Inspirerende vrouwen 1: Marina Abramović. Heks ziet de documentaire ‘Marina Abramović: The Artist is Present’ op 2 doc. Een aanrader! Prachtige vrouw, schitterend werk, inspiratie alom! Ze heeft jarenlang in Amsterdam gewoond, toen Heks daar ook woonde. Had ik het maar geweten……..

Onlangs kijk ik naar een documentaire over Marina Abramović: ‘The Artist is Present‘. Een ongelofelijke aanrader. Ik val ergens halverwege in het verhaal. Raak geboeid. Kan niet ophouden met kijken. Moet de hond uitlaten, dus moet stoppen…..

Later kijk ik het programma van voren af aan. En nog eens. Wat een vrouw. Wat een kracht. Wat een bijzondere vrijgevochten representante van mijn doorgaans ondergesneeuwde sexe. Fantastisch. Heks is helemaal verliefd op haar geworden!

Alles aan deze dame fascineert me. Hoe ze als jonge vrouw al naam maakte met haar vergaande heftige performances. Een vorm van kunst, die na een ware opmars in de jaren  zeventig van de vorige eeuw jarenlang in het verdomhoekje heeft gezeten.

Heks deed als jonge vrouw ook aan performances. Vraag me niet hoe ik in godsnaam op het idee ben gekomen indertijd, want er was nog geen internet bijvoorbeeld. En ook in bibliotheken was niets te vinden qua documentatie op dit gebied. Noch was ik in het kleine provinciestadje Leiden in contact met hedendaagse stromingen of vernieuwende kunstvormen.

Toch danste ik als twintigjarige samen met een vriend in ondergoed op parachuteschoenen voor een levend decor met armen en benen. Op de Boléro van Ravel.  Hier  in de Waag. We wilden eigenlijk ook wat piemels mee laten doen, maar het bleek in de praktijk onmogelijk om mannen te vinden, die hun geslachtsdeel hiervoor beschikbaar wilden stellen. Zelfs niet als we hen dronken een waterdicht contract hadden laten tekenen.

Dat idee hebben we dus maar laten varen.

‘Wie stelt arm of been beschikbaar voor levend decor?’ stond er in de krant bij de mini advertenties. Goddank had mijn medespeler een hele grote familie. En wist ik mijn jongste zus en haar vriendje te strikken voor de job.

Zodoende kwam alles toch nog voor elkaar: Zaten er een man of tien, vijftien met hun armen door het decor gestoken te zwaaien, met hun vingers te knippen, of wat de choreografie dan ook dicteerde, terwijl wij woest in de rondte dansten. Op die loodzware parachuteschoenen……..

Ook heb ik wel in een enorme kijkdoos gezeten het levensgevoel van de mensheid onderzocht. Mijn publiek moest kiezen uit een serie van tien kijkdozen, waarin in oplopende mate het leven werd vertegenwoordigd.

In nr 1 lag bijvoorbeeld een dooie rat en Witte Kruispoeders. In nr 10 knalde een bloeiende gouden regen en de geur van tuinkers je tegemoet. Een half levend, half dood gesminckte Heks hield vanuit haar eigen doos de uitkomst bij in een enorme grafiek.

‘Het was doodeng om dat nummer aan je door te geven,’ mijn oude gymleraar van de middelbare school kan er achteraf niet over uit. Hij is zich rot geschrokken van Heks. En dat terwijl ik dacht dat het voornamelijk voor mij erg spannend zou worden daar in die enorme kijkdoos.

Debiele telefoons waren er nog niet. Ik had louter een stokoude ‘kodak cadeau’. Daar was binnenshuis geen fatsoenlijke opname mee te maken. Ik heb er dan ook helemaal geen foto’s van. Van geen enkele rare act uit die tijd.

Marina Abramović is van een geheel andere orde dan mijn provinciale gekeutel. Zij staat bijvoorbeeld spiernaakt op het podium en kerft een pentagram in haar buik. Met een scheermes. Tijdens die performance komt ze haar beroemde geliefde Ulay tegen.

Hij is dan nog niet beroemd en sinds het uit is ook niet meer, maar zolang hij met haar samen was vormde hij de helft van een wereldberoemd liefdeskoppel. Alles uit de kast. Geen experiment wordt geschuwd. Zelfs het einde van de relatie vormt zich om tot een kunstwerk.

Drie maanden lang lopen de geliefden over de Chinese muur naar elkaar toe. Elk vanuit een andere richting. Als ze elkaar treffen is het einde verhaal. Ulay heeft de Chinese tolk zwanger gemaakt.

‘We groeiden uit elkaar. Ulay begon drugs te gebruiken en steeds meer te drinken. En hij begon links en rechts vreemd te gaan en dat heeft me enorm gekwetst,’ aldus Marina, ‘Toen hij die vrouw zwanger had gemaakt vroeg hij mij notabene wat hij nu toch moest gaan doen….’

‘Zoek het uit, ik ben weg….’ en zo spatte dit symbiotische liefdeskoppel bovenop die eeuwenoude hoog opgetrokken muur uit elkaar. Door de veel hoger opgetrokken muur tussen hen in. Nou ja. ‘De enige echte goeie  en gezonde symbiotische relatie is die met je hond,’ beweer ik altijd. En daar blijf ik bij.

‘We gingen allebei vreemd, maar zij deed dat met een vriend van ons, en dat heb ik niet gedaan,’ Ulay’s waterige oogjes kijken mistroostig een een beetje geniepig in de camera. Hij wordt natuurlijk ook geïnterviewd voor de documentaire. Je kan nu eenmaal niet om de man heen, hoewel iedereen dat lijkt te willen.

De ontgoochelende ontknoping van deze wereldberoemde liefdesrelatie lijkt overigens sterk op de knullige afloop van de liefdesgeschiedenis van een kunstenaarskoppel hier in Leiden ooit. Hij hing zijn geslacht jarenlang stiekempjes in elk gat dat bewoog totdat het echtpaar een kind kreeg. Toen vond hij dat opeens niet meer kunnen. Huh?

Het huwelijk strandde op de uiterwaarden van zijn bedrog. De vrouw wist nog geen fractie van wat zich werkelijk had afgespeeld, maar het was genoeg om de relatie te beëindigen. Na enige tijd kreeg ze verkering met een huisvriend van het stel. En wat denk je? Had zij het dus gedaan. Lag alles opeens aan haar. Was hun relatie naar de knoppen door haar verraad. Was zij een vieze vuile slettebak………

Ulay kan er ook wat van, dingen verdraaien zodat je er zelf mooi op staat. Dingen totaal omdraaien. Hij is dan ook jaren wel gevaren bij de relatie. ‘Het kunstenaarsechtpaar Ulay’ lees ik ergens. Op patriarchale wijze wordt voor het gemak het hele paar genoemd naar de man. Totale onzin natuurlijk, maar het geeft een kleine indicatie hoe hard de klap van absolute vergetelheid voor hem moet zijn aangekomen.

‘Toen het uit was koos zij voor het grote geld, ze ging het theater in,’ mispelt de man kwaadaardig. Hij heeft zelf nauwelijks nog iets verdiend, nadat ze ieder hun eigen weg gingen. Middels een rechtszaak in 2016 heeft hij nog een paar ton kunnen opstrijken, maar ik bespeur toch behoorlijk wat kinnesinne aan zijn kant van het verhaal.

Heks moet dan ook hartelijk lachen. Ze gaat voor het grote geld in het theater. Hahahahahahahaha. Het grote geld. In de theaterereld. Wat een giller.

Marina Abramović gaat ook na de breuk vrolijk verder met haar opmars in de beeldende kunst. Met als absoluut hoogtepunt  haar overzichtstentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York in 2010: ‘The Artist is Present’.

Daar zit ze elke dag urenlang aan een tafel. Ze doet niets. Is alleen maar aanwezig. Kijkt mensen daarbij aan……..

