Heks leest een verrukkelijk boek: ‘Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen’. Het leest als een spannende avonturenroman. De schrijver is boswachter van beroep. Hij maakt ons wegwijs en wijzer. Ziet zowel de bomen als het bos. Ik krijg bevestiging van dingen die ik al lang vermoed betreffende het mysterieuze leven van mijn houterige vrienden. En ik leer heel veel nieuwe dingen bij!

Als kind had ik een kamer op zolder. Onder de hanenbalken lag ik halve nachten piekerend wakker. Slapen is nooit mijn sterkste punt geweest. ’s Morgens deed ik de gordijnen open en daar stond mijn grote vriend boom. Pal onder mijn dakraampje bolde zijn kruin.

In de winter staken zijn kale takken skeletachtig af tegen de bakstenen muur van de overburen. Dan kon ik soms de buurjongen zijn tanden zien poetsen. In het voorjaar echter zwollen de bescheiden knoppen van de boom op tot de spanning te snijden was. Elke dag keek ik vol verwachting of er nu eindelijk eens blaadjes tevoorschijn kwamen.

Het duurde en duurde…. Elk jaar opnieuw. De boom was duidelijk niet een van de snelsten. Bovendien stond hij aan de schaduwkant van het huis.

Ik keek mijn vriend ongeveer in blad…… Uiteindelijk plopten de knoppen open en grote vlezige zachte bladeren begonnen zich onmiddellijk te wijden aan de broodnodige fotosynthese.

Voor ons huis stond een Metasequoia glyptostroboides, ofwel een Mammoetboom. Toen nog een zeldzaamheid hier ter lande. Hij was destijds nog piepjong, dus slechts een metertje of vijf, zes, zeven hoog. Mijn vader had hem eigenhandig in de grond gestopt, toen mijn ouders het huis kochten.

De volgende bewoners hebben em uiteindelijk omgehakt. Intussen was hij volledig boven het dak uitgegroeid. Zijn kale stam reikte al een metertje of zeven in de lucht. Hierna begon pas de langgerekte groene kroon.

Eenmaal op kamers woonde ik een een paar jaar samen met een perenboom. Alweer keek ik recht in en op de kruin. In het voorjaar nodigde ik al mijn vrienden uit voor een bloesemdineetje. Dan kookte ik een heerlijk lentemaaltje, dekte een fenomenale voorjaarstafel en zette tot slot het raam wijd open, zodat we tussen de geurende bloesems zaten…….

Mijn huidige huis was vergroeid met een Meidoorn. Elk voorjaar weer genieten van de bloemenpracht. En een terugkerend duivenkoppel met twee nesten per voorjaar.

Portaal met zijn hopeloze klusteam heeft de boom laten omhakken. Door een paar van hun dommekrachten. Een bloedbad! De hele lokale vogelgemeenschap op tilt. De andere bomen in het hof geslagen. Heks verslagen. De onschuldige boom koelbloedig vermoord.

Meidoorns moet je niet mee sollen. Magische toverbomen zijn het. Vol trollen en feetjes. En zingende Jemineetjes. Kom niet aan hun boom! Of aan hen! Meidoorns worden namelijk snel toornig. En ze zijn ook nog eens uiterst doornig: Ze nemen gerust wraak op de daders. Heks zou niet graag in de schoenen van zo’n onverlaat staan!

Heks houdt van bomen. Met een diepe passie en grote liefde. Ik loop graag tussen hoge stammen. Ik woon bij voorkeur in een kruin. Ik aanbidt hun bloesenpracht. Bomen zijn chill! Mysterieus en stil. Hoewel?

Jaren geleden fietst Heks door Nederland. Bepakt en bezakt. Moederziel alleen. Ergens in de bossen voorbij Utrecht, op een heuvelrug, sla ik mijn tent op. Een stokoude handgemaakte Slee. Waterdicht tot op het bot. Kan zelfs een orkaan doorstaan! En dat is maar goed ook……

Met bakken valt het hemelwater op de helling waar ik kampeer. Het stroomt onder mijn grondzeil door met een geweld: Mijn veldbed verandert in een waterbed. Gelukkig houd ik het binnen droog…..

