The Autistic Gardener gaat in de weer met heilige geometrie. ‘Hahaha, hihihi,’ lachen alle tuinkabouters, elfjes, trollen en deva’s. Ze lachen hem niet uit. Neen! Zij kunnen zijn roze kapsel zeer waarderen. Alsmede hetgeen hij aanricht in de diverse tuinrampgebieden! Heks is ook blij met iemand zoals hij. Anders zijn als kracht en inspiratie. Dat wil ik ook voor mij!

 

Vanmorgen zie ik een tuinprogramma op televisie. The Autistic Gardener. Een man met knetterroze haar gaat een gezin helpen om iets te maken van de 280 vierkante meter wildernis achter hun huis. Hij lacht zijn gehavende gebit bloot, terwijl hij ons toespreekt in de camera. ‘Ik ben een autist. Dat maakt me een zeer bijzondere tuinarchitect. Ik zie concepten en patronen en daar krijg ik inspiratie door. Maar deze keer….’

Vertwijfeld kijkt hij om zich heen. Hij staat in een akelige voorstad zonder kraak of smaak. ‘Het is geen stad, het is geen platteland. Het is gewoon niks. Ik heb nog geen enkel idee. Dat zal me wat worden,’ moppert de enorme tuinkabouter met prinsessenhaar.

C_3v6IAXkAEdg_q

Even later belt hij aan bij de familie in kwestie. Een alleraardigst stel op leeftijd, twee volwassen dochters en nakomertje met syndroom van Down. Door het intensieve karakter van de opvoeding van laatstgenoemde is de tuin in het verdomhoekje geraakt. Een langgerekte verdomhoek van 7 bij 40 meter. Daar kun je op zich wel iets mee natuurlijk.

Maar hoe lang de tuinman ook door de tuin baggert, een idee krijgen is er niet bij. ‘Hier kan ik echt helemaal niets mee. Er gaat niks borrelen. Ik krijg geen ingeving…..’ pruttelt hij opstandig. Even later zien we hem elders door een prachtige geometrisch aangelegde tuin wandelen. Hier krijgt hij wel inspiratie van!

Nu is Heks ook dol op geometrie. Ik begrijp zijn enthousiasme. ‘Dit is wat deze mensen nodig hebben! Orde in de chaos!’ Hij is er uit. Snel maakt hij een aantal prachtige schetsen. Het echtpaar staat er van te kijken. Maar begrijpen doen ze het niet. ‘Ik vertrouw hem,’ zegt de vrouw, ‘Maar wat gaat het worden?’

Even later zit de tuinarchitect met de vrouw op een bankje in het struweel. ‘Ken je deze getallenreeks?    1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, ……..? Het is de Fibonacci-reeks. Kijk, steeds tel je de twee vorige getallen bij elkaar op…..’

‘En als je de getallen plaatst in een raster krijg je een spiraal. Deze getallenreeks vindt je overal in de natuur terug. Bijvoorbeeld in deze bloem,’ beargumenteert hij zijn keuze om de tuin vol spiralen en cirkels te proppen, ‘Op die manier creëert de natuur orde in de chaos….. En zo wil ik orde in jullie chaos brengen…..’

De vrouw is gefascineerd door zijn verhaal. ‘Fantastisch,’ zie je haar denken. Ook al heeft ze nog steeds geen idee waar het allemaal naartoe gaat.

De rest van het programma wordt gevuld met het leeghalen, omvormen en weer vullen van de tuin. Een dreamteam rukt aan om dit te bewerkstelligen. De autistische tuinman kun je dat beter niet laten doen.

 

‘Het is een chaoot. Met enige regelmaat moet ik hem terugfluiten. Maar hij heeft de meest krankzinnige ideeën. Zo origineel. Iedereen is altijd helemaal verguld met zijn ontwerpen,’ lacht de opperhovenier.

Heks doet de telvisie uit. Ik moet met mijn hondje naar buiten. De rest van het verhaal geloof ik wel. Maar wat een grappige man is dat, die Alan Gardner met zijn roze haar. Zo gek als een cent, een supergave vent! Met enorm veel talent!

Autisme nu eens niet weggezet als iets waar je vanaf moet. Nee, juist niet. Doe het hem maar eens na, zo’n tuin ontwerpen. Heks raakt geïnspireerd door deze prettige benadering van de niet alledaagse mens.

Naar aanleiding van dit programma besluit me nu eindelijk eens te verdiepen in ADD. Al jaren vermoed ik dat ik hier een tik van heb meegekregen, maar omdat ik al zoveel mankeer heb ik me er nog nooit mee bezig gehouden. Er is overigens ook niet veel aan te doen. Het is nauwelijks onderzocht, omdat het voornamelijk vrouwen treft. Net als ME en Fibromyalgie.

‘Ik zou me maar eens laten nakijken,’ zei mijn oudste zus ooit, ‘Wij zitten hier in het gezin allemaal aan de Ritalin. Echt een enorme verbetering…..’

Ook andere familieleden hebben intussen de diagnose ADD of ADHD gekregen. Het is in 75% van de gevallen erfelijk. Tja. Het zal wel.

Heks is absoluut een HSPtje. En nu lees ik dat de combinatie HSP en ADD heel vaak voorkomt. Ik kijk eens naar de lijst kenmerken van ADD. Het lijkt wel een beschrijving van Heks. Een nachtuil met een hoofd vol dromen, komt altijd overal te laat en is een absolute chaoot.

Maar ook het gegeven van superfocus indien nodig ken ik. Een groot deel van de kenmerken zijn zonder meer op mij van toepassing.

  

Maar ik kom ook een vorm van natuurlijke medicatie tegen. En ik ontdek bovendien, dat die medicatie zo werkzaam is, dat het wordt vergoed door sommige zorgverzekeraars. Waaronder de mijne.

Met een georganiseerd hoofd overal op tijd komen. Een beetje nachtrust in de nacht, wakker zijn overdag en een opgeruimd huis. Saaie klusjes vol enthousiasme volbrengen. Een leeg ZEN hoofd de hele dag door…… Dit is mijn voorland!

