
‘Het gaat niet lang meer duren met mijn schatje,’ zeg ik tegen mijn hulp, terwijl ik een volgepiest kussen in een vuilniszak gooi. Niet voor het eerst. ‘Ik dacht het ook al,’ antwoordt deze kattenman, ‘Ik zie het aan haar ogen, die staan anders….’

Vorige week maandag zit ik Pippi’s vacht te borstelen, als ik een vergroot tepeltje ontdek. Er komt vocht uit. Waarschijnlijk kanker. Ze is echt broodmager. Botjes en een velletje. Zich wassen doet ze niet, heeft ze eigelijk nooit echt goed gedaan. Maar de laatste jaren ziet ze er uit als een voddenbaal.
‘Ik had je beter Floddertje kunnen noemen,’ lispel ik in haar oortje.

Een paar dagen later begint ze minder te eten. Maar vrijdag gaat er dan toch weer een halve haring in, gek genoeg.Ik besluit het nog eventjes aan te zien.
Zaterdag boek ik een afspraak bij de dierenarts, maar zover komt het niet. Die avond gaat het met het uur slechter met haar. Ze eet nauwelijks en ook drinken is maar mondjesmaat. Als een vodje ligt ze op haar fluwelen kussen.
Ik leg haar uit de slinger in de bench in mijn slaapkamer en neem haar regelmatig lekker op schoot.

Zondag treuzelt zich op gang. Ontbijtjes voor iedereen. Pippi eet niet. Rustig ligt ze te ademen in de bench. Ik neem haar op schoot. Kriebel achter haar oortjes. ‘Schatje, ik moet eventjes de deur uit,,,’
Ik loop met de hondjes, het is prachtig weer. Weer thuisgekomen neem ik Pippi bij me. Ze haalt nauwelijks waarneembaar adem. Ik zie haar moedertje voor mijn geestesoog staan. ‘Neem haar maar mee, Snuitje, het is haar tijd,’ vraag ik.
‘Ga maar, lieve Pippi, laat maar los, schatje, het is echt mooi geweest…’ Ondertussen maak ik een balletje van de laatste klitjes, die ik uit haar vacht heb gefrutseld. ‘Ga maar, Pippistippie.’

Zo zit ik een ruim anderhalf uur te zitten met mijn stokoude poesje. Ze is nu ruim 18. Ik pluis de plukjes haar helemaal uit elkaar en rol er dan een viltje balletje van.
‘Je mag gaan, liefje,’ lispel ik nogmaals. Het balletje is klaar. Pippi zucht een paar keer diep. En dan is ze vertrokken. Zo vredig. Zo mooi.
Joy stuurt een bericht over iets en ik vertel haar, dat Pippi net is overleden. “Ik ben in de buurt met de jongens,’ antwoordt ze, ‘zal ik even langskomen?’
Zo knutsel ik dan een mooi kistje in elkaar voor Pippi met hulp van haar tweeling. Hun kat Siep is de dochter van Pippi, ze zijn dus extra gemotiveerd om er wat bijzonders van te maken.
‘Jullie mogen het papier uitzoeken,’ dat laten ze zich geen 2 keer zeggen. Prachtig blauw papier met sterren. Heks heeft bloemen gehaald en die stoppen we ook in het kistje.

Om de beurt komen de katten en de hondjes kijken bij Pippi. Ze nemen afscheid. Met name haar zoon Bolster is van slag. Hij wil al dagen niet eten.
De gehele zondag ben ik eufoor. Zo godvergeten blij over hoe het gegaan is. Zo dankbaar voor dit mooie einde van haar geweldige leventje. Bijna op dezelfde plek, als waar ze 18 jaar geleden geboren is.

De kater komt later. Ik mis mijn poesje. Ze woog nog geen anderhalve kilo meer, maar ze kon nog steeds geweldig schreeuwen, als Heks de bakjes eten klaar maakte. Ze was zo mager als een lat, maar ze at als een dijkwerker.
Het was de kat, die met alle katten in Huize Heks overweg kon. Ze was ook familie van alle katten. Op Odin na.
Dochter van Snuitje en Ferguut, echtgenoot van de boskat, schoonzus van de rooie Miep, moeder van Bolster en Leonoor was haar oudtante……
Ze is vrij en blij aan de andere kant. Mijn kleine diplomaat. De supermoeder van Bolster en Siep. Onze stoere Pippi. Rust in vrede.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.