Druktemaker maakt zich druk. Fuck, fuck, fuck. Krijg de huk. Hik bedoel ik. Heks in de clinch met medische stand, wat is er aan de hand? Het oude liedje. Het verdriet van alle ME patiënten. Ze sturen ons met een kluitje in het riet. En Marcel van Roosmalen is een meutend stuk verdriet.

druktemaker

Hopla. Het is weer dag. Weer een dag. Dag dag.

Heks rent verwilderd naar de voordeur, wakker geworden door de bel? Door iets? Nee, niets. Het is nog niet eens licht. Net als ik weer slaap, gaat de telefoon. Iemand van de psychologenpraktijk, waar ik therapie volg. Belt veel te vroeg, ik ben nog helemaal niet aanspreekbaar.

druktemaker

Mijn vorige afspraak was begin december. De rest is afgebeld of viel op een feestdag. En ook in oktober en november viel er om de haverklap een afspraak uit. ‘Uw consult vrijdag gaat niet door. Eind januari staat de volgende gepland…..’ Dat duurt nog weken!

Godver!

Alsof ik niet zwaar depressief word van eenzame feestdagen. Alsof ik niet herhaaldelijk heb aangegeven, dat ik enorm baal van de gang van zaken. Alsof ik niet geweldig veel last krijg na een EMDR sessie met de daardoor losgewoelde emoties.

Alsof mijn mening er helemaal niet toe doet. Heks is ook maar een mens. Een mens met 1 wens: Weg met de shit en hier met menselijk contact.

vdruktemaker

Ik ben te moe om te reageren. ‘Krijg de klere,’ denk ik, terwijl ik me nog een keertje om draai. Ik ben aan het bijslapen van niets. Het hele weekend heb ik horizontaal doorgebracht. Met af en toe een uitlaatronde met de hondjes.

Ja, hoe gaat het? Niet slecht, niet goed. Meer van hetzelfde.

druktemaker

Zaterdag wandel ik met een vriendin en haar dochter door een overbevolkt Cronesteijn. Het zonnetje schijnt. Half Leiden marcheert gezellig met ten minstens drie idioten naast elkaar over de smalle paadjes.

Men wijkt geen millimeter bij tegenliggers. Heks springt om de haverklap in de bosjes. Ik wil geen vreemde adem in mijn gezicht gewasemd krijgen. Ik wil me verre houden van mijn ademhalende medemensen. Minstens anderhalve meter.

druktemaker

Ik ben heel moe na een slapeloze week. Mijn rechterschouder hangt uit de kom en mijn rechterheup ook. Ik crepeer van de pijn. Het trekt niet weg, maar wordt erger. Ondanks een enorme hap pijnstillers.

Een uitslaande binnenbrand. Al mijn zenuwbanen op tilt. Chagrijn welt op in mijn lamme lijf. Waarom loop ik hier? Waar ben ik aan begonnen? Hoe kom ik zo snel mogelijk weg uit deze mensenmassa? In de verte nadert een jogger.

De man vindt het een goed idee om dwars door al die mafkezen rennend, hard hijgend, zijn dwangmatige sportactiviteiten te ontplooien. Heks springt opnieuw een belendend modderveld in om de man te ontwijken.

Minstens acht meter wil ik tussen ons in hebben. Ik wil ’s mans aerosolen niet in mijn systeem. ‘Asociale eikel,’ schreeuw ik vanaf veilige afstand. De man is het er niet mee eens. ‘U loopt hier toch ook?’

druktemaker

Ja, maar ik hijg geen tien meter in de rondte. Ik ga hier niet vanuit mijn tenen iedereen recht in de bek toezingen bijvoorbeeld. Mijn vriendin staat me perplex aan te kijken. Zij en haar dochter zijn verbijsterd door mijn machteloze geschreeuw, hoor ik achteraf.

Ik vind al die hardlopende idioten verbijsterend. Dwars door alles en iedereen heen. De nietsontziende heilige dodelijke gang van de Hollandse jogger. Verantwoordelijk voor wie weet hoeveel besmettingen. Als ze het onder de leden hebben zijn het superbesmetters. En mondkapjes dragen? Ho maar.

druktemaker

Nu zit Heks natuurlijk al een jaar thuis te koekeloeren. Ik durf echt nergens te komen. Ik ben bang, dat ik eindig in een verpleegtehuis, als ik dat ellendige virus krijg. Of op het kerkhof. En daar heb ik geen zin in. ME is een postviraal syndroom. Ik weet niet wat mijn lijf gaat doen, als er nog een niet te hanteren virus in huishoudt.

