weer lekker op met dat opruimen van jou. Je gooit je kleding door de voordeur naar buiten en het komt via de achterdeur weer naar binnen……

Maar ja, wat wil je. Spulletjes uit de kledingkast van Hopla! Die heerlijke kleurrijke creatieve toverheks! Prachtige materialen en originele designs! Dat is natuurlijk te mooi om waar te zijn.

Een lege kledingkast zal ik nooit krijgen. Maar een saaie doos zal ik in elk geval nooit worden. En misschien blijf ik ook wel levenslang licht ontvlambaar……. Ik zal het er echt mee moeten doen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Sister Dang schrijft in een hoofdstuk over haar afspraakje met haar zielsverwant. Ze gaat dan zitten op haar matje en doet haar ogen dicht. Ook de andere zintuigen blijven verstoken van prikkels. Doodgewone ouderwetse zitmeditatie dus. ‘In sitting meditation, we are actually making an appointment with ourselves…’ 

Dan oefenen we de eerste mantra: ‘Darling, I am here for you,’ voor alles wat in ons is. ‘Come back. Come back to the breath, come back to the body, I am here for you, my love.’

Het raakt me hoe liefdevol ze met zichzelf praat. Van jezelf houden is essentieel. Het is de alpha en de omega. Krijg je moeite met jezelf, zoals Heks de laatste paar jaar, dan wordt het erg lastig om gelukkig te zijn. Ik zal weer dol moeten worden op deze toverkol. Het begint met liefdevol zijn. Compassie hebben.

Ik woon dan wel in een rommelig huis, mijn voertuig is chronisch ziek, zwak en misselijk, ik ben de laatste tijd een vat vol woede en teleurstelling, maar ik ben ook hartstikke lief. En de moeite waard. M’n eigen moeite!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

Tegenslag mag. Maar niet elke dag. Het heeft ook positieve kanten: Het leven is uiteindelijk toch 1 groot avontuur. Vraag maar aan Harlekijntje…..

  
Tegenslag heeft ook zo zijn positieve kanten. Als alles van een leien dakje loopt maak je beduidend minder mee. Vorige week ben ik compleet opgetuigd op weg naar een ravissant feestje, als de demper van mijn uitlaat de geest geeft. Klonkklonkklonk hoor ik, net wanneer ik de snelweg verlaten heb. Op zich al een godswonder, dat het ding gewacht heeft met eraf vallen totdat de kust veilig was. Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik heb niet graag de dood van een motorrijder op mijn geweten om maar iets te noemen…..

Een knetterend lawaai begeleidt dit voorval. Heks zet de auto aan de kant. Ik ga de ANWB maar bellen. Op vijf minuten rijden van mijn feestje anderhalf uur wachten is natuurlijk balen. Achter me stopt een auto. Een knappe kerel stapt uit. ‘Je uitlaat ligt eraf. Althans, je demper. Je gaat zeker de ANWB bellen?’ 

‘Niet doen! Zit je anderhalf uur te wachten en dan trekken ze die demper eraf en zeggen rijdt maar naar de garage…. Of naar huis. Ik ben monteur, ik kan het ook eventjes voor je doen. Kun je gewoon lekker naar je feestje.’ Hij lacht me vriendelijk toe. Vervolgens trekt hij die vermaledijde demper eraf en ik vervolg knetterend mijn weg. ’s Avonds rijd ik in een oorverdovende herrie naar huis. Het feestje is leuk. ‘Ik had die jongen mee moeten vragen als bedankje,’ bedenk ik me later, ‘was vast heel gezellig geweest.’

  
Met een gereanimeerde auto rijd ik gisteren het land uit. Heks gaat een kleine maand in retraite in Plumvillage. De laatste weken stonden in het teken van regelen, regelen, regelen. En nu is alles geregeld. Er wordt op mijn huis en op mijn dierentuin gepast. Varkentje is onder de pannen. Het avontuur lokt.
Het lokt nogal hard blijkt. Als ik uitgekacheld van de voorbereidingen de stad uit rijd kan ik nog niet vermoeden wat er allemaal boven mijn hoofd hangt.


