Mijn dagen als levend vuilnisvat zijn voorbij! Joechei! Heks is blij dat ze niet op haar mondje is gevallen. En dat die vuilbek met zijn racefiets niet op zijn plaat is gegaan. Soms heb je maar een half woord nodig, maar je krijgt een heel woordenboek. En wel het scheldwoordenboek!

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Woensdagmiddag staat Trui op de stoep. Ha, wat leuk! Snel doe ik de deur open. ‘Koffie?’ Heks is er absoluut aan toe. Ik kan vandaag maar niet uit de knoop komen.

Even later zitten we op mijn balkonnetje met cappuccino en veganistische bramen-cheese-cake. ‘Zelf geplukt en zelfgemaakt,’ grijns ik naar mijn vriendin, ‘Mijn handen lagen helemaal open van het geploeter door de dorens…..

Het is heerlijk weer. Gisterenavond heb ik een flinke wandeling over het strand gemaakt. ‘Zullen we straks naar Noordwijk rijden?’ Ik kijk Trui verwachtingsvol aan. Mijn vriendin heeft echter buienradar geraadpleegd. En volgens deze gezaghebbende app gaat het stortregenen aan het einde van de middag. Daar willen we niet in verzeild raken!

‘Ik heb Coq au Vin gemaakt, eet je gezellig mee?’ Ja natuurlijk. Heerlijk! Ik zat eigenlijk aan te hikken tegen een kliekjesmaal.

Om een uurtje of vier fietsen we de stad uit. We nemen een toeristische route naar Zoeterwoude. VikThor zit in de fietskar totdat we de warme stad uit zijn. Daarna mag hij naast de fiets rennen.

We rijden langs het Kanaal. Het is druk op de weg. En op het water! Overal recreërende mensen. Op e-bikes, racefietsen, in sloepjes, roeiboten….. Bij een brug krioelt het van de halfnaakte pubers. Ze gebruiken de leuning als duikplank. Om beurten laten ze hun duizelingwekkende capriolen zien.

VikThor sprint ook telkens richting water. Hij heeft zin in een duik. Op een plek, waar ik hem er ook weer uit krijg laat ik hem zwemmen. Daarna moet hij aan de lijn. Het is veel te druk op dit achteraf gelegen stuk openbare weg.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

In Cronensteijn laat ik hem weer los rennen. En ook als we over het fietspad door de polder richting Zoeterwoude kachelen sprint mijn ventje los naast de fiets. Helaas komen er een heleboel fietsers aan in de verte. Het is te druk voor dit soort acties. Bovendien heeft mijn hondje wild in zijn neus. Hij doet verscheidene pogingen om het fietspad over te steken richting haas of fazant.

Net als ik probeer hem in zijn kladden te grijpen om hem weer aan te lijnen, schiet hij in het piepkleine gaatje achter de fiets van Trui en voor mijn fiets langs naar de overkant van het asfalt. Daar zit iets heel wilds heerlijk dierlijk te geuren…… Een man op een racefiets kan hem maar net ontwijken!

Ik stop en grijp mijn hond. ‘Sorry meneer, hij was me te snel af, het lukte me net niet om hem tegen te houden……’ begin ik me te verontschuldigen. De man staat me dan al brullend uit te schelden. Als een gestoorde spuugt hij allemaal ellendigs over me heen. Er is geen speld tussen te krijgen!

Even ben ik perplex van al dat verbale geweld. Dan schreeuw ik terug dat ik me al heb verontschuldigd en dat hij nu wel eens op kan houden met z’n scheldpartij. ‘Jij met je stomme belachelijke fietskar, ik haat dat soort vervoersmiddelen, achterlijk wijf, blablabla……’

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

Een wolk vieze stront sliert uit zijn mond en drijft langzaam in mijn richting. Een grote wolk gifgas…… Venijn van jaren!