Maandag bel ik met mijn huisarts. Ik wil hem er van doordringen, dat ik tot de absolute risicogroep behoor. En opnieuw krijg ik een zeer onverkwikkelijk gesprek met de man, van wie ik altijd dacht, dat hij me serieus nam.

‘Toen je me afgelopen najaar zei, dat griepprikken alleen voor kwetsbare mensen zijn en mij er geen wilde geven, omdat er een tekort was, schrok ik. Ik behoor namelijk tot de kwetsbare groep en het verbaast me, dat je dat niet weet. Je hebt zelf jarenlang met eigen ogen kunnen zien, hoe vreemd mijn lichaam reageert op van alles en nog wat…..’

druktemaker

‘We weten nog helemaal niet, hoe het zal gaan met dat vaccineren. De echt kwetsbare mensen worden in eerste instantie thuis gevaccineerd, naar het schijnt. Maar jij bent 60, dus jij krijgt ergens in maart of april waarschijnlijk bladiebladiebla….’ De man is volstrekt onwillig om naar me te luisteren. Geen speciale behandeling voor Heks. Stel je niet aan. Met jou is niks aan de hand.

Pas na heel veel vijven en zessen zegt hij toe aan me te denken, als de vaccinaties er eenmaal komen. Maar Heks gelooft hem al niet meer. Hij heeft me iets te vaak gezegd, dat er bij mijn niks aan de hand is. Dat ik, met mijn halvezolige niet functionerende immuunsysteem, niet tot de kwetsbare groep behoor. Ik ben er klaar mee.

druktemaker

‘Ik ga een andere huisarts zoeken en vinden. Deze weet helemaal niets over ME, hij heeft zich er nog nooit 1 seconde in verdiept. Hij wilde me ooit vol stoppen met morfine, dat leek hem nu een goed idee, grrrrr’ mopper ik nog uren door. Zelfs nu de ziekte erkend is loop ik nog tegen dit soort geëikel aan. Bah.

Vanmorgen zet ik de televisie aan. Na een eindeloze storing bij Ziggo heb ik eindelijk weer beeld op mijn beeldbuis. Een akelig aartslelijk mannetje staat te oreren over Diederik Gommers. ‘Druktemaker’ staat er op de achtergrond. Het kereltje gaat maar door en door. Niets is er goed aan de man, die Heks als nationale held beschouwt. Hij brandt mijn held volledig af.

Wie is die druktemaker? Al snel heb ik hem gevonden, het is Marcel van Roosmalen. Een mij volstrekt onbekend figuur. Onbemind ook en niet alleen bij mij. Zijn naam googelen levert een hele reeks weinig lovende artikelen over de man op.

druktemaker

Hijzelf heeft het ook moeilijk met zijn zure zelf. Vooral met hoe anderen tegen hem aankijken.

Schrijver Marcel van Roosmalen wordt vaak neergezet als nationale zuurpruim, maar worstelt met die karikatuur. ‘Ik zit niet de hele dag te mopperen op de mensheid en hoofdschuddend te balen van alweer een kutdag.’

Verbijsterd kijkt Heks naar die fulminerende man. Mijn voorland als ik niet uitkijk! Ik ben blij, dat ik probeer een andere richting in te slaan in mijn bestaan. Schelden is niet voor helden. Venijn voelt niet fijn.

Snel zap ik weg van die nijdige vent. Die zelf nog nooit in de vuurlinies is gesignaleerd, maar wel de mond vol heeft van iemand, die elke dag zijn leven waagt. Al een levenslang jaar lang.

De man, die ons wakker probeert te schudden over dit virus. Die goddank in elke kutterige talkshow het gesprek weer aan gaat. De man, die domme idioten zoals die druktemaker, altijd respectvol te woord staat. De man, die probeert ons te verbinden.

druktemaker

Als ik online naar het gescheld van Marcel van Roosmalen op Gommers zoek, ontdek ik dat het oud nieuws is. Van Roosmalen heeft al in oktober 2020 zo dom lopen oreren. Krijg de klere. Waarom word dit nog steeds uitgezonden? Zucht.

