Überbitch of Powervrouw, overheerst of houdt van jou. Geef zo’n bitch een stalen klit en kijk: Orthopedische Tarzan rijgt haar aan zijn lid. Of valt ze trillend uit elkaar? De Überbitch? Je zegt het maar…….

Ten eerste. Ik ben mijn vakantie bijna vergeten. Is het slechts twee weken geleden, dat ik moeizaam door mijn tent kroop? Vandaag bij de orthopedische fysiotherapeut weer uit de knoop gehaald middels extreme martelmethodes. Krijsend laat ik het me welgevallen. Tussen de martelingen door voeren we een gewoon gesprek.

Nou ja, gewoon…..

Als zijn trilapparaat, een soort gigantische Tarzan, uit de kast komt zijn de rapen gaar. ‘Ik heb iemand naar je toe gestuurd vanwege je apparaat. Het werkt echt heel goed tegen die door artrose veroorzaakte ontstekingen in mijn handen. Daar heeft zij ook last van……. Echt lekker is dat getril niet, hoor.’

‘Ja, als je em wat zachter zou kunnen zetten, zou je dat ding misschien ook voor andere dingen kunnen gebruiken,’ grapt mijn fysio. ‘Of als je een stalen klit hebt,’ geef ik lik op stuk. Mijn behandelaar hikt van de lach. ‘Nee, zo’n stalen klit trilt ie binnen de kortste keren los, als ie er al niet doorheen schuurt…..’

 

Heks krijgt visioenen van in de rondte vliegende clitorissen. Vrijgevochten klitjes die bij elkaar gaan klitten. Een geheel eigen leven gaan leiden. ‘Misschien is het iets voor die besnijdenisvrouwen. Die gebruiken zeer primitieve gereedschappen en attributen en het doet verdomd veel pijn. Zo hebben hun slachtoffers nog een beetje plezier…’ maak ik een hele foute grap.

Want aan besnijdenisvrouwen heb ik een broertje dood. Dames, die hun eigen zusters te lijf gaan om maar niet van de traditie af te wijken. Ik weet dat dit nogal kort door de bocht is geredeneerd. Toch zou er zonder dit korps vrouwelijke beroepsbesnijders geen vrouwenbesnijdenis meer bestaan. De gemiddelde man waagt zich er niet aan.

Twee weken geleden kroop ik nog door mijn tent. ’s Avonds ging ik regelmatig in het restaurant eten. De eerste paar keer alleen. Kan ik prima tegen, behalve als er een dikke Caneira (Leids voor stom wijf met een hele stoot kinderen) recht in mijn gezicht over me zit te roddelen met haar vriendin.

Het serpent, waar ik vanaf dag 1 steeds tegenaan loop, zit recht in mijn vizier openlijk naar me te wijzen. Oh, wat is ze toch lelijk. Vooral haar karakter. Haar nietszeggende blonde bolle toet biedt weinig houvast. Ik ben telkens verbaasd, dat ik haar weer herken. En oh, wat is het toch een vreselijke sergeant majoor, zoals ze haar handlanger van een vriendin weer zit te koeioneren.

Na een paar dagen schuif ik aan bij een vrouw, waarmee  ik een dagje heb gefotografeerd. Een kleine frêle dame met een hart van goud. Ze eet samen met een paar campingvriendinnen.

‘We hebben wel allemaal kinderen en die maken herrie, hoor,’ waarschuwt ze me van te voren. Heks houdt van kinderen. Ik zie maar zo weinig kids in mijn beperkte leventje. Ik ben blij dat ik er een paartje echt meemaak deze vakantie.

Haar tafelgenoten zijn een leuke schooljuf uit Den Haag met de leukste kleuter van het hele terrein en een grote wilde blondine, moeder van een schattig klein meisje en een roodharige tweeling. Heks wordt warm onthaald.

De laatste avond dans ik met de blondine, die een beetje dronken is. Heks, de alcoholist,  heeft ook een paar wijntjes in haar klep, anders is dansen geen optie. ‘Jij begrijpt me, powervrouw, ik zag direct dat jij een sterk wijf bent. Geen bitch hoor, zoals jij jezelf noemt. Een powervrouw!’

‘Zodra je het terrein op kwam zag ik het. Met haar wil ik praten, dacht ik bij mezelf. Al die andere dames interesseren me geen snars. Maar jij wel, powervrouw!’

Heks wordt dan wel naar de grond geworsteld, wellicht juist omdat ik een powervrouw ben, aan een slap figuur valt geen eer te behalen, toch? Noch lol aan te beleven…… Toch kom ik ook hele leuke meiden tegen bij tijd en wijlen.

Met de frêle dame bijvoorbeeld, die zo volstrekt anders is dan Heks zelf, heb ik een heel intiem gesprek over hele persoonlijke zaken uit ons leven. Haar vertel ik op een gegeven moment over mijn aartsvijandin op de camping. ‘Jij roept ook vast heel veel op bij andere mensen. Iedereen heeft zo zijn of haar in andermans ogen irritante gedrag……’

De laatste avond dans ik ook met Julia. Een prachtige jonge vrouw, die tijdens het afscheidsfeest niet bij me weg te slaan is. Zou ze verliefd zijn geworden op de powervrouw? Ze kijkt me stralend aan en volgt me naar het kampvuur. Mocht het inderdaad een crush zijn van deze beeldschone jongedame, dan vind ik dat een geweldig compliment.

 

 

Autonomie is wat me ontbreekt. Heks ligt chronisch in de clinch met bazige dames, die me naar de grond proberen te werken. Heks moet in de overgave. Of het nu een kreng van een fysiotherapeut is, die me veertig minuten laat wachten en mij daarvan de schuld geeft of een geslepen psychiater, die me voor gek verklaart……. Of haar good-cop-handlangster, die er een mierzoet schepje bovenop doet….. Of een schreeuwende pispot met een Drentse Patrijs…..Heks krijgt het voor haar kiezen.

Oh, wat ben ik moe. Uitgeput. Leeggetrokken. Nu heb je dat als MEer snel. Een keer flink schrikken en een sprintje naar de deur is soms al genoeg voor een uurtje amechtig uithijgen. Een slungelige mannelijke vervangende thuiszorg, die nagenoeg niks uitvoert helpt ook niet mee. Op zich best knap om tweeënhalf uur lang uit je neus te vreten zonder dat het echt opvalt.

Heks is dan ook enorm blij, dat haar hulp terug is van vakantie. Eindelijk worden er weer kattenbakken verschoond en kussentjes gestofzuigd. Ook plak ik niet meer aan het aanrecht vast. Ik weet niet wat de vakantiekracht daarmee deed, schoonmaken was het in elk geval niet.

Gisteren fiets ik eventjes langs bij de huisarts. Ik heb een raar voorgevoel over buurtzorg T. Ik heb de psychologe gisteren telefonisch verteld, dat ik het proces stop wil zetten. Ik ben mijn vertrouwen in de psychiater en haar team volledig kwijt en wil dat ook niet dat het gekke mens met mijn huisarts gaat praten. Over mij en mijn rare dossier.

Want reken maar dat er vreemde dingen staan in het medisch dossier van Heks. Zo heb ik ooit een nabloeding gekregen door een medische misser tijdens een operatie. In mijn dossier staat hierover: ‘Mevrouw Toverheks is hysterisch en kreeg daardoor een nabloeding….’

Voor de goede orde: Ik was onder narcose tijdens die aanval van hysterie.

Als ik het niet met eigen ogen had gezien een aantal jaren later, toen ik wegens vergaande wantoestanden bij diezelfde arts van ziekenhuis wisselde en opeens het gewraakte dossier in handen kreeg, had ik het ook niet geloofd hoor. Zoiets verwacht je niet van een universitair geschoold medemens. Met de eed van Hippocrates in zijn klep.

Ik ken overigens iemand, die ook door dezelfde chirurg is opengesneden ooit en daarbij eveneens bijna het leven heeft gelaten. Die dame heeft geen ME. Ze is dan ook serieus genomen in haar klacht en heeft een half miljoen van het ziekenhuis gekregen. Verschil moet er zijn natuurlijk.

Mijn vorige huisarts riep dingen als ‘Je moet je niet zo wentelen in je kwaaltjes!’ op momenten, dat ik bijvoorbeeld al een jaar volkomen bedlegerig was. Ik moest maar een Pools meisje inhuren voor een paar euro om mijn huis op te ruimen, want thuiszorg ging ze echt niet voor me regelen. Ik zat toen weer tegen een flinke operatie aan te hikken. Ik woonde al de hele zomer op mijn balkon, omdat het binnen zo’n troep was……

Wat heeft die dame in mijn dossier gezet? Ik wil het echt niet weten.

Ook ben ik bij Rivierduinen jarenlang vernederd en afgezeken over mijn ingebeelde kwaal. Ik kwam bij hen na die laatste operatie. De wond was net na vier maanden dicht. En wat zegt gezondheidspsycholoog meneer de Koekepeer tegen Heks ter kennismaking? ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’

In hetzelfde traject werd ik door een psychiater, die even drie minuten bij de psycholoog binnenrende, vol Prozac gestopt: Daar zou ik flink van opknappen volgens de eikel. Toen ik  maar net aan 1 van de bijwerkingen overleefde ( ik kreeg suïcidale gedachtes, ME patiënten kunnen nu eenmaal niet tegen antidepressiva), riep hij onverschillig, toen hij weer drie minuten binnenrende; ‘Daar verliezen we mensen op….’

Wat zou die kwibus over me geschreven hebben? Destijds riep hij dat ik helemaal geen ME heb. ‘U bent bipolair. Ik ga u uppers en downers geven….’ intussen grabbelend naar zijn receptenboekje. Dat had de stumper in die drie minuten toch maar goed gezien! Vond hij zelf dan.

‘Ik ga helemaal geen uppers en downers slikken. Ik ga niets meer van u slikken. Als u niet heel snel maakt dat u weg komt heeft u een proces aan uw broek!’ De man maakte inderdaad dat hij weg kwam, maar wat zou hij daarover weer hebben geschreven in mijn dossier?

Of de aan ditzelfde GGZ-traject verbonden fysiotherapeut. Wat zou hij hebben geschreven? ‘Ik ga u in een streng oefenprogramma stoppen. U moet vijf dagen per week om negen uur ’s morgens hier zijn, dan gaan we oefeningen doen. Ook moet u dit en dat, hardlopen, sportschool, zus en zo….. U moet een contract tekenen en zich daaraan houden. Anders volgen er represailles…….’