Plotseling spoelt er een golf woede omhoog in mijn lijf. Het gooit spontaan een barrière op tegen deze locale kluchtige luchtvervuiling. ‘Ophouden nu,’ schreeuwt mijn stem op razende toon. Dreigend doe ik een paar stappen in zijn richting, ‘Kom maar hier, mafkees, dan krijg je een poeier.’ Grootspraak natuurlijk, maar het helpt wel. De eikel taait af!

Op de achtergrond piept Trui teksten als ‘Laat die die vent toch in zijn sop gaarkoken, Heks, hij is niet normaal, hij spoort niet, kom mee, niet op ingaan. Wegwezen nu, kijk uit, Heks…. Hij is gek, reageer er niet op…..’

Ik strek me uit tot mijn volledige lengte. 1.80 schoon aan de haak. Dan stap ik weer op mijn fiets met mijn hondje aan de riem. Puffend loopt hij het laatste stukje richting dorp. We zijn er bijna. Trui en Heks zwijgen. Het tumult klinkt nog na in onze oren.

‘Zo jammer, al die korte lontjes,’ verzucht mijn vriendin uiteindelijk. Het is waar. De wereld staat op scherp. Zelfs in die prachtige groene polder, tussen de vogeltjes en het riet, hebben mensen helemaal niks nodig om te exploderen……

‘Hoe is het gegaan de afgelopen week?’ mijn fysiotherapeut kijkt me nieuwsgierig aan. Ze behandelt me met Cranio-Sacraal therapie. Een hele aparte tak van sport binnen de fysiotherapie.

‘Ik ben bijna op de vuist gegaan met een hoogzwangere man van begin veertig,’ biecht ik op. Zoals altijd schaam ik me dood over mijn woede en gebrek aan zelfbeheersing. Het lukt me niet meer om mijn nijd eronder te houden. Beheerst te reageren. Het gif te absorberen en zijn werk te laten doen.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Nee, zodra ik voelde wat die man bij mij naar binnen probeerde te smijten waren de rapen gaar. Ellende van jaren. Geconcentreerde frustratie over zijn moeder, oma, vrouw en schoonmoeder gecombineerd met een laag zelfbeeld en recent ontslag van zijn zogenaamde droombaan, waar hij sowieso al jaren langzaam zat dood te gaan. En toch vind hij het erg. Want mensen hechten aan hun ellende……’

Mijn fysio moet lachen. Tot mijn verbazing. ‘Ja und?’ af en toe spreekt ze spontaan haar moerstaal, ‘Hoe voel je je nu? Daarbij?’

‘Opgelucht. Gek genoeg, want ik was er eerst eventjes helemaal niet goed van. Maar het feit dat ik niks naar binnen heb laten komen, echt helemaal geen spatje van ’s mans frustratie, dat voelt geweldig! Het was eventjes helemaal niet leuk, ik had zelfs wel op mijn bek geslagen kunnen worden, maar ik accepteer dus echt niet meer dat mensen hun troep bij mij of zelfs in mij parkeren!’

Nee, dat nooit meer. Mijn dagen als levend vuilnisvat zijn voorbij. Joechei!

‘Ik las ergens dat uit onderzoek is gebleken dat je cortisolniveau omlaag gaat als je met een open houding helemaal rechtop gaat staan. Een ingekakt postuur geeft juist meer stress….. Misschien volstaat dat in de toekomst!’ verzucht ik tot slot.

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

In de nabije toekomst nog niet:

Een paar dagen later staat mijn huis blauw van de rook. Een stelletje studenten doen een poging om te barbecuen Je kent het wel. Twintig aanmaakblokjes om te beginnen, een hele fles spiritus er op en walmen maar……. ‘Hallo daar, kunnen jullie de barbecue verplaatsen, mijn huis staat vol rook,’ doe ik een beleefde poging. ‘Voor jou zeker,’ is de reactie van degene, die verantwoordelijk is voor de rookoverlast, om me vervolgens een bijzonder grote bek te geven.

Ook zij krijgen hun vet van Heks. Leuk is het niet om te doen, maar niemand behandelt me meer ongestraft respectloos……..