Het eerste gedeelte van de reis verloopt voorspoedig. Wel traag, want ik kruip als een slak om Rotterdam en Antwerpen heen. Het is druk op de weg. In Noord Frankrijk kan ik eindelijk een beetje vaart maken. Bij Parijs geef ik mijn TomTom de opdracht om de Boulevard Periferique te vermijden. En daar begint de ellende. De vervangende route is afgesloten. Ik rijdt een paar uur van hot naar haar door deze metropool. Overal staan borden dat ik er niet door kan. ‘Wat een waanzin om op zoveel plekken aan de weg te werken ,’ denk ik bij mezelf. Die domme Fransen ook. 

Uiteindelijk lukt het me om de stad aan de goede kant te verlaten. Op zich best een pretatie, want later blijkt er een noodtoestand te zijn afgekondigd….. Het is vreselijk weer. De regen komt met bakken van de hemel…

Ik kom op een louche Route Nationale terecht vol kuilen en met nauwelijks zichtbare markering. De weg draait , stijgt en daalt en ik heb maar een paar meter zicht. Ik ga een hotel zoeken, besluit ik. Ik stop bij een verlaten benzinestation en ga aan de slag met mijn booking.com app. Om te ontdekken dat niets werkt. Ik krijg internet niet aan de praat. 
  
Als ik doorrijd  kom ik toch op de péage. Mooi zo. Ik geef gas en hoop ergens onderweg een stom goedkoop hotel tegen te komen. Plotseling is de weg afgesloten. Voor ik het weet ben ik noodgedwongen op weg naar Nantes! Ik wil niet naar Bretagne. Bij de eerste beste afslag ga ik van de weg af. Ik beland in een soort vrachtwagendorp. Allemaal kolossen staan te wachten. Waarop?

Nadat ik driehonderd rondjes rondom een rotonde heb gereden ontdek ik een gewone parkeerplaats. Ik kan geen kant op. Het is beestachtig weer. Ik besluit hier dan maar te overnachten. Ik mis mijn hondje. Met hem erbij voel ik me gewoon een stuk veiliger. Maar goed. Ik hang gele dekens voor de ramen. Een zonnescherm sluit de voorruit af voor nieuwsgierige blikken. Ik wikkel me in een paar dekens, zoek mijn kussen op, neem een oogbadje. Ja echt. Je moet toch wat bij wijze van sanitair ritueel. Met moeite sukkel ik in een soort halfslaap

Soms staan er mensen een tijdje naast me te telefoneren en te schreeuwen. Ik ben niet de enige die is gestrand. Maar het grootste deel van de nacht is de plek godverlaten. Om een uurtje of zes houd ik het voor gezien. Ik ga weer rijden. Ik moet eerst maar eens ontdekken hoe ik in godsnaam in Orléans kom.
Via de Route Nationale kom ik een aardig end, maar opeens staat alles vast. Echt muurvast. Na een uur is er nog geen enkele beweging waarneembaar. Intussen heb ik vernomen dat ik in een natuurramp ben beland. Half Frankrijk staat onder water. Het is een wonder, dat ik het zo’n end geschopt heb met mijn kuikentje.

  
Ik ontsnap uit de file en besluit op de bonnefooi op zoek te gaan naar iets groters dan een boerengat. Dat valt nog niet mee. Veel wegen zijn afgesloten. Toch vind ik een klein stadje met een kroeg en een bakker. De bakkersvrouw is zeer kordaat. ‘Madame heeft in haar auto geslapen,’ roept ze naar haar man, ‘waar is dat adres van die gite?’ Ze belt met een boer uit de omgeving, die kamers verhuurt. Er is nog iets vrij. ‘En leg jij haar eens even uit hoe ze er moet komen,’ commandeert ze haar echtgenoot.


Intussen legt ze verrukkelijk aardbeientaartjes in de vitrine, door manlief zelf gebakken. Wat jammer dat Heks het niet mag eten. Het water loopt me in de mond. Een kopje koffie zou ook erg welkom zijn. En ergens een plasje doen…….


Even later ben ik weer op weg. Ik heb hier niets aan mijn TomTom. De straat kent ie niet. De bakker heeft echter een geweldige kaart getekent. Een kwartiertje later heb ik het adres gevonden. Ik wordd allerhartelijkst verwelkomt door de boer. Zijn vrouw zit vast in Orléans. Een vriend komt ook logeren , want zijn huis is ondergelopen. 

