Vreemde vogels vind je overal. Je loopt de hoek om en komt er weer eentje tegen. Soms geven ze je een prachtige roos, maar er zijn ook gevederden, die hopla over je heen schijten. Volgens Chinezen brengt dat geluk. Ik ga dus vast een prachtige jaar tegemoet!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zaterdagmiddag spoed ik me naar de markt. Ik neem mijn hondje mee. Ik wil eventjes naar de Griek voor liflafjes. En naar de Marokkaan voor verse kruiden en prijswinnende haring. Thank God voor onze medelanders. Hoeven we niet aan de aardappelen met jus met de feestdagen.

Als ik de Mare op loop, knal ik bijna tegen een scootmobiel op. Mijn schele eksteroog valt op een gigantische bloem, die de achterkant van het voertuig opsiert. Gestoken op de plek, waar je normaliter krukken kunt plaatsen. ‘Wat een prachtige roos hebt u op uw voertuig zitten,’ roept Heks verrukt tegen de bestuurder van de mobiel. Een stevige Roma vrouw draait zich om. ‘Pakken,’ zegt ze streng.

Verbouwereerd kijk ik in twee schitterende gitzwarte ogen. Ze spuwen werkelijk vuur. Vreugdevuur. Iemand heeft die roos daar geplaatst vertelt ze me in rudimentair Nederlands. Zijzelf heeft ook geen idee wie. ‘Pakken,’ beëindigt ze haar verhaal.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Maar mevrouw, die roos is natuurlijk voor U, ik kan em onmogelijk aannemen,’ jeetje, wat gebruik ik veel woorden. Wat een bloemig taalgebruik. Ik hoor mezelf gewoonweg oreren, maar het helpt niet. Mijn gesprekspartner heeft niet veel woorden nodig.

‘Pakken.’

Zo krijg ik op de valreep van 2018 een prachtige roos cadeau van een echte toverkol. Ik bedank haar uitvoerig, maar daar heeft ze allemaal geen geduld voor. Met een zwaai van haar zwaar beringde hand neemt ze afscheid. De scootmobiel draait vliegensvlug de weg op. Ik versnel mijn pas om haar na te kijken.

Maar waar is ze nu gebleven? Ik speur tussen het winkelende publiek. Tuur de hele Lange Mare af. Zo’n mobiel zie je echt niet over het hoofd. Toch is de dame verdwenen. Opgegaan in rook lijkt wel. Geïmplodeerd met scootmobiel en al. Wonderbaarlijk toch weer.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik loop de markt op. ‘Wat zou het leuk zijn om de Wilde Boerenzoon tegen te komen,’ denk ik bij mezelf. Als ik alles heb gekocht wat ik nodig denk te hebben verlaat ik de warenmarkt. Op het Gangetje komt een reus me tegemoet. Met open armen. Het is de Wilde in persona. ‘Ik hoopte je al tegen te komen, Heks,’ galmt hij me tegemoet.

We spreken af in een koffiehuis. Heks laat snel eventjes haar hondje uit in het park en mijn vriend haalt zijn boodschappen. Een half uurtje later zitten we samen aan een tafeltje. Al snel zitten we uitgebreid te klessebessen.

Eerst met een dame erbij, die Heks net heeft leren kennen. Ze heeft op tweede kerstdag haar 14 jarige hondje laten inslapen. ‘Natuurlijk op een feestdag, dat is altijd zo. Het was volstrekt onverwacht. Maar ja, ze was natuurlijk wel stokoud voor een labrador/herder combinatie,’ verzucht de vrouw verdrietig.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Intussen kriebelt ze VikThor achter zijn oortjes. Hij gaat er helemaal voor liggen. ‘Dank je wel, dat ik me eventjes heb mogen vergrijpen aan je hondje,’ glimlacht ze bij het afscheid.

Nadat ze is vertrokken neemt een mij onbekende man haar plaats in aan het tafeltje voor het raam. Ik haal snel mijn in de hoek geparkeerde boodschappentas en dikke jas weg. ‘Niet nodig,’ wuift hij, maar ik heb alweer iemand lopen pleasen voor ik het in de gaten heb. Ik zet de spulletjes op de stoel naast me.

Terwijl ik met de Wilde zit te praten schuift er nog iemand aan bij de man aan de tafel naast ons. Een ouwe hipster met een lange baard. Ze gaan samen kranten zitten lezen. Af en toe bespreken ze wat ze tegen komen. Terwijl ook wij doorpraten bekruipt me een naar gevoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Uit de rug van de eerste man groeit een bult ergernis. Ik voel het geërgerd tegen me aanschurken. ‘Niks van aantrekken, Heks,’ zeg ik tegen mezelf. Misschien verbeeld ik het me overigens. Ik buig me voorover naar de Wilde. Het is rumoerig in het koffiehuis. Ik kan hem nauwelijks verstaan.

Plotseling schiet de kerel naast ons finaal uit zijn slof. Hij draait zich om met een woeste vuistbeweging. Slaat in de lucht pal naast me. Schreeuwt dat ik mijn stomme achterlijke kutbek moet houden. Brult nog wat zeer onaangename dingen in mijn richting. En als een duveltje verdwijnt hij weer in zijn dozige zelf. Draait zich weer om. Leest gewoon verder.

Alsof hij zich niet zojuist gigantisch heeft misdragen.

Ik zit te shaken van schrik. Al mijn zenuwbanen slaan op tilt. ‘Gaan we ons hier iets van aantrekken?’ zeg ik echter rustig tegen de Wilde, ‘Ik dacht het niet toch? Als hij rust en stilte wil gaat hij maar kranten lezen in de bibliotheek! Hier heb ik geen zin meer in. Ik heb vaak genoeg van dit soort miezerige mannetjes op mijn kloten gekregen!’

De hipster vriend van de idioot draait zich om. Hij begint een heel verhaal over lawaai en dat we misschien toch wel hard praten. Het lijkt me een redelijke kerel. ‘Het is hier uitermate rumoerig, beste man, ik kan mezelf bijna niet verstaan. Ik wil best rekening houden met iemand, die het vriendelijk vraagt. Uw vriend is uitermate onbeschoft.’

©Toverheks.com

Tot mijn verbazing geeft de man dat grif toe. Er ontstaat een gesprek tussen de Wilde en de man over dit soort lompe communicatie en hoe het beter kan. De sukkel naast hem zegt geen woord. Hij zit zogenaamd verdiept in zijn lectuur nadrukkelijk te zwijgen.

Geen excuus. De lul vindt het de normaalste zaak van de wereld om zo uit te halen naar een wildvreemde vrouw. Het is overigens bepaald niet de eerste keer dat ik zoiets meemaak. Is hij beledigd, dat ik hem niet zag staan, toen hij binnenkwam? Waren dat soms avances die hij maakte in eerste instantie? Wil hij wellicht aandacht?

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Wat gebeurde daar nu eigenlijk, ik heb nog nooit zoiets gezien, wat een agressie. En het was echt totaal op jou gericht. Bizar gewoonweg. En ik bleef volledig buiten schot, volgens mij vond hij mij zelfs wel aardig. Volstrekt gestoord. Gaat het weer een beetje? Jij vertelt wel vaker zulke verhalen, Heks, maar nu zag ik het met mijn eigen ogen. Wat een idioot. Ik zat helemaal te trillen na die uitval. Jij ook?’ vraagt De Boerenzoon achteraf bij het afscheid.

Ja, wat zullen we ervan zeggen? Heks heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op narcistische randdebielen. Altijd gehad. Deze man lijkt sprekend op mijn ex. Zowel qua uiterlijk als qua gedrag. Een mooie man met een slecht karakter. De kunst is om het niet meer binnen te laten komen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Oudjaarsdag mediteer ik met de schedelheksjes voor de vrede. Precies om 1 uur ’s middags arriveer ik bij Maan. Zij organiseert dit elk jaar. ‘Overal over de wereld doen lichtwerkers mee aan deze meditatie. Om 13.00 lokale tijd. Het gaat als een golf de wereld rond,’ aldus mijn lieve heksenvriendin.

