O jee. Wee je gebeente!!! Wat een hitte! Puffen zonder enige wee valt al niet mee. Maar in deze weersomstandigheden een ingeslikte skippybal rondsjouwen? En bevallig bevallen? Niet te doen. Nee. Professor Grunschnabel moet ons redden!

©Toverheks.com

Zucht, zucht, zucht. En: Puf, puf, puf…. Je hoeft niet eens bevallig hoogzwanger te zijn om puffend en zuchtend door het leven te gaan. Wat is het toch warm. Heerlijk. Maar wel bloedheet.

Via een schaduwroute loop ik ’s morgens naar het dichtstbijzijnde park met VikThor puffend naast me. We gaan lekker zwemmen. Nou ja, hij. Verwoed springt hij het ene bommetje na het andere.

Een uurtje later fiets ik naar de dokter voor een lekkere cortisonenprik. Met bijbehorende zware pijnstiller. Mmmmmm. Mijn nek en elleboog zijn aan de beurt. Hoera. Een paar dagen pijnvrij in die gebieden. Dat is een groot goed.

©Toverheks.com Bommetje!

Dan ga ik langs bij mijn vriendinnetje Joy. Ze loopt op alledag. Een grote skippybal heeft zich in haar ranke figuurtje genesteld. Puffend doet ze de deur open. ‘Kom je nog wel buiten?’ vraag ik nieuwsgierig, nadat ik mijn deelneming met haar benauwde toestand heb betuigd. Ja, gelukkig lukt een klein stukje wandelen nog wel.

‘Maar het mag nu wel komen. hoor, ik ben het behoorlijk zat,’ we zitten aan tafel haar nieuwste aanwinsten te bewonderen. Een paar spuugmooie spuuglappen, een lekker zacht dekentje, nog een kwijlebabbellap met poesjes erop……

De mussen vallen van het dak en mijn vriendin valt bijna om. Wat een zomer. Heel Nederland is roestbruin van de droogte. Nederland! Tig meter onder de zeespiegel!!!!

De gehele bevolking heeft een lekker kleurtje, hetgeen de integratie van mensen met van nature zo’n kleurtje vast ten goed komt. Het is sowieseo te warm om je druk te maken over geneuzel betreffende de diverse kleurtjes van deze of gene.

’s Avonds fiets ik naar het Valkenburgermeertje. VikThor zit in zijn kar. Hij moet eerst een compleet bombardement uitvoeren in de ondanks de hitte opmerkelijk schone Singel om een beetje af te koelen. Daarna spoeden we ons  de hete stad uit.

Heks zit te zingen op de fiets. Ik voel met fantastisch na die prikken van vanmorgen. Ik kan mijn hoofd weer bewegen. Omdraaien zelfs! Geweldig! Ook lukt het me om zonder pijn balletjes door de lucht te gooien. Ook alweer zo’n piekervaring. Wat een dag!

©Toverhkes.com Je zult maar zo’n bal per ongeluk inslikken….. Dan beweeg je niet meer zo snel!!!!!

Op de terugweg is het iets koeler. Een kletsnatte VikThor draaft het eerste stuk naast de fiets. Maar zodra de lauwwarme stad in zicht komt moet hij weer zijn kar in. Ik ben als de dood, dat het arme beest oververhit raakt.

Die nacht hoor ik hem licht hijgen in zijn hok. Het is bloedheet in huis, ondanks het feit, dat alle ramen open staan. Ik ga nog maar eens met een ijskoude natte doek langs de pootjes van het arme dier. Ook gooi ik een vochtige koelmat in zijn hok. Maar dat vindt hij dan weer niks. Pas als ik er een badstof handdoek overheen drapeer is het goed.

©Toverheks.com

De volgende dag haal ik op aanraden van Kras een koelende gelmat. Een wonder der techniek. Door de druk van een oververhit hondenlichaam koelt de gel af. Aan de zijkanten echter wordt het spulletje warmer. Zo raakt mijn hondje zijn overtollige warmte wel kwijt.

Ook haal ik zijn speciale verkoelende halsband weer tevoorschijn. Zo houd ik mijn ventje wel fris en fruitig! Nu ikzelf nog:

Bij de AHahaha zijn alle ijssoorten in de aanbieding. Heks kijkt al jaren niet meer naar zulk soort aanbiedingen, er zit altijd wel iets in wat ik niet mag! Kras heeft echter een soort ontdekt, die ik wel kan eten. Op haar verjaardagsfeestje verrast ze me onlangs met wel drie verschillende smaken!

Nu koop ik wel zes verschillende smaken. Koffie met Cardamon bijvoorbeeld. En karamel met zeezout……. Het veganistische ijs van Professor Grunschnabel is fenomenaal lekker.