‘Wil je een lekker ontbijtje?’ De man zet koffie, schenk jus d’orange in, zet jam op tafel en yoghurt. Heks eet wat van haar eigen smerige glutenvrije brood met de zalige eigengemaakte confiture. Intussen klets de boer honderduit. Het is een knappe en charmante kerel. Hij is hier geboren en getogen op deze prachtige boerderij.


Niet veel later lig ik in een warm bad. Ik slaap de gehele verdere dag, afgewisseld met het lezen in Harlekijntje. De avond voor vertrek kreeg ik de complete serie cadeau van Kras. We blijken allebie als kind idolaat te zijn geweest van deze boeken geschreven door Josephine Sieb. ‘Harlekijntje is een heerlijke ADHDer,’ volgens mijn vriendin. 


Morgen ga ik weer op pad. De vrouw van de boer weet een goeie sluiproute, die nog open is. Ze is er net via teruggekeerd op de boerdeij. Vanaf Orléans schijnt de péage weer operationeel te zijn. Op hoop van zegen dan maar. Als het morgen niet lukt, rijd ik door naar Spanje……..

  
 

Stilte voor of na de storm? In het oog van de orkaan is het ook stil. Je kunt ook stil zijn terwijl je toch spreekt. Andersom zie je vaker: Een kakofonie aan onrustige gedachtes zodra je eindelijk eens je mond dicht houdt…..

De laatste tijd heb ik vooral behoefte aan stilte. Niet dat ik dan zelf zo stil ben. Regelmatig heb ik last van mijn tijdelijke Gilles de la Tourette. Ik scheld en scheld. Machteloze woede. De stilte heb ik nodig om die nijd te kunnen omarmen. Omvatten. Mijn kop er omheen te kunnen vouwen. Te laten uitrazen…..

Maar met enige regelmaat is het ook echt stil van binnen. Het inwendige geschreeuw houdt op. Soms pruttel ik nog een paar uur zachtjes na. Om uiteindelijk in een staat van genade te belanden. Waar helemaal niets is. Geen boosheid, maar ook geen vreugde. Alleen het gevoel er te zijn. En dat dat goed is, ondanks wat dan ook.

Gisterenavond zie ik een dame op televisie. Mirjam van der Vegt. Ze geeft ons een nachtzoen, althans, dat is het format van het programma. Deze zachte vrouw vertelt ons over stilte. Wat het voor haar betekent: De drie treden naar stilte vanuit de Benedictijnse kloostertraditie. Ze werkt ook met mensen aan stil worden:

Een persoonlijk stiltetraject in fases:
De eerste trede – herademen: VERKENNEN
De tweede trede – struikeling: VERDIEPEN & VERBINDEN
De derde trede – innerlijke vrede: VERBINDEN & VERANKEREN

Gisteren tijdens de koorrepetitie moeten we steeds wachten tot de andere stemmen hun partij hebben ingestudeerd. Snel zoek ik Plumvillage op op mijn Iphone. Er is weer een 21 dagen retraite in juni! Oh, wat wil ik er graag heen. Natuurlijk zal Thay ons niet meer toespreken. Dat gaan de Dharma teachers doen.

Ik ging in feite altijd alleen maar voor mijn leraar. Wat al zijn leerlingen beweren interesseerde me nooit een biet. Sommigen van hen verdacht ik van een levensgroot ego. En ik denk dat ik daar gelijk in heb. Niemand kan in zijn buurt komen……

Toch voel ik zo’n sterk verlangen om te gaan. Om me onder te dompelen in de stilte. Om al mijn oude vrienden en vriendinnen te zien. Van over de gehele wereld. Om me verbonden te voelen met de Sangha. Zelfs om me dood te ergeren aan allerlei mafketels, die je daar ook in grote getale tegenkomt. Zoals in elk spiritueel centrum waar ook ter wereld. De zoekenden en verdwaalden. De shoppers en grasshoppers. En een incidentele heks.

‘Heks ik ergerde me de eerste keren dat ik hier was ook altijd groen en geel aan dat schijnheilige gedoe van sommige lieden,’ mijn Canadese vriendinnetje heeft daar na haar derde retraite  geen last meer van, ‘Ik ben me gewoon gaan realiseren dat zij ook maar simpelweg aan het oefenen zijn. Net als ik.’