Ik ben koortsig en ziek. Een snel opkomende bronchitis rochelt zich een weg door mijn longen. Er is verder niemand op de camping met dit vreselijke weer. Anderhalve dag lig ik klapperend en ijlend in mijn tent. Eenzaam ben ik echter niet!

Midden op dit open veld in de bossen staat een grote boom. Prachtig uitgegroeid. Een reusachtige kruin……Van het ene op het ander moment begint hij tegen me te praten. Vraag me niet hoe ik het kan verstaan, maar ik hoor hem luid en duidelijk. Vanaf dat moment spreek ik booms.

Ik raak bevriend met een enorme exoot, ik vermoed een Quercus rubra, in het Leidse Hout. Hij staat met zijn maatje van dezelfde soort op een veldje, maar die is helaas dood gegaan. Daar hangen alleen nog dorre blaadjes aan. Mijn vriend heeft veel verdriet. Hij is in de rouw. Raar verhaal natuurlijk: Men gelooft me niet. Maar ik vertrouw op mijn gevoel.

Ik bezoek mijn treurige vriend regelmatig. Dan kletsen we wat en pak ik hem eventjes lekker beet. Ik zing voor hem. Hij vertelt me zijn naam. Sissend en ploffend. Sindsdien vertellen bomen me soms hun naam. Als we vrienden worden. Als het goed zit.

Na een paar jaar vriendschap duurt het verdomde lang tot het weer lente wordt na een koude natte winter. Ik bezoek mijn vriend, spreek hem bemoedigend toe. Zijn knopen heeft hij keurig gezet. Maar wat voelt hij ontzettend moe……

In plaats van uit te lopen trekt het leven in hem zich terug. De knoppen verdrogen voor mijn betraande ogen. Mijn oude vriend is niet meer. Gestorven van verdriet, omdat zijn liefje hem verliet……

Heks komt uit een plantenfamilie. Ik ben bekend met de praktijken op kwekerijen. Zaaien, verspenen, stekken, oppotten…….Ik weet hoe er met grond wordt gesold. Bij ons thuis werd het vroeger gegast, zodat alle bodemleven dood ging. Dan had je geen last meer van beestjes……

Mijn voorouders hielden echt van hun planten. Dit was de vooruitgang. Ze wisten niet beter.

Afgelopen week lees ik het boek van Peter Wohlleben: ‘Het verborgen leven van bomen.’ Een medeheks van de opleiding tipt me. Wat een geweldig boek! Het leest als een spannende roman! Zie je wel, dat bomen voelen! En dat ze slim zijn en kunnen praten! In elk geval met elkaar.

Loop ik normaal gesproken al enorm te koekeloeren in het bos, sinds ik het boek heb gelezen zie ik nog veel meer. Het opent als het ware je ogen voor allerlei zaken!

Bomen praten met elkaar. Over grote afstanden is mijn ervaring. Hoe kom ik daar nu weer bij?

‘Daar loopt Heks met haar hondje. Ze heeft de vijf broers gezien. Ze is bij hen geweest. Echt waar. …..’ fluisteren de vijf knotzusters Plataan hier achter op het pleintje al jaren als ik voorbij loop. Ze hebben het over een eeuwenoude heilige boom ergens op een berg in Frankrijk met vijf volledige stammen uit 1 gemeenschappelijke stam……

Die heb ik inderdaad ooit bezocht. Ik heb voor de broers gezongen. Heel alleen, want mijn narcistische geliefde uit die periode vond berg te steil om te beklimmen. Alle zeilen werden bijgezet om te zorgen, dat Heks de top niet zou halen. Opgelucht liet ik de zak achter op de eerste beste helling.

De vijf broers.

‘Ik ontdekte een eeuwenoude eik, al vijfhonderd jaar geleden gerooid, waarvan de enorme stronk nog in leven was. Hij werd in leven gehouden door zijn omringende familie. Zulke oude bomen hebben dus een enorme waarde voor het nageslacht……..’ aldus Peter Wohlleben.

Het lijkt er op dat bomen hun ouden eren. Dat ze nog veel van hen kunnen leren…..

De vijf broers. Of waren het er vier? Of zeven? Het is me om het even. Ik hoop dat ze nog leven.

Mijn goede vriend heeft het zwaar!

