Ups en downs in Huize Heks. Een lampenkap hoort om je nek. Maar niet op half zeven. Iets te lang weg gebleven: Op koor was weer van alles te beleven. En ook daarbuiten begint deze Toverkol op te leven. Maar nog steeds geen vent voor Steenvrouw en Heks. Dat is dan weer jammer. En het blijft iets geks.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Dinsdagavond ga ik weer naar het koor. ‘Oh, ben je daar weer, je bent weken niet geweest,’ confronteert Anna me direct met de feiten, ‘Was je ziek?’ Ik hoorde vorige week al van een paar zangmaatjes, dat ze hevig had zitten mopperen over mijn afwezigheid. Ha! Heks wordt gemist!

‘Het komt door mijn hondje. Hij is in de lappenmand,’ Heks zit intussen op haar tablet tekeningetjes te maken van mijn monster. Anna kijkt geïnteresseerd toe. ‘Goh, wat is hij veranderd, groot geworden ook,’ zegt ze verbaasd.

Ze heeft in eerste instantie niet in de gaten, dat dit geen foto’s zijn. Tekenen op een tablet? Al die moderne techniek is gewoon niet aan mijn maatje besteed……

Heks en Anna, de lamme leidt de blinde. Voorovergebogen, bijna dubbelgevouwen, schuifelt ze aan mijn arm richting stamtafel. Even later voegen de andere stamgasten zich bij ons. ‘Kan ik er nog bij?’ vraagt de pianist. ‘Ja,’ schreeuwen we in koor. We zijn dol op die man. Hij wordt massaal beflirt door de diverse dames.

Vandaag hebben ze het over de opvallende aspecten van zijn figuur. ‘Jullie houden me goed in de gaten!’ verweert hij zich lachend, ‘Ik dacht dat alleen mannen naar billen keken!’ Hilariteit alom onder hikkende sopranen. En een incidentele schuddebuikende alt.

Wat heerlijk om weer aanwezig te zijn. We zijn lekker de Matthäus Passion aan het instuderen. Vandaag is O Mensch, bewein dein Sünde gross’aan de beurt. Onder andere. Door de jaren heen is dit een echte favoriet van Heks geworden.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Er zitten prachtige lyrische fragmenten in voor ons alten. Mijn stem is goed bij stem vandaag. Ik laat me heerlijk mee voeren de hoogte in. Dat fantastische gedeelte, waar we boven de sopranen uit zingen….. ‘dass er für uns geopfert würd….’ doet de tranen in mijn ogen prikken.

Als ik thuis kom tref ik mijn hondje over de zeik aan. Zijn lampenkap hangt losjes om zijn kop. De bovenkant is losgeschoten. Heks schrikt zich een ongeluk. Net nu het ietsjes beter lijkt te gaan, gaat er weer iets faliekant mis!

Snel haal ik hem uit zijn bench. Op de yogamatjes in de woonkamer inspecteer ik zijn wond. Die ziet er verdacht schoon uit. Het nietje is in geen velden of wegen te bekennen. Zou hij er aan gelikt hebben? Kan hij er überhaupt met die kap op half zeven bij komen? Is zijn lies (door een schurende kap) nu verdacht rood of was dat al zo?

Vlak voor ik hem in zijn hokje stopte heb ik de wond nog grondig gereinigd. Ook heb ik zijn buik en andere aangrenzende lichaamsdelen gewassen en ontsmet. Ook heb ik een hele zwik honingzalf in het gapende gat gepropt. Zat dat nietje er toen nog in? Ik weet het niet meer.

Zo ga ik dan slapen met een hoofd vol vragen. Zorgen zoemen hun antwoorden om me heen. Ik bid tot Het Grote Bijenvolk om bescherming. ‘Laat jullie honingzalf zijn werk doen,’ smeekt een wanhopig heksje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Een klasgenoot vertelde me afgelopen weekend over het succes van dit goedje bij haar kat, toen die gewond was. ‘Het geeft niks als ze er een keertje aan likken. Dat spul werkt zo goed. Het elimineert alle bacteriën…..’ Haar woorden troosten me nu. Mocht hij er aan gelikt hebben, dan is daar gelukkig die zalf…..

Woensdagmiddag rijd ik weer naar Rijswijk. Voor de zoveelste keer. Ik ben toch zo benieuwd wat de dierenarts van de wond gaat vinden. Het gat lijkt echt kleiner te worden. Of verbeeld ik het me? Zie ik dingen, die ik graag wil zien?

‘Gezien de omstandigheden gaat het heel goed!’ de dokter inspecteert de wond zorgvuldig, ‘Er zit mooi granulaatweefsel in. Het is rood, ik noem dit de tweede fase van de wond. In de derde zit hij dicht.’

