Vreemde vogels en ijsvogels. Het magische getal 69. Gesprekken met Jan en Alleman. En Allevrouw. Heksje, mijn gekje, ik hou van jou.

Wat is er toch aan de hand met Heks? De hele wereld kletskoust tegen me aan deze week. Normaal gesproken leuter ik al heel wat af in de Leidse parken, maar de afgelopen week spant qua verbale interactie met mijn mede-Leidenaars de kroon.

Zo kom ik een leuke vent tegen met een hele dikke buik, die net als Heks al een eeuwigheid met ME dealt. De raarste dingen heeft hij meegemaakt. Zo is hij meermalen op de intensif care beland met hartritmestoornissen na het gebruiken antidepressiva.

Medicatie waar ik me dus geheel terecht altijd met hand en tand tegen verzet. ME patiënten hebben vaak een afwijking aan hun hart, waardoor ze bijvoorbeeld niet lang overeind kunnen blijven staan. Heks haat het ook om lang stil te staan.

Neem nu douchen. Jarenlang was dat voor mij een enorm gevecht. Uren zat ik moed te verzamelen voor zo’n opfrisbeurt en vaak sloeg ik het maar helemaal over. Maar sinds ik een douchestoel heb ga ik weer dagelijks lekker badderen.

Ook kom ik een vrouw tegen met een lastige hond. Hij rijdt op alles wat beweegt en blaft. Als hij de kans krijgt tenminste. De vrouw wordt er helemaal gek van. ‘Het is al mijn negende hond, dus ik ben niet bepaald onervaren…..’ vertelt ze me wanhopig. We praten een hele tijd, ze is zo blij als een kind, dat Heks de tijd voor haar neemt. Haar gesloten gezicht gaat helemaal open.

Vanmorgen ontmoet ik een oude dame in een klein park hier om de hoek. Ze loopt met een wandelstok, die ze woest in de lucht prikt als mensen niet genoeg afstand houden. Het is een geweldig pittige tante.

Het gesprek gaat alle kanten op, de vrouw heeft echt geleefd. En ze is superslim. ‘Ik heb jaren in de bezette gebieden gewoond tussen de Palestijnen. Stiekem. Ik had behoefte aan verandering, vandaar. Die mensen hebben vast nog geen vaccinatie gehad,’ vertelt ze naar aanleiding van mijn opmerking, dat in Israël bijna iedereen is gevaccineerd.

Als ze me verteld, dat ze 85 jaar oud is val ik bijna om van verbazing. Ongelofelijk! Ze maakt een beduidend jongere indruk.

Ik scheur me los van het gesprek, omdat ik op tijd thuis moet zijn voor de thuiszorg. Een vliegensvlug jong meisje komt mijn huis aan kant maken.

Vanmiddag fiets ik met kar door het Park van Noord. Een man zit op een elektrische gitaar met piepkleine versterker in het zonnetje op het vlonder van het theehuis heerlijk muziek te maken. ‘Klinkt lekker,’ roept Heks. En hopla: Weer een speciaal gesprek.

‘ik heb een tuinhuisje hier in het volkstuincomplex. Ik was in de Pyreneeën me dit of me dat aan het doen en toen dacht ik: Ik wil naar huis. Ik wil naar het Westen. Want daarvoor woonde ik met me zus en me zo in het Oosten van het land. Dus ik riep tegen de kosmos: Ik wil dat!’

‘Word ik gebeld, dat mijn vader is overleden. Krijg ik dat tuinhuisje. Heb ik opeens een plekje in het Westen. Het staat vol instrumenten. Kom eens langs! Ik ben Boeddhist. Me zus en me zo.’ De man vertelt er lustig op los. Echt luisteren, als ik iets terug zeg is er niet bij. Hij heeft stomweg teveel te vertellen.

‘Mijn huisje is nummer 69.’ Heks schiet in de lach. De man heeft me net enorm staat uitlachen om mijn vreemdsoortige naam. Nu is het mijn beurt. ‘Dat onthoud ik wel. Soixante neuf.’

‘Haha,’ lacht ook de man, hij heet Ar(t)Jan, ‘Ik ben niet libidood, maar deze tempel -hij wijst op zijn lichaam- komt alleen in actie als ik er echt helemaal achter sta….’

Wat een heerlijke kerel. ‘Ik heb laatst in de krant gestaan, zo’n artikel -hij spreidt zijn armen- omdat ik ijsvogeltjes red. Zoek het maar op op internet.’ En dat doe ik. Ik weet, dat er ijsvogeltjes zitten in het park van Noord. Wat fijn, dat hij ze voor een wisse dood heeft behoed tijdens de heftige vorstperiode onlangs.

Heks is blij met al deze positieve interactie. Mijn leventje is zo klein en alenig tegenwoordig. Ellendige incidenten, zoals afgelopen week met die gestoorde hardlopers, kunnen me dan enorm parten spelen. Maar hier kikker ik van op. Hop.

Ja Heks, gewoon doorgaan. Houd je kop er bovenop!