Zoals elk jaar worden we verwend met heerlijke mince pies en koekjes. Op de salontafel staat een prachtig veld vol kristallen. Draken, elfen, raven en heksenvingers….. en heel veel kristallen schedeltjes. Maan plaatst mijn meegebrachte kristallen vrienden in het veld. Even later begint ze met de geleide meditatie.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ze neemt ons mee de ruimte in. Op drakenruggen rijden we door het universum. We kijken naar die prachtige heksengolf van liefde en vrede, die de aarde omspoelt. Heks knikkebolt, zo ver weg zijn we. Na twee minuten is het alweer klaar. Een lichtflits. Een ademtocht.

‘Hoe lang zijn we bezig geweest, Maan?’ Nou toch zeker drie kwartier. Maar ja, buiten tijd en ruimte. Geen wonder dat je het besef daarvan een beetje kwijt raakt.

‘Lieve Heks, ik was zo blij met je laatste blog. Je bent al drie jaar aan het afgeven op alles en iedereen, maar het wordt tijd om los te laten! Doorzetten hoor, lieverd! Een prachtig jaar toegewenst. Komend jaar ga ik de maandelijkse schedelmeditaties weer oppakken.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ja, het is tijd om los te laten. Alle onterechte agressie. Alle kledders voor mijn kop. Al die keren, dat ik boksbal ben geweest van machteloze mensen. Genoeg moois te beleven in de wereld. Ik hoef de deur maar uit te lopen en ik krijg al een schitterende roos van een levensechte heks bijvoorbeeld!

Het leven kietelt je onder de kin en slaat je om de oren. Het is maar de vraag wat je binnen laat komen. Rumi spoort ons aan om alles welkom te heten. En misschien is dat wel het hele eieren eten.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik heb teveel nee gezegd de laatste  jaren. Dit wil ik niet. Dat wil ik niet. NEE, NEE, NEE.

Is het niet eens tijd om JA te zeggen? Uit de grond van mijn hart. Tegen alles wat ik wel wil!

Oud en nieuw vier ik alleen. Steenvrouw kom even eten. Ik bel een uurtje met de Don. Rond tien uur lig ik languit te kijken naar Esio Trot. Een geweldig leuke film over echte liefde. Tussen lieve mensen. En vooral ook over geduld.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Rumi

De herberg

Dit mens-zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek.

 

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt
als een onverwachte gast.

 

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.

 

Behandel dan toch elke gast met eerbied.
Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…….

 

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
en vraag ze om erbij te komen zitten.

 

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Twee paradepaardjes op Parade 2017: Trui en Heks zien graag iets geks en worden niet teleurgesteld. Roodkapje brengt inspiratie. Grootmoeder zijn is bepaald niet saai, maar juist vergeven van woeste seks en sensatie! En geef gewoon altijd de jager de schuld!

 

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM De geniale zoon met zijn geluidsapparaat en de jarige moeder.

Dinsdag zit ik scheldend in de auto om mijn hondje naar de oppas te brengen. De hele dag gaat alles al mis. En dat na een brakke nacht! Ik moet juist veel energie hebben vandaag, want ik ga naar de Parade met Trui.

Werkelijk elk stoplicht springt op rood. De weg is vergeven van de zondagsrijders, verdwaalde Duitse toeristen en traag kakkerlakkende lesauto’s. ‘Hoepel eens lekker op allemaal, idioten,’ bries ik onstuimig achter het stuur. Ik ben al zeker drie keer uit mijn vel gesprongen vandaag, omdat alles in het honderd loopt. Maar het helpt niks……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Een contraproductieve dag dus. Maar ik heb wel een doel: Ik moet om kwart voor vier op het station staan. Met een leuke outfit aan. En een noodrantsoen glutenvrije en lactosevrije producten. Voor het geval er niets eetbaars te vinden is op het feestterrein.

En het lukt me! Precies op het beoogde tijdstip sta ik bepakt en bezakt op Leiden CS. Geen Trui te bekennen echter. Mijn punctuele vriendin laat het lelijk afweten! Ik stuur een app waar ik sta. En een sms waar ze blijft? ‘Ik ben mijn telefoon vergeten,’ verklaart ze de radiostilte volgend op mijn getyp, als ze dan eindelijk opduikt.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Natuurlijk hebben we net de trein gemist en rijden de daaropvolgende treinen vandaag niet. Er zijn weer allerlei storingen en werkzaamheden. We moeten dus eventjes wachten. Op een ander perron. Heks haalt een complete maaltijd uit haar tas tevoorschijn. Trui zet grote ogen op.

‘Wat heb je nu toch allemaal bij je? Het ruikt heerlijk, jeetje.’ Verrukt gaapt ze naar de bakken met Dahl en salade. Ze accepteert de vork, die ik haar aanreik. ‘Prik maar een vorkje mee,’ grap ik jolig. Dit is nog maar het hoofdgerecht. De voorgerechten zitten nog in mijn rugzak.

In Amsterdam spoeden we ons naar het Waterlooplein. Daar meert een boot aan, waarop een voorstelling zal worden gespeeld: MAN MET DE MICROFOON
SPANNING EN SENSATIE OP EEN RONDVAARTBOOTWe hebben kaartjes! De boot zal ons uiteindelijk afzetten bij het terrein van de Parade.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Allemaal platliggen voor de Russen…….

Zodra we aan boord zijn begint de gekte. We zijn in een familiereünie beland en het wachten is nu op moeders. Even later duikt ze op en gaan we op weg. Allerlei idiote ontwikkelingen verder komen er een paar geweldige apen uit de mouw.

Heks en haar vriendin zitten geweldig te lachen. Oh, oh, wat is dit grappig. De man in de voorstelling heeft een apparaat, waarmee hij alles kan horen. Zelfs iemands gedachtes! Dit leidt tot hilarische situaties. Als hij bijvoorbeeld luistert naar de gedachten van een aantal passagiers.

Een vrouw zit naast haar man te proberen vooral niet te denken aan haar minnaar met zijn grote kolenschoppen van handen…… Een knallende ruzie tussen de geliefden volgt. Maar ook Eberhart van der Laan horen we praten als we langs het stadhuis varen. Over dreigend gevaar……..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM ‘Niet denken aan die grote geile handen van mijn geheime minnaar, oh nee, niet aan denken…..’

De situatie loopt uit de hand als we ook nog worden achtervolgt door Russen in een onderzeeër, terwijl helicopters van de binnenlandse veiligheidsdienst ratelend over ons heen cirkelen……..

Zo zitten we er direct lekker in. Nog voordat we een stap op het Paradeterrein hebben gezet! Uiteindelijk meren we aan. De kop is er af.

De Parade staat ergens in een uithoek van Amsterdam. Als we het terrein betreden koekeloert een man in mijn handtas. Op zoek naar verboden zaken. Ongezien smokkel ik tegelijkertijd mijn rugzak met hapjes naar binnen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Moeders vindt het allemaal best, als ze  eindelijk maar eens een keertje kleinkinderen krijgt

‘Een kwestie van magie. Hocuspocus dus. Je leidt iemands aandacht gewoon af, de andere kant op….’ grinnik ik tegen een verblufte Trui. Ze heeft me al vaker zo door controles zien lopen met mijn glutenvrije picknickmandjes. En elke keer is ze weer verbijsterd.

Het heeft geregend, dus de omgeving oogt licht druilerig. De stemming is echter opperbest. Eerst lopen we natuurlijk een grote ronde over het terrein.

‘Kom, we gaan lekker een wijntje drinken,’ we zoeken een terrasje en installeren ons. Er valt zoveel te zien, we draaien onze hoofden er bijna af. ‘Hoe laat begint onze volgende voorstelling?’ Trui heeft allemaal kaartjes geregeld, zodat we zeker ergens terecht kunnen. Ik ben wel eens in Den Haag naar de Parade geweest, toen werkelijk alles was uitverkocht…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Het is helemaal niet zo druk vanavond.  Lijkt het. We gaan een hapje eten en kunnen zo terecht. ‘Kijk eens wat een rij,’ zegt mijn maatje echter als we de tent verlaten. We zijn net voor de troepen uit gaan dineren. Hetzelfde overkomt ons als we in de carrousel willen. We kunnen zo terecht, maar mensen na ons moeten een uur in de rij staan!

Alles valt op zijn plek, alles gaat vanzelf! Ongeveer het tegenovergestelde van wat er vanmorgen bij me gebeurde…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Een Rus?