Ik denk aan de tuinarchitect, die zijn autisme als een gave beschouwd. De man met roze haar, die zijn gave te gelde maakt. Enthousiast omarmt hij iedereen op zijn pad. De mensen staan er soms raar van te kijken, want ze verwachten het niet. ‘Ik kan menselijke emoties niet goed lezen,’ lacht de man. Het zal hem intussen een zorg zijn. Hij omhelst gewoon een ieder die zijn pad kruist!

Iedereen is blij met zijn talent. Zijn vermogen om precies in de roos een tuin te ontwerpen, die bij zijn opdrachtgevers past. Hij klunst misschien op andere gebieden. Maar in zijn vak floreert hij!

‘Zo hoop ik ook nog eens iets bij te dragen,’ denkt Heks bij zichzelf. Ik zou ook graag mensen enorm blij maken en van mijn nood een deugd maken. Vooralsnog komt er niet al teveel uit. Moet ik het voornamelijk van mijn decoratieve kwaliteiten hebben.

Ik zou mijn haar weer eens pimpelpaars kunnen verven. Dat is al zeker weer vijftien jaar geleden……

 

Deze kruk vind een krukje naar haar hart. Klein en gifgroen. Met mooie witte stippen. Kabouter Spillebeen zou erop willen wippen. Maar Heks wil geen krak. En geen diepe zucht. Maar wel gooi ik van plezier mijn lange benen in de lucht.

Als je ziek bent leef je in een klein wereldje. Je slaapkamer. Een beetje huiskamer en keuken. En de noodzakelijke badkamer natuurlijk. Je moet jezelf af en toe wassen. We leven niet meer in de negentiende eeuw. Heks is niet van de Dettolachtige toestanden. Voor mij geen rare onkruidverdelgers op mijn huid. Maar ik hou op zich van douchen. Alleen doe ik het steeds minder vaak…….

‘Getverderrie, ik moet mijn tanden nog poetsen. Eerst even uitrusten, ik doe het over een half uur wel….’ denk ik dagelijks in de loop van de avond. Dan ga ik eventjes liggen en word uren later weer wakker. Kleren aan, lichten aan…. De hond moet er nog een keertje uit….

Voor Heks zijn zulke dagelijkse handelingen enorme rijstebrijbergen. Waar ik me dan moeizaam doorheen eet. Met enige regelmaat laat ik de bergen links liggen. Dan haak ik af. Niet douchen, niet eten…. Alleen het hoogstnoodzakelijke doe ik dan nog. Zoals hond uitlaten, beesten voeren.

‘Ik ben overgegaan op een maaltijdservice,’ zegt Kras onlangs aan de telefoon, ‘Heel jammer natuurlijk dat koken niet meer lukt, ik ben er op zich dol op. Maar het kost me te veel. En te vaak lukt het gewoonweg niet. En toen ik voor iemand anders iets dergelijks aan het regelen was kwam ik een heel goed bedrijf tegen….’

‘Nu krijg ik elke week vijf heerlijke maaltijden. Echt lekker, heel vers en uitgebalanceerd. Ja, het is wel een hele stap om te zetten. Maar ik ben echt heel tevreden nu!’

Heks slaat ook wel eens een paar weken in de keuken over. Dan wil het niet lukken, laat ik alles vallen. Ben ik gewoon te moe om überhaupt boodschappen te doen. Of ik heb gewoon geen trek. Of ik kook wel degelijk, maar ben achteraf te uitgeput om het op te eten……

Maar maaltijdservice kan ik wel vergeten met mijn gekke dieet. Ik heb het wel eens gecheckt. Van de honderd maaltijden kon ik er maar eentje eten. En dat was bepaald niet mijn favoriete kostje!

Maar ik heb ook een revolutionaire ingreep gedaan in mijn leven. Sinds kort staan er krukjes in mijn douche. Een hele comfortabele naast de wastafel, voor het tandenpoetsen. Een een waterdicht exemplaar in mijn douche. De comfortabele bleek water als een spons op te zuigen. Niet meer zo comfortabel daarna…..

Bij het Kruitvat vind ik echter een opklapbaar krukje, gifgroen met witte stippen. Een soort kikkerpaddestoel. Echt iets voor Heks. Bovendien staat het ding als een huis. Na een wankele design opklapstoel, de comfortabele zuigkruk en een gammel wandelstokkrukje een ware verademing. Hij is wel erg laag. Opstaan is nu weer een hele heisa.

Zo kloot ik maar wat aan in mijn meutige bestaantje. Langzaam wordt alles wel minder en minder. Je ziet nog steeds niks aan Heks. Ik loop kaarsrecht. Zie er normaal uit. Redelijk jong zelfs voor mijn leeftijd. Vooral bij kaarslicht.

Maar elke fysiotherapeut schrikt zich een hoedje van de staat van mijn spieren en gewrichten. Alle spieren verkrampt en in de knoop en minstens de helft van de gewrichten lichtelijk uit de kom. Geen wonder dat ik ALTIJD crepeer van de pijn.

‘Ik ga zo’n krukje meenemen op vakantie, ik heb er direct maar vier gekocht. Ze lagen voor een prikkie in zo’n grabbelbak….’ vertel ik Steenvrouw, als we 1 van die krukjes als tafeltje gebruiken tijdens een picknick. Ik ben zo blij met mijn krukjes! Ik douche de hele week al bijna elke dag!

De bijzettafelexpert heeft de leukste krukjes!

 

Ben je boos? Pluk een roos! Zet em op je hoed, dan ben je morgen weer te pruimen. Te nassen. Sommige mensen dragen nooit een hoed en dat is te merken ook! Heks krijgt onzinnige verwijten naar haar kop van een chagrijnige moederkloek. Eigenlijk verdient het mens billenkoek, maar ik geef haar een koekje van eigen deeg!

