Is de Wet van Murphy in werking als ik zondagnacht noodgedwongen de hulp van mijn beste vrienden inschakel? We schelden vaak op deze medemensen, vooral als ze ons op de bon slingeren, maar Heks is blij dat er politie is! Vooral in het holst van de nacht. Tijdens het spookuurtje. Als ik mijn huis niet in kan…….

Zondagmorgen vliegt Heks op haar ouwe trouwe bezemsteel naar de hoofdstad. Uit alle windstreken komen mijn zusters aangesneld. Sommigen met openbaar vervoer, anderen net als Heks op een eigen bezemsteel. Rond kwart voor tien is iedereen geland. Kwekkend en kwakend slaan we nog snel wat koffie naar binnen. Dan is het echt tijd: De Heksenschool begint weer.

Een hele dag werken we met het dodenwiel. We leren de godinnen van het westen kennen. Tijdens de uitgebreide lunch vliegen de magische verhalen je om de oren. De dag vliegt ook al voorbij. Om vijf uur tuf ik richting Leiden. De weg is hoegenaamd leeg. Alle stoplichten springen op groen. Binnen een goed uur heb ik zelfs mijn hondje opgehaald bij de oppas. Uitgekacheld zijg ik neer in mijn leunstoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Goeie genade. Heks is op. Het was al niet veel om te beginnen vanmorgen. Na een slechte week moesten alle zeilen worden bijgezet, om de opleidingsdag te volbrengen. En hoewel het heerlijk was om iedereen weer te zien, ben ik blij, dat ik in mijn stoel zit. Uitgeteld. Opgesoupeerd.

Om een uurtje of half vier ’s nachts schrik ik klam van het zweet wakker uit een vreemde droom. Ik lig aangekleed op bed. Televisie aan, lichten aan….. VikThor op het voeteneind. Alle katten om me heen of bovenop me. Heb ik al gegeten? Ik geloof het wel. En daarna in slaap gevallen voor de beeldbuis…….

Ik trek een jas aan, plant een parmantig hoedje op mijn duffe hoofd. Mijn nog slapende voeten glijden in een paar enorme regenlaarzen. ‘Drakenlaarzen, Heks. Goh, wat zijn ze mooi!’ aldus een medeheksje vandaag op de opleiding.

Even later sukkel ik door de steeg. Beetje raar tijdstip voor een uitlaatronde, maar niet uitzonderlijk in geval van Heks. Ik kom wel vaker energie te kort voor de avondronde. Hoe vaak val ik niet voor de televisie in slaap na het eten? Het gebeurt me dan ook regelmatig, dat ik op dit uur aan de wandel ben. Met enige regelmaat in pyjama……

Als ik bijna thuis ben, haal ik mijn sleutelbos tevoorschijn. Mijn oog valt op de voordeursleutel. Wat ziet het ding er vreemd uit, helemaal verbogen. Raar. Het slot van de voordeur gaat al tijden heel erg zwaar. Het lijkt wel of de deur is uitgezet door de hitte. Mijn lamme armen hebben hun handen vol om de deur open te maken tegenwoordig.

‘Ik moet voorzichtig te werk gaan met die kromme sleutel,’ denk ik nog. Dan breekt het onding af in het slot. Ik heb nog niet eens geprobeerd om em om te draaien…….

Daar sta ik dan midden in de nacht. Buitengesloten. Helaas heb ik de balkondeur dicht gedaan, dus een klimpartij via het schuurdak gaat zeker niks opleveren. Zal ik mijn buurman wakker bellen? Hij heeft een reservesleutel. Maar die kan toch niet in het slot worden gestopt. Daar zit immers dat afgebroken stuk…..

Mijn telefoon ligt binnen, mijn bezemsteel staat binnen…….

Goddank woont Heks midden in de stad vlakbij het politiebureau. Daar wandel ik dan ook maar heen. ‘Help,’ roep ik door de interkom, ‘Ik zit in een lastig pakket, ik liep de hond uit die laten…..’ De agent achter in het bureau zet grote ogen op. Hij trekt een gezicht naar zijn collega.

Heks kan dat allemaal niet zien natuurlijk. Ik sta op een doodstille gracht tegen een muur te praten voor een uitgestorven hermetisch gesloten politiebureau. Dan hoor ik helemaal niks meer. Vervolgens zie ik een kaal hoofdje achter in het pand over de balie gluren, of Heks en haar hondje daar echt staan. Ze worden toch niet in de maling genomen?

‘Loopt u maar naar uw huis, mijn collega’s komen er aan. Met een ladder. U weet echt zeker, dat uw keukenaam open staat?’