Na het diner zien we de voorstelling van ALINK&PLUKAARD:
WHO IS / WE ARE / WANNA BE LIKE MARTHA & GEORGE. Een voorstelling over twee oersaaie doodnormale acteurs, die graag groots en melodramatische meeslepend willen leven. Ongeveer zoals de personages in ‘Who is afraid of Virginia Woolf?’

We kunnen nog naar 1 voorstelling. Best moeilijk om te kiezen. We zien zulke grappige dingen om ons heen. Uiteindelijk besluiten we om naar DE AFGROND:
ROODKAPJE … HET WARE VERHAAL te gaan kijken. Een hilarisch toneelstuk dat nergens over gaat…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM Een verliefde vrouw aan de kade, gelukkig kunnen we verstaan wat ze zegt……

Heks heeft ook wel eens een versie van Roodkapje opgevoerd, gebaseerd op het boek van Erich Fromm ‘Dromen, sprookjes en mythen‘. Dat weer verwijst naar Jung en diens interpretatie van het rode kapje. Het symboliseert de menstruatie van de vrouw. En grootmoeder is natuurlijk in de overgang. En de wolf is het beest in de man……

Roodkapje zet op weg naar dat ouwe wijf met haar wauwse waarschuwingen de bloemetjes maar eens lekker buiten en raakt ernstig van het rechte pad. De wolf vreet bij gebrek aan beter eerst grootmoeder maar eens op. Om zich daarna te focussen op wat jonger vlees.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM We hebben allemaal een koptelefoon op!

In deze interpretatie heeft grootmoeder een woeste seksuele verhouding met de wolf. En Roodkapje schiet hem daarom dood met het geweer van de jager, die daarom in de bak belandt…..

‘Oh wat errug, oh wat errug,’ zingen de drie acteurs vol erbarmen. Trui en Heks liggen in een deuk. Wat een mafkezen, oh, wat is dit leuk! ‘En ze zijn helemaal niet zo piep meer, dat vond ik ook gaaf,’ zegt mijn vriendin achteraf. Ja, op de Parade hoef je niet jong, strak en mooi te zijn. Het is voor iedereen, door iedereen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM ‘Geef me terug de ogen van een kind!’

‘Ga je zo optreden?’ roepen een paar kerels naar Heks. Ik heb me natuurlijk lekker uitgedost. Maar nee. We gaan zo naar huis, het is weer mooi geweest. Mijn vriendin zit paniekerig op mijn telefoon te zoeken naar de snelste manier om op het station te komen. Het ziet er niet al te best uit, we moeten een flink stuk lopen.

‘Welke kant moeten we op?’ vragen we bij de kassa. En bij de garderobe. En nog eens hier en daar. Niemand die het weet. We lopen maar zo’n beetje achter de meute aan. Dan zien we zomaar in the middle of nowhere een taxi staan.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM De Fonteintent en de Carrousel

Er zitten geen passagiers in, we kunnen zo instappen! ‘Ik mag hier eigenlijk niet staan,’ piept de taxichauffeur. Hij krijgt dan ook direct op zijn donder van een handhaver als we het terrein afrijden. Ons maakt het niet uit. Deze schat van een man met stem van een piepkuiken rijdt ons in no time naar Amsterdam Zuid.

Daar springen we in een trein en even later zijn we thuis. Geen toestanden, geen eindeloze wandelingen, gemiste aansluitingen en wat er nog meer allemaal mis kan gaan bij zo’n thuisreis.

Op Leiden CS nemen we afscheid. ‘Wat een heerlijke avond, schat,’ roepen we tegen elkaar. Absoluut voor herhaling vatbaar!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

Zonnige zondag zonder zorgen. Iedereen blij, alleen verbolgen agentjes met hun bonnenboekjes; Delen straffen uit en billenkoekjes….. Galopperend op hun stalen rosjes knuppelen ze junks uit de bosjes….. Kiddy Ride Police Control heeft waarschijnlijk zelf het meeste lol!


Zonnige zondag zonder zorgen. Eerst gaat Heks naar de kerk. Met haar boekje vol zilverwerk. We krijgen een preek voor onze kiezen over schoonheid. Heks kent de spreker goed uit haar jonge jaren. Toen ikzelf nog een schoonheid was!

Ik zit naast een prachtige vrouw in een knalgeel linnen gewaad, die de strekking van de preek volledig onderstreept.

‘Wat heb je een mooi, ja wat is het, broekjurkpak aan!’ roep ik enthousiast na de eucharistieviering. Deze dame ziet er altijd fantastisch uit. Heks is bepaald niet de enige, die hier op aarde is ter decoratie!

Ik drink koffie met een koorgenoot. Hij praat me bij over alle aanstaande concerten. Jip en Janneke hebben corvee. Ze staan als vanouds achter de koffietafel. ‘Je hebt weer over ons geschreven,’ gniffelt Janneke, ‘Jip had het in de gaten.’ Ik help eventjes met het inschenken, maar neem even later afscheid.

‘Over een paar weken passen we weer op het huis van onze dochter, dan kom je weer koffie drinken, he?’ Het is intussen een traditie aan het worden. ‘Dit jaar neem ik mijn hondje mee!’


Volledig verguld met al die positiviteit fiets ik naar huis. De stad loopt vol mensen, er is van alles te doen. ‘We gaan zo op stap, schat,’ zeg ik tegen mijn hondje, ‘Hopla neemt ons mee naar een picknickfestival in het Van der Werfpark.’

Het is warm weer, maar gelukkig niet zo warm, dat je niet met een hond door de stad kunt lopen.

Even later belt mijn vriendin aan. We vliegen elkaar om de hals en wisselen geschenken uit. ‘Ik heb iets meegenomen voor je van Ibiza. Kijk.’ Een prachtige koperen slangenarmband voor de bovenarm glijdt in mijn handen. Wauw. ‘Als ik een tattoo zou nemen zou het een slang zijn rondom mijn rechterbovenarm,’ roep ik verrukt. Het cadeautje is helemaal raak.

Mijn vriendin krijgt een witte katoenen strokenjurk. Uit de kledingkast van Heks. Helemaal haar stijl en van een ongelofelijk fijne katoen. ‘Prachtig, echt iets voor mij! Dank je wel!’

In het park is het een drukte van jewelste. Het plantsoen ligt bezaaid met picknickende mensen. Langs het pad staan kraampjes met hebbedingetjes, je kunt er ook lekkere nekmassages uitproberen of je wagen aan aan een soepje of sapje uit een foodtruck.

img_6897.jpg
Hopla gaat voor een handmassage. Ik wil ook, maar moet eventjes wachten. ‘Neem maar plaats in onze wachtkamer,’ grapt de dame van het kraampje, terwijl ze op een tuinstoel wijst. Ik zit heerlijk in het zonnetje naar al die blije mensen te kijken. Jeetje, wat leuk.

Plotseling komen er een paar motoragenten aangevlogen. Hun miniatuur-motorfietsen galopperen als paarden door de lucht. Als ze dichterbij komen zie ik dat agent en motor op een rijdend onderstel staan. In een apparaat op een paaltje kun je een muntstuk werpen. Een verwijzing naar de herkomst van de iniemini motorfietsjes…..

Vlak voor mijn neus stoppen de heren motoragent. Met uitgestreken smoelwerken lopen ze om de geparkeerde auto van de sap en soepcaravan. Het wrak wordt aan een grondig onderzoek onderworpen. ‘Is dat uw voertuig?’ vragen ze aan willekeurige voorbijgangers tot groot vermaak van de omstanders.

Niet veel later trekken ze hun bonnenboekjes tevoorschijn. Ze schrijven een fikse bekeuring uit! Zonder te verblikken of verblozen prikken ze de prent achter de ruitenwissers.

Stram marcheren ze terug naar hun bolide. Met een geroutineerde beweging slingeren ze zich weer op hun stalen ros en voort gaat het weer. Op zoek naar de volgende onverlaat die huns inziens de fout in gaat!


‘Oh, oh, haha,’ hikt mijn vriendin een half uurtje later als de heren weer aan komen hobbelen. Ze heeft de vorige voorstelling gemist door die massage en weet werkelijk niet wat haar overkomt. Ze zijn zo grappig, deze nepagenten. Vooral omdat er geen lachje af kan.

‘Het moet heerlijk zijn om te doen,’ verzucht mijn maatje, ‘vooral als je van uniformen houdt!’ Heks beaamt het. Wat zullen die twee een pret hebben gehad bij de voorbereidingen! We zitten intussen op een terrasje te klessenbessen. De heerlijke middag is alweer voorbij. Even later nemen we afscheid.