Het zijn moeilijke tijden en een aanval van spontane antipathie ligt voortdurend op de loer. Joggers, die in je gezicht rochelen. Druktemakers, die de verkeerde op de korrel nemen. Heks is gelijk klaar met die lui….

Ik moet weer terug, naar ‘iedereen is mijn partner’. Maar het lukt voor geen meter. Alleen al hier in de straat wonen mensen, die ik totaal niet meer kan uitstaan. En ook in de omliggende gemeenten bevindt zich een handvol aartsvijanden van Heks. En ook verder in Nederland wonen nog een paar persoonlijke minkukels.

Voor dat predikaat hebben die mensen enorm hun best gedaan. Sommigen doen nog steeds hun gloeiende best. Een enkeling is niet langer in staat om enorm haar best te doen, maar die heeft haar zaakjes zo geregeld, dat iemand anders zijn gloeiende best voor haar doet om Heks te treiteren. Diegene wordt daar dan rijkelijk voor beloond.

druktemaker

Terug naar ‘iedereen is mijn partner’ zit er eventjes niet in, ben ik bang. Maar ik blijf het proberen. Waar een wil is, is een weg, toch?

Wat wel mogelijk is, is het verschil maken in een mensenleven ergens op de wereld. Dat kan ik doen. En dat doe ik dan ook. Afgelopen slapeloze nacht. Om een uurtje of 4.

Heks adopteert een kind.  Ze mag lekker blijven wonen waar ze woont. Maar Heks verbindt zich aan dit mensenkind. Ik ga financieel zorg dragen voor dit meisje. En dat voelt goed.

druktemaker

 

 

Schelden is niet voor helden. Toch ontkom je er soms niet aan. Waar het hart vol van is loopt de mond van over, ook in dit geval. Maak van je hart geen moordkuil, Heks! Gooi het er maar uit, die vuiligheid. Opgeruimd staat netjes! Narcistendag 2.

Zaterdagmorgen sta ik vroeg naast mijn bed. Vandaag heb ik weer een narcistendag, maar deze keer moet ik helemaal naar Gouda. Dat vraagt wat meer inspanning mijnerzijds. Om kwart voor negen zit ik in de auto, ruim op tijd. Ik gooi Ysbrandt eventjes los in een park. Hij mag mee vandaag. Ik heb geen oppas kunnen regelen.

Helaas heb ik vandaag alle stoplichten tegen. Als ik de Hoge Rijndijk afrijd gaat de brug open. Het duurt zeker tien minuten voordat alle Rijnaken en plezierjachten voorbij zijn gevaren. Meuh. Prutteldepruttel. Heks zit zich op te vreten. Intussen rijd ik op een strak schema. Als alles goed gaat ben ik toch nog even voor tienen ter plaatse.

Maar niet alles gaat goed. Als ik in Gouda arriveer stuurt mijn TomTom me via een eindeloze dijk langs de Reeuwijkse plas. Opeens kan ik niet verder. Vervelende mannetjes in oranje pakken staan bij een wegversperring te posten. Wat nu? Ik vraag advies, maar de mannetjes weten niets van de omgeving. Of het interesseert ze niet of ik ooit mijn doel bereik. Ik rijd op de bonnefooi een belendend industrieterrein op.

TomTom laat zich ook niet onbetuigd. Zeker zes keer kar ik hetzelfde rondje tussen de afgesloten loodsen en foeilelijke bedrijfspanden. Wat een blikveldvervuiling, deze architectuur van lik m’n vestje. Maar ja. Hoe kom ik hier weg? Ik bel de twee trainers van vandaag, dat ik iets te laat ga komen. Ik krijg een melding dat het ene nummer niet bereikbaar is. Het andere is niet correct, ik krijg een wildvreemde vrouw aan de lijn.

Na nog een woest rondje industrieterrein bel ik het eerste nummer nog eens. Weer onbereikbaar. De telefoon staat duidelijk uit. Ik word zo woedend. Krijg toch de kolere. De telefoons zouden tot tien uur aan staan, omdat het vaker gebeurt, dat mensen te laat komen. Door files bijvoorbeeld…. Of zoiets als dit.

Scheldend rijd ik nog maar een rondje op zoek naar de juiste route. Afschuwelijk woorden blubberen oncontroleerbaar mijn mond uit. ‘Hoerentoeters, kutlijers, mensen zijn zo slecht. Godverdegodver….. ‘ en ga zo maar door. Ik kanker en scheld op alles en iedereen. Zoals wel vaker de laatste tijd als niemand me hoort of ziet.