Menig ME patiënt, die dit protocol gevolgd heeft ligt nu definitief in een verpleeghuis. Het is een hele gevaarlijke strategie bij dit type patiënt. Wij kunnen niet herstellen. Ik krijg al spierpijn van de straat uit lopen. Heks weigerde dan ook hieraan mee te werken. ‘Uw eigenwijze houding zal u wel redden,’ riep de griezel me na bij het afscheid.

Dat zal er dan ook wel in staan: Heks is eigenwijs. Met deze psychiatrische patiënt is niets aan te vangen.

Ik ben natuurlijk  al drieëndertig jaar bezig met het bestrijden van deze zware invaliderende ziekte. Dus mijn dossier heeft een lange baard. Vol met dit soort beschuldigingen. Lui, gek, eigenwijs, wentelt zich in haar kwaaltjes, werkt niet mee, wil geen antidepressiva-achtige  medicatie, weigert morfine (!!!), denkt dat ze een echte ziekte heeft…….

Heks wil dan ook pertinent niet, dat de mensen van Buurtzorg T mijn dossier te pakken krijgen. Drie weken geleden heb ik iets ondertekend, waarin ik toestemming geef. Maar dinsdag trek ik die toestemming telefonisch weer in. Ik ga niet verder met die mensen. En bij gebrek aan andere mensen binnen de  organisatie houdt het mijns inziens op.

‘Ik bel u vrijdag nog een keer op, dan bent u misschien wat rustiger,’ koeioneert de psychologe dinsdag een zeer geagiteerde Heks. In het telefoongesprek met haar krijg ik weer dezelfde stomme vragen voor mijn kiezen. Eerst doet ze heel begrijpend, maar als puntje bij paaltje komt moet ik toch weer toegeven, dat de geest het lichaam beïnvloedt en dat ik een psychiatrische aandoening heb.

Ze speelt een beetje good cop/ bad cop met Heks. Zij is dan de goede natuurlijk. Maar wel in dienst van de slechte. ‘We hebben u in het team besproken,’ betekent zoveel als ‘We trekken 1 lijn.’

Als ME dan geen psychiatrische aandoening is, dan is mijn depressie het wel. Volgens de psychologe. Apart. Ik kom er dus niet onder uit. Onder het psychiatrisch etiket.

Waarom? Wat is hun belang hierbij? Waarom moet ik in de overgave?

‘Ik weet prima, wat tot de psychiatrie behoort en wat niet. (Een vroegere geliefde van Heks hakte met dat bijtje. Voorwaar geen makkelijk bestaan. Hij heeft zichzelf helaas niet overleefd.) Ik ben niet schizofreen, bipolair, paranoia of noem maar op. Ik heb last van een depressie door bepaalde dingen betreffende mijn familie. En daar wil ik hulp voor. En geen pillen.

‘Maar dat is toch een psychiatrische aandoening, zo’n depressie, vindt u niet?’ God, wat zijn die mensen hardnekkig. Het maakt niet uit, wat ik zeg.

‘U hebt gezegd, dat u wilt gaan zwemmen en vroeger wilt op staan…’ roept ze opgewekt als tegen een onwillig kind. Om me weer in haar stramien te lokken. ‘Dat heb ik gezegd om jullie een plezier te doen. Ik heb aan het eind van dat vreselijke gesprek met mevrouw de psychiater vorige week gewoon gezegd, wat jullie willen horen….’

En dat hebben ze dus wel onthouden. Koren op hun molen. Heks moet zwemmen en om zes uur op. Het feit, dat omdraaiing van dag/nachtritme inherent is aan ME boeit hen niet. Dat het al dertig jaar een dagdagelijks gevecht is om een beetje te slapen ’s nachts. Dat gaat wel over als ik eens een keertje mijn best ga doen. En ga zwemmen.

Heks heeft jarenlang gezwommen. Het vrat bijna al mijn beschikbare energie op. Wennen deed het nooit. Altijd zwom ik met veel pijn. Ik stond vaak te duizelen in de kleedruimte. Ik heb nog steeds ME.

Ik fiets dus langs bij de huisarts om te checken of Buurtzorg T niet toch met hem probeert te praten vandaag. En wie schetst mijn verbazing? ‘Er is net een brief voor hem afgegeven door iemand van Buurtzorg T,’ zegt de assistente. Ze zwaait met een formulier met mijn handtekening er op. Het drie weken geleden door mij ondertekende document is net ingeleverd.

‘Ze hebben vandaag een belafspraak met de dokter om te praten over jou,’

Er komt stoom uit de oren van Heks. De assistente staat er verbaasd naar te kijken. Ik gris het papier uit haar hand en scheur het in duizend stukjes. Voor haar verbijsterde ogen.

‘Ik moet met de dokter spreken vandaag. Dit loopt echt de spuigaten uit, wat die lui van Buurtzorg T doen. Ik zeg nee en ze doen ja. Ik wil niet dat hij met die psychiater gaat praten. ….’

De assistente belt de huisarts. Die heeft om kwart over twee nog een gaatje. Als ik later mijn verhaal doet, snapt hij al snel wat er loos is. Hij heeft nooit aan mijn verstand getwijfeld. Hij geeft me nooit het gevoel, dat ik me in mijn kwaaltjes wentel. Mijn huisarts beschermt mijn privacy. Bij hem ben ik nog steeds veilig.

Aan het eind van de middag gaat de telefoon. Als ik hem op pak en mijn naam noem, hoor ik niks. Ik bel het betreffende nummer. Ik krijg het antwoordapparaat van de psychiater. Heeft dat gekke mens me nu toch zitten bellen?

Ik heb gisteren toch duidelijk gezegd tegen die psychologe, dat ik dat echt niet wil. Ik wil niet opnieuw aan de verbale terreur van die vrouw worden blootgesteld. Ik ben klaar met haar brainfuck.

Razend van woede begin ik aan een klachtenbrief. Wat een stelletje idioten.

Heks wil therapie, met name omdat een vrouw uit mijn familie me middels een smerige  truck mijn autonomie heeft trachten te ontnemen. En het is haar nog gelukt ook. Heks hangt aan allemaal financiële touwtjes. De touwtrekker is een narcist. Hij gedraagt zich als de eerste beste door de rechter aangestelde bewindvoerder. Dat is hij geenszins!

Uit mijn naam worden belangrijke documenten getekend door een aangetrouwd familielid. Iemand van de zeer kouwe kant. Iets, dat volgens mijn advocaat helemaal niet mag.

Deze psychiater, die me ook al mijn autonomie tracht te ontnemen, die achter mijn rug dingen doet, mij betreffende, die ik heb verboden….. Tegen mijn zin dus, die wil winnen……. Die me voor gek verklaart en monddood tracht te maken, die gemene pactjes smeedt met haar team…. Die de boel manipuleert en over me heen walst……. Waar ken ik het van?

Als ik zou hebben gekozen voor confrontatietherapie dan was dit experiment heel geslaagd. Het lijkt wel een onvrijwillige familieopstelling.

Toch ga ik er niet mee door. Ik ben wel klaar met mijn rol van Kop van Jut. In welke omgeving dan ook.

Zo ben ik afgelopen week flinke uitgescholden door 1 van de potjes met de Drentse Patrijs. Krijsend blokkeerde ze het fietspad, terwijl haar strontvervelende hond zich zwaar stond te misdragen rukkend aan de riem. Ik fietste alleen maar om haar heen met mijn über brave hondje. ‘Hou je bek, gek mens. Let jij nu maar op die hopeloze hond van je.’

Ook is mijn klacht bij een fysiotherapeut vrij onbeschoft afgehandeld. ‘Ik loop een kwartiertje uit’ werd bijna drie kwartier. Heks moest helaas naar een volgende afspraak, dus ik ben weg gegaan. Ik hoorde de vrouw en haar client maar lachen en praten. Die client was al meer dan een uur binnen. Echt haast hadden ze niet.

©Toverheks.com

‘Ik ga je niet vertellen wat er aan de hand was, maar belangrijk, belangrijk, belangrijk. Schijt in je bek, kotsbraak over je heen, want je moet gewoon niet bij mij afspreken. Eigen schuld, dikke bult. Ik heb nu eenmaal geen controle over mijn agenda’ was haar excuus.

Volgens mij heeft ze geen controle over haar grote mond. Ik kom al 9 jaar bij dat rare mens in haar praktijk. Zes tot acht keer per maand. Ik had wel een behandeling kunnen gebruiken ook, na dat gekruip door die tent een paar weken geleden. Respectloos natuurlijk. Ik ga me inderdaad maar eens heel ergens anders laten inplannen.

Ook bij Buurtzorg T maakt Heks geen afspraken meer. Wel ben ik een soort bang van hen geworden. Wat als ze me onvrijwillig laten opnemen? Als mevrouw de psychiater het in haar bol krijgt, dat ik een gevaar ben voor mezelf. Ik heb tenslotte een als psychiatrische aandoening aangemerkte depressie (ME voor alle duidelijkheid) en weiger medicatie en ben daarnaast zwaar aan de drank met mijn dagelijkse ME kater.

 

 

 

 

 

Heks lijkt op kabouter Plop met haar overvolle stopverfkop. Nachten spoken en niet slapen. Uit al mijn mouwen kruipen apen. WIL ik dan niet beter worden misschien? Duh…… Al die domme vragen, ik kan wel grienen…….

Heks is toch zo moe. Mijn hoofd zit vol stopverf. Slapen doe ik echter slecht. Elke nacht dool ik doelloos door het huis. Met een kop vol boze gedachtes. Met een hart vol woede.

Het gedoe met Buurtzorg T bezorgt me kopzorgen. ‘Als dit onder provocatie therapie valt zijn ze zeer succesvol,’ somber ik tegen de vrouw, die me met allerlei praktische zaken helpt. We zijn urenlang bezig om uit te zoeken, hoe en waar ik wel de hulp kan krijgen, die ik nodig heb. Die gekke psychiater komt er in elk geval niet meer in hier.

