Deukje daar of hier? Krasje op je ziel? Ongelukjes loeren in gaten en hoeken. Zoeken mijn zwakke moment. Slaan dan toe…. Heks is toch zo moe. Maar ook geroerd door mooie verhalen. Over snotlappen en troostzakdoeken. Over de hemelse vasteplantekwekerij. Over mijn voorouders. Ver weg en dichtbij.

Woensdag ben ik de gehele dag druk met mijn kat. En dat terwijl ik me vreselijk slecht voel. Een narrig griepje piept in mijn gewrichten, klappert in mijn kaken en knerst in mijn kop. De dag ervoor heeft de huisarts een Lidocaïne-injectie in mijn nek gezet, maar het effect is weinig pijnstillend te noemen.

‘Het lijkt verdorie wel alsof hij er pijnverwekkers heeft ingesproken. Mijn hele nek is op tilt geslagen. Maar ook mijn armen, schouders, ellebogen, heupen en knieën zijn extreem pijnlijk geworden….’ mompel ik verbluft. Aan het eind van de dag wil ik mijn hoofd het liefst afzagen.

Weg met dat zware gewicht daar bovenop. Ik leef wel verder als kip zonder kop.

Donderdag kan ik dan eindelijk een dagje bijtrekken. Toegeven aan allerlei vage griepverschijnselen. Mijn pijnlijke hoofd te ruste leggen. Alleen het hondje krijgt vandaag wat van mijn beperkte energie.

Ik moet bijkomen en energie sparen. En bijtrekken. En alvast vooruitplannen: Spaarzaam mijn energie om komende bezigheden heen organiseren. Morgen is de begrafenis. Ik check de rouwkaart een keertje of zestien. Ja, het begint echt om twee uur in de middag.

Bij de begrafenis van tante had ik verkeerd gekeken. Dingen door elkaar geklutst. Ik zal wel extreem moe zijn geweest. Kwam ik een half uur te laat. Gelukkig heeft niemand dat toen gemerkt…

Vrijdagmorgen moet ik direct aan de slag. Hondje uitlaten, zelf uitdeuken, bed opmaken samen met mijn hulp, lunchen en douchen en iets stemmige aan trekken. De laatste onderdelen komen in het nauw. Ik douch en trek iets aan, maar de lunch schiet erbij in. Ik neem een broodje sesampasta mee. Daar moet ik het dan maar op doen vanmiddag.

Op de heenweg word ik bijna zijdelings geplet door een kerel in een bestelbus. Hij komt helemaal mijn weghelft op en snijdt me flink af. Ik word gedwongen op de andere baan te gaan rijden, maar daar rijden dus tegenliggers.

Ik toeter en zie de chauffeur van het busje met opschrift ‘Jan van Rhijn’ opschrikken vanachter zijn telefoon. Hij zit al rijdend te SMS’en midden op het kruispunt bij de Lammenschans. Waar het hectisch is en onoverzichtelijk. Waar je uit je achterlijke doppen moet kijken, lul!

Ik wijs op mijn hoofd. Kierewiet. ‘Jeetje, je zal maar een ongeluk krijgen op weg naar een begrafenis,’ denk ik bij mezelf. Stel je voor. Stond ik nu schadeformulieren in te vullen met die idioot. Goddank is het goed afgelopen.

Na de begrafenis rijden we in colonne het terrein af. Voor me rijdt een flinke SUV. Een tegenligger wil er per se langs. Ook langs mij, maar ik rijd net langs een geparkeerde auto. Ik kan geen kant op, pal achter me rijdt ook alweer iemand.

Met mijn halfzachte kop stuur ik ietsjes naar links. Glijdt een beetje opzij, schamp licht tegen de geparkeerde auto. Shit.

Een oud kereltje met skistokken in de hand komt als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Direct begint hij zich met het geval te bemoeien. Ik let maar niet teveel op hem, maar bel aan bij het kolossale huis van de eigenaar van de auto. Zoveel heeft dat gekke kereltje me wel verteld.

Het rare baasje springt nerveus om me heen, als de eigenaar van de auto de voordeur open doet. Direct begint hij te ratelen tegen de man. Dat ik zijn auto heb aangereden en dat hij me direct in mijn kippennek heeft gegrepen…..

