‘Rustig aan, dan breekt het lijntje niet’ is niks voor VikThor. Als ik hij de kans krijgt sleurt hij me aan diezelfde lijn dwars door de steeg naar het eerste beste stuk groen, waar hij eens lekker tekeer kan gaan. Die kans krijgt hij niet. Dan maar een bench slopen. Ja, je moet toch wat!

Na twee ellendige dagen binnenshuis met een hondsberoerd hondje besluit ik eventjes alleen op stap te gaan. Ik ga op yogamatjes uit. Ze zijn in de aanbieding bij een drogisterijketen. Voor 4 euro heb je er al eentje.

Heks heeft al twee exemplaren in huis. De ene is van superieure kwaliteit, de ander van de Flying Tiger. Beide matjes zijn uitermate geschikt als tijdelijke bedekking van mijn gladde houten vloer. ‘Geen gladde vloeren!’ staat er met koeienletters in het begeleidend schrijven van de dierenkliniek. Ik krijg een hele stapel tips en aanbevelingen mee. En een paar absolute no go’s……

De eerste Trekpleister heeft nog maar 1 matje. Ik ben er al blij mee, maar wat meer exemplaren is in de gegeven omstandigheden geen luxe. ‘Ik bel wel eventjes met Zuid West. Als ze er nog hebben laat ik ze voor u apart leggen….’ De medewerkster is allerliefst. Een engeltje.

De tweede Trekpleister heeft nog een stuk of drie matjes voor me. Ik wil meer. ‘Ga naar de Action, die hebben die dingen altijd in hun assortiment,’ alweer een schat van een medewerkster raadt me dit aan, ‘Het is hier pal naast!’

Met een tas vol matten stap ik weer op de fiets. Ik ben op een steenworp afstand van het huis van Steenvrouw beland. Ik besluit eventjes op de koffie te gaan. Terwijl ik erheen peddel kom ik langs het bosje, waar zo’n dikke vijftig jaar geleden een ouderwetse spiernaakte exibitionist uit te voorschijn sprong.

Wat gek dat ik daar nu aan denk. Zal wel door de EMDR komen, die de laatste maand op me wordt losgelaten. Allerlei hokjes in mijn koppige geheugenpaleis ploppen open. Weggepoetste herinneringen zijn terug van weggeweest. Er komen zowaar ook leuke herinneringen bovendrijven.

Zoals de keer, dat mijn vader naar eigen zeggen met Zwarte Piet had gesproken. Hij zat net bovenop ons dak. Zo zwart als roet toen nog. Niks Veeg-Piet. Of Stroopwafel-Piet. Het zwart van de Grote Meesters in de Gouden Eeuw! Een in en in gitzwart dat je nergens ter wereld als natuurlijke menselijke huidkleur zal aantreffen.

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Net zo min als er spierwitte mensen bestaan. We roepen wel melkfles tegen bleke types, maar zet er eens een melkfles naast. Maar goed. Die exhibitionist was ook spierwit overigens. En spiernaakt. En groot. Uit de kluiten gewassen. Behalve zijn gezwollen geslachtsdeel. Dat had meer weg van een Bifi worstje.

‘Heksje, je mag nog gewoon een jaartje duimen van Piet,’ aldus mijn vader. Heks had net op de kleuterschool een ellendige preek over dit onderwerp over zich heengekeken van een mij wildvreemde Sint. Later op de lagere school was het mijn eigen opa. Die zei niet zulke rare dingen. Daar zat ik graag bij op schoot.

Even later schuif ik aan de gezellige keukentafel van Steenvrouw. Ze is blij verrast met mijn onverwachte bezoekje. Haar andere gast ook. De beste vriend van haar ex. Nu een hele beste vriend van haar. En niet meer van de ex. ‘Wat leuk je weer te zien, hoe lang is dat wel niet geleden?’ roepen we tegen elkaar.

Niet veel later ben ik alweer op weg naar huis. Ik wil mijn ventje niet te lang alleen laten. Hij ligt dan wel in de bench met zijn lampenkap op zijn kop. Wat kan er gebeuren? Maar hij is nog zo zielig. En sneu.

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Het is maar goed, dat ik niet lang ben weggebleven. Mijn viervoetige vriend staat klam en ellendig van de stress met zijn kop door de deur van de bench gestoken amechtig te hijgen. Eerst snap ik helemaal niet wat er aan de hand is. Wel zie ik bloed. En een losse kap…..

VikThor heeft in dat uurtje de deur uit de bench gesloopt. Vraag me niet hoe, het is draadstaal. Maar feit is, dat hij er al 1 van de 2 sloten uit heeft gewerkt. Daarbij is hij wel zelf in de resterend stukken metaal klem komen te zitten. Er prikken restanten draadstaal in zijn nek. Hij heeft zichzelf als het ware vastgespiest. Het arme beest kan geen kant op…..

Een geluk bij een ongeluk. Liever een paar bloederige gaten in zijn nek, dat een gelikte  aanval op zijn wond……

Omzichtig peuter ik mijn schatje weer los. Een gigantisch karwei, want hij zit helemaal klem. Hijgend en puffend ligt hij uiteindelijk op de nieuwe yogamatjes. Ik knuffel hem een hele tijd. Als hij weer gekalmeerd is besluit ik hem een klein wandelrondje te geven. Daar knapt hij vast van op….