Stil worden, ik ben ermee bezig. Volgens mij bevind ik me in de fase van het struikelen. Het gevecht. Het op mijn plaat gaan. En weer opstaan.

Ik ken het gevoel bemind te worden. Ik heb het goddelijke vaak mogen ervaren. Het is niet iets fantastisch met tromgeroffel en trompetgeschal. In die zin valt het een beetje tegen. Geen bijbelse engelenkoren komen eraan te pas. Het is als liggen in het gras. Elk sprietje voelen. En ook de bomen en de wolken. Alles lijkt ook licht te geven. Verlichting is eigenlijk heel gewoon. In Plumvillage is een non verlicht geraakt terwijl ze op het toilet zat…….,

Een nieuwe lente en een nieuw geluid? Ik ben blij dat er weer eens iemand naar me fluit! Heks wandelt met Varkentje door bloeiende Leidse Hout. Kippenpootjes en vreemde studies. Kinderlijke verwondering en je bent nooit te oud om iets te leren.

Vanavond wandel ik met Ysbrandt door het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Zacht en zwoel. Het bos staat in bloei. Moedertje Natuur in haar bruidskleed. De daslook, het fluitenkruid, verschillende bomen en heesters: Een witte bloemenvloed. Varkentje loopt er decoratief doorheen te snuffelen.

Traag treuzel ik langs de paden. Ik heb mijn fototoestel bij me en zet de telelens erop. Het begint al een beetje te schemeren, maar daar is mijn camera op berekend: Schemerstand uit de losse hand. Het is rustig in het bos, maar niet verlaten. Hier en daar lopen mensen te wandelen. De bankjes zijn zonder uitzondering bezet. Zelfs de elfenbankjes.

‘Wat een heerlijk weer, hè,’ ik begin een praatje met een olijke man. Hij staat de lege schaapskooi te bestuderen. Binnen de kortste keren hebben we een heel leuk gesprek over fotografie en camera’s. Zijn dochter heeft deze hobby. En de vader zit in het drukkersvak. Wat grappig toch weer, zo’n ontmoeting. Het lijkt op de tijd dat iedereen mijn partner was.  Die tijd voor de ontdekking van het fenomeen narcisme.

Als ik doorloop kom ik een man tegen met een klein wit hondje. Hij draagt het in zijn armen. ‘Ze heeft het warm,’ verklaart hij, ‘Ik wilde eigenlijk naar het strand gaan, maar het was al wat laat. Nou, als ik in de auto was gestapt was ik er al lang geweest.’ Hij lacht. ‘Maar hier is het ook niet verkeerd, ik heb net een gebraden kippenpootje gehad van die jongemannen daar. Ze hebben over, jij krijgt er vast ook eentje!’

Hout28

Iets verderop staat een picknicktafel volgeladen met etenswaren en drankjes. Er zitten vier jongens omheen. Ze lachen en praten. ‘Zal ik een foto van jullie maken?’ Dat mag. Maar dan moet ik wel een paar kippenpoten opeten.

‘Kom er bij zitten, wil je iets drinken?’ Een grappige gast met een hoge kuif is duidelijk de gangmaker. Hij maakt grapjes op het flirterige af: Een rascharmeur! Maar ook de andere jongens laten zich niet onbetuigd. Er vliegen wat vragen over en weer. De knapperd naast me studeert politieke geografie. Huh? Nog nooit van gehoord. Weer iets geleerd vandaag. Een heel interessant vakgebied volgens mij!

‘Wilt u ook een sigaret?’ Welja, waarom niet. Tevreden lurk ik aan een zware Marlboro. Zwabberig sta ik op. Helemaal licht in het hoofd. Het lijkt wel een toversigaretje.

Bij de pomp was ik mijn handen. Ze zitten helemaal onder de kippenkluivensmurrie. Ysbrandt heeft meegenoten van het diner. Hij is vooral gek op stukjes kraakbeen…

‘Veel plezier!’ roep ik naar mijn gastheren, ‘Bedankt voor de gastvrijheid!’ ‘We gaan je blog lezen, Heks, is dit em?’ Ik staar op het display van een telefoon. ‘Recepten van de Toverheks’ staat er. Ja. Verrek. Ze hebben em in de gauwigheid alweer gevonden. Midden in het bos.