Als haar oude geliefde Ulay op een dag tegenover haar plaatsneemt en ze in tranen zijn handen pakt gaat iedereen applaudisseren. Haar ex trekkebekt een beetje met zijn gare warhoofd. Zijn waterige oogjes loeren in afwachting over de tafel. Als ze haar handen uitstrekt zie ik een triomfantelijk lachje over zijn gezicht glijden. Wat er in hem omgaat is moeilijk te peilen. Als er al iets in hem omgaat…….

Zes jaar later sleept hij haar voor de rechter.

Er helemaal zijn. Aanwezig zijn. Dit is waar het om gaat. Als een spirituele leider het zegt gelooft geen mens het. Boeken zijn erover volgeschreven, maar doorgaans kiest de mensheid voor vluchten, vechten of bevriezen.

Er gewoon zijn, met alles, ook pijn? Niet zo fijn.

Als je Marina echter ziet zitten aan haar tafel midden in het museum. Wekenlang. Elke dag. Met telkens een ander medemens tegenover zich. Mensen die ze doorgaans niet kent….. Als je haar zo ziet zitten… Mensen barsten in tranen uit. Een jongeman legt devoot zijn hand op zijn hart en draait zijn ogen omhoog alsof hij tegenover een heilige zit. De Heilige Moeder.

Natuurlijk beginnen allerlei figuren haar te vereren. Dat is des mensen. Gelukkig is zij daar allemaal niet erg gevoelig voor.

Maar wat ze laat zien kun je zelf ook doen. Door gewoon in het moment aanwezig te zijn en mensen aan te kijken. Te ontmoeten. Je hoeft er niet eens voor in een museum te gaan zitten op een stoel met een gat. Zoals Marina. Zodat je eventueel kunt plassen indien nodig. Als er een zeikerd tegenover je zit bijvoorbeeld.

Heks is helemaal enthousiast. Tevens heb ik zin om weer eens een performance in elkaar te draaien. Buurman komt langs. We hebben natuurlijk nog altijd samen ons Dikkertje Tromkoor. In ruste momenteel, maar wellicht is de tijd daar om ons koor van stal te halen.

‘Laten we iets gaan maken over de Baron van Munchhausen,’ gillen we na een klein halfuur brainstormen. Buurman is over deze historische fantast begonnen. De meest idiote scenario’s passeren de revue. We raken geïnspireerd!

‘Ja, een voorstelling over wat de Baron van Munchhausen claimt te hebben gedaan en wat hij had kunnen doen!’ maken we het materiaal om uit te putten zo breed mogelijk.

Dus wie weet gaan jullie het nog meemaken dat Heks weer op de planken staat. Een eenmalige voorstelling natuurlijk. Een soort ouderwetse performance in de vorm van een revival van ons Dikkertje Tromkoor.

 

Zalig kerstfeest lieve lezers. Heks zit heel alleen kerstfeest te vieren. Maar van eenzaamheid is goddank geen sprake! Ik vermaak me eigenlijk best.

Kerstavond reanimeer ik mezelf richting kerk. Gloeiendhete douche, bak sterke koffie en een hap pijnstillers doen wonderen. Flinke kwast over de kaken en ik lijk net een mens. In plaats van een lijk. Helemaal niet gek gedaan, Heks!

Kortjakje plof neer op een plekje achterin de kerk. Naast me schuiven twee dames aan. Een moeder en dochter? Het lijkt erop. De overigens volwassen dochter zoekt verwoed in de liturgie naar het liedje, dat de goegemeente aan het zingen is. We zingen altijd een vol halfuur voorafgaand aan de dienst. Ouderwetse kerstliedjes.

‘Hier,’ ik wijs het betreffende liedje aan. ‘Ik ga toch echt niet meezingen, hoor,’ grijnst de jongedame ondeugend. ‘Ik wel,’ grijns ik terug. Vandaag heb ik weer eens geen stem. De hoge regionen kan ik alleen bereiken als ik er op een bepaalde manier naartoe beweeg met mijn stem.

En daar leent het gemiddelde kerstliedje zich niet voor. Zo rommel ik maar zo’n beetje tussen de octaven. Zing sommige passages heel zachtjes, hoog en zuiver, om schor neer te storten in woest gebrom rommelend in mijn borstregister. Mijn hele lijf resoneert dan mee met het grote orgel. En dat vind ik dan toch wel weer erg leuk.

Tijdens de eucharistie klets ik met mijn buurvrouw. Een ongelofelijk leuk wijf met pit. De kerk is onbekend terrein voor haar. Met kerst als sneeuw naar binnen gedwarreld. Met moeders mee waarschijnlijk.

‘Ik kwam vroeger ook wel eens bij Shambala,’ roept ze enthousiast als mijn Boeddhistische neigingen ter sprake komen. Ik vertel haar over onze Sangha in de traditie van Thich Nhat Hanh, ‘De lachende Boeddha’. Zit ik zowaar tijdens de kerstnachtmis zieltjes te winnen voor de concurrent……

Zo zit ik dus moederziel alleen en toch samen met anderen in de kerk. Mooi. Ik heb namelijk helemaal niks geregeld qua gezellig gezelschap de komende dagen.

‘Je bent altijd welkom bij het kerstdiner op eerste kerstdag, hoor,’ roept Steenvrouw al maanden. Maar Heks is te gammel om toe te zeggen. Ik weet niet of ik het ga redden allemaal. En als mensen rekening houden met een ingewikkeld dieet en je komt niet opdagen? Dat kun je natuurlijk niet maken.

‘Mag je dit of dat eten?’ appt Steenvrouw me met enige regelmaat. Ze kent mijn dieetvoorschriften grotendeels uit haar kop, maar af en toe slaat de twijfel toe. Wil ze het zeker weten. Waarom?

‘Volgens mijn accepteert ze geen nee,’ grapt de Don, als ik hem over deze ontwikkelingen rondom het kerstdiner vertel. We moeten er allebei enorm om lachen, maar stiekempjes ben ik blij met mijn koppige wijze vriendin. Vanavond vier ik eerste kerstdag met haar en haar gezin!

Mijn kerstboom heb ik dit jaar heel snel opgezet. Het is namelijk geen boom, maar een paspop. Die heb ik vliegensvlug een mooie kerstachtige jurk aangetrokken. Wat snoeimateriaal onder de rokken vandaan en een snoer lichtjes om haar ranke middel en de Godin staat in al haar glorie te stralen in mijn woonkamer.

Dit feest van geboorte is natuurlijk ook en vooral een feest van de Grote Moeder. Hoe zij bevallig beviel in een stal. Als een enorme Heilige Koe. Het is het feest der vruchtbaarheid. Hoe in het diepst van de nacht het licht weerkeert. Zich via het goddelijke geboortekanaal een weg naar buiten baant……

’s Nachts loop ik nog een hele grote ronde met VikThor. Voor hem is het tenslotte ook kerst. Het is al over tweeën. De stad is bevolkt met dronken droppies. Uitgebraakt door cafés, die ook wel eens dicht willen. Naar buiten geveegd door eigenaren, die ook wel eens naar bed willen.

Vanuit het Zeemanspark zie ik een man staan op de brug over de Singel. Hij houdt zich vast alsof hij zich op woeste baren bevindt. Alsof de Zeevaartschool een groot schip is geworden, dat in rap tempo op hem toe stoomt.

Een stukje verderop loopt een klein bozig vrouwtjes stampend over het Noordeinde. Ze kijkt achterom naar de zwabberende man. ‘Kom nou Joop, loop nou eens door, verdorie,’ snijdt haar nijdige stem door de nacht. Ze komt langs de ingang van het terrein en slaat plotseling impulsief af het park in.

Ze loopt zeker tegen de zeventig zie ik van dichtbij. Gemelijk beent ze richting de school. Ze kijkt niet op of om.

Joop is ook weer in beweging gekomen. Met zijn handen klauwend langs het hekwerk rondom het parkje voor houvast maakt hij plots flink vorderingen. Loopt de ingang van het park straal voorbij. Raakt ter hoogte van de bloemenstal finaal de kluts kwijt, want waar is zijn narrige partner? Verdwaasd blikt hij om zich heen. Valt daardoor bijna om…….