Op weg naar huis beleef ik het laatste hoogtepunt van die dag. VikThor piest eindelijk echt tegen een paaltje. Na weken verwoed oefenen is het dan zover! Meneer tilt zijn achterpoot hoog op en balanceert op de drie overgebleven poten. Vervolgens richt hij een loepzuivere straal op 1 van de vele stomme paaltjes die Leiden rijk is. Hoera! Dat doe ik hem niet na!

Jammer genoeg zijn die nepagenten niet in de buurt. Die hadden VikThor vast opgepakt wegens openbaar urineren tegen staatseigendom. Met de nadruk op dom 😉

Kiddy Ride Police Patrol

Heksen houden zonder meer van kwee-appels en kweepeer. Twee heksjes in een boom: Begerig komen ze op stoom. Wat een rijkdom: Het is een droom!

Vrijdagmorgen gaat de bel. Ik steek mijn hoofd uit het raam. Fiederelsje staat in de steeg. Mijn hulp en ik zijn net druk bezig om mijn huis op te ruimen. Het is een gigantische harige bende zo vlak voordat de stofzuiger er doorheen wordt gejaagd. Geen ideale omgeving voor iemand met een stevige kattenallergie. Toch komt mijn uiterst allergische vriendin hoestend en proestend binnen.

‘Dat is niet van de katten, hoor. Ik ben gewoon snipverkouden. Geef me maar geen zoen.’ Vervolgens deponeert ze vol flair een enorme pot pruimenjam op de keukentafel. De supervariant. Met cognac. Jammie!

‘Ja, ik ben toch jouw persoonlijke hofleverancier. Dus ik dacht er moet maar weer een potje komen. Net gisteren gemaakt.’ Kijk, dat is nu zo mooi van heksige vriendinnetjes. Die voelen precies aan wanneer de eerder geleverde potjes jam leegraken!

‘Ik heb wat kweeperen voor je,’ Heks heeft ook een verrassing in petto, ‘ik weet dat je daar gek op bent. Van True gekregen. Eigen oogst uit haar magische tuin.’ Mijn vriendin is verrukt. Kweeperen zijn bijna nergens te krijgen in ons globaliserende kikkerlandje. En het is toch zo’n mooie vrucht. Je kunt er de lekkerste gelei van maken.

‘Ik ben nog nooit in haar tuin geweest. Wel heb ik de foto’s op je blog gezien. Prachtig!’ Het is echt een tuin voor Fiederelsje met al die eetbare bloemen en weelderig struweel. Mijn oude vriendin heeft een  vergelijkbare miniversie rond haar eigen huis.

‘Ik weet nog een boom met kweeperen in een park hier vlakbij,’ ratel ik enthousiast, ‘vorig jaar zat er een man in die boom. Een buitenlander. Volgens hem weten Nederlanders helemaal niet dat je die dingen kunt eten. Hij blij natuurlijk. Kan hij lekker zijn gang gaan. Volgens mij heeft hij al geplukt dit jaar, want er zitten alleen nog vruchten boven in de boom,’ ik grinnik, ‘Het is maar een klein mannetje met korte armpjes……’

‘Zullen we morgen de rest uit die boom proberen te halen?’ kwijlt mijn vriendin begerig, ‘Ik heb wel een klein keukentrapje eventueel.’ Nu heeft Heks een flinke trap gevonden dit voorjaar. In de magische container hier in de steeg. Eigenlijk bedoeld voor het puin uit Museum Boerhaave.

Sinds dat ding er staat is er een levendige ruilhandel ontstaan in de wijk. Wat je niet meer wilt hebben gooi je erin en regelmatig komt er dan iets uit dat je wel wilt! Zo heb ik al vier flinke spiegels, een kroonluchter, twee Marokkaanse schalen en die trap gescoord…..

Vandaag gaan we dan op kweeperenpad. Nou ja, peren. Als ik vanmorgen even poolshoogte neem bij de boom zien ze er nogal appelig uit. Ik stuur Fiederelsje een app met foto. ‘Bestaat er ook zoiets als een kwee-appel?’ Mijn vriendin zoekt het op op internet en ja. Die bestaan! Tijdens mijn verkenningtocht ontdek ik nog twee bomen vol kwee-appeltjes. Wat geweldig!

Om een uurtje of twee fietsen we met een paar enorme tassen richting park. Onderweg haal ik de ladder uit mijn auto. Die staat voor het politiebureau geparkeerd in verband met ‘Leidens Ontzet’ ofwel ‘Dwie Oktobew’. De stad is vergeven van de mensen. Het laatste stuk fiets ik met de ladder. Geen gezicht volgens mijn vriendin. Maar het gaat gelukkig goed.

img_9198

In het park gaan we aan de slag. Genadeloos roven we boom na boom leeg. Nou ja, bijna leeg. We laten nog wat exemplaren hangen voor het mannetje. Mocht hij nog terugkomen….

VikThor rent om ons heen met een kwee-appel in zijn bekje. Hij is helemaal door het dolle. Wat is dit leuk! De Vrouw in een boom! Ze lijkt wel een kat!

Met overvolle fietstassen laveren we weer naar huis. Gnuivend verdelen we de buit. ‘Neem jij maar het leeuwendeel mee, Fiederelsje, ik weet dat je er dol op bent! En dat je er heel veel lekkere dingetjes van gaat maken! Ik ben van plan om er flink wat in Elzasser zuurkool te verwerken. Sinds ik dat recept heb ontdekt ben ik dol op zuurkool!’

Met een brede grijns op ons gezicht nemen we afscheid. Het was een zeer geslaagde rooftocht. Wat zijn we in onze nopjes!

Een paar uur later stuurt Fiederelsje een link met een heleboel kweepeerrecepten. Het water loop me in de mond. Ik zie allemaal interessante gerechten voorbij komen. Maar ook kweepeerlikeur en wodka. ‘Volgens mij zijn die recepten ook prima te gebruiken bij kwee-appels. Het was heerlijk om zo samen in de bomen te hangen!’ schrijft mijn vriendin.

Ja, als vanouds. We hebben al heel wat strooptochten ondernomen samen. Brandneteltjes, duindoorn, bramen  en egelantier: Ze hebben allemaal aan onze heksenketels moeten geloven.

Na de strooptocht ga ik rusten. Vanavond is het feest in de stad en we willen ergens gaan salsadansen.

 

 

Brave hondjes en vechtende baasjes: Kom niet aan m’n hond en een hoed dragen is niet gezond. De grootste tuttebel is blond. En rond. En Heks is maar een chique stuk stront. Lult die troela uit haar kont…….

Ys ren zand25

Na een paar dagen in mijn bedje ga ik gisteravond toch naar het hondenstrand in Noordwijk. Ik trek een zwierige lange jurk aan, knikker een flinke strohoed op mijn kop en gris op het laatste moment een sjaal van de kapstok. Gelukkig maar, want het is frisjes aan de  kust. Er staat een verkoelend briesje en de zon gaat grotendeels schuil achter wat vage bewolking.

De dunne katoenen sjaal laat zich helemaal uitvouwen tot een enorme omslagdoek. Als ik het strand oploop slaat een stevige frisse wind me tegemoet. Ik wapper de doek in de lucht en een windvlaag vormt em om mijn lijf. Een aantrekkelijke dame loopt me tegemoet. Verrukt wijst ze op mijn outfit: ‘Wat prachtig! Zo mooi bij elkaar gecombineerd!’ Ik geloof dat ik sjans heb van dit lekkere stuk. Ha leuk. Ik bedank haar voor het compliment.

Varkentje heeft er zin in vandaag. Enthousiast jaagt hij achter de bal aan. Als een jonge god sprint mijn bejaarde viervoetige vriend voor me uit. Snorkelend duikt hij door de branding en vist zijn prooi uit de golven. Gnuivend wordt die vervolgens weer voor mijn voeten gegooid. Een spel zonder einde. Als het aan mijn hondje ligt dan….

We zijn al een flink stuk richting Katwijk gelopen als er een kudde joggers van alle leeftijden langs zwoegt. Met rode, oranje, paarse en/of opgezwollen koppen van de inspanning sjokken ze in een sukkeldrafje door het rulle zand. Een groep vrijwilligers deelt bekers water uit.