Straks ga ik weer eventjes bij de hoogzwangere Joy langs. De arme schat is intussen dagen overtijd. Met dit weer! Ik neem zo’n lekker koud pak ijs mee. Therapeutisch en lekker!

©Toverheks.com

 

 

Ben je boos? Pluk een roos! Zet em op je hoed, dan ben je morgen weer te pruimen. Te nassen. Sommige mensen dragen nooit een hoed en dat is te merken ook! Heks krijgt onzinnige verwijten naar haar kop van een chagrijnige moederkloek. Eigenlijk verdient het mens billenkoek, maar ik geef haar een koekje van eigen deeg!

Maandag fiets ik door de stad op weg naar de Koerdische fietsenmaker. De man heeft mijn fietskar in reparatie. Heks is benieuwd wat hij nu weer heeft verzonnen om het ding aan de praat te krijgen. Hij heeft altijd onorthodoxe methoden om het onmogelijke te repareren. Met stukken tuinslang bijvoorbeeld…….

Ik word altijd vrolijk van die kleine man. Wat zijn ogen zien kunnen zijn handen maken en daar houd ik van. Ik ben dus goedgehumeurd. Even voor de goede orde. Ik zit zachtjes te neuriën met mijn hondje dravend aan mijn zijde.

Bij de Haarlemmerstraat vergis ik me in een steeg. Ik moet weer een stukje terug. Braaf ga ik lopen. Ook even voor de goede orde: Ik ben dus niet illegaal door die winkelstraat aan het fietsen.

De stad is uitgestorven vandaag. Mensen zijn massaal andere dingen aan het doen dan winkelen in het laatste obscure deel van deze kilometer koopplezier. Links en rechts staan panden leeg. Ik steek over om in de schaduw te lopen. Voor mijn hondje. Het is warm. Vandaar.

Terwijl ik loop te dromen en glimlachen en zingen passeer ik een vrouw met haar zoon. Ik let er niet op, want er is een zee van ruimte om ons heen. ‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèrt het achterlijke klotewijf plotseling recht in mijn gezicht. Ik schrik me rot.

Stomverbaasd kijk ik om. ‘Waar heb je het over, gek mens, de straat is uitgestorven. En dan nog: Je mag hier lopen waar je maar wilt!’

Ik ben opeens kwaad. Gek genoeg. Waar komt dat nu vandaan?

De vrouw vindt het geweldig om mijn reactie te zien. Zij is plotseling vrolijk. Betweterig staat ze me uit te lachen. Een subtiel superieur trekje glijdt over haar gemene smoelwerk. Oh, wat geniet ze toch van haar onverwachte schijtactie. Inwendig scheldend schiet ik een steeg in.

Wat gebeurde hier nu?

Ik ben al bijna bij de fietsenmaker als ik een lumineus idee krijg. Ik ga dat pakket shit aan dat gekke mens terug geven. Ik weet nog niet hoe. Eerst maar eens omfietsen en de zaken vanaf een andere kant benaderen!

Als ik aan de andere kant weer de Haarlemmerstraat in loop zie ik het stomme loeder net oversteken naar de andere kant van de straat. Daar gaat ze in het zonnetje lopen met haar sneue zoontje. Aan de verkeerde kant van de straat! Precies op het moment dat ik haar in het vizier krijg.

‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèr ik zo hard als ik kan. De vrouw kijkt verstoord om. Ziet Heks. Ontploft werkelijk! Zwarte wolken dampen uit haar boze oren, haar fletse ogen spuwen vuur, haar pluizige piekjaar schiet recht overeind van nijd! Vanuit het blinde niets.

Ik zwaai vriendelijk en verlaat snel de straat. Het wijf ziet eruit alsof ze wel een goeie poeier kan uitdelen en dat ga ik maar niet afwachten.

Even later arriveer ik goedgehumeurd bij mijn favoriete fietsenmaker. De boze bui is weg. Teruggeven aan de gulle gever. Helaas voor het zoontje. Die moet nu weer op stap met een chagrijnig stuk moeder. Maar ik ben blij!

Het is de wet van de niet communicerende vaten, die ons hier parten heeft gespeeld.

‘Maar wat win je ermee?’ vraagt Kras me later aan de telefoon, ‘Vertel mij nu eens wat je opschiet met zo’n actie?’

Ik kan er alleen maar dit over zeggen: Mijn leven lang heb ik grotendeels gefunctioneerd als vuilnisvat voor zulke lieden. Zij waren hun shit kwijt en ik was het rijk. Nu ben ik de koning te rijk, dat ik het niet meer binnen laat komen. Helaas gaat het dan wel retour afzender. Er gaan wel meer energetische pakketjes op die manier de deur uit hier in Huize Heks.

