Eenzaamheid van kosmische proporties schept ruimte voor nieuwe dingen. Een schizofreen is nooit alleen, maar leuk is anders. Heks wil liever twee hondjes zijn. Om samen te spelen. Gelukkig heeft ze er eentje. In haar eentje. En dat is dan weer pittig!

Een van de moeilijkste opdrachten in mijn leven is om met eenzaamheid om te gaan. Hele dagen alleen stuk slaan zonder zwaar depressief te worden is niet voor iedereen weggelegd. Met enige regelmaat lukt het me dan ook voor geen meter. Spring ik tegen de muren op met mijn sneue oververmoeide lijf. Wil ik een mens spreken. Een medemens. Snak ik naar contact.

Toch zit ik het vaak maar uit. De tijd dat ik uit pure ellende dan maar eindeloos naar allerlei gezanik van anderen zat te luisteren in de hoop dat er eens iemand naar mij zou luisteren is echt voorbij. Geen gemekker meer tegen mij. Ik zoek het niet meer op.

Maar ook: Zodra iemand begint te zeveren haak ik af. Soms tot verbijstering van de omstanders. Die zijn dat niet van me gewend. Heks wordt nog steeds anders ingeschat.

Zo zit er iemand bij me op het koor, die nog met enige regelmaat een poging doet tot een ouderwets aambei-gesprek. De kwalen en klachten vliegen dan plotseling om mijn oren. In een moordtempo raak ik bedolven onder ellendige kutverhalen. Het hele spectrum HPDP (Hier Pijn Daar Pijn) wordt doorgenomen.

In het verleden stond ik dan begrijpend te knikken. Met een meedogend hoofd. Nu wordt mijn blik wazig en kijk ik snel naar iets of iemand anders. Reageren doe ik in geen geval. Dat komt me namelijk te staan op een waterval aan nieuwe kwalen en de daarbijbehorende verhalen.

Zaterdagavond vliegt de stilte me aan. Ik heb er weer een hele moeizame dag opzitten en wil gewoon met iemand praten. Een medemens voelen. Het idee om weer een hele avond in m’n dooie uppie door te brengen doet me kokhalzen. De koelkast staat vol heerlijk eten, maar ik heb er geen trek in. Zonder gezelschap smaakt het nergens naar. Potjandrie.

De aartsengelen zijn op bezoek. Met enige regelmaat logeren ze hier. Dat is toch gezellig? Dan zit je toch niet alleen te koekeloeren?

Het helpt niks. Ik wil gewoon gezelschap van vlees en bloed. Een beetje in m’n eentje zitten ademhalen ben ik op een gegeven moment gewoon zat. Ik ben per slot van rekening geen kluizenaar. Ik woon niet in een grot onder de grond met een nooit geknipte vlecht van tien meter aan mijn verstilde kop. Ik wil midden in het leven staan, maar daar heeft ME een stokje voor gestoken.

Al lang geleden. Maar dat stokje staat nog steeds.

Wat me altijd blijft verbazen is hoe goed iedereen weet wat ik moet doen om beter te worden. In geval mijn ziekte dan toch eens ter sprake komt. Een zeldzaamheid. Ongevraagd krijg ik allerlei zinloos advies. En als ik het niet opvolg krijg ik ook nog te horen hoe stom dat van me is.

Een ander ding, waar ik nooit aan zal wennen is dat mensen gewoon niet doorhebben hoe eenzaam ik vaak ben. Hoe ik regelmatig dagenlang geen sterveling zie. Soms spreek ik maar een paar mensen per week. De doktersassistenten, de thuishulp en een paar hondeneigenaren in een park. Het maakt me gek.

Heks is van nature een mensenmens. Temidden van dierbaren voel ik me heerlijk. Van contact met anderen knap ik op. Zolang er niet wordt gezeurd althans……

Morgen heb ik een afspraak met de praktijkbegeleider van het Antroposofisch Therapeuticum. Ik heb me voorgenomen, dat er dingen moeten veranderen. Deze vergeten groente onderneemt stappen om te ontsnappen uit haar treurige schappen. Ik ben nog te jong om volledig achter de geraniums te verdwijnen.

Ik ga me weer wat meer onder de mensen begeven. Niet om weer eindeloos naar de ellende van Jan en Alleman te luisteren. Er is genoeg narigheid in de wereld, maar het hoeft niet altijd op mijn bord te worden gedeponeerd.

Ieder zijn meug, ik heb genoeg te verstouwen.

De schaal is helemaal leeggekieperd de afgelopen jaren. Er zijn zoveel blinde vlekken ziend geworden, er zijn zoveel mensen uit mijn leven verdwenen. Er zijn zoveel structuren in mezelf onomkeerbaar veranderd.