De psychologe belt. Een halve week nadat ik haar een brief met mijn bezwaren tegen de gang van zaken heb gestuurd. Ik ben er intussen achter, dat ik zo snel mogelijk uit dit traject moet stappen en elders opnieuw moet beginnen. Anders kan het niet meer.

Je kunt ook maar 1 keer overstappen naar een andere behandelaar. ‘1 keer per jaar of 1 keer voor altijd?’ vraagt de dame van Cuprum, die me bijstaat in deze medische jungle. Ze zit wel een uur met mijn ziektekostenverzekeraar aan de telefoon over deze ingewikkelde materie.

De psychologe belt om orde op zaken te stellen. Het is een schat van een meid. Zachtaardig en vriendelijk. Geduldig luistert ze naar mijn verslag van dat idiote consult van vorige week. Uiteraard neemt ze het voor haar collega op. Die heeft het allemaal niet zo bedoelt natuurlijk. Heks laat zich niet verbakken.

Ik heb een uur lang geworsteld met een hardnekkig vrouwmens, die de meest idiote vragen stelde. Zo moest ik verantwoorden voor het feit, dat ik na 33 jaar ziekte en alles proberen om beter te worden, niet meer geloof dat ik beter word. Ik hoop het nog wel, maar dat vraagt ze me dan weer niet.

De vrouw is ook overtuigd, dat ik alcoholiste ben. ‘Heb ik haar soms verteld, dat ik elke dag een kater heb ofzo?’ vraag ik me al de hele week af. Het is zo. Ik sta dagelijks katerig op. Niet van de drank, maar van de ME. Het voelt hetzelfde overigens. Koppijn, misselijk, spierpijn, algehele malaise, trekt na een paar uur bij…..

De psychologe stelt alles in het werk om me weer binnen te vissen. Zo krijg ik accuut EMDR aangeboden volgens haar. Waar het vorige week nog een hele tijd zou gaan duren, ik moest eerst aan de pillen en van de drank af, nu sta ik bij wijze van spreke al voor volgende week op de rol.

‘Ik kan het niet geven, maar de psychiater wel,’ voegt ze er enthousiast aan toe. ‘Ik doe niets meer met die psychiater,’ meldt Heks, ‘Ze is ver over mijn grenzen gegaan. Ik heb dat meermalen in het gesprek gemeld, maar mevrouw ging gewoon door. Haar ideeën zijn achterhaald, ik ga dan ook een klacht tegen haar indienen….’

Een half uur lang gaat het gesprek zo heen en weer. De psychologe verdedigt de achterlijke handelswijze van haar collega en probeert me weer bij dezelfde psychiater onder te brengen. Heks is klaar met dat rare mens.

‘Ik weet zeker, dat de psychiater het ook heel vervelend vindt, dat het zo gegaan is,’ Oh, wat sneu nu toch voor haar….. Meuh! Waarom doen mensen dat toch, zielig jammeren terwijl ze zelf de klap uitdelen? Omdat het werkt, Heks! Maar niet meer bij jou…. ‘ Zou u niet morgen telefonisch nog eens met haar willen praten?’

Heks is zo moe van dat ene uurtje worstelen vorige week met dat gekke mens. Ik ga me onder geen beding meer aan haar bloot stellen. ‘Mevrouw, ik neem mezelf in bescherming tegen die vrouw. Ze weet niets over ME, gaat uit van allerlei verkeerde veronderstellingen rondom mijn persoon en die ziekte. Ze respecteert mijn grenzen niet, ze heeft me een paar keer gecornerd in dat gesprek…… Is finaal over me heen gewalst…..’

‘Ik ga haar niks uitleggen. dat mag u doen. Ik wil ook niet dat ze met mijn huisarts gaat praten. Ik doe niets meer met die vrouw. Ik ben 33 jaar op die manier benaderd, tot voor kort kwam iedereen hiermee weg….’

‘Maar nu is het eindelijk een erkende ziekte. Dus dit soort domme achterhaalde praat is niet langer mijn probleem. Ik hoef er niet meer naar te luisteren, het niet meer over me heen te laten komen, noch er iets aan te doen. Ze gaat er zelf maar iets aan doen. Ik ga wel een vette klacht tegen haar indienen bij mevrouw Dekwaadsteniet. ( Zo heet hun klachtenfunctionaris echt!) Want ik wil niet dat een andere ME patiënt tegen hetzelfde gaat aanlopen bij jullie.’

Hebben jullie dan geen andere persoon in dienst, die EMDR kan geven?’ Nee, helaas pindakaas. Ik zal het met haar moeten doen. Opnieuw wordt me van alles toegezegd, dat vorige week niet kon. Ze vindt het erg vervelend, dat ik me zo voel. Maar wat ik mis is een echt excuus. Ik word nog steeds te woord gestaan alsof ik het allemaal verkeerd heb begrepen.

Ik heb het echter heel goed begrepen!

‘Ik ga echt niet verder met die psychiater. Dat is geen optie. Ik heb veel naar mijn hoofd gekregen in al die jaren met mijn niet erkende ziekte, maar dit slaat alles. Verbijsterend. Het heeft in alle kranten gestaan dat het eindelijk een officieel erkende ziekte is. Het is zelfs op het journaal geweest. Hoe kun je die informatie missen? Als arts?’

‘Ook heb ik een uur verbaal met de vrouw geworsteld. Alles wat ik heb gezegd, kreeg ik verdraaid terug. Ik had dingen toegegeven volgens haar. Toegegeven, het woord alleen al! Zoals, dat mijn ziekte veroorzaakt is door mijn traumatische jeugd. Heb ik nooit gezegd. U zat daar toen zelf bij. Heeft u mij dat horen zeggen?’

‘Toen ze het niet van me kon winnen was ik opeens een alcoholist. Beetje raar toch? Daar kan ik dan toch niks meer mee? Mijn vertrouwen is in elk geval helemaal weg…..’

De psychologe geeft zich niet zo maar gewonnen. ‘Maar er is toch verband tussen lichaam en geest? Als je lichamelijk ziek bent, heeft dat zijn weerslag op de geest en vice versa, toch?’ Heks ruikt alweer een instinkertje.

‘Jazeker,’ beaam ik, ‘Als het met mij goed gaat, heb ik minder last van mijn ziekte. De klachten zijn nog precies hetzelfde, maar ik kan er dan beter tegen. Zelfs de eenzaamheid voelt dan minder erg,’ nog voor ik verder iets kan zeggen trekt de psycholoog mijn toegeven van dit verband door naar hun aanmatigende opmerking, waarin me werd verweten dat ik dacht nooit meer beter te zullen worden. Dat dat een gerechtvaardigde opmerking zou zijn.

‘Luister eens, zeg je dat ook tegen iemand met MS?’ zeg ik streng, ‘Slaan jullie die ook om de oren met het feit, dat ze niet geloven in beter worden? Je ziet toch ook wel, dat hier conclusies worden getrokken, die walgelijk zijn? Ik heb 33 jaar ME, een progressieve aandoening. Net als MS. MS mensen krijgen medicatie en behandeling. Ik niet.’

‘Ik hou mezelf al die tijd met veel moeite in de lucht. Daarvoor zet ik alle zeilen bij. Ik heb alles in het werk gesteld om mijn situatie te verbeteren. En dan stellen jullie dit soort domme vragen. Hou nu eens op met dat gepsychologiseer van mijn aandoening.’

Het telefoongesprek levert niks op. Heks heeft nog meer stopverf in haar hoofd gekregen. Ik ben nu eenmaal in een hokje gestopt bij deze club en daar willen ze me graag in houden. Dat hokje bevalt me niks, maar ontsnappen is geen optie. Telkens als ik begrip denk te vinden in het telefoongesprek met de psychologe, begint ze me weer in dat hokje te duwen. Niet linksom, dan rechtsom lijkt het. Niet goedschiks, dan kwaadschiks?

‘Wij willen echt heel graag mensen bijstaan en helpen,’ de arme vrouw mag natuurlijk haar collega niet afvallen. En ja, ze doen enorm hun best voor mensen. En dat is echt waar, weet ik: Een goede vriend van Heks is door hen enorm geholpen.

Het gaat alleen weer niet op voor mensen met ME. Die stoppen ze direct in een hokje en ook nog eens het verkeerde.

Mijn stopverfhoofd is zo moe van deze strijd.

‘Ik kom helemaal niet bij jullie met de hulpvraag om van ME af te komen of van de drank. Ik heb last van een familietrauma. Dat ligt voor in mijn kop in mijn RAMgeheugen rond te beuken. Het moet nodig worden weggeschreven naar mijn harde schijf. Het liefst naar een afgelegen hoekje. Of hokje desnoods. Dat hokje waar jullie me in willen stoppen zou er wel een mooi plekje voor zijn……’

‘We nemen u echt serieus, u had het over een film over ME en ik heb de trailer gezien!’ zegt de psychologe tot slot om me te overtuigen. Oh fijn. Ze hebben de trailer van Unrest gezien. De trailer!!!!! Duurt 2 minuten.

Geweldig! Ik steek de vlag uit.

 

 

Toktoktok, pikorde in het kippenhok! Haantje de voorste is een dikke scharrelkip. Heks wordt eerst erg boos en daarna lekker sip. Vakantie is om uit te rusten, maar ik raak in een dip. Toch doe ik het maar weer. Op vakantie gaan…… Ook al doet het zeer.

Wat niet weet, wat niet deert. Jong geleerd is oud gedaan. Oost west, thuis best. Het zijn niet altijd koks, die lange messen dragen.

Heks is toch zo assertief aan het worden de laatste tijd. Heb ik mijn leven lang vloermat gespeeld voor manipulatieve bazige types, tegenwoordig sta ik mijn mannetje! Al ben ik nog steeds een vrouwtje. Met alle nadelige gevolgen van dien.

Met enige regelmaat proberen mensen nog steeds lekker over me heen te walsen. Of iemand neemt me op de korrel. Te grazen. Met name op gewicht gefrustreerde dames werkt Heks nogal eens als een rode lap op een stier. Ze kunnen me vaak niet uitstaan met mijn slanke lendenen. Het liefst plakten ze persoonlijk een klont vet op mijn kont.

Of een homp lillend vlees op mijn bovenbenen. ‘Zit je weer lekker slank te zijn?’ schreeuwde zo’n exemplaar een keertje woest door de telefoon. Ik belde begin januari nietsvermoedend op om haar gelukkig nieuwjaar te wensen. Bleek ze tijdens de feestdagen in gewicht te zijn verdubbeld.

