‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

Heks voelt zich niet geliefd. Het zal ieders reet roesten of ik besta of niet. ‘Ik wil dood,’ ligt in mijn mond bestorven. ‘Ik meen het niet, hoor,’ roep ik er altijd achteraan. Maar het is natuurlijk onzin. Er zijn best veel mensen, die van me houden. Alleen zie ik hen zelden. Ik zie sowieso niet veel mensen. Behalve als ik met het hondje wandel. Dus ga ik op zoek naar een geliefde. Alsof die voor het oprapen liggen!!!!

Ik voel me niet geliefd. Al enige tijd. Vooral in het weekend tussen vrijdagmiddag 14.00 tot maandagavond 18.00. Als ik niemand zie. En al helemaal als het me niet lukt om naar de kerk te gaan. Ik weet dat het onzin is. Ik weet dat er bosjes mensen zielsveel van me houden. En ik weet ook waar dit gevoel vandaan komt.

Maar toch voel ik het.

Geen wonder dat ik plotseling druk ben op datingsites. Voornamelijk met me inschrijven. Ik probeer verschillende dingen uit. Zoals Bumble. Een app, waarin alleen vrouwen het initiatief kunnen nemen, zodat je niet direct de lul van een wildvreemde kerel verbaal in je maag gesplitst krijgt.

Een andere grappige app is Happn. Hierin komen alleen kandidaten in beeld, die je pad hebben gekruist. Het is ongelofelijk hoeveel mensen je tegenkomt op 1 dag. Vooral als je vergeet een leeftijdsparameter mee te geven.

Mannen van 18 tot 80 melden zich. En tot mijn verbijstering krijg ik stapels post van piepjonge gasten. Ook al heb ik intussen aangegeven op de app daar geen interesse in te hebben.

Maar goed, ik weet ook dat er hordes jonge mannen op ouwe lijken van vrouwen vallen. Wij zijn zo lekker ervaren en vrij naar het schijnt. Heks met haar jeugdige uiterlijk doet het erg goed bij de jeugd.

Maar het is niet bepaald wat ik zoek. Ik wil een geliefde. Ik wil me geliefd voelen. Ik wil nog eens echt een keertje knallen met iemand. In een baan om de aarde. Eke dag.

Vandaag meld ik me aan voor een online Sangha. Mijn plannetjes om zelf zoiets op te zetten voor ME-patiënten en andere kneusjes staan nog in de parkeerstand. Ik ben veel te lamlendig momenteel om veel voor elkaar te krijgen. En ik voel met niet geliefd. Dat kost ook energie.

Dagelijks moet ik mezelf moed inpraten. Om niet op te geven. Om niet de godganse dag te roepen dat ik dood wil. Om nu eindelijk eens los te laten wat toch al nooit echt met me samen is gegaan. Om niet meer zo verdrietig te worden van het onvermogen van mijn achterban om me lief te hebben.

Ik stuit op een advertentie in een krantje van iemands eigen bedrijf en ben opeens jaloers. Een gevoel waar ik me altijd met hand en tand tegen verzet, want waarom een ander iets misgunnen, maar nu onderzoek ik het voor de verandering.

Waarom lukt het de grootste idioot om een bedrijf uit de grond te stampen en mag ik slechts marginaal existeren? Hoe is het mogelijk, dat de persoon, die mij zo’n dertig jaar geleden hoogstpersoonlijk publiekelijk voor gek verklaarde toen ik mijn eenzame spirituele pad op ging, nu zelf mensen op dat pad probeert te zetten? Die figuur heeft me meermalen enorm gekwetst en nu werpt datzelfde mens zich op als goeroe.

En naar mij luistert niemand……

Gelukkig maar.

Heks voelt zich niet geliefd. Ik doe niet mee. Ik sta aan de zijlijn. En hoe ik mezelf er ook van probeer te overtuigen, dat ik nuttig en zinvol bezig ben in deze wereld, een paar eenzame uitgerangeerde weken en ik ben weer terug bij af.

Doodziek opstaan en de hele dag bezig zijn om uit de kreukels te komen is weer aan de orde van de dag. Maar vandaag schijnt de zon. Zometeen ga ik lekker op stap met VikThor. Mijn arme viervoetige vriend.

Want hoewel ik elk spatje beschikbare energie in mijn hondje stop, komt het beestje bij vlagen toch ernstig aandacht tekort. Lig ik bewusteloos te wachten op betere tijden. Lukt het me net om een flinke ronde met hem te rijden op mijn onvolprezen elektrische vouwfiets. Nou ja. Altijd nog beter dan niets.