Heks besluit de man uit zijn lijden te verlossen en tevens de vrouw te helpen, die intussen weer is begonnen met machteloos schreeuwen. Snel loop ik naar de ingang van het park.

‘Uw vrouw is hier, meneer Joop,’ wuif ik hem in de juiste richting. Opgelucht draait hij zich om. Een enorm charmante man met vermoedelijk een drankprobleem. Waar zijn vrouw zat van is……..

Hij glimlacht me vluchtig toe. ‘Je bent elkaar kwijt voor je het weet,’ grijns ik als hij me voorbij valloopt. Steeds als ik denk dat hij op zijn plaat zal gaan komt hij toch weer op zijn pootjes terecht. Tenminste, zolang hij het hekwerk als steun kan gebruiken.

De rest wacht ik niet af. Ik steek de straat over. Ik zal niet zien hoe hij van zijn geliefde op zijn kop krijgt. Of hoe hij zonder de ondersteuning van gemeentelijke hekwerken verder naar huis zal moeten kruipen….

Op de terugweg ga ik langs het huis van Tanneke. Haar dode hand glijdt in de mijne. Oh, wat mis ik dat kleine toverheksje toch nog steeds. Tegenwoordig wordt haar magische huisje bewoond door een saaie huismus. De kale woonkamer zonder enige vorm van kerstversiering is gelukkig niet zichtbaar, omdat de lelijke luxaflex naar beneden zijn……

Heks heeft ook niet veel gedaan aan haar huisje dit jaar. Niet zoals andere jaren. Ik had gewoonweg niet de puf om al die kerstspullen naar boven te halen. En later weer op te bergen.

Mijn onvolprezen hulp doet me een idee aan de hand. Zijzelf heeft een paspop als kerstboom. De rok gaat over in takken. Het ziet er geweldig leuk uit, zie ik op een foto.

Zo knutsel ik op kerstmiddag snel zo’n paspopboom in elkaar hier in Huize Heks. Het is echt een plaatje en ik ben er in tien minuten mee klaar. Alle takken zelf gevonden, gekregen of gesnoeid. Appeltje eitje.

 

Wat is het verschil tussen een dood vogeltje? Deze bezemstelige fladderaar is blij met een mooie mus! Wat ben ik toch weer goed bezig. Rommelblogje over een frommelbestaan.

 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

WordPress heeft een nieuwe editor. Helaas raak ik er telkens tekst door kwijt. Het onding werkt gewoon niet goed. Zo schrijf ik een hele blog over hoe ik om de haverklap van mijn fiets lazer. Een klein stukje blijft bewaard.

“Vrijdagmiddag lazert Heks met fiets en al omver. Pal voor de ingang van een enorme supermarkt. Ik maak een lelijke smakker. Machteloos spartel ik tussen tassen vol boodschappen. Mijn knie krijgt een flinke oplawaai. Er zit zowaar een gat in mijn beste spijkerbroek. 

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Geen mens kijk op of om. Niemand vertrekt een spier. Ongeïnteresseerd koekeloeren ze verder op hun debiele telefoon. Of er nog ergens iets gebeurt. Maar deze gevallen Heks, spartelend voor hun neus op het plaveisel, valt hen totaal niet op. Ik maak derhalve genoeg geluid. Intussen.

‘Kutklotetyphusfiets,’ scheld ik op die verrekte vouwfiets met hoge instap. Vandaag willen de benen niet omhoog. Mijn lichaam wil sowieso niet veel ‘Kolereboodscahppen,’ vervloek ik mijn nieuwe aankopen.

En tot slot ‘Loop dan ook niet te trekken, kuthond,’ tegen VikThor. Die inderdaad op funeste wijze door een rare beweging een topzware oververmoeide Heks omver trok. “

De rest is weg. Foetsie. Over hoe ik de tweede keer dat ik van mijn fiets sodemieter van de straat wordt geraapt door drie lieve dames. Over het droevige afscheid van mijn nichtje en blootstelling aan een overdosis familie.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Over hoe niemand van mijn clan wist dat ik al dertig jaar ziek ben. Opvallend in een familiestructuur waar belangrijke nieuwtjes binnen een halve dag middels de familietamtam rondgaan. Of interessante nieuwtjes. Of kletspraatjes. Over belangrijke leden.

Heks heeft geen zin om alles nog eens op te schrijven. Wat heb je er aan? Bovendien ben ik mijn eigen gezanik zat. Nou ja, het is geen gezeur. Ik zeg eindelijk eens waar het op staat met mijn gezondheid. In plaats van er een mooi verhaal van te maken.

Een mooi verhaal, Heks? Over je miezerige leventje? Hoe krijg je het voor elkaar? Heb je dan zo’n grote duim?

Ik zal je de methode aan de hand doen. Hoe maak je van een schijtleven een prachtig diepzinnig verhaal?

Ten eerste. Neem een beetje werkelijkheid. Trek er een kwast over. ‘Wat zie je er goed uit,’ is het resultaat. Maakt niet uit hoe je je voelt, als je haar maar goed zit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Vertel iets positiefs, zelfs al kun je nauwelijks bewegen. Het helpt enorm als je af en toe iets leuks doet. Heks maakt tegenwoordig sierraden bijvoorbeeld. Ongeveer een oorbel per maand. Maar toch een leuk verhaal.

Deze toverkol zingt daarnaast in een koor. Als mensen vragen hoe het met me gaat begin ik over dat koor. Over een incidenteel concert, waar ik in mee zing bijvoorbeeld. Lijk ik net een normaal mens.

‘Wat ben je goed bezig,’ zegt de praktijkbegeleidster, nadat ik haar heb vertelt over mijn plannen om Mahjong te leren spelen. In groepsverband. Eerlijk gezegd is het geen haalbare kaart, want het lukt me al nauwelijks om naar het koor te gaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Gek toch, dat behandelaars altijd tegen me zeggen dat ik zo goed bezig ben, als ik ietsiepietsie opknap. Alsof het iets uitmaakt hoe ik bezig ben. Niet dus. Ik ben al dertig jaar goed bezig, maar evenzogoed word ik steeds slechter. ‘

‘En als ik dan weer achteruit ga, vragen de dames en heren behandelaars me hoe dat komt. Ja, weet ik veel. Dat is die kutziekte. Een deel van de pathologie is dat je om de haverklap een lekkere terugval krijgt. Daar is niets tegen te doen.’

Omdat mijn ziekte nog steeds tussen de oren wordt geplaatst, waardoor je voor je het weet als aansteller wordt weggezet, kunnen behandelaars het zich permitteren ongestraft de meest bizarre dingen over je uit te storten. Het valt hen niet eens op dat ze rare dingen roepen. Zelf vinden ze het uitermate zinvol.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Afgelopen week stort ik weer neer met een griepje. Alweer de tiende griepaanval sinds september. Af en toe wat complicaties in de vorm van bronchitis of keelontsteking. Het lijkt een ouderwetse ME winter te worden.

Ik ben sowieso grotendeels mijn stem kwijt. Altijd een teken aan de wand bij ME: Ik ben wel eens vijf jaar mijn stem kwijt geweest…….

Piepend en krakend doe ik pogingen om mijn altpartij mee te zingen op het koor. Na een uur heb ik echt keelpijn. Maar ik wil niet opgeven. Koor is mijn passie.

Gebeurt er dan nooit eens iets leuks, Heks? Jawel hoor, de piepkleine dingen. Gelukkig ben ik kampioen genieten van niks. Ik kan echt blij zijn met een mooie mus. Zelfs al voel ik mezelf een dood vogeltje.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

 

Spulletjes, troepjes, in gaten en hoekjes. Heks pakt aan. Pakt door, niet slim hoor…… Ik kan daarna dagenlang nauwelijks bewegen……..Ontmoeting op markt met twee lieve meiden. Sierraden maken met ME? Dat doen we beiden.

Moe, moe, moe. Toe Heks, geef er eens aan toe. Ja, dahag. Ik kan wel bezig blijven met eraan toegeven. Als ik daaraan begin lig ik alleen nog maar gestrekt. Dus een ouderwetse schop onder mijn kont dan maar. Ik ben eraan gewend, dat scheelt.

