Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Heks is lesbisch en niet zo’n beetje ook! Blijkt uit wetenschappelijk onderzoek…… Mijn moeder heeft het altijd al gedacht! Dus daarom moeten ze constant mij hebben in het maatschappelijk verkeer. Ik weet van niks, maar mijn vingers vertellen meer. Wat bijzonder interessant toch weer!

‘Ik ben er gisteren achter gekomen dat ik lesbisch ben,’ mijn acupuncturist kijkt me verbluft aan, dit had hij niet verwacht, ‘kijk maar, mijn wijsvinger is veel korter dan mijn ringvinger. Dat komt door het testosteronniveau in de baarmoeder tijdens de eerste maanden van de zwangerschap. Bij vrouwen is dit ook een indicatie voor hun seksuele geaardheid, allemaal wetenschappelijk bewezen!’

Dus de lengte van je vingers zijn een vingerwijzing naar je seksuele voorkeur? En dat geldt alleen voor vrouwen? Omdat vrouwen van vingeren houden wellicht?

‘Bij mannen is die link niet gelegd. Geloof jij het? De meeste wetenschappers zijn mannen en die willen natuurlijk niet op de vingers worden getikt om uit de kast te komen nadat ze door Jan en Alleman met de Pet op de vingers zijn gekeken……’

Mijn vriend de acupuncturist is niet onder de indruk van al die wetenschappelijke feiten. De raarste volstrekt irrelevante onderzoeken worden maar gedaan met de meest idiote uitkomsten, maar zijn professie wordt veelal weggezet als klinklare nonsens!

Heks heeft als jonge meid wel eens een vriendinnetje gehad, dus mijn liefde voor vrouwen komt niet  geheel uit de lucht vallen. We liftten destijds samen naar Parijs om de Franse nationale feestdag mee te vieren: 14 juillet! De stad was opeens heel anders dan tijdens een eerder bezoek met een vriendje.

 

Toen we op Place du Tertre aan het dansen waren werden we in no time openomen in een groep levensgrote potige potten, die ons terstond uitnodigden bij hen thuis bijvoorbeeld. En ’s avonds op het Bal de Pompiers du MONTMARTRE werden we omgeven door hitsige brandweermannen, die maar niet konden verstouwen dat deze lekkere hapjes aan hun neus voorbij gingen.

‘Door met elkaar te zijn ontnemen jullie ons twee vrouwen!’ riep een verontwaardigde spuitgast. Rare redenatie. Alsof er niet nog miljoenen jongedames over zijn in de wijde wereld. En alsof wij, als we dan een man zouden willen beminnen, meteen maar hem zouden willen bespringen!

‘Ik ben gewoon een heteroseksuele lesbo. Waarom niet? Ik ben tenslotte ook een vrouwelijke travestiet met mijn passie voor verkleedpartijtjes,’ mijn behandelaar schiet in de lach. Hij kent me langer dan vandaag.

Gisterenavond zie ik een leuk televisieprogramma. Dat heb je ook niet elke dag! Ryanne van Dorst doet in de serie ‘Geslacht’ een onderzoek naar de rol van gender in onze maatschappij. Ik kijk naar deel twee van de reeks. Hierin gaat ze onder meer langs bij de travestiet Snorella. Een grande dame met snor en borsthaar. En een eigen biermerk! Wat een leuk bezoekje! Daar knapt een mens van op!

Ook heeft ze een onderhoud met een wetenschapper over wat onze vingers allemaal vertellen over onze geaardheid. Samen met Snorella laat ze zich testen……

Ik kikker helemaal op van deze materie. Al jaren heb ik een grote voorkeur voor alles wat afwijkt van de norm. Die hopeloze norm. Normaal willen zijn is zo normaal geworden dat we tegenwoordig geneigd zijn om alles wat afwijkt desnoods met grove middelen terug te brengen tot iets acceptabels binnen ‘De Norm’. Die nimmer aflatende worm. Die ons aanvreet in onze eigen persoonlijke originele wortels.

Stilte voor de storm.

©TOVERHEKS.COM Slakken zijn allemaal hermafrodiet. Wel zo gemakkelijk.

