Death Row Dollies en hun ten dode opgeschreven man. Wat vinden wij weldenkende Nederlanders daarvan? Heks heeft ook levenslang gekregen ooit, met haar stomme ziekte. Ook ik ben hierdoor in een isolement geraakt. Maar oh, wat heb ik het goed, vergeleken met de zwaar gestraften in de Verenigde Staten. Hiermee wil ik hun daden geenszins goed praten……

‘Mag ik vragen wat je mankeert, dat je in die scootmobiel zit?’ roept een wildvreemde man op een bankje, als ik voorbij rijdt met mijn twee hondjes. Zijn vrouw en dochter kijken razend nieuwsgierig naar Heks. Wat mankeert die opgeverfde troela met haar cowboyhoed? Waarom ziet ze er niet zieltogend uit? ‘Ik vind dat een rare vraag,’ pareer ik. Maar dat is tegen het zere been.

‘Mijn gehandicapte moeder wil absoluut niet in zo’n ding rijden,’ begint de vrouw ter verdediging. ‘Dan doet ze zichzelf te kort, mijn actieradius is enorm toegenomen sinds ik een scoot heb. Je blijft onafhankelijk. Je kunt er heerlijk op uit!’ antwoord ik zo vriendelijk als ik kan opbrengen. Ik ben deze mensen een kwartiertje eerder gepasseerd. Ze hebben het blijkbaar over me gehad.

‘Maar wat mankeer je nu eigenlijk?’ dreint de man verder. Hij wil het per se weten. En Heks gaat het absoluut niet vertellen. Waarom zou ik? Wat gaat het die kwibus aan?

‘Ik vind dat een impertinente vraag,’ herhaal ik min of meer wat ik eerder heb gezegd. Om dan gewoon lekker verder te rijden. ‘Het is gewoon belangstelling,’ hoor ik de man nog verongelijkt achter me piepen. Wat een malloten. ‘Ik had moeten zeggen, dat ik helemaal niks mankeer. Dat ik louter voor mijn plezier en uit pure luiheid in een scootmobiel rondrijd,’ bedenk ik te laat. Ik grinnik als ik me voorstel hoe die man dan had gekeken. , jammer. Te laat. Volgende keer maar weer.

Want er komt een volgende keer. Reken maar van yes. Als je in een scootmobiel rondrijdt ben je vogelvrij voor stom bemoeizuchtig gewauwel van je medemens. Van overdreven vriendelijke aanmoedigingen, ‘Ben je zo lekker aan het wandelen! Met je hondjes!’ Tot verontwaardigde opmerkingen als ‘Ik zag u vorige week gewoon wandelen!’ Of impertinente vragen over wat je dan precies mankeert.

Wat mankeert die man? Dat zou ik wel eens willen weten. Volgende keer ga ik het hem vragen. Dwangmatige pathologische nieuwsgierigheid wellicht. Of de vliegende schijtwauwelaritis. Hij is er ongetwijfeld ernstig aan toe.

Heks roept veel vragen op, als ze rondrijdt in haar scootmobiel. Met haar stoere hippe cowboylaarzen en dito hoed. Met haar felle rode lippen en lange wapperende haren. Ze ziet er niet gehandicapt genoeg uit naar ieders smaak. Ze roept razernij op met die arrogante opgewekte glimlach. En dan die dolle honden! Welke gehandicapte neemt nu zulke honden? Waarom geen volgepropt keffend kuttenlikkertje, zoals het hoort?

Gelukkig oogst ik ook menig glimlach. Goddank maak ik ook vele prettige praatjes. Aan de lopende band! Het is niet allemaal kommer en kwel.

Van mijn vriendinnetje Kras heb ik al de nodige verhalen gehoord over de maatschappelijke reactie op de scootmobiel. In een scootmobiel zit volgens velen een debiel. Een imbeciel. Of misschien een hele oude man of vrouw. Timide en afhankelijk als het even kan. Maar zeker geen mondig wijf à la Heks. Of Kras.

Eenmaal weer thuis lees ik verder in mijn boek over ter dood veroordeelden. ‘Death Row Dollies’ van Linda Polman, gaat over vrouwen, die deze vergeten groep schrijven en bezoeken. Velen krijgen een relatie met hun eigen zware crimineel. Een aantal trouwt zelfs. Met de handschoen. Ja, heus waar.

Een aantal weken terug lees ik een artikel in Trouw over het rechtssysteem in de Verenigde Staten. Hoe de mensenrechten er met voeten worden getreden. Hoe levenslang gestraften vaak volledig vereenzamen. Hoe ter dood veroordeelden 23 uur van de dag in eenzame opsluiting in hun cel zitten. Een uurtje mogen ze alleen naar buiten in een soort kooi. Medische zorg is er nauwelijks. Ze krijgen nauwelijks te eten. In de winter lijden ze kou en in de zomer worden ze bijna gekookt.

Eindeloos lang wachten ze op het voltrekken van het vonnis. Procedure na procedure wordt gestart om de executiedatum uit te stellen. Juridische bijstand is rudimentair. Fouten in procedures worden weggemoffeld. De gevangene zijn infeite vogelvrij.

‘Nou, net goed, laat die psychopaten maar creperen,’ is de gedachte hier achter. Middeleeuwse praktijken natuurlijk. Er zit nog al eens een onschuldig gestrafte tussen. Met name mensen met een kleurtje worden regelmatig bij voorbaat schuldig bevonden.

Heks baalt er wel eens van, dat een boef in Nederland gemiddeld na een luttel aantal jaren vervroegd vrij komt. Loopt zo’n kwibus weer gewoon overal rond. Zo’n gevaar voor de maatschappij. Nee, dan ben ik niet blij.

Maar goddank hebben we hier een menselijker systeem dan in de Verenigde Staten. Alhoewel een groot deel van de Nederlandse bevolking voor de doodstraf schijnt te zijn tegenwoordig. Ook hier vindt dus een verschuiving plaats naar zwaarder straffen.

Als veertienjarige discussieerde ik met de stokoude grootouders van mijn zwager over dit onderwerp. Iedereen, die er bij was, lag in een deuk, maar Heks was bloedserieus. De grootvader, een slager in ruste, was pertinent voor de doodstraf. Hij wilde er graag zijn steentje aan bijdragen, indien nodig. Met zijn messen en hakblok. Zijn vrouw was het zoals altijd met hem eens. Zij voerde overigens het woord. Ook voor haar man. Zijn tong lag na een beroerte als een dikke walrus voor zijn spraak. Alleen zijn vrouw kon het gezegde interpreteren…..

Heks zit er over na te denken om met een ter dood veroordeelde te gaan corresponderen. Uit medemenselijkheid. Niet om er een relatie mee te krijgen. Dank je de koekoek. Ook ga ik geen fondsen werven om de persoon in kwestie vrij te krijgen. Daar heb ik de puf niet voor. Maar schrijven kan ik. ‘Aandacht is als zonneschijn,’ zegt Thich Nath Hahn altijd. Een brief bij wijze van zonnestraaltje. Een streepje licht in een sombere cel.

Ik zit er nog over na te denken. Ik ben er nog niet uit. Want groot kans, dat je een psychopaat treft. Of een sociopaat. Of toch op zijn minst een narcist. En Heks houdt niet van dat menstype.

Ik kijk naar een heleboel Amerikaanse griezelprogramma’s op ID tv. Ellendige gewelddadige geschiedenissen, die zich afspelen in dat barbaarse land, waar iedereen zonder meer een vuurwapen kan aanschaffen. Programma’s over allerlei onmensen en hun onmenselijke daden. Van het soort, dat je levenslang oplevert. Of de doodstraf.

Eerst maar eens dat boek uitlezen. Linda Polman windt er geen doekjes om. De meeste mensen op death row hebben verschrikkelijk misdaden begaan. Meestal lang geleden. De gevangenen zijn doorgaans nog slechts een schim van zichzelf….

In Memoriam Snuitje

Vandaag is het dan zover: Onze lieve Snuitje is niet meer. Na bijna 18 jaar mijn schaduw te zijn geweest, is onze matriarch gaan hemelen. Ach, lief Snuitje, wat zullen we je missen! Je man Ferguut, je dochter Pippi, je schoonzusje Leonoor, je schoonzoon ThayThay en zijn zuster Aafje en tot slot je kleinzoon Bolster….. En niet te vergeten je grote blaffende vrienden VikThor en Freya…..

Je bent nu bij je oude maatjes Koe, Prins en Ysbrandt. Rust in vrede lieve schat. Dank je wel, dat je in mijn leven was. Ik hou van je, kleintje.

Krijg de hik! Heks krijgt een lekkere prik in haar mik! Uit onverwachte hoek komt er toch een vitale dosis mijn kant op. Misschien krijg ik dodelijke trombose, ik neem het risico op de koop toe. Je moet er eventjes voor op pad, Heks, maar dan heb je ook wat!

Schrijf, Heks, schrijf. En blijf.

Vorige week zit ik met de Blonde allemaal financiële kutklusjes te doen. We hebben allebei een zelftest gedaan. Ondanks de uitslag houden we toch afstand. Zo betrouwbaar zijn die testen nu ook weer niet.

Eerst serveer ik een lekkere lunch. ‘Kijk eens, wat ik van de slager heb gekregen?’ zwaai ik met een enorme rookworst. Zo uit de ketel gevist door mijn gigantische worstdraaiende vriend. Mijn hondjes hebben al een flink stuk verorberd, maar er is nog zeker driekwart worst over….

‘Ik had al een stuk rookworst gekocht, voordat ik de worstenman tegenkwam, dus vandaag hebben we een absoluut worstoverschot…’ grap ik. Een worstoverschot. Of je worst lust.

De Blonde is blij. Hij is dol op de rookworst van van der Zon. Vind je het gek? De beste worst van Nederland. Vinden mijn viervoeters ook.

Hoe zit het nu met jouw vaccinatie, heb je daar al iets over gehoord?’ de Blonde maakt zich zorgen over Heks. Er is nog geen zicht op een prik. ‘Bel gewoon nog een keertje naar de huisarts. Dat doen wij ook af en toe…’ moedigt hij me aan om nog eens te informeren bij de praktijk, waar ik sinds jaar en dag een paar keer per week prikken in armen, benen en billen laat jassen.

Behalve het afgelopen jaar, sinds ik zorgmijder ben.

Heks belt met de assistente. Ik leg nog maar eens uit, dat ik dat virus niet moet krijgen. Of ze al iets weten? Sta ik op een lijst hier of daar? Opeens krijg ik een grote mond van de assistente. Mijn toon bevalt haar niet. Ik schrik me een ongeluk, mijn toon? Komt er een rare toon uit mijn mond?

‘Je klonk misschien wat heftig wanhopig,’ zucht de Blonde, als ik hem er naar vraag. Hij zat er per slot van rekening bij, toen er een valse toon uit mijn mond klonk. Buiten mijn weten om. Heks moet duidelijk een toontje lager zingen.

Zo krijg ik dan een uitschijter, maar geen verdere informatie. ‘Ik zal het nog een keertje opschrijven,’ zegt de assistente. Maar waar op? Toch een lijst? En wat?

Ze worden natuurlijk gek gebeld. Alle huisartsen hebben hier last van. Niet iedereen gaat er even gelukkig mee om.

‘Ping,’ doet mijn telefoon. Een berichtje van zo’n huisarts, een vriendin van Heks. Prikt zich een slag in de rondte. Is zelf nog herstellende van Corona. Opgelopen in de frontlinie.

‘Al een prikje gehad?’ informeert ze terloops. ‘Nee, nog geen nieuws, heb je er soms eentje over?’ grap ik terug. Even later gaat de telefoon.

‘Heks, jij stuurt me dat appje en tegelijkertijd komt er van een collega het bericht, dat ze nog een dagdosis over heeft. Wat een toeval!!!!!! Dus als je wilt….. Je moet wel helemaal naar Rijswijk!’ roept mijn vriendin in de hoorn. Heks springt een gat in de lucht!

Picnic staat precies op dat moment voor de deur. Een enorme berg boodschappen wordt bezorgd. Ik sjouw alles naar binnen en stop razendsnel het rauwe vlees voor de hondjes in de vriezer. Ik mik bederfelijke dingen in de koelkast. Ga op zoek naar mijn rijbewijs. Moet een flink stuk lopen om bij de auto te komen……

Een kwartiertje later ben ik op pad. Het is druk op de weg. Ik ben veel later dan gepland bij de huisartsenpraktijk in Rijswijk. Maar de arts heeft gelukkig op me gewacht…… De praktijk is pal naast de dierenarts waar VikThor zijn bionische poot aan te danken heeft!

De prik zit er in no time in. Heks moet een kwartiertje wachten, voor het geval ik in een anafylactische shock raak. Dan kan ik direct tegengif krijgen, of gereanimeerd worden bijvoorbeeld.

Op de terugweg voel ik een last van mijn schouders glijden. De prik zit er in! Over drie weken ben ik voor 60 procent beschermd tegen dat kloterige virus. Half juni krijg ik de volgende dosis. In juli ben ik bevrijd! Kan ik weer afspreken met mijn dierbaren. Zonder sneltest. Lekker knuffelen en kleffen. Na anderhalf jaar droog staan. Heerlijk!

Donderdagavond schenk ik een glas wijn in om het te vieren. Ik bel de Don. Hij is zo blij voor me. Zijn prik komt er ook aan. We zijn dubbel blij.

‘Hele volksstammen zeggen die vaccinatie af, Heks,’ zegt mijn vriendinnetje Trui, die onverwacht even op de koffie komt. We zitten lekker op mijn balkonnetje in het zonnetje. ‘Zo komen we natuurlijk nooit van dat virus af,’ verzucht ze vervolgens, ‘Krijg je weer allemaal mutaties…..’

Ja, die angst voor trombose. Als ik dat onverhoeds krijg, dan zie ik mezelf maar als martelaar voor de goede zaak. De kans, dat je door de bliksem wordt getroffen is overigens vele malen groter. Of dat je wordt doodgebeten door een hond. Of dat je dood gaat aan Corona……

Mensen, die de vaccinatie afzeggen zitten soms vier keer per jaar in het vliegtuig. Of ze hebben hun hele lange leven lang de anticonceptiepil geslikt. Beiden goed voor een flinke extra kans op trombose.

‘Ik leef met het idee, dat ik vanaf nu elk jaar zo’n vaccinatie moet gaan halen,’ verzucht ik gelaten. Het laatste jaar is de wereld van glas geworden. Alle idioterie is zichtbaar. Open en bloot. De mens als irrationeel wezen. In volle glorie. Wij mensen zijn onze eigen ergste vijand.

Maar ik heb mooi die prik in mijn mik! Krijg de hik! Ik ben er een paar dagen goed appelig van. Zo stijf als een plank. Doodmoe en halfzacht. het kan me niet schelen. Het ergste is voorbij. Tenzij ik op de valreep toch nog dat ellendige virus op loop. Even volhouden nog. Nog eventjes heel voorzichtig zijn.

Buitenbeentje in haar eentje kijkt TV naar buitenbeentjes en apartelingen. Mijn hart gaat zingen van al die alternatieven voor meer van hetzelfde. Mensen zijn een plaag, maar niet vandaag. Vandaag zie ik allemaal leuke lieverds. Heerlijk. Goddank.

Op de televisie wordt een haan geslacht. Als je eieren wilt eten, moet je ook hanen slachten. Zo is het ook nog eens een keertje in de wereld van de idealisten in het programma van Ryanne van Dorst ‘Het Alternatief’. Niks melige veganisten, nee. Vandaag niet.

Heks volgt al weken deze verfrissende serie. Ik ben nu eenmaal dol op Ryanne. Ik kijk graag naar haar onnavolgbare gestoethaspel. Heerlijk.

Al weken trekt ze op met de ene na de andere alternatieveling. Mensen, die van alles zien vliegen bijvoorbeeld. Ik maak er geen grapjes over, want ik heb mijn portie UFO’s al op jonge leeftijd verstouwd. En het idee, dat we de enigen zijn in het universum? Dat vind ik pas absurd.

Ook de dame, die niet meer eet, verbaast me niet. Stiekem ben ik een beetje jaloers op haar eindeloze gevast. Heks heeft ook de nodige vastenkuren achter haar kiezen. Ik heb wel eens in één jaar tien van die kuren gedaan. Het jaar na mijn laatste operatie.

Tien keer tien dagen helemaal niks eten. Een weekje afbouwen en een weekje opbouwen. Tel maar uit: Ik leefde dat jaar ook min of meer op prana.

Het heerlijke lege gevoel, ik herinner het me. De euforie, hihihi, die ontstaat in dat lege lijf. Zalig. Alleen houd ik erg van koken. En van vrienden uitnodigen en hen lekker verwennen. Iets, dat door de Covid al een eeuwigheid geleden is intussen, natuurlijk…..

Ik kan eigenlijk best een tijdje op prana gaan teren. Er komt toch niemand bij me eten voorlopig. Scheelt ook boodschappen halen.

Niet eten is heerlijk, maar wel eten ook. We eten over het algemeen echter veel te veel. Dat is een waarheid als een koe, kijk maar naar al die dikke buiken en billen in de wandelgangen. Doodsbang voor het lege gevoel proppen we ons vol met tussendoortjes.

We worden doodgegooid met tussendoortjes. Alle reclames gaan over dat verschrikkelijke moment, dat je even een leeg gevoel ervaart in je bast. Waar je dan onmiddellijk vanaf moet. Middels zo’n vervloekt tussendoortje. Kindergebitten massaal naar de Filistijnen door de tussendoortjes. Geruïneerd door al die zure suikermomenten.

Heks wil zich leeg voelen. Elke dag minstens een paar uur een lekker leeg maagdarmstelsel, zodat het bloed weer naar mijn kop stroomt. Je moet het jezelf gewoon gunnen.

‘Je hebt anorexia,’ zeurde een vroegere vriendin met enige regelmaat, als ik weer eens een vastenkuurtje deed. Ik deed die kuren, omdat het de enige remedie was tegen ME. Het was het enige, dat hielp. Zodra ik ophield met eten knapte ik gigantisch op. Helaas begon met het opnieuw gaan eten de ellende ook weer. Elke keer weer.

De vriendin at elke avond na haar warme maaltijd een heel bruin brood op. Elk sneetje royaal besmeerd met smeuïge roomboter en belegd een flinke plak volvette kaas. Sneetje na sneetje schoof ze genietend naar binnen. Ze was bepaald niet anorectisch. De kilo’s vlogen als wilde ganzen haar heupen en dijen op.

Het is niet algemeen bekend, maar brood is heel erg verslavend. Zij is niet de enige met dit eetpatroon.

Woedend was ze op Heks. ‘Zit je weer lekker slank te zijn?’ beet ze me eens toe na bijzonder vraatzuchtige feestdagen. Ik belde op om haar een gelukkig nieuwjaar te wensen. Ik kon haar dramatisch uitgedijde lichaam natuurlijk niet zien door de telefoon. Haar beeldschone voluptueuze lijf.

Dat mijn eindeloze gevast voornamelijk gezondheidsredenen had ontging haar overigens volkomen.

De man van de vriendin hielp ook niet mee. Zelf bepaald niet de slankste, dikke bolle kop, gereedschap onder een indrukwekkend afdak, liep hij tegen mijn vroegere vriendin te mekkeren over haar overgewicht. Waarbij hij bij voorkeur haar superslanke vriendin weinig subtiel onder haar aandacht bracht. Fijne vent!

Ryanne is vandaag op bezoek in een leefgemeenschap en daarnaast gaat ze een erotisch vrouwenweekend doen. De vrouwen leren nee zeggen. Heel nuttig voor ons vrouwen en niet alleen als het om erotiek gaat.

Nee zeggen. Ik heb het ook nooit geleerd. Ik ben gedrild in alles en iedereen het altijd naar de zin maken. In het me in duizend bochten wringen om de ander te plezieren. Ik heb nee zeggen pas onlangs ontdekt.

‘NEE!’

Heks is altijd een apart gebakkie geweest. Je ziet het niet direct aan me, ik kan er vrij normaal uit zien. Maar ik ben echt een buitenbeentje. Vraag maar aan mijn clan. Heks is in dat bolwerk Gekke Henkie. Al sinds jaar en dag. Ik ben zo gek, dat er anderen uit mijn naam belangrijke papieren tekenen. Knettergek!

.

Ik kan volgens hen niet tot tien tellen. Ik kan dan ook niet met geld om gaan. ‘Wat zou jij overigens met geld moeten?’ heeft er ook wel eens eentje aan me gevraagd. Iemand met handen als harken. Grote hebberige inhalige harken.

Die persoon kan heel goed met geld omgaan. Vindt die persoon zelf. Het over de balk smijten bijvoorbeeld. Of speculeren met onroerend goed en daar tonnen op kwijtraken. Ja, die weet er wel raad mee.

Gekke Henkie kijkt naar Ryanne van Dorst. Een geweldig leuk buitenbeetje. Ik vind haar zo geinig. Sexy ook. Echt een lekker ding.

Per ardua ad astra: ‘Je mag er zijn, Heks, echt. Ook jij hoort erbij. Bij de mensheid. Misschien ben je in eigen kringen niet welkom. Misschien vergeten mensen je voor het gemak. Maar voor mij hoor je erbij,’ zeg ik tegen mezelf. Ik ben mijn eigen beste vriendin. Mijn eigen zuster, moeder en vader. Ik ben mijn eigen licht op mijn pad. Een dikke pad. Vol wratten en met magisch spuug.

Heks kijkt de zoveelste talentenjacht op de buis. ‘We want more’ heeft net weer een ander concept dan ‘The Voice of Holland’ of ‘Holland’s Got Talent’. Het duizelt me af en toe van alle op elkaar gelijkende televisieprogramma’s. De meesten hiervan vind ik niet om aan te zien. Lawaaierig tot op het bot en strontvervelende juryleden….. Maar ‘We want more’ mag zich verheugen in mijn aandacht. Heks neemt de programma’s op. Hoef ik niet naar die hopeloze reclames te kijken.

Zo zit ik dan gisteren een stuk of vier programma’s achter elkaar te bekijken. Het is de laatste dag van een ijskoud en ook eenzaam paasweekend. Ik heb geen levend wezen gezien, behalve mijn huisdieren. Ik voel me al weken niet jofel. Halfzacht en doodmoe. Het weer werkt ook niet mee. Dus hop: Voor de TV.

Het ontroert me, deze stoet muzikale medelanders, die hun kunstje vertonen. Goeie hemeltje, wat een talent zit er tussen! Het valt nog niet mee om je kop boven het maaiveld uit te steken. Maar de 1 na de ander doet het. Heks zit zachtjes te huilen van ontroering. Het raakt me. Zoveel hoopvolle mensen. Piepkleine kinderen, die de sterren van de hemel zingen. Ouders, die hun kinderen dragen in hun talent. Hartverwarmend. Tranen druppen gestaag omlaag.

Bijna alle deelnemers hebben een verhaal. Ze hebben flink tegenslag gehad in de vorm van een ellendige ziekte bijvoorbeeld…. Prachtig en ontroerend om te zien, dat ondanks die tegenslag, of misschien juist dankzij, deze mensen iets fantastisch neerzetten!

Heks is echt te veel alleen. Ik ben toe aan geliefden om me heen. Helaas zijn er veel dierbaren afgevallen de afgelopen jaren. De veranderingen in mezelf hebben veel relaties onmogelijk gemaakt. Op zich goed. De manier, waarop ik me in allerlei bochten wrong om het iedereen naar de zin te maken, moest maar eens afgelopen zijn.

Maar het is wel erg stilletjes. Vooral nu Corona opnieuw heeft huisgehouden in mijn sociale contacten. Belde een jaar geleden mensen me soms plotseling op om te vragen of ik het volhield tijdens de lockdown, momenteel boeit net vrijwel niemand meer hoe ik me er doorheen sla.

Ik ben het gewend. Ik hak al 35 jaar met dit bijltje. Het meest choquerende tijdens de eerste lockdown vond ik het gegeven, dat het voor mij in feite weinig veranderde. Mijn stomme ziekte houdt me al jaren gevangen in een klein cirkeltje. Natuurlijk probeer ik dat isolement altijd te doorbreken, met matig succes. Ook voor de pandemie lag ik regelmatig maanden eenzaam gestrekt. Zag ik bijna niemand in dit soort periodes. Moest ik het in mijn eentje uitzoeken.

Nadat een BMW zich total loss reed in mijn heksennekje ben ik bijvoorbeeld een jaar helemaal van het padje geweest. Niemand, die het in de gaten had! Verbijsterend, maar waar.

Ik lag natuurlijk daarvoor al omver. Dit gaf ook problemen bij de afhandeling. Aanvankelijk wilden ze me vrijwel niets uitkeren. ‘U mankeert al van alles,’ was het argument. Die whiplash kan er ook nog wel bij…..

Dus, dus.

Ik kijk naar ‘We want more’ en laat een traantje of tig. Niks mis mee op zich. Die grote waterplas in mijn borstkas loopt over. Ik ben eigenlijk blij, dat mijn gevoel zich meldt. Doodmoe van al die woede.

De juryleden van het programma zijn ook redelijk te pruimen. Maar de leukste medewerkster aan de show is toch wel Britt Dekker. Tranen met tuiten, maar dan van de lach. Wat is het toch een ongelofelijk leuk mens. Met haar heerlijke prachtige haakneus. ‘Nooit wat aan doen, Britt!’

Zoals gewoonlijk slaat ze een hele hoop onzin uit. Recht voor zijn raap. Die vrouw is echt geniaal clownesk. En ze is stapelgek op dieren! Heks geniet van deze verfrissende verschijning tussen alle doorgewinterde BNers.

Sinds mijn intakegesprek met mijn nieuwe therapeut voel ik me wiebelig. Mijn gevoelens zijn grondig overhoop geharkt. Een paar dingen, die ze zei zijn enorm binnen gekomen. ‘Waarom gaat jouw familie zo met je om?’ bijvoorbeeld. Een vraag waar geen antwoord op is. Ik heb die mensen niks misdaan, behalve bestaan.

Patronen, die je eindeloos herhaalt. Ook met vrienden. Heks wordt altijd overal uitgekotst. Of vergeten.

‘Je mag er zijn, Heks, echt. Ook jij hoort erbij. Bij de mensheid. Misschien ben je in eigen kringen niet welkom. Misschien vergeten mensen je voor het gemak. Maar voor mij hoor je erbij,’ zeg ik tegen mezelf. Ik ben mijn eigen beste vriendin. Mijn eigen zuster, moeder en vader. Ik ben mijn eigen licht op mijn pad. Een dikke pad. Vol wratten en met magisch spuug.

Ik heb het geluk, dat ik gelukkig kan zijn met niets. Momenten van genade, elke dag. Hoe het licht valt bijvoorbeeld, Heks kan echt de zon in het water zien schijnen. Een onbevangen kind, dat tegen me begint te praten, kan me eindeloos gelukkig maken. Mijn dierenvrienden en hun gekke capriolen. Tegenslag mag. Het maakt me sterk.

Niet te geloven. Twee weken na de verkiezingen valt Ruttekutte toch nog door de mand in Nederland. Een gapende afgrond onder zijn voortrennende voeten. Al is de leugen nog zo snel…….. ‘De leugen regeert’ wordt hopelijk ‘de leugen regeert niet langer’. Psychopaat Rutte liegt over wat hij altijd heeft geweten. Waarschijnlijk heeft de man geen geweten. En mag je het een gewetenloze kwalijk nemen, dat hij vergeet, wat hij had moeten weten, terwijl hij geen geweten heeft? Heks vindt van wel. Gewogen en te licht bevonden! De ouderwetse brandstapel op met die leugens! Toch nog een paasvuur!

Vandaag krijg ik als eerste een kledder hagel op mijn tetter. De wereld kleurt wit. Heks’ neus kleurt rood. Vervolgens gaat het sneeuwen. Grote witte vlokken dwarrelen om mijn duffe hoofd. Terwijl de zon schijnt! Kermis in de hel!!!! Ik grabbel intussen net naar een dampende drol. Een onschuldig sneeuwvlokje valt precies op de excrement van mijn blaffende vent: Pasen 2021!

Gisteren en eergisteren was de stad afgeladen vol met winkelende wandelaars. En wandelende wauwelaars. En wauwelende shoppers. En rondhoppende hardlopers. En hardlopende doodlopers. De Coronakilo’s fier in de aanslag. De Coronakapsels schaamteloos dansend om argeloze hoofden…..

Heks is blij met deze rustige 2e paasdag. Het is wel koud, maar mijn asociale medemensen blijven in elk geval thuis.

Het is intussen april en ik heb nog steeds geen uitnodiging voor een vaccinatie gehad. Met kerst dacht ik: ‘Het gaat vast niet lang meer duren. Binnenkort heeft iedereen zo’n prik in zijn of haar klep.’ Helaas houdt de politiek zich in Nederland liever met andere dingen bezig. Liegen en bedriegen bijvoorbeeld. Daar gaat dan alle beschikbare energie in zitten. Geen wonder, dat er verder weinig gebeurt.

‘In plaats, dat ze nu zorgen, dat iedereen zo snel mogelijk een prik krijgt! Dan kan alles gewoon weer open. Hoef je ook al die maatregelen niet te handhaven…..’ moppert Heks tegen de Don. Helaas luisteren ze nooit naar mij. Het Nederlandse vaccinatietempo jaagt het schaamrood naar de kaken van ieder zichzelf respecterend politicus. Zelfs een leger slakken zou het beter doen.

Jammer, dat we geen zichzelf respecterende politici meer hebben. Laat staan politici, die elkaar respecteren.

Heks kijkt donderdagnacht naar het debacle in de tweede kamer. Het is precies zoals ik heb voorspeld. Rutte liegt zoals gewoonlijk tussen zijn tanden. Zijn varkensoogjes blikken doordringend in de camera. Intussen onnozel lachend om iets, dat helemaal niet grappig is.

Ik blijf de gehele nacht kijken. Ik zie een knorrige Rutte, als het toch niet helemaal gaat zoals hij wil. God, wat lijkt hij op een varken. Het is me nooit eerder zo opgevallen. Een boze big. Een nijdige bokkenlul met een mobieltje.

Heks is geen fan van Rutte. Ik vind de man een leugenachtige narcist. Geen land mee te bezeilen natuurlijk. Laat staan te bestieren. Hij heeft dat de laatste tien jaar afdoend bewezen. Hele volksstammen zijn door het beleid onder zijn beschamende leiding in de ellende gestort. Ik noem maar de toeslagenaffaire. Een overbodig bedrijf als de KLM heeft zijn Coronacompensatiegeld al lang binnen, maar die mensen hebben nog steeds geen knoop.

Kan Rutte geen functie elders krijgen? Zo ver mogelijk elders. In Verweggistan. Vuilnisman in Vladivostok bijvoorbeeld. Of Mannetje op de Maan. Dan is het vast zo gedaan met zijn onnozele gelach.

Heks heeft met verbijstering gekeken naar het ‘functioneren’ van onze democratie. Macht en tegenmacht. Ik vond het een hele leerzame nacht. Nooit drong het zo tot in de essentie tot me door, hoe onze democratie werkt. De sterke punten en de zwakke punten. Nooit realiseerde ik me ook zo tot in mijn tenen, hoe respectloos dat gelieg van die Rutte eigenlijk is. Hoe hij daarmee elke Nederlander persoonlijk in de bek pist.

Gelukkig ben ik niet de enige, die zich dit realiseert. De onbegrijpelijke populariteit van deze rasnarcist is eindelijk aan het tanen. Zijn eeuwige charmeoffensief schiet eindelijk zijn doel voorbij. Geen foto’s van een fietsende Rutte bijvoorbeeld, om zijn gelieg te compenseren. Want als je fiets lieg je niet? Dat is lang de insteek geweest.

‘Ook een fietsende premier kan liegen’ dringt nu door in de hersenpan van de gemiddelde Nederlander. En liegen is niet OK. Toch? Toch? Toch?

Niet te geloven. Twee weken na de verkiezingen valt Ruttekutte toch nog door de mand in Nederland. Een gapende afgrond onder zijn voortrennende voeten. Al is de leugen nog zo snel…….. ‘De leugen regeert’ wordt hopelijk ‘de leugen regeert niet langer’.

Nu kan Mark Rutte natuurlijk liegen alsof het gedrukt staat. Hij is zelf totaal niet onder de indruk van de aangenomen ‘Motie van Afkeuring.’ Ook de ‘Motie van Wantrouwen’, die het net niet gehaald heeft, raakt zijn kouwe kakkleren niet.

Rotte Rutte liegt over wat hij altijd heeft geweten. Waarschijnlijk heeft de man geen geweten. En mag je het een gewetenloze kwalijk nemen, dat hij vergeet, wat hij had moeten weten, terwijl hij geen geweten heeft?

Heks vindt van wel. Gewogen en te licht bevonden! De ouderwetse brandstapel op met die leugens! Toch nog een paasvuur!

OOK INTERESSANT OM EENS TE LEZEN: PSYCHOPAAT RUTTE

Een nieuwe lente en nog steeds hetzelfde liedje. Niks geen gefluit, dat ik vaak hoorde voor een zomernacht in een oud stadje aan een watergracht……Heks is haar lange leven begonnen als Smurfin. In spin. Direct de bocht uit gevlogen.

Een nieuwe lente en nog steeds hetzelfde kutliedje. Zing eens iets anders, lief heksengrietje. Desnoods een toontje lager….. Voor het zingen de kerk uit eventueel, ook altijd een goed idee….. Ja. het leven valt niet mee, nee.

Vanmiddag heb ik dan de eerste sessie met mijn nieuwe behandelaar. De intake. De vrouw is een verademing. Ze hoort me en ziet me. Ze luistert en verstaat. Als ze dingen samenvat herken ik mezelf. Ook denk ik niet steeds ‘Ja, zal wel,’ omdat iemand stellig beweert iets te begrijpen, dat ik zelf niet eens snap….

‘Je probeert steeds dingen te begrijpen, daar merk ik aan, dat de trauma’s nog heel actueel zijn…’ zegt ze bijvoorbeeld in plaats van te beweren zelf alles helemaal in de smiezen te hebben.

Of ‘Je mag gewoon kwaad zijn, daar rust altijd zo’n taboe op. God, godin of goden vinden dat echt geen probleem, die woede. Het is zelfs zo, dat je veel beter contact krijgt met ‘boven’, als je je woede kunt voelen. Als het weer gaat stromen….. En je verdriet…. er zit ook heel veel verdriet….’

Gompie.

Een nieuwe lente en ik wil zo graag een nieuw geluid. Ik wil een lied, dat klinkt als gefluit in een zomernacht. In mijn oud stadje aan de watergracht. Ik wil zo graag!

Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In ’t bosje opgaat en zijn reis begint.

Maar elke keer val ik in mijn oude droeve groef. Eindeloos dreunt hetzelfde doffe deuntje in mijn houten heksenhersenpan. Schunnige scheldwoorden rollen als vette fluimen uit mijn meutige mond. Ik strooi mijn schele hoerenscheldlied in het rond. Terstond. Ik praat met mijn kont. Iedereen zijn vet. Het volle pond.

Zo dus.

Ja, zo.

Het kan ook anders, ik weet het. En ik heb nu eindelijk de hulp, die ik nodig heb. Van iemand, die mijn taal spreekt. ‘Ja, als je je navelstreng om je nek hebt bij geboorte, dan heb je er niet echt zin in. Je krijgt dan vanuit een andere dimensie nog een klein zetje het leven in….’ zegt ze naar aanleiding van het verhaal over mijn moeizame geboorte. Een keizersnee. Olé!

Heks had vier keer de navelstreng om haar nek. Volgens de tante, die bij mijn geboorte aanwezig was, ze was verpleegster, zelfs een keer of zeven. Maar dat is waarschijnlijk overdreven. Zo blauw als een balletje werd ik geboren. Geen Heks, nee, Smurfin. Ik zag de bui blijkbaar al hangen….

Hoe kom je af van een wagonlading woede? Hoe, hoe, hoe? Ik ben er zo moe van, zo moe!

Mijn nieuwe behandelaar heeft allemaal ideeën. Ze komt direct met een behandelplan. ‘Die woede en dat verdriet, daar kunnen we snel grote stappen in zetten. Je gebrek aan eigenwaarde zal meer tijd is beslag nemen leert de ervaring….’

‘Het heeft gewoon veel tijd nodig om in te slijten, een positief zelfbeeld. Je hebt zo lang louter negatieve feedback gekregen. Maar ook hierin kunnen we echt verschil gaan maken…’

Ja, de complimenten van mijn moeder, de meesten heb ik verdrongen, maar sommigen herinner ik me nog goed. ‘Je krijgt een dikke kont,’ lag haar in de mond bestorven bijvoorbeeld. Toen ik superslank was. En piepjong. Een pubertje. Heel onzeker over mijn uiterlijk natuurijk. Maar beeldschoon, heb ik later ontdekt.

Of bijvoorbeeld dit verkapte ‘compliment’ ‘Wat ik zo knap vind van jou, is dat je altijd toch weer verliefd wordt, nadat je weer zo’n hopeloze relatie hebt gehad….’ Heks heeft altijd hopeloze relaties naar het schijnt.

Ook moest ze erg lachen om dingen, die voor mij niet bepaald grappig zijn. Zoals toen ik op mijn dertigste werd aangerand door een kerel van ruim zestig. Ze kende de man. ‘Hahaha, ik dacht al dat hij dat zou gaan doen… Hik, hik, hik.’ Tranen met tuiten. Slappe lach.

Humor! Ja, bij ons thuis werd altijd enorm gelachen.

Tel je zegeningen, Heks. Lach als een boer met kiespijn! Pijnlijke kiezen op elkaar! Het eind is in zicht. Het komt goed. Ooit.

Niemand is geïnteresseerd in het ziektebeeld ME. Het is de kwaal van watjes, aanstellers en zeikerds. Zo is het altijd geweest en zo zal het dan ook wel blijven. Hoewel? Misschien dat dit verandert, als half Nederland ME heeft! Tengevolge van het Coronavirus. Niet dat ik daar op hoop. Liever niet! Dit ziektebeeld wens je je ergste vijand niet toe…..

De afgelopen week is Heks zo half zacht. Overdag loop ik op mijn tandvlees de hondjes uit te laten. ’s Nachts probeer ik tussen aanvallen van slapeloosheid door toch een paar uurtjes te slapen. Ik bak bananenmuffins met weed. Dat helpt. Opeens slaap ik een gat in de dag. Meermalen.

Hoe kom ik nu toch zo kapot moe? Wat heeft me nu toch zo vreselijk uitgeput? Heks heeft geen idee. Aanvankelijk. Ik zit grotendeels thuis naar mijn navel te staren. Daar word je niet moe van. Toch? Of ben ik nu gek?

Plotseling realiseer ik me, dat ik mijn balkon heb geveegd. Een jaarlijks terugkerend karweitje, waar ik zelden iemand voor weet te strikken. Na de winter moeten de vlonders van hun plek, zodat de eronder verzamelde troep kan worden verwijderd. Opdat het regenwater weer kan weglopen.

Een klusje van niks. Voor een normaal mens. Voor Heks is het ’s winters genadeslag. Elk voorjaar weer. Maar kort van memorie als ik ben, vergeet ik het ook elk jaar weer. Vol goede moed begin ik met stoffer en blik te hannesen achter de grote houten stoel, onder de vlonders, tussen potten en achter plantenbakken.

Ik trek verdorde restanten planten los. Vul de ene vuilniszak na de andere met overleden plantaardigen. Jeetje, wat is er veel kapot gevroren in die paar weken vorst. Plantjes, die al jaren verwoed het hele jaar door staan te bloeien in mijn heksentuintje zijn plotseling zo dood als een pier. Tierelier.

Dus daardoor ben ik helemaal van het padje geraakt! Ik heb geen acute Corona zonder specifieke Coronaachtige-verschijnselen! Ik heb mezelf met mijn geveeg op mijn balkonnetje gewoon zo grondig de mantel uitgeveegd, dat ik zieltogend moet bijkomen tot Sint Juttemis. Of in elk geval toch zeker een week. Toe maar Heks. Dat gaat weer lekker zo.

In het blad van de MEvereniging lees ik allemaal berichten over de enorme aanwas ME-patiënten sinds de Coronacrisis. Er schijnt een ware run te zijn op dit ziektebeeld. Hele volksstammen ex-patiënten zijn er na die paar weken Corona net zo miserabel aan toe als Heks de afgelopen decennia. Oh, wat interessant toch weer allemaal. Ik ben echt blij, dat ik het weet.

Niet dus. Ik wil een struisvogel zijn. Ik wil mijn grote gekke vogelkop in het zand steken.

Ik wil niet doodsbang in een hondenpark worden overlopen door een waar leger dolgedraaide studenten. Met het voorjaar in hun kop en een fles bubbels onder de arm. Ik wil niet eeuwig achteruit dansen tijdens mijn anderhalve meter gesprekken, omdat mijn gesprekspartner me hongerig opneemt.

Of verbeeld ik me dat? Is het louter wezenloze domheid, die geniepig terugstaart uit hun gemene oogjes, als ze weer eens achter me aanjagen met hun ellendige gehijg? Als de anderhalve meters weer eens met voeten worden getreden. Als, als….

Met ons prakkerige prikschema, de vage vege vaccinaties die links en rechts soms worden uitgedeeld, aan volstrekt willekeurige bevolkingsgroepen, duurt het nog wel een jaartje voordat we uit de lockdown zijn. Heks stelt zich in op nog een jaar eenzaam afzien. Met af en toe een onuitstaanbaar vervelend prutpraatje in de media van Rotte Tutte.

Dus. Als het maar geen Corona is. Mijn vage klachten. Mijn dodelijke vermoeidheid. Mijn spierpijn op plekken waar bij mijn weten geen spieren zitten. Het zal wel niet, maar helemaal gerust ben ik er nooit op.

Het afgelopen jaar heb ik veel van dit soort weken doorgemaakt. Ik heb me ook wel eens laten testen en dan was het toch gewoon ME, wat de klok sloeg. De laatste 35 jaar heb ik veel van dit soort weken, maanden en ook jaren meegemaakt.

Toen interesseerde het niemand een zak. En ook nu heb ik nog geen mens met dit verhaal kunnen boeien. Naar alle waarschijnlijkheid. Neem ik voor het gemak maar aan.

Misschien verandert dat, als half Nederland ME heeft. Niet dat ik daar op hoop. Dit ziektebeeld wens je je ergste vijand niet toe…..

Zak tabak, zak aardappelen, très drôle, flapdrol…. Tegenstellingen en het samen moeten redden. Maar dan moet je niet de helden onthoofden. Nee, de leugenaars moeten naar huis. Toch? Beter voor iedereen, toch? Toch?

Vanmorgen zeul ik een enorme zak onwillige aardappelen door het Leidse Hout. Ik sjouw me het schompus. De piepers stribbelen hevig tegen. ‘Hoe krijgen mensen het in godsnaam voor elkaar om een lijk te versjouwen?’ pruttel ik verontwaardigd. Ik heb al de grootste moeite met mijn lamme heksenlijf. Een lijzig log lichaam, waarin de rigor mortis nog niet eens is ingetreden…..

Nou ja zeg, Heks is stikjaloers op fitte seriemoordenaars. Het moet niet gekker worden. Ik kijk gewoon teveel griezelige moordseries de laatste tijd. Daar komen dit soort vreemde hersenspinsels vandaan.

Rare gedachtengangen. Kronkels. Mijn hoofd loopt ervan over.

Dan maar in de krant lezen wat normale mensen denken en vinden. Ik heb sinds kort een krant. Dus vooruit met de geit: Lezen!

De hele middag zit ik lekker in het zonnetje met de kranten van afgelopen week. Ik spit een dikke stapel door op zoek naar wat triviaal nieuws. Naar wat verfrissende schrijfsels van mijn medemens.

Maar wat een schrik. Mijn god, is dit het gedachtengoed van normale mensen? Is dit de gemene deler van de inhoud van de menselijke hersenpan? Is dit het eindproduct van het gedachtengoed, dat we daarin opkoken?

Ja, je wordt somber van de mensheid. Ik wel in elk geval. Zoals het openbare gelieg vorige week van onze demissionaire premier. Hij houdt het nog geen week vol zonder een lekker leugentje. Voor bestwil, zijn eigen bestwil. Nu beweert hij bijvoorbeeld weer helemaal niets te weten over het gewraakte zinnetje betreffende Pieter Omtzigt……

Ja, dat zinnetje komt zomaar uit de lucht vallen. Bom!!!! ‘Positie Omtzigt. Functie elders’.

Wat een gek zinnetje! Waar komt dat nu opeens vandaan? Een deus ex machina? Het kabinet gered door dit theatrale fenomeen?

‘Rutte is geen fan van Omtzigt, hij vindt het een lastpak….’ lees ik in de krant. Ja, Ruttevoorschutte vindt het vast een luis in zijn pispels.

Die vervelende vasthoudende collega politicus, die genadeloos bloot legde, wat Ruttekutte al jarenlang in zijn stinkende doofpot had geparkeerd.

Die dwarse kutchristen, die Rutteprutte dwong zijn laffe leugentjes toe te geven. In het openbaar nog wel. Hetgeen gezichtsverlies heeft betekent voor ons nationale onnozele lachebekje…..

Ja, die doortastende drammer, waardoor het meest recente kabinet Meutige Rutte uiteindelijk toch nog is gevallen op de valreep….

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Zonder die ellendeling wil Rutte natuurlijk graag verder met het CDA. Maar wel zonder omkijken. Geen Omtzigt op je fouten uit het verleden. Geen zicht op je gelieg en bedrog. Geen herinnering aan dat smetje op je vorige regeerperiode……

‘Zijn positie is onhoudbaar. Promoveer hem maar naar elders….’ hoor ik lachebekje delibereren in de wandelgangen. Tegen deze en gene. In zijn eigen kamp natuurlijk. Het is niet de bedoeling dat dit soort overpeinzingen uitlekken natuurlijk. Natuurlijk natuurlijk……..

‘We hebben het helemaal niet gehad over Pieter Omtzigt,’ liegt Rutte dus tussen zijn tanden in alle nationale en regionale kranten. Hahahaha….. Geloof jij het? Misschien hebben ze zijn naam niet expliciet genoemd. Alleen zijn bijnaam. Of zijn scheldnaam.

Heks vindt Omtzigt een verademing in de politiek. Zeker geen flapdrol. Ik ben niet de enige. Hele volksstammen hebben speciaal op die man gestemd bij de afgelopen verkiezingen. En waarom? Omdat de man eerlijk en integer is. Omdat hij de waarheid nog in het vaandel heeft. Omdat hij die waarheid ook boven tafel weet te krijgen.

Omdat hij een hart heeft. Een hart, dat klopt. Mensen noemen hem ‘Onze Pieter….’

Ja, daar heeft Rutte natuurlijk een hekel aan. Integere mensen zijn niet aan hem besteed. Hij glijdt liever ongrijpbaar als een dikke slijmerige drol door de peristaltieke annalen van de vaderlandse politiek. Hij drukt liever zo zijn stinkende stempel op de geschiedenis. Als drol. Très drôle! De flapdrol.

https://www.hartvannederland.nl/nieuws/politiek/honderden-kaartjes-bloemen-voor-pieter-omtzigt

Heel veel mensen dragen Omtzigt op handen!!!!! Honderden kaartjes en bloemen voor Pieter Omtzigt: ‘Dank voor deze steun!

Bloemen houden van mensen. Is dat zo? Hoe komen we daarbij? Weten we dat wel zeker? Heks houdt van bloemen. En van lekker eten. Ik eet niet graag van de vloer, maar nood breekt wet.

Pech, pech, pech. Soms heb je gewoon pech. Heks kookt de sterren van de hemel. Daarna ligt ze een paar uur uit te rusten, want ik ben te moe om te eten. En ik wil natuurlijk genieten van mijn godenmaal. Zo is het ook nog eens een keertje.

Ik geef het vee voer. Op de keukentafel eten Aafje, Pippi, Bolster en Leonoor een maaltje vis met garnalen. In de badkamer zit de boskat. ThayThay krijgt speciaal blaasgruisdieet. Mijn plaskatertje vindt bijna niks lekker qua dieetvoer. Ik heb maar 1 smaak in dit spectrum kunnen vinden, waar hij mondjesmaat van eet. Goddank eet hij wel goed van zijn speciale brokjes.

In de slaapkamer zit boerenridder Ferguut te dineren. Hij krijgt gewoon normaal voer, maar ik moet wel zorgen, dat mijn stokoude piespoesje Snuitje er niet bij kan. Zij heeft een streng nierdieet. Meestal eet ze in haar bench. Daar slaapt ze ook sinds een klein half jaar. Nadat ze me met enige regelmaat midden in de nacht onder heeft gepiest. Ook ben ik wel wakker geworden met een stinkdrol naast mijn oor.

Oh, wat je niet over hebt voor je beestjes. Het is wonderbaarlijk.

De hondjes eten in de keuken. Ze hebben allebei een eigen bak, maar standaard likken ze bij wijze van toetje elkaars bak ook nog even grondig uit.

Nu is Heks aan de beurt. Ik rammel van de honger. Het eten ruikt zo heerlijk! Ik heb echt mijn best gedaan. Snel laad ik mijn dienblad vol. Ik ga lekker voor de televisie eten. Een slechte gewoonte, waar ik van mijn lang zal ze leven niet meer vanaf kom, vrees ik.

Op mijn gemak wandel ik met mijn kostbare vrachtje door mijn heksenhuis. Sublieme geuren kringelen mijn haakneus in. Het water loopt me in de mond. Met mijn elleboog duw ik op de klink van de slaapkamerdeur. Op hetzelfde moment valt mijn gehele maaltijd op de grond. ‘Krak,’ zegt het grote aardewerken bord, als het de houten vloer raakt.

Mijn feestmaaltje ligt over de vloer verspreid. Heks staat er beteuterd naar te kijken. In mijn handen houd ik het frame van het dienblad nog steeds stevig vast. De bodem van het  dienblad ligt ook op de grond, net als mijn maaltje. Een heleboel kleine venijnige spijkertjes steken langs de rand van het blad parmantig de lucht in……

Pech, pech, pech. Soms heb je gewoon pech……

Het doet me denken aan hoe de bodem ooit uit mijn heksenleventje viel. Hoe de levensmaaltijd, die het lot voor mij persoonlijk in petto had, op de grond onder mijn voeten terecht kwam. Hoe vervolgens de bodem onder mijn bestaan uit sloeg. Hoe ik het gevoel kreeg in een vrije val terecht te zijn gekomen. Jarenlang.

Net als in de terugkerende nachtmerrie, die ik had als vierjarig kind. Waarbij ik in een diepe put viel, zonder ooit de bodem te bereiken. Steeds als ik dacht, dat ik er bijna was bleek de put nog dieper te zijn. Viel ik opnieuw, steeds opnieuw. Steeds dieper de put in …….

Naast de put stond mijn poppenkast in de vorm van een grote paddenstoel. Rood met witte stippen. Heks was toen al uit de poppenkast gevallen……….

Nijdig ga ik op zoek naar iets om de troep op te ruimen. ‘Krijg de tering,’ pruttel ik kwaad voor me uit, ‘Ik eet het gewoon op, toevallig heb ik net nog een stofzuiger door de hal gehaald….’

Ik denk maar even niet na over alle beesten met vieze poten, die dagelijks door de gang lopen te paraderen. Ik denk even niet na over enge bacteriën aan smerige schoenen. ‘Ik zet het gewoon net zo lang in de magnetron, tot alle leven eruit is gejaagd,’ mopper ik chagrijnig. Ja, duh. Ik heb honger. Ik heb er lang genoeg op gewacht.

Zo eet ik een kleine tien minuten later alsnog mijn gevallen maaltijd op. Wat kan het schelen? Ik moet toch wat. Een nieuwe maaltijd bereiden zit er echt niet in. Goddank heb ik geen smetvrees. Ik was wel de hele dag mijn handen. maar ik eet dan weer net zo gemakkelijk van de grond……

Soms heb je pech, soms heb je geluk. Soms geluk bij een ongeluk. Nog voor ik de laatste hap naar binnen heb gewerkt gaat de bel. De voorzitster van de atletiekvereniging staat na een halve week toch opeens voor de deur met het beloofde bloemetje. Ik had haar niet meer verwacht. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com Het bloemetje!!!!!!

‘Ik heb het wel bij handhaving neergelegd….’ waarschuw ik haar bij het afscheid. Zodat ze het maar uit hun kop laten om me weer bijna de sloot in te drijven, die fanatieke onsterfelijke leden van haar geliefde Olympische vereniging.