De laatste maanden gaat het weer uitermate moeizaam met dit heksje. Ik ploeter me door de dag en kom vaak tot niet veel meer dan de hond uitlaten en het huis een beetje opruimen. Gelukkig neemt mijn hulp het leeuwendeel van laatstgenoemde voor haar rekening. Als een witte tornado stormt ze twee keer per week nietsontziend door mijn heksenstulpje. 

Heks stoft dan ook zo’n beetje in de rondte. En ik berg spulletjes op. Bergen spulletjes. En troepjes. In rommelige hoekjes. Intussen hoop ik dat ik mijn vuilnispas weer vind. En mijn trifocale bril van Superdry. Dat zou ook fijn zijn.

Dat ding heb ik al een half jaar niet meer gezien. Sinds mijn vakantie. Toch verloren in het klooster? Maar ik heb echt alles weer in mijn auto gestopt, dat weet ik zeker. Ik kijk altijd en overal achterom als ik mijn spulletjes pak…….

Samen met mijn hulp doe ik pogingen om mijn werkkamer weer begaanbaar te maken. Als de tijd van mijn thuiszorg om is, is het er echter een geweldige bende geworden. Een inferno van oude paperassen en troepjes. Rommeltjes bevrijd uit hun hoekjes.

Ik besluit nog eventjes door te werken, nadat ze is vertrokken.

Ga daarbij zwaar over mijn grens, moet dat dagen bezuren, maar iemand moet toch een keertje ingrijpen in die kamer. Anders komt er misschien wel een eng televisieprogramma op de proppen om de boel met bezems te keren. Geregeld door een oplettende kennis, die er zelf geen zin in heeft. Ik moet er niet aan denken……

Ik vind mijn zware schietnietmachine terug in een krat met verf. Ik heb er ongeveer twee jaar naar lopen zoeken, omdat ik een stoel opnieuw wilde bekleden. Uiteindelijk maar een nieuwe gekocht ongeveer een maand geleden. Stoel bekleed…..

En kijk: Het onding lacht me uit! Recht in mijn gezicht. ‘Nietes, nietes,’ liegt de schietnieter. Ja, wat kun je verwachten van zo’n simpel stuk gereedschap. Welles zal het niet worden……

Heks is ook weer aan de gang met haar sierraden. Vooral het gieten met epoxyhars vind ik geweldig. Het nodigt uit tot experimenteren. Met enige regelmaat zit ik lekker te kliederen in de keuken. Steeds handiger word ik er in. Ik heb intussen ook zelf mijn eerste gietmal gemaakt. Van drie schedeltjes uit mijn collectie.

Ik probeer mijn leventje klein te houden. Overzichtelijk. Weinig input. Ik moet enorm uitkijken, mijn gezondheid is een wankel evenwicht momenteel. Na die vrije val drie maanden geleden.

Heks is in feite een wandelend kaartenhuis. In een periode zoals nu, wanneer ik totaal onderuit lig, word ik daar weer eens goed mee geconfronteerd. Wrijft het leven me in, dat het niet voor mij bestemd is om mijn leven te leven.

Ik leef een slap aftreksel. Mijn meest vitale optreden behelst slechts een duf dansje tussen de schuifdeuren. Mijn publiek bestaat voornamelijk uit artsen, hulpverleners, thuis-zorgers en fysiotherapeuten. En laten die nu voornamelijk geïnteresseerd zijn in mijn kwakkellijf. Beroepshalve. Niet zozeer in mij persoonlijk dus. 

Afgelopen zondag loop ik over een kunstmarkt hier in Leiden. Mijn Nepalese stenenman staat er en ik maak een leuk deal met hem over een paar hangers. ‘Wil je mijn handel niet overnemen volgend jaar? Ik ga een paar maanden op reis,’ hij dringt enorm aan, ondanks mijn protesten. De man kan gewoon niet geloven, dat ik daar echt de energie niet voor heb.  

‘Hier, neem deze oude troep ook maar mee,’ hij bewaart altijd kapotte eenzame oorbellen en gehavende hulpeloze hangertjes voor me om te hergebruiken. Snel stopt hij een hele hand onthande sierraden in mijn tas: Een kluwen van metaal en kralen.

Later zie ik dat er een magnetiet in het spel is. Deze kleine krachtige steen heeft de ravage in die sierradenkluwen veroorzaakt. Geduldig haal ik thuis de boel weer uit elkaar. Er zitten hele bruikbare dingetjes tussen…… Waaronder een mooi parelsnoer! De parels zijn verschillend van grootte. Snel haal ik het snoer langs mijn tanden. En ja hoor, echte zoetwaterparels!

Op de markt zit ook een stel jonge frisse meiden met zelf gemaakte sierraden. De ene maakt ze en verkoopt ze, de ander is mee voor de gezelligheid.

Leuke handel hebben ze. Voornamelijk bedeltjes aan een listig geknoopt leren koord. En een paar geweldige gebreide puntmutsen. Mooi gepresenteerd. Heks raakt aan de praat.

‘Een dag op zo’n markt red ik maar net aan,’ hoor ik de dame van het kraampje tegen een andere klant zeggen. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. In no time klessebessen we over het maken van sierraden, om zin te geven aan een contraproductief bestaan.

Dit jonge meisje van nog geen twintig heeft alle kenmerken van ME. Toch word ze overal weggestuurd. Geen arts neemt haar serieus. Geen instantie wil haar helpen. Alleen natuurlijk de psychiatrische hulpverlening. Die stoppen haar vol met antidepressiva, heel slecht voor mensen met ME.

Maar ja, dat weten de heren en dames doktoren hier in Nederland niet. Heks moet zich na dertig jaar leven met die ziekte nog steeds verdedigen, dat ze geen wagonladingen antidepressiva wil slikken. Ook het feit dat ik opiaten ‘weiger’ staat met koeienletters in mijn medische dossier. Typisch.

Ik koop zo’n fantastische puntmuts van het meisje. We kletsen een hele tijd. Heks schrijft allemaal dingen op een papiertje. Over LDN en apotheek Gallielei in Dordrecht, waar ze je kunnen helpen aan dat spul. Waar ze je ook kunnen voorlichten over het gebruik. Iets, dat ik indertijd allemaal zelf heb moeten uitknobbelen……

Over mijn acupuncturist, die afgestudeerd is ooit op ME. Mijn homeopate, die zoveel kan betekenen voor hoog sensitieve mensen. Want de dame is ook een HSPtje. Net als Heks. 

‘We hebben een clubje met allemaal mensen, waar iets mee is,’ vertelt de vriendin, nadat ik haar complimenteer over haar support van haar zieke vriendin hier op de markt, ‘We steunen elkaar door dik en dun.’ Zoiets als onze Sangha voor Kneusjes indertijd. Althans, dat was de bedoeling.

Moe, moe, moe. Wat doet het ertoe? Ik ben niet de enige, die zich een slaapdronken weg waggelt door dit bestaan. Heks is geraakt door de meisjes met de mutsen. Wat een schatjes. Maar ook: Wat een weg nog te gaan.

‘Als dit het is, het hoogst haalbare, als ik alle dromen voor mijn leven nu al moet laten varen, nou, dan hoeft het voor mij niet…’ aldus het meisje met vermoedelijk ME.

Euthanasie kun je echt wel vergeten. Geen arts, die je zal helpen. Je zult het moeten uitzitten, net als ik. Of hele drastische maatregelen moeten nemen…….Mijn hart breekt voor dit prille leven. Heks was ook jong hoor, toen ze ziek werd. Maar deze jongedame is echt piep. 

Het leven is niet eerlijk. Karma is a bitch….. Want ja, zo zien veel spirituele mensen karma. Ook worden we geacht veel van onze aandoening te leren. ‘Je ziekte is een schuurpapiertje van het leven,’ placht een bevriende heks met enige regelmaat tegen me te zeggen. Mij zul je dat niet horen zeggen.

Wie wil er nu dertig jaar dagdagelijks worden opgeschuurd door een vage onzichtbare onbegrepen invaliderende ziekte tot de vellen erbij hangen? Geen wel denkend mens toch? 