‘Kijk,’ zegt een historica in het programma, ze is gespecialiseerd in hermafrodieten door de eeuwen heen, ‘Dit zou je tegenwoordig niet meer zien. Een volwassen vrouw met naast haar vrouwelijke geslacht ook nog een flinke penis.’ Er komen allerlei plaatjes in beeld van kuttige piemels en piemelige kutjes. ‘Tegenwoordig meent men bij de geboorte op grond van DNA te kunnen bepalen hoe het eigenlijk zit in een dergelijk geval, zodat de overbodige onderdelen direct verwijderd kunnen worden.’

‘Dus er is een groot overgangsgebied, maar daar wordt dan direct weer een tweedeling in mannelijk en vrouwelijk in gemaakt?’ vat Ryanne het gevat samen. ‘Ja, vroeger was dat niet zo, zoals je op deze afbeeldingen kunt zien. Maar tegenwoordig zie je dit soort taferelen eigenlijk nooit meer…..’

Ik blijk ook een genie te zijn…..

Heks met haar lesbische vingers zit geboeid te kijken. Wat een leuk mens is dat zeg, die Ryanne. Ik ben direct helemaal verzot op haar. Verfrissend en sprankelend. ‘Ik wordt altijd veertig of ouder geschat,’ zegt ze laconiek als leeftijd ter sprake komt. Ze is veel jonger! Eindelijk eens iemand die zich niet laat opspuiten om maar piep te lijken.

Als ik na de acupunctuurbehandeling terug naar huis rijd word ik plotseling achtervolgd door een busje. De situatie ontstaat bij een stoplicht en zoals wel vaker met dit soort dingen heb ik geen idee waar al die agressie vandaan komt. Ik rijd op goed geluk een woonwijk in. De bus volgt. Ik sla een paar keer af. Mijn belager ook.

Ik heb ooit wel eens met een hele agressieve kerel te maken gehad, een beer van een anabole bouwvakker, die probeerde mijn auto binnen te dringen, toen ik stilstond bij een stoplicht. Volgens hem had ik te vroeg mijn richtingaanwijzer aangezet, toen hij in mijn dode hoek reed. Dat was alles…….

Ik was niet van rijbaan veranderd, zoals een man afgelopen weekend bij Heks wel doet, als ik in zijn blinde hoek rijd. Zijn auto ploft zacht tegen mijn auto aan. Gelukkig is mijn Kanariepiet zo vies, dat ik geen schade heb. De laag vuil vangt de klap op als het ware. Zijn auto heeft wel een flinke kras…..

Kijk een wat een mooie kras, Heks. Hartstikke leuk! Kom ik toch weer de leukste mensen tegen op deze manier, wat jij!

En de man? Zo’n leuke man! Hij moet er om lachen. Hij maakt mij ook aan het lachen. Vervolgens poseert hij opgewekt naast zijn verse kras. Zowaar een positieve ervaring met mijn botsautootje voor de verandering.

Die bus is andere koek. Ik durf dan ook niet stil te gaan staan, want wie weet wat er dan uit dat busje komt zetten. Een homohater wellicht, die mijn lesbische handen heeft gespot op mijn stuur: We stonden tenslotte naast elkaar bij een stoplicht!

Pas op de Afred Hitcockdreef, ja echt waar, raak ik de ellendeling kwijt. Wat een toeval. Die naam verwijst werkelijk naar allemaal zaken die op de situatie van toepassing zijn!

Dit is al de derde keer in vier maanden dat ik een gek op de weg tref, die me probeert eraf te rijden. Twee keer betrof het een hersenloze in een busje. De derde was een knappe man in een personenauto. Hij is de enige van hen waar ik een gezicht bij heb. Hij zat te lachen, terwijl hij mij een ongeluk bezorgde! Wat zijn mensen toch gestoord!

Dinsdag kreeg ik een joekel van een bekeuring. Ik reed de straat in van de kerk waar mijn koor repeteert. Ik had haast, maar zag nog wel een paar mannen in apenpakkies weggedoken in een op de middenberm geparkeerde auto met Handhaving erop geschreven. ‘Wat doen die daar?’ schoot het nog door me heen.

Ze zaten naast het nieuwe verkeersbord te posten. Ik was zo door hen afgeleid, dat ik het onding niet eens heb gezien. Opeens mag je die straat niet meer in. 150 euro boete! Anderen, die op het trottoir geparkeerd stonden kwamen eraf met een waarschuwing. Mijn protesten mochten echter niet baten. Dat lesbische wijf moesten ze toch echt wel eventjes hebben!