Elk woord uit mijn mond was tegen het inmiddels gigantische verkeerde been!

Begrijp me goed, ik heb niets tegen welk gewicht dan ook. Putten in massieve bovenbenen vind ik uiterst charmant. Een rondborstige ode aan de Grote Moeder kan ik zeer waarderen. Wasbordjes zijn niet voor wijven of watjes. Niets mooier dan een vrouwelijke ronde zachte buik, vooral een zwangere buik. En een echte vrouwenkont is gewoonweg rond.

En begrijp ook goed, dat ik nooit aan de lijn doe, maar wel chronisch op dieet ben. Al meer dan dertig jaar lang. Eiwitverrijkt, koolhydratenbeperkt. Ook zijn suikers (ook fruit grotendeels), lactose, schimmelachtig voedsel, gluten en soja al jaren uit mijn voedselpakket geschrapt.

Voor mij geen zakken chips en kratten cola. Geen eindeloze vage tussendoortjes. Traktaties sla ik doorgaans noodgedwongen af. Op het koor is het bijna iedere week raak wat dat betreft. Zo blijf je wel slank.

Tijdens mijn vakantie krijg ik weer met zo’n gefrustreerde matrasachtige theemuts te maken. Ik sta achter haar in de rij voor de receptie bij aankomst. Het duurt en duurt. Heks kan niet lang staan, dus ik vraag haar om mijn plekje bezet te houden. Het boeit haar niet echt. Ik krijg nauwelijks respons.

Wel kijkt ze afkeurend naar mijn flitsende outfit. Dat mens met die hoed en cowboylaarzen, wat denkt ze wel niet?

Uiteindelijk duurt het allemaal zo lang, dat ik besluit eerst mijn tent op te gaan zetten. Voordat de door buienradar beloofde regenbuien losbarsten. Ik rijd met mijn auto richting veld, als een grote geitensok met baard me voor de wielen springt. ‘Wat gaat u doen?’ vraagt het snotjong streng.

Ik leg mijn benarde situatie uit. Mijn beperkingen. Vriendelijk! Ik mag evenzogoed niet het veld op met mijn auto. Je ziet het nu eenmaal niet aan Heks, dat ze hoegenaamd niets kan. ‘U pakt maar een kruiwagen.’

Zo loopt Heks met ME, whiplash, fibromyalgie, RSI, schouders uit de kom en dodelijk vermoeid met een kruiwagen over het terrein. Vloekend en scheldend. Echt! Na twee van die tochtjes ben ik kapot. Als ik weer bij mijn auto kom word ik bijna van de sokken gereden door het vrouwelijke matras.

Zij en haar vriendin mogen gewoon het veld op met hun auto. Ze mankeren niks. Behalve vergaande luiheid dan. Nijdig richt ik me tot de geitensok met baard. Hoe het kan, dat zij wel verder mogen rijden met hun dikke konten opgepropt in die enorme loodzware auto? Dat zij gezond zijn en ik niet. Ik laat mijn ingetapete schouders zien. ‘Ja, ik geloof u wel,’ lult de lul ongeïnteresseerd, Maar het terrein met auto betreden mag ik niet.

Het valse matras staat hard te lachen, als ze me zo bezig ziet. Heerlijk vind ze het om haar rivale in de penarie te zien. ‘Misschien zou je het wel mogen als je het wat vriendelijker vraagt,’ teemt ze gemelijk. Wat een mispunt. Ik neem een voorbeeld aan mijn hond VikThor en ga de rest van de week met een boog om het serpent heen.

Dat valt nog niet mee. De eerste dag zit het mokkel naast me op een computer te werken. De laatste dag pikt ze mijn vakantievriendje van me af om mee samen te werken. Ze heeft blijkbaar in de gaten gekregen, dat ik veel met die jongeman op trek. Hem negeer ik dan verder ook maar. Niks wil ik meer met dergelijke dames te maken hebben.

‘Je bent zo’n knappe, sterke powervrouw,’ zeggen zulke serpenten vaak in mijn gezicht. Om vervolgens pardoes een mes in mijn rug te steken.

Begrijp me goed, leuke dames zeggen dat ook wel eens tegen me. Ter goeder trouw en goed bedoeld. Toch zijn dergelijke complimenten nogal eens red flag is mijn ervaring.

Tegenwoordig maak ik van dit soort dingen geen mooi verhaal meer. Noch probeer ik bij de gewraakte dames in het gevlei te komen. Ik lig niet meer bij voortduring op mijn rug, noch beoefen ik langer de rol van vloermat. De tijd, dat ik me liet doen door zulk soort hele domme vrouwen is echt voorbij.

De start van mijn vakantie wordt dus grondig verpest door zo’n mega muts. Door al dat gesjouw sta ik uiteindelijk mijn tent in de gietende regen op te zetten. Een stok breekt doormidden als een aardige dame me spontaan komt helpen. Niet gehinderd door verstand van zaken. Van de wal in de sloot dus. Maar niet met opzet.

‘Laat me maar met rust. Ik ben helemaal over de zeik van vermoeidheid en stress. Eigenlijk is kamperen zwaar boven mijn pet. En nu gaat alles ook nog mis. Ik moet eerst weer rustig worden,’ ik stuur de helpende hand weg. Erg handig is die hand toch al niet. En ik heb intussen een erg kort lontje gekregen. Ik moet volstrekt prikkelarm de rest van de klus klaren………

Later trek ik langzaam bij. Na een gloeiendhete douche. Als ik volgepompt met pijnstillers misselijk van moeheid in een klapstoel in de voortent hang. Het avondprogramma sla ik over. Maar ik ben er. Ik heb de reis en het gesjouw overleefd. Ik zit in mijn tent. Ik heb al een vijand gemaakt. De vakantie is begonnen.

 

 

 

Buurtzorg T werkt niet mee. Ruim een uur lang moet ik me met hand en tand verdedigen tegen achterhaalde vooroordelen over de ziekte ME. Het blijkt opeens weer een psychiatrische aandoening te zijn. Pure onwetendheid! ’U heeft toegegeven, dat het wordt veroorzaakt door uw traumatische jeugd,’ hoor ik tot mijn verbijstering. ‘Dus u denkt dat u NOOIT meer beter gaat worden,’ is ook een afgrijselijke opmerking tegen iemand, die drieëndertig jaar onafgebroken met alle beschikbare middelen tegen deze ziekte heeft gestreden. En evenzogoed het onderspit delft! Wat een waardeloos consult.

 

Afgelopen week ontplof ik na een bezoek van een hulpverlenende instantie. Ik explodeer langzaam. Maar zeker! Met een traag slakkengangetje. Zoals een goed ME patiënt betaamt. Na een paar dagen ben ik echter volstrekt uit mijn vel gesprongen.

Al bijna een jaar probeer ik ergens hulp te krijgen om een aantal trauma’s te lijf te gaan. In de vorm van EMDR bij voorkeur. Daar heb ik goede ervaringen mee. Helaas ben ik tot voor kort overal weggestuurd. Tegenwoordig word je uitsluitend middels kortdurende behandelingen van je problemen af geholpen.

Als je problematiek zich daarvoor niet leent volgt een eindeloos traject van het kastje naar de muur. En weer terug.

Na driekwart jaar krijg ik toch respons op mijn hulpvraag. Er is een nieuw kleinschalig initiatief om mensen bij te staan. Buurtzorg T. Een goede vriend van Heks heeft enorm veel baat gehad bij deze organisatie. Een kleine delegatie komt een paar weken geleden met Heks kennismaken. Een psycholoog en een psychiater.

Geen idee, waarom de laatstgenoemde aanschuift. Ik ben niet geestesziek. ME is sinds het rapport van de Gezondheidsraad geen psychiatrische aandoening meer. Het zit niet langer tussen de oren volgens de medische wetenschap. Het is een heuse officieel erkende chronische ziekte.

Maar wellicht is het handig om eens naar mijn pijnmedicatie te kijken. Ze is tenslotte ook arts. De pijnpoli wil een middel ophogen, maar ik durf het nog niet aan zonder dat er iemand over mijn schouder met me meekijkt. Ik ben het dokteren op eigen houtje meer dan zat.

Bij het tweede bezoek komt er een verpleegkundige mee. Waarom dat nu weer? Ik heb geen verpleegkundige nodig. ‘Dit is vanaf nu je aanspreekpunt,’ krijg ik te horen, ‘Volgens mij hebben jullie een klik.’

Heks voelt geen klik. Bovendien is het een psychiatrisch verpleegkundige. Huh? Wat heb ik nu weer aan mijn neus hangen?

Een uur lang praat ik als Brugman. Verdedig mezelf voor de zoveelste keer tegen domme onwetendheid rondom ME. Zelfs nu het eindelijk ook in Nederland officieel een ziekte is en geen aanstelleritis, krijg ik toch weer het oude riedeltje vooroordelen en stompzinnige vragen over me heen.

Zo wil mevrouw de psychiater me per direct volpompen met antidepressiva. Het feit, dat ik in het eerste gesprek heb aangegeven daar niet voor open te staan, omdat het geëxperimenteer van haar voorgangers me meermalen bijna het leven heeft gekost, ME patiënten reageren heel heftig op dit soort middelen, heeft ze zonder meer naast zich neergelegd.

Bovendien is ME geen vorm van depressie. Het is geen psychiatrische aandoening. Het is geen ingebeelde ziekte. Geen inversie. Geen bewegingsangst. Het is niet zo, dat we niet beter willen worden. Er is geen sprake van ziektewinst. ME is geen vorm van luiheid, die een schop onder de kont nodig heeft in de vorm van cognitieve therapie…..

Maar wie schetst mijn verbazing? De vrouw begint over cognitieve therapie alsof het me zou kunnen helpen. Ze weet werkelijk helemaal niets over ME. Maar ze beweert van wel. De twee meest gevaarlijke behandelmethoden voor dit type patiënt, antidepressiva en cognitieve therapie, staan bij haar hoog in het vaandel.

Geheel onterecht! Het onderzoek naar cognitieve therapie voor ME-ers door een professor in Nederland staat intussen als frauduleus te boek. En internationaal wordt deze therapie al jaren sterk afgeraden bij ME patiënten.