‘Ik ga geen zelfmoord plegen, hoor, Heks,’ placht Ernst altijd te zeggen, als hij weer eens tijdens een bezoekje een half uur lang somber ‘Why does it always rain on me?’ voor zich uit had zitten zingen. ‘Je komt dan terug als kip in een legbatterij. Voor straf.’ En dan schaterend: ‘En daar heb ik geen zin in…..’

‘Hoe vaak ben je intussen al als kip geïncarneerd, Ernstje?’ vraag ik me met enige regelmaat af. Want ja, ook als iemand zegt dat nooit te zullen doen zegt dat niks. 

Onlangs kijk ik naar de documentaire over Joost Zwagerman. Niet omdat ik nu een groot fan van hem was. Ik rol er min of meer in. Het programma pakt me. Het onderwerp grijpt me bij de strot: Suïcide.

Helaas heb ik ook een paar mensen aan dit fenomeen verloren. Zelfdoding. Zelfmoord vind ik een accurater woord. Het dekt de lading beter. Maar dat is persoonlijk. Het geweld waarmee mijn dierbaren zich van het leven beroofden heeft voor altijd dit stempel op deze daad van onmacht gedrukt.

Euthanasie? Geen probleem. Uitzichtloos lijden kan toch niet de bedoeling zijn. Maar ja. Wie bepaalt dan wat uitzichtloos is? Heks zelf wilde in het jaar na haar auto-ongeluk maar wat graag de pijp uit op die manier, maar ik kon natuurlijk geen arts waar ook ter wereld vinden, die mijn lijden uitzichtloos genoeg vond.

Mijn algehele conditie, toch al niet om over naar huis te schrijven, kelderde na het ongeluk dermate achteruit dat ik de wanhoop nabij was. LDN had ik nog niet ontdekt. Ik lag het jaar na het ongeval kotsend van de whiplash en rillend van allerlei bezoekende virussen het grootste deel van mijn tijd in bed te rotten. 

De omgeving had niets in de gaten natuurlijk. Zoals altijd. Ach, die Heks, met haar zeurziekte. Dat wijf heeft ook altijd wat te mekkeren. Heeft ze weer een auto in haar nek gekregen. Een BMW. Total loss. Het zal wel.

‘Oh, dat is toch verzekeringswerk,’ brulboeide iemand uit de familie bars, toen ik paniekerig naar mijn ouderlijk huis belde. Hij vergat natuurlijk om te vragen of ikzelf misschien ook in de kreukels lag. En dan nog: Wat kreukels meer of minder maakt bij zo’n hopeloos figuur ook niet uit.

Dat vond de verzekering van de tegenpartij ook. Het was absoluut hun schuld en mijn werkzame leven hield toen echt definitief op, maar ik mankeerde al van alles voor het ongeluk, dus ze keerden nauwelijks uit. Na vier jaar procederen kreeg ik een wassen neus. Daar heb je niks aan als whiplashpatiënt.

Bovendien: Ik heb al een neus: Mijn prachtige grote heksenhaak!

Dus Heks wilde wel dat het eens een keertje afgelopen was met haar eenzame gestumper tussen de schuifdeuren. Temeer daar genezen van mijn kwaal er ook niet echt in zit. Wat dat betreft kun je nog beter AIDS hebben tegenwoordig. Daar bestaat intussen medicatie voor.

De laatste maanden roep ik bij het opstaan als eerste dat ik helemaal klaar ben met het leven. ‘Ik wil dood,’ zeg ik strontchagrijnig, ‘Nee, nee, nee, God, ik meen het niet hoor,’ eindig ik dan halfslachtig. Stel je voor.

Straks komt er opeens een bliksemschicht uit een stapelwolk hier boven de stad. Grijpt de hand Gods hoogstpersoonlijk in. Kijk, dat is dan weer niet de bedoeling.

Want Heks hangt enorm aan het leven. Dat is het idiote. Ik wil er vanaf zijn, van mijn eenzame gekloot op deze aardkloot. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik vooral leven.

Ooit lag ik te sterven op een operatietafel. 4,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gevist: Dat ik het overleefd heb mag een godswonder heten

Een hele dag had ik in mezelf leeg liggen bloeden, terwijl niemand van het verplegend personeel me serieus nam. Heks met haar zeurziekte zeker weer. Ik zag de engelen al om mijn bed staan en om de haverklap piepte ik uit mijn kruin mijn lichaam uit. 

Maar oh, wat was ik blij dat ik het had overleefd. Met mijn laatste restjes bewustzijn bleef ik aan mijn lijf hangen. Ik kan me de operatie herinneren, het geschreeuw, de paniek, de herrie, zo bang was ik om dood te gaan. En ik ben op zich totaal niet bang voor de dood. Kun je nagaan…….

Lust om te leven is iets dat we allemaal cadeau krijgen bij onze geboorte. Overlevers zijn we vaak. We ploeteren door de meest afschuwelijke jeugd heen, trouwen dientengevolge een hopeloze partner, krijgen vreselijke moeilijke kutkinderen en/of een afschuwelijke schoonfamilie…….

Of moeten vluchten, lijden honger……. worden gediscrimineerd……. Maar we overleven het.

Of we worden ziek zoals ik. En leven nauwelijks waarneembaar in de kantlijn. Als een aantekening bij ons echte verhaal. We hobbelen maar door, maar waarheen? En waarvoor?

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij  het in een opwelling gedaan heeft,’ zegt een vriend van Joost Zwagerman achteraf. De man was volstrekt geobsedeerd door het fenomeen zelfmoord. Mensen om hem heen vielen ook nog eens bij bosjes door de hand aan zichzelf te slaan.

Heks denkt dat suïcide besmettelijk is. Als een gevaarlijke ziekte. Mijn stabiele evenwichtige oom hing zichzelf plotseling op, niemand kon het verklaren. Wel had hij tien jaar eerder zijn goede vriend en buurman hangend aan een touwtje gevonden. Soms hoor je dat ouders het doen en later ook weer hun kinderen.

Heks heeft op dit moment ook een aantal mensen in haar directe omgeving, die met dit onderwerp stoeien. Vreselijk natuurlijk. Ik ken de implicaties van zo’n daad. Hoe het de omgeving jarenlang met allerlei ellende opzadelt. Hoe het een heksenschaduw over alle betrokkenen werpt.

Maar anderen? Je dierbaren? Wat het voor hen betekent? Daar is iemand dan echt al lang niet meer mee bezig…….

‘Het komt door het niet verbonden zijn,’ een vriendin van Heks zat zwaar in de put. Ze overwoog serieus op de bodem aangeland om op te geven, maar krabbelt er nu toch weer uit. ‘Verbonden zijn met anderen is toch zo belangrijk!’

Inderdaad is het ook bij mij eenzaamheid wat me vaak opbreekt.  Als ik helemaal onder de streep raak met mijn zijkziekte. Als het ene na het andere virus mijn systeem overhoop gooit. Als ik alles uit mijn handen laat vallen. Kapot ook nog. Als ik van alles kwijt raak. Fietssleutels, vuilnispas, rijbewijs, bril, Tens-apparaat…… Ik doe maar een recente greep.

Het is die verdomde eenzaamheid, waardoor ik geen zin meer heb om te leven. Het is het alleen zijn, dat me kapot maakt. Het ontbreken van een vangnet. Het steeds meer wegvallen van mijn sociale netwerk. 

Vroeger stak ik al mijn beschikbare energie in het onderhouden van allerlei contacten, maar dat lukt niet meer. En eerlijk gezegd is dat maar beter ook. Want je laatste greintje energie stoppen in de mensen om je heen om maar een netwerk te hebben heeft in mijn geval niet gewerkt.

Sinds ik geen grote verjaardagsfeesten meer geef, of hele uitgebreide kerstdiners,  gezellige nieuwjaarsborrels, feestelijke etentjes voor neven en nichten en wat ik al niet deed tot een paar jaar geleden…… sinds ik dat allemaal niet meer doe is mijn sociale cirkel geëlimineerd tot een handvol trouwe vrienden.

Die allemaal druk zijn met hun eigen leven. Dat is nu eenmaal zo.

Zondagochtend belt Kras. Ze is me net voor. ‘Gaan we poppen?’ brul ik enthousiast in de hoorn. ‘Ja, ja,’ hikt mijn vriendin, ‘Ik kom over een goed uur naar je toe op mijn scootmobiel. Komt dat uit?’

De eerste bijeenkomt van onze Pop -Up-Sangha is een feit. ‘Ofwel de PUS-Sangha,’ giebelen we bij het afscheid. We hebben dan heerlijk een half uur gemediteerd, een kwartiertje darmen (Dharma) gedeeld en ook nog een kop soep gegeten op de koop toe.

Interbeing is zo belangrijk. Maar zelfs in Plumvillage heeft er wel eens een monnik zichzelf van het leven beroofd. Ook daar lukt het niet iedereen altijd om verbonden te blijven. De gemeenschap was er destijds kapot van. 

‘Ik wil dood,’ roep ik vanmorgen gezellig bij het opstaan. Ik ben snotverkouden, in feite ben ik al half dood. ‘Nee, nee,  Godin, ik meen er niks van. Maar ik heb wel de balen van die enorme griepaanval van de laatste tijd. Ik ben godbetert al weer vier maanden bezig……’

Ik wil juist leven. Echt leven, met alles erop en eraan. Dus dingen doen en mensen zien. En laat dat nu allemaal heel erg lastig zijn als je ME hebt.

Travis: ‘Why does it always rain on me?

Kijktip: Hollandse Zaken – Het taboe op zelfdoding

Ode aan mijn hondje. Een hond maakt gezond! Hoezo? Spelen met VikThor resulteert met enige regelmaat in een aanval van de absolute slappe lach. Vandaar! Want ja: Lachen is gezond. Dus ben je een chagrijn? Neem een hond!

Heks heeft een heel lief hondje. Hij is alweer ruim tweeënhalf intussen. Midden in zijn pubertijdtijd. Soms merk ik daar iets van. Dan brengt hij een speeltje niet terug, maar gaat er uitdagend op liggen kauwen. Vlak voor mijn neus. Goed in het zicht. 

Dan zijn we voorlopig uitgespeeld. Heks is streng. Dat vinden hondjes fijn. Geleerd van mijn vorige monster Ysbrandt.

Zo klimt mijn Smurf tegenwoordig snel op de trap naar de bovenverdieping, als ik de voordeur open maak. Stijgt hij een tree of vier, vijf boven de baas uit. Een absolute poging om iets aan zijn plek in de pikorde van Huize Heks te doen. Zijn eeuwige plek onderaan die orde.

Maar ocharme: Dat mag hij dus ook al niet. ‘Kom van de trap, mafkees, ik weet best wat je aan het doen bent,’ verordonneer ik hem. Even later zit hij braaf achter me te wachten totdat ik de deur open doe.

En dan mag eerst ook nog eens de Zwarte Panter naar binnen. En de Vrouw……..

Dus er zijn wel eens kleine coupes naar iets meer macht. Een hondje wil ook wel eens wat in de melk te brokkelen hebben, maar helaas is zuivel van oudsher meer het terrein van katten. En katten genoeg hier. Allemaal staan ze boven mijn blafman.

Ze komen hem regelmatig kopjes geven of wassen. Zit er zo’n klein poesje met een schuurpapierruw tongetje verwoed te likken aan zijn enorme hondenkop. Soms met twee, drie katten tegelijk!

Hij laat het zich goeiig welgevallen, mijn makkelijke mannetje. Hij pubert dus wel, maar op een manier waar menig baasje jaloers op is. De gemiddelde hond luistert op zijn beste moment slechter dan mijn gehoorzaam geboren exemplaar op zijn slechtste moment……

De uitdaging bij VikThor schuilt in het feit, dat hij ongelofelijk veel energie heeft en ik juist bijna niets. Om hem gelukkig te houden moet Heks flink aan de bak. Een dagelijkse wandeling van een paar uur is absoluut noodzakelijk. Verdeeld over een stuk of drie, vier uitlaatrondes weliswaar.

Heks doet veel wandelwerk op haar elektrische vouwfiets. Mag hij zich uit de naad lopen en loop ik niet helemaal leeg. Fiets ik met het grootste gemak naar Wassenaar en terug en is hij ook kapot moe daarna. 

Het dagelijkse quotum buitentijd moet worden gehaald. Impelstimpelstapelgek word ik er soms van. Vooral nu de dagen zo kort worden. Maar het moet, het moet.

Zoals nu. terwijl ik dit zit te schrijven roept de plicht. Ik ga dus eerst maar eventjes naar buiten……

Wandelwandelwandelwandel. En nog eens wandeldewandelwandelwandel. En nog een laatste rondje wandeldewandeldewandeldewandel……

Een dag later schrijf ik verder. Suf gewandeld en weer bijgekomen.

Wandelen alleen is echter niet genoeg. Mijn hondje is superslim. Hij komt uit een werkende lijn Engelse Springel Spaniëls. Deze beestjes zijn gefokt op het uitvoeren van allerlei taken rondom de jacht op met name eenden.

Er moet dus ook worden gezwommen. Dingen uit het water apporteren is het leukste dat er is. Naast allerlei zoekopdrachten naar dummy’s in het struikgewas. 

’s Avonds laat doen we altijd nog een balspelletje. Heks gooit balletjes in de lucht en VikThor moet ze er in 1 keer uit plukken. De gekste capriolen haalt hij uit om dat te bewerkstelligen. Het is zijn eer te na om er eentje op de grond te laten vallen…..

Ook verstop ik speeltjes of snoepjes en die moet hij dan zoeken…….

Afgelopen week gooi ik weer eens een balletje door de lucht. Met een grote zwieper beland ‘ie achter de nieuwe bank. Maar waar zo’n bal achter mijn vorige bank geen kant op kon, stuitert ‘ie nu tegen de plint onder het raam en schiet met een rondvaart terug onder de bank door regelrecht mijn hand in!!!!!

Vik is intussen verwoed aan het zoeken achter de bank. Hij spit door de daar aanwezige ballenbak. Allemaal identieke balletjes, maar hij ruikt natuurlijk dat daar niet het juiste balletje tussen zit. Ik hoor hem snuiven en graven. De ton met speelgoed moet er ook aan geloven……

Plagerig piep ik met het balletje in mijn hand. Het exemplaar dat hij zoekt! Het wordt stil achter de bank. Ik zie zijn verbaasde kop opduiken om poolshoogte te nemen. Verbouwereerd staart hij naar mijn handen. Heeft de vrouw daar nu nog een balletje? 

Opgewonden zit hij voor me. Zijn wangen opgeblazen van blijde verwachting.

Ik gooi de bal weer naar hem toe en deze keer vangt hij em moeiteloos. Kijkt me verbijsterd aan. ‘Verrek, dit is echt die bal, die ze net achter de bank heeft gegooid. Krijg nou wat….’ en weg sprint hij. Verdwijnt achter de bank om daar met die bal in zijn bek op zoek te gaan naar diezelfde bal.

Verward komt hij terug rennen. Hoe kan dat nou? Dit Carbonaro Effect? ‘Wat heb ik nou aan mijn hondenneus hangen?’

En nog eens doorzoekt hij de ballenbak, de speelgoedton, kijkt grondig tussen de kattenkussentjes………. Maar niets te vinden, dat de bal in zijn bek is. Genoeg overigens dat er op lijkt…..

Oh, wat moet ik weer lachen om mijn ventje. Zoals ongeveer elke avond!

Ik verlos hem maar uit zijn lijden, door een ander spelletje te beginnen. Waar hij zich vol overgave in stort. Wat is het toch een heerlijk schat. Mijn grappige manneke. Mijn gekke smurf. Mijn heerlijke hondje.

In memoriam onze grote vriend de Duitse herder Carlos van Nieuwlandshof.

De laatste weken heb ik het gevoel dat Ysbrandt om me heen loopt te draaien. Ik denk aan hem, mis hem….. En ook noem ik VikThor om de haverklap Ys. Vreemd.

