Eindelijk is het dan drie uur! We kunnen gaan kijken of de aanloopkat in de Kooij mijn wegloopkat is. Is ze werkelijk in een rechte lijn via de Haarlemmerstraat de stad uit gevlucht? Het lijkt er wel op!

 

Deze foto kreeg ik toegestuurd per sms. Of dit Snuitje is? Nauwelijks te zien, maar onmiskenbaar!

Snuitje poster

Zaterdag 22 oktober krijg ik plotseling bericht dat mijn kat Snuitje bij een paar studenten in de woonkamer zit. Aanvankelijk geloof ik mijn oren niet. Tot nu toe zijn dergelijke berichten nergens op uitgedraaid. Ook is mijn schatje al vanaf 25 juli zoek. Erg lang voor een piepklein poesje op leeftijd. Het zal wel weer loos alarm zijn. Toch ga ik achter de tip aan. Natuurlijk. Je weet maar nooit.

Het is een rare dag, die zaterdag. Eerst haal ik een nat pak, omdat mijn pup in de gracht springt. Daarna moet ik me een ongeluk haasten om droog en wel om drie uur op de stoep te staan bij de studenten.

ENORM UITVERGROOT ZIE JE HET IETS BETER……

Ik stuur een berichtje aan Joy en Boy, mijn grote kattenvrienden. ‘Snuitje is waarschijnlijk terecht. Ik ga vanmiddag kijken of zij het is!’  Dit onvolprezen liefdespaar heeft me enorm geholpen met het zoeken naar Snuitje. Toen ik zelf te druk was met mijn stervende hondje bleef dit stel onverminderd actief speuren naar mijn weglopertje. Overal in de stad hingen zij posters op. Hele straten werden geflyerd…….Ze gluurden door ramen en luiken. Gingen achter elke tip aan…..

Om half drie staan ze voor mijn neus. Ze gaan natuurlijk met me mee! VikThor wordt in de fietskar geladen. Zijn oude behuizing, een katten vervoersmand hangt schoon aan mijn stuur. Daar kan Snuitertje straks in. Als ze het is…..

“Ik ben hartstikke zenuwachtig,’ verwoordt Joy mijn gevoel. We zijn al zo vaak teleurgesteld. Bovendien: Zo’n oud katje, zo lang van huis! Niet gewend aan het buitenleven. Als ze het is, hoe zal ze er aan toe zijn?

In colonne fietsen we de stad uit. Hobeldebobbel langs de Oude Vest richting Haven. Onder de Zijlpoort door over de Singel en in een rechte lijn de Lage Rijndijk op. Tot vlak voor de Spanjaardsbrug.

Hier moeten we zijn. Ergens in deze huizen zit een kat, die verdacht veel op de mijne lijkt. Ik bekijk de gevel. Het opgegeven adres is op de eerste verdieping. Het is tegen drieën. We bellen aan.

Er gebeurt helemaal niets. De deur gaat niet open. Het huis oogt uitgestorven.

Een buurman komt aangelopen. Een oudere jongere zo te zien met wortels in de gabber sien. Hij kent dat katje wel. ‘Ze loopt hier al maanden te miauwen. Je kunt haar heel gemakkelijk over haar buikje aaien, ze gaat er helemaal voor liggen. Die student ligt vast nog in zijn bed…….’

Eindelijk thuis en dan is er die vreemde hond! En waar is Ysbrandt eigenlijk!?

Een buurvrouw voegt zich bij ons. Een vrijgezelle tante met haar op bovenlip en tanden. Ze sjouwt een grote tas boodschappen naar binnen. ‘Ja, die kat is duidelijk verdwaald. Ik heb de dierenambulance een keer gebeld. Maar die zijn niet geweest……’

Wat een verhalen toch weer. Maandenlang miauwen in een paar ienieminituintjes! Hoe is het nu mogelijk dat niemand die kat gewoon een keertje bij het asiel op een chip heeft laten checken? Of eventje heeft gekeken op de site van Amivedi of Mijn dier is zoek? Daar stond mijn schatje levensgroot als vermist geregistreerd. Met een goed lijkende foto!

‘Ik ga toch eventjes aan de achterkant kijken of ik dat gevonden katje in een tuin zie zitten. Of op het balkon bij die studenten…..’ zegt mijn vriendin. Samen met haar liefje spoeden ze zich achterom een brandgang in. Ik blijf verwoed naar de gesloten voordeur staren.

Mijn magische blik lijkt te werken, want plotseling zwaait de deur open. Een frisgewassen jongeman lacht me vriendelijk toe. ‘U bent de dame van de kat. Nou, ik hoop dat het Snuitje is, want ze moet echt  hoognodig naar haar eigen huis. Ze kan helemaal niet overweg met mijn eigen kat. Die zit uit frustratie op het balkon!’

Joy

Ik snel achter hem aan de trap op. Waarschijnlijk brabbel ik iets terug, maar ik zou niet weten wat precies. Ik wil alleen maar naar mijn kat. Als het haar is. Nu. Eindelijk!

Bovenaan de trap is een halletje. En daar komt me een piepklein poesje tegemoet lopen. Ongeveer de helft van Snuitje. Maar het is Snuitje! Echt waar. Er is alleen niet zoveel van haar over…..

Ik pak haar verrukt op, geef haar een knuffel en probeer haar in de vervoersmand te stoppen. Intussen zijn Joy en Boy ook boven gekomen. Hun teleurstelling dat de Cyperse kat op het balkon van de studenten Snuitje niet is, dat het dus weer loos alarm is, maakt plaats voor vreugde. Mijn net hervonden kat ontsnapt in de consternatie en ik moet flink achter haar aan om haar weer te pakken te krijgen.

Ondankbare monsters zijn het toch. Katten. Zo ook deze: Helemaal niet blij om me te zien. Totaal niet geïnteresseerd om naar huis te gaan……

Niet veel later fietst de karavaan weer richting binnenstad. Joy haalt onderweg een taartje voor de heren studenten en voegt zich later weer bij ons. Thuisgekomen komt dochter Pippi direct kijken. Hoera! Moeders is weer terug. Liefdevol geeft ze haar kopjes en likjes. De rest van de katten volgt. Om de beurt koekeloeren ze naar dit magere scharminkeltje. Natuurlijk herkennen ze haar. Maar ze vinden het toch raar. Echt waar.

Het heeft heel wat voeten in de aarde om mijn ouwetje er weer bovenop te krijgen. Een infuus bij de dierenarts. Speciale verrijkte voeding, want ze is eenderde van haar gewicht kwijt. Heel veel rust en speciale aandacht…….

‘Ik voer haar met een theelepeltje. Dat vindt ze fijn. De eerste dagen kreeg ik er bijna niets in. Haar darmpjes lagen helemaal stil. Er zaten een paar keiharde versteende keuteltjes in. Gelukkig is de boel nu weer op gang gekomen. Maar we zijn er nog niet. Ze is nog helemaal niet de oude,’ vertel ik Steenvrouw, als ze bij Snuitje komt kijken.

Ook Trui brengt een bezoekje. Ze was tenslotte bij de geboorte van mijn ouwe kattekop. Haar kat Loetje is namelijk de moeder van Snuit.

En gaat ze het redden? Komt ze er bovenop?

Volgens de dierenarts is ze zo gezond als een vis. Geen gekke dingen. Alleen volledig uitgedroogd en ondervoed…..

Boy

Gek toch dat mensen mijn moeilijk benaderbare panter altijd eten willen geven, terwijl hij er gezond en doorvoed uitziet. Moeiteloos scoort hij muizen en andere kleine beestjes als lunch en tussendoortje. Toch was er laatst weer een buurvrouw die hem zonder zich af te vragen of het beest daadwerkelijk een zwerver is in de kost heeft genomen. Ik heb haar moeten bezweren om ermee op te houden. Op straffe van een bezoek van de wijkagent!

Maar mijn zeer toegankelijke binnenkat Snuitje, oud en uitgemergeld, niet gewend op muizen en vogels te jagen, volledig ondervoed en uitgedroogd…. Geen mens die op het idee kwam om haar te helpen. Maandenlang moest ze zich maar zien te redden. Haar scharminkelige lijfje getuigt hiervan.

Uiteindelijk heeft ze zich permanent toegang verschaft tot het huis van de studenten. Pas zeer recent. En die hebben toen bij toeval een poster zien hangen in de stad. Opgehangen door mijn vrienden. In hun eindeloze ijver om Snuitje thuis te brengen.

Deze week zit ik in de keuken met al mijn katten. Zelfs de panter is van de partij. VikThor stuitert er vrolijk tussendoor. Ik voel Ysbrandts geestige snuit duwen tegen mijn kuiten…… Eindelijk voelt het weer compleet hier in Huize Heks!

en een hele blije Heks


 

 

 

Veranderen is voor anderen.Vaak delven we slechts meer van hetzelfde. Een moderne heks is maar iets geks.Toch?

Veranderen is moeilijk. Zo niet bijna onmogelijk. Vanaf het moment dat je je eerste gekrijs laat horen begint de computer in je kop allerlei patronen op te bouwen. Gelukkig maar, anders kon je niet functioneren.

Helaas is het razend lastig om zulk aangeleerd gedrag later weer af te leren. Als het je niet meer uitkomt om zo te reageren. Of wanneer je eigen gedrag tegen je werkt.

Nu ik mijn hondje zo snel zie opgroeien neem ik dit proces opnieuw waar. Mag hij de ene dag lekker trekken aan de riem, dan doet hij het de volgende dag natuurlijk ook. En als ik niet ingrijp sleurt mijn kereltje me over een klein half jaar dagelijks door de steeg……Je ziet al waar ik tegen aan loop met mijn lekkere ventje.

‘Springers zijn enorme trekkers aan de riem,’ vertelt de jachtdame me vorige week. ‘Ze willen alleen maar naar voren met alles wat in hen is. Prima voor de jacht natuurlijk, maar niet dagdagelijks tijdens het wandelen….. Het is echt iets waar je aandacht aan moet besteden. Hij zal je beslist niet uit het oog verliezen en altijd komen als je roept, maar trekken kan hij als de beste…..’

‘Laat hem zoveel mogelijk los lopen en alleen aan de riem als hij echt niet trekt. Dus kleine stukjes, zodat je het goed kunt oefenen….’

Lastig midden in de stad. Het is doodeng om zo’n baby op poten door de steeg te laten rennen. Behalve ’s nachts. Dan is er geen kip te bekennen.

Maar goed, dat is een pup. Alles ligt nog open. Moeilijker is het om gedrag te veranderen als het mezelf betreft. Mijn ingebakken please-aard zit op de schopstoel. En dat is verrekte lastig, gewend als ik ben het anderen naar de zin te maken. Begrijp me goed, ik heb het niet over compassie en dergelijke goede eigenschappen. Ik heb het over ingebakken please-gedrag.

Je bent zelf het middelpunt van het heelal. Dat geldt voor alles en iedereen. Wetenschappelijk bewezen ook nog. Alles begint en eindigt met jezelf.

We zijn echter ook niets zonder de ander. Alleen in samenhang met het geheel functioneren wij als onderdeel.

Ik bijvoorbeeld als Pleasezuster Bloedwijn. Niet fijn. Maar goed, verandering kost tijd. Het heeft heel wat voeten in de aarde. Dus voorlopig ben ik er zoet mee.

Het is zulk prachtig weer. Ik breng de dagen heel rustig door. Samen met mijn hondje en grote kattenfamilie. Het hele weekend houden we ons gemak. VikThortje heeft last van een wormenkuur en Heks ligt ook helemaal gestrekt.

Maandagavond ga ik lekker met mijn ventje op stap. Het is een zwoele zomeravond! We vlijen ons neer bij het Valkenburgermeertje. Ik bestel een zalige maaltijd tegen alle bezuinigingsmaatregelen in. Ach, ik neem het er nog maar eventjes van! Volgende maand kan het vriezen!

Ik lees een beetje in ‘De heks van Portobello’ van Paulo Coelho, een intrigerend boek. En daar vind ik een passage, die me diep treft. De hoofdpersoon Athena ontmoet een medeheks. Alleen weet Athena zelf nog niet dat ze een heks is!

Over de ontmoeting: ‘Als het geen toeval was, wat was het dan?’ (vraagt de hoofdpersoon aan de vrouw. Die denkt vervolgens:) ‘Ik had kunnen zeggen het was de Moeder. Sommige uitverkoren geesten zenden een speciaal licht uit, moeten elkaar tegenkomen. En jij bent één van die geesten, maar je moet hard werken om deze energie te kunnen aanwenden in je voordeel.’

‘Ik had haar kunnen uitleggen dat ze de klassieke weg volgde van de heks, die heel individueel en solistisch contact zoekt met de hogere en de lagere wereld, maar uiteindelijk altijd haar eigen leven verwoest: ze dient, ze geeft energie en ontvangt nooit energie terug.’

Tja. Misschien is veranderen van mijn Pleasezuster-Bloedwijn-aard te veel gevraagd. Wellicht is er weinig meer te doen aan mijn overontwikkelde zorgspier: Het hoort blijkbaar bij mijn heksennatuur.

Ik kan mezelf hooguit beter beschermen tegen volstrekte leegroof……

Suck it up, witch. Karma is a bitch…..

06e6155df2a60d1fee33c6a1fd62cc0f

watercolor_watermark