Heks in gesprek met Jezus. Zonder er een cursus voor te hebben gevolgd! Het is een leuke intieme tweespraak, maar de gevolgen zijn enorm. Blijkbaar heeft hij voorspraak gedaan bij diverse christelijke groeperingen om Heks te bekeren. Ze zal het leren! Of word ik in de maling genomen? Op het verkeerde been gezet? Uiteindelijk word ik door Buurman ontzet!

Anderhalve week geleden raak ik in gesprek met Jezus. Hij zit als het ware naast me in mijn woonkamer. Het is niet voor het eerst overigens. Maar: Ik ben echt een kind van de Godin. Met het grootste gemak verbind ik me met haar gouden energie. ‘Ik ben niet zo’n Jezusmeisje,’ zeg ik tegen hem. Zo’n evangeliserende bekeerlinge. ‘Ik houd van de Godin.’

Jezus moet lachen. ‘Haha, Heks, wat ben je toch een gek gebakkie. Je hebt je halve jeugd liggen bidden naar mij. Ik ken je heel goed. Je bent echt een Jezusmeisje, hoor. Hoe kom je erbij, dat jij er niet bij zou horen?’

Dat ik er niet bij zou horen. Wat zegt hij nu? Denk ik dat echt? Ik ga het na. Doe zelfonderzoek. Heel snel. Hupsakee. ‘Je hebt gelijk, Jezus. Ik heb inderdaad jarenlang een hele intieme relatie met je onderhouden. Tot het mis ging. En toen ….’

‘Ja, Heks, en dan zing je ook nog eens elk jaar in de Mattheus mee. Vol overgave. Een hele diepe beleving. Ik zie het wel, hoor. Dus wat nou geen Jezusmeisje? Het ene bijt het andere toch niet? Je kunt toch heerlijk met de Godin verbonden zijn en ook met mij? En mijn grote vriend Boeddha?’ hoor ik grinnikend naast me.

En dan gebeurt er iets wonderlijks. Opeens is hij in me. In mijn hart. Waar ook Ysbrandt woont en Koe en Prinsje, alsmede een grote groene draak en de Zwarte Madonna.  En nog een heleboel andere dierbaren.

‘Zo dus,’ hoor ik in mijn hart. Een heerlijk gevoel overspoelt me. De hemelse Vader en de hemelse Moeder wonen in m’n hart. Ik rust in hun vrede. Het geeft niks dat mijn aardse ouders er soms niet al teveel van bakten. Ze deden hun best hoor, maar ja. Mensen natuurlijk. Falende modderende mensen.

Een dag later wordt er bij me aangebeld. Ik kijk uit het raam. Een paar jonge vrouwen staan in de steeg. ‘Hallo,’ schreeuw ik opgewekt, ‘Komen jullie me iets aansmeren of verkopen?’ Jazeker. Ze komen me vertellen over Jezus. Ze willen graag het heilige evangelie slijten. Twee verzaligde gezichtjes worden naar me opgeheven. ‘Nee bedankt! Ik ben al voorzien!’ Heks krijgt een beetje jeuk.

Als ik later de hond ga uitlaten kom ik de dames weer tegen. Stralend glimlachen ze me toe……

Twee dagen later gaat opnieuw de bel. Nu staan er een hele oude man en een piepjong ventje op de stoep. Alweer met een blijde boodschap. Van een ander genootschap! Wonderlijk zijn Gods wegen toch! En ondoorgrondelijk. En ook een beetje mosterd na de maaltijd in dit geval.

‘Ga weg, ik geloof hoor, maar op mijn eigenwijze wijze,’ ontmoedig ik de heren in de Here. Ze kijken vertwijfeld. Kan dat wel? Je hoort toch zus of zo te geloven? Dat God tegen homo’s is en tegen de Islam? En dat de vrouw een inferieur schepsel is. Maria een hoer. Hoe kun je nu op eigen wijze geloven? Het is godslasterlijk!