Dubbel van de lach kijken ze naar een venijnig oud vrouwtje die de inhoud direct verwoed in haar eigen gezicht smijt. Stoom stijgt op vanuit haar permanentje, maar ze houdt stand!

Ik loop naar de duinrand en vlij tussen het helmgras. Ysbrandt rolt zijn natte magere lijfje net zo lang door het zand totdat hij op een gepaneerde slavink lijkt. ‘Goeie hemel, wat zie je er uit, varken,’ Heks moet lachen om haar gekke hondje.

Op de terugweg vraagt hij weer om een balletje. In een poging me zover te krijgen springt hij tegen mijn benen op. Au! Een grote rode kras loopt over mijn bovenbeen. Mijn monster heeft scherpe nagels! ‘Wegwezen nu,’ vermaan ik hem. Hij zigzagt voor mijn voeten. Plotseling voel ik hoe leeg mijn tank is. De wandeling heeft me uitgeput en ik moet nog helemaal terug!

Bij een strandtent strijk ik neer op het terras. Overal mensen met hondjes. Gelukkig is er nog precies 1 plekje vrij voor ons. Als ik wil gaan zitten propt een enorm dik volgevreten zwart bakbeest van een woefer zich tussen het tafeltje en mij. Hij plet me volledig en zet Ysbrandt klem. Die zit ook nog eens aan de riem: Een recept voor moeilijkheden. Als ik niet uitkijk gaat hij mij nog verdedigen tegen deze tientonner.

Ik kan geen kant op. ‘Vort, beest, ga eens weg,’ ik kijk om me heen naar de eigenaars, die zitten een tafeltje verderop. Ze geven geen sjoege. Ongeïnteresseerd zitten ze ieder voor zich naar hun mobiel te staren. ‘Kunt u uw hond alstublieft terugroepen?’ Geen reactie. Ik duw nog eens tegen het gevaarte. Geen beweging in te krijgen. Ik kan geen kant op. Ik kan niet eens gaan zitten….

Nog een keertje verzoek ik de baasjes om die functie waar te maken. Weer laten ze me kletsen. ‘Hup,’ roep ik uiteindelijk keihard tegen de hond, terwijl ik hem wegduw. Eindelijk komt er beweging in het beest. Maar ook in de eigenaars! De vrouw begint opeens tegen me te krijsen. ‘Ken je dat niet ff normaal vragen, stom mens, ik pik het niet, bladiebla, …..’ Ik kijk haar met stomheid geslagen aan.

Als ik mijn stem hervind blijf ik vriendelijk. Een bal van woede vormt zich echter in mijn maag. ‘Ik heb u twee maal beleefd gevraagd om uw hond terug te roepen,’ mijn reactie is aan dovemansoren! Het wijf schreeuwt en schreeuwt. Allerlei rare dingen, ik snap er geen kloot van. Wel ben ik intussen ook razend. Het hele terras geniet lekker mee. Het lijkt wel de climax van een Griekse Tragedie. Met een stelletje geblondeerde Hagenezen in de hoofrol.

Of ik maar ergens anders heen wil gaan, dit is een hondentent, dus honden mogen hier blijkbaar alles. Dat er een bord met een levensgroot verzoek hangt om je hond aan te lijnen geldt blijkbaar niet voor hen. Ze blèrt en blèrt dat het een lieve lust is. ‘Ga weg, ga ergens anders zitten, ophoepelen nu….’ dreigt ze. Ik peins er niet over en vertel haar dat.

‘Ja, jij denkt maar dat je overal maar kan gaan zitten met je sjieke hoed!’ Walgend blikt ze met haar zure kop naar mijn fabuleuze hoofddeksel. Het is inderdaad een prachtig exemplaar, je kunt er zo mee naar een Engelse bruiloft in de high society. Vraag maar aan mijn vriendinnetje Trui, zij heeft hem voor een dergelijk doel geleend ooit.

‘Oh, gaat het daar om,’ opeens is het me duidelijk wat hier speelt. Ouderwetse jaloezie en afgunst. Het mens kan me gewoonweg niet uitstaan: Zo’n superlang supeslank fotomodel in prachtige outfit. Dat ik een halve zachte menopauzale MEpatient ben en op mijn tandvlees loop ontgaat haar volkomen. Ze heeft haar oordeel klaar. Ik besluit er verder het zwijgen toe te doen. Dit is een hopeloos geval!

Dus draai ik hen de rug toe en ga zitten. Vanbinnen ben ik helemaal door elkaar geschud van het verbale geweld. Ik moet moeite doen om niet iets heel verschrikkelijks terug te roepen. ‘Ademhalen, Heks, ga terug naar je adem…’

Achter me hoor ik die stomme troela over me smiespelen. ‘Ze zijn allemaal veel te dik daar,’ fluister ik uit frustratie tegen mijn hond. Uit wraak vooral. ‘Vooral die hond, wat een gestopte worst!’

‘Ga maar lekker naar dat stomme wijf, hoor, van mijn mag je,’ gilt de vrouw dan weer plotseling met haar weinig chique doorrookte stemgeluid. Ze heeft zich helemaal vastgebeten in haar verhaal!

Verwoed probeert ze de goeiige vetgemeste ondefinieerbare zwartharige vuilnisbak mijn richting in te dirigeren. Misschien hoopt ze dat ik bang ben voor grote honden….. ‘Vooruit, jaag haar maar weg, met haar kapsones en haar stomme hoed.’

Enige tijd later stapt de familie Flodder op. Ik kijk hen na vanachter mijn zonnebril. Een mooie gezonde blonde matrone met man, kind en hond. Tel uw zegeningen! Ze draait zich  pontificaal om. Gemelijk kijkt ze terug. Ze gaat er helemaal voor staan. Wijdbeens en met een triomfantelijk minachtend lachje om haar ontevreden mummelmondje.

De mooie avond is bedorven. Ik voel flarden woede door me heen wolken. Ook ben ik opeens verdrietig. En het is plotseling erg koud geworden. De inderhaast verorberde bosbessen-smoothy ligt als een bevroren plas in mijn net van zomergriep herstelde maag. Het is mooi geweest. We gaan lekker naar huis…..

Thuisgekomen ben ik nog steeds uit mijn hummetje. Wat gebeurde daar nu eigenlijk? En waarom raakt het me zo?

Ik besluit te gaan mediteren. Eerst even inspiratie opdoen uit het boek van Thay, ‘Innerlijk vuur.’ Lukraak open ik het. “Als je de pijn van de ander kunt zien, kunt zien hoezeer de ander lijdt, verdwijnt je woede…. blabla.” He getsie, daar heb ik helemaal geen zin in. Het laatste wat ik wil is mededogen hebben met die blonde troela.

Ik ga in de herkansing met het boek.  Opnieuw sla ik het open. “Als je compassie kunt generen verdwijnt je woede als bij toverslag….” luidt de tweede tekst.  Vooruit dan maar, ik ontkom er niet aan…..

Stil op mijn kussentje ademend kom ik er warempel achter wat hier speelt. De vrouw doet me denken aan iemand waar ik veel van houd. Ze bezorgt me exact hetzelfde gevoel! En ik vermoed dat er precies dezelfde motivatie achter haar gescheld op Heks zit als bij die persoon: Jaloezie, afgunst, onzekerheid, zelfhaat.

Want dat is wat ik ook hoor tussen de regels door: Ze haat zichzelf, haar dikke uitgedijde lijf, haar onbeduidende gezicht van 13 in een dozijn, haar middelmatige leventje met man en kind. Dingen waar ik overigens voor zou tekenen! Maar goed.

Zelfafwijzing, die bron van alle kwaad.

We hebben er allemaal last van. Daarom ben ik extra lief voor mezelf vanavond op mijn kussentje. Ik troost mezelf voor alle keren dat mijn medezusters me uit jaloezie onderuit hebben geschopt. Vrouwen kunnen echt monsters zijn onderling, gemene klerewijven, geniepige kuttekoppen!

Ik laat mijn mededogen uitgaan naar al die formidabele dames die denken dat ze niet slank, mooi, slim of sexy genoeg zijn. Ook naar die taart, die vanavond haar laffe ongezouten mening over me heen heeft gebraakt. Opeens begrijp ik dat al die afschuwelijke dingen die ik hoorde in mijn hoofd als reactie op haar gescheld bij haar horen. Het is hoe ze over zichzelf denkt. Niet al te best.