Ik ben ook eigenlijk wel benieuwd naar wat komen gaat. Er is ruimte aan het ontstaan voor nieuwe dingen. Een klankkast om vol te zingen. De deur van mijn hart staat nog altijd open. Ondanks alle woede en nijd van de laatste tijd. Ik raak het uiteindelijk wel kwijt.

Met enige regelmaat betrap ik mezelf op vergevingsgezinde gevoelens. Niet omdat ik per se wil vergeven, maar gewoon omdat de angel eruit is. Prematuur vergeven is me nogal eens op enorme woede komen te staan. Was ik daarmee toch weer over mijn eigen grens gegaan.

Vergeven doe je uiteindelijk voor jezelf. Waarom zou je alles in godsnaam achter je aan slepen? Waarom zou je mensen in je gedachten houden uitsluitend om hen te straffen? Het is zelfkwelling.

Mijn kennis over narcisten en hun trouwe trawanten ontslaat me van de verplichting wat dan ook met die hopeloze medemensen te doen. Met hen hoef ik echt niets. Behalve hen herkennen. En dan: Met een grote boog eromheen.

Ja, er is plaats in mijn leven voor nieuwe leuke dingen. Ik ga iets verzinnen. Let maar eens op!

In memoriam Willem van Scheijndel. Mijn vriend Schilder is niet meer onder ons. Onverwacht weggevlogen. Opgetild door het eerste zomerbriesje. Verrukt vliegende vreemde vogel! Meegenomen door engelen en geliefden. Eindelijk thuis. Quote: ‘Stel je voor, je komt bij de hemelpoort en Petrus vraagt je wat je zoal in je leven hebt uitgevoerd…. En je moet antwoorden dat je financiële wanproducten hebt verkocht voor de Rabobank…… Verschrikkelijk natuurlijk! Nou, dat kun je toch beter aankomen met mooie schilderijen!’

Afgelopen week wandel ik met Chris langs de golfbaan. Haar hondjes vrolijk drentelend naast ons. VikThor draaft sneller dan zijn schaduw door het struweel.

Plotseling een ijselijke kreet, een duikvlucht. ‘Wat heeft je hondje daar?’ Heks staat al naast haar monster. Ik vis een jonge spreeuw tussen zijn tanden vandaan. Hij houdt het beestje heel voorzichtig vast, zoals een echte jachthond betaamd. Toch is het dier gewond geraakt. Bloed kleeft aan mijn handen.

Voorzichtig inspecteer ik het diertje. Het ziet er niet goed uit. Hij lijkt wel doorspiest vanaf de rug. Tussen zijn opgevouwen vleugeltjes gaapt een diepe wond. Zijn buikje is echter puntgaaf. Een glanzend kraaloogje staart me helder aan. Ik leg contact met dit kleine kereltje. Nog maar net begonnen aan zijn vrolijke zorgeloze vogelleventje en nu al kansloos.

‘Wat was het voor’n vogel, die zo zat te schreeuwen?’ Mijn vriendin weet het niet. Was het één van zijn ouders? Die in paniek mijn hondje probeerde te verjagen? Of was het soms zo’n lelijke ekster? Ik heb ooit een nest merels op mijn waslijn gehad. Toen ze uitvlogen zat er een school eksters klaar om hen te verorberen……..

Ook het tweede nest datzelfde voorjaar, wellicht geboren uit de frustratie van de berooide ouders, was eenzelfde lot beschoren. Mijn balkon getransformeerd tot fastfoodketen voor de schreeuwlelijkerds onder de nazaten der dino’s……

Voorzichtig loop ik met mijn vogelvriend terug naar de bewoonde wereld. We gaan hem natuurlijk proberen te redden, maar ik heb er een hard hoofd in. Om de paar meter sta ik een tijdje stil. Check de ademhaling. Kijk in zijn kraaloogjes. Hij gaat zienderogen achteruit. In de bocht naar de woonwijk overlijdt hij. Ik zie zijn borstkastje steeds lichter ademen. Mijn heksenhanden vormen een kolom van liefde en licht. En dan is het voorbij.

Ik geef hem een mooi plekje aan de Zijl. Voorzichtig bedek ik het graf met klei en planten. ‘Dag lieve Spreeuw. I hold you close to me, I release you to be so free…..’

‘Dit is al de vierde gewonde vogel, die ik in mijn handen heb het afgelopen jaar. Alleen die uil heeft het overleefd…… Bizar toch?’

Een paar dagen later gaat de telefoon. Ik sta net in de berging mijn fiets van het slot te halen, op weg naar de fysiotherapeut. Het is de broer van Schilder. Ik zie het op de display van mijn mobiel. Ik weet het direct: Mijn goede vriend is er niet meer. ‘Ha lieve Broer, vertel het maar, wat is er met Schilder?’

Diezelfde middag nog ga ik kijken bij mijn oude vriend. Vredig ligt hij in zijn witte kist. Een flauwe glimlach speelt om zijn mond. ‘Haha, heb ik jullie mooi bij de neus gehad….’ Hij lijkt wel te ademen…

‘Goeie hemel, hij past er nauwelijks in, wat is hij toch groot,’ stamel ik, terwijl ik naar zijn tegen het hout gevlijde hoofd kijk. Zijn mooie dolfijnengezicht met dat geprononceerde voorhoofd en de diepliggende ogen helemaal rustig en vredig.

Ons aller Schilder is niet meer. Plotseling overleden aan de gevolgen van een slopende ziekte. Alleen wist niemand het. Hijzelf ook niet. Nou ja, of hij echt geen idee had is maar de vraag. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor een lang ziekbed en eindeloze hopeloze behandelingen in het ziekenhuis. Sommigen sterven gewoon bij voorkeur in het harnas. Met een kwast in de hand in zijn geval.

’s Avonds lees ik op internet wat de media over hem hebben geschreven. Ik zie een hele leuke foto bij een artikel staan. Krijg nu wat: Die heb ik een paar jaar geleden gemaakt! Wat grappig.

Fiederelsje komt me troosten. We heffen het glas op Schilder en praten over zijn leven en werk. ‘Die enorme schilderijen uit zijn beginperiode vind ik toch zo mooi, die zou ik dolgraag om me heen hebben,’ mijn vriendin is een fan van zijn vroege werk. We moeten lachen, want het is zo goed als onmogelijk om zo’n enorm doek in een rijtjeshuis  op te hangen.

‘In die periode woonde hij boven dat restaurant op de hoek van de Singel en de Kaiserstraat. Een hokkerig huis, waar die doeken ook niet via het trapgat en door de deur naar buiten konden. Als hij exposeerde haalde hij het raam op de eerste etage er helemaal uit. Dat was de enige manier om zijn werk naar beneden te takelen….’

’s Avonds brand ik een kaarsje. Ik denk aan onze jarenlange vriendschap. De gouden jaren, onze gezamenlijke spirituele zoektocht. De eindeloze gesprekken, het plezier….. Zijn gulheid en positieve levensinstelling. Hoe gedreven hij altijd aan het werk was. Hoe hij medekunstenaars wist te inspireren.

‘Vorige week zondag wilde ik hem nog bellen na de retraite. Chris en ik gaan en Sangha opzetten voor kneuzen,’ Fiederelsje schiet in de lach, ‘het is een Geuzennaam, hoor,’ grijns ik, ‘Alle echte kneuzen zijn welkom. Maar toen bedacht ik me dat ik hem ooit meenam naar een film over Thich Nhat Hanh.’

‘Iemand verteld in die documentaire dat Thay tijdens de bombardementen in Vietnam gewoon met de weeskinderen ging picknicken. Tussen de aanvallen door natuurlijk. Dat vond Schilder belachelijk. Te gek voor woorden. ‘ We grijnzen naar elkaar. Als Schilder iets in zijn kop had dan kreeg je dat er nooit meer uit!

‘Met Alex Orbito had hij een hele sterke band. Die kleine magische Filipijn, die met zijn blote handen spiritueel opereert, kon mijn vriend wel bekoren. De eerste keer dat hij met me mee ging mocht hij kijken hoe ik aan mijn rug werd geholpen. Ik trof hierna een bevende Schilder aan. Verbijsterd vertelde hij me dat hij mijn wervelkolom had gezien.   Met zijn eigen ogen. Klaarwakker en helemaal bij.’

‘Schilder zag mijn botten en bloedvaten, wit zenuwweefsel…. Alex Orbito haalde  vervolgens allemaal stinkende zwarte materie tussen mijn wervels vandaan en streek toen opnieuw over Heks’ rug en hopla. Al het vlees en vel sloot zich weer: Niets meer te zien, behalve een felle rode streep!’

De hele weg terug naar huis zat mijn vriend te lachen. Te schateren zelfs. ‘Mind over matter, jeetje Heks, wat geweldig.’ Een serie schilderijen volgde. Want alles wat hij meemaakte werd verwerkt in zijn kleurige kunst.

Ook de boeken van Drunvalo Melchizedek over Heilige Geometrie sloegen enorm aan bij deze begeisterde kunstenaar. Hij inspireerde me om ze ook te lezen en Heks sleepte hem vervolgens mee naar een seminar van deze leermeester. Zijn geliefde vrouw Fee ging ook mee. Met zijn drietjes hadden we een heerlijke tijd. En eenmaal weer thuis volgde er natuurlijk een geweldige serie doeken……

Ik denk aan die gelukkige jaren. Zijn Gouden Jaren. Toen hij samen was met Fee, zijn grote liefde. Hoe Schilder tijdens de eeuwwisseling een enorm vuurwerk organiseerde. In zijn mooie woning aan het Rapenburg danste Heks met een zestal prachtige dames, waaronder natuurlijk zijn eigen lief, door de kamer. Allemaal gekleed in een schitterende avondjurk.

Er was slechts één andere man aanwezig, het vriendje van één van de meiden, herinner ik me. Een geweldig foute Griek. Die keek zijn ogen uit. Wat was dit nu allemaal? Een Hollandse harem? Zo bont had zelfs hij het in zijn leven niet gemaakt. En dat vond hij beslist erg jammer zo te zien. Hoe kreeg die Schilder dat voor elkaar?

img_11741

Beneden in de gracht lag onze vuurwerkdeskundige vriend Lampie op een boot aan zijn voorgenomen show te sleutelen. ‘Ik heb van de gemeente Leiden toestemming om om 1 uur te gaan knallen. Leuk hè, dan is overal het vuurwerk voorbij en wij beginnen pas….’ Schilder had geweldig veel plezier in zijn initiatief!

De laatste jaren zagen we elkaar minder vaak. Eens in de zoveel tijd ging ik echter even bij hem buurten. En soms hing hij opeens aan de lijn. Een zeldzaamheid hoor, want Schilder was niet van de verplichte telefoontjes en bezoekjes. Behalve aan zijn moedertje, toen ze nog leefde. Iedereen kwam gewoon altijd naar hem toe!

De laatste keer dat ik bij hem was is ongeveer een maand geleden. Sinds hij zijn rug had gebroken was het leven moeilijk voor deze gedreven man. Hij kon als het ware zijn ei niet meer kwijt. En iets mankeren leidt per definitie tot veel eenzaamheid. Dat vergeten gezonde mensen nogal eens.

‘Als je ziek bent raak je uitgerangeerd. En dat is best moeilijk als je altijd midden in het leven hebt gestaan. Kijk, je kunt mij niet rekenen, ik sta al zeker dertig jaar ergens stationair op een rangeerterrein. Maar ik heb er zo’n gezellig plekje van gemaakt, dat ik toch nog mensen op bezoek krijg…’ zeg ik tegen Fiederelsje.

Niemand kon vermoeden, hoe ziek mijn goede vriend intussen al was. Gelukkig is een lang ziekbed hem bespaard gebleven.

‘Zullen we even samen eten, Heks? Zal ik een paar pizza’s laten komen?’ Vraag hij aan het eind van mijn bezoekje. Ik heb spijt dat ik niet een keertje flink heb gezondigd tegen mijn dieet. Maar ik ben die avond naar huis gegaan.

Lieve Schilder. We gaan je enorm missen. Man van kleur en schoonheid. Vriendelijke man. Met je open onderzoekende geest. Je intelligentie. Je heerlijke vermogen tot abstract denken. Je eigenwijsheid. Je stevige gebruiksaanwijzing! 🙂 Jij, die je zo graag omgaf met mooie vrouwen….  Maar voor wie er maar 1 vrouw echt telde! Jouw toverfee! Jij, van wie we houden. Die zoveel van ons allemaal hebt gehouden. We dragen je in ons hart. Goede reis, gekke dolfijn, oude vriend.

Nederlanders staan klaar op de Alpe d’Huez. Ze willen nu wel eens een landgenoot een etappe zien winnen. Kun je aankomen bij de hemelpoort als Tourwinnaar? Als je plezier in het fietsen hebt gehad wel natuurlijk. En daar hoef je niet eens voor te winnen! Heks bezoekt Schilder. Hij verwent me met kattenspulletjes en mooie verhalen! Willem kijkt ondeugend: ‘Stel je voor, je komt bij de hemelpoort en Petrus vraagt je wat je zoal in je leven hebt uitgevoerd…. En je moet antwoorden dat je financiële wanproducten hebt verkocht voor de Rabobank…… Verschrikkelijk natuurlijk!’ Heks ligt in een deuk. Ik zie het voor me. ‘Nou, dat kun je toch beter aankomen met mooie schilderijen!’

Prachtige expositie van de nieuwe schilderijen van Willem van Scheijndel in Galerie Frederiek van der Vlist te Leiden. Zijn werk is nog steeds zeer herkenbaar, maar heeft tevens een hele nieuwe dimensie gekregen! Heks kijkt haar ogen uit. heerlijke vermogen tot abstract denken eigenwijsheid

De seksuele opvoeding van jonge meisjes is heel moeilijk zolang het collectieve zelfrespect van vrouwen schipbreuk lijdt. Neem een voorbeeld aan het gedrag van een loopse teef: Bijt van je af….. MET PRACHTIGE FOTO’S VAN SCHILDERS MUZES!

 

No Coming, No Going

No coming, no going

No after, no before

I hold you close to me

I release you to be so free

Because I am in you and you are in me

Because I am in you and you are in me