Dan gaat Carlos hemelen. Het is nu toch echt afgelopen met onze grote harige Duitse vriend. Gelukkig heb ik nog afscheid kunnen nemen. Dat was er bijna bij ingeschoten…..

‘Ys is hem vast op komen halen,’ denkt Heks bij zichzelf. Ik geloof heilig in dit soort dingen. ‘Daarom voel ik hem steeds om me heen. Ze zijn heerlijk aan het spelen op de eeuwige jachtvelden…… Veel plezier lieve schatten!’

Afscheid nemen van je hondje is heel erg moeilijk voor de baasjes. Mijn hart gaat uit naar mijn vrienden. Carlos je wordt enorm gemist!

 

De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken

 

‘Ik poets mijn schoenen met eikelsmeer,’ zong de huisband van mijn studentenvereniging bijna veertig jaar geleden tijdens het introductiefeest. Maxim Hartman doet dat waarschijnlijk iedere dag. Dat poetsen. Smeer zat. Laat hij maar uitkijken. Met die kop van em. In het liedje liep dit niet goed af: ‘Ik poets mijn eikel met schoensmeer, au, wat doet dat zeer!!!!!’

Even schrikken bij het wakker worden. Een grote aangeklede penis op televisie bij de herhaling van RTLBoulevard. En hij praat! Nou ja, brouwt. Uit een heel klein slissend spleetje. Slaat wartaal uit, zoals altijd.

Ja, inderdaad, het is Maxim Hartman. Iemand, waar ik al jaren omheen zap. Wat hij onder grappig verstaat is zelden humoristisch. Maar wat kun je verwachten van zo’n grote glimmende kale eikel? Gezeik en af en toe een kleverige ejaculatie. Als zijn uitwendig gedragen kleine hersentjes actief worden. Als hij iemand met borsten ziet bijvoorbeeld!

Vrouwen vormen al jarenlang een enorme uitdaging voor dit miezerige mannetje. Hij is intussen te oud om hen pootje te lichten of om hun vlechten in een inktpot te dopen. Hij wil liever zijn vlechtje in hun inktpotje dopen vermoed ik.

Ik weet het, het is wel een erg eenvoudige verklaring van het debiele gedrag van deze simpele ziel. Nou ja, ziel…… Zielig zal je bedoelen! Heks vermoedt dat hij een narcist is, als ik zo naar zijn Trumpiaanse lege gebral op televisie kijk.

‘Heb je eigenlijk wel invoelingsvermogen?’ vraag Olcay Gulsen, de vrouw met wie hij in de clinch ligt, beleefd. Er is een wereld van verschil tussen de twee kemphanen. De ene leeft in de oertijd voornamelijk aangestuurd door zijn klein geschapen reptielenbrein.

Vandaar ook dat hij om geen enkel paar in zijn beeld deinende tieten heen kan. Hij mist dat vermogen. Misschien als men hem zou castreren, dat het beter zou gaan. Sommige honden knappen er geweldig van op.

De ander is een moderne vrouw. Wel in het bezit van communicatieve vaardigheden. En hersens in haar hoofd zo te zien. En een hart in haar donder. Ze ziet er ook nog eens goed uit met die fillers in haar lippen! Met of zonder make up. Echt heel wat beter dan die kale kwal tegenover haar.

Vroeger moest ik altijd lachen om Maxim Hartman. Toen hij nog kinderprogramma’s maakte met zijn oneindig veel humoristischer collega Theo Wesselo. Rembo en Rembo. Maar sinds hij zelf grappig probeert te zijn is de lol er voor mij wel af. ‘Humor ten koste van’ is nu eenmaal niet echt leuk.

Heks heeft het al lang opgegeven met die kwezel. Ik vind hem vaak grof en bot.

Zelf vindt hij dat overigens niet. Verre van dat. Hij ziet zichzelf als uiterst intelligent en gevoelig. Onbegrepen zelfs! Het vaste riedeltje van elke zichzelf respecterende narcist! Het is alsof ik Trump hoor praten.

Zo zegt hij over een eventuele verzoening met Olcay “Dat gaat waarschijnlijk niet lukken. Heel veel vrouwen steunen mij wél, die vinden mij ook leuk. Dat zijn slimme vrouwen. Vrouwen met minder verstand, die begrijpen me niet.’’

Mag ik even een teiltje?

Maar ja, waar maak ik me druk over? De zoveelste narcistische seksist, die over ons dames heen walst. Zelf denkt dat hij grappig is en geliefd onder vrouwen. De slimme intelligente versie dan. Wat een misvatting! Hoe blind kun je zijn?

‘Ik ben geen seksist,’ roept hij tot slot verontwaardigd. Hij voelt zich enorm gegriefd en onbegrepen door de commotie ontstaan nadat hij zich publiekelijk visueel heeft vergrepen aan de boezem van Dionne Stax.

De wandelende fallus bespringt Olcay nog eventjes aan het eind van het item bij RTL Boulevard. Althans, dat probeert hij. Nadat hij allerlei mensonvriendelijke teksten over haar heen heeft gebraakt, waarbij hij zijn bizarre botheid extra breed heeft uitgemeten, lijkt dat hem wel een goed idee.

Je ziet Olcay in elkaar krimpen tijdens de aanval van die grote blote piemelkop. Peter R. de Vries, zelf toch ook niet gespeend van enig narcisme, spreekt er schande van. En terecht.

Zelfs Heks kruipt in de pen om een tik uit te delen aan deze eikelsmerige snuiter. Ik ken die hele Olcay niet, noch ben ik persoonlijk geïnteresseerd in de dame met de grote bombonella’s. Ik kijk gewoon te weinig van dit soort programma’s om enig zicht te hebben op Bekende Nederlanders.

Maar ik wil wel graag een lans breken voor beide dames. Ze zijn toch maar lelijk besmeurd door die kwibus met zijn rare praatjes!

Trouwens, waar heeft hij het over? Hij staat ongegeneerd met zijn blotebillengezicht in beeld. Een gezicht dat veel weg heeft van een enorme besneden eikel. Compleet met glans.

Van zijn voorhuid zijn succesvol een paar oren en oogleden gemaakt. Het mondgat zat er al. Maxim smegmaalt overigens niet om wat hij met zijn geëikel teweeg brengt: Het ligt natuurlijk aan de ander.

Maar goed. Ik draaf door. Het is natuurlijk televisie. Alles voor de kijkcijfers. En misschien kan Maxime er allemaal niets aan doen. Veranderd hij bij blootstelling aan een camera in een ongeleid projectiel. Wellicht is het thuis een hele lieve jongen.

 

Heks vindt opnieuw uit het wiel: Een reptielenbreinventiel! Nou ja. Dat zepige ventiel bestaat al jaren ter lering ende vermaak van ons huisvrouwen. Ook een beetje om ons eronder te houden. Soap doet leven! Al is het maar even.

Slaperig zit ik voor de televisie naar the Bold and the Beautiful te kijken met een kopje koffie. Brak na een gebroken nacht. Zoals iedere ochtend. Een katertje voor dit poesje. Bijverschijnsel van ME. Interessant bijverschijnsel, want hoe komt dat dan? Na dertig jaar heb ik nog steeds geen idee. Ik hoef er in elk geval niet voor te zuipen. Dat scheelt.

Brooke Logan staat in beeld te schreeuwen tegen Steffy Forester, dat ze zo egocentrisch is, omdat ze hoopt dat diens lingerielijn wordt verkozen boven het truttige kledingconcept van Brooke’s  griezelige dochter. Heks vindt Brooke een enge trut. En haar dochter een hopeloze kwal.

Niemand die me op de vingers tikt over deze extreem negatieve gevoelens betreffende deze dames, want het is slechts soap. Heerlijk.

In het werkelijke leven vind ik ook een aantal mensen eng, slecht en/of hopeloos. Helaas ken ik manipulatieve geesten, die me regelmatig alle hoeken van mijn toch al kleine levenskamertje hebben laten zien. Manipuleert zo’n persoon jaren vooruit, zodat ik postuum nog lol heb van allerlei streken. Desnoods over zijn of haar graf heen.