Heks was in haar hoofd al in de derde fase van wondgenezing aanbeland. Ik heb erover zitten lezen op internet. Het kan me niet snel genoeg gaan.

‘Het kan nu best heel snel gaan. Maar we blijven die antibiotica voorlopig door geven. Er is een gerede kans, dat er wat bacteriën achterblijven op het implantaat.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Over drie weken maken we een foto. Dan kunnen we zien of de ruimte rondom de Titanium kooi vol gegroeid is met bot. In dat geval kunnen de schroeven en moeren er weer uit worden gehaald. Spannend!’

‘Maar eerst die wond dicht. Het gaat de goede kant op, maar we zijn er nog niet. Ik vind 3 weken te lang duren voor een volgende controle…..’ de orthopeed aarzelt. Hij wil me niet nog meer op kosten jagen, vermoed ik.

Het is een geweldig aardige man. Ik ben blijkbaar definitief aan hem toegewezen, nadat zijn collega me onrechtmatig de oren heeft gewassen over vermeend onzorgvuldig handelen. En ik daarover heb geklaagd…..

‘Ik kom volgende week woensdag weer,’ hakt Heks de knoop door. Met een beetje geluk is dat gat dan dicht gegroeid, ‘Ik neem nog maar een flinke tube honingzalf mee…..’

Onderweg naar huis ga ik mijn monster nog even lekker uitlaten. Hij mag intussen een paar keer per dag 10 minuutjes wandelen en laten we dat dan op een leuke plek doen. Schoon droog gras vol interessante luchtjes bijvoorbeeld. Als een grote stofzuiger rent hij naast me aan de riem. Zijn kop op de grond. Diep inhalerend.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Als ik hem thuis de trap weer op sjouw ben ik aardig gaar. Ik rammel ook van de honger. Ik ben zo druk in de weer tegenwoordig, dat eten en drinken er bij in schiet als ik niet uitkijk. ‘Je vochtbalans is niet in orde, let daar op. Heks,’ sommeert mijn acupuncturist me een paar dagen geleden. Ik moet nodig lunchen. Met een lekker soepje!

Maar eerst natuurlijk mijn hondje verzorgen. Net als ik zijn pootje probeer in te smeren gaat de bel. VikThor is niet houden als hij Steenvrouw binnen ziet komen. ‘Zal ik je hondje even de trap af dragen?’

Oh, wat lief! Dat is nu helaas niet nodig. Vik moet nodig zijn hokje in. Met een flinke klodder honingzalf in zijn klep.

Even later zitten we aan de koffie. Heks eet een paar boterhammen en een soepje. We klessebessen er lustig op los. ‘Hoe is het nu met je aanbidders?’ We zijn allebei lid van dezelfde datingsite. Heks kijkt er zelden meer op, maar mijn vriendin heeft de moed nog niet opgegeven.

Een vreselijk verhaal volgt. Want op zulke sites kun je alles verwachten. Het gros van de bezoekers spoort voor geen meter. Het is zoeken naar een naald in een hooiberg wat we doen. ‘Ik kwam een keer een lievelingsneef van me tegen. Hij had me een heel leuk bericht gestuurd. “Je hebt me toch wel herkend” schreef ik hem terug. Hij beweerde van wel, hihihi.’

‘Die neef is eigenlijk perfect voor jou, dat ik daar nooit aan gedacht heb,’ vervolg ik enthousiast, ‘Een kunstenaar net als jij, hij maakt prachtige dingen. Hij ziet er heel leuk uit, een knappe vent. En hij is ook nog eens hartstikke lief! Zullen we een keertje naar een expositie van hem gaan?’

Als Steenvrouw even later haar hielen licht kruip ik in mijn bed. Het is pas een uur of 3 in de middag, maar alle vermoeidheid van de afgelopen weken lijkt er uit te komen nu. Nu het ergste gevaar geweken is.

Ik val in een comateuze slaap. Pas rond 9 uur ’s avonds kom ik weer bij mijn positieven. Ik kook een maaltje voor mezelf. Ik verzorg de beestjes. Ik wandel een lekkere ronde met Vik. Ik voer Snuitje haar tartaartje….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Als alle klusje gedaan zijn kruip ik weer in mijn mandje. Ik kijk nog een beetje TV, maar val al snel weer in slaap. Pas om een uur of tien word ik de dag er op weer wakker. Ik ga er uit, omdat het moet. De beestjes moeten worden verzorgd. Anders lag ik er nu nog in bed te dweilen.

Vandaag ga ik ook niet veel uitvoeren. Even naar de fysio. Ik probeer mijn nek te behoeden voor verdere ellende. Afgelopen week begonnen de spieren en pezen van dit gebied ontstekingsverschijnselen te vertonen en een cortisonenprik zit er voorlopig niet in. Die heb ik met kerst nog gehad. Dat kan ik voorlopig wel schudden.