Het dringt tot me door dat ze die mening feilloos om zich heen projecteert. Ze legde me de woorden bijna in de mond, ik kon nog net voorkomen dat ik iets heel onaardigs of verschrikkelijks terug riep naar het mens. Ze heeft van mij een superieur wezen gemaakt, dat op haar neerkijkt. Althans in haar optiek.

IMG_8799

Ik ben er eigenlijk helemaal niet aan toegekomen om me onbevangen een mening over de vrouw te vormen. Ik kom niet verder dan wat ze met haar acties bij me oproept…..

Ja, we moeten af van het meerderwaardigheidscomplex, minderwaardigheidscomplex en gelijkheidscomplex. We moeten af van het afgescheiden zelf!

Rustig adem ik tot alle emoties en floddergedachten zijn gezakt. Dit is praktiseren. Dit is wat Thich Nhat Hanh bedoelt: Je moet oefenen, beoefenen. Pas dan veranderen er dingen, pas dan ga je groeien.

Een hele tijd zit ik met alles wat er is. Tot het genoeg is.

Kalm en tevreden schuif ik later mijn bedje in. Ik zal vast nog wel rare jaloerse dames tegenkomen in mijn leven. Hopelijk komt het dan niet meer zo bij me binnen……

 

Vorstelijk uitstapje vol zoete traktaties en weidse vergezichten: Welkome afwisseling van verwoed navelstaren……

We zoeken elkaar regelmatig op

Ik ben nog geen week in het klooster als ik met een lid van mijn internationale familie op stap ga. Een pittige tante uit Missisippi met een heerlijk recalcitrant karakter. Heks gaat een paar boodschappen halen in een ‘Winkel Walhalla’: Een berg supermarchés op een kluitje. Ook wil ik een blogje posten. Eén van de weinige, die ik produceer tijdens mijn reis.

Het is het uitje waarbij een vogel zich doodvliegt tegen mijn auto. Dit werpt natuurlijk een smet op de gezellige middag…..

Daar staat mijn kanariepiet

Mijn nieuwe vriendin trekt regelmatig met me op. Er is sprake van grote sympathie tussen ons. ‘Heks, toen jij die eerste dag binnenkwam met je cowboylaarzen en hoed, dacht ik meteen: “Met die dame kan ik het vast goed vinden!” En kijk eens: Ik had gelijk!’ Tevreden grijnst ze me toe.

Helaas krijgt mijn maatje het na de eerste tien dagen moeilijk. Zo’n retraite duurt best lang. Er zijn dagen dat je helemaal tureluurs wordt van al dat navelstaren. Er komen allerlei emoties los waar je ook niet op zit te wachten, vaak ben je jarenlang druk bezig geweest om die ellende juist te onderdrukken!

Halverwege de rit gaan er bovendien ook nog eens een heleboel mensen naar huis. Er komen weer nieuwe deelnemers bij. Ook onze familie wordt getroffen door dat fenomeen: Een aantal leden zijn opeens weg en er komen wildvreemde mensen voor in de plaats.

Vroeger was dit niet zo, dan bleef iedereen gewoon de volle drie weken. Op een enkele uitzondering na. De opgebouwde energie bleef zodoende intact. Heel belangrijk in groepsprocessen!

Heks heeft minder last van het gebeuren, want ik heb me volledig ingesteld op het feit dat alles altijd weer anders is. Niets is blijvend. Zelfs niet in een klooster. Toch vindt ook Heks het jammer dat zovelen naar huis gaan. Van sommige mensen heb ik niet eens afscheid genomen!

Mijn maatje echter krijgt het echt te zwaar. Zozeer zelfs dat ze een tripje naar Amsterdam plant. Onbezonnen bestelt ze een ticket om vanuit Bordeaux een weekendje heen en weer te vliegen. ‘Kun je me zaterdag naar het station brengen?’ vraagt ze plotseling.

Daar ga ik natuurlijk niet aan meewerken. ‘Vraag maar aan een zuster,’ adviseer ik haar vriendelijk. Ik heb een beter idee: Het is tijd voor een kleine roadtrip met mijn nieuwe vriendinnetje. Uit ervaring weet ik dat je daar geweldig van kunt opknappen.

We besluiten em te smeren als we les hebben in een ander klooster. Na de dharmatalk gaan we ervan tussen in mijn kanariepiet. ‘Oh, wat heerlijk,’ hoor ik naast me een heel blij meisje verzuchten, ‘Ik ben nog geen seconde alleen van het terrein afgeweest, behalve die keer dat we boodschappen gingen doen…..’

Vlak bij het klooster is een klein slaperig plaatsje op een berg. Heks kent het wel. Ik heb er ooit schoenen gekocht met mijn vriendin de non. Schoenen met bloemen. Rare schoenen. Geen exemplaren die je denkt aan te treffen in zo’n suf provinciestadje van niks.

Ik sleep mijn vriendin mee naar dit schoenenparadijs. Stomverbaasd wurmt ze zich door deze volgestouwde winkel van Sinkel. Naast schoeisel verkopen ze ook speelgoed en vishengels. We passen enthousiast een aantal bizarre modellen en natuurlijk vind ik weer een perfect fijn fleurig schoenenpaar.

We halen fruit en andere boodschappen, treuzelen een tijdje in een brocante. Jeetje, wat verkopen ze in Frankrijk toch een prachtige oude spulletjes voor bijna niks. Ik scoor een prachtige koperen kaarsenstandaard vol krullen en bloemen.

Een absolute bezienswaardigheid in Duras is het kasteel. Prominent ligt het aan de rand van de stad, uitkijkend over een enorm dal. We besluiten het te bezoeken. Bij een lieve werkstudente kopen we een toegangsbewijs en een koptelefoon met rondleiding. Op ons gemak slenteren we het hele kasteel rond, van de kelder tot het dak. Daar aanbeland krijgen we als bonus een oogverblindend uitzicht! Een verpletterend panorama. Ademloos laten we het landschap op ons inwerken.

Verder hebben we veel lol samen. Zo’n kasteel spreekt natuurlijk tot de verbeelding. We stellen ons van alles voor, daarin gestimuleerd door de rare verhalen uit onze koptelefoon. Mijn god, wat een idioten hebben hier gewoond. Zoals altijd verbaast Heks zich weer over extreme decadentie en misbruik van macht. De wereld staat er bol van. Nu, vroeger en naar ik vrees ook de toekomst.

Amerika heeft een uitstekend voorbeeld van dit verschijnsel in de race voor de functie van president. De dubieuze Troefkaart van de republikeinen. (Trump betekent troef. Wat mij betreft betekent het Snoef…..)  Een narcist als presidentskandidaat. Idioterie ten top natuurlijk: Een gestoorde gek aan de top……

Jammer dat Trump geen genoegen neemt met een positie als kasteelheer op het franse platteland. Daar kan hij beduidend minder kwaad dan in Washington.

De nieuwe Trumptower?

Als we het hele bouwwerk hebben verkend is het tijd voor een ijsje. In het stadje is een geweldige ijssalon. Wel tachtig soorten liggen uitgestald in een vitrine, ook een flink aantal smaken geschikt voor consumptie door Heks met haar achterlijke dieet. We bestellen een paar enorme bollen en een kopje koffie. Verrukt smikkelen we van het zalige goedje.

‘Ik neem er nog eentje,’ verzaligd likt mijn tafelgenoot langs haar lippen. Zonder problemen werkt ze nog een bol naar binnen. Ik lig intussen al een beetje om van al die suiker, dus ik laat het hierbij. Heks is allang blij dat ze een keertje mee kan doen. Meestal kijk ik de andere kant op als mensen zich te buiten gaan aan zalige zoetigheid zoals taart, toetjes en ijsjes.

Er zit altijd wel iets in dat ik niet mag en bovendien verdraag ik suiker niet goed. Zoals iedereen overigens, maar de meeste mensen hebben dat totaal niet in de gaten….. Die denken dat ze ergens anders zo moe van worden. Of schimmelig. Of dik……

Suf van de suiker en eufoor van ons geweldige uitje rijden we terug naar Lower Hamlet. ‘Dank je wel voor deze heerlijke middag,’ zeggen we tegen elkaar. Mijn vriendinnetje is weer helemaal bijgetrokken. De dag volgend op onze trip is ze druk bezig om haar vlucht naar Amsterdam te cancelen. Ze hoeft niet meer te vluchten.