Zo loop ik licht in mijn hoofd het laatste stuk richting uitgang. Het Hout is vergeven van de zoete bloesemgeuren. Ik begin weer lekker in mijn vel te zitten. Dat merk ik aan de enthousiaste reacties van al mijn partners. Ja, want narcisten en psychopaten ten spijt ga ik toch terug naar mijn oude overtuiging.

Dat als je liefde en compassie kunt genereren iedereen je partner is. Je hoeft er niet mee bevriend te zijn. En al zeker niet iedereen in huis te halen. En in die hele moeilijke gevallen van narcisme of psychopathie is veel afstand het beste. Misschien zelfs een straatverbod……

Maar je kunt om niemand heen. Uiteindelijk.

Interbeing noemt Thich Nath Hanh dat. We zijn niets zonder de ander. Of zoals ze het in het Taoïsme zeggen: De vogel wordt gevlogen (IPV de vogel is gevlogen…. 🙂 of de vogel vliegt), de vis wordt gezwommen. ….

Schelden is niet voor helden. Toch ontkom je er soms niet aan. Waar het hart vol van is loopt de mond van over, ook in dit geval. Maak van je hart geen moordkuil, Heks! Gooi het er maar uit, die vuiligheid. Opgeruimd staat netjes! Narcistendag 2.

Zaterdagmorgen sta ik vroeg naast mijn bed. Vandaag heb ik weer een narcistendag, maar deze keer moet ik helemaal naar Gouda. Dat vraagt wat meer inspanning mijnerzijds. Om kwart voor negen zit ik in de auto, ruim op tijd. Ik gooi Ysbrandt eventjes los in een park. Hij mag mee vandaag. Ik heb geen oppas kunnen regelen.

Helaas heb ik vandaag alle stoplichten tegen. Als ik de Hoge Rijndijk afrijd gaat de brug open. Het duurt zeker tien minuten voordat alle Rijnaken en plezierjachten voorbij zijn gevaren. Meuh. Prutteldepruttel. Heks zit zich op te vreten. Intussen rijd ik op een strak schema. Als alles goed gaat ben ik toch nog even voor tienen ter plaatse.

Maar niet alles gaat goed. Als ik in Gouda arriveer stuurt mijn TomTom me via een eindeloze dijk langs de Reeuwijkse plas. Opeens kan ik niet verder. Vervelende mannetjes in oranje pakken staan bij een wegversperring te posten. Wat nu? Ik vraag advies, maar de mannetjes weten niets van de omgeving. Of het interesseert ze niet of ik ooit mijn doel bereik. Ik rijd op de bonnefooi een belendend industrieterrein op.

TomTom laat zich ook niet onbetuigd. Zeker zes keer kar ik hetzelfde rondje tussen de afgesloten loodsen en foeilelijke bedrijfspanden. Wat een blikveldvervuiling, deze architectuur van lik m’n vestje. Maar ja. Hoe kom ik hier weg? Ik bel de twee trainers van vandaag, dat ik iets te laat ga komen. Ik krijg een melding dat het ene nummer niet bereikbaar is. Het andere is niet correct, ik krijg een wildvreemde vrouw aan de lijn.

Na nog een woest rondje industrieterrein bel ik het eerste nummer nog eens. Weer onbereikbaar. De telefoon staat duidelijk uit. Ik word zo woedend. Krijg toch de kolere. De telefoons zouden tot tien uur aan staan, omdat het vaker gebeurt, dat mensen te laat komen. Door files bijvoorbeeld…. Of zoiets als dit.

Scheldend rijd ik nog maar een rondje op zoek naar de juiste route. Afschuwelijk woorden blubberen oncontroleerbaar mijn mond uit. ‘Hoerentoeters, kutlijers, mensen zijn zo slecht. Godverdegodver….. ‘ en ga zo maar door. Ik kanker en scheld op alles en iedereen. Zoals wel vaker de laatste tijd als niemand me hoort of ziet.

