Wat ben ik? Of wie? Doodmoe, kapot, uitgeteld en opgebrand. Een dweil, een gymschoen, een halve zool, een slaapkop. Op sommige dagen kun je het je beter niet afvragen als ME-patiënt. Ook in de spiegel kijken is op dergelijke dagen sterk af te raden……

Maandag ga ik een dagje plat. Heks valt om. Geheel gestrekt. Ik red het nog net om mijn hondje een flinke ronde om de Singel te geven. Hij springt bommetjes de gracht in, speelt met vriendjes en vriendinnetjes, rent als een gek door het struweel….. Hij moet het er weer uren mee doen!

Godkolere. Wat voel ik me belabberd. Ik doe vandaag lekker helemaal niks. Dat scheelt al enorm. Als ik me vandaag toch zou oppeppen had ik geheid instant een kuthumeur. In Plum heb ik nog eens heel duidelijk het verband gezien tussen fysieke uitputting en scheldneigingen: Zodra mijn energieniveau daalt stijgt mijn frustratieniveau! En als ik niet uitkijk beginnen de decibellen verbaal geweld dan al snel de pan uit te rijzen…..

Stoppen dus. Rust nemen. Eventjes helemaal niks.

 

Heks heeft het al weken druk met naar de fysiotherapeut gaan. Langzaam maar zeker raak ik weer een beetje uit de knoop. Maar vandaag is hier niets meer van te merken. Al mijn spieren doen zeer, mijn pezen zijn vannacht plotseling gemiddelden drie centimeter korter geworden en mijn zenuwbanen staan unaniem onder stroom. Bovendien wil ik mijn hoofd eraf zagen. Die pijnlijke kroon van mijn schepping kan me vandaag gestolen worden.

Ook andere lichaamssystemen geven er de brui aan. Doodstil liggen dus. Niet bewegen. Wachten tot het over gaat.

 

Ik bel de Don. Hij heeft dit soort dagen ook aan de lopende band. Tegen hem hoef ik geen stoere verhalen op te hangen. Over hoe geweldig ik toch met mijn ziekte om ga. Of hoeveel ik wel niet leer van die ellendige typhusziekte. Hoe het een subliem schuurpapiertje van het leven is. Hoe ik spiritueel word getrommeld en opgepoetst door mijn gebrek.

 

Allemaal lulkoek. Ultieme dimensiegezwets om maar niet te hoeven luisteren naar andermans ellende binnen de relatieve dimensie. Helaas krijg je deze kletskoek om de haverklap naar je oren in diverse spirituele kringen.

Ik maak me er al sinds jaar en dag druk over. Ik ageer er al eeuwen tegen. En ik blijf dat doen. Zijn ze nu helemaal betoeterd om mensen zo integraal af te schrijven op grond van wat fysiek ongemak?

Heks slaapt en slaapt. De hele middag en avond lig ik te sluimeren. Ik moet er geweldig van bijkomen. Suffig eet ik een soepje, drink ik een sapje.  Nu nog even mijn hondje de Singel rondjagen. Het van der Werfpark vermijden, want daar zijn net 2 honden vergiftigd. Een dag nadat ik er nog uitgebreid gewandeld heb met mijn monster.

 

Ze hebben het niet overleefd. De hele hondenminnende binnenstad staat op zijn kop. De dader kan maar beter verkassen als hij wordt ontmaskerd: Heks is ervan overtuigd, dat iemand hem of haar anders gebakken spons zal doen vreten!

Drie dagen lang lig ik voornamelijk te slapen. Afgewisseld met uitlaatrondes. Spierpijn, buikpijn en stampende koppijn….. Ik heb er sowieso dagelijks last van, maar er zal ook wel een vaag virusje in het spel zijn.

 

 

Heks loopt weer lekker te schelden de laatste tijd. Is het je opgevallen? Maar geen nood : Uit onderzoek is gebleken dat veel schelden zonder meer gekoppeld kan worden aan een bijzonder grote woordenschat en een geweldig hoog IQ, kukeleku!

Vandaag alweer een dag. Het gaat maar door. Fantastisch natuurlijk. Je zou raar opkijken als het opeens ophield. Toch verzucht ik momenteel bijna dagelijks ’s avonds laat dat ik blij ben dat het er weer opzit. Ik heb mijn best weer gedaan. Opgestaan, beesten eten gegeven, gewandeld en uiteindelijk iets eetbaars in mezelf gepropt. Dat laatste schiet er nogal eens bij in moet ik eerlijk toegeven.

En dat allemaal met een extreem pijnlijk lijf.

‘Au,’ schreeuw ik mezelf wakker als ik me omdraai in bed. Met moeite sleep ik me er vervolgens uit. Ga weer eventjes in de woonkamer zitten. Beetje medicinale cannabis dan maar. Weer verder proberen te knorren. Of toch maar weer televisie kijken? Omdat pijn me verhindert weer in te slapen. Kortom: Doorwaakte nachten.

‘Auwwaaww,’ kreun ik als iemand me omhelst ter begroeting. Verschrikt deinst hij terug. Maar zelfs de geringste aanraking is nog te pijnlijk. Naar me wijzen doet al zeer.

Ik gil het uit bij de fysiotherapeut. En na de behandeling voel ik me nog net zo belabberd als ervoor. Bovendien is de boel door al dat gewroet en geknijp nu helemaal overprikkeld. ‘De bovenkant van je rug zit helemaal vast, de wervels en zenuwbanen zijn zwaar geïrriteerd, ik heb het wel iets losser gekregen,’ koelbloedig steekt mijn fysio er nog een naald in.

Ik voel inderdaad nog wat losspringen hier en daar. Maar het is een druppel op een gloeiende plaat. Of beter gezegd op een gloeiende draad, want zo voelen mijn zenuwbanen momenteel. Het enige wat me rest is bewegingsloos televisie kijken. Maar dat kan nu eenmaal niet altijd. Je hebt zo wel eens je verplichtingen…..

Ik prop mezelf vol pijnstillers. Niets schijnt te werken. Een ontspoorde zenuwbaan vlamt vanaf halverwege mijn rug door spieren en pezen mijn linkerarm door. Een soort hevige kiespijn in mijn ledemaat. Dag en nacht niet aflatend. Alleen kun je een kies nog verwijderen. Desnoods zelfs met een touwtje en een deur. Bij zo’n arm ligt dat lastiger.

Ik zie dan ook niet zoveel mensen. Twee keer per week mijn thuishulp. Twee keer per week de doktersassistenten. En ook een paar keer per week de fysiotherapeut. De dierenarts heb ik ook gezien gisteren. En dan ga ik natuurlijk naar het koor. Een hoogtepunt in de week.

En dat is het dan wel zo’n beetje over het algemeen. Door de bank genomen. Triest inderdaad.

Niet zo gek dat ik in mezelf loop te leuteren. Ik probeer het tegen te gaan, maar ik draai me om en ik klets alweer uit mijn nek. Hopeloos. Zonderling.

Ook niet vreemd dat ik behoorlijk kan schelden. Er valt gewoonweg genoeg te mopperen. Vooral als ik heel moe ben. Dagelijks dus. Afgeven op alles en iedereen, mijn miserabele amoebe bestaan, de verdorven mensheid in het algemeen en de prachtige ‘Welt an sich’. Want alles moet er dan aan geloven.

In de meest bloemrijke bewoordingen maak ik overal gehakt van. Het heeft een goddelijk aspect, een zeker Shiva element: Ik mag dan niet al te geslaagd zijn als schepper van mijn eigen leven, ziekte/armoede/eenzaamheid, de andere kant van het spectrum beheers ik als geen ander! Ik ben een uitstekend vernietiger van mijn eigen universum. Verbaal dan. Fysiek geweld is me vreemd.

Intussen word ik ook gek van de troep hier in huis. Soms ruim ik een hoekje op, maar andere hoeken van de kamer groeien intussen helemaal vol met rommel. Mijn kledingkast lijkt te jongen. Als ik al eens iets weggooi komt het tienvoudig terug……

Ik sleep spullen mijn huis uit, maar door de achterdeur sluipen de frutsels en hebbedingen weer gewoon naar binnen. Een nauw bedwongen chaos. Een tijdelijk evenwicht. Dat is het best haalbare hier in huis. Al jaren……

Klaag, klaag, zeur, zeur……

Vanmorgen lees ik een magazine online. Geen idee waarom dat steeds opduikt in mijn digitale brievenbus. Meestal smijt ik het direct weg, maar vandaag lees ik een artikel waar ik helemaal van opvrolijk.

In jezelf kletsen? Een chaotisch huis? Schelden als een bouwvakker? Het zijn allemaal tekenen van een grote woordenschat en een hoog IQ. Helemaal niet erg dus. Een pak van mijn hart.

Niets om je voor te schamen. Ik hoef niet langer pogingen te doen mijn scheldkannonades  terug te dringen. Laat staan me extreem in te spannen om al die overbodige troep op te ruimen. Ook kan ik met een gerust hart de stilte hier in Huize Heks verbreken voor een gezellig kletspraatje met mezelf. Het is normaal voor iemand met zo’n hoog IQ en ruime woordenschat!

Wat een opluchting toch weer. Want zeg nu zelf, een Toverheks met maar liefst zeven zeven-sloten-tegelijk-katten en ook nog een schattig wonderhondje is al zonderling genoeg. Toch?