De gekste dingen kunnen zo gebeuren. Iemand slaat jou om de oren om je vervolgens af te wijzen. Alsof jij een klap hebt uitgedeeld! En dit is geen soap.

In het echte leven mag je allerlei gevoelens niet hebben. Je wilt iemand door elkaar rammelen. Of eindelijk eens enorm schreeuwen na jaren te hebben geslikt. Maar nee. Mijn kans is verkeken. Je kunt nu eenmaal niet uit je plaat gaan tegen een iemand, die zich niet kan verweren. Die keihard voor je weg rent. Alsof jij de duvel bent……

Heks kan dus geweldig genieten van een lekkere soap. Een narciste zoals Brooke Logan, een reptiel, dat alles recht praat wat krom is. Een secreet, bepaald niet vies is van manipuleren.

Een snol van jewelste, die haar welgevormde lichaam schaamteloos in de strijd gooit. Als de eerste beste lichtekooi heeft ze, in alle familiaire slaapkamers waar een mannelijke telg ligt, haar kunsten vertoond. Of er nu een echtgenote naast die man ligt of een verloofde. Of die echtgenote nu een zus van haar is of een dochter……

Ze heeft vele minnaars afgepakt van dochters, zusters, schoonzusters…..De diverse mannelijke familieleden hebben deze trofee door de jaren heen aan elkaar doorgegeven als was ze een wisselbeker……

Zo bereed ze haar schoonvader, die een kind bij haar verwekte. De man is tevens grootvader van haar andere zoon. Ook de broer en zoon van haar man, haar stiefzoon dus, een incidentele schoonzoon alsmede het eerste vriendje van haar andere dochter moeten eraan geloven. Die dochter is dan nog maagd, terwijl haar moeder het bed deelt met haar allereerste liefde…….. Traumatisch natuurlijk.

De dochter, die overigens werd verwekt door eerder genoemde schoonzoon! De zwager die getrouwd is met haar jongste zusje…..

Duizelt het je al? Deze incestueuze toestanden?

Werkelijk niets of niemand is heilig voor dit misselijke mormel. Maar ze praat alsof ze de Heilige Maagd Maria is. Zalvend en bezwerend. Iedereen is fout, behalve zijzelf. Altijd verzint ze een verhaal om het goed te praten. Bizar? De werkelijkheid is vaak nog veel vreemder!

Oh, wat lijkt het me overigens een geweldig leuke rol om te spelen, dit vileine gemene wijf. Heks denkt dat ze het er heel goed vanaf zou brengen.

In mijn jonge jaren heb ik wel eens een dergelijk kreng gestalte gegeven op het toneel. Toen wist ik zo’n manipulatief karakter al goed te treffen. Door jarenlange praktijkervaring met dit soort dingen naast een intensieve studie van het fenomeen narcisme heb ik alleen maar meer inspiratie gekregen.

Heks zit dus te schuddebuiken van de lach bij de meest afschuwelijke ontwikkelingen in deze soap. Ik heb bijvoorbeeld een bloedhekel aan het schijnheilige geleuter van die Hope Logan. Vooral sinds ze gespeeld wordt door een nieuwe actrice met pruillip. Ik wens haar de meest vreselijke dingen toe. Van miskraam tot echtscheiding.

Toe maar, Heks.

Dingen, die in het werkelijke leven niet in me op zouden komen. Mijn ergste vijanden heb ik nog deelneming betuigd als zij een gevoelig verlies leden. Oprecht. Gemeend. Wat zit ik dus hier in godsnaam te ventileren?

Gezien het succes van de gemiddelde soap ben ik niet het enige mens voor wie dit zo werkt. Ik lees online iets over The Bold en daar ontdek ik dat er hele kampen zijn die voor Hope Logan zijn, de Lopers. Want Hope is intussen met Liam getrouwd. Dat misselijke mannetje, die maar niet kan kiezen tussen twee stiefzusters.

Een ander kamp genaamd Still is voor Steffy Forrester, maar dan ik combinatie met de mannelijke oppernarcist van de serie. Het stikt namelijk van de narcistische karakters in deze soap. Maar Bill Spencer spant de kroon. Over lijken gaan om te krijgen wat je wilt. Neuken met je schoonzus. Neuken met je schoondochter. Je zoons in het ongeluk storten….. En dat alles dan weer vrolijk goedpraten!

Zelfs Heks kent in haar leven niemand, die aan zijn gedrag kan tippen. En dat wil wat zeggen!

Het is dus Lope versus Still.

Heks is absoluut fan van de keiharde gewiekste Steffy. Maar laat ze in godsnaam eens een echte vent zoeken. Al jaren geeft deze tante in de soap al haar macht weg aan die enorme lozer van een Liam. Een man, die denkt goed te zijn. Goed te doen. Maar in feite is het een slappeling van een watje. Een besluiteloze zeiksnor. Onbegrijpelijk dat die wijven zo achter hem aan zitten…..

Vanouds vechten vrouwen in deze serie eindeloos om 1 man. Een foute man natuurlijk. Een besluiteloze opportunist van een vent. Het zou best verfrissend zijn als er eens een paar kerels om 1 vrouw zouden strijden. Langdurig en eindeloos. Zich in de luren zouden laten leggen door zo’n femme fatale.

Maar ja. Dat is niet realistisch. Geen zichzelf respecterende vent zet zichzelf zo opzij voor een dame. En daar heb je dan de kern van de soap te pakken: Het opvoeden van huisvrouwen om vooral in die rol te blijven! Dit alles ter lering ende vermaak.

Door vrouwen te laten zien hoe dom ze zijn om altijd maar naar de pijpen van de eerste beste narcist te dansen, kan er natuurlijk ook een zeker bewustzijn ontstaan. Een hang naar gevoel van eigenwaarde oproepen bij dames door middel van zo’n flutverhaal…… dat zou natuurlijk geweldig zijn.

Niet teveel zelfrespect natuurlijk, want dan is het weer niet geloofwaardig……

Vrouwen en eigenwaarde. Een heikel onderwerp. De meeste dames raken in hun jeugd al geknakt op dit gebied. Lijfstraffen, negatieve input of seksueel grensoverschrijdend gedrag van de opvoeders of omgeving zijn de dood in de pot wat dat betreft. En dat komt nog best veel voor.

Mensen en eigenwaarde is al een dingetje. Maar wij dames slaan alles als het op gebrek aan die eigenschap aan komt. Heks is met enige regelmaat verbijsterd over onze positie op deze aardkloot.

De president van de Verenigde Staten beweert bijvoorbeeld dat elke man met geld en macht ons maar in de kut mag graaien. En die man zit daar nog steeds op die positie. In een land waar iedereen een vuurwapen mag dragen. Zo’n ijzeren lul waar een dodelijke kogel uit komt.

Je mag wel naar iedere vrouw graaien, maar de president afknallen mag dan weer niet. Dat is niet respectvol.

Heks probeert al jaren haar hoofd om al dit soort zaken heen te vouwen. Ik ben dan weliswaar door mijn achtergrond en opvoeding expert op het gebied van gebrek aan eigenwaarde en tevens gepokt en gemazeld in het fenomeen in de wandelgangen begrabbeld en begraaid te worden door allerhande kerels,  ook ben ik regelmatig vernederd tot op het bot….. Maar snappen doe ik het allemaal niet.

Ik denk dat een groot deel der mensheid wordt geregeerd door hun reptielenbrein. Uitwendig gedragen vaak. De grootste reptielen schoppen het vaak tot politicus, soms dus zelfs president. Uiteraard man. Liefst wit. Met raar geblondeerd haar ter compensatie van minuscule penis.

Een goeie soap ontlucht mijn kleine hersenen. Het reguleert mijn eigen reptielfeelings. Het maakt dat ik mijn reptielenvingers niet aan een narcist brand. Het laat me weer eens lekker lachen uit leedvermaak. Om verzonnen zaken. En dat kun je wel maken.

Een goeie soap werkt als reptielenbreinventiel!