Maandag fiets ik door de stad op weg naar de Koerdische fietsenmaker. De man heeft mijn fietskar in reparatie. Heks is benieuwd wat hij nu weer heeft verzonnen om het ding aan de praat te krijgen. Hij heeft altijd onorthodoxe methoden om het onmogelijke te repareren. Met stukken tuinslang bijvoorbeeld…….

Ik word altijd vrolijk van die kleine man. Wat zijn ogen zien kunnen zijn handen maken en daar houd ik van. Ik ben dus goedgehumeurd. Even voor de goede orde. Ik zit zachtjes te neuriën met mijn hondje dravend aan mijn zijde.

Bij de Haarlemmerstraat vergis ik me in een steeg. Ik moet weer een stukje terug. Braaf ga ik lopen. Ook even voor de goede orde: Ik ben dus niet illegaal door die winkelstraat aan het fietsen.

De stad is uitgestorven vandaag. Mensen zijn massaal andere dingen aan het doen dan winkelen in het laatste obscure deel van deze kilometer koopplezier. Links en rechts staan panden leeg. Ik steek over om in de schaduw te lopen. Voor mijn hondje. Het is warm. Vandaar.

Terwijl ik loop te dromen en glimlachen en zingen passeer ik een vrouw met haar zoon. Ik let er niet op, want er is een zee van ruimte om ons heen. ‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèrt het achterlijke klotewijf plotseling recht in mijn gezicht. Ik schrik me rot.

Stomverbaasd kijk ik om. ‘Waar heb je het over, gek mens, de straat is uitgestorven. En dan nog: Je mag hier lopen waar je maar wilt!’

Ik ben opeens kwaad. Gek genoeg. Waar komt dat nu vandaan?

De vrouw vindt het geweldig om mijn reactie te zien. Zij is plotseling vrolijk. Betweterig staat ze me uit te lachen. Een subtiel superieur trekje glijdt over haar gemene smoelwerk. Oh, wat geniet ze toch van haar onverwachte schijtactie. Inwendig scheldend schiet ik een steeg in.

Wat gebeurde hier nu?

Ik ben al bijna bij de fietsenmaker als ik een lumineus idee krijg. Ik ga dat pakket shit aan dat gekke mens terug geven. Ik weet nog niet hoe. Eerst maar eens omfietsen en de zaken vanaf een andere kant benaderen!

Als ik aan de andere kant weer de Haarlemmerstraat in loop zie ik het stomme loeder net oversteken naar de andere kant van de straat. Daar gaat ze in het zonnetje lopen met haar sneue zoontje. Aan de verkeerde kant van de straat! Precies op het moment dat ik haar in het vizier krijg.

‘Je loopt aan de verkeerde kant,’ blèr ik zo hard als ik kan. De vrouw kijkt verstoord om. Ziet Heks. Ontploft werkelijk! Zwarte wolken dampen uit haar boze oren, haar fletse ogen spuwen vuur, haar pluizige piekjaar schiet recht overeind van nijd! Vanuit het blinde niets.

Ik zwaai vriendelijk en verlaat snel de straat. Het wijf ziet eruit alsof ze wel een goeie poeier kan uitdelen en dat ga ik maar niet afwachten.

Even later arriveer ik goedgehumeurd bij mijn favoriete fietsenmaker. De boze bui is weg. Teruggeven aan de gulle gever. Helaas voor het zoontje. Die moet nu weer op stap met een chagrijnig stuk moeder. Maar ik ben blij!

Het is de wet van de niet communicerende vaten, die ons hier parten heeft gespeeld.

‘Maar wat win je ermee?’ vraagt Kras me later aan de telefoon, ‘Vertel mij nu eens wat je opschiet met zo’n actie?’

Ik kan er alleen maar dit over zeggen: Mijn leven lang heb ik grotendeels gefunctioneerd als vuilnisvat voor zulke lieden. Zij waren hun shit kwijt en ik was het rijk. Nu ben ik de koning te rijk, dat ik het niet meer binnen laat komen. Helaas gaat het dan wel retour afzender. Er gaan wel meer energetische pakketjes op die manier de deur uit hier in Huize Heks.

Leuk is anders. Alhoewel: Ik heb hier diezelfde avond met Steenvrouw en haar dochter echt enorm om gelachen.

 

Klein verslag van alweer een irritante dag. Heks probeert voor de zoveelste keer hypoallergene pleisters te bestellen voor haar onvolprezen Tens apparaat. Het wil maar niet lukken. Dat wordt weer autorijden, terwijl de gaten in mijn huid vallen. Kom ik terug uit het klooster als Zen gatenkaas!

Heks probeert hypoallergene pleisters te bestellen voor haar Tens apparaat. Binnenkort ga ik een flink end autorijden en zonder deze uitwendige pijnstilling is dat geen optie. Helaas vallen de gaten in mijn huid van de reguliere plakkers.

Ik neem dit al enige tijd maar op de koop toe. Zo vaak gebruik ik het apparaat niet meer. Maar nu ga ik het weer een paar weken noodgedwongen op stroom lopen. En wat blijkt? Het aanschaffen van nieuwe pleisters levert gigantische problemen op!

Ik bel met het bedrijf om de bestelling te plaatsen. ‘Maar u bent van zorgverzekeraar verandert!’ roept de dame aan de andere kant van de lijn verontwaardigd, ‘U moet eerst naar de pijnpoli terug en daar schrijven ze u dan een nieuw apparaat voor en dan kunt u weer de bijbehorende materialen bestellen!’

Dus als ik het goed begrijp moet ik naar de huisarts. Die geeft me een verwijzing. Dan krijg ik een brief van de pijnpoli met daarin vijfenzeventig vragenlijsten met vragen variërend van hoe vaak je hier pijn, daar pijn hebt tot de kleur van je ondergoed.

Vervolgens een consult met een arts van de pijnpoli. Dan een afspraak met een pijnverpleegkundige voor instructie. Vervolgens een nieuw apparaat. En dan kan ik dus eindelijk die pleisters bestellen. Zucht.