De eigenaar wuift de man weg. Eindelijk ben ik van dit kwelduiveltje verlost. We nemen de schade op. Ja, een paar krassen op de voorbumper. Kan evenzogoed een dure grap worden….. De auto is overigens net zo’n deukbak als die van Heks. Over de hele zijkant lopen krassen en butsen.

‘Ik doe tegenwoordig niets meer aan al die beschadigingen. Geen doen in de stad. Om de haverklap maakt er weer iemand een nieuwe deuk in en er hangt nooit een briefje bij. Behalve 1 keertje dan. Maar die persoon had een valse naam en telefoonnummer opgegeven. Iemand zal em wel betrapt hebben, net als dat baasje zonet hier…’ vertel ik de eigenaar.

‘Wat erg voor u,’ reageert hij begripvol. Ja, zo gaat dat in de grote stad. Ik heb hem echter niet op een idee gebracht…..

Gelaten laat ik het allemaal maar over me heenkomen. Ik kan me er niet druk om maken. Wel gek, dat ik een gedachteflits had over het krijgen van een ongeluk, net als van de zomer toen ik zonder benzine kwam te staan op een ongelofelijk ongelukkig punt op de snelweg naar Parijs…… Gelukkig was het in beide gevallen een onschuldig ongeluk. Niets ernstigs. Alleen ongemak en blikschade.

We eten broodjes en drinken koffie met alle genodigden. Wijn, bier en bitterballen volgen. Heks eet haar boterham met sesampasta. Ik zoen tantes en ooms, neven en nichten.

Ik zie hoe de enorme genensoep kromme neuzen door de familie heeft verspreid alsof het niets is. Mij onbekende jonge mensen met mijn neus! Of met andere familietrekken of typische clan-kenmerken.

Ik hoor mooie dingen over mijn oom. Hoe hij altijd twee schone zakdoeken bij zich droeg. Eentje om zijn eigen neus desgewenst in te snuiten en eentje om iemand te troosten! Ook nu heeft hij er twee bij zich!

‘Hij geloofde absoluut in een weerzien met zijn geliefden. Volgens hem is er een enorme kwekerij in de hemel met een grote schuur. Daar zitten al zijn oude medewerkers al stekkend op hem te wachten. Jouw vader is er ook bij…..’ vertelt zijn oudste zoon.

Intussen kun je me natuurlijk wel opvegen. Het was al niet veel de laatste dagen, maar de koek raakt aardig op. Ik begin aan de afscheidsronde.

Een dierbare tante heeft een vraag voor me. Dus ik begin bij haar. Wat ze me echter vraagt is zo ongelofelijk in de pijnlijke roos. Doet zoveel stof vanbinnen opwaaien. Geeft een scala aan inwendige chemische reacties. Ik voel hoe er stoom uit mijn oren ontsnapt. Ik moet nu echt dringend wegwezen hier……

Zo zeg ik alleen tante en lievelingsnicht gedag. Ik zwaai vriendelijk in de rondte. Wapper nog een beetje na dat ik ga. En foetsie ben ik.

Op de terugweg krijg ik het toch nog even te kwaad. Een verlate reactie zoals dat vaker gaat. Thuisgekomen ga ik een enorm end fietsen met VikThor. Hij moet zijn energie kwijt en ik iets anders. Mijn trouwe elektrische Beixo scheurt door de polder. VikThor rent er uitgelaten achteraan.

Wie A zegt moet B zeggen. Wie zegt dat het altijd gemakkelijk is? Als je echt verandert willen mensen je altijd terug in je oude groef. Vooral als je besluit geen pleaser meer te willen zijn. Niet meer overal achteraan te rennen. Of als je ongeschikt raakt als zondebok.

Maak er geen drama van, Heks. Je hebt gedaan wat je kon en nu is het op. Misschien moet iemand anders maar eens op de proppen komen. Je hebt 1 groot voordeel: Je kunt je onttrekken aan wetten van ruimte en tijd. Je kunt je op andere manieren met iemand verbinden. Jij hoeft niet fysiek op bezoek te gaan om iemand te bezoeken.

Vannacht slaap ik ellenlang. Ik meld me af voor de koorrepetitie van vandaag. Eerst maar eens helemaal bijkomen.