©Toverheks,com

©Toverheks,com

Jazeker knapt hij daarvan op. We begeven ons naar het pleintje hier om de hoek. Enthousiast snuffelt hij in de rondte. Heks hoopt stiekem, dat hij een poepie zal gaan doen, maar helaas heeft hij daar geen oren naar.

We lopen langs een hoop oude bladeren. Vik duikt er opgewektste met zijn neus in. Dan neemt hij plotseling bijna een flinke sprong richting een muurtje van 70 centimeter hoog. Gelukkig loopt hij aan de lijn: Ik kan op het nippertje voorkomen, dat hij met zijn net geopereerde poot een doodsmak gaat maken. Wat een gek!

‘Hou toch eens op idioot!’ schreeuw ik woest, ‘Voel jij je wel helemaal lekker, achterlijke teringlijer,’ doe ik er nog een schepje bovenop. ‘Nou, nou,’ krijg ik direct commentaar van een deftige dame, die aan de arm van haar man net voorbij paradeert, ‘Wat zielig bladiebla….’

‘Weet je voor wie het zielig is?’ bijt ik venijnig terug, ‘Voor mij! Ik sjouw me gek met die hond, trap op, trap af. Ik crepeer intussen van de pijn. Hij moet zich volstrekt koest houden En dan doet hij zoiets…..’

‘VikThor kan die rekening van de dierenarts niet lezen,’ grapt de Don, als ik hem later aan de telefoon heb. Hij probeert me gerust te stellen. Heks is bang, dat VikThor met zijn fratsen de operatie teniet heeft gedaan. Ik ben met stoom uit mijn oren weer thuisgekomen, maar ik ben vooral heel bezorgd.

‘Ik moet mijn ventje tegen zichzelf beschermen, dat is me nu wel duidelijk. Ik neem hem wel mee in de auto, als ik weer eens weg moet voor iets,’ Heks is weer een beetje gekalmeerd.

Ik ben gewoon doodmoe. En dan krijg ik een erg kort lontje. Het is een hele klus zo’n gewond hondje verzorgen in je eentje. Ik heb natuurlijk ook nog een heleboel katten hier rondlopen. Met name Snuitje vraagt veel verzorging. En elke avond een lekker tartaartje…

Die avond liggen we allemaal vroeg in bed. Rust, rust en nog eens rust. Dat moet het gaan doen. Niet alleen voor VikThor, maar ook voor zijn Vrouwtje!

Oh, wie lieblich! Onze uitvoering van de Jahreszeiten is een groot succes! Het publiek is razend enthousiast. Volgens mijn uiterst kritische zangmaatje had het beter gekund, maar Heks is zeer tevreden: Van tevoren krijg ik precies op het juiste moment een lekkere adrenaline-stoot, ik heb het concert uitgezongen zonder mijn stem kwijt te raken en overleefd met relatief weinig schade!

Vrijdagavond om een uurtje of twaalf staan de aartsengelen voor de deur. Ze komen een paar dagen logeren. Ik ben een kwartiertje eerder langs hen neen gestoven mijn huis in. Met stoom uit mijn oren en vuur in mijn hart. De stoom is ontstaan na een kleine ontploffing in mijn berging.

Daar hangt een boze buurman plotseling stomme briefje op: Mijn fiets mag niet voor de muur van zijn berging staan. Hij schrijft deur, maar daar sta ik nooit. Dus blijkbaar is dat hele stuk gang voor zijn berging opeens van hem. Inclusief de lucht. Een geheel nieuwe vorm van landjepik.

Bovendien eentje die ik niet begrijp. Schiet me maar lek. Wat mankeert die man? Zijn fiets staat al sinds jaar en dag in de buurt van mijn berging! Ik struikel er met enige regelmaat over.

Maar goed. Gooi het over je schouder, Heks. Hij heeft blijkbaar niks beters te doen. Of het is een narcist op zoek naar een zondebok. En een stok om die hond te slaan! Toe maar. Bizar.

Mijn hart gloeit nog na van ons prachtige concert! Vanavond hebben we de sterren van de hemel gezongen in de aloude Pieterskerk. En het ging goed! Op wat minimaal gebroddel van de alten na, maar dat was niet te horen heb ik me laten vertellen. Dat is het voordeel van zo’n enorm koor. Kun je je nog eens een foutje permitteren!

’s Middags nemen we het hele stuk door met orkest en solisten. Ruim drieënhalf uur zitten we op het podium onze longen uit ons lijf te zingen om de puntjes op de i te zetten. ‘We slaan het Jagerskoor en het Wijnkoor over. Daar is geen tijd voor,’ onze dirigent ploetert onverstoorbaar door, ook al gaat er opeens van alles mis.