‘Ik heb al twee apparaten. Ik hoef er niet nog eentje bij,’ het is aan dovemansoren gericht. Het interesseert niemand ook maar een bal dat er op deze manier geld over de balk wordt gesmeten.

‘Ik zal u het nummer geven van het bedrijf, dat een contract heeft met uw huidige verzekeraar,’ komt de dame aan de telefoon me alsnog tegemoet. Of ze wil van me af. Dat kan ook. En gezien de waarde van haar tip verdenk ik haar van het laatste.

Heks belt naar het betreffende bedrijf. ‘Als u voor incontinentiemateriaal belt, toets 1, als u voor diabetesmateriaal belt, toets 2, als u iemand wilt spreken, blijf aan de lijn,’ toetert een vrouwspersoon in mijn oor. Direct gevolgd door een hopeloos bandje met keiharde muziek.

De vrouw, die me te woord staat is uitermate vriendelijk. ‘Heeft u diabetes?’ informeert ze naar de bekende weg. Maar nee. Heks wil gewoon een paar pleisters. ‘Voor diabetes?’ Nee. Blijkbaar zijn er ook voor die groep patiënten plakkertjes op de markt.

‘Ze hebben u het verkeerde nummer gegeven. Ik zal u het telefoonnummer geven van het bedrijf, dat u zeker verder kan helpen. Zij verkopen die spullen en hebben ook een contract met uw verzekeraar…..’ Ik krijg het juiste nummer.

Omdat ik totaal uitgeput raak van dit soort belrondes laat ik het juiste nummer eventjes voor wat het is. Het is ook alweer na vijven. Dan zijn zulke bedrijven totaal onbereikbaar.

Als ik een paar dagen later verder ga met deze queeste blijkt het nummer niet te werken. Het bestaat stomweg niet. Zou die vrouw het aan me gegeven hebben om van me af te zijn? Net als haar voorganger?

Ik ga in de slag om bij mijn huidige verzekeraar iemand te spreken, die me hiermee kan helpen. Het is uiteindelijk ook in hun belang. Het kost klauwen met geld om me weer helemaal door die pijnpoli-molen te laten gaan……

Het blijkt nog niet zo eenvoudig om iemand met verstand van zaken te spreken te krijgen bij de maatschappij. Ik krijg eerst met een paar ongelofelijke mutsen te maken. Ook zij proberen me te ontmoedigen en met een kluitje in het riet te sturen. Maar ik hou vol. Uiteindelijk krijg ik een BOBO van de afdeling medische voorzieningen aan de lijn.

‘U moet de oude machtiging opvragen bij uw vorige verzekeraar. Dat is de normaalste zaak van de wereld, hoor. Dan nemen wij die over en dan kunt u weer pleisters bestellen…..’ is het advies.

Heks belt met haar oude verzekeraar. Ook hier kost het enige tijd om iemand met verstand van zaken aan de lijn te krijgen. Het is al moeilijk om hier iemand met verstand te vinden…….

Op mijn simpele verzoek om de machtiging naar me toe te sturen krijg ik een uiterst complex antwoord. Het komt erop neer, dat ze van computersysteem zijn veranderd en nu kunnen ze niets meer inzien van 3 jaar geleden.

‘Dat betwijfel ik mevrouw, u kunt het misschien niet inzien, maar op de IT afdeling van uw bedrijf hebben ze vast wel een manier om het betreffende document boven tafel te krijgen. Ik heb zelf in die business gewerkt, dus ik weet dat het kan.’

Maar nee, niets kan. Heks denkt dat ze het gewoon niet willen. Het zal ze een rotzorg zijn. Zorgverzekeringen zorgen voornamelijk goed voor zichzelf. De vrouw aan de andere kant van de lijn houdt een heel lulverhaal. ‘Als u dat lulverhaal nu eens voor me op papier zou willen zetten, dan kan ik er misschien nog iets mee bij mijn huidige verzekeraar,’ verzoek ik vriendelijk.

Ik krijg het lulverhaal ondertekend en wel binnen. Intussen heb ik ook nog wat formulieren gevonden bij mijn Tens apparaat, waaruit je kunt opmaken, dat ik het ding ooit voorgeschreven heb gekregen op de pijnpoli! Ook heb ik intussen een heus recept uit mijn huisarts geperst voor die verdraaide pleisters. Zou het nu gaan lukken?

Wat een gedoe. En ik ben al zo moe. Het is voor de goede zaak, dat wel, maar ik word er niet goed van!

 

Soms is het maar goed, dat je iemand niet herkent. Krijgt ie nog een kans, die vrouw of vent. Had ik bijvoorbeeld herkent en verweten; Had ik het geweten, dat het hem was; Niet vergeten….. Dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad. Over mijn favoriete onderwerp: Gods prachtige schepping. Ons heilige mamaatje…….. Moedertje Natuur!

Vorige week fiets ik ’s avonds op m’n gemakje de stad uit. Het is een beetje fris, maar nog steeds prima weer. Ik ga naar het Joppe met VikThor. Kan hij lekker zwemmen in de Zijl.  Sinds enige weken fiets ik een iets andere route. Ik kreeg steeds een lekke band op dezelfde plek. En laat dat nu net een plek zijn, waar je eigenlijk niet mag fietsen…..

We worden geacht om te rijden via een viaduct en daar heb ik dan nooit zin in. ‘Misschien is er wel een gekke buurtbewoner, die er minuscule spijkertjes strooit. Je hebt hele rare mensen en ik heb wel gekkere dingen meegemaakt……’ En inderdaad: Geen lekke band meer gehad sinds ik elders de weg oversteek. Nog steeds niet via dat viaduct natuurlijk……

Bij het hondenstrand staat een man met hond. Hij gooit dummies in het water en zijn Duitse staande draadhaar haalt ze weer op. Keer op keer. ‘Ah, je bent bij de Action geweest,’ grapt Heks, terwijl ze exact dezelfde dummie tevoorschijn tovert uit haar fietstas. Alleen is mijn exemplaar rood.