Heks holt op een sukkeldrafje naar huis. Intussen ben ik weer aardig wakker. Mijn duffe sprint jaagt de laatste slaap uit mijn ogen. Met bonkend hart, zweterig en verhit scheur ik mijn steeg in. Voor me uit rijdt een politiebusje. Ze rijden flink door, vandaar mijn gejakker.

Niet veel later ben ik omgeven door agenten. Uit het busje komt een solide ladder. De dienstkloppers schuiven het ding uit, tot het juiste formaat om mijn keukenraam te bereiken. Er komt een tweede politieauto bij. Politiemannen en een incidentele vrouw bevolken de steeg. Er wordt flink overlegd. ‘Heks, klim jij maar naar binnen…..’

Even kijk ik verbaasd op. Ik wil best die ladder opklimmen, maar ik ben er niet echt op gekleed, met mijn lange jurk en rubberlaarzen. Ook ben ik uitermate wiebelig van vermoeidheid. Ik had eigenlijk begrepen, dat een agent dat zou doen, dat klimmen op een gammele ladder. Want hoe stevig de ladder ook is van zichzelf, leunend tegen een vensterbank op vier meter hoogte is het toch een heel ander verhaal…….

En hoe komen ze eigenlijk bij mijn voornaam?

Maar de agent heet Heks, net als Heks. Het is ook een mannennaam namelijk, mijn rare en zeldzame voornaam. Wat toevallig toch weer. Eenvoudig doch complex. Heks is perplex van dit Yin/Yang effect binnen de queeste van haar nachtelijke buitensluiting.

Dus terwijl Heks perplex staat te kijken klimt Heks nummer 2 door haar keukenraam naar binnen. ‘Waar vind ik een reservesleutel?’ roept hij naar beneden. Ademloos kijkt Heks toe. Het is een ongelofelijk lekker ding.

‘De sleutelbos met een smiley er aan,’ roept zijn collega, nadat ze die informatie uit een zwaar afgeleide Heks heeft gekregen. Binnen een paar minuten staat de agent weer buiten met sleutelbos. ‘Ik heb de deur opgelaten, want die afgebroken sleutel zit er nog in. U moet morgen direct een slotenmaker laten komen…..’

Zo zit Heks om half vijf weer lekker in haar huis. God, wat ben ik blij. Gek ook, dat die sleutel precies op zo’n ongelukkig tijdstip afbreekt. Bizar als je bedenkt hoe vaak ik op de meest normale tijdstippen die deur gebruik…..

De volgende dag ga ik op zoek naar een slotenmaker. Ik vraag een offerte op, wil al afspreken met Beun de Haas en Co, als ik me bedenk, dat ik ooit vreselijk de mist in ben gegaan met een malafide slotenmaker, die ik had opgeduikeld in de Gouden Gids. Het is alweer eventjes geleden.

De man zette een nieuwe cilinder in het slot van mijn bergingsdeur. Toen ik later de deur open deed, viel hij op mijn hoofd. Bleek de man de scharnieren te hebben gemold, om de deur uit de sponning te kunnen lichten.

De klungel had geen enkel expertise met het repareren van sloten. Hij had echter wel een flink bedrag gerekend. Toen ik telefonisch verhaal ging halen, werd ik door zijn doorrookte medewerkster (zijn vrouw? ) bedreigd. Ik heb ook nooit kunnen achterhalen, waar het ‘bedrijf’ was gevestigd…….. (waarschijnlijk in het vervallen busje, waarin de man rond reed)

Ik bel de woningbouwvereniging. Ik heb uiteindelijk een duur onderhoudscontract met hen, waar ik nooit gebruik van maak. ‘Vervangen van cilinders in sloten valt niet onder het onderhoudspakket, maar we kunnen het wel voor u doen…’ Vooruit maar. Laat maar een mannetje komen. Ik vraag direct nog een paar reparaties aan bij de vrouw. Als ik de hoorn op de haak leg, gaat de bel.

‘Wat ongelofelijk snel,’ de slotenmaker staat al voor de deur. In no time heeft hij de cilinder vervangen. Op mijn verzoek kijkt hij het slot nog even na. ‘Het gaat zo zwaar, al een tijdje. En met de nieuwe cilinder voel ik eigenlijk geen verschil….’

‘Mevrouw Heks, u heeft geluk. Het hele slot is kapot. Ik zal er een geheel nieuw exemplaar in zetten en die rekening is uiteraard voor Portaal. U kunt hier namelijk niets aan doen. De sleutel is afgebroken, omdat het hele slot niet deugt! Het ding is oud en versleten. De deur sluit hierdoor niet meer goed…..’

Even later zit het gloednieuwe slot in de deur. De man vijlt net zo lang aan de diverse  onderdelen, tot het geheel moeiteloos sluit. Heks zit gezellig op de dekenkist te klessebessen met de man. Het is een hondenman met sterke verhalen. Ijzersterk…….

‘Mijn nichtje heeft zus en zo jachthonden. Een stuk of acht. Werd ze een keertje tijdens een wandeling aangerand, heeft ze die honden om die vent heen gezet. ‘Niet bewegen, meneer, want dan bent u er geweest,’ liet ze hem doodsbang achter in het bos met die honden. Kortom: De politie erbij gehaald en die vent opgepakt. Bleek hij al een heleboel dames te pakken te hebben gehad…..’

‘Stond een vent in te breken in mijn huis, politie gebeld….. Wilden niet komen, omdat de man nog niet binnen was. Gekkenhuis natuurlijk…… Ik heb een vrouw en kleine kinderen, wat denken ze wel? Later bleek het om een bende van zeker vijf man te gaan!

Heb ik tegen die agenten gezegd, ik ben die en die. Waren ze zo ter plekke. Ik heb namelijk een wapenvergunning, dus wapens in huis….. En dat kunnen ze zo in hun systeem zien, ik sta geregistreerd. Ik laat die inbrekers hier echt niet binnen komen, natuurlijk……. Dat weten zij ook wel, vandaar…..’

Wapens in huis. Brrrr.

Hoewel: Heks heeft een stuk metaal achter de voordeur staan. Hier kom je ook niet zo maar binnen. Ik heb ook eens iemand betrapt op inbreken in mijn huis. Heel creepy. Ik weet ook nog wie het geweest is. Een hele enge stalker, die zijn spooky oogje had laten vallen op die aardige barvrouw in de kroeg waar hij altijd kwam.

Na Heks heeft hij iemand gestalkt, die Heks niet geloofde indertijd. Deze zuipschuit vond mijn verhaal maar onzin. Hij ging onder 1 hoedje spelen met de naarling, alleen maar om Heks te pesten. Waarschijnlijk omdat ze weinig oog had voor de armzalige versierpogingen van deze ontaarde huisvader met vrouw en kind.

Die ongelovige reactie speelde de engerd als het ware in de kaart. Nou, dat heeft Zuipschuit geweten. Aanvankelijk was er niets aan de hand. Toen Heks echter haar baan aan de wilgen hing vanwege deze ontwikkelingen en van het toneel verdween, raakte de man geobsedeerd door deze handlanger.

Opeens stond de man bij hem in de straat te posten, liep hij hem in de supermarkt voor de voeten, probeerde hij ’s nachts bij hem in te breken…… Vervelend voor de drinkenbroer, maar ik was er van af…….

Levenswiel en dodenwiel: Voor Heks heeft echt alles een ziel. Ik kan heel veel wel geloven, maar is de hemel echt daarboven? En de hellepoort, waar is die dan? En is God echt een man? Heerlijk boek van Linda Wormhoudt aan het lezen over deze materie: ‘Nevelvrouw’. Een aanrader!

Afgelopen week lees ik het boek van Linda Wormhoudt ‘Nevelvrouw’. Ik verdwijn er bijna in. Sleep het overal mee naar toe. Lees tot diep in de nacht. En net als bij eerdere boeken, die ik van haar las, vind ik het jammer, dat ik het uit heb. Opnieuw heb ik de neiging om de laatste bladzijden nog eventjes te bewaren. Voor later.

Toch lees ik het boek helemaal uit. Goddank heb ik nog een paar verhalen van dezelfde hand. Ik kan dus nog eventjes vooruit. En ik zit natuurlijk bij de schrijfster in de klas. Ze is mijn juf. Ook in levende lijve is ze een uitmuntend verteller. Begenadigd.

De roman neemt je mee naar oude culturen in Europa, met name IJsland en hun riten rondom dood. Het wereldbeeld, het levenswiel en het dodenwiel. Spannend is het ook met ontsnappende veenlijken en gevechten tussen goden…..

Heks slurpt het boek op. Proeft het als was het kostbare wijn. Voor mij is het dat ook. Alle boeken, die me sterken in mijn wezen van heks, van mijn wonen tussen werelden, zijn uitermate waardevol.

Want dat is wat dit boek ook doet: het verheldert mijn blik op wie ikzelf ben. Ook Heks woont aan de rand van de gemeenschap. Heeft een sterke verbinding met de dood. Wandelt af en toe over het randje. Langs de kustlijn. Kletst met dierbaren aan de overkant…..