In het nieuws op Omroep West gaat het ook over bomen. De gemeente Sassenheim wil vijfenveertig stuks 90 jaar oude paardenkastanjes kappen. ‘Ze zijn aan het eind van hun leven, bladiebla…’ verklaart een woordvoerder desgevraagd ongeïnteresseerd. Die ondingen moeten weg. Er is er eentje op een huis gevallen vorig jaar tijdens een storm.

De mensen, die samenwonen met de kastanjes zijn woest. Alles wordt uit de kast getrokken om hun dierbare bomen te redden. Er moet een heroverweging van dit besluit plaatsvinden! Een second opinion moet er komen. Ze zouden het aan Peter Wohlleben moeten vragen……..

Bevriende kastanje. Ik ken zijn naam…..

‘Een kastanje van 90 jaar oud. Aam het eind van zijn leven. Huh! Een pubertje is het. Zo’n boom kan gemakkelijk 250 jaar oud worden!’

Een schitterend kunstproject over een dergelijk bomenbloedbad is de film ‘Boomwezen’ van Joep Neefjes uit 2008. Aangrijpend verwoord en verbeeld op de prachtige muziek van Louis Andriessen.

Vurig pleidooi voor matigen van innerlijk vuur, zodat het geen vernietigende uitslaande brand wordt. Niks mis met een vurig karakter overigens. Of een lopend vuurtje. Dit element heeft fantastische kwaliteiten. Niet voor niets heeft de mens het met moeite van de goden gestolen……

De avond na mijn minivakantie staat Nice in brand. Een gek in een vrachtwagen rijdt meer dan 80 mensen dood voor de goede zaak. Nou ja,  zijn goede zaak. IS eist de aanslag later op, maar Heks krijgt sterk de indruk dat de man andere beweegredenen heeft gehad. Hij was depressief en ellendig na een echtscheiding: Niets zo prettig als het delen van je ellende. Gedeelde smart zou als het goed is die emotie halveren…..

Helaas zit er een kronkel in die redenering. Een kronkel, die zich in menig getraumatiseerd brein heeft genesteld: Als ik pijn heb moeten anderen dat ook maar voelen. Mijn pijn zal zijn. Interzijn. Pijn doen is fijn.

Onlangs kijkt Heks naar Doctor Phil. Een moeder zit op de praatstoel. ‘Mijn zoon is een gevaar voor de samenleving. Hij is geobsedeerd door wapens en heeft al regelmatig zijn wens uitgesproken om een keertje een heleboel onschuldige mensen de dood in te jagen. Samen met hem, want hij wil niet leven. Hij haat het leven, stopt zichzelf vol drank en drugs, kortom: Ik sta niet voor mijn eigen kind in… Help!’

Ze heeft al heel wat keren de politie op haar eigen zoon afgestuurd. Tot nu toe met weinig succes, want het jong heeft nog niet met zijn beoogde killing spree huisgehouden…. Toch heeft de arm der wet het joch nu opgepakt. Net op het moment dat de ‘Good Doctor` zich met het verhaal gaat bemoeien…..

Phil heeft het kereltje toch kunnen interviewen. Wat er uit zijn mond komt is schrikbarend. Verontrustend. Schokkend. Ja, hij wil inderdaad mensen doodmaken. Hij weet nog niet precies hoe. Misschien met een bom bijvoorbeeld. Hij heeft op internet alle kennis vergaard rondom het bouwen van een effectief destructief knallend  exemplaar. Appeltje eitje.

Maar ook met een automatisch vuurwapen lekker in het wilde weg op een nietsvermoedende mensenmassa schieten lokt hem aan. Hij is een groot bewonderaar van verschillende massamoordenaars. Hij bestudeert deze mensen nauwkeurig. Weet van alles te vertellen over zijn idolen, de rotste appels op onze wereldfruitschaal. Zo wil hij ook worden. Het is zijn grote ideaal!

Als Phil doorvraagt komt er een interessante uitspraak uit de mond van dit rokende lont. Waarom hij dit wil doen? Waarom schiet hij zichzelf niet simpelweg een kogel door de kop om er vanaf te zijn? Waarom moeten er zoveel mensen met hem de dood in worden gejaagd? Wat motiveert hem?

PIJN. Hij voelt zo ongelofelijk veel pijn van binnen. Hij wil dat anderen die pijn ook voelen. Hij wil dat met name onschuldige mensen die pijn voelen. Want die zijn maar gelukkig en blij, je wordt er niet goed van. Wat weten zij nu eigenlijk helemaal van het echte leven?

Door zomaar at random medemensen weg te vagen berokken je in no time geweldig veel leed: Dan voelen ze ook eens wat er binnen in de dader leeft: Die verschrikkelijke afschuwelijke pijn.

Zo simpel is het dus. Niks geen ideologie. Gewoon diepe tragiek van een geïsoleerd mens. Een afgescheiden zelf met slechte ideeën. Een overkokende eenzame beerput.

Heks heeft zich het afgelopen jaar ook met enige regelmaat erg eenzaam en ellendig gevoeld. Ik ben door een diepe depressie gekropen. Niet dat ik de aanvechting kreeg om een moordwapen aan te schaffen…. Laat staan dat ik fantasieën heb om anderen op die manier leed te berokkenen…..

Wel heb ik intense woede ervaren naar mijn agressors. Witheet, kort lontje, schelden en tieren? Met enige regelmaat stak het de kop op. Woede is een dolle hond. Hij rent rondjes door je lijf. Ongrijpbaar maar zeer aanwezig. Woede is een vernietigende binnenbrand. Het verteert je. Woede kan ook als een uitslaande brand je hele omgeving verwoesten.

Toch kost het ons vaak moeite toe te geven hoe kwaad we zijn. We weigeren ernaar te kijken. Blind van woede, tekortgedaan, verontwaardigd en verslagen wagen we ons opnieuw op het slagveld. Om wraak te nemen. Om te vergelden. Om meer kwaad te doen. Oog om oog. Ik blind van woede? Dan jij ook. Jouw tand voor de tand van m’n tante……

Er is niets mis met innerlijk vuur, maar woede is gênant, want je verliest je verstand. Over het algemeen is het geen emotie waar we trots op zijn.

Het idee om anderen net zo te laten lijden als jijzelf ooit hebt gedaan is natuurlijk absurd. Toch doet het behoorlijk veel opgeld. Niet alleen onder terroristen. Een ouder, die z’n kind niks gunt omdat hijzelf niks had als kind? Precies hetzelfde. Kun je nagaan! Je moet wel ongeveer een heilige zijn om niet jouw emoties op een ander te verhalen. Mensen met pijn doen pijn.

Mijn geliefde leraar Thich Nhat Hanh roept zijn leerlingen op om eerst naar hun eigen woede te kijken. Om het te omarmen en te wiegen als een kind. Om ervoor te zorgen. In het klooster koop ik een mooi boekje met meditaties rondom woede, ‘Innerlijk Vuur’. Ik ben vastbesloten mijn eigen woede aan te pakken. Als ik thuis ben na mijn retraite open ik het kleinood lukraak.

Ik lees ‘Als iemand je huis in brand steekt ga je toch ook niet achter die persoon aan rennen. Beter zorg je eerst dat de brand geblust wordt’ of iets dergelijks. Het slaat in als een bom. Ik heb inderdaad als een gek achter mijn agressors aangerend. In een poging hen te stoppen of te begrijpen.

Het slaat natuurlijk helemaal nergens op. Pas tijdens mijn retraite ben ik weer goed voor mezelf gaan zorgen. Eindelijk heb ik het lijntje met mezelf weer hersteld. De relatie met mijn soulmate, mijn ziel, mijn goddelijke kern.

Ik ben geen evangelist. Het idee om allerlei gedachtengoed aan anderen op te dringen staat me tegen. Vrijheid staat hoog in mijn vaandel. Maar wat zou de wereld opknappen als iedereen zijn of haar woede zou zitten omarmen voor de verandering. Wat zou de mensheid erop vooruitgaan als we ons lijden niet meer aan anderen zouden opleggen.

Want in hoeverre is dat vrijheid? Dat dwangmatige vermeerderen van onze eigen ellende. Het ziekmakende vernietigen van alles wat mooi en heilig is…..

We zijn allemaal het centrum van het universum. Wetenschappelijk bewezen, vraag maar aan Stephen Hawking. Het middelpunt van het heelal zit op het puntje van je neus. Van daaruit dijt het uitspansel uit. Baart het nieuwe werelden. Dit prachtige lichaam van de Goddelijke Moeder, bij wie  ieder van ons in haar hart woont.