Er wordt nog flink tegen me geschreeuwd, alsof ik iets raars doe. Even overweeg ik om de tuinsproeier in te zetten…….. Van het idee alleen al knap ik enorm op! 😉

‘Het Groot Scheldwoordenboek’. Voor inspiratie……

©TOVERHEKS.COM,

©TOVERHEKS.COM,

‘Partir c’est mourir un peu’.

Afscheid nemen doet pijn. Het is een beetje sterven.

De afgelopen week gaat het bergafwaarts met mijn hondje. Mijn kat Snuitje is ook nog eens zoek. Het wordt me teveel. Ik krijg het niet voor elkaar om ’s nachts overal te gaan roepen. Ook lukt het me niet om een tweede ronde te flyeren en posters op te hangen. Goddank krijg ik hulp!

Joy en haar lief komen me helpen. Heks drukt een hele berg flyers met een subliem goeie foto van mijn schatje erop. Vorige week op dinsdagavond komen mijn vrienden alles ophalen. Ze gaan al dit materiaal de komende week door omringende wijken verspreiden.

‘Willen jullie een glaasje wijn?’ vraag ik hoopvol nadat we de koffie ophebben. Natuurlijk. Gezellig. Ik geniet van het uurtje met dit onvolprezen stel kattenvrienden. Ysbrandt krijgt een lekkertje. Het lijkt allemaal gewoon en normaal vanavond……

Een dag later besluit ik naar het strand te gaan met mijn schatje. Dit nadat ik een dag eerder met de dierenarts heb gebeld, omdat mijn beestje het zo slecht had de nacht ervoor. Vandaag is het echter heerlijk zonnig edoch koel weer. Ik stop mijn varkentje in de auto en rijd rustig en voorzichtig  naar Noordwijk.

Op ons gemak sukkelen we het strand op. Mijn ventje wil een balletje. Hij rent er een paar keer op een soort van drafje achteraan door het verkoelende water. Dan komt hij naast me zitten in het rulle zand. Samen kijken we naar de zee. Hij steekt zijn grote neus in de wind en geniet van alle geuren.

Tot slot pakken we een terrasje. Ik bestel een frietje zoals altijd. En hij mag er ook een paar natuurlijk. Eerst sabbel ik het zout er grotendeels uit. Daarna stop ik er af en toe eentje in zijn lieve bekkie. Oh lieve god, wat houd ik toch veel van mijn kereltje….

Een dag later lopen we door het Leidse Hout. Dit bos waar we zoveel tijd samen hebben doorgebracht. Het is pisweer. Het bos is verlaten. Ik heb op buienradar gekeken naar een tijdstip zonder hoosbuien, dus we lopen redelijk droog. Ys loopt nog geen halve meter van mijn knieën. Af en toe piest hij of draait een lekker drolletje. Hij eet nog goed. Halleluja!

Het lijkt wel een wandelmeditatie in de traditie van Thich Nhat Hanh. Zo langzaam hebben we nog nooit samen gelopen. Rustig kachelen we een royale ronde. Tussendoor rusten we eventjes uit op een bankje.

De trappen op en af wordt steeds moeilijker. Mijn bikkel moet steeds dieper ademhalen voor hij er überhaupt aan begint. Daarom heb ik een nieuw spelelement toegevoegd: Iets lekkers! Het blijkt zo motiverend te werken, dat hij bijna de trap aflazert in zijn haast beneden te komen. Maar goed. Het leidt af van zijn moeite om dit klusje te klaren….

Ach beesie. We zitten in ons laatste stukje samen. Spoedig ga je naar de eeuwige jachtvelden. Vol konijnen, hazen en fazanten. Daar wachten allemaal oude hondenvrienden op je. En een incidentele vijand.

Vanmorgen wandelen we door de buurt. Bij de slager halen we een stukje worst. Bij de sigarenboer een snoepje. Ik verwen mijn ventje. Voornamelijk met gezonde dingen. Maar iets slechts moet ook maar kunnen. Ik stop er nog maar een plaspilletje in ….