En opnieuw gaat de bel. Potjandrie. Ze zijn wel hardnekkig zeg, die christenhonden,’ mopper ik tegen Jezus, ‘En wat is dat allemaal voor’n gedoe sinds je mijn hart in bent gefloept? Blijft dit zo? Elke dag een andere fanatieke christelijke randgroepering op mijn stoep?’

Als ik uit het raam kijk, zie ik inderdaad de twee fanaten nog staan. Bij hen staat Buurman met zijn grote Duitse Herder Carlos. Hij komt op de koffie. Even later lopen we samen te wandelen met de hondjes. ‘Ik heb even opgetreden hoor, tegen die christenluitjes. Het is een heks. Ze is onomkeerbaar onbekeerbaar heb ik gezegd. Haha. Dat is toch zo, Heks?’

Heks gelooft in van alles en nog wat. Mag dat? En mag het een onsje meer zijn? Van mij wel. Zo geloof ik ook in mezelf sinds kort. Want in mijn hart wonen gouden draken, heilige gralen en andere zaken. En daar kan je niet genoeg in geloven!

Cursus : In gesprek met Jezus

 

Heks plakt het koor aan de muur, maar niet uit vrije wil. Het is die fiets, die klotefiets, die fiets van niets…… Het pokkeding staat stil. Alweer. En min of meer op dezelfde plek. Wat gek! Heeft ie soms een zachte plakkerd? Of doet ie gewoon wat hij wil? Het is in elk geval niet wat ik wil……..

Dinsdag heb ik geen zak zin om naar het koor te gaan. Dat gebeurt me bijna nooit! Maar na twee zeer brakke korte nachten is de beperkte energie echt op.

Bovendien is het prachtig weer. Ik ben de gehele dag binnen gebleven om allemaal kleine kutklusjes te doen. Ook al niet verstandig als je kapot moe bent. En nu wil ik naar buiten. En daar blijven.

Maar helaas ben ik zo plichtsgetrouw als wat. Ik verzuim zelden tot nooit. Tenzij ik half dood ben. En dat is dan toch weer best vaak. En zelfs dan ga ik meestal toch! Zelfs als ik nauwelijks stem heb. Hetgeen ook nogal eens gebeurt, want ME zit bij mij sinds jaar en dag als een barometer op mijn stembanden. Hoe beroerder ik eraan toe ben, hoe minder stem……

Dus Heks gaat naar het koor. Ook als het fantastisch mooi weer is na een lange koude winter. Ik ga sowieso. Behalve als het echt, echt niet gaat. Als het me niet lukt om twee uur op een stoel te zitten.

Om een uurtje of zes fiets ik met mijn hondje de stad uit op mijn elektrische Beixo vouwfiets. Een geweldig apparaat. Als ie het doet. Helaas ben ik intussen al een motor, vier opladers en veel ergernis verder, zonder dat ik nu echt veel op dat pleurisding gefietst heb. Een rib uit mijn lijf bovendien. Maar vandaag fietst ie als een zonnetje.

Totdat ik bij het Joppe kom. Op precies dezelfde plek als vorige week krijg ik een lekke band. Zou er soms iemand spijkertjes strooien? Of punaises……. Heel langzaam loopt hij leeg. Eerst denk ik weer dat mijn fiets doormidden is gebroken, maar nee. Lek.

Ik bel de Grote Vriendelijke Reus. Die woont hier om de hoek. ‘Bel ik je wakker?’ antwoord ik op zijn gegrom. Ja dus. Hij is net als Heks enorm energiebeperkt. En net als ik knapt hij dus nogal eens een uiltje tussendoor. Op de meest gekke tijdstippen……

Even later vlieg ik hem om de hals. ‘Heel goed hoor, dat je me wakker belt. Anders zit ik vannacht om drie uur weer klaarwakker op de bank te koekeloeren!’ Herkenbaar!