Moe dus, maar in een goed humeur. Hoopvol gestemd, ondanks alle perikelen. VikThor is jong en gezond. Die gaat wel bot rond het implantaat produceren. Daar heb ik alle vertrouwen in.

En alle locale Dettolisering, honingzalf en antibiotica ten spijt is het toch weer opvallend, dat de chute kwam op het moment, dat mijn heksenzusters mijn hondje onder hun hoede namen middels prevelementen en schietgebedjes. Dank daarvoor, lieve zusters. Ik denk dat mijn ventje het gaat redden. Dat zijn pootje het gaat redden!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Eindelijk is het dan drie uur! We kunnen gaan kijken of de aanloopkat in de Kooij mijn wegloopkat is. Is ze werkelijk in een rechte lijn via de Haarlemmerstraat de stad uit gevlucht? Het lijkt er wel op!

 

Deze foto kreeg ik toegestuurd per sms. Of dit Snuitje is? Nauwelijks te zien, maar onmiskenbaar!

Snuitje poster

Zaterdag 22 oktober krijg ik plotseling bericht dat mijn kat Snuitje bij een paar studenten in de woonkamer zit. Aanvankelijk geloof ik mijn oren niet. Tot nu toe zijn dergelijke berichten nergens op uitgedraaid. Ook is mijn schatje al vanaf 25 juli zoek. Erg lang voor een piepklein poesje op leeftijd. Het zal wel weer loos alarm zijn. Toch ga ik achter de tip aan. Natuurlijk. Je weet maar nooit.

Het is een rare dag, die zaterdag. Eerst haal ik een nat pak, omdat mijn pup in de gracht springt. Daarna moet ik me een ongeluk haasten om droog en wel om drie uur op de stoep te staan bij de studenten.

ENORM UITVERGROOT ZIE JE HET IETS BETER……

Ik stuur een berichtje aan Joy en Boy, mijn grote kattenvrienden. ‘Snuitje is waarschijnlijk terecht. Ik ga vanmiddag kijken of zij het is!’  Dit onvolprezen liefdespaar heeft me enorm geholpen met het zoeken naar Snuitje. Toen ik zelf te druk was met mijn stervende hondje bleef dit stel onverminderd actief speuren naar mijn weglopertje. Overal in de stad hingen zij posters op. Hele straten werden geflyerd…….Ze gluurden door ramen en luiken. Gingen achter elke tip aan…..

Om half drie staan ze voor mijn neus. Ze gaan natuurlijk met me mee! VikThor wordt in de fietskar geladen. Zijn oude behuizing, een katten vervoersmand hangt schoon aan mijn stuur. Daar kan Snuitertje straks in. Als ze het is…..

“Ik ben hartstikke zenuwachtig,’ verwoordt Joy mijn gevoel. We zijn al zo vaak teleurgesteld. Bovendien: Zo’n oud katje, zo lang van huis! Niet gewend aan het buitenleven. Als ze het is, hoe zal ze er aan toe zijn?

In colonne fietsen we de stad uit. Hobeldebobbel langs de Oude Vest richting Haven. Onder de Zijlpoort door over de Singel en in een rechte lijn de Lage Rijndijk op. Tot vlak voor de Spanjaardsbrug.

Hier moeten we zijn. Ergens in deze huizen zit een kat, die verdacht veel op de mijne lijkt. Ik bekijk de gevel. Het opgegeven adres is op de eerste verdieping. Het is tegen drieën. We bellen aan.

Er gebeurt helemaal niets. De deur gaat niet open. Het huis oogt uitgestorven.

Een buurman komt aangelopen. Een oudere jongere zo te zien met wortels in de gabber sien. Hij kent dat katje wel. ‘Ze loopt hier al maanden te miauwen. Je kunt haar heel gemakkelijk over haar buikje aaien, ze gaat er helemaal voor liggen. Die student ligt vast nog in zijn bed…….’

Eindelijk thuis en dan is er die vreemde hond! En waar is Ysbrandt eigenlijk!?

Een buurvrouw voegt zich bij ons. Een vrijgezelle tante met haar op bovenlip en tanden. Ze sjouwt een grote tas boodschappen naar binnen. ‘Ja, die kat is duidelijk verdwaald. Ik heb de dierenambulance een keer gebeld. Maar die zijn niet geweest……’

Wat een verhalen toch weer. Maandenlang miauwen in een paar ienieminituintjes! Hoe is het nu mogelijk dat niemand die kat gewoon een keertje bij het asiel op een chip heeft laten checken? Of eventje heeft gekeken op de site van Amivedi of Mijn dier is zoek? Daar stond mijn schatje levensgroot als vermist geregistreerd. Met een goed lijkende foto!