Ik ben behoorlijk over de zeik. Uiteindelijk rijd ik een stuk verderop langs een stuk wegversperring. Geen mannetje te zien. Mooi zo. Dat is het voordeel van zo’n klein autootje. Je kunt overal langs en tussendoor. Stukje fietspad? Geen punt indien nodig.

Zonder problemen kan ik gewoon het laatste stuk langs het water rijden. Het is me een raadsel, waarom die weg in godsnaam helemaal dicht moet, maar goed. Mannetjes hè! Die willen gewoon lekker moeilijk doen. Hun invloed doen gelden…..

Een minuut of tien te laat ben ik dan toch ter plekke. Ik mag er nog in! Een hele lieve jongedame ontvangt me en stelt me een beetje op mijn gemak. Dat valt nog niet mee. Er komt stoom uit mijn oren.

De trainers schrikken als ze ontdekken dat de telefoons onterecht uit staan. Er is als het goed is nog iemand onderweg. Die is overigens nooit meer opgedoken. De telefoons gaan aan. ‘Eindigt jouw nummer op **?’ vraagt de vrouwelijk trainster. Terwijl ze het vraagt hoor ik immens geschreeuw vanuit haar telefoon. Dat ben ik! Haar antwoordapparaat stond wel degelijk aan. En ik heb blijkbaar het gesprek niet afgebroken……. ‘Geen idee,’ draai ik erom heen.

In de pauze vertel ik haar, dat ik inderdaad die schreeuwlelijk op haar voicemail ben. Helemaal boven mijn theewater. ‘Luister het asjeblieft niet af!’ roep ik wanhopig. Ik gun het niemand om die vuiligheid over zich heen te krijgen. Nou, misschien een incidentele narcist. Maar zeker niet deze lieve dame.

‘Het komt vanuit trauma. Je hebt zoveel moeten slikken, dat komt er nu uit. Al die ellende zit in je lijf opgeslagen. Helemaal niet verbazingwekkend, dat je zo gaat schelden, zeker niet als alles tegen zit.’ ‘En je op weg bent naar een narcistendag,’ denk ik erachteraan, ‘waar je veel geld voor betaalt, terwijl de aanstichters van dit onheil nergens last van hebben…… Dat geeft inderdaad nogal wat onvrede.

Zo is de narcistendag nog niet eens begonnen en ik heb al de belangrijkste les te pakken van vandaag. Mijn gescheld mag! Het is niet nodig mezelf daar ook nog eens op af te kraken. Ik mag woedend zijn op al die gekken, die me bij de neus hebben gehad. De monsters, die me fysiek te grazen hebben genomen, alsmede alle leugenaars, bedriegers en dieven, die hier kind aan huis zijn geweest.

Ik mag kotsen op mensen, die mij hebben uitgekotst. Ik mag kwaad spreken over mensen, die me kwaad hebben gedaan. Ik mag lastig zijn voor hen die me lasteren. En ik mag iedereen stijf schelden, die mij naar het leven heeft gestaan. Figuurlijk dan. Ik ben wel geslagen, maar gelukkig nog nooit dood geslagen of verwurgd. Wel zijn er zijn mensen, die me sociaal hebben vermoord. En op hen scheld ik ook grof. Volledig terecht.

Maar goed, ik hoop wel dat het een keertje ophoudt, die vuilbekkerij. Je krijgt echt een vieze smaak in je mond door al dat gekanker. Ook schaam ik me natuurlijk toch dood als die vrouw mijn grove taalgebruik hoort. Ik dacht dat haar telefoon uit stond en de mijne het contact had verbroken. Niet dus.

Confronterend. Maar het is nu eenmaal gebeurd. Heks is gewoon enorm pissed off. Op alles en iedereen, die over mijn grens is gegaan. Recent of honderd jaar geleden. Maakt niet uit. Hoepel op van mijn terrein.

Ook ben ik er helemaal klaar mee om bruggen te bouwen naar narcistische idioten. Liever geef ik hen op hun kloten!

Ooit zal het wel overgaan. Deze rage, razernij, woede….. Op een dag zijn de scheldwoorden op en is de bal nijd verdwenen uit mijn buik. Op een goede dag. Als ook alle narcisten en psychopaten me hebben verlaten en terug zijn gekropen in hun hoeken en gaten. Of onder hun steen.