VikThor spring als een dolle in het rond. Hoera! We zijn bij zijn grote vriend op bezoek! Hij krijgt een lekkertje, vindt een verdwaalde tennisbal en kruipt uiteindelijk naast zijn vriend op de bank. Zielstevreden.

De vouwfiets wordt op zijn kop midden in de kamer gezet, maar we gaan eerst maar eens een sapje drinken en lekker kletsen. Dat koor kan ik vanavond toch wel vergeten.

Nou ja, ik vind het niet zo erg. Ik had al geen zin. Bovendien brak vorige week de pleuris uit onder de alten. Een voormalige sopraan wierp de ene knuppel na de andere in dit hoenderhok. Een enorm gekakel was het gevolg. Gekrakeel in de pauze.

Heks had geen benul waar het allemaal over ging en dat alles wat ik zei ook nog eens tegen het zere been was van de overgelopen sopraan. Het is niet aan mij besteed, dit soort dingen. Maar helaas zat ik er wel helemaal middenin.

‘Volgende week is de boel vast weer gesust. Het komt me prima uit om eens een keertje over te slaan!’ vertel ik mijn reuzenvriend. Hij heeft ook jarenlang in een koor gezongen en is dan ook goed bekend met dit soort dynamiek. Laten we eerst die band maar eens repareren.

Op ons gemak gaan we op zoek naar het gaatje in de band. Het zit vlak bij twee andere plakkers. Mmmm. Misschien zit er een stuk glas in de buitenband. Of een kabouterspijkertje. Intensieve controle van de band levert echter niets op. Dus zetten we de geplakte binnenband er maar weer in.

‘Nou Heks, ik kan wel zien dat je vroeger veel geklust hebt,’ de GVR kijkt naar mijn zwarte handen, ‘En dan zeg je dat je geen kracht meer hebt in je handen. Jij moet vroeger echt heel sterk zijn geweest!’ Ja, dat is ook zo. Ik was in mijn jonge jaren een enorme kleerkast.

‘Fijn dat die plakkers tegenwoordig zo mooi vervloeien met de band. Vroeger had je alleen van die harde plakkers. Die rolden er soms direct weer af…..’ antwoord ik, terwijl ik de randen van het plakkertje goed aandruk. ‘Oh ja, die harde plakkers. Daar kreeg je gewoonweg een harde plakkerd van,’ verzucht de GVR ondeugend. We liggen dubbel.

‘Haha, een harde plakkerd. Mafkees,’ giebel ik, terwijl we de band weer oppompen. Het euvel lijkt verholpen. Ik kan op de fiets naar huis. Intussen is het alweer bijna half negen. Ik krijg een beetje trek, want ik heb nog niet gegeten.

Al kletsend, leuterkoekend, kakelend en giebelend begeven we ons naar de voordeur. Op de stoep raken we alsnog in een diep gesprek. Maar uiteindelijk stap ik dan toch op mijn bolide. Ik fiets nog een rondje om het golfveld en dan via de Broekweg weer naar de stad.

Halverwege dit polderpad breekt mijn fiets weer in tweeën. Potjandrie. Weer een lekke band. Moet ik alsnog dat hele end lopen. Sjokkend kachel ik het hele stuk terug naar de stad. Bah. En au. Alle spieren schieten in de knoop.

Na vijf minuten loop ik te schelden. Het geeft me de energie om door te lopen. Dus dat achterlijke advies om minder te schelden, zodat ik minder moe zou zijn onlangs van een of andere stomme hulpverlener slaat echt helemaal nergens op. Ik wist het al: Soms kikker ik juist op van wat vuilbekkerij!

Eenmaal in Huize Heks krijg ik een appje van de GVR. ‘Veilig weer thuis?’ Ik vertel hem van de deceptie: Weer een lekke band! ‘Daar krijg ik een zachte plakkerd van, Heks,’ reageert hij enorm ad rem. Zo beëindig ik deze dag toch met een gierende lach. Een zachte plakkerd. Je zult er maar last van hebben! Dat is me gelukkig bespaard gebleven tot nu toe.