‘Ik ga toch eventjes aan de achterkant kijken of ik dat gevonden katje in een tuin zie zitten. Of op het balkon bij die studenten…..’ zegt mijn vriendin. Samen met haar liefje spoeden ze zich achterom een brandgang in. Ik blijf verwoed naar de gesloten voordeur staren.

Mijn magische blik lijkt te werken, want plotseling zwaait de deur open. Een frisgewassen jongeman lacht me vriendelijk toe. ‘U bent de dame van de kat. Nou, ik hoop dat het Snuitje is, want ze moet echt  hoognodig naar haar eigen huis. Ze kan helemaal niet overweg met mijn eigen kat. Die zit uit frustratie op het balkon!’

Joy

Ik snel achter hem aan de trap op. Waarschijnlijk brabbel ik iets terug, maar ik zou niet weten wat precies. Ik wil alleen maar naar mijn kat. Als het haar is. Nu. Eindelijk!

Bovenaan de trap is een halletje. En daar komt me een piepklein poesje tegemoet lopen. Ongeveer de helft van Snuitje. Maar het is Snuitje! Echt waar. Er is alleen niet zoveel van haar over…..

Ik pak haar verrukt op, geef haar een knuffel en probeer haar in de vervoersmand te stoppen. Intussen zijn Joy en Boy ook boven gekomen. Hun teleurstelling dat de Cyperse kat op het balkon van de studenten Snuitje niet is, dat het dus weer loos alarm is, maakt plaats voor vreugde. Mijn net hervonden kat ontsnapt in de consternatie en ik moet flink achter haar aan om haar weer te pakken te krijgen.

Ondankbare monsters zijn het toch. Katten. Zo ook deze: Helemaal niet blij om me te zien. Totaal niet geïnteresseerd om naar huis te gaan……

Niet veel later fietst de karavaan weer richting binnenstad. Joy haalt onderweg een taartje voor de heren studenten en voegt zich later weer bij ons. Thuisgekomen komt dochter Pippi direct kijken. Hoera! Moeders is weer terug. Liefdevol geeft ze haar kopjes en likjes. De rest van de katten volgt. Om de beurt koekeloeren ze naar dit magere scharminkeltje. Natuurlijk herkennen ze haar. Maar ze vinden het toch raar. Echt waar.

Het heeft heel wat voeten in de aarde om mijn ouwetje er weer bovenop te krijgen. Een infuus bij de dierenarts. Speciale verrijkte voeding, want ze is eenderde van haar gewicht kwijt. Heel veel rust en speciale aandacht…….

‘Ik voer haar met een theelepeltje. Dat vindt ze fijn. De eerste dagen kreeg ik er bijna niets in. Haar darmpjes lagen helemaal stil. Er zaten een paar keiharde versteende keuteltjes in. Gelukkig is de boel nu weer op gang gekomen. Maar we zijn er nog niet. Ze is nog helemaal niet de oude,’ vertel ik Steenvrouw, als ze bij Snuitje komt kijken.

Ook Trui brengt een bezoekje. Ze was tenslotte bij de geboorte van mijn ouwe kattekop. Haar kat Loetje is namelijk de moeder van Snuit.

En gaat ze het redden? Komt ze er bovenop?

Volgens de dierenarts is ze zo gezond als een vis. Geen gekke dingen. Alleen volledig uitgedroogd en ondervoed…..

Boy

Gek toch dat mensen mijn moeilijk benaderbare panter altijd eten willen geven, terwijl hij er gezond en doorvoed uitziet. Moeiteloos scoort hij muizen en andere kleine beestjes als lunch en tussendoortje. Toch was er laatst weer een buurvrouw die hem zonder zich af te vragen of het beest daadwerkelijk een zwerver is in de kost heeft genomen. Ik heb haar moeten bezweren om ermee op te houden. Op straffe van een bezoek van de wijkagent!

Maar mijn zeer toegankelijke binnenkat Snuitje, oud en uitgemergeld, niet gewend op muizen en vogels te jagen, volledig ondervoed en uitgedroogd…. Geen mens die op het idee kwam om haar te helpen. Maandenlang moest ze zich maar zien te redden. Haar scharminkelige lijfje getuigt hiervan.

Uiteindelijk heeft ze zich permanent toegang verschaft tot het huis van de studenten. Pas zeer recent. En die hebben toen bij toeval een poster zien hangen in de stad. Opgehangen door mijn vrienden. In hun eindeloze ijver om Snuitje thuis te brengen.

Deze week zit ik in de keuken met al mijn katten. Zelfs de panter is van de partij. VikThor stuitert er vrolijk tussendoor. Ik voel Ysbrandts geestige snuit duwen tegen mijn kuiten…… Eindelijk voelt het weer compleet hier in Huize Heks!

en een hele blije Heks