Maar alle gekheid op een stokje: Uit mijn bescheiden lesbische ervaring weet ik nog dat er veel gediscrimineerd wordt. Toen al, maar nu nog veel meer. Onlangs is er weer een homostel in Amsterdam helemaal in elkaar geslagen. Maandenlang het ziekenhuis in, dat kaliber. Verschrikkelijk!

Wat moet Heks nu toch met haar pottige poten? Ze brengen me ogenschijnlijk in de problemen. Het is de enige verklaring die ik heb voor het feit, dat ze altijd mij moeten hebben in het verkeer.

Ik denk dat ik maar een ringvingerverkleining ga aanvragen bij de plastisch chirurg. Of transplantatie van het topje van mijn ringvinger naar mijn wijsvinger. Kan ik ook beter met dat beschuldigende vingertje wijzen, dus daar word ik wellicht wat wijzer van. Zodat ik minder van de wijs raak in het verkeer. Het gaat me vast veel ellende schelen!

©TOVERHEKS.COM Lesbische vingers aan heksige handen

Zou het vergoed worden door mijn ziektekostenverzekeraar? Er is tenslotte wel sprake van ondraaglijk lijden en tevens is deze materie wetenschappelijk bewezen! Ha!

Of zal ik het maar weer met een korreltje zout nemen, al die wauwse wetenschap? Lesbische handen aan het lichaam van een heteroseksuele vrouw verwijzen die hele studie toch zeker in 1 klap naar het rijk der fabelen?

Overigens acht ik de kans ook groot dat dat hele onderzoek naar homohanden uit de duim is gezogen. Een behoorlijk homofoob exemplaar in dit geval. Duimzuigen gebeurt zo vaak in de wetenschappelijke wereld, de universiteiten staan er bol van. Net als de politiek.

Niet zo gek, dit kinderlijke gedrag op zulke plekken zo in zwang is. Het percentage narcisten is bijzonder hoog in zowel de wetenschappelijke wereld als in de politiek. En laten dat nou hele onvolwassen mensen zijn…….

Daar zouden ze eens onderzoek naar moeten doen, de grote kromme zuigduimen van malafide wetenschappers en politici! Dat lijkt me nog eens echt relevant!

Vingerlengte voorspelt empathie. En volgens mijn korte wijsvingers bezit ik die eigenschap niet…….

Dit boek moet ik dan maar eens gaan lezen……

 

 

 

Road trip: Toverheks, Boeddhistische Non en Bosuil ofwel une Chouette Hulotte gaan op queeste; Reizen naar buiten en naar binnen…. Een geneeskrachtig avontuur.

De aspirant monnik bekijkt de vogel voorzichtig.

Als ik een goede week in het klooster ben hebben we les op een andere locatie: New Hamlet. Het is een flink end rijden, dus iedereen is al vroeg uit de veren om op tijd bij de bus te zijn. Heks gaat met de auto, ondanks het dringende verzoek om dat niet te doen. Iemand spreekt me er zelfs vermanend over toe. ‘Klets maar raak,’ glimlach ik onschuldig zwijgend naar de bemoeial, ‘Ik heb zo mijn redenen om met eigen vervoer te gaan en die gaan je niets aan!’

We krijgen hulp van een paar lieve dames. Deze schat heeft ook een gele Peugeot 107 vertelt ze me. Wat een toeval! Een Franse versie van Heks!

Heks wordt regelmatig op de vingers getikt over allerlei vermeend slecht gedrag. Gisteren nog hier in de kerk. Waarom ik toch altijd op het nippertje naar binnen schuif. Of ik soms aandacht wil trekken? Stond ik me toch nog een beetje te verdedigen, omdat ik de vingertikster graag mag…. De vrouw heeft wel een punt natuurlijk, zeker in haar optiek. Maar ja. Ik heb nu eenmaal de grootste moeite om waar dan ook op tijd te zijn, überhaupt om waar dan ook te zijn!

In het klooster kost het me niet de minste moeite om op tijd te zijn. Ik heb gewoon niets anders te doen: Geen hond uitlaten, behandelaars bezoeken, administratie bijhouden, huis opruimen….. Met het grootste gemak arriveer ik overal op het juiste tijdstip. Heerlijk. Ik haast me nergens voor en als ik iets niet haal, laat ik het gewoon schieten.

