Lalalalalala, Mien waar is mijn feestneus? Ja, een reisje langs de RijnRijnRijn, Cantabilee-hee lalielalielalielalielalielalielaliela, pompompom. Gaat het wel goed met je, Heks? Jazeker. Nieuw muzikaal hoogtepunt voor jarig Ex Animo en Swift: Het enige echte Leidse Zangfietspad is geopend!

Vrijdagmorgen mis ik mijn prikken. Ik krijg mezelf niet op tijd gereanimeerd om acte de présence te geven bij de doktersassistenten. Nu heb ik de afgelopen maanden bijna alle afspraken gemist wegens opstartproblemen vroeg in de morgen. De dames begonnen zich al ernstig zorgen te maken, want waar zit mevrouw Toverheks toch?

Ik bel de afspraak af. Dat wordt enorme gewaardeerd is me verteld. Dat afbellen. Niet speciaal het feit, dat ze verschoond blijven van het tegen mijn slaperig smoelwerk aankijken……

Net als ik denk, dat het een lekkere rustige start gaat worden piest Snuitje in mijn bed. Sinds ze het aan haar niertjes heeft is dit aan de orde van de dag. Heks heeft speciale geplastificeerde picknickkleden over haar bed uitgespreid. Meestal voorkomt dit verdere problemen.

Niet vandaag. Pontificaal heeft mijn pissebedje precies naast het beschermende kleed gepiest. Scheldend begin ik aan een enorme berg was. Stapels wasgoed. Lakens, dekbedden, matrashoezen……. De wasmachine eet alles gulzig op.

Wat een geluk dat ik zo’n machine heb. Dat we niet meer op de hand aan een stinkende gracht op blote knietjes hoeven te boenen. Met een wasbord. Dat is een ouderwets gebruiksvoorwerp, niet een afgetrainde buikpartij. Dit voor eventuele jonge lezers….

Op de televisie is een dominee aan het woord in ‘Het Vermoeden‘. Het is zondagmorgen. De man vertelt over de betekenis van de naam Abel. ‘Nietigheid, zuchtje wind, kwetsbaarheid.’ En laat God zich nu net over die mensen druk maken, beweert de man. En laat Kaïn dat nu niet kunnen uitstaan. Hij wil die aandacht graag alleen voor zichzelf. Hij slaat zijn broer dood.

Het is een interessante kerel, die dominee, Carel ter Linden. Stokoud. Jong van geest ook. Hij zegt geweldige dingen. Zo helder als glas.

‘Mijn ouders, mijn gestoven vrouw, ze zijn in mij,’ hij zegt precies dezelfde dingen als Thich Nhat Hanh over de dood.

Mooi begin van de dag toch weer. God houdt van kneusjes. Heks boft hier echt enorm mee. Helaas ken ik ook het fenomeen jaloezie. Tot mijn verbijstering zijn de meest succesvolle, rijke, met nazaten gezegende, dik in de spullen zittende en anderszins spekkopende medemensen met enige regelmaat stikjaloers op Heks geweest.

Waarop is me echt een raadsel, maar het is de enige verklaring voor het absurde gedrag van dat pootje lichtende volkje. Maar ik ben nooit dood geslagen. Iemand heeft wel eens halfslachtige pogingen gedaan, dat wel. Ook ben ik regelmatig monddood gemaakt, helaas. Maar daar heb je dan dit soort blogs voor.

Soms vind ik het jammer, dat het niet louter wildvreemden zijn, die het lezen. Ik ben met enige regelmaat op de vingers getikt over de inhoud van mijn schrijfsels door lieden, die vinden dat ik gewoon mijn bek moet houden. ‘Heks in je hok.’

Mijn hulp arriveert vlak nadat ik een smoothie door de keuken heb gelanceerd. Mijn voornemen  ‘Laat ik eens een lekker opbouwend en gezond fruithapje maken voor mezelf’ heeft volstrekt averechts uitgepakt.

Heks tikt met haar ongeleide wapper-armen een glazen potje met medicijnen uit haar keukenkastje. Het geval landt precies op de rand van het Hoegaardenglas vol plakkerige fruitprut.

De boel explodeert. Het glas versplintert in duizend stukjes en vliegt door de hele keuken. De smoothie wordt gelanceerd tot in mijn bestekla. De klodders vliegen om mijn oren. Kleffe glassplinters landen in een spoelbak vol afwas…… Snel dep ik de ergste troep met keukenpapier.