Ik ben em onderweg nog bijna kwijtgespeeld aan een eigenwijze Cocker Spaniël. Het beest pikt em af van VikThor en is niet van plan het ding nog terug te geven. Als zijn bazin er uiteindelijk dan maar achteraan gaat slaat hij snel de weg in naar huis. Hij werpt tot slot nog een narrige blik over zijn schouder. ‘Hoepel op. Dat ding is van mij. Eerlijk gestolen…’

 

‘Witte dummies zijn beter,’ begroet de man me, ‘Die kunnen honden goed zien in het water…’ Hopla. Direct de les gelezen. De man weet veel van jachttraining. We raken aan de praat.

Ondanks het stroeve begin krijgen we een alleraardigst gesprek. Heks luistert voornamelijk natuurlijk. Je zou het niet zeggen, als je me hier tekeer hoort gaan over van alles en nog wat, maar ik breng mijn dagen voornamelijk luisterend door. In stilte. Luisterend naar de stilte ook.

Er volgen allemaal verhalen over de locale natuur. Zoals over het weiland waar we op dat moment in staan en wat daar allemaal in broedt en woont. De dijk langs dat weiland. ‘Die heb ik zelf helemaal aangelegd in negentienhonderdzoveel. En nu wil Gemeente Leiden em weghalen. Te gek voor woorden. Het is een slapende dijk, geen overbodige luxe…..’

‘Als de dijk langs het Joppe het begeeft, of de Zijldijk, dan houdt deze dijk de hele Merenwijk droog!’ Hij vertelt vervolgens over een prachtig stuk oud land vol weidevogels aan de andere kant van de Zijl, dat onlangs helemaal is afgegraven.

‘De zo gewonnen kwalitatief geweldige grond is gebruikt om een smerige vuilnisbelt af te dekken. Zonde toch van die prachtige grond! En ook nog twee natuurgebieden naar de kloten. Want die belt zat ook helemaal vol braamstruiken met Hermelijnen en egeltjes. Ongelofelijk toch?’

Ja, weer zo’n beslissing door een idioot vanachter een bureau. ‘Op de golfbaan had ik een prachtige wal aangelegd , die vol zat met allerlei beestjes. Zelfs een Hermelijn. Het duurt jaren voordat je dat voor elkaar heb. Zo heb ik ook een paddenpoel aangelegd…..’ Heks spitst haar oren. Misschien iets voor mijn paddenpoelenbad?

‘Heeft zo’n ingehuurde uit de klei getrokken grondwerker ongevraagd de hele boel afgegraven met zijn machines. Moet ie eigenlijk eerst onderzoek doen of dat wel mag. Alle dieren dood.’

‘Je kunt er een enorme boete voor krijgen, ook nog. Ik was woest. Maar ja, hij is er niet bijgelapt. Te veel belangen op het spel. Bovendien is de gemiddelde beslissing van de overheid veel desastreuzer…… Kijk maar naar die vuilnisbelt.’

Gedurende het gesprek heb ik de man tegenover me herkent. Het mannetje beter gezegd, want hij is bepaald niet groot van gestalte. Het is de gekke molenaar! Ik heb al jaren een bloedhekel aan die kerel na een onverkwikkelijke ruzie twaalf jaar geleden. Hij dreigde toen mijn hond dood te schieten en maakte me werkelijk uit voor alles wat mooi en lelijk was. Op uiterst seksistische wijze.

Dus woorden als hoer, kankerwijf, vuile slet en ik schiet je overhoop en dergelijke kwamen er uit zijn grote malende mond. ‘Zeker een klap van zijn eigen molen gekregen,’ dacht ik toen nog.

Een poging dingen uit te praten liep vervolgens zo hoog op, dat ik de politie op zijn dak heb gestuurd. Ook heb ik geklaagd bij zijn werkgever wegens bedreiging. Jeetje. Is dit dezelfde vent?

In tussenliggende jaren ben ik nog maar één keer iemand tegen gekomen, die hem aardig vond. Hij kan zo bijzonder vertellen, hij weet zoveel…’ aldus die vrouw. De rest van de hier rondwandelde goegemeente heeft allemaal de pest aan hem. Of een slechte ervaring met hem. Of een hopeloze aanvaring…..

De maffe molenaar laat me intussen vreemde eendensoorten op zijn telefoon zien. ‘Kijk hoe mooi, die zitten hier ook. Goddank niet alleen maar Nijlganzen. Die schiet ik met enige regelmaat af. Ze verstoren de hele vogelstand in Nederland, sinds ze zijn ontsnapt uit Dierenpark Wassenaar. Ze vreten alles op en verdrijven de weidevogels.’

‘De dode dieren raak je aan de straatstenen niet kwijt, maar je kunt ze wel eten hoor. Ik schiet ook hazen. In mijn polder lopen er 850 en ik schiet er elk jaar 150. Zo houd ik een mooie stand.’

‘Daar vliegt zo’n Krakeend. Mooi beestje toch? Ze zijn niet zo groot en heel wendbaar. Je haalt ze er zo uit in de lucht….’ hij wijst omhoog naar een inderdaad heel beweeglijk beestje. Links en rechts begint hij nu vogels aan te wijzen. Wat is er veel te zien hier! Met zo’n man zou je eigenlijk een dag op stap moeten gaan.

Maar ja, voor je het weet scheldt hij zijn publiek wellicht uit. En Publikumsbeschimpfung is toch echt wel achterhaald nu. Terwijl ik zo naar de man sta te luisteren, me verbazend over de wereld van verschil tussen deze natuurlijke versie van de molenaar en de gekke versie, begint mijn gesprekspartner over zijn handeltje in wild.

‘Als je een haas wilt kopen of een lekker stuk reerug, dan kom je maar langs,’ enthousiasmeert hij me. Heks is sinds de perikelen met Hawk niet meer zo happig om bij Jan en Alleman langs te gaan. En al helemaal niet bij een waanzinnige molenaar. Toch zeg ik vaag toe te zijner tijd eens een haasje te komen verschalken.