Cognitieve gedragstherapie werkt niet voor ME/CVS patiënten! Dat kun je overal lezen intussen.

Mijn mond zakt dan ook langzaam open. Waar ben ik nu in terecht gekomen? Lezen deze mensen geen kranten? Volgen ze geen bijscholing? Googelen ze nooit eens iets voordat ze een uitspraak doen?

Tuberculose werd een eeuw geleden bijvoorbeeld gezien als een vorm van hysterie. Voordat de medische wereld begreep, dat het werd veroorzaakt door een bacterie. Met zo’n bewering kom je nu toch ook niet meer aanzetten?

Heks begint dan ook te protesteren in het gesprek dat intussen voelt als een regelrechte aanval. Alles wat ik in de eerste sessie zo openlijk heb verteld wordt opeens tegen me gebruikt.

‘Maar u heeft toch toegegeven, dat uw ziekte wordt veroorzaakt door uw traumatische jeugd?’ wauwelt de psychiater bijvoorbeeld. Ik heb niks toegegeven. Wat een woordkeus ook. Ja, ik heb een lastige jeugd gehad. En dat heeft mijn stresssysteem verziekt.

Stress zet de deur open voor ziekte. Ik ken iemand, die reuma kreeg in een stresssituatie. Die al in haar genen aanwezige ziekte knalde er toen uit. Stress ligt ten grondslag aan kanker, hartkwalen, huidproblemen, spastische darmen , ziekte van Crohn en ga zo maar door.

‘Hoe gaat het met de alcohol?’ vraagt ze plotseling, als blijkt, dat ze dit niet kan winnen. Ze kijkt me raar en indringend aan. Ik kijk verbaasd terug. Wat nu weer?

‘U heeft toegegeven,’ alweer die term, ‘dat u twee tot drie glazen wijn per dag drinkt. Dat is heel erg veel. Zeker voor een vrouw. Een glas per dag is het maximum voor vrouwen.’ De psychiatrisch verpleegkundige naast haar schrikt zich een hoedje. ‘Echt waar?’ galmt haar doorrookte stem. Ze ontdekt opeens dat ze statistisch gezien een stevige alcoholiste is.

Heks is intussen zo moe van het verdedigen, weerleggen. Luisteren die mensen dan helemaal niet? Horen ze alleen wat ze willen horen?

‘Ik drink wel eens een fles wijn leeg met een vriend of vriendin heb ik u verteld. Tijdens een gezellig etentje. Sporadisch dus. Ik drink niet elke dag. En al zeker geen drie glazen wijn. Ik drink soms tijdenlang helemaal niets heb ik u vorige keer verteld. Vorig jaar bijvoorbeeld…..’

‘Uit verdriet over het gezuip van dierbaren…… De verslaving aan dat spul vlak voor mijn neus maakt dat het me tegen staat. Voor mijn gezondheid maakt het overigens niks uit heb ik ontdekt. Ik voel me geen zak beter als ik volstrekt droog sta.’

Heks is moe. Moe van de ME, maar vooral moe van dit soort geëikel. En nog steeds heb ik niet de hulp, die ik nodig heb. In plaats van me te helpen om te dealen met mijn woede maken die hulpverleners me kwader dan ooit. Drieëndertig jaar hak ik al met dit bijltje. En het eind is nog niet in zicht.

‘Maar gelooft u er dan niet in, dat u beter kunt worden?’ krijg ik tot slot nog naar mijn kop. ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ is me ook wel eens gevraagd. En toen dacht ik dat het niet erger kon.

Zou u dat ook aan een MS patiënt vragen? Na drieëndertig jaar alles in het werk stellen om te genezen, zonder noemenswaardige hulp vanuit het reguliere medische circuit, geloof ik inderdaad niet meer dat ik van ME ga genezen. En al helemaal niet door toedoen van de behandeling, die mevrouw de psychiater in haar hoofd heeft.

OVERWINNEN NOG WEL. TOE MAAR. WAT EEN GELUL. WAT IS ER MIS MET VAN ME GENEZEN?

Het gekke is, dat ik hen helemaal geen hulp heb gevraagd om van die kutziekte af te komen. Ik heb last van andere dingen, die niets met die kloteziekte te maken hebben. Ik snak naar gesprekstherapie om die zaken op een rijtje te zetten. Ik hunker naar EMDR om een aantal zaken vanuit mijn RAM geheugen naar mijn harde schijf weg te schrijven.

Zodat ik er niet meer de hele dag aan denk. Bepaalde mensen moeten echt hoognodig uit mijn werkgeheugen worden verwijderd. Wissen is waarschijnlijk teveel gevraagd, maar die lui ergens opslaan in een afgelegen hoekje van mijn lange termijn geheugen is absoluut haalbare kaart.

Ik vrees dat ik het voorlopig zelf zal moeten uitzoeken. Helaas. Op de pijnpoli staat achter mijn naam: Weigert Morfine. Alsof dat een slecht ding is. Benieuwd wat deze behandelaars in mijn dossier gaan zetten.

Heel blij ben ik ook, dat mijn huisarts hen niet mijn volledige medische dossier heeft opgestuurd, zoals wel gevraagd werd. ‘Ze bellen me maar op, Heks. Dan mogen ze alles vragen. Maar ik ga niet zomaar je hele dossier op tafel leggen……’ Een beetje tegen het zere been, merk ik tijdens de tweede sessie met Buurtzorg T. Ze zagen me er flink over door…….

Vreemd toch allemaal…..

 

De Gezondheidsraad schrijft in een advies aan de Tweede Kamer dat ME/CVS, het chronische vermoeidheidssyndroom, een ernstige chronische ziekte is, die het functioneren en de kwaliteit van leven van mensen die eraan lijden substantieel beperkt. (…….) Ze zijn vaak ernstig vermoeid, hebben slaapstoornissen, concentratieproblemen, hoofdpijn en last van misselijkheid. Verschillende lichaamssystemen zoals het immuunsysteem, het metabole systeem en het centrale zenuwstelsel zouden bij het krijgen van ME/CVS betrokken kunnen zijn (……) Vermoedelijk zijn er in Nederland 30 duizend tot 40 duizend patiënten met ME, waarvan het merendeel vrouw is. (Als het merendeel man was was er wel een behandeling ontwikkeld intussen vermoed ik zo….) Hun kans op volledig herstel is gering (……)

 

 

Jammer dat de Gezondheidsraad toch weer met die afgelebberde Cognitieve Therapie komt aanzetten. Ongelofelijk echt. Daar kun je met je pet niet bij. Wat een nationale dwaling toch weer. Daar zijn de diverse patiëntenorganisaties behoorlijk van over hun nek gegaan…..

Oude blogjes in nieuwe vaten, ‘Au au au’ is lastig praten. Heks gaat weg en komt weer terug. Vakantie is leuk, maar gelukkig weer achter de rug.

Vorige week ga ik een weekje naar Buitenkunst. De week voorafgaande aan mijn reisje heb ik weer een virus aan mijn kleed hangen. Moeizaam sprokkel ik mijn spulletjes bij elkaar. Daarnaast moet ik natuurlijk mijn gemak houden. Ik begin aan een grieperig blogje, maar maak het niet af.

Zondag word ik wakker met een mega kater. Helaas heb ik er niet ook maar het minste plezier van gehad de avond ervoor. In de vorm van een gezellig feestje of dineetje. Het is gewoon een ouderwetse wilde ME-kater. Een symptoom, gratis en voor niets cadeau bij de ziekte ME. Ik hoef er niet eens voor te drinken! Dat scheelt.

Katerig hobbel ik door het huis naar de keuken. Oh jee. Het is vandaag echt bar en boos, Ik kan nauwelijks lopen. Trillend gooi ik wat zelf gemaakte veganistische yoghurt in mijn keelgat. Niet te veel, want ik ben zo misselijk als een kat. Nu een flinke ibuprofen er achteraan. En wachten. In bed.

Ik zet de TV aan, maar verdraag nauwelijks licht en geluid. Toch leidt het me af van de interne processen. Dus vooruit maar. Na een uurtje kan er wat koffie in en meer pijnstilling. De hoofdpijn blijft echter doorbonken. Wat krijgen we nu?

Net als ik begin te wanhopen, herinner ik me dat ik twee dagen terug ook een halve dag volstrekt onderuit ben gegaan. Vrijdagavond ben ik ongeveer met mijn hond langs de Singel gekropen. Omdat lopen en fietsen bijna niet meer ging. Conclusie: Griepje onder de leden. Dan breekt altijd de pleuris uit in mijn lijf.

Het verklaart ook de vlammende pijn in mijn onderrug. De niet te hanteren hopeloze schouders. De gemene dikke pijnlijke klutsknieën onder een paar rampzalige hardhouten planken, waar zich normaal mijn dijbenen bevinden…..

Nou, weer genoeg gezeurd over de algehele toestand van mijn brakke lijf. Het moet maar. Er staat genoeg eten in de koelkast. Gisteren tijdens een opleving gekookt. Te moe om het toen op te eten, maar wellicht krijg ik vanavond weer trek. Ik ga het nog maar eens over Utopia hebben. ik heb nog een dag of twee gekeken en de ontwikkelingen binnen de muren van deze heilstaat schreeuwen om een drieluik.

Maar daarna houd ik ermee op. Ik beloof het. Voorlopig dan.

Het Utopia verhaal houden jullie te goed. Ik heb gewoon te leuke aantekeningen over dat stelletje mafkezen verzameld om er niets mee te doen. Maar nu eerst maar eens pas op de plaats. Bijkomen van mijn reisje. Vakantie is fysiek voor mij eigenlijk niet echt meer haalbare kaart. Maar evenzogoed ben ik er eventjes uit geweest. Het is me weer gelukt, al moet je niet vragen hoe.

Vooruit nog een keertje dan: Utopia, ontploffende relaties, deel 2. Omdat het zo geinig is. Zo uitermate vermakelijk. Vanuit mijn bedje kan ik het allemaal goed bekijken. De beste stuurlui staan nu eenmaal aan wal. Of liggen in bed in mijn geval.

Shelley zit op een bankje in de tuin. Gare Geile Gerrit komt er gezellig naast staan, zet alvast zijn voet naast haar op de bank. Claimt de bank! Laat een vette boer. Een schok trekt door het lichaam van het meisje. Alsof hij recht in haar keelgat boert. Zoals jongens wel eens een scheet in elkaars gezicht laten. Net zo smerig…….

‘Dan zeg je pardon,’ met een verontwaardigd snoetje draait ze zich om. Gare Gerrit knort morrend een antwoord. Maar stiekempjes is hij heel tevreden. Hij heeft zijn doel bereikt: Haar ergernis is koren op zijn molen. Nijdig staat ze op en loopt weg. Gare Gerrit gaat wijdbeens op haar plekje zitten. Verovert terrein. Letterlijk.

Zo. Gelukt.

Die rare Gerrit is boos op zijn ex. Hoewel hij haar meermalen heeft belazerd en hopeloos slecht heeft behandeld vindt hij het de normaalste zaak van de wereld, dat zij hem nog steeds alles gunt. Ook verwacht hij zonder meer een open en eerlijke houding. En totale loyaliteit.

Het valt dan ook niet goed, als zij hem zonder pardon van zijn taakje om DJ te spelen op het promotiefeestje voor haar griezelfilm verlost. Of was het nu een maffiafilm? Überhaupt een film? 

‘Volgens mij ben jij druk met je eigen dingen, ik heb iemand anders gevraagd……..’

Heks vermaakt zich prima met het kijken naar die Gare Gerrit. Het is zo’n prototype narcist. Zijn persoonlijkheidsstoornis ligt zo open en bloot te koop op het scherm van onze nationale televisie. Eigenlijk zou er lesmateriaal aan verbonden moeten worden. Verplicht op middelbare scholen.

Met vragen als ‘Wat zijn de narcistische signalen, die de flamboyante narcist Gare Gerrit afgeeft als Shelley hem ontslaat als DJ? Welke spelletjes speelt zijn beste vriend de thin skinned narcist Jessie, om de ex van Gare Gerrit in bed te krijgen? Zowel in zijn dan nog bestaande relatie met Merel als in de nog niet bestaande? (Met Shelley….)

‘Love me today, hate me tomorrow,’ drukt Merel op een goed verkopend T shirt. Zij ziet direct handel in haar recente persoonlijke drama. Ze gaat er eens een goed slaatje uit slaan.

Haar ex melkt dit gegeven uit tot op het bot. ‘Serieusjsjs? Doet Merel echt fan sjsulke dingen? Isjs sje echt sjso’n maf wijf? Wisjsten jullie fan dat T shirt ? Heb je de omsjschijfing op de website gezien?’

‘Die sjspoort gewoon niet. Ook die houding, die hele houding. En dan moet je sjstraksjs een relatsjie met iemand andersjsjs gaan sjsoeken en dan wil je ooit gelukkig met iemand gaan worden… Dan moet je dusjs iemand gaan soeken, die sjsijn hele leven aan de kant sjset for jou….’ argumenteert hij superieur meewarig.

Dat hij het eigenlijk over zichzelf heeft ontgaat hem volkomen. Het ligt aan de ander. Alles. Altijd. ‘Nee, ik ga echt niet aan mesjsjelf twijfelen. Dit ligt ook helemaal niet bij mij. Dat blijkt al uit hoe het geëindigd isjs….Meutmeutmeut… Dan kan ik toch alleen maar heel erg gelukkig sjsijn dat ik erfan af ben? Maar sjse moet wel geholpen worden hieraan..’

( Geholpen nota bene!!! Door hem???)

‘Want dit isjs echt te sjsot foor woorden!’ ratelt hij verder met zijn babyface helemaal scheef getrokken van nijd.

Intussen valt me ook een ander typje op. Ook al zo’n zeiksnor. Hij heeft moeite met iemand, omdat zij een opportunist is in zijn optiek. En zulke mensen, daar schijt hij op. Hij zegt het anders, recht in haar gezicht, maar dit is de strekking.

De vrouw die hij de lekker de les staat te lezen is van het onzekere slag. Iemand, die bij niemand goed ligt. Haar initiatieven zijn bij voortduring getorpedeerd door met name Merel. In wiens hol ze nu kruipt volgens de chagrijnige Jens. Een zuignap van het zuiverste water overigens. ‘Je weet niet hoe snel je die lege plek bij Merel moet innemen…. Dat is meeloopgedrag……’ beschuldigt hij haar vol overtuiging….

‘En meelopers, die kots ik echt uit!’

Jessie roept Shelley op het matje. Listig voelt hij haar aan de tand, omdat zij zijn vriendje Gare Gerrit laat zitten met zijn ge-DJ. ‘Ik krijg gewoon heel erg het gefoel, dat je op dit moment gewoon een persjsoonlijke voorkeur hebt foor Andrea. Hoe faak oefent ze nou echt?’

‘Je moet het foor de resjst helemaal sjself weten, maar de argumenten, die je gebruikt ssjsijn natuurlijk gewoon gebakken lucht…’ slist hij laatdunkend tot op het bot, maar hij wil natuurlijk nog met haar naar bed. Dus neemt hij genoegen met het feit, dat ze niet onder de indruk is van zijn gezemel. Voor nu dan. ‘Ok, dan is ons gesjsprek nu klaar…’

Het is echt opvallend is, hoe mild Slisjsje reageert op Shelley’s botte edoch eerlijke antwoorden, waar hij normaal gesproken niets laat liggen, als hij zijn betweterige geneuzel er op los kan laten. Ja, Jessie heeft duidelijk een geheime agenda met Shelley!

Shelley staat bijvoorbeeld onder de douche. En wie staat er in de douche naast haar in zijn blote leuter tegen haar te oreren? Juist ja. Jeukende Jessie. ‘Weet je nu al mijn geheim Sjsjelley? (Hij kan haar naam niet fatsoenlijk uitspreken realiseer ik me nu) mispelt hij aan haar kop. Het geheim is waarschijnlijk dat hij met haar wil neuken. Hij heeft dat overigens in een andere context al tegen haar gezegd…..

‘Zou je haar doen?’ vraagt Gare Geile Gerrit hem namelijk een dag eerder tijdens de afwas. Jessie is dan nog officieel een setje met Merel….. Ze zijn met zijn drietjes in de keuken. Shelley is aan het afdrogen. 1 pannetje maar, weliswaar. Het is geen verzorgend typje.

‘Een vrouw die schoon maakt, er is niks aantrekkelijker dan dat,’ geilt Gare Gerrit. ‘Ik wordt er ook opgewonden fan,’ piept Jessie een octaaf hoger. ‘Ja?’ gaart de Geile Gerrit, ‘Zou je Shel doen?’

‘Doe normaal,’ protesteert Shelley vanaf haar keukenstoel tegen de boven haar uittorenende heren geile beren. Over seksuele intimidatie gesproken.

En dan is die slis-narcist kwaad op Merel vanwege dat T shirt. Want gezichtsverlies. Maar hij heeft achter haar rug om tijdens hun relatie dit soort dingen uitgehaald. Haar te dik genoemd ook. Beweert dat de slanke Shelley meer zijn type is. Alvast een beginnetje gemaakt met Shelley. Middels zijn geniepige geheimpje……

‘Het klinkt een beetje respectloos,’ zemelt Jessie. En daar houdt zijn politiek correct gedrag direct op,’ maar ja!’ Hij zou Shelley dus doen. Wat een taalgebruik. Wat een voorbeeld voor de mensheid. Het is echt de ideale samenleving, die deze sneue idioten hier neerzetten…… Ideaal voor henzelf.

© TOVERHEKS.COM

Gerrit klapt tevreden in zijn handen. Schiet mij maar lek, maar het feit, dat zijn beste vriend Jessie zijn denkbeeldige kleverige sperma dwars door de keuken op de vreselijke Shelley ejaculeert, maakt de man in kwestie intens blij. Het verbale uitsmeren van dit gemene goedje op zijn ex doet Gerrit zichtbaar goed. Een brede glimlach verandert zijn chagrijnig smoelwerk in een montere mombakkes.

De veganist gaat met zijn oogappeltje naar het varken. Ze gaan Katie vragen om een voorspelling te doen over Jessie en Merel. ‘Komen ze weer terug bij elkaar?’ Het varken meent van niet, maar niet getreurd: Ja, ze komen bij elkaar,’ beweert de veganist, ‘Over anderhalve week wordt Merel ongesteld, dus ik denk over twee weken…’

Die menstruele cyclus van Merel heb ik al eerder voorbij horen komen. Is ze dan altijd twee weken premenstrueel? En houdt men daar al rekening mee? Heks is overigens van mening, dat die periode in de vrouwencyclus heel waardevol is. Eens per maand maken vrouwen schoon schip met hun emoties. Een heel gezond principe. Zouden die kerels ook moeten doen.

Merel blijft me overigens ook verbazen. Ze is zo ontzettend boos, dat volg ik helemaal. Maar dat doordenderen van haar. Ze klapt volstrekt binnenstebuiten. ‘Oh, wat ben ik soms toch enig…’ lacht ze vals als ze met het gewraakte T shirt in de weer is. Verdriet voelen is aan haar niet besteed. Gunt ze Jessie haar verdriet niet? Of ze kan het niet voelen. Misschien heeft ze ook geen kern, geen hart?

Jessie speelt zijn zieligheidskaart volledig uit. ‘Sjsijn niet fjoor sjstatus, en ik kan het weten, lefe loopt sjsoeel, maar sjsl nooit fergeten…’ rapt Jessie met een treurig gezichtje. Wat bezielt die man met dat rappen? Hij is helemaal niet te verstaan!

‘Ja, goed,’ reageert hij, als hem gevraagd wordt hoe het met hem gaat, ‘Je sjsiet het natturlijk andersjsjs foor je alsjsj je er aan begint… Niet met sjsoon einde en helemaal niet een einde waarin er geproosjsjst wordt omdat het klaar isjsjs….’

Dat laatste zit hem enorm dwars. Merel is direct na de breuk met de andere dames uit Utopia aan de wijn gegaan. Helemaal tegen het zere been van onze slis-narcist. Hoe durft ze. Bij iedereen gaat hij verhaal halen over dit gebeuren. ‘Jullie hebben zitten proosten op dat het uit is!’

‘Hij is zo verdrietig,’ roepen de groepsleden om beurten over Jessie. Heks betwijfelt het. Hij kijkt wel zielig en jammert luidruchtig. Maar zijn avances naar Shelley doen me vermoeden, dat hij al wekenlang met hopeloos gedrag richting zijn vriendinnetje deze crisis heeft uitgelokt.

De leperd is zijn partner mijns inziens gaan gaslighten, vanaf het moment, dat droomvrouw Shelley weer op de markt kwam…. Binnen bereik kwam…. En nu is hij de gebeten hond. De zielenpiet. Het ligt niet aan hem. En iedereen stinkt er in!

Gare Gerrit en de slis narcist liggen in bed. ‘Dus het gaat niet meer goed komen met jou en Merel? Dus je gaat geen seks meer hebben in Utopia?’ ‘Nee, dat sjseg ik niet, Gare Gerrit,’ brouwt Jessie verontwaardigd terug. Hij wil naar bed met Gerrits ex. Stiekem.  ‘Met wie dan?’ vraagt de Gare Geile Grutto dan ook tevergeefs…..

Gerrit is naar bed geweest met de beste vriendin van zijn ex, Shelley. Dus het zou de boel wel weer in balans brengen, deze seks met de ex van je beste vriend……

Kunnen ze nu niet eens een dergelijk programma maken, waarin ze mensen eerst eens een persoonlijkheidstest laten doen? Zodat er iets kan ontstaan in plaats van dit soort eindeloos narcistisch geneuzel. ‘De enige soap met echte mensen’ verkoopt het programma zichzelf.

Echte mensen? Waar dan?

Een narcist die slist, onbetwist de leider van Utopia, als je het nog niet wist. Beslist niet de beste keuze, zegt Heks gis. Maar het is toch ook niemands keuze? Die baby hoort in een couveuse!

‘Nou ssslseg, schandalig toch, het is de ssslschuld van Merel,’ slist Jessie verontwaardigd in de camera, ‘En ik ga dat voortaan andrsjslsjsl regelen. Vanafsf nu gaat alles via mij. Dusjs alsjsls er weer een ‘Laatste Wensjs‘ verzoek binnenkomt, dan waarssslschuwen jullie direct mij…..’

Heks zit stomverbaasd naar de televisie te kijken. Een paar weken geleden heb ik drie dagen Utopia gevolgd. Net toen de relatie tussen Gare Gerrit en Shelly met veel bombarie uit elkaar knalde. En nu is het dus mis tussen Merel en Jessie?

Wat me vooral verbijstert is de ambulance, die het terrein op draait. Een terminaal zieke vrouw wordt met brancard en al uitgeladen. Ze wil voor ze sterft Utopia bezoeken. Huh? Hoe is het mogelijk? Heeft niemand haar dat uit de kop kunnen praten?

Merel is in de war. Die vrouw was toch al overleden? De boel is toch afgezegd? Er is niets geregeld. Geen ontvangst comité. Geen activiteit gepland. Alsof je iets kunt doen met zo’n doodziek mens…… Merel staat met de handen in haar prachtige bos haar.

Erg onder de indruk is ze echter niet. De medebewoners weten zich geen houding te geven, als blijkt dat ze tegenover deze stervende tekort zijn geschoten. Het feit, dat de bezoekster al half dood is maakt de blunder zo veel erger. Iedereen komt snel opdraven om de laatste wens in vervulling te laten gaan. Ze geven een bedrukte hand.

‘Ja welkom seg,’ zemelt Jessie namens iedereen. Niet dat iedereen hem dat gevraagd heeft. De halve zool spreekt doorgaans namens de rest. Dat heeft hij zichzelf zo aangeleerd. Het voor hem gunstige bijeffect van dit bezopen gedrag is, dat het zijn zich toegeëigende rol van leider versterkt.

‘Ja, het ssjspijt onsjs heel erg, dat er nietsjs geregeld islsjs. Sjsmiespeldesjsmiespel. (Sjsmerige insinuaties richting Merel….)…. Heel erg welkom namemsjs iedereen… blablabla…’

Zo. Jessie heeft zijn bijdrage weer geleverd. Iemand anders doet echt iets. Die gaat pannenkoeken bakken. Zo wordt de dag dan gered. Geen idee of de terminale patiënt dergelijk eten nog weg krijgt gekauwd. Of ze überhaupt nog eet….. Maar het is goed bedoeld zullen we maar zeggen.

De veganist maakt ruzie met een medebewoner. Zoals altijd snap ik niets van zijn geouwehoer. Wel valt het me op dat de man totaal niet communiceert met zijn gesprekspartners. Bij voorbaat gaat hij er van uit, dat zijn opponenten niet goed bij hun hoofd zijn. (Projectie?) Dat ze niet nadenken.

Katie

Dat hun gedachtengoed niet goed is. En zijn eigen gedachtengoed wel. Een superioriteitscomplex van jewelste. Maar wel gebracht vanuit de positie van underdog.

De underdog gaat met zijn varken knuffelen. Het beest moet naar bed. ‘Die en die vergeten regelmatig om onze Katie naar bed te brengen. Dat kan toch niet. Het is hun taak! Huh. Dan doe ik het wel weer. Het is heel erg belangrijk allemaal….’

‘Nou, het is een varken hoor, geen mens…’ reageert zijn gesprekspartner laconiek. Oei. Fout antwoord vindt de veganist. Hij loeit van verontwaardiging. Het is heel belangrijk, dat het varken elke dag op tijd naar bed wordt gebracht. Maar dat zal die verfoeide gesprekspartner wel nooit snappen.

Hakkelend en stotterend van verontwaardiging veegt hij deze ontaarde dierenbeul de mantel uit. Het moet niet gekker worden. Een varken hoort gewoon op tijd naar bed te worden gebracht. Punt uit. En hij houdt van dat varken. Hij als enige…..

Heks’ ogen puilen intussen uit haar hoofd van verbazing. Een varken op tijd naar bed? Naar bed? Wiens bed? Dat van de veganist?

De terminale patiënt is alweer heelhuids naar huis. Ze heeft het bezoek overleefd zonder complicaties. Goddank. De hele meute is haar uit komen zwaaien.

‘Dank jullie wel foor de goede sjsorgen,’ zemelt Jessie namens iedereen tegen de ambulancebroeders, ‘Heel bijsjsonder hoe jullie dit weer foor iemand doen. So bijsjsojsonder!’ ‘Nou, het is ons werk,’ wimpelt een broeder hem af. ‘Sja, maar jullie doen het maar mooi wel, sjseg…’ slijmt hij er onverstoorbaar op los.

Even later is de narcistische Jessie alweer achter Merel aan het aanjagen. Zijn obstinate vriendin. Die behoorlijk genoeg van dit misselijke mannetje begint te krijgen. Haar liefje…..

‘Sjo Merel, folgende keer gaat alles via mij. Dat heb ik al tegen de resjst gesegd. Want dit kan natuurlijk niet. Geen programma. In de war, omdat iemand was overleden. Maar dat wasjs toevallig wel iemand andersjs….  Sjschandalig gewoon. En ik heb besjsoten…’

‘Bekijk het maar, ik ga echt geen verantwoording naar jou toe afleggen…’ Merel is niet onder de indruk van zijn geslis. ‘Ja, het moet weer allemaal op jouw manier, egocjsentrisch mensjs, wat denk je wel. Altijd moet allesjsjsj zoalsjs jij het wilt,’ projecteert Jesjsjsjsie er lustig op los.

‘Ja, iedereen in Utopia weet, dat ik altijd mijn zin krijg. Daar ben jij verliefd op geworden. Dus wen er maar aan,’ bekt zijn geliefde opgewekt terug. Ze heeft er overigens weinig van, dat alles vandaag in het honderd liep. Dat ze de komst van een terminale patiënt straal vergeten is. Alsof het er niet toe doet, zo’n bezoekje….. ‘Er zijn toch pannenkoeken gebakken? Het is toch opgelost?’

‘Nou, het isjs dit en dat,’ vindt haar vrijer. ‘Wat heb jij dan helemaal gedaan?’ pareert Mereltje listig. Niets natuurlijk. Behalve namens iedereen wat in de rondte zemelen. Jessie is woest na deze rake opmerking. Machteloos staat hij ertegenin te haspelen.

Niet veel later zit Meneer de Koekenpeer met de andere bewoners te roddelen over zijn vriendin. Hij gooit zijn achtergehouden troef in de strijd: Merel is te dik. En hij houdt nu eenmaal niet van volle vrouwen. Typerend voor een eersteklas narcist, dit soort streken. Ze houden altijd wat rottigheid achter de hand.

Nu lijkt het net of hij Merel afwijst. Terwijl zij in feite schoon genoeg heeft van die randdebiel. Zo geeft hij haar een lekkere trap na. Onder de gordel.

IK HOU NIET ZO VAN VOLLE VROUWEN

Ook heeft hij intussen zijn dwalende oog op de ex van Gare Gerrit laten vallen. Die is lekker slank. En intussen weer vrijgezel. En gevoelig voor narcisten. Kijk maar naar haar eindeloze gehannes voorheen met die Gare Gerrit. De groepsleiperd, die ook alweer op een weerloos ander meisje binnen de muren is gedoken……..

Je zou door dit alles bijna vergeten, dat Jessie en Merel eigenlijk geliefden zijn. Maar niet voor lang meer. Ze voeren nog een ijskoud onaangenaam gesprek, waarbij ze proberen elkaar de loef af te steken, wat betreft wie er het eerst de stekker uit hun relatie heeft getrokken……

‘Ik heb gisteren toch al gezegd, dat het klaar is voor mij,’ liegt Merel. ‘Waarom heb je dan niks gesjsgd? Je liegt weer.’ ‘Ik heb dat toch gezegd?’ liegt ze vrolijk verder. ‘Nou, Ik sjsag het eergisjsteren al niet meer zitten…’ pareert Jessie nijdig, ‘Dusjs….’

‘Wat een rare manier van je relatie beëindigen,’ denkt Heks. Jammer dat ze uit elkaar zijn. Die twee verdienen elkaar gewoon. Prinses Merel op de Erwt en Zijne Koninklijke Hoogheid Jessie de Sjslijm-King.

Ik heb die Merel ook wel eens hele rare dingen zien doen onder invloed van haar relatie met Jessie. Bijvoorbeeld toen ze de maat van de boezem van Franny wilde weten voor het een of ander. ‘Kom Gare Gerrit, doe deze blinddoek om, dan kan ik even testen welke maat tieten Franny heeft. Jij bent toch met haar naar bed geweest?’

© TOVERHEKS.COM

Waarop ze hem liet voelen aan theezakjes, hahahaha, wat geestig. Maar niet heus. En vervolgens een paar erwtjes, twee druifjes, eieren, sinaasappels, een set grapefruits en tot slot een paar watermeloenen……

Oh, oh, wat een lol ten koste van Franny. Want zeg nu zelf, erg fris is deze humor niet. Vooral niet ten opzichte van een meisje, dat het in haar prille leventje al heel erg voor haar kiezen heeft gehad met allerlei grensoverschrijdend gedrag op dit gebied….. Vermoed ik zo.

Nou ja. Ik ben weer helemaal bij. Over een paar weken maar eens kijken wie er dan weer met wie neukt en welke bezopen projecten er nu weer zijn geïnitieerd.

Boer overlijdt nadat varken drie vingers en penis afbijt

Hoera voor LHBTI deel 3: Johan Derksen heeft gelijk: Weg met slachtofferschap, het heeft lang genoeg geduurd. Laat je niet meer bullyen door types zoals hij! Heks heeft hier wel wat verfrissende ideeën over. Kom massaal uit de kast bij Voetbal Inside bijvoorbeeld. Geen slappe hap, maar een reuzenklap!

Als ik het programma van Ellie Lust zit te kijken, met Johan Derksen in de hoofdrol, een echte slachtofferrol intussen, want heel weldenkend Nederland valt over hem heen, begint mijn bloed te koken.

Ik weet natuurlijk wel, dat iemand als Johan Derksen, dat misogyne lelijke trol-achtige mannetje, eigenlijk zelf is waar hij iedereen voor uitmaakt. Een slapjanus. Een zeurkous. Een zeiksnor. Dat laatste draagt hij ook fysiek echt uit…….

Dus waarom zou je je druk maken om die kerel?

Nou, precies om de reden, die Ellie Lust hem aan zijn beperkte verstand probeert te peuteren. Want hoe lelijk en onaantrekkelijk en viezig wij dames die ranzig riekende man ook vinden, er zijn hele volksstammen, die ademloos (door de stank?) aan ’s mans schmutzige lippen hangen.

En ook al levert het gevaar op voor de levensduur van de gemiddelde beeldbuis, de man is wel degelijk op televisie. Waar hij commentaar levert op het oudste vruchtbaarheidsritueel in spelvorm ter wereld. Vanonder een onaangenaam aangroeisel, zijn zogenoemde snor. Dit slachtoffer van sliertige genen,- onder zijn neus, op zijn hoofd en wie weet waar al niet meer, -is regelmatig kamerbreed in breedbeeld. Met zijn onnavolgbare homofobe en misogyne  uitspraken.

Helaas bereikt Ellie de sukkel niet in haar programma. Hij luistert niet eens. Wentelt zich in zijn eigen gelijk. Brult nog wat extra domme uitspraken, om alles nog een beetje erger te maken…..

Ik vindt dat Ellie Lust zich geweldig houdt oog in oog met dit sujet. Ze blijft rustig, probeert steeds om de man tot rede te brengen. Eindeloos geduld tegenover domheid in persona. Want dit is domheid ten top.

Het is vast een narcist die Johan Derksen, Heks, hoor ik jullie roepen. Vanuit de verte. En ja, ik denk dat ook. Zo volstrekt gevoelloos zijn is slechts weggelegd voor de ras-narcisten onder ons. Het verklaart ook direct zijn verslaving aan het vruchtbaarheidsspel. Voetbal bedoel ik. Die verheven vorm van sublimatie speciaal uitgevonden voor narcisten in het impotente spectrum.

Kijk maar eens goed naar die voetbalprogramma’s. Er zitten altijd dit soort minne mannetjes in. En een incidentele flamboyante narcist. En Hans Kraaij Junior. Pispaal van dit soort lieden. Hun eigen pindakaas homo. Alleen maar omdat het een aardige vent is. Met gevoel in zijn donder.

Ellie interviewt ook nog wat supporters op de tribune over homoseksualiteit. ‘Ik rijd op een taxi. Er zat een keertje een stel kerels te zoenen op de achterbank, die heb ik zo mijn auto uit geslagen. Gatver, dat vind ik vies…’ de lomperik trekt een vies gezicht. Dan klaart zijn varkenssnoet opeens op. Een brede geile grijns trekt van oor naar oor, ‘Maar twee dames vind ik wel lekker hoor, daar heb ik geen moeite mee.’

Ik hoop dat hij een keer klem komt te zitten tussen een paar ketsende potige potten. Met stekeltjeshaar en tuinbroek. Dat hij geplet wordt in hun pret. Als ze flink zweten en keten in bed. Kijken of hij nog zo te spreken is over lesbische seks.

Ach, smeer toch pindakaas op je lul. En laat je afzuigen door een slak.

Tot besluit wil ik de hele LGBTI-gemeenschap  oproepen om massaal uit de kast te komen in het programma van Johan Derksen en er vervolgens direct bovenop te slaan. Op zijn neus welteverstaan, die lelijke haak boven die hap gare zeurkool.

Want geef toe, de man heeft gewoon gelijk! Homo’s zijn lang genoeg zielige slachtoffers geweest van mensen zoals Johan Derksen! En allerlei andere homohaters. Ja haters! Liefde en respect zijn hetzelfde. Respectloos met deze grote, enorme, kleurrijke groep mensen omgaan staat gelijk aan hen haten. Dat voelen zij ook zo!

Het is genoeg geweest. Weg met die slachtofferrol! In 1 massale reuzenklap!

Hoera voor LHBTI deel 2. Voetbal is geil, een hele grote teil vol spermatozoïden, waarmee de spelers schieten. Het eitje is het doel. Klaarkomen op je smoel is meer iets voor een Johan. Die begrijpt hier niks van. Van scoren en genieten met jongens of met grieten.

Voetbal is oorlog? Nee, voetbal is geil. Voetbal is seks. Geen wonder, dat mensen als Johan Derksen er de hele tijd over willen praten. Sublimatie van je driften voor als je zelf niks voor elkaar krijgt. In bed. Met een vrouw. Of man. Of wat dan ook in zijn geval.

Ach, arme homofobe Johan Derksen. Doodsbang voor die gasten en geheel onterecht! Geen weldenkende homo met ogen in zijn hoofd en een werkzaam reukorgaan daaronder zal het in zijn kop halen om Johan Derksen te begeren. Zelfs zijn hardcore hangsnor zal geen man over de streep trekken. Dat geef ik je op een briefje.

Homofobie bij heren is over het algemeen direct gelieerd aan een zwak mannelijk zelfbeeld. Daarom zie je het doorgaans bij jonge mannen. Pubers en adolescenten. En bij zekere voetbalminnende mannen. Dat slag, dat nooit volwassen is geworden. Zoals Johan Derksen en René van de Gijp. Pijperdepijp!

Voetbal is dan ook een sport, ontworpen voor gemankeerde mannen. Impotente Meneertjes Koekepeertjes. Ik zal het je uitleggen. De kans bestaat, dat je vanaf nu nooit meer naar dit spel kunt kijken, zonder beregeil te worden, maar dat moet je er maar voor over hebben. Om Johan Derksen te kunnen begrijpen. Iets, dat we intussen allemaal willen. Ja toch, niet dan?

 

Het stadion is eigenlijk een grote baarmoeder, waar we allemaal veilig bij elkaar in opgeborgen zitten. In de heilige schoot van de voetbalclub. Veel stadions hebben duidelijk een baarmoederlijke vorm. Of die van een grote cloaca desnoods. Wachtend op een bevrucht ei.

Door een soort geboortekanaal marcheren de spelers het stadion binnen. In een lange rij. In het gelid. Een groot lid, als het ware, bestaande uit vele leden. Begin je nu ook te begrijpen, waarom mannen vaak vinden, dat voetbal niks is voor vrouwen? Marcherende dames als groot lid in het gelid vinden ze maar niks. Onbewust…….

Johan houdt van zijn snor!

Want bedreigend. Vrouwen met een piemel-associatie. De vrouw met de baard alla. Maar van de vrouw met de penis willen de heren verre blijven.

De bal is een verwarrend gegeven in deze context. Tenminste als je aan het woord bal wilt vasthouden. Dan begrijp je al snel geen bal meer van dit verhaal. Teelballen, ofwel zaadballen met bijballen in balzakken genoeg op het veld. In geval van een mannelijk team. En dan is er nog de bal, waarmee wordt gespeeld.

Mijns inziens staat de voetbal eigenlijk symbool voor een zaadje. Of een hele ejaculatie…..En het doel is dan het ei.

Hoe dan ook: Een doelpunt scoren is het enige doel van het spel. Het enige dat telt. De meeste goals worden gescoord door spitsen. Die zijn dan ook vanouds altijd oneindig populair bij de dames. Want ze kunnen scoren. Ook wij vrouwen zijn dus gevoelig voor de symboliek van dit vruchtbaarheidsspel…….

En EEN DAG MET SEKS , JOHAN? KUN JE JE DAT NOG HERINNEREN? HAHAHAHA. ECHT GRAPPIG!

Heks kijkt al jaren zo naar voetbal. Ik ben dan ook niet verbaasd, dat volwassen homofobie zich in deze kringen het sterkst manifesteert. En dan met name bij de stumperds, die in therapeutische programma’s als ‘Voetbal Inside’ proberen weer zin aan hun seksloze leven te geven. Zoals Johan Derksen en Rene van der Gijp, pijperdepijp.

Slachtoffers van hun slecht functionerende uitwendig gedragen kleine hersentjes.

Ja, ze kunnen het echt niet helpen, dit soort dom gebral. Je weet ook niet wat er allemaal aan ten grondslag ligt. Misschien zijn ze ooit in handen gevallen van een schimmelige goedheiligman. Of Zwarte Piet. Wat vindt Johan Derksen daar eigenlijk van?

‘Het is sterker dan mezelf, mijn homofobie, ik zit weer bij Sinterklaas op zijn knie. Op de voetbal, als kind, die kindervrind…. Misschien ben ik transgender of wellicht bi. Verder weet ik het ook niet, Wat ben ik toch een Johan, een flapdrol. Zit ik weer in de slachtofferrol…..’