Brave hondjes en vechtende baasjes: Kom niet aan m’n hond en een hoed dragen is niet gezond. De grootste tuttebel is blond. En rond. En Heks is maar een chique stuk stront. Lult die troela uit haar kont…….

Ys ren zand25

Na een paar dagen in mijn bedje ga ik gisteravond toch naar het hondenstrand in Noordwijk. Ik trek een zwierige lange jurk aan, knikker een flinke strohoed op mijn kop en gris op het laatste moment een sjaal van de kapstok. Gelukkig maar, want het is frisjes aan de  kust. Er staat een verkoelend briesje en de zon gaat grotendeels schuil achter wat vage bewolking.

De dunne katoenen sjaal laat zich helemaal uitvouwen tot een enorme omslagdoek. Als ik het strand oploop slaat een stevige frisse wind me tegemoet. Ik wapper de doek in de lucht en een windvlaag vormt em om mijn lijf. Een aantrekkelijke dame loopt me tegemoet. Verrukt wijst ze op mijn outfit: ‘Wat prachtig! Zo mooi bij elkaar gecombineerd!’ Ik geloof dat ik sjans heb van dit lekkere stuk. Ha leuk. Ik bedank haar voor het compliment.

Varkentje heeft er zin in vandaag. Enthousiast jaagt hij achter de bal aan. Als een jonge god sprint mijn bejaarde viervoetige vriend voor me uit. Snorkelend duikt hij door de branding en vist zijn prooi uit de golven. Gnuivend wordt die vervolgens weer voor mijn voeten gegooid. Een spel zonder einde. Als het aan mijn hondje ligt dan….

We zijn al een flink stuk richting Katwijk gelopen als er een kudde joggers van alle leeftijden langs zwoegt. Met rode, oranje, paarse en/of opgezwollen koppen van de inspanning sjokken ze in een sukkeldrafje door het rulle zand. Een groep vrijwilligers deelt bekers water uit.

Dubbel van de lach kijken ze naar een venijnig oud vrouwtje die de inhoud direct verwoed in haar eigen gezicht smijt. Stoom stijgt op vanuit haar permanentje, maar ze houdt stand!

Ik loop naar de duinrand en vlij tussen het helmgras. Ysbrandt rolt zijn natte magere lijfje net zo lang door het zand totdat hij op een gepaneerde slavink lijkt. ‘Goeie hemel, wat zie je er uit, varken,’ Heks moet lachen om haar gekke hondje.

Op de terugweg vraagt hij weer om een balletje. In een poging me zover te krijgen springt hij tegen mijn benen op. Au! Een grote rode kras loopt over mijn bovenbeen. Mijn monster heeft scherpe nagels! ‘Wegwezen nu,’ vermaan ik hem. Hij zigzagt voor mijn voeten. Plotseling voel ik hoe leeg mijn tank is. De wandeling heeft me uitgeput en ik moet nog helemaal terug!

Bij een strandtent strijk ik neer op het terras. Overal mensen met hondjes. Gelukkig is er nog precies 1 plekje vrij voor ons. Als ik wil gaan zitten propt een enorm dik volgevreten zwart bakbeest van een woefer zich tussen het tafeltje en mij. Hij plet me volledig en zet Ysbrandt klem. Die zit ook nog eens aan de riem: Een recept voor moeilijkheden. Als ik niet uitkijk gaat hij mij nog verdedigen tegen deze tientonner.

Ik kan geen kant op. ‘Vort, beest, ga eens weg,’ ik kijk om me heen naar de eigenaars, die zitten een tafeltje verderop. Ze geven geen sjoege. Ongeïnteresseerd zitten ze ieder voor zich naar hun mobiel te staren. ‘Kunt u uw hond alstublieft terugroepen?’ Geen reactie. Ik duw nog eens tegen het gevaarte. Geen beweging in te krijgen. Ik kan geen kant op. Ik kan niet eens gaan zitten….