‘Wie weet wat hij allemaal wil verschalken,’ grap ik tegen de Don, als ik hem later over mijn avonturen vertel. Die moet enorm lachen. ‘Ik heb nog wel een haasje voor je, hihihi,’ giert hij, ‘Kostelijk Heks. Hij vond je vast leuk.’ ‘Ik zag er niet uit, ik liep echt in mijn kloffie, dat sprak hem vast aan,’ Heks moet ook lachen. De woeste molenaar lijkt me geen man voor opgepoetste tante Betjes.

‘Jij ziet er altijd geweldig uit, Heks, zelfs in een jutezak. Je bent een prachtige vrouw, schat. Altijd al geweest. En ook nog lief! Dat maakt je zo geweldig,’ komt mijn oude vriend complimenteus uit de hoek.

Wonderlijk hoe mensen geheel anders kunnen zijn in een andere context. Had ik die molenaar herkent, dan had ik nooit zo’n leuk gesprek gehad met deze natuurman. De man van weinig woorden als het niet over natuur gaat. De man van vieze woorden als je er woorden mee krijgt. De man met een ongezouten mening over het hopeloze natuurbeheer in Nederland.

‘Willen ze die zeer nuttige en noodzakelijke dijk dus afgraven, omdat er mensen overheen lopen en die kijken dan naar binnen bij bewoners van de huizen er pal achter en dat vinden die bewoners dan vervelend‘ besluit de molenaar. ‘En die bewoners hebben blijkbaar iets in de melk te brokkelen…,’ denkt Heks er direct achteraan.

Het zijn namelijk dure huizen, het rijtje tegen de dijk. En geld is macht. Wie weet woont er wel een wethouder in. Dat zou ook heel goed kunnen.

‘In plaats dat ze nu die hopeloze impopulaire populieren omhakken. Daar is even sprake van geweest. Dat zou geweldig zijn, want ik heb last van die dingen als mijn molen draait. De wind komt er heel raar overheen vallen en daardoor knallen de wieken alle kanten op. Echt gevaarlijk zelfs….’

Zou op die manier zijn molen zijn afgebrand? Want dat is gebeurd. In het verleden. Ooit. Dolgedraaid en afgefikt. Door die verdraaide populieren? Ja, dat is inderdaad van de gekke. Hak maar om dat lawaaihout…….

 

Heks in gesprek met Jezus. Zonder er een cursus voor te hebben gevolgd! Het is een leuke intieme tweespraak, maar de gevolgen zijn enorm. Blijkbaar heeft hij voorspraak gedaan bij diverse christelijke groeperingen om Heks te bekeren. Ze zal het leren! Of word ik in de maling genomen? Op het verkeerde been gezet? Uiteindelijk word ik door Buurman ontzet!

Anderhalve week geleden raak ik in gesprek met Jezus. Hij zit als het ware naast me in mijn woonkamer. Het is niet voor het eerst overigens. Maar: Ik ben echt een kind van de Godin. Met het grootste gemak verbind ik me met haar gouden energie. ‘Ik ben niet zo’n Jezusmeisje,’ zeg ik tegen hem. Zo’n evangeliserende bekeerlinge. ‘Ik houd van de Godin.’

Jezus moet lachen. ‘Haha, Heks, wat ben je toch een gek gebakkie. Je hebt je halve jeugd liggen bidden naar mij. Ik ken je heel goed. Je bent echt een Jezusmeisje, hoor. Hoe kom je erbij, dat jij er niet bij zou horen?’

Dat ik er niet bij zou horen. Wat zegt hij nu? Denk ik dat echt? Ik ga het na. Doe zelfonderzoek. Heel snel. Hupsakee. ‘Je hebt gelijk, Jezus. Ik heb inderdaad jarenlang een hele intieme relatie met je onderhouden. Tot het mis ging. En toen ….’

‘Ja, Heks, en dan zing je ook nog eens elk jaar in de Mattheus mee. Vol overgave. Een hele diepe beleving. Ik zie het wel, hoor. Dus wat nou geen Jezusmeisje? Het ene bijt het andere toch niet? Je kunt toch heerlijk met de Godin verbonden zijn en ook met mij? En mijn grote vriend Boeddha?’ hoor ik grinnikend naast me.

En dan gebeurt er iets wonderlijks. Opeens is hij in me. In mijn hart. Waar ook Ysbrandt woont en Koe en Prinsje, alsmede een grote groene draak en de Zwarte Madonna.  En nog een heleboel andere dierbaren.

‘Zo dus,’ hoor ik in mijn hart. Een heerlijk gevoel overspoelt me. De hemelse Vader en de hemelse Moeder wonen in m’n hart. Ik rust in hun vrede. Het geeft niks dat mijn aardse ouders er soms niet al teveel van bakten. Ze deden hun best hoor, maar ja. Mensen natuurlijk. Falende modderende mensen.

Een dag later wordt er bij me aangebeld. Ik kijk uit het raam. Een paar jonge vrouwen staan in de steeg. ‘Hallo,’ schreeuw ik opgewekt, ‘Komen jullie me iets aansmeren of verkopen?’ Jazeker. Ze komen me vertellen over Jezus. Ze willen graag het heilige evangelie slijten. Twee verzaligde gezichtjes worden naar me opgeheven. ‘Nee bedankt! Ik ben al voorzien!’ Heks krijgt een beetje jeuk.

Als ik later de hond ga uitlaten kom ik de dames weer tegen. Stralend glimlachen ze me toe……

Twee dagen later gaat opnieuw de bel. Nu staan er een hele oude man en een piepjong ventje op de stoep. Alweer met een blijde boodschap. Van een ander genootschap! Wonderlijk zijn Gods wegen toch! En ondoorgrondelijk. En ook een beetje mosterd na de maaltijd in dit geval.

‘Ga weg, ik geloof hoor, maar op mijn eigenwijze wijze,’ ontmoedig ik de heren in de Here. Ze kijken vertwijfeld. Kan dat wel? Je hoort toch zus of zo te geloven? Dat God tegen homo’s is en tegen de Islam? En dat de vrouw een inferieur schepsel is. Maria een hoer. Hoe kun je nu op eigen wijze geloven? Het is godslasterlijk!