Vanmorgen rijd ik met mijn vriendin, de Nederlandse non, naar het andere klooster. Op ons gemak gaan we op pad. Als we het dal uitdraaien en op de heuvelkam terecht komen stokt zoals altijd de adem in mijn keel. Het uitzicht is adembenemend! Kilometers ver kijken we door de Dordogne. Ontroerd rijd ik over de kam langs het dal.

Plotseling zien we een bevriend echtpaar langs de weg lopen. Voor hen uit loopt een dame met een enorme vogel in haar handen. Het is een uil! Heks stopt haar auto. Snel springen we er uit. De vrouw legt de vogel in een greppel en gaat er snel vandoor. ‘Hij lag op de weg, hij is gewond! Helaas heb ik geen tijd om me er verder mee bezig te houden. Ik heb haast, ik moet naar mijn werk, mijn baas zit op me te wachten!’

la chouette hulotte

la chouette hulotte

Onthutst staan we te kijken. ‘Leeft die uil nog?’ informeer ik bezorgd. Het beest leeft nog. Onze vriend haalt hem voorzichtig uit de greppel en houdt hem omhoog. Goeie hemel, wat een prachtig dier! Eén oog zit dicht, maar zijn andere oog kijkt me helder en wakker aan. Ik voel mijn hart opengaan.

‘Hij is waarschijnlijk geraakt door een auto,’ zeggen we tegen elkaar, ‘Hij moet naar een dierenarts.’

Onze vriendin, de non, helpt het gezelschap uit de droom. ‘Je hoeft hier echt nergens aan te komen met gevonden wild. Vorig jaar vond ik een aangeschoten hert. De enige, die ik ervoor kon interesseren was de jagersvereniging. Geen dierenarts wil er zijn handen aan branden. Zij willen alleen maar huisdieren. Of vee. We moeten iets anders verzinnen…..’

We besluiten naar het andere klooster te rijden en het gewonde dier mee te nemen. ‘Ik laat je niet in de steek, uileballetje,’ slis ik stiekem in uilentaal tegen de vogel, ‘Ik zal zorgen dat je ergens wordt geholpen, wees maar niet bang!’

Uit mijn lijf komt een veld rustgevende moeder-aarde-energie. Het legt een deken van liefde en kalmte rondom het diertje. De Godin heeft zich het lot van haar vogelkind aangetrokken. De Grote Moeder gaat alle zeilen bijzetten om dit prachtige schepsel te redden!

‘Misschien is er wel een dierenarts onder de deelnemers aan de retraite,’ zeg ik hoopvol tegen mijn vriendin, als we weer onderweg zijn. Zij zit naast met met de uil in een knalgele gebloemde koeltas op haar schoot. Hij zit gerieflijk op een fleurig tafelkleedje! Het dier is gelukkig heel rustig. Stress is funest. Dodelijk vaak bij aangeschoten wild….

Bij de dierenarts

In het klooster blijkt dat er inderdaad een dierenarts aanwezig is: Eén van de aspirant monniken beoefende in zijn vorige leven dit beroep. Na de lezing snorren we hem op. Ook een paar dierlievende dames staan ons met raad en daad terzijde. Zij vinden een kliniek in Bordeaux, waar ze wild behandelen in plaats van opeten. En een vogelresort in Arcachon, die het dier na de eerstelijns behandeling wil rehabiliteren!

‘Het beestje ziet er behoorlijk levendig uit,’ de knappe aspirant kijkt me verbluft aan, ‘en hij is zo relaxed, dat is echt een wonder. Soms gaan ze dood van de stress nog voordat je iets voor hen hebt kunnen doen. Ik laat hem dan ook zoveel mogelijk met rust, volgens mij is hij prima te redden! Maar dan moet hij helaas helemaal naar Bordeaux!’

‘Het is wel een ongelofelijk end rijden,’ roepen mijn nieuwe vrienden door elkaar. We staan te overleggen hoe het nu verder moet. ‘Ik vind het geen probleem om te gaan, als jullie me het adres geven en eventjes met die mensen willen bellen dat ik er aan kom, dan ga ik direct op weg,’ verzucht ik. Ik laat dit dier niet stikken!

Mijn vriendin  de non kijkt me stralend aan. ‘Ik ga mee, we hebben vanmiddag toch geen dharma-discussie, ik heb mijn handen vrij, dus het komt prima uit!’ Ha fijn. Een road trip met mijn maatje! De uil wordt met koelbox en al in een kartonnen doos gezet. Zorgvuldig bevestig ik het geheel in de veiligheidsgordels. Even later zijn we op weg.