Ik ben behoorlijk over de zeik. Uiteindelijk rijd ik een stuk verderop langs een stuk wegversperring. Geen mannetje te zien. Mooi zo. Dat is het voordeel van zo’n klein autootje. Je kunt overal langs en tussendoor. Stukje fietspad? Geen punt indien nodig.

Zonder problemen kan ik gewoon het laatste stuk langs het water rijden. Het is me een raadsel, waarom die weg in godsnaam helemaal dicht moet, maar goed. Mannetjes hè! Die willen gewoon lekker moeilijk doen. Hun invloed doen gelden…..

Een minuut of tien te laat ben ik dan toch ter plekke. Ik mag er nog in! Een hele lieve jongedame ontvangt me en stelt me een beetje op mijn gemak. Dat valt nog niet mee. Er komt stoom uit mijn oren.

De trainers schrikken als ze ontdekken dat de telefoons onterecht uit staan. Er is als het goed is nog iemand onderweg. Die is overigens nooit meer opgedoken. De telefoons gaan aan. ‘Eindigt jouw nummer op **?’ vraagt de vrouwelijk trainster. Terwijl ze het vraagt hoor ik immens geschreeuw vanuit haar telefoon. Dat ben ik! Haar antwoordapparaat stond wel degelijk aan. En ik heb blijkbaar het gesprek niet afgebroken……. ‘Geen idee,’ draai ik erom heen.

In de pauze vertel ik haar, dat ik inderdaad die schreeuwlelijk op haar voicemail ben. Helemaal boven mijn theewater. ‘Luister het asjeblieft niet af!’ roep ik wanhopig. Ik gun het niemand om die vuiligheid over zich heen te krijgen. Nou, misschien een incidentele narcist. Maar zeker niet deze lieve dame.

‘Het komt vanuit trauma. Je hebt zoveel moeten slikken, dat komt er nu uit. Al die ellende zit in je lijf opgeslagen. Helemaal niet verbazingwekkend, dat je zo gaat schelden, zeker niet als alles tegen zit.’ ‘En je op weg bent naar een narcistendag,’ denk ik erachteraan, ‘waar je veel geld voor betaalt, terwijl de aanstichters van dit onheil nergens last van hebben…… Dat geeft inderdaad nogal wat onvrede.

Zo is de narcistendag nog niet eens begonnen en ik heb al de belangrijkste les te pakken van vandaag. Mijn gescheld mag! Het is niet nodig mezelf daar ook nog eens op af te kraken. Ik mag woedend zijn op al die gekken, die me bij de neus hebben gehad. De monsters, die me fysiek te grazen hebben genomen, alsmede alle leugenaars, bedriegers en dieven, die hier kind aan huis zijn geweest.

Ik mag kotsen op mensen, die mij hebben uitgekotst. Ik mag kwaad spreken over mensen, die me kwaad hebben gedaan. Ik mag lastig zijn voor hen die me lasteren. En ik mag iedereen stijf schelden, die mij naar het leven heeft gestaan. Figuurlijk dan. Ik ben wel geslagen, maar gelukkig nog nooit dood geslagen of verwurgd. Wel zijn er zijn mensen, die me sociaal hebben vermoord. En op hen scheld ik ook grof. Volledig terecht.

Maar goed, ik hoop wel dat het een keertje ophoudt, die vuilbekkerij. Je krijgt echt een vieze smaak in je mond door al dat gekanker. Ook schaam ik me natuurlijk toch dood als die vrouw mijn grove taalgebruik hoort. Ik dacht dat haar telefoon uit stond en de mijne het contact had verbroken. Niet dus.

Confronterend. Maar het is nu eenmaal gebeurd. Heks is gewoon enorm pissed off. Op alles en iedereen, die over mijn grens is gegaan. Recent of honderd jaar geleden. Maakt niet uit. Hoepel op van mijn terrein.

Ook ben ik er helemaal klaar mee om bruggen te bouwen naar narcistische idioten. Liever geef ik hen op hun kloten!

Ooit zal het wel overgaan. Deze rage, razernij, woede….. Op een dag zijn de scheldwoorden op en is de bal nijd verdwenen uit mijn buik. Op een goede dag. Als ook alle narcisten en psychopaten me hebben verlaten en terug zijn gekropen in hun hoeken en gaten. Of onder hun steen.