Nog een keertje verzoek ik de baasjes om die functie waar te maken. Weer laten ze me kletsen. ‘Hup,’ roep ik uiteindelijk keihard tegen de hond, terwijl ik hem wegduw. Eindelijk komt er beweging in het beest. Maar ook in de eigenaars! De vrouw begint opeens tegen me te krijsen. ‘Ken je dat niet ff normaal vragen, stom mens, ik pik het niet, bladiebla, …..’ Ik kijk haar met stomheid geslagen aan.

Als ik mijn stem hervind blijf ik vriendelijk. Een bal van woede vormt zich echter in mijn maag. ‘Ik heb u twee maal beleefd gevraagd om uw hond terug te roepen,’ mijn reactie is aan dovemansoren! Het wijf schreeuwt en schreeuwt. Allerlei rare dingen, ik snap er geen kloot van. Wel ben ik intussen ook razend. Het hele terras geniet lekker mee. Het lijkt wel de climax van een Griekse Tragedie. Met een stelletje geblondeerde Hagenezen in de hoofrol.

Of ik maar ergens anders heen wil gaan, dit is een hondentent, dus honden mogen hier blijkbaar alles. Dat er een bord met een levensgroot verzoek hangt om je hond aan te lijnen geldt blijkbaar niet voor hen. Ze blèrt en blèrt dat het een lieve lust is. ‘Ga weg, ga ergens anders zitten, ophoepelen nu….’ dreigt ze. Ik peins er niet over en vertel haar dat.

‘Ja, jij denkt maar dat je overal maar kan gaan zitten met je sjieke hoed!’ Walgend blikt ze met haar zure kop naar mijn fabuleuze hoofddeksel. Het is inderdaad een prachtig exemplaar, je kunt er zo mee naar een Engelse bruiloft in de high society. Vraag maar aan mijn vriendinnetje Trui, zij heeft hem voor een dergelijk doel geleend ooit.

‘Oh, gaat het daar om,’ opeens is het me duidelijk wat hier speelt. Ouderwetse jaloezie en afgunst. Het mens kan me gewoonweg niet uitstaan: Zo’n superlang supeslank fotomodel in prachtige outfit. Dat ik een halve zachte menopauzale MEpatient ben en op mijn tandvlees loop ontgaat haar volkomen. Ze heeft haar oordeel klaar. Ik besluit er verder het zwijgen toe te doen. Dit is een hopeloos geval!

Dus draai ik hen de rug toe en ga zitten. Vanbinnen ben ik helemaal door elkaar geschud van het verbale geweld. Ik moet moeite doen om niet iets heel verschrikkelijks terug te roepen. ‘Ademhalen, Heks, ga terug naar je adem…’

Achter me hoor ik die stomme troela over me smiespelen. ‘Ze zijn allemaal veel te dik daar,’ fluister ik uit frustratie tegen mijn hond. Uit wraak vooral. ‘Vooral die hond, wat een gestopte worst!’

‘Ga maar lekker naar dat stomme wijf, hoor, van mijn mag je,’ gilt de vrouw dan weer plotseling met haar weinig chique doorrookte stemgeluid. Ze heeft zich helemaal vastgebeten in haar verhaal!

Verwoed probeert ze de goeiige vetgemeste ondefinieerbare zwartharige vuilnisbak mijn richting in te dirigeren. Misschien hoopt ze dat ik bang ben voor grote honden….. ‘Vooruit, jaag haar maar weg, met haar kapsones en haar stomme hoed.’

Enige tijd later stapt de familie Flodder op. Ik kijk hen na vanachter mijn zonnebril. Een mooie gezonde blonde matrone met man, kind en hond. Tel uw zegeningen! Ze draait zich  pontificaal om. Gemelijk kijkt ze terug. Ze gaat er helemaal voor staan. Wijdbeens en met een triomfantelijk minachtend lachje om haar ontevreden mummelmondje.