Weer is er een péage ondergelopen door de overvloedige regenval. Dat betekent ook nog eens omrijden! We nemen de prachtige route national. Die is behoorlijk bobbelig, hetgeen me zorgen baart. Ik hoop dat Uil er niet al teveel last van heeft! De weg voert ons langs kleine dorpen en stadjes. Wat is het hier toch schitterend mooi. Op ons gemak rijden we naar Bordeaux.

Intussen zitten we heerlijk met elkaar te praten: Mijn vriendin vertelt me haar hele levensverhaal! Daar hebben we alle tijd voor! Tegen het eind van de middag zijn we in de grote stad. Het is druk, want vrijdagmiddag en spits. De TomTom voert ons echter moeiteloos via een tussenweg naar het doel, een schier onvindbare kliniek.

‘Ah, een Hulotte!’ roepen de artsen in koor als we met onze kleine gewonde vogelvriend binnenkomen. Ofwel een Chouette Hulotte, een bosuil! Wat klinkt dat ook weer lekker, zo’n zoete chouette in plaats van een uil….. Ze tillen hem uit de doos. Geroutineerd wordt hij bekeken. Het beest geeft geen kik. De dokter aait hem over zijn bolletje en hij vindt het heerlijk!

‘Het is zo’n schatje, ik kon hem ook gewoon knuffelen en aaien, dat had ik helemaal niet verwacht,’ zegt Heks verwonderd tegen de arts. ‘Van alle uilen is dit de meest lieve soort. De gemiddelde uil kan best agressief zijn, die moet je echt niet proberen te aaien. Handschoenen zijn dan onontbeerlijk…. Maar deze soort is erg vriendelijk!’

Nou, was ik al verliefd op het dier, dit kleine wonder, dan word het nu alleen maar erger. Verrukt kijk ik hoe ze mijn schatje meenemen voor een grondig onderzoek. We wachten rustig totdat de artsen klaar zijn met het beestje. We willen uiteindelijk weten hoe het afloopt natuurlijk!

‘Hij heeft alleen een flinke bloeduitstorting rond zijn oog, zijn vleugels zijn goddank nog intact. Hij heeft absoluut een aanvaring met een auto te verduren gehad! We geven hem antibiotica en wat cortisonen. Maandag gaat hij naar Arcachon, voor revalidatie. Hij komt er weer helemaal bovenop. Dank jullie wel voor het brengen, niet veel mensen getroosten zich die moeite!’

We nemen tevreden afscheid. Wat heerlijk dat het zo goed afloopt. Dolgelukkig beginnen we aan de terugweg.

‘We gaan het eten in het klooster niet meer halen, Heks, zullen we ergens onderweg stoppen om iets te drinken?’ Een prima idee. Omdat het intussen erg druk is op de weg schieten we toch geen bal op. In een stadje doen we ons te goed aan koffie met gebak. We wandelen het hele plaatsje rond en babbelen intussen vrolijk verder over het leven in het algemeen en onze levens in het bijzonder!

Na een heerlijke middag achter het stuur met het beste reisgezelschap ooit komen we terug in het klooster. Tevreden, vrolijk, opgewonden en blij. Over een paar weken laten ze Uil weer vrij. Waarschijnlijk vindt hij zijn weg terug naar zijn habitat. Hemelsbreed is het niet eens zo ver naar Arcachon. Zo’n vogel vliegt met het grootste gemak over al die bergen en heuvels heen!

s’Avonds lig ik lekker in mijn tent. De eerste nacht van mijn verblijf  hier zat er een uil te roepen in de boom boven mijn hoofd. Een waanzinnig prachtig geluid. Ik kon er zelfs niet van slapen! Nu is het rustig. Alleen geritsel van bladeren. ‘Zou het dezelfde uil zijn geweest zijn?’ vraag ik me af. De kans is groot, want we hebben het dier hier vlakbij gevonden.

De volgende dag vind ik een piepklein veertje in mijn koelbox, tezamen met een uilepoepje op mijn gebloemde tafelkleedje. Het kleedje spoel ik uit. Dus uilen poepen, ondanks hun tevens produceren van uilenballen. Ze hebben gewoon ook een cloaca, net als alle andere vreemde vogels!

Het veertje plak ik in mijn aantekeningenboek. Een klein bewijs van de onwijs gave redding van een wijze vogel.

DSC03941