En opnieuw gaat de bel. Potjandrie. Ze zijn wel hardnekkig zeg, die christenhonden,’ mopper ik tegen Jezus, ‘En wat is dat allemaal voor’n gedoe sinds je mijn hart in bent gefloept? Blijft dit zo? Elke dag een andere fanatieke christelijke randgroepering op mijn stoep?’

Als ik uit het raam kijk, zie ik inderdaad de twee fanaten nog staan. Bij hen staat Buurman met zijn grote Duitse Herder Carlos. Hij komt op de koffie. Even later lopen we samen te wandelen met de hondjes. ‘Ik heb even opgetreden hoor, tegen die christenluitjes. Het is een heks. Ze is onomkeerbaar onbekeerbaar heb ik gezegd. Haha. Dat is toch zo, Heks?’

Heks gelooft in van alles en nog wat. Mag dat? En mag het een onsje meer zijn? Van mij wel. Zo geloof ik ook in mezelf sinds kort. Want in mijn hart wonen gouden draken, heilige gralen en andere zaken. En daar kan je niet genoeg in geloven!

Cursus : In gesprek met Jezus

 

Een kat in het nauw maakt rare sprongen, maar die halen het niet bij de bokkensprong. Door zo’n sprong voel je je weer jong! Vooral als er een groen blaadje mee gemoeid is. Maar pas op voor de minder groene blaadjes. Die hebben praatjes! En die praatjes vullen geen gaatjes! Geenszins! Nee! Daar worden sowieso volstrekt geen gaatjes gevuld……..

Gisteren fiets ik voor het laatst naar Hawk. Ik weet het dan nog niet en hij al helemaal niet. Maar ik heb wel een vaag voorgevoel. Ik heb een beetje genoeg van zijn drang naar fysiek contact. Ik voel me niet meer op mijn gemak.

En ik betwijfel of mijn aanhoudende afwijzing afdoend is. De man heeft beslist een gigantische plaat voor zijn kop. Of het kan hem stomweg niet schelen. Dat is ook goed mogelijk. Misschien probeert hij gewoon maar eens wat. Hoe het ook zij. Ik voel me er niet wel bij.

‘Hawk heeft pikstraf,’ grap ik vorige week tegen mijn hulp, ‘Ik ga onze afspraak komend weekend afzeggen. Ik ben even helemaal flauw van die vent en zijn gedoe. God, wat word je daar moe van.’  ‘Ach,’ roept ze meewarend, ‘Die arme man. Hij mag al niks met dat ding en nu krijgt hij ook nog straf…..’

Maar wie schetst mijn verbazing als mijn oude vriend zelf onze afspraak afbelt: Hij krijgt familie uit het buitenland op bezoek. Dit afzeggen gaat gepaard met een eindeloze reeks telefoontjes en berichten op mijn antwoordapparaat. Dringende verzoeken om toch vooral even terug te bellen. Nog meer berichten.

Heks belt braaf een paar keer terug, maar ik krijg geen gehoor. Een antwoordapparaat heeft Hawk niet, noch een voicemail service. ‘Nou ja,’ denk ik na dagenlang proberen, ‘laat maar even waaien. Ik vind het allemaal best.’

Maar afgelopen woensdag beginnen de berichten weer binnen te stromen. Uiteindelijk krijg ik de man te pakken en ik laat me toch weer vermurwen tot een afspraakje op de oude vertrouwde zaterdagmiddag. ‘Alleen een broodje met haring en een kop koffie, Heks. Ik heb last van m’n hernia. Ik ben al uitgebreid bij mijn manueel therapeut geweest!’

Oh jee. Als hij maar niet weer gaat beginnen over massages en behandelingen van billen en boze bolletjes. ‘Dan is het klaar,’ besluit ik ter plekke, ‘Als de man nu nog niet begrepen heeft dat hij fysiek contact op zijn buik kan schrijven is het echt een hopeloze sukkel….’

Ik moet streng zijn.

Op weg naar Hawk, bij de fysiotherapeut, valt mijn prachtige gecraqueleerde bergkristallen ketting op een stenen vloer. Als een lichtgevende slang kronkelt hij het bureau van mijn behandelaar af. Alsof het ding een eigen leven leidt……

Verbijsterd sta ik ernaar te kijken. Grijp net mis. Hoor de stenen stukslaan op de harde ondergrond. Een ongunstig omen.

Ik ben dus al een beetje voorbereid op een slechte afloop van mijn bezoekje. Maar ja. Je wilt iemand nog een kans geven. ‘Ik vind het dan zo zielig voor zo’n oud mannetje. Hij is toch best veel alleen. Ik wil hem ook niet teleurstellen. En het is echt een grappige kerel. We hadden het toch ook heel gezellig….’ verzucht ik afgelopen vrijdag nog tegen mijn hulp.

Ze kent het. Zij is ook zo. Ook zij heeft al vaak het onderspit gedolven of aan het kortste end getrokken, omdat ze de ander geen pijn wilde doen. De ander, die over je heen walst, pist, kotst of anderszins onwenselijk gedrag vertoont.

‘Ha Heks,’ Hawk staat in de keuken met zijn rug naar me toe bij de gootsteen te rommelen. VikThor pikt een tennisbal uit de bak in de hal. Ik leg mijn fietssleutels op tafel en loop de keuken in met mijn glutenvrije brood en lactosevrije melk.

Nog voor ik mijn jas heb uitgetrokken en nog voor ik mijn vriend met een zoen op de wang begroet heb grijpt Hawk met zijn eigen handen zijn kleine billetjes stevig vast.

Hij steekt ze parmantig een beetje naar achteren. ‘Kom Heks, pak mijn billen even beet voor een lekkere behandeling….’ Hij wrijft er eens goed over. Genietend.