‘Het is de eerste keer dat we met orkest en solisten in deze geheel andere ruimte repeteren. Dan gaat er altijd wel iets niet helemaal goed. Vanavond is dat vast een ander verhaal. Dan wil ik geen serieuze gezichten meer zien, koor! Het publiek moet zien hoezeer jullie je verheugen op de jacht en de wijn!’

Achter me hoor ik een alt angstig piepen dat het toch wel heel erg uien was vanmiddag. Heks maakt zich niet te sappel. Met Wim de Ru als dirigent komt het uiteindelijk altijd goed. Die man weet gewoon wat hij doet. Ikzelf heb vanmiddag echt mijn krachten gespaard. Op aanraden van diezelfde dirigent. Vanavond gaan we knallen!

Om half acht kom ik met stoom uit mijn oren aan in de Pieterskerk. Een bijzonder achterlijk briefje van de boze buurman boven mijn nietsvermoedende fiets heeft de adrenalinestroom lekker op gang gebracht. Perfect. Had ik net nodig!

Eerst gaan we inzingen. Vervolgens stellen we ons aan weerszijden van de kerk op in nauwkeurig genummerde rijen. In ganzenpas lopen we naar onze zitplaatsen. Ik speur door de kerk naar mijn vrienden Fiedeltje en Co. Ze blijken achter een blokhoofd en een afrokapsel te zitten hoor ik in de pauze. ‘We kunnen je net zien, Heks. Wat is het overigens prachtig!’

Ja, de reacties zijn bijzonder enthousiast. Dat geeft de burger moed. Na de pauze doen we er nog een schepje bovenop. Vol overgave storten we ons op de jacht en de wijn!

Tijdens de instrumentale gedeeltes en de aria’s kijk ik eens goed om me heen. Oh, wat zit het orkest geweldig te spelen. Was het tijdens de repetities nog rommelig en te hard: Nu missen ze geen perfect geplaatst nootje. Als een geoliede machine glijden ze door de partituur. Gepassioneerd. Niet te geloven dat het allemaal amateurs zijn!

Als ze dat over ons koor ook denken hebben we het erg goed gedaan. ‘Ik ben niet tevreden,’ mijn zangmaatje Anna is heel erg kritisch naar eigen zeggen. Volgens haar kon het echt beter. ‘We zouden het eigenlijk volgende week nog eens moeten zingen, dan zou het perfect gaan!’

Het is zo. We voeren onze concerten altijd maar 1 keertje uit. We leven er anderhalf jaar naartoe, bergen worden verzet, het kost kapitalen: En dan is het na een paar uur alweer voorbij.

‘Gelukkig zingen we ook de Mattheus, Heks. Die kennen we nu wel zo ongeveer van buiten….’ troost Anna zichzelf voor al die moeite voor een enkel concert, waar hier en daar nog wat foutjes in zitten bovendien.

Heks heeft al die overwegingen niet. Ik geniet geweldig tijdens het concert. Ook al zing ik ergens een loopje, waar geen loopje gezongen hoort te worden. Merkwaardig hoe snel je dan geen volume meer geeft, zodra je het in de gaten hebt. Vrijwel direct dus. Een koor is echt een geheel. De onvolmaaktheden van de delen worden erdoor opgeslokt.

Ik ben blij dat het er opzit. Nu is het zaak met zo min mogelijk schade weer te herstellen. Tijdens de generale heb ik gezeten en tijdens de uitvoering heb ik er zorgvuldig voor gezorgd mijn armen los langs mijn lijf te laten hangen tijdens het zingen. Ontspannen.

Ik wil niet opnieuw een hele rare elleboog overhouden aan een uitvoering. Mijn rechterarm is nog steeds helemaal naar de kloten door de manier waarop ik bladzijden heb omgeslagen tijdens een Verdi concert afgelopen zomer. De daarvoor verantwoordelijke arme arm is sindsdien buiten gebruik. Op een halfzacht gegeven slap handje na af en toe.

Na het concert drink ik een glaasje met mijn vrienden. Even later zit ik thuis. Zoals altijd na zo’n avond begint het orkest het hele stuk van voor naar achter in mijn kop te spelen. Er lijkt een vrij accurate opnamestudio in mijn hersenpan te zitten. Ik heb dit concert nu twee keer gehoord met solisten en orkest en krijg een full blown uitvoering voor de vermoeide kiezen.

Zo stuiter ik nog uren op de adrenaline. Totdat ik ongeveer omval.

De aartsengelen zijn intussen gearriveerd. ‘Sorry engelen, ik ben vergeten witte bloemen te halen. Jullie moeten het eventjes met die prachtige rode rozen doen, die ik van mijn vrienden heb gekregen. En mijn wensen staan ook nog niet op papier. Ik zal ze jullie influisteren….’

Een wens voor mezelf. Eentje voor mijn familie. En dan nog eentje voor Moeder Aarde…..

Mijn wens onze Grote Goddelijke Moeder is dat dit prachtige concert van Haydn zal zingen in de harten van alle mensen vanavond. Een resonantie van deze fenomenale lofzang op de schepping over de gehele wereld. In de harten en zielen van alles was lebet und schwebet!

Unsre Stimmen hoch!

Een bijzonder mooie uitvoering van de Jahreszeiten!