De mooie avond is bedorven. Ik voel flarden woede door me heen wolken. Ook ben ik opeens verdrietig. En het is plotseling erg koud geworden. De inderhaast verorberde bosbessen-smoothy ligt als een bevroren plas in mijn net van zomergriep herstelde maag. Het is mooi geweest. We gaan lekker naar huis…..

Thuisgekomen ben ik nog steeds uit mijn hummetje. Wat gebeurde daar nu eigenlijk? En waarom raakt het me zo?

Ik besluit te gaan mediteren. Eerst even inspiratie opdoen uit het boek van Thay, ‘Innerlijk vuur.’ Lukraak open ik het. “Als je de pijn van de ander kunt zien, kunt zien hoezeer de ander lijdt, verdwijnt je woede…. blabla.” He getsie, daar heb ik helemaal geen zin in. Het laatste wat ik wil is mededogen hebben met die blonde troela.

Ik ga in de herkansing met het boek.  Opnieuw sla ik het open. “Als je compassie kunt generen verdwijnt je woede als bij toverslag….” luidt de tweede tekst.  Vooruit dan maar, ik ontkom er niet aan…..

Stil op mijn kussentje ademend kom ik er warempel achter wat hier speelt. De vrouw doet me denken aan iemand waar ik veel van houd. Ze bezorgt me exact hetzelfde gevoel! En ik vermoed dat er precies dezelfde motivatie achter haar gescheld op Heks zit als bij die persoon: Jaloezie, afgunst, onzekerheid, zelfhaat.

Want dat is wat ik ook hoor tussen de regels door: Ze haat zichzelf, haar dikke uitgedijde lijf, haar onbeduidende gezicht van 13 in een dozijn, haar middelmatige leventje met man en kind. Dingen waar ik overigens voor zou tekenen! Maar goed.

Zelfafwijzing, die bron van alle kwaad.

We hebben er allemaal last van. Daarom ben ik extra lief voor mezelf vanavond op mijn kussentje. Ik troost mezelf voor alle keren dat mijn medezusters me uit jaloezie onderuit hebben geschopt. Vrouwen kunnen echt monsters zijn onderling, gemene klerewijven, geniepige kuttekoppen!

Ik laat mijn mededogen uitgaan naar al die formidabele dames die denken dat ze niet slank, mooi, slim of sexy genoeg zijn. Ook naar die taart, die vanavond haar laffe ongezouten mening over me heen heeft gebraakt. Opeens begrijp ik dat al die afschuwelijke dingen die ik hoorde in mijn hoofd als reactie op haar gescheld bij haar horen. Het is hoe ze over zichzelf denkt. Niet al te best.

Het dringt tot me door dat ze die mening feilloos om zich heen projecteert. Ze legde me de woorden bijna in de mond, ik kon nog net voorkomen dat ik iets heel onaardigs of verschrikkelijks terug riep naar het mens. Ze heeft van mij een superieur wezen gemaakt, dat op haar neerkijkt. Althans in haar optiek.

IMG_8799

Ik ben er eigenlijk helemaal niet aan toegekomen om me onbevangen een mening over de vrouw te vormen. Ik kom niet verder dan wat ze met haar acties bij me oproept…..

Ja, we moeten af van het meerderwaardigheidscomplex, minderwaardigheidscomplex en gelijkheidscomplex. We moeten af van het afgescheiden zelf!

Rustig adem ik tot alle emoties en floddergedachten zijn gezakt. Dit is praktiseren. Dit is wat Thich Nhat Hanh bedoelt: Je moet oefenen, beoefenen. Pas dan veranderen er dingen, pas dan ga je groeien.

Een hele tijd zit ik met alles wat er is. Tot het genoeg is.

Kalm en tevreden schuif ik later mijn bedje in. Ik zal vast nog wel rare jaloerse dames tegenkomen in mijn leven. Hopelijk komt het dan niet meer zo bij me binnen……