Eenzaamheid van kosmische proporties schept ruimte voor nieuwe dingen. Een schizofreen is nooit alleen, maar leuk is anders. Heks wil liever twee hondjes zijn. Om samen te spelen. Gelukkig heeft ze er eentje. In haar eentje. En dat is dan weer pittig!

Een van de moeilijkste opdrachten in mijn leven is om met eenzaamheid om te gaan. Hele dagen alleen stuk slaan zonder zwaar depressief te worden is niet voor iedereen weggelegd. Met enige regelmaat lukt het me dan ook voor geen meter. Spring ik tegen de muren op met mijn sneue oververmoeide lijf. Wil ik een mens spreken. Een medemens. Snak ik naar contact.

Toch zit ik het vaak maar uit. De tijd dat ik uit pure ellende dan maar eindeloos naar allerlei gezanik van anderen zat te luisteren in de hoop dat er eens iemand naar mij zou luisteren is echt voorbij. Geen gemekker meer tegen mij. Ik zoek het niet meer op.

Maar ook: Zodra iemand begint te zeveren haak ik af. Soms tot verbijstering van de omstanders. Die zijn dat niet van me gewend. Heks wordt nog steeds anders ingeschat.

Zo zit er iemand bij me op het koor, die nog met enige regelmaat een poging doet tot een ouderwets aambei-gesprek. De kwalen en klachten vliegen dan plotseling om mijn oren. In een moordtempo raak ik bedolven onder ellendige kutverhalen. Het hele spectrum HPDP (Hier Pijn Daar Pijn) wordt doorgenomen.

In het verleden stond ik dan begrijpend te knikken. Met een meedogend hoofd. Nu wordt mijn blik wazig en kijk ik snel naar iets of iemand anders. Reageren doe ik in geen geval. Dat komt me namelijk te staan op een waterval aan nieuwe kwalen en de daarbijbehorende verhalen.

Zaterdagavond vliegt de stilte me aan. Ik heb er weer een hele moeizame dag opzitten en wil gewoon met iemand praten. Een medemens voelen. Het idee om weer een hele avond in m’n dooie uppie door te brengen doet me kokhalzen. De koelkast staat vol heerlijk eten, maar ik heb er geen trek in. Zonder gezelschap smaakt het nergens naar. Potjandrie.

De aartsengelen zijn op bezoek. Met enige regelmaat logeren ze hier. Dat is toch gezellig? Dan zit je toch niet alleen te koekeloeren?

Het helpt niks. Ik wil gewoon gezelschap van vlees en bloed. Een beetje in m’n eentje zitten ademhalen ben ik op een gegeven moment gewoon zat. Ik ben per slot van rekening geen kluizenaar. Ik woon niet in een grot onder de grond met een nooit geknipte vlecht van tien meter aan mijn verstilde kop. Ik wil midden in het leven staan, maar daar heeft ME een stokje voor gestoken.

Al lang geleden. Maar dat stokje staat nog steeds.

Wat me altijd blijft verbazen is hoe goed iedereen weet wat ik moet doen om beter te worden. In geval mijn ziekte dan toch eens ter sprake komt. Een zeldzaamheid. Ongevraagd krijg ik allerlei zinloos advies. En als ik het niet opvolg krijg ik ook nog te horen hoe stom dat van me is.

Een ander ding, waar ik nooit aan zal wennen is dat mensen gewoon niet doorhebben hoe eenzaam ik vaak ben. Hoe ik regelmatig dagenlang geen sterveling zie. Soms spreek ik maar een paar mensen per week. De doktersassistenten, de thuishulp en een paar hondeneigenaren in een park. Het maakt me gek.