Nu moet ik echt benen maken, want om half twee moet ik de deur uit. We gaan optreden met het koor. We krijgen een fietspad aangeboden, samen met de jubilerende wielerclub Swift.

Gelukkig is het prachtig weer. Niet te warm. Ik neem VikThor mee. Hij draaft opgewekt het hele stuk naar Cronesteyn naast de fiets. Natuurlijk ben ik aan de late kant. Niet dat het al begonnen is, maar er wordt verwoed ingezongen.

Het komt me op de zoveelste zure opmerking te staan van een sopraan. Heks is echter al lang blij, dat ze het weer heeft gered vandaag. Ik ben compleet achterstevoren begonnen vanmorgen…..

Een stoere wethouder in bloemenjurk houdt een vlammend betoog en vervolgens wordt het bord onthuld. ‘Zangfietspad, hier mag je officieel (mee)zingen op de fiets. Geen vreemde pauzes meer in je liedje, omdat er iemand langsfietst.’ 

Zingend fietsen we het hele pad af, de leden van Swift en Ex animo. ‘ja, we rijden op het zangfietspad…….’ op de wijs van ‘Ja, een reisje lang de Rijn Rijn Rijn…..’

Aan de andere kant staat nog een verkeersbord. Ook dit wordt onder luid applaus onthuld. Het pad is officieel geopend!

Swift is echt exact vandaag jarig. We worden uitgenodigd in hun fantastische clubgebouw. ‘Wat een geweldig clubhuis, dat willen wij ook wel voor ons koor,’ grappen we onderling. Heks krijgt zin om lid te worden van deze sportieve vereniging.

Een vrouw van de organisatie houdt een vlammend betoog over de mogelijkheden voor mensen met een beperking. Swift houdt ook van kneusjes, net als God. Er worden allerlei initiatieven voor hen ontplooid binnen hun mogelijkheden. Het duizelt me werkelijk, zoveel aanbod.

Helaas vraagt elk initiatief toch om het investeren van een zekere hoeveelheid energie. Die ik niet heb. Ik wurm me dus uit het gesprek en ga er vandoor. Ik ben meer op mijn plek in het koor. Maar het kriebelt nog steeds, mijn verlangen om te sporten.

Wat een leuke middag toch weer. Wat hebben we toch een geweldig koor. Heks peddelt op haar gemak naar huis. VikThor springt in de eerste beste vaart. Ik laat hem nog eventjes lekker zwemmen. Op weg naar huis sprokkel ik een maaltje bij elkaar. Nog een paar uur met de dame van Cuprum vervelende klusjes doen en dan zit de week er eindelijk op…..

 

Bach is niet dood! Hij leeft. In dit lichaam! Ex Animo! Ik zing me een hoedje! Of twee! Dat is beter dan schrikken. Of je verslikken: Koorrepetitie met franje.

Vanavond staan we weer lekker in te zingen met mijn koor. Ik ben op het nippertje naar binnen geschoven. Als we klaar zijn komt één van mijn maatjes naar me toe. ‘Ik heb ze meegebracht, Heks, hier voor jou!’ Ze overhandigt me een plastic zak. Er zitten twee prachtige hoedjes in!

‘Ik heb mijn kast opgeruimd en vond twee oude hoeden, iets voor jou? Ik heb ze nog gedragen op de bruiloft van mijn vriendin, 40 jaar geleden!’ vroeg ze me vorige week. ‘Natuurlijk, kom maar op met die eierdopjes!’ Heks hoeft er niet over na te denken. En nu is het dan zo ver: Nieuwsgierig gluur ik in de zak.

Oh, wat mooi! Een roze flaphoed en een prachtig rieten hoofddeksel! Heks is verguld. Snel zet ik er eentje op mijn kop. Ik kan bijna niet kiezen, ik wil ze allebei op!

 

Maar dat kan niet. We gaan direct beginnen met het openingskoor uit de Matthäus Passion. Vol overgave blèr ik mee. De hoedjes zitten in mijn kop in plaats van er op. Ze gooien vrolijke fratsen door mijn gedachtengoed. Mijn innerlijke wereldburger vat moed. En buiten dat: Ze staan me goed! Denk ik. Ik moet nog tot de pauze wachten voordat ik dat kan verifiëren…..