Leuk is anders. Alhoewel: Ik heb hier diezelfde avond met Steenvrouw en haar dochter echt enorm om gelachen.

 

Een nieuwe lente en een nieuw geluid? Ik ben blij dat er weer eens iemand naar me fluit! Heks wandelt met Varkentje door bloeiende Leidse Hout. Kippenpootjes en vreemde studies. Kinderlijke verwondering en je bent nooit te oud om iets te leren.

Vanavond wandel ik met Ysbrandt door het Leidse Hout. Het is verrukkelijk weer. Zacht en zwoel. Het bos staat in bloei. Moedertje Natuur in haar bruidskleed. De daslook, het fluitenkruid, verschillende bomen en heesters: Een witte bloemenvloed. Varkentje loopt er decoratief doorheen te snuffelen.

Traag treuzel ik langs de paden. Ik heb mijn fototoestel bij me en zet de telelens erop. Het begint al een beetje te schemeren, maar daar is mijn camera op berekend: Schemerstand uit de losse hand. Het is rustig in het bos, maar niet verlaten. Hier en daar lopen mensen te wandelen. De bankjes zijn zonder uitzondering bezet. Zelfs de elfenbankjes.

‘Wat een heerlijk weer, hè,’ ik begin een praatje met een olijke man. Hij staat de lege schaapskooi te bestuderen. Binnen de kortste keren hebben we een heel leuk gesprek over fotografie en camera’s. Zijn dochter heeft deze hobby. En de vader zit in het drukkersvak. Wat grappig toch weer, zo’n ontmoeting. Het lijkt op de tijd dat iedereen mijn partner was.  Die tijd voor de ontdekking van het fenomeen narcisme.

Als ik doorloop kom ik een man tegen met een klein wit hondje. Hij draagt het in zijn armen. ‘Ze heeft het warm,’ verklaart hij, ‘Ik wilde eigenlijk naar het strand gaan, maar het was al wat laat. Nou, als ik in de auto was gestapt was ik er al lang geweest.’ Hij lacht. ‘Maar hier is het ook niet verkeerd, ik heb net een gebraden kippenpootje gehad van die jongemannen daar. Ze hebben over, jij krijgt er vast ook eentje!’

Hout28

Iets verderop staat een picknicktafel volgeladen met etenswaren en drankjes. Er zitten vier jongens omheen. Ze lachen en praten. ‘Zal ik een foto van jullie maken?’ Dat mag. Maar dan moet ik wel een paar kippenpoten opeten.

‘Kom er bij zitten, wil je iets drinken?’ Een grappige gast met een hoge kuif is duidelijk de gangmaker. Hij maakt grapjes op het flirterige af: Een rascharmeur! Maar ook de andere jongens laten zich niet onbetuigd. Er vliegen wat vragen over en weer. De knapperd naast me studeert politieke geografie. Huh? Nog nooit van gehoord. Weer iets geleerd vandaag. Een heel interessant vakgebied volgens mij!

‘Wilt u ook een sigaret?’ Welja, waarom niet. Tevreden lurk ik aan een zware Marlboro. Zwabberig sta ik op. Helemaal licht in het hoofd. Het lijkt wel een toversigaretje.

Bij de pomp was ik mijn handen. Ze zitten helemaal onder de kippenkluivensmurrie. Ysbrandt heeft meegenoten van het diner. Hij is vooral gek op stukjes kraakbeen…

‘Veel plezier!’ roep ik naar mijn gastheren, ‘Bedankt voor de gastvrijheid!’ ‘We gaan je blog lezen, Heks, is dit em?’ Ik staar op het display van een telefoon. ‘Recepten van de Toverheks’ staat er. Ja. Verrek. Ze hebben em in de gauwigheid alweer gevonden. Midden in het bos.

Zo loop ik licht in mijn hoofd het laatste stuk richting uitgang. Het Hout is vergeven van de zoete bloesemgeuren. Ik begin weer lekker in mijn vel te zitten. Dat merk ik aan de enthousiaste reacties van al mijn partners. Ja, want narcisten en psychopaten ten spijt ga ik toch terug naar mijn oude overtuiging.

Dat als je liefde en compassie kunt genereren iedereen je partner is. Je hoeft er niet mee bevriend te zijn. En al zeker niet iedereen in huis te halen. En in die hele moeilijke gevallen van narcisme of psychopathie is veel afstand het beste. Misschien zelfs een straatverbod……

Maar je kunt om niemand heen. Uiteindelijk.

Interbeing noemt Thich Nath Hanh dat. We zijn niets zonder de ander. Of zoals ze het in het Taoïsme zeggen: De vogel wordt gevlogen (IPV de vogel is gevlogen…. 🙂 of de vogel vliegt), de vis wordt gezwommen. ….