Wat is het verschil tussen een dood vogeltje? Deze bezemstelige fladderaar is blij met een mooie mus! Wat ben ik toch weer goed bezig. Rommelblogje over een frommelbestaan.

 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

WordPress heeft een nieuwe editor. Helaas raak ik er telkens tekst door kwijt. Het onding werkt gewoon niet goed. Zo schrijf ik een hele blog over hoe ik om de haverklap van mijn fiets lazer. Een klein stukje blijft bewaard.

“Vrijdagmiddag lazert Heks met fiets en al omver. Pal voor de ingang van een enorme supermarkt. Ik maak een lelijke smakker. Machteloos spartel ik tussen tassen vol boodschappen. Mijn knie krijgt een flinke oplawaai. Er zit zowaar een gat in mijn beste spijkerbroek. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Geen mens kijk op of om. Niemand vertrekt een spier. Ongeïnteresseerd koekeloeren ze verder op hun debiele telefoon. Of er nog ergens iets gebeurt. Maar deze gevallen Heks, spartelend voor hun neus op het plaveisel, valt hen totaal niet op. Ik maak derhalve genoeg geluid. Intussen.

‘Kutklotetyphusfiets,’ scheld ik op die verrekte vouwfiets met hoge instap. Vandaag willen de benen niet omhoog. Mijn lichaam wil sowieso niet veel ‘Kolereboodscahppen,’ vervloek ik mijn nieuwe aankopen.

En tot slot ‘Loop dan ook niet te trekken, kuthond,’ tegen VikThor. Die inderdaad op funeste wijze door een rare beweging een topzware oververmoeide Heks omver trok. “

De rest is weg. Foetsie. Over hoe ik de tweede keer dat ik van mijn fiets sodemieter van de straat wordt geraapt door drie lieve dames. Over het droevige afscheid van mijn nichtje en blootstelling aan een overdosis familie.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Over hoe niemand van mijn clan wist dat ik al dertig jaar ziek ben. Opvallend in een familiestructuur waar belangrijke nieuwtjes binnen een halve dag middels de familietamtam rondgaan. Of interessante nieuwtjes. Of kletspraatjes. Over belangrijke leden.

Heks heeft geen zin om alles nog eens op te schrijven. Wat heb je er aan? Bovendien ben ik mijn eigen gezanik zat. Nou ja, het is geen gezeur. Ik zeg eindelijk eens waar het op staat met mijn gezondheid. In plaats van er een mooi verhaal van te maken.

Een mooi verhaal, Heks? Over je miezerige leventje? Hoe krijg je het voor elkaar? Heb je dan zo’n grote duim?

Ik zal je de methode aan de hand doen. Hoe maak je van een schijtleven een prachtig diepzinnig verhaal?

Ten eerste. Neem een beetje werkelijkheid. Trek er een kwast over. ‘Wat zie je er goed uit,’ is het resultaat. Maakt niet uit hoe je je voelt, als je haar maar goed zit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vertel iets positiefs, zelfs al kun je nauwelijks bewegen. Het helpt enorm als je af en toe iets leuks doet. Heks maakt tegenwoordig sierraden bijvoorbeeld. Ongeveer een oorbel per maand. Maar toch een leuk verhaal.

Deze toverkol zingt daarnaast in een koor. Als mensen vragen hoe het met me gaat begin ik over dat koor. Over een incidenteel concert, waar ik in mee zing bijvoorbeeld. Lijk ik net een normaal mens.

‘Wat ben je goed bezig,’ zegt de praktijkbegeleidster, nadat ik haar heb vertelt over mijn plannen om Mahjong te leren spelen. In groepsverband. Eerlijk gezegd is het geen haalbare kaart, want het lukt me al nauwelijks om naar het koor te gaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Gek toch, dat behandelaars altijd tegen me zeggen dat ik zo goed bezig ben, als ik ietsiepietsie opknap. Alsof het iets uitmaakt hoe ik bezig ben. Niet dus. Ik ben al dertig jaar goed bezig, maar evenzogoed word ik steeds slechter. ‘

‘En als ik dan weer achteruit ga, vragen de dames en heren behandelaars me hoe dat komt. Ja, weet ik veel. Dat is die kutziekte. Een deel van de pathologie is dat je om de haverklap een lekkere terugval krijgt. Daar is niets tegen te doen.’