‘Potverdomme Hawk,’ schiet ik uit mijn slof, ‘Hou nou eens op over massages, behandelingen van billen en andere uitnodigingen tot fysiek contact. Ik heb je toch al meermalen heel duidelijk gezegd, dat ik er niet van gediend ben. Ik word hier niet goed van,’ briesend stuif ik de tuin in. Wat een idioot is het toch.

Als ik de keuken weer in kom staat Hawk zich zieligjes te beklagen, dat het pas de tweede keer is, dat hij zoiets voorstelt. ‘Nee,’ zeg ik ferm, ‘Het is al de zoveelste keer en ik ben het zat. Het gaat niet gebeuren. Nooit. Knoop dat maar in je oren. De groeten.’

Nijdig ga ik buiten in een stoel zitten, terwijl Hawk koffie maakt. Ik was al bijna direct weer vertrokken, maar vanwege het ongewenste hoge dramatische gehalte van zo’n aftocht zit ik hier nu nog. De stemming is echter helemaal weg. Moeizaam zit ik de koffie en de haring uit.

Hawk gaat niet mee wandelen en ik wil nog eventjes naar de fietsenmaker, dus we nemen na een goed uur afscheid. Ik weet me eigenlijk geen houding te geven. Het is kapot, maar soms wil je dat nog niet toegeven. Hawk lijkt me zelfs een beetje de deur uit te werken op het laatst….

Wel staat hij me op straat na te zwaaien. ‘Hou je haaks,’ zeg ik hem bij het afscheid. Ik geef hem toch een paar zoenen op zijn ouwe wangetjes. We hebben het toch ook heel gezellig gehad. Allen jammer dat, zo jammer dat…… Hij hele andere dingen in zijn hoogbejaarde koppie  had.

In het Leidse Hout knalt mijn woede er pas echt uit. Vooral als mijn hondje schielijk voor me op een brug springt, waardoor mijn fietskar in de sloot beland. Ik heb echter zo’n noodvaart dat het ding tegen de kant knalt. En vervolgens tegen de achterkant van mijn fiets. Alles in de kreukels.

Ik kan er nog net min of meer mee naar de fietsenmaker reutelen. Die gaat kar en fiets weer helemaal opknappen. Ze waren net gerepareerd!

Ongeluk komt altijd in drieën toch? Nou, dan zit het er voorlopig weer op!

Hoera, het is volop lente! Moeder natuur draagt haar schitterende bruidskleed! Heks kruipt onder haar steen vandaan om naar buiten te gaan…. Ik fiets me suf op die ouwe trouwe Batavus. Met lekker wat trapondersteuning. En fietskar……… Zo redden we het wel op en neer naar het Valkenburgermeertje, mijn kleine hondje en ik!

Zondag fiets ik aan het eind van de middag de stad uit. VikThor zit in zijn kar. In een parkje aan de Singel laat ik hem zwemmen. Het ene bommetje na het andere produceert mijn kleine stoere mannetje. Tot groot vermaak van de omstanders. Het is ook geen gezicht, zo’n vliegende hond.

Zijn laatste kunststukje is direct op de bal duiken, kopje onder gaan en vervolgens met bal in bek weer boven komen. Voorwaar geen sinecure na een vlucht door de lucht!

Vanmorgen hebben we ook al uren in dit park doorgebracht. Nu echter gaan we door. De hete stad uit. Hop, naar het Valkenburgermeertje!

Daar zit Vlinder op me te wachten op een terrasje. Met haar lief. Ze gaat hem aan me voorstellen. Aan de keuringsdienst van waarde zogezegd.

Als ik arriveer zitten ze al breed lachend op me te wachten. Vik springt een gat in de lucht. Hij heeft de diepe liefde van Ysbrandt voor Vlindertje zonder meer overgenomen. Tevreden nestelt hij zich aan haar voeten.

Na een uurtje keuren en kletsen gaan mijn vrienden er vandoor. Goedgekeurd hoor! Heks gaat ook weer fietsen. Ik besluit nog eventjes naar Wassenaar te gaan. Hemelsbreed niet eens zo ver. Prachtig door de weilanden. Langs sloten en vaarten.

VikThor springt sloot in, sloot uit. Hij is toch weer zo gelukkig! In Wassenaar kom ik een paar jongetjes tegen. Een beetje in de leeftijd van de karakters uit Southpark. Eric Cartman en Kyle zeg maar.

‘Mogen wij een keertje met dat balletje gooien?’ vraagt Cartman. Zijn ondeugende koppie kijkt me enthousiast aan. Zijn vriendje staat me ook al te observeren.

Natuurlijk mag dat. Het volgende kwartier zijn de jongetjes druk in de weer met mijn hondje. Die qua hondenjaren ongeveer even oud is. Grappig toch weer!

Als ik terug ben bij het Valkenburgermeertje raak ik aan de praat met een vrouw in een rolstoel. Met hulphond. Ze vertelt me haar halve levensverhaal. Niet zozeer over wat ze mankeert, maar over haar spirituele reis door het leven. Een geschiedenis met veel dieptepunten, tegenwerking en duistere krachten……

Ja, helaas trekt groot licht vaak ook duisternis aan. Zoals motten onweerstaanbaar worden bekoord door een gemiddelde lamp. Heks mag van geluk spreken dat ze niet zo’n licht is……

Alhoewel…. Ik heb ook een flinke dosis duistere idioten te verstouwen gekregen in mijn amoebe-leventje.

Eenmaal terug in Leiden kan ik geen pap meer zeggen. Ik val in slaap zonder te eten of me zelfs maar uit te kleden. De beesten hebben gelukkig wel te eten gekregen.

Uren later word ik wakker. Het is alweer licht. Ik laat de hond uit en eet een banaan. Laat ik maar weer naar bed toe gaan…..

Maandagavond fiets ik alweer naar het Valkenburgermeer. Opnieuw rijden we helemaal door naar Wassenaar. En alweer kom ik jongetjes uit Southpark tegen. Ze springen een gat in de lucht als ze VikThor zien! Ze zien er niet alleen Amerikaans uit,  ze praