Katten die plassen. Wassen, wassen wassen. Vijf trommels vol. Heks wordt hoorndol. Met je verkeerde been uit bed stappen, het bestaat echt. Morgen zet ik mijn beste beentje voor. Maar vandaag kom ik niet verder dan nijdig geknor.

Het is zaterdag. Heks slaapt uit. So far, so good!

Ik stap uit bed met mijn hand steunend op het voeteneind. Het voelt nat en warm. Mijn hand schrikt zich een ongeluk. Schielijk trek ik em terug: Mijn kat Pippi heeft in bed gepiest. Het is net gebeurd, zo te voelen. Twee dekbedden en twee lakens kletsnat. Het stinkt ook als de hel. Het is als de 2e keer deze week, dat dat kleine krengetje dit flikt! Weg goed humeur…..

Gelaten stop ik het eerste dekbed in de wasmachine. Dat wordt weer een hele dag wassen. En vervolgens lakens om dekbedden doen. Mijn nek en rug piepen bij voorbaat: ‘Nee, niet weer!’

Het lijkt er op, dat Pippi de honneurs waar is gaan nemen voor wijlen haar moeder Snuitje. Dat ouwetje kon er ook wat van de afgelopen jaren. Ik heb meer dan een jaar onder een plastic tafelkleed geslapen om die reden.

Tot ik er helemaal tabak van kreeg. Het laatste half jaar sliep Snuitje in een bench. Ze mocht gerust de hele avond op mijn schoot zitten, maar daarna werd ze uit bed verbannen. Ze sliep in haar bench. Met lekkere hapjes om het leed te verzachten. En fris water en een schone bak.

Maar nu is haar dochter dus bezig. Heks baalt als een stekker. Eerst ben ik boos, kwaad, nijdig. Maar later zoek ik mijn piespotje op en probeer een goed gesprek met haar te voeren. Misschien mist ze haar moedertje. Wellicht is ze in de rouw. Toch verban ik haar voorlopig uit mijn slaapkamer. Als dat gewas breekt me op.

Vervolgens ga ik op zoek naar de brief van de GGD. Ik heb dat epistel nodig om volgende week mijn Coronavaccinatie te krijgen. Het staat duidelijk in de bevestigingsmail vermeld. Maar waar is die klotebrief? Heks kan hem nergens vinden. Ik begin echt te vrezen, dat de betreffende brief samen met een stapel oude kranten is weggegooid.

‘Heb jij die brief soms in een map gestopt?’ app ik naar de Blonde. Hij heeft me onlangs geholpen met de administratie. Maar nee, hij weet van niets. De brief is en blijft zoek.

Ik besluit om voordat ik met de hondjes ga lopen nog even de correspondentie tussen mij en een tegenpartij in een juridisch conflict netjes in een aparte map in mijn mailbox te stoppen. Zodat ik die informatie op orde en bij de hand heb. Zodat ik alle informatie gemakkelijk terug kan vinden.

Ik selecteer de betreffende mailtjes en sleep ze naar de speciale map. Ze komen niet aan. Ze zijn zelfs opeens volledig verdwenen! Nergens terug te vinden. Waardeloos! Dat kloterige mailprogramma van Apple weer. Het is beslist niet de eerste keer, dat zoiets me overkomt.

Paniek slaat toe. Heks wordt helemaal misselijk. Wat ik ook doe, de mailtjes zijn definitief verdwenen. Wat een ellende. Goddank heb ik alles eerder deze week opgestuurd naar mijn advocaat. Het meeste is dus wel weer te achterhalen.

Ik sluit mijn computer af en ga naar buiten. In een parkje laat ik de hondjes lekker rennen en zwemmen. Dan raak ik aan de praat met een hondenuitlaatvriendinnetje. Over van alles en nog wat kletsen we, zoals altijd.

Ook over persoonlijke dingen. Onze moeilijke jeugd bijvoorbeeld. We hebben in dat opzicht veel overeenkomsten. Strenge hardhandige vader. Geslepen moeder. Ook zij kreeg in haar studententijd geen studiebeurs of ondersteuning van huis uit. Ook zij moest het maar uitzoeken. We hebben ons allebei de tandjes gewerkt om onze opleiding helemaal zelf te bekostigen.

‘Ik ben eindeloos loyaal gebleven aan die mensen,’ vertelt ze me. Herkenbaar! Ik krijg het nog steeds slecht uit mijn bek, de waarheid over mijn achtergrond. Ik heb overal altijd een mooi verhaal van gemaakt. In plaats van de dingen bij de naam te noemen, haalde ik mezelf systematisch naar beneden. Een desastreus zelfbeeld is het gevolg geweest. En ook het feit, dat menigeen gewoon over me heen loopt of walst, is daar aan te wijten.

‘Altijd maar geven en mijn gloeiende best doen, zelfs al spugen mensen regelrecht in mijn gezicht’ mopper ik later inwendig. Heks is er klaar mee.

Deze dag lijkt verloren. Ik ben ook zo godvergeten moe de afgelopen dagen. Helemaal uitgeput. Van niks. Ik besluit om een schoonheidsmiddagje te houden. Nagels lakken, haren wassen, maskertje, spieren trainen……. Ik haal mijn fitnessapparaat uit de kast en ontdek, dat het apparaat niet meer werkt. Ik krijg direct een foutmelding. Grrrrr.

Dan komt alles toch min of meer goed. De mailtjes duiken plotseling weer op ergens op mijn computer, nadat ik em een keertje uit en weer aan heb gezet. Ook het fitnessapparaat gaat uiteindelijk weer werken, tevens nadat ik em even helemaal uit heb gezet. En na enige tijd weer aan. Het laatste wasje zit in de machine en de rest hangt aan de lijn…..

Alleen de brief van de GGD is en blijft zoek. Ik heb mijn hele huis omgekeerd, maar dat ellendige epistel is nergens te vinden.

Ik kruip lekker in mijn kale bed en kijk een beetje televisie. Zometeen ga ik uitgebreid badderen. Ik ga mezelf eens grondig verwennen met maskertjes, scrubjes, smeerseltjes en lekkere luchtjes. Tot slot mijn lachende joggingbroek aan, dat wil ook nog wel eens helpen!

lachende joggingbroek
Mijn eigen lachende joggingbroek! Een echte originele BLIJBROEK…..

Trek jezelf aan je haren uit de shit, Heks. Na regen komt zonneschijn. Every cloud has a silver lining. Hoeperdepoep zat op de stoep en laten we vrolijk wezen!

Niet veel later gooi ik nog een beschilderde waxinelichthouder kapot, als ik nogal klungelig een dekbed over de waslijn op het balkon smijt. Overal glas! Scherven brengen geluk, toch? Welnu, niet vandaag. In de badkamer stinkt het opeens gigantisch naar kattenpis. Ik snuffel rond en dweil de grond. Ik pak de muren mee, maar de geur blijft.

Een schoon laken, dat hangt te drogen na eerder deze week door Pippi te zijn ondergepiest, is de boosdoener blijkt uiteindelijk. Die kloterige boskat heeft het laken te pakken gehad….

Katten die plassen. Wassen, wassen wassen. Vijf trommels vol. Heks wordt hoorndol……

Straks nog even een uitgebreide ronde met de hondjes. En dan houd ik het echt voor gezien.

Met je verkeerde been uit bed stappen, het bestaat echt. Zometeen stap er opnieuw uit. En reken maar dat ik mijn beste beentje voor zet.

lachende joggingbroek
Mijn lachende joggingbroek in close up!

Bloemen houden van mensen. Is dat zo? Hoe komen we daarbij? Weten we dat wel zeker? Heks houdt van bloemen. En van lekker eten. Ik eet niet graag van de vloer, maar nood breekt wet.

Pech, pech, pech. Soms heb je gewoon pech. Heks kookt de sterren van de hemel. Daarna ligt ze een paar uur uit te rusten, want ik ben te moe om te eten. En ik wil natuurlijk genieten van mijn godenmaal. Zo is het ook nog eens een keertje.

Ik geef het vee voer. Op de keukentafel eten Aafje, Pippi, Bolster en Leonoor een maaltje vis met garnalen. In de badkamer zit de boskat. ThayThay krijgt speciaal blaasgruisdieet. Mijn plaskatertje vindt bijna niks lekker qua dieetvoer. Ik heb maar 1 smaak in dit spectrum kunnen vinden, waar hij mondjesmaat van eet. Goddank eet hij wel goed van zijn speciale brokjes.

In de slaapkamer zit boerenridder Ferguut te dineren. Hij krijgt gewoon normaal voer, maar ik moet wel zorgen, dat mijn stokoude piespoesje Snuitje er niet bij kan. Zij heeft een streng nierdieet. Meestal eet ze in haar bench. Daar slaapt ze ook sinds een klein half jaar. Nadat ze me met enige regelmaat midden in de nacht onder heeft gepiest. Ook ben ik wel wakker geworden met een stinkdrol naast mijn oor.

Oh, wat je niet over hebt voor je beestjes. Het is wonderbaarlijk.

De hondjes eten in de keuken. Ze hebben allebei een eigen bak, maar standaard likken ze bij wijze van toetje elkaars bak ook nog even grondig uit.

Nu is Heks aan de beurt. Ik rammel van de honger. Het eten ruikt zo heerlijk! Ik heb echt mijn best gedaan. Snel laad ik mijn dienblad vol. Ik ga lekker voor de televisie eten. Een slechte gewoonte, waar ik van mijn lang zal ze leven niet meer vanaf kom, vrees ik.

Op mijn gemak wandel ik met mijn kostbare vrachtje door mijn heksenhuis. Sublieme geuren kringelen mijn haakneus in. Het water loopt me in de mond. Met mijn elleboog duw ik op de klink van de slaapkamerdeur. Op hetzelfde moment valt mijn gehele maaltijd op de grond. ‘Krak,’ zegt het grote aardewerken bord, als het de houten vloer raakt.

Mijn feestmaaltje ligt over de vloer verspreid. Heks staat er beteuterd naar te kijken. In mijn handen houd ik het frame van het dienblad nog steeds stevig vast. De bodem van het  dienblad ligt ook op de grond, net als mijn maaltje. Een heleboel kleine venijnige spijkertjes steken langs de rand van het blad parmantig de lucht in……

Pech, pech, pech. Soms heb je gewoon pech……

Het doet me denken aan hoe de bodem ooit uit mijn heksenleventje viel. Hoe de levensmaaltijd, die het lot voor mij persoonlijk in petto had, op de grond onder mijn voeten terecht kwam. Hoe vervolgens de bodem onder mijn bestaan uit sloeg. Hoe ik het gevoel kreeg in een vrije val terecht te zijn gekomen. Jarenlang.

Net als in de terugkerende nachtmerrie, die ik had als vierjarig kind. Waarbij ik in een diepe put viel, zonder ooit de bodem te bereiken. Steeds als ik dacht, dat ik er bijna was bleek de put nog dieper te zijn. Viel ik opnieuw, steeds opnieuw. Steeds dieper de put in …….

Naast de put stond mijn poppenkast in de vorm van een grote paddenstoel. Rood met witte stippen. Heks was toen al uit de poppenkast gevallen……….

Nijdig ga ik op zoek naar iets om de troep op te ruimen. ‘Krijg de tering,’ pruttel ik kwaad voor me uit, ‘Ik eet het gewoon op, toevallig heb ik net nog een stofzuiger door de hal gehaald….’

Ik denk maar even niet na over alle beesten met vieze poten, die dagelijks door de gang lopen te paraderen. Ik denk even niet na over enge bacteriën aan smerige schoenen. ‘Ik zet het gewoon net zo lang in de magnetron, tot alle leven eruit is gejaagd,’ mopper ik chagrijnig. Ja, duh. Ik heb honger. Ik heb er lang genoeg op gewacht.

Zo eet ik een kleine tien minuten later alsnog mijn gevallen maaltijd op. Wat kan het schelen? Ik moet toch wat. Een nieuwe maaltijd bereiden zit er echt niet in. Goddank heb ik geen smetvrees. Ik was wel de hele dag mijn handen. maar ik eet dan weer net zo gemakkelijk van de grond……

Soms heb je pech, soms heb je geluk. Soms geluk bij een ongeluk. Nog voor ik de laatste hap naar binnen heb gewerkt gaat de bel. De voorzitster van de atletiekvereniging staat na een halve week toch opeens voor de deur met het beloofde bloemetje. Ik had haar niet meer verwacht. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com Het bloemetje!!!!!!

‘Ik heb het wel bij handhaving neergelegd….’ waarschuw ik haar bij het afscheid. Zodat ze het maar uit hun kop laten om me weer bijna de sloot in te drijven, die fanatieke onsterfelijke leden van haar geliefde Olympische vereniging.