Omdat mijn ziekte nog steeds tussen de oren wordt geplaatst, waardoor je voor je het weet als aansteller wordt weggezet, kunnen behandelaars het zich permitteren ongestraft de meest bizarre dingen over je uit te storten. Het valt hen niet eens op dat ze rare dingen roepen. Zelf vinden ze het uitermate zinvol.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Afgelopen week stort ik weer neer met een griepje. Alweer de tiende griepaanval sinds september. Af en toe wat complicaties in de vorm van bronchitis of keelontsteking. Het lijkt een ouderwetse ME winter te worden.

Ik ben sowieso grotendeels mijn stem kwijt. Altijd een teken aan de wand bij ME: Ik ben wel eens vijf jaar mijn stem kwijt geweest…….

Piepend en krakend doe ik pogingen om mijn altpartij mee te zingen op het koor. Na een uur heb ik echt keelpijn. Maar ik wil niet opgeven. Koor is mijn passie.

Gebeurt er dan nooit eens iets leuks, Heks? Jawel hoor, de piepkleine dingen. Gelukkig ben ik kampioen genieten van niks. Ik kan echt blij zijn met een mooie mus. Zelfs al voel ik mezelf een dood vogeltje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Boeddha hanteerde geen kastesysteem. Voor hem geen onaanraakbaren. Zoals Heks. Helaas gooit er weer eens iemand een haak in mijn kleine amoebe aquarium. Voor ik het weet heeft deze Dalit alweer gebeten! Ja, wat moet je anders in zo’n kom. Mijn glazen gevangenis. En let wel: Mijn gebijt doet de zaak geen goed en die haak geen pijn…….

Maandag ga ik naar het strand met mijn nicht. Een paar weken terug troffen we elkaar in een park. Nicht heeft ook een hond. Een hele bitchy teef. VikThor zat in no time compleet onder de plak!

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, Nicht heeft de afspraak meermalen verzet, maar nu lopen we dan toch langs de vloedlijn. ‘Toestanden in de familie’ heb ik begrepen. Het is overal wat. Altijd. In onze familie wel in elk geval.

Heks hoort of ziet niet zoveel van haar clan. En dat heeft zo zijn redenen. Die ik probeer te vergeten. Eraan denken is te pijnlijk. Maar met enige regelmaat zet iemand weer een mes in de wond. Bedoeld of onbedoeld, daar kan ik de vinger dan weer niet op leggen. Men beweert altijd onbedoeld. Maar vertrouwen is een schuwe vogel. Vertrouwen is allang weggevlogen.

Door de tralies heen gekropen en foetsie. Me alleen achterlatend met mijn verdriet.

‘Je hebt iets onaanraakbaars, nu weet ik het,’ mijn homeopate is er eindelijk uit. ‘Daarom proberen mensen je onderuit te schoppen. Daarom doen sommige vrouwen zo raar tegen je. Daarom proberen allerlei idiote kerels je klein te krijgen. Mensen vinden het onuitstaanbaar…..’

Ik denk aan de onaanraakbaren in de Indiase maatschappij. Het laagste van het laagste ben je dan. Ja, het klopt. Zo heb ik me heel vaak gevoeld! Maar mijn behandelaar bedoelt het toch anders…….

‘Maar het is alleen maar om mezelf te beschermen. Als je vogelvrij wordt verklaard, als je iemands persoonlijke boksbal bent en bovendien op de nominatie staat om geofferd te worden voor het welzijn van de gehele clan, als men al op zoek is naar een geschikt meisjesinternaat, als je wordt afgedankt, terwijl je niks misdaan hebt…..’ pruttel ik.

Opeens begrijp ik wat ze bedoelt. Mijn huidige hulp heeft precies hetzelfde. Het is een geweldige vrouw met een hele foute narcistische ex. En ook zij heeft dat onaanraakbare. Ze laat niet merken dat ze kapot gaat! Om de boel bij elkaar te houden. Om te overleven. En hoe reageert de omgeving? Het mes erin!

Zelfs haar bloedeigen zus doet er alles aan om haar leven te verzieken. Heks kan de verhalen soms bijna niet geloven. Maar het is haar realiteit. Mensen, die ze zou moeten kunnen vertrouwen halen haar juist onderuit. Dierbaren, die haar zouden moeten steunen geven een gemene trap na. Zo triest. En zo ontzettend pijnlijk voor de boksbal annex afvoerput.