De beelden, die ik heb van het land aan gene zijde, vertonen behoorlijk veel overeenkomsten met wat ik in het boek tegen kom. De denkbeelden ook, hoewel gestoeld op andere premissen.

Nou, Heks, je bent toch ook echt een spiritueel shopper. toe maar. Jij gelooft maar overal in……

Op de achtergrond pruttelt de  televisie, terwijl ik dit schrijf. Er is nu net een programma bezig over geloven, wat een toeval. Tijs van den Brink voelt de cabaretier Hans Sibbel aan de tand over dit fenomeen. ‘Dus je gelooft en daar stopt het? Dan houd je dus op met nadenken?’ roept de notoire grapjas net op dit moment.

Hij slaat vervolgens de spijker flink op zijn kop. ‘Geloof geeft veel mensen richting aan hun leven, dat is natuurlijk prachtig. Maar geloof oordeelt en stigmatiseert vaak. En niet zo’n beetje ook! Homo’s worden in de ban gedaan, seks voor het huwelijk is verkeerd en ga zo maar door…. Ze weten precies hoe iedereen moet leven. Meuh.’

En even later ‘Celibaat is gevaarlijk. Het is toch raar, dat je jezelf lichamelijk contact ontneemt voor 1 of ander idee. Dat is vreemd, geen wonder, dat ze zich gaan vergrijpen aan allerlei jongetjes…..’

Tijs zit natuurlijk terug te mispelen. Het zijn maar uitwassen, dat kindermisbruik. Heks kan de man niet uitstaan. Wat is het toch een zemelaar. Het is of ik alle onuitstaanbaar domme opinies van mensen uit mijn jeugd in 1 man verzameld zie.

‘Ik heb je gehoord, gij zult niet doden is een prima regel, als je hier gezellig met elkaar samenleeft,’ zegt Tijs tenslotte pissig als de neiging van christelijke politici ter sprake komt om oorlogje te voeren in verweggistan.  Hetgeen hij overigens prima vindt. Je gaat tenslotte mensen daar bevrijden……

Tijdens een lesdag op de heksenschool word ik in de pauze op de gang aangesproken door een alleraardigste jongedame. Wat of we aan het doen zijn? We maken nogal herrie. Vandaar.

Zodra ik vertel dat het een sjamanistische jaaropleiding betreft zijn de rapen gaar. Het meisje begint me bezorgd te vragen of ik de Here Jezus ken. ‘Jezus Christus godallemachtig , maar al te goed!’ pareer ik de aanval. Het kind probeert me acuut te bekeren. Ze zit met geloofsgenoten een zaaltje verderop fanatiek te bidden. Waarschijnlijk nu ook voor Heks.

Ik dien een klacht in bij de Roos. De dame achter de balie heeft tienduizend sproetjes in haar olijke gezicht. We moeten samen erg lachen om het incident, maar ze gaat er toch werk van maken. Lang leve het eigen gelijk. En het ik weet alles beter. Hoe goed bedoeld ook: Strontvervelend!

Heks geloof inderdaad overal in. Als ik Indiaas zing, doe ik dat voor Moeder Aarde, Shiva en Ganesh. Ik zing in koorverband regelmatig mijn longen uit mijn lijf voor Onze Lieve Heer Jezus Christus. Boeddha is mijn leraar. Maar ook praten met bomen, bloemen, planten, kristallen en dieren is me niet vreemd. En zo kan ik nog wel eventjes doorgaan. Voor Heks is alles bezield.

Ik geloof hier allemaal niet zomaar in. Ik ervaar het. En ik denk er ook over na, want inderdaad, die kop zit er niet voor niks op. Die moet je wel enigszins gebruiken. Je kunt niet uitsluitend functioneren vanuit je onderbuik. Of zoals het gros der mannen: Vanuit je kleine uitwendig gedragen hersenen.

Heks heeft wel degelijk een filosofisch kader waar al die gekkigheid in past. In den beginne was de Ene. En de Ene was een punt. Een nietige stip. Een samengebald iets. Een flinter bewustzijn.

De Ene was eenzaam. Dat krijg je als enige. Daar ging de Ene Iets aan doen. Vanuit het blinde Niets. En zo is het allemaal begonnen. De Ene werd Velen. Velen moeten delen. En kunnen elkaar daardoor vaak niet velen.

We kijken in de spiegel en zien de Ene weer. De Grote Moeder. Onze Vader, die in de hemelen zijt. De ene kijkt naar ons en is niet meer alleen. Of verveeld. Leert zichzelf kennen. En dat scheelt.