Mijn andere zangmaatje is jarig. We zingen haar toe uit volle borst. Verlegen zit ze te glimmen. Niets zo leuk als toegezongen worden door Ex Animo ter ere van je verjaardag!

In de pauze eten we kersenbonbons. Ik zoen mijn zangmaatje op beide wangen en geef haar een lekker verwencadeautje. De andere dames aan tafel besnuffelen het geschenk van voor naar achter. ‘Het is fair trade!’ roept de ene. ‘Wat is het eigenlijk?’ vraagt een ander. ‘Ik heb wel eens zoiets gezien,’ zegt een derde. Het is geurig magisch toverschuim. Voor onder de douche.

Ook mijn nieuw verworven hoedjes worden grondig geïnspecteerd en uitbundig bewonderd. ‘Ik heb ook nog een paar prachtige exemplaren in de kast liggen. Van vijftig jaar geleden,’ zegt een sopraan. Even bekruipt me een gevoel van euforie: Gaat ze vragen of ik die soms ook zou willen hebben? Misschien heb ik wel een enorme antieke hoedenbron aangeboord hier bij mijn koor!

Maar nee, ze vertelt met glinsterende ogen over haar schatten en wanneer ze ze heeft gedragen. Want hoedjes draag je niet zomaar. Behalve als je Heks heet. Vroeger was het wel veel gangbaarder voor dames om een hoed op hun kop te zetten. ‘Met een paar glacés en een bijpassende tas!’

We knikken en lachen. Ja, die goeie ouwe tijd. ‘Ik heb nog een paar prachtige hoeden van mijn moeder. Zij droeg ze ook, net als ik. Ze stonden haar prachtig!’

Vanavond zingen we een groot deel van de Matthäus. We beginnen vooraan en komen een behoorlijk end. Ik ben niet goed bij stem, dus ik knerp de hoge d er met moeite uit. Mijn maatjes schieten in de lach. Maar de rest gaat prima. Na een tijdje is mijn stem opgewarmd. Mijn hoofd staat goed door al dat gehoed. En mijn hart zingt sowieso vanavond.

Terwijl we bezig zijn kijk ik rond. Al die mensen, zo verschillend. Met sommigen zou ik normaal gesproken nooit zo lang in één ruimte verkeren. Ik zie al die monden open gaan. Geluid geven. Zingen. Ik zie gezichten bewegen rond woorden en klanken. Emoties trekken als wolkenflarden over iemands gelaat. Hier en daar. Een ander tuurt verwoed in zijn partituur. Ik zie een gezamenlijk doel. Inzet. Betrokkenheid.

Als Koos, onze supertenor, ‘Ich will bei meinen jesu wachen’ zingt en wij antwoorden met ‘So schlafen unsre Sünden ein’ bekruipt mij zo’n overweldigend gevoel van ontroering. Wat kan die man prachtig zingen. Hij is gewoon koorlid, maar gezegend met een fabeltastische stem.

Onze kleine dirigent zwaait zijn baton met flair. We zijn één zingend lichaam, mijn koor: Ex Animo. Bach is niet dood! Hij leeft. In dit lichaam!

Bach hield het bij een puike pruik……

 

Ja, hoera! Vanavond rappen we de spreekkoren uit de Matthäus Passion van Bach. Altijd een feestje, repeteren met mijn oratoriumkoor. In de pauze krijgt Heks welverdiende complimenten van haar medezangers. Lekker hoor.

Zoals elke week ga ik natuurlijk weer een avond repeteren met mijn koor. Ik trek mijn nieuwe rode jurk aan met een paar geweldige cowboylaarzen. Gedecoreerd met speelkaarten. Tarot! Echt iets voor een toverkol! Een hoedje, vest en knalrode sjaal completeren mijn look. Stylen kun je wel aan Heks overlaten. De andere alten kijken zoals gewoonlijk weer hun ogen uit.

‘Leuk hoedje, Heks!’ ‘Staat je goed!’ ‘Ik vind je sjaal zo prachtig, zelf gebreid?’ Uitgebreid wordt mijn outfit besproken in de pauze. ‘Mooie ketting, die staat er geweldig bij!’ Het is inderdaad een prachtig sierraad, onlangs cadeau gekregen van een hele lieve man!