Afgelopen week bijt ik weer keihard in een grote haak. Een nare snoek heeft er een gemeen aas aan gehangen en voor ik er erg in heb, heb ik alweer gehapt. Dringt de haak diep mijn zachte verhemelte in. Ontstaat er een kettingreactie aan pijn, die me terugvoert naar mijn jeugd.

Toen ik het maar moest uitzoeken. De jaren voorafgaand aan mijn ziekte. Toen ik me kapot heb gewerkt. Mijn loyaliteit aan mijn agressors. Mensen, die me zouden moeten dragen, maar juist onderuit schopten. Mijn diepe liefde voor iedereen behalve mijzelf. Want Heks was toch zo slecht. Die mocht je gerust dood slaan. Of er een poging toe doen.

En daarna gerust laten creperen. Die moest het maar uitzoeken met haar opleiding zonder beurs. Die kon zich de tandjes arbeiden. Heks heeft zich letterlijk de ziekte gewerkt tijdens haar studie. ME is toen begonnen.

En alles  wegpoetsen. De diepe schaamte voor andermans haat jegens mij. Er een mooi verhaal van proberen te maken. De eindeloze pogingen om die haat in liefde te veranderen. Maar dat lukt natuurlijk niet bij narcisten. Het is slechts koren op hun molen.

Gepokt en gemazeld door al die ervaringen met narcisme zou ik nu natuurlijk beter moeten weten. Maar de behoefte aan liefde en erkenning van mijn voorouders is gewoon te sterk. En te weten dat het nooit zal gebeuren is te verdrietig.

Ik zag ooit een televisieprogramma over een tuinarchitecte. Ze was wereldberoemd en overal erkend. Mensen liepen weg met haar. Hele volksstammen stonden in de rij voor een ontwerp en ze was intussen hemeltje schatrijk geworden met haar natuurlijke tuinen. Maar kon ze van haar roem genieten? Was ze een beetje gelukkig?

‘Mijn vader is ook tuinarchitect. Niet zo beroemd als ik, hoor, maar hij was wel mijn grote voorbeeld. Ik kon totaal niet met hem overweg, we hebben een hele moeilijke relatie. In feite heeft hij me nooit zien staan. Maar ik hoopte dichter naar hem toe te groeien, door ook tuinarchitect te worden……’

En dan snikkend ‘Nooit is hij naar een tuin van me komen kijken. En nu kan het niet meer. Hij is oud en dement. Waarom is hij nooit gekomen? Hij had zelfs nooit een goed woord over voor het feit, dat ik ook tuinarchitecte ben geworden. “Dat kan jij niet, het is niks voor vrouwen, daar ben je te dom voor”‘.

‘Natuurlijk gaat hij je niet erkennen, schat, die engerd,’ dacht Heks direct, toen ze dit programma zag, ‘Je geeft hem wel heel erg veel macht door dat zo belangrijk te vinden…..’

Kijk, bij anderen doorzie ik dit soort misstanden altijd direct. Was mijn zicht maar zo scherp in mijn eigen leventje. Dan zou ik minder makkelijk prooi zijn van alweer een haak!

Nicht en Heks zitten lekker op een terrasje aan de koffie. We halen herinneringen op aan onze jeugd, ze woonde maar een paar huizen bij ons vandaan! ‘Weet je nog…’ roepen we om beurten. De ene anekdote volgt op de andere. Af en toe liggen we helemaal slap van de lach. ‘Jaja, weet je nog….?’

Sommige dingen heeft ze totaal geen weet van. Mijn veronderstelling dat er in de hele familie sprake was van lijfstraffen blijkt bijvoorbeeld niet te kloppen.

‘Ach schat, je bent gewoon verstoten. Dat is het ergste wat er is. Maar er zijn nog wel familieleden, die veel van je houden, hoor!’ Zoent ze me bij het afscheid.

Binnenkort hebben we een familiereünie. De vorige keer kreeg ik het niet voor elkaar om erheen te gaan. Het is sowieso al nauwelijks te doen met ME, zo’n ellenlange dag aan de andere kant van Nederland. Maar in mijn geval wordt het ook nog eens een hele klus om om gemene haken en boze brulboeien heen te laveren……