Ze is net als ik: Arrived. Home!

Duras22

 

 

Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941

Koude koningsdag begint helemaal verkeerd. Heks heeft al een kater voordat ze ook maar één biertje gedronken heeft. Gelukkig trek ik bij. Ik eindig zowaar blij. Door zware mallemolens en frivool noorderlicht!

De nacht voor koningsdag hang ik met mijn kop boven het watercloset. Oh, oh, wat ben ik beroerd. Mijn hele verteringssysteem keert zich binnenstebuiten. Keert zich tegen me. En dat voor de vrouw die nooit over haar nek ging!

Zeker dertig, veertig jaar kwam het er nauwelijks van. Ik kon zuipen als een tempelier en tegelijkertijd in brakke bootjes over woeste baren varen, terwijl iedereen om mee heen rollend in zijn eigen kots lag te braken: Ik had nergens last van.

Sinds mijn whiplash is dat anders.

Op de feestdag zelf heb ik afgesproken met Frogs voor een lekkere brunch. Meuh. We verplaatsen het tijdstip naar straks en later. We skippen de brunch. Uiteindelijk lopen we dan toch de stad in. Om de hoek van de steeg staan allemaal kraampjes. Ik heb eerder tijdens mijn hondenronde al een paar kleine kroonluchters en een theeservies gescoord. Voor een habbekrats.

We slenteren langs de stalletjes. Mijn Afghaanse stenenman staat er met een overvolle kraam. ‘Ik heb wel wat voor je, maar niet bij me. Op 5 mei kom ik weer,’ zegt hij nadat ik zijn uitstalling heb geïnspecteerd zonder iets van mijn gading te vinden. Er liggen alleen maar goedkopere sierraden gezet met veelvoorkomende kristallen. Hij kent mijn liefde voor een echte goeie steen. En hij heeft iets in gedachten….

Vorig jaar bracht hij vuuropalen mee op bevrijdingsdag. En een grote boulderopaal gevat in ijzersteen….. Die zijn behoorlijk tekeer gegaan in mijn leven…. Jaren geleden leverde hij me mijn trouwring voor mijn huwelijk met mezelf. Een edelopaal met veel vuur. Ja, Heks houdt echt van opaal, de baby onder de kristallen….. Benieuwd wat hij nu weer voor me in petto heeft.

‘Ik wil nog eventjes naar een ketting kijken bij een paar hele leuke dames. Het zijn aurora borealis stenen. Kristallen met een speciale metaallaag. Ooit ontwikkeld door Swarovski. Ze lijken een beetje op Rijnstenen. Prachtig. Komt uit Amerika, jaren vijftig…!’

Frogs kijkt me wazig aan. Waar heb ik het over? Even later staan we voor een kraam gevuld met antieke sierraden en oude hoedjes. Ik pak het beoogde halssierraad van een kleine buste en hang het om mijn nek. ‘Maak eens dicht, Frogsie,’ commandeer ik mijn verschrikte kikkervriend. Al zijn vermogens tot fijne motoriek moeten eraan geloven. Geconcentreerd staat hij te prutsen. Het is ook nog eens een raar haaksysteem….

Heks begint te giechelen, maar uiteindelijk hangt het collier om mijn hals. Prachtig! Verrukt staar ik in de kleine spiegel naar mijn opgetogen gezicht met daaronder een waterval aan schittering: Werkelijk schitterend!

Ik doe goede zaken met de dames. Ze vertellen me over de geschiedenis van deze ketting en pakken em intussen mooi in. In een prachtig oud doosje zie ik later. Wat een toewijding!

Bij een ander kraampje zie ik een porseleinen popje. Piepklein. ‘Wat kost dat poppetje?’ vraag ik aan de verkoper. Frogs vindt het maar raar. Wat moet je nu met zo’n popje? ‘Ik wilde gewoon weten wat zoiets kost, Frogs. Ik heb precies zo’n ding op mijn godinnenaltaar staan. Gekocht voor een kwartje in de kringloop. En het is dus gewoon 20 euro waard. Grappig toch?’

Akka Brinkman (links) van Antiek en Curiosa, akkabrinkman@hotmail.com, 06-10581000

Ja, Heks heeft een neus voor kwaliteit. Laat haar over een rommelmarkt lopen en ze vist er met haar bionisch oog alle spullen van waarde uit. Het heeft iets met aandacht te maken. Alles wat mooi is, is ontstaan in aandacht. En dat zie je aan iets af. Dat geeft het intrinsieke waarde, ongeacht wat het is en waar het voor bedoeld is.

Zo koop ik tot slot een Turks koffiemolentje. Een prachtig aandachtig gebrouwen apparaat. ‘Leuk om mee te nemen als ik ga kamperen,’ roep ik enthousiast. Ik zie mezelf al in een tent zitten met dat gekke loodzware koperen ding. ‘Je kunt er ook een goeie klap mee uitdelen,’ vervolg ik. Ik kijk teveel enge moordprogramma’s tegenwoordig. Maar het is waar. Een oplawaai van deze mallemolen overleef je waarschijnlijk niet….

We eindigen in de WW. Onze geliefde stamkroeg van honderd jaar geleden. We komen oude vrienden tegen. Sommigen half vergaan door alcoholmisbruik en andere slechte gewoontes, anderen verdriedubbeld in de breedte in de vorm van een valhelm.  Maar toch nog even lief en aardig als altijd.

‘Het leven is niet eerlijk, Frogs. De leukste mensen gaan er helemaal naar de kloten door.’

Opeens zie ik een oude thuishulp van me. Een stevige dame met prachtig rood haar. Ze speelt in een heel leuk bandje herinner ik me. Ze heeft een geinig vriendje, waarmee ze een biertje deelt. Ik zie hen duidelijk genieten van de muziek, elkaar, hun vriendenkring. We maken een kort praatje, want we mogen elkaar heel graag!

Later thuis kook ik een kippensoepje. Frogs wandelt met het hondje. Precies op het moment dat hij mijn huis weer binnenstapt is de soep klaar. Hij wordt natuurlijk niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend, maar het scheelt niet veel.

‘MMMMMmmmmmmmmm…. Heks, wat is dit lekker!’ Mijn kikkervriend zit te knorren van geluk. En het is waar. Dit soepje kan een dode tot leven wekken. Tevreden lepel ik mijn bordje leeg. Om mijn nek hangt het noorderlicht. Tegenover me zit een liefhebbende kikkervriend. Aan mijn voeten ligt een dwaas varkentje met een lampenkap op zijn kop. Ik ben helemaal gelukkig en tevree. En dat is ook wel eens fijn voor de verandering.

IMG_3208

In memoriam: Mijn ouwe trouwe schuddebuikende piepende en krakende huisgenoot Koelkast is niet meer. Heks is ontdaan. Maar niet getreurd, Liebherr doet zijn intrede in Huize Heks. Binnenkort.

Woensdagavond geef ik vrij laat de beesten eten. Zeven hongerige katten zitten op de keukentafel en de buffetkast te schreeuwen. Ysbrandt stofzuigt  de vloer op zoek naar kattenbrokjes. Ik pak zijn eten uit de koelkast. Het voelt warm aan. Huh?

Snel loop ik terug naar mijn schuddebuikende stuk huisraad. Hij staat doodstil. Ook fluit hij niet naar me, zoals gewoonlijk. Zijn lichtje brandt nog, maar toch is hij overleden! Heel stilletjes heeft hij ergens in de de afgelopen uren zijn laatste koude adem uitgeblazen…..

Oh jee, ook dat nog.

Ik zet em een keertje aan en uit. Het helpt niet. Ook gedraai aan zijn enige knopje heeft geen enkel effect.

Snel voer ik het vee. Wat nu? De volgepropte vriezer is nog stijfbevroren. Ik stuur een nood-sms aan Frogs. ‘Ik lig al bijna in bed, Heks. En morgen moet ik heel vroeg op. Dus ik kan je niet helpen. Wel mag je alles in mijn vriezer stoppen. Die is helemaal leeg. Je hebt de sleutel, dus kijk maar…’

Heks is ook gaar. ‘Morgen is er weer een dag,’ bedenk ik me. Zodoende laat ik de boel de boel en ga ook bijtijds slapen. Dat lukt niet. Ik zit de halve nacht in mijn doodstille woonkamer. Jeetje, wat een rust. Ik mis mijn kouwelijke luidruchtige stuk meubilair!

De volgende dag kom ik maar niet op gang. Aan het begin van de middag ben ik dan eindelijk zover, dat ik met koelboxen vol diepvrieszooi richting Frogs vertrek. Ik prop alles in het vriesvak van zijn ijskast, mijn oude exemplaar. ‘Jeetje, Frogs,’ grap ik een dag later, ‘ Die oude doet het nog prima en mijn nieuwe is kapot. Ik kom em weer ophalen, hoor……’

Niets is minder waar. Ik ben me online aan het oriënteren op een spiksplinternieuwe koelvriescombinatie. Als snel zie ik door de bevroren bomen het ijzige bos niet meer. Uiteindelijk loop ik de witgoedwinkel hier om de hoek binnen. Er is geen enkel passend apparaat voorradig, maar ik kan er wel eentje bestellen natuurlijk.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Volgende week komt er een hele mooie Liebherr. De Cadillac onder de koelkasten volgens de verkoper. Morgen krijg ik een noodexemplaar. Een oude rammelkast met fluittonen waarschijnlijk. Gezellig!

Vandaag ruim ik samen met mijn hulp alle restanten voedsel uit het kapotte apparaat op. We maken em een beetje schoon. ‘We nemen die oude koelkast gewoon weer mee, maar zorg dat er geen restanten vlees of zoiets inzitten, zei de jongeman in de winkel tegen me. Ha, stel je voor. Het komt regelmatig voor dat mensen hun oude vriezer met inhoud en al meegeven….Ontdooid en wel, soms in verregaande staat van ontbinding. Walgelijk natuurlijk!’

De vorige keer dat mijn koelkast het begaf lag ik drie dagen later in het ziekenhuis met een darmafsluiting. Precies met pasen. Een soort wederopstanding, want ik dacht werkelijk dat ik dood ging van de pijn. We zijn drie dagen verder nu en pasen is ook net aan voorbij, dus ik heb goede moed dat me dat deze keer niet gebeurt.

Aan het eind van de middag fiets ik naar Engel. Ze is jarig. Ik heb een enorme zachtroze Helleboris bij me in feestelijk cellofaan. Ysbrandt draaft enthousiast naast me. Hoera, we gaan iets leuks doen!

‘En?’ informeer ik, nadat ik haar heb gefeliciteerd en gezoend, ‘Is ie nog geweest?’ We giebelen. Een vriendin van de jarige heeft haar gisteren zitten plagen ‘Ik bezorg je een geweldige verrassing morgenmiddag!’ dreigde ze. En wat voor’n verrassing…. Een professionele striptease door een ‘politieagent’. Haha.

Natuurlijk kwam er ‘zogenaamd’ iets tussen. Het blijft bij een goeie grap. We moeten het met louter voorpret doen. We grijnzen ondeugend. ‘Ach,’ zeg ik laconiek, ‘Beter zo. Ysbrandt heeft al eens in de ballen van de wijkagent gehangen. Ik weet niet wat er gebeurt als een agent ook nog eens al zijn kleren uittrekt! Hij eindigt misschien als smurf….’

De rest van het bezoek is al vertrokken. Ik ben echt laat. ‘Kom, ik maak je flesje wijn open, Heks.’ Ik heb een minifles witte wijn meegebracht. Niet koud natuurlijk, helaas. Engel gaat op zoek naar een kurkentrekker. Ze is pas vorige week hierheen verhuisd, overal staan nog dozen. ‘Ik weet niet of ik er eentje heb, Heks, ik drink nooit wijn.’ Ze spit al haar keukenlades om. Geen kurkentrekker.

Ik doe nog een lauwe poging om de kurk erin te duwen met mijn duim. We willen gewoon feestelijk klinken! Uiteindelijk zitten we lekker aan de dubbeldrank met chips. Hele lekkere chips. Dat merk moet ik onthouden!

Jarige Engel in haar nieuwe knusse huisje. Vergenoegd zit ze een paar verhalen te vertellen. Na een uurtje is de koek op bij Heks. Plankerig hijs ik mezelf overeind. ‘Heb je last van je rug?’ Ja, die zit helemaal vast na al dat gesjouw met koelboxen vol bevroren eten….. Ze legt haar genezende handjes er op.

Ik ben eigenlijk te moe om ervan te genieten. Maar ik voel wel van alles tintelen en in beweging komen. Even later ga ik met Varkentje richting huis. Ik fiets een stukje en dan laat ik hem los in de berm. Zo kuier ik langs de Singel. De stad heeft iets feestelijks. Het is al bijna half acht, toch zitten er mensen op de terrassen. Soms met dekentjes om hun benen, maar toch buiten. Genietend van de lauwe lentelucht.

‘Jouw verjaardag is met recht de eerste echte voorjaarsdag!’ roep ik eerder verrukt tegen mijn vriendin. Tot gisteren heb ik steeds in een dikke donzen winterjas met Ys gelopen. Vandaag niet. Een warm vest en een leren jasje zijn voldoende. Ik hoef ze niet eens dicht te knopen!

Nu zit ik weer rustig thuis op de bank. Hongerige poezen staan op het balkon te schreeuwen. Mijn hondje ligt aan mijn voeten. Hij houdt me met  één oog in de gaten. Hij heeft ook honger. De kleine koelcrisis is bezworen. Ik hoef helemaal niets meer vandaag. Nou ja, beesten voeren, mezelf voeren en nog een hondenrondje…..

En morgen? Dan is er weer een dag.

 

Zonnige dag en dito verslag. En foto’s van Ysbrandt met zijn suikeroompje tijdens het wekelijkse gifbad.

 

Ysbrandt krijgt zijn wekelijkse gifbad van suikeroom Frogs. Die handschoenen draagt hij niet voor de sier!

Heks zit in het zonnetje op haar balkonnetje. Net onder mijn steen vandaan laat ik mijn koudbloedige reptielenlijf opwarmen. ‘Weet je wat ik zo jammer vindt, Heks? Je bent zo’n warme vrouw, maar ze hebben je koud gemaakt, die mensen om je heen….’ zei de paragnost Peter van der Hurk onlangs tegen me. Hij sloeg de spijker op zijn kop.

Door kille woede geïnstigeerde scheldpartijen zijn al tijden aan de orde van de dag. Mijn Gille de la Tourette achtige gedrag stoort me in hoge mate. Ik schrik soms van wat er zoal uit mijn tater komt. Alsof mijn spijsvertering zich finaal heeft omgedraaid. Stront lozen is gezond, maar uit je kont, niet uit je mond.

Zo’n zonnetje doet wonderen voor je gestel. Elk mens heeft een beetje warmte nodig. Ik mag dan een veilige haven zijn geweest voor allerlei halve zachte uit de poppenkast gevallen mafketels, zelf laat ik me slecht troosten. ‘Waarom accepteer je geen arm om je heen?’ vraagt Peter dan ook. Geen idee. Ik ben geneigd het zelf uit te zoeken. Tja….

Later in de middag loop ik door de zonnige stad. Leiden is prachtig in dit heldere voorjaarslicht. De grachten weerkaatsen de hemel en voegen iets toe. Mijn stad, een heilzaam lichtbad.

‘Mag ik een poster ophangen van mijn koor?’ De man in de bloemenwinkel next door geeft gewillig gehoor aan mijn verzoek. Net als de conciërge  van het buurthuis, de receptioniste van het hotel, de medewerkers van het café en de dames van de broodjeszaak die op mijn lijstje staan. Mijn bijdrage aan de kaartverkoop voor de Matthäus Passion‎ is een rondje met mijn hondje door de buurt. Tot slot drentel ik langs de Singel. Ysbrandt wroet verrukt met zijn neus door het gras en tussen de krokussen.

Zo verzoen ik me met mijn stad en leven terwijl het binnen in me een slagveld is. Gek is dat toch. Ik kan zo gelukkig zijn met een hondje en een krokus midden in wat dan ook. Nou ja. Goddank.

Een lange wandeling om het gif uit te laten dampen…..

Paddenstoelen risotto met snijbiet en pittige paprikasoep toe.