Heks is van nature een mensenmens. Temidden van dierbaren voel ik me heerlijk. Van contact met anderen knap ik op. Zolang er niet wordt gezeurd althans……

Morgen heb ik een afspraak met de praktijkbegeleider van het Antroposofisch Therapeuticum. Ik heb me voorgenomen, dat er dingen moeten veranderen. Deze vergeten groente onderneemt stappen om te ontsnappen uit haar treurige schappen. Ik ben nog te jong om volledig achter de geraniums te verdwijnen.

Ik ga me weer wat meer onder de mensen begeven. Niet om weer eindeloos naar de ellende van Jan en Alleman te luisteren. Er is genoeg narigheid in de wereld, maar het hoeft niet altijd op mijn bord te worden gedeponeerd.

Ieder zijn meug, ik heb genoeg te verstouwen.

De schaal is helemaal leeggekieperd de afgelopen jaren. Er zijn zoveel blinde vlekken ziend geworden, er zijn zoveel mensen uit mijn leven verdwenen. Er zijn zoveel structuren in mezelf onomkeerbaar veranderd.

Ik ben ook eigenlijk wel benieuwd naar wat komen gaat. Er is ruimte aan het ontstaan voor nieuwe dingen. Een klankkast om vol te zingen. De deur van mijn hart staat nog altijd open. Ondanks alle woede en nijd van de laatste tijd. Ik raak het uiteindelijk wel kwijt.

Met enige regelmaat betrap ik mezelf op vergevingsgezinde gevoelens. Niet omdat ik per se wil vergeven, maar gewoon omdat de angel eruit is. Prematuur vergeven is me nogal eens op enorme woede komen te staan. Was ik daarmee toch weer over mijn eigen grens gegaan.

Vergeven doe je uiteindelijk voor jezelf. Waarom zou je alles in godsnaam achter je aan slepen? Waarom zou je mensen in je gedachten houden uitsluitend om hen te straffen? Het is zelfkwelling.

Mijn kennis over narcisten en hun trouwe trawanten ontslaat me van de verplichting wat dan ook met die hopeloze medemensen te doen. Met hen hoef ik echt niets. Behalve hen herkennen. En dan: Met een grote boog eromheen.

Ja, er is plaats in mijn leven voor nieuwe leuke dingen. Ik ga iets verzinnen. Let maar eens op!

Filosofe Karen Armstrong zet Heks aan het denken. Wat een leuke vrouw! En wat slaat ze verfrissende taal uit! Een heldere blik op de wereldreligies is bepaald geen luxe in deze tijd van hersenverweking. Je hoeft om die aandoening op te doen overigens niet eens te masturberen! Niet verder kijken dan je neus lang is volstaat!

Een paar weken geleden zie ik een intrigerend gesprek op televisie met de filosofe Karen Armstrong. Ik ben tegelijkertijd bezig met het schrijven van een blog, dus ik luister met een half oor. Ook gaat de bel of telefoon op een gegeven moment, waardoor ik de rest mis. Potjandrie. Ik wil het helemaal zien. Wie is die vrouw? En wat beweert ze allemaal?

 

Op haar achttiende gaat ze het klooster in. Ze leest een stuk voor over hoe ze zich toen voelde uit één van haar boeken. Haar hoge verwachtingen omtrent dit huwelijk met God. Haar enorme hang naar zuiverheid, puurheid en een hechte intieme relatie met haar goddelijke minnaar.

Dit herkent Heks. Ik heb op mijn zeventiende een lang weekend in een klooster doorgebracht met een goede vriend en vriendin. De vriend opende een verliefde klopjacht op Heks, maar ik deed er voornamelijk met de meest verheven en zuivere bedoelingen verwoed pogingen om serieus te bidden. Op mijn blote klutsknieën…..

Daarnaast liet Heks de monniken af en toe schrikken door voor de grap door de lange kloostergangen naar het toilet te slaapwandelen met een echte ouderwetse slaapmuts op mijn kop.

Je ziet al dat ik weinig aanleg had voor het kloosterleven. Celibataire monniken laten schrikken door voor de grap raar aangekleed met gesloten ogen en handen gestrekt vooruit midden in de nacht door die van vrouwelijk schoon gespeende kloostergangen rond te paraderen? In een zelf gefabriceerd wit kanten nachthemd met antieke slaapmuts?

Er zijn toch minder opvallende en spraakmakende manieren om naar de wc te gaan met je pyjama aan.

Zoals gezegd was ik destijds de onschuld zelve. Ik had geen idee wat mijn verschijning teweeg kon brengen. Ik was nog immer het lelijke eendje in mijn beleving. Ik wilde graag zuiver blijven in mijn relatie met god. Ik voelde me diep verbonden met het goddelijke, maar kon de religie niet vinden, die aansloot bij mijn beleving.

Hypocrisie en domheid zag ik genoeg in de kerk waartoe ik van huis uit behoorde. Ik hoefde daarvoor nauwelijks verder te kijken dan mijn heksenneus lang was.

Omdat ik het programma over Armstrong per se wil zien kijk ik het een week later in de herhaling. En weer word ik geraakt door haar heldere verhaal en verrassende invalshoek. Die vrouw denkt echt na. Ze weet ook gewoon veel.

Ik hoor haar niet de standaard geijkte lulkoek verkondigen rondom Islam, waar ik al bijna aan gewend ben. Ze weet zich ook nog prima te herinneren wat een gewelddadig klotevolkje de christenen door de eeuwen heen zijn geweest. Antisemitisme hebben de moslims van de christenen geleerd,’ beweert ze. Kijk, dan hebben we het ergens over.

Steek die hand in eigen boezem. Ken je eigen geschiedenis. De echte, niet degene, die je voor jezelf hebt verzonnen. Denk na voor de verandering.

Ze haalt Confucius aan. Uitgebreid. Zijn gouden regel: Kijk in je eigen hart naar datgene wat pijn veroorzaakt en doe datzelfde een ander niet aan! Het gaat om compassie met anderen. En heel belangrijk daaraan is dat die compassie niet louter je eigen groep betreft. Nee, het betreft iedereen.

Iedereen is je partner met andere woorden.

Ja, daar is ie weer, hetzelfde inzicht. Ik kom er steeds weer op uit. Maar ook het kijken in je eigen hart is belangrijk. Het is precies dat wat ik probeer te doen. De woede en pijn, het verdriet. Niet op anderen verhalen Heksje. Joy and pain are one, weet je nog wel?

On joy an sorrow, Kahlil Gibran  gaat eigenlijk over hetzelfde.

‘Reformatie,’ roept Armstrong, ‘Welke? Er zijn talloze reformaties geweest en ook nu zijn er volop veranderingen gaande. Er zullen er nog ontelbare komen, maar die bepaalde reformatie, die we de Reformatie noemen,  viel precies samen met de uitvinding van de boekdrukkunst….’

Ah, denk ik bij mezelf, vandaar het succes….. Die stellingen van Luther waren nooit zo wijdverbreid als men ze had moeten overschrijven op een stuk perkament met een veer. Een beetje ingekort door abbreviaturen. Om ze vervolgens naar oud gebruik te verluchtigen met helder gekleurde miniaturen!

‘Daarvoor konden mensen meestal niet lezen, er was een mondelinge traditie voor de overdracht van kennis. Vaak middels muziek. Bij ons in het klooster werden de bijbelteksten overgedragen door middel van chanten bijvoorbeeld. Je gebruikt daarbij het meer intuïtieve deel van je hersenen.’

‘Na de reformatie zie je dat mensen meer met het analytische deel van hun brein op de bijbel los gaan. Waardoor alles wat er in staat letterlijk wordt genomen. Alle informatie wordt gezien als feit. Het moet dan ook kloppen! Terwijl het eigenlijk poezië is!’

‘Ja, religie is poezië. Neem bijvoorbeeld de zin: Love is like a red, red rose. Als je die zin letterlijk neemt kom je niet veel verder. Het is dan ook een metafoor. Metaforen zijn zo belangrijk voor de zingeving in religie…..’

Het geloof van deze vrouw is ook niet meer wat het geweest is. Haar oude godsbeeld hanteert ze niet meer. Ik hoor haar niet praten over god de vader. Toch is religie nog steeds heel belangrijk in haar leven.

Tegenwoordig wordt deze vrouw vaak gevraagd om lezingen te geven. Haar heldere blik op de wereldreligies en de verstrengeling met extremistische standpunten zouden gemeengoed moeten worden. Ze zegt iets wat Heks al jaren weet: Het Grgrchristendom is eindeloos agressiever geweest door de jaren heen dan de Islam.

Ik voel me opgetild door te luisteren naar deze vrouw. Ook weet ik weer waarvoor ik dit doe, dit prachtige en ook stomme leven leven! En bij tijd en wijle uitzitten. Omdat ik de pijn en frustratie in mijn hart wil leren kennen en niet wil verhalen op anderen.

Dat laatste vind ik moeilijk hoor. Ik heb met enige regelmaat sterk de behoefte om ook eens een kledder uit te delen. Meer dan vroeger. Toen ik nog geloofde in de fundamentele goedheid van de mens. Toen ‘mijn’ narcisten nog niet ontmaskerd waren en ik gewoon nog wat beter mijn best moest doen. In mijn verwrongen optiek.

Het is een lange weg. ‘Niet verbitterd raken, Heks,’ krijg ik te horen van iemand die me zeer dierbaar is, ‘Soms lees ik dat tussen de regels door op je blog.’

Eerst de woede, iets op je lever hebben. Dan bitter als gal de woorden uitspuwen. Je gal spuwen. Je ontkomt er gewoon niet aan. Tenzij je het binnen houdt, tenzij je zelf zwartgallig wilt eindigen.

Toch is het de enige weg, die gouden regel. En als je goed oplet zie je die regel in elke spirituele traditie opduiken. Ik ben dus toch op de goede weg. Soms twijfel ik. Dan wil ik een gewone gezonde theemuts zijn, die nergens over nadenkt.

Dan wil ik een gemakkelijk saai simpel slaapleven met ongecompliceerde doorsnee vrienden, een eenvoudige piepkleine familie, die hier de deur plat loopt en een gezellige overjarige uitgedoofde echtgenoot die totaal geen tegengas geeft.

Vroeger deden we niet zo moeilijk over het geslacht van het goddelijke: God als man en vrouw, als vader en moeder: Teksten uit de bijbel hierover!

 

Islam vanuit Indiase soefitraditie: ‘De islam is de beste manier om tot God te komen’ INTERVIEW met Nuweira Youskine (34), journaliste en islamologe.

En ook:

Een krachtige vrouw naar Gods hart met maar liefst 7 eigenschappen vanuit de EO visie, niet te verwarren met zo’n verfoeide feministe……

De sterke vrouw is in alle opzichten krachtiger dan de feminist.

Als de feminist schreeuwt: “GELIJKHEID”, dan fluistert de sterke vrouw: “Eenheid”.

Als de feminist zegt: “Ik ben vrouw!” dan zegt de sterke vrouw: “Ik ben vrouw en dit is mijn Jezus.”

Als de feminist roept “Weg met de man!”, zegt de krachtige vrouw stimulerend: “Zoon, kniel maar neer voor God.”

Op wie lijk jij?
Soms is het goed om even herinnerd te worden aan wat het is om een vrouw van God te zijn.

 

Maar toch, alle sterke vrouwen ten spijt:

Gods ideale minnaar is toch een man……. en wel Antoine Bodar, kunsthistoricus, voorheen televisiemaker en thans priester te Amsterdam.