Vanavond repeteren we de spreekkoren, die geweldige hiphopachtige elementen in de Matthäus-Passion. Wat is het toch een fantastisch muziekstuk. Bij een bepaald zinnetje zegt de dirigent: ‘Kijk, hier staat allegro. Het is de enige tempoaanduiding in de hele Matthäus. Bach heeft daar ongewijfeld een bedoeling mee gehad: Het moet licht blijven, maar de tekst doet je neigen naar zwaar…’

Zo leer ik altijd wel weer iets bij over deze intrigerende passie.

Jaren geleden ben ik naar een lezing geweest van Kees van Houten over de Kruisvorm in Matthäus-Passion. Hoe het gedeelte voor de pauze de horizontale balk vormt en het gedeelte na de pauze de verticale. Het verklaart direct ook waarom de pauze in dit stuk tegen alle traditie in zo idioot vroeg ligt…….

Het eerste stuk na de pauze is heel ‘hoog’ gecomponeerd, het laatste juist zeer laag. Dan zitten we naast het graf. Op de barre grond.

Daar waar de balken elkaar kruisen, precies op die plek, wordt het ‘Erbarme dich’ gezongen. Het hart van de Matthäus Passion. De aria, die volgt op het verraad van Petrus. Het lied over de feilbare mens: ‘Heer ontferm U!’ Deze aria heeft ongeveer deze hele ellendige winter in mijn hoofd gezeten. Het is een heel droevig lied van ongekende schoonheid……

Erbarme dich,

Heb medelijden,

Mein Gott,

Mijn God,

Um meiner Zähren willen !

Omwille van mijn tranen.

Schaue hier,

Zie toch,

Herz und Auge weint vor dir

Hart en ogen wenen

Bitterlich.

Bitter om U

 

‘Goh,’ dacht ik na die lezing, ‘En hoe zit dat dan met de Johannus Passion? Want als Bach zoiets voor de ene passie verzon, dan zal het ongetwijfeld ook terug te vinden zijn in die andere werken van zijn hand.’

Maar goed, wij zijn nu eenmaal een Matthäuslandje. Dus ook onze onderzoekers blijven gefixeerd op dit speciale stuk. Heks vindt het best. Al had Bach nooit iets anders geschreven dan alleen dit stuk, dan kon ik er nog een heel leven mee toe!

Later lees ik dat Kees van Houten deze twee passies van Bach naast elkaar heeft gelegd. Ook daar geeft hij nu lezingen over…..

De gehele avond ploeteren we op de spreekkoren. De bassen hebben een virtuoze partij met ‘Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden’. Alleen loopt het nog niet erg.

‘Ik laat jullie eerst wat stemoefeningen doen, voor de soepelheid.’ Onze dirigent Wim de Ru weet altijd precies hoe hij het beste uit zijn zangers kan halen. ‘Hahaha, huhuhu, uhuhuhuh’ zingen de bassen. Wij alten zitten hen uit te lachen. Het klinkt zo grappig!

‘Jaja, lach maar,’ roept Wim, ‘Dat vinden jullie wel leuk hè, als de bassen foutjes maken…’

Wat is het toch heerlijk, zo’n avondje zingen. Op de heenweg zat ik scheldend in de auto. Ik heb last van een kort lontje, dus als automobilisten als een slak door de stad kruipen in hun bolide erger ik me kapot. ‘Laat me erlangs, rijd nu eens door,’ foeter ik tussen mijn tanden. Op de terugweg zing ik het hoogste lied. Steevast!

In de garderobe op weg naar buiten spreek ik een sopraan, die ook in ‘de Schola’ zingt. ‘Ik wist wel dat je niet zou komen,’ lacht ze me toe, ‘Gewoon een voorgevoel. Maar je mist wel iets hoor, Heks.’

Ze heeft me enthousiast gemaakt om mee te zingen in een passie, ws. het Christus Oratorium, van Liszt. Vorige week zou ik eigenlijk een avondje op proef gaan, maar ik lag natuurlijk weer eens om. De slimmerd laat me nu geloven, dat ze overtuigd is, dat ik het toch niet ga doen. Zodoende ben ik er natuurlijk op gebrand het tegendeel te bewijzen.

Kijk, zo gaat dat met ons mensen. Juist als je overtuigd bent, dat iemand het niet in zich heeft om iets bepaalds te bewerkstelligen, kom je nog voor verrassingen te staan. Verwachtingen worden zelden waargemaakt. Maar goddank is het leven wel wonderbaarlijk!