De een z’n poot is de ander z’n brood. Heks is als de dood: Oplossende gewrichten en een stomp op je brood. Dreigende amputatiestrop: Kous op de kop voor geen kap op de kop…..

©Toverheks,com

©Toverheks,com

‘Mevrouw Toverheks, goedemorgen. Uw afspraak kan niet doorgaan. De mondhygiëniste is onverwacht ziek geworden. ….’ Heks zit daas in haar bed met een kopje koffie. Onverwacht. Ja, huh. Wat is dat nu weer voor’n zinsnede?

Ja, je wordt geheel volgens protocol ziek…..Je ziet het van mijlenver aankomen! En dan maak je nog snel op de valreep een afspraak om half negen ’s morgens met Heks…… Ik werd gisteren aan het eind van de middag gebeld of ik op dit onmenselijke tijdstip zou willen komen om eens grondig mijn bek te laten uitschrobben…..

Mopperig drink ik mijn koffie dan toch maar op. Slapen zit er niet meer in, daarvoor heb ik mijn ogen alweer iets te lang open.

Nu, dan ga ik maar eens een blogje produceren. Het mag wel weer eens.

Ja, wat zal ik eens schrijven? Er is genoeg te vertellen, maar weer zo’n kloteverhaal. Over een hondje met een grote open wond aan zijn knie. Een gapend gat vol schroeven en metalen plaatjes. Een bionische knie in een middeleeuws gruwelgat.

Het begon allemaal anderhalve week geleden met een grote natte plek op de buik van VikThor. Vrijdagavond natuurlijk. Heks schrikt zich een ongeluk.

Zaterdagmorgen zit ik bij de weekendarts in Rijswijk. Een spoedafspraak ook nog eens. Ik hoor de kassa rinkelen, terwijl de arts beweert niets voor me te kunnen betekenen. Ze geeft me een tube honingzalf. ‘Is de kap af geweest?’

Ja, die kap is wel eens af geweest. Heks kan niet liegen. Heel eventjes. Om een kluifje te eten bijvoorbeeld. Maar altijd onder toezicht. Likken aan de wond zit er gewoon niet in. Heks is een strenge cipier. De arts lijkt het niet te horen.

‘Er lag opeens een plas pus en bloed op zijn buik…’ herhaal ik nog maar eens hoe deze ellende begonnen is. In de door haar geproduceerde verslagen staat dat mijn hond aan zijn wond heeft gelikt. ‘Het is volgens mij van binnenuit gekomen….’ is nergens terug te vinden.

Heks weigert het pand te verlaten zonder antibiotica. De kuur is net een dag beëindigd en dat lijkt me een onverstandig moment. Met pusuitbraken uit een post operatieve wond. Het meisje belt met de chirurg. Ik krijg uiteindelijk penicilline mee.

Ik bekijk de dienstdoende dierenarts eens goed. Kleine kinderlijke vlechtjes steken uit aan weerszijden van haar volwassen hoofd. Een dot paarse verf is lukraak door iemand op haar achterhoofd gekwakt in een dolle bui.  Heks kan zich niet voorstellen, dat hier een kapper verantwoordelijk voor is.

Haar weifelende houding doet de zaak ook al geen goed. Met een tubetje zalf en wat pillen ga ik weer naar huis. Als ik met mijn bril op mijn neus de wond bestudeer zie ik dat er aan de bovenzijde een piepklein kogelrond gaatje is ontstaan. Achter het gaatje zie ik schroefjes glinsteren…..

Brrrr.

De volgende morgen is het gat vertienvoudigd. Een jaap van een centimeter gaapt me tegemoet. Heks spoed zich weer naar de dierenarts. Hopelijk heb ik nu iemand met verstand van zaken. Maar nee. Zwarte vlechtjes en paarse verf. Weifelende expertise. Er wordt telefonisch overlegd met de chirurg. Heks keert onverrichter zake weer naar huis. Niks aan te doen. Afwachten maar.

Een dag later zit ik bij de chirurg. Ik krijg op mijn flikker, omdat de hond zonder kap ongelimiteerd aan zijn wond zit te likken in Huize Heks. Dat heeft vlechtje in haar rapport geschreven. ‘De wond kan lelijk infecteren en dan lost het gewricht helemaal op. Het kan amputatie tot gevolg hebben,’ smijt de man naar mijn arme bezorgde kop.

De wond wordt gespoeld. Er komt bagger uit. Er wordt een monster genomen voor een kweek…… Dat alles had best een dag eerder mogen gebeuren…….

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Na een paar uur springt de wond verder open. Ruim twee centimeter bloederige slijmerige narigheid. Met schroeven en moeren voor de variatie.

Midden in de nacht rijd ik weer naar Rijswijk. De weg is leeg. Het scheelt enorm veel reistijd. Geen brug open. Geen knooppunt Lammenschans. Geen langzaam rijdend of stilstand verkeer op de A4.

De waarnemend dierenarts luistert naar mijn litanie. Over hoe ik het al dagen moet uitzoeken met die hond. Over mijn gevecht om antibiotica te krijgen in een situatie waarin dit bepaald geen luxe is. ‘Een dag later hoor ik dan dat het mijn hond zijn pootje kan kosten. Krijg ik op mijn sodemieter! Maar het hele weekend kan ik het lekker uitzoeken, sta ik er voor mijn gevoel helemaal alleen voor….’

Een halve dag later zit ik weer bij de chirurg. Hij is aanmerkelijk vriendelijker. Geen enge verhalen om me de stuipen op het lijf te jagen. De wond wordt gespoeld. Er komt minder bagger uit.

Een dag later zit ik bij een andere chirurg. Deze man is niet louter een techneut. Hij bezit ook het vermogen om dingen te communiceren. Hij legt me uit, dat het nu een kwestie van afwachten is. De wond moet uit zichzelf dicht gaan.

Ja. Hoe dan? Dit gapende gat?

Vrijdag ben ik al weer bij dezelfde man op consult. In de wachtkamer zit een men met hond zonder kap. Het beest is net de week ervoor aan zijn knie geopereerd. ‘Ach, die kap doe ik niet op als ik er bij ben. Bladiebla….’ Ik denk aan de preek, die ik over me heen gekregen heb onlangs, terwijl mijn hond altijd met zijn kap om zit!

Zaterdagavond bel ik opnieuw in paniek naar de weekenddienst. Een nietje, dat de wond een beetje bij elkaar hield is nu ook nog eens losgeschoten. Help!

Uiteindelijk berust ik maar in de ellende. Ik duw grote hoeveelheden honingzalf in het gapende gat. Ik houd de wond en alles er omheen, zoals de bench en de vloer van mijn huis, heel goed schoon. Ik ben in een echt authentiek Dettolvrouwtje veranderd.

Waar ik er normaal gesproken altijd een voorstander van ben dat kids af en toe een schep zand eten, goed voor de opbouw van een gezond immuunsysteem, nu smeer ik de hele vloer in met dit stinkende goedje. Mijn huis ruikt als een eersteklas kinderziekenhuis.

Ik leg me neer bij de grootte van de wond. Niets aan te doen. Het moet langzaam helen.

Ik regel dat de vaste oppas van VikThor een dagje op hem past en ga lekker naar de Heksenschool. De eerste dag van de gevorderdenopleiding. Mijn magische zusters gaan direct aan de slag met mijn hondje hebben ze me verzekerd. Oh, wat fijn. Wat een opluchting.

Zo gaat het dus met mijn blaffende vriend. Mijn lieve schat. Geduldig laat hij zich de behandelingen welgevallen. Braaf werkt hij mee met al het gefrut aan zijn lijf. Drie/vier keer per dag sjouw ik hem de trap af, naar buiten.

Heks is intussen natuurlijk gek van de pijn in haar lijf. Ik ben niet bepaald gebouwd op gewichtheffen. Voor niemand zou ik de ellende in mijn donder overhebben. Behalve voor mijn ventje natuurlijk. Mijn trouwe vriend. Ik wil dat hij weer alles kan doen met dat pootje.

Hij loopt er overigens geweldig op. Sleurt me als het even kan de hele steeg door. Hij heeft nauwelijks pijn meer aan die poot!  ‘Mevrouw Toverheks, biotechnisch is de operatie geweldig geslaagd…..’ aldus de techneut.

©Toverheks,com

©Toverheks,com

 

Heks en Joy gaan samen op stap. Met zeven katten naar de dierenarts: Een hele uitdaging! En een leuk uitje bovendien! Volgende keer gaan we een dagje naar het strand……..

Vrijdagavond vlak voor Sinterklaas begin ik me toch een beetje zorgen te maken. De buurvrouw is ziek en we zouden samen naar de dierenarts gaan. ‘Ik ga morgen met ALLE katten naar Ranzijn voor vaccinatie, zin om mee te gaan?’ sms ik mijn grote kattenvriendin Joy.

Misschien heeft ze tijd. Het is natuurlijk een raar weekend. Half Nederland zit met zijn handen in de papier maché of kledderige ontbijtkoek in een poging een dierbare goed te grazen te nemen. Of te verrassen. Met een  listige surprise…….

Binnen een paar minuten krijg ik uitsluitsel. Mijn maatje gaat graag mee! ‘Ik ben om kwart voor 11 bij je,’ schrijft ze, ‘en ik neem een extra vervoersmand mee!’ Hoera! Alle problemen opgelost.

Dinsdagavond zie ik een item op televisie voorbij komen, waarin wordt gewaarschuwd voor kattenziekte. Er is een grote uitbraak in Alphen aan de Rijn en nog een paar Nederlandse gemeenten. Help! Alphen is vrij dichtbij! ‘Het is superbesmettelijk en in bijna alle gevallen dodelijk,’ de presentatrice kijkt omfloerst de camera in, ‘dus als je katten niet zijn ingeënt lopen ze direct gevaar. Ook binnenkatten….’

Ik heb mijn katten al zeker twee jaar niet laten vaccineren. Na vijfentwintig jaar nutteloos geprik. De kosten zijn zo gigantisch hoog geworden de laatste jaren. Minimaal zo rond de vijftig euro per kat bij de lokale en regionale dierenartsen….. Ook is mijn kattengezin nogal uitgedijd. Alles bij elkaar is het niet meer op te hoesten.

Vorig jaar ontdekte ik echter dat je bij tuincentrum ‘Ranzijn’ voor veel minder geld terecht kunt. Alleen moest ik dan wel helmaal naar Aalsmeer met de hele beestenbende. In Leiderdorp hadden ze die service nog niet. ‘Komend najaar komt er hier ook een dierenarts,’ vertelde een medewerkster van het volledig in renovatie zijnde bedrijf me dit voorjaar, ‘Nog eventjes geduld!’

Zodoende zit Heks donderdagmorgen op internet te kijken of de dierendokter zich al heeft gevestigd op deze groene locatie. En wat een toeval! Laten ze nu juist vandaag open gaan! Ik bel hen op en maak direct een afspraak. Misschien ben ik wel de eerste klant!

Zaterdagochtend meldt mijn vriendin zich bijtijds. We drinken koffie en gaan daarna direct aan de slag. Alle katten moeten in de diverse manden. ‘Hoe had je het gedacht Heks?’ Joy kijkt me vragend aan. Ik zet mijn plan uiteen.

‘Snuitje in de kleine plastic box, Leonoor in de rieten mand en Ferguut in die grote stoffen tas. Zij moeten alledrie bij voorkeur in hun eentje worden vervoerd. De boskat kan met zusje Aafje in die grote kattenbench van de buurvrouw. En Bolster kan met zijn moeder in de bench van Ys. Eh VikThor.’

We vangen kat na kat en stoppen ze in de juiste mand. Alleen Bolster is nergens te bekennen. Op zijn vaste verstopplekjes is hij niet te vinden. Ook houdt hij zich muisstil. Hij voelt nattigheid.

Na een goed kwartier ontdek ik hem in een piepklein hoekje achter de bank en de gordijnen. Snel grijp ik hem in zijn nekvel. ‘Jij ontsnapt me niet meer, kleine puntneus,’ mopper ik op de Benjamin van het gezelschap. Ik laat hem in de bench zakken. Zo. Klaar. Inladen en wegwezen!

We sjouwen een paar keer de trap op en af. VikThor staat bovenaan in de aanslag om mee te gaan. ‘Kunnen we hem niet beter thuislaten?’ pleit Joy, ‘Het lijkt me nogal onhandig als hij ons voor de voeten gaat lopen.’ Tja, ze heeft gelijk, maar ik neem hem toch liever mee. ‘Zo onhandig!’ roept Joy, ‘En hij heeft er toch niet veel aan. We hebben geen tijd om te wandelen of spelen.’

‘Ja, maar hij wordt wel geestelijk afgebeuld. En dat is ook belangrijk,’ ik kijk mijn vriendin aan, ‘anders moet ik direct weer aan de bak met hem als we terugkomen van de dierenarts. En dan ben ik helemaal af en klaar. Dan moet ik eigenlijk een paar uur plat.’

Ik heb het nog niet gezegd of Joy belt haar vent. ‘Heb je zin om op VikThor te passen?’ Vijf minuten later gooien we mijn hondje bij hem naar binnen. Hij gaat lekker met hem wandelen!

‘Miauw, miauw,’ klinkt het in de achterbak van mijn piepkuiken, ‘Maauwwwww, mrwwaauuuwww’. Bolster voert het hoogste woord, maar ook de boskat laat zich gelden. De enige die we helemaal niet horen is de Zwarte Panter. Hij houdt zich gedeisd.

‘Ik reed een keer op een mooie zomerse dag met zo’n vier katten en Ysbrandt richting dierenarts. M’n monsters zaten te miauwen als gekken en mijn raampje stond open, dus mensen op straat hoorden dat kabaal. Maar als ze keken zagen ze die lieve hondenkop van Ys boven de achterbank uitsteken. Veel verbaasde gezichten, joh’. We giechelen.

We hobbelen rustig de stad uit. Oh wat is het toch altijd gezellig met Joy. Vanaf dag 1 is dat zo geweest. En ook vandaag is geen uitzondering.

Bij het tuincentrum laden we alle manden op een paar winkelwagens. In karavaan gaan we op zoek naar de net geopende dierenartsenpraktijk. Het is druk in het net verbouwde bedrijf. Je kunt over de hoofden lopen, ware het niet dat ze zich allemaal verbaasd omdraaien om naar deze miauwende optocht te kijken.  Alsof de zon doorbreekt vormt zich een lach op menig gezicht: Wat leuk, poesjes!

We moeten het halve bedrijf door, policy om aan zoveel mogelijk begeerlijke producten te worden blootgesteld: Heks is min of meer opgegroeid in een dergelijk bedrijf, ik ken de sneaky methoden om klanten tot kopen te verleiden van haver tot gort! We kijken nergens naar. Heks is hartstikke blut. Ze kan nog net het komende consult ophoesten!

‘Het ziet er wel mooi uit, Joy. Jeetje wat is het hier opgeknapt! Moet je kijken hoe hoog de kassen zijn! Wat een ruimte……. Echt prachtig!’

Bij de dierenarts worden we vriendelijk verwelkomt. Alle katten worden ingevoerd in het systeem. Een charmante jonge vrouw neemt ons mee naar een spiksplinternieuwe praktijkruimte. Enigszins moeizaam staat ze ons te woord. Haar Nederlands is gebrekkig, ze is overduidelijk een importarts. Later ontdek ik dat er vier  dierenartsen tegelijkertijd werkzaam zijn. Ook Nederlandse.

Zodra ze echter de dieren in haar handen krijgt is er geen gebrekkigheid meer te bekennen. Geroutineerd wordt dier na dier onderzocht. ‘Hopla’, vakkundig prikt ze een stevige cocktail antistoffen bij mijn schatjes naar binnen. Niesziekte en kattenziekte zijn vanaf nu weer kansloos in Huize Heks. Wat een opluchting!

Intussen kwebbelt Heks over de familiaire verhoudingen in haar kattengezin. ‘Ze zijn allemaal familie van elkaar,’ Joy grijnst me toe, haar kat Siep is ook familie van al mijn beestjes!

‘Kijk, dit is Bolster,’ we beginnen met de Benjamin, ‘Hij is de kleinzoon van Snuitje en Ferguut, de zoon van Pippi en de boskat en die lap en die rooie zijn zijn tantes…..’

Na Bolster volgt Pippi. Dan Snuitje, Ferguut en de lap. Ze laten zich gemakkelijk pakken en bepotelen. Bij het onderzoek echter knorren ze zo hard dat de arts het hartje niet kan horen. We moeten erom lachen. Gekke beesten. Zien ze het soms als een leuk uitje?

Katten snorren ook in stresssituaties. Zo gek is hun gedrag dus niet. Maar grappig blijft het.

Tot slot halen we ThayThay en Aafje uit de bench. De grote boskat blijkt toch slechts 5.5 kilo te wegen. Heks wist het wel, maar het blijft vreemd, gezien zijn omvang. Deze enorme haarbal is ook al zo gezond als een vis. ‘Mijn eerste kat woog ruim negen kilo. En dan was hij echt niet dik, ik hield hem strak in het voer. Nadat ik een aantal maanden op wereldreis was geweest had hij een heel klein hoofd gekregen……’

Verbaasde blik van de dierenarts. Misschien begrijpt ze geen jota van het verhaal. Toch klets ik vrolijk verder.’Bleek de buurman hem zoveel eten te hebben gegeven als hij maar wilde: Kat Koe woog opeens ruim twaalf kilo! Een grote berg witte kat met een stippelkopje erop. Hilarisch, maar niet gezond. Hahaha….’ Ik moet nog lachen als ik eraan terug denk. Koe was toch zo’n fantastisch bakbeest. Elke nacht sliep hij boven op mijn hoofd. 18 jaar lang. Ik mis hem nog steeds.

Na een klein uur zijn alle katten gewogen, gecheckt en gevaccineerd. We kunnen weer naar huis!

Opnieuw loopt de kattenkaravaan door het tot spiksplinternieuw verbouwde tuincentrum te paraderen. ‘Ik moet nog een nepplant scoren, lieve Heks, hebben we daar tijd voor?’ We hebben helemaal geen haast, dus we kachelen richting zijdebloemen. Wat een leuk uitje! Op stap met alle katten! ‘Miauw, miauw, mrauwwwwww…..’, zingen onze reisgenoten in koor.

Twee kleine tekkeltjes komen aangestormd. De kleinste in een rolstoel. Vol verbazing observeren ze mijn monsters. Ze draaien aan alle kanten om de hete brei, volledig gefascineerd. Mijn kleine katachtigen zijn niet onder de indruk, gewend als ze zijn aan een blafbeest om zich heen. De eigenaresse van de tekkels ligt dubbel, wat een vertoning!

De zijdeplanten zijn ruk. Joy kan geen geschikt cadeautje vinden. ‘Ik heb jarenlang in de zijdebloemen gezeten. Mijn afdeling was wel tien keer zo groot als deze. Met veel meer keus!’ Postuum is Heks nog trots op haar uitgelezen afdeling namaakgroen van dertig jaar geleden. Zelfs al houdt ze zelf totaal niet van kunstbloemen en -planten. Zo lelijk!

We wurmen ons langs de kassa. Nog niet zo gemakkelijk met zoveel bagage. Alle katten worden weer in de auto geladen. Al miauwend rijden we de stad weer in. VikThor wordt opgehaald. Die heeft ruim twee uur lopen rennen en spelen. Ideaal.

Eenmaal thuis kruipen alle katten snel op een lekker warm veilig plekje. Behalve de panter. Die smeert hem direct. Eerst eventjes door de buurt paraderen met z’n mooie nieuwe vaccinaties……

Heks kruipt in haar bed.

Een paar uur lig ik bewegingsloos uit te puffen. Mijn lijf is toch zo slecht. Ik dwing mezelf tot bewegen. Projecten zoals vandaag zijn eigenlijk helemaal niet haalbaar. Lig ik weer uren te creperen van de pijn. Goddank is Joy mee geweest. Zo gezellig! En zo is het toch allemaal goed verlopen!

’s Avonds zit ik met al mijn beesten in de woonkamer. Ik voel me opgelucht. Het idee al mijn diertjes te verliezen aan zoiets ellendigs als kattenziekte is te afschuwelijk: Daar hoef ik me voorlopig geen zorgen om te maken. Mijn kattenbende is safe!

 

 

 

Heks loopt weer lekker te schelden de laatste tijd. Is het je opgevallen? Maar geen nood : Uit onderzoek is gebleken dat veel schelden zonder meer gekoppeld kan worden aan een bijzonder grote woordenschat en een geweldig hoog IQ, kukeleku!

Vandaag alweer een dag. Het gaat maar door. Fantastisch natuurlijk. Je zou raar opkijken als het opeens ophield. Toch verzucht ik momenteel bijna dagelijks ’s avonds laat dat ik blij ben dat het er weer opzit. Ik heb mijn best weer gedaan. Opgestaan, beesten eten gegeven, gewandeld en uiteindelijk iets eetbaars in mezelf gepropt. Dat laatste schiet er nogal eens bij in moet ik eerlijk toegeven.

En dat allemaal met een extreem pijnlijk lijf.

‘Au,’ schreeuw ik mezelf wakker als ik me omdraai in bed. Met moeite sleep ik me er vervolgens uit. Ga weer eventjes in de woonkamer zitten. Beetje medicinale cannabis dan maar. Weer verder proberen te knorren. Of toch maar weer televisie kijken? Omdat pijn me verhindert weer in te slapen. Kortom: Doorwaakte nachten.

‘Auwwaaww,’ kreun ik als iemand me omhelst ter begroeting. Verschrikt deinst hij terug. Maar zelfs de geringste aanraking is nog te pijnlijk. Naar me wijzen doet al zeer.

Ik gil het uit bij de fysiotherapeut. En na de behandeling voel ik me nog net zo belabberd als ervoor. Bovendien is de boel door al dat gewroet en geknijp nu helemaal overprikkeld. ‘De bovenkant van je rug zit helemaal vast, de wervels en zenuwbanen zijn zwaar geïrriteerd, ik heb het wel iets losser gekregen,’ koelbloedig steekt mijn fysio er nog een naald in.

Ik voel inderdaad nog wat losspringen hier en daar. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat. Of beter gezegd op een gloeiende draad, want zo voelen mijn zenuwbanen momenteel. Het enige wat me rest is bewegingsloos televisie kijken. Maar dat kan nu eenmaal niet altijd. Je hebt zo wel eens je verplichtingen…..

Ik prop mezelf vol pijnstillers. Niets schijnt te werken. Een ontspoorde zenuwbaan vlamt vanaf halverwege mijn rug door spieren en pezen mijn linkerarm door. Een soort hevige kiespijn in mijn ledemaat. Dag en nacht niet aflatend. Alleen kun je een kies nog verwijderen. Desnoods zelfs met een touwtje en een deur. Bij zo’n arm ligt dat lastiger.

Ik zie dan ook niet zoveel mensen. Twee keer per week mijn thuishulp. Twee keer per week de doktersassistenten. En ook een paar keer per week de fysiotherapeut. De dierenarts heb ik ook gezien gisteren. En dan ga ik natuurlijk naar het koor. Een hoogtepunt in de week.

En dat is het dan wel zo’n beetje over het algemeen. Door de bank genomen. Triest inderdaad.

Niet zo gek dat ik in mezelf loop te leuteren. Ik probeer het tegen te gaan, maar ik draai me om en ik klets alweer uit mijn nek. Hopeloos. Zonderling.

Ook niet vreemd dat ik behoorlijk kan schelden. Er valt gewoonweg genoeg te mopperen. Vooral als ik heel moe ben. Dagelijks dus. Afgeven op alles en iedereen, mijn miserabele amoebe bestaan, de verdorven mensheid in het algemeen en de prachtige ‘Welt an sich’. Want alles moet er dan aan geloven.

In de meest bloemrijke bewoordingen maak ik overal gehakt van. Het heeft een goddelijk aspect, een zeker Shiva element: Ik mag dan niet al te geslaagd zijn als schepper van mijn eigen leven, ziekte/armoede/eenzaamheid, de andere kant van het spectrum beheers ik als geen ander! Ik ben een uitstekend vernietiger van mijn eigen universum. Verbaal dan. Fysiek geweld is me vreemd.

Intussen word ik ook gek van de troep hier in huis. Soms ruim ik een hoekje op, maar andere hoeken van de kamer groeien intussen helemaal vol met rommel. Mijn kledingkast lijkt te jongen. Als ik al eens iets weggooi komt het tienvoudig terug……

Ik sleep spullen mijn huis uit, maar door de achterdeur sluipen de frutsels en hebbedingen weer gewoon naar binnen. Een nauw bedwongen chaos. Een tijdelijk evenwicht. Dat is het best haalbare hier in huis. Al jaren……

Klaag, klaag, zeur, zeur……

Vanmorgen lees ik een magazine online. Geen idee waarom dat steeds opduikt in mijn digitale brievenbus. Meestal smijt ik het direct weg, maar vandaag lees ik een artikel waar ik helemaal van opvrolijk.

In jezelf kletsen? Een chaotisch huis? Schelden als een bouwvakker? Het zijn allemaal tekenen van een grote woordenschat en een hoog IQ. Helemaal niet erg dus. Een pak van mijn hart.

Niets om je voor te schamen. Ik hoef niet langer pogingen te doen mijn scheldkannonades  terug te dringen. Laat staan me extreem in te spannen om al die overbodige troep op te ruimen. Ook kan ik met een gerust hart de stilte hier in Huize Heks verbreken voor een gezellig kletspraatje met mezelf. Het is normaal voor iemand met zo’n hoog IQ en ruime woordenschat!

Wat een opluchting toch weer. Want zeg nu zelf, een Toverheks met maar liefst zeven zeven-sloten-tegelijk-katten en ook nog een schattig wonderhondje is al zonderling genoeg. Toch?