Krijg nou de kolere! Gooi ik zakken vol kleding de voordeur uit, sluipen er weer allemaal fantastische kledingstukken door de achterdeur naar binnen! Ja, zo raakt het hier nooit opgeruimd! En ontmoeting met mijn soulmate!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Zondag gaat de telefoon. Het is Hopla. ‘Heks, ik ben mijn kledingkast aan het opruimen en ik vond nog wat dingetjes, die jij wel leuk zult vinden. Kom je eventjes kijken?’ Tien minuten later en een douchebeurt verder later zit ik op de fiets. Het is hooguit 2 minuten trappen: De Kippenbrug over en ik ben er.

In haar gezellige woonkamer drinken we verrukkelijke limonade. Een eigengemaakt brouwsel met sterrenmunt en limoen. ‘Kijk, ik heb een jurk voor jou meegenomen,’ Heks diept een rode feestjapon op uit haar tas. Hij valt bijzonder in de smaak. ‘Alvast een prima aanwinst voor het kerstdiner! Haha, dank je schat.’

‘Ik ga niet al teveel van je spulletjes overnemen hoor,’ begin ik verstandig, ‘Ik ben namelijk ook mijn kast aan het opruimen. Ik heb net een paar zakken weggedaan en weggegeven. En het is nog steeds propvol in mijn walk in closet!’ Ik pak het eerste jurkje van de stapel. Jeetje wat een leuk ding!

Enthousiast prijst mijn vriendin de verschillende kledingstukken aan. Op zich echt niet nodig, want werkelijk alles oogt fantastisch. En hoewel we een geheel verschillend figuur hebben pas ik overal lekker in. De stapel mee te nemen kleding wordt hoger en hoger. Uiteindelijk heb ik een hele vuilniszak vol nieuwe spulletjes!

‘Ik ben toch zo’n prachtig boek aan het lezen,’ vertel ik mijn maatje, ‘ik lees me sowieso suf momenteel. Zoals altijd in tijden van verandering en transformatie. Dit boek heet ‘Mindfulness as medicine, van Sister Dang Nghiem.’

‘Je weet natuurlijk dat ik een bloedhekel heb aan allerlei boeken, die claimen je te kunnen genezen. Of vage cursussen,  vreemde vogels en ander gespuis, die hetzelfde beweren. Kortom alles en iedereen die zelf beter probeert te worden van andermans ellende.’

Heks moet daar echt niets van hebben. Niet op die manier. Ik vind het badinerend naar het lijden van degene die het krijgt opgedrongen. Want zulke geneeswijzen en methoden krijg je altijd opgedrongen! Door de mensen die er beter van worden…..

De dingen die wel werken hoeft niemand je door de strot te duwen, die verkopen zichzelf. Door mond op mond reclame.

‘Dit boek leest zo heerlijk weg. De non, die het heeft geschreven heeft zelf de ziekte van Lyme. Ik ben nog maar in het begin. Misschien ga ik me nog suf ergeren. Wellicht volgen er toch nog rare uitspraken, maar voorlopig inspireert het me enorm, dit persoonlijke verhaal!’

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Mijn maatje leest zich ook een slag in de rondte momenteel. ‘Maar ik doe het heel lui, Heks, ik laat me voorlezen….!’  Even later showt ze me haar nieuwe app.  Je kunt er elk boek inzetten en dan leest iemand je voor. Geweldig toch. Die ga ik ook aanschaffen!

M’n fiets beladen met een geheel nieuwe garderobe peddel ik weer naar huis. Ik pak alle kleren uit en hang ze op een knaapje. Nou Heks, dat schiet weer lekker op met dat opruimen van jou. Je gooit je kleding door de voordeur naar buiten en het komt via de achterdeur weer naar binnen……

Maar ja, wat wil je. Spulletjes uit de kledingkast van Hopla! Die heerlijke kleurrijke creatieve toverheks! Prachtige materialen en originele designs! Dat is natuurlijk te mooi om waar te zijn.

Een lege kledingkast zal ik nooit krijgen. Maar een saaie doos zal ik in elk geval nooit worden. En misschien blijf ik ook wel levenslang licht ontvlambaar……. Ik zal het er echt mee moeten doen.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Sister Dang schrijft in een hoofdstuk over haar afspraakje met haar zielsverwant. Ze gaat dan zitten op haar matje en doet haar ogen dicht. Ook de andere zintuigen blijven verstoken van prikkels. Doodgewone ouderwetse zitmeditatie dus. ‘In sitting meditation, we are actually making an appointment with ourselves…’ 

Dan oefenen we de eerste mantra: ‘Darling, I am here for you,’ voor alles wat in ons is. ‘Come back. Come back to the breath, come back to the body, I am here for you, my love.’

Het raakt me hoe liefdevol ze met zichzelf praat. Van jezelf houden is essentieel. Het is de alpha en de omega. Krijg je moeite met jezelf, zoals Heks de laatste paar jaar, dan wordt het erg lastig om gelukkig te zijn. Ik zal weer dol moeten worden op deze toverkol. Het begint met liefdevol zijn. Compassie hebben.

Ik woon dan wel in een rommelig huis, mijn voertuig is chronisch ziek, zwak en misselijk, ik ben de laatste tijd een vat vol woede en teleurstelling, maar ik ben ook hartstikke lief. En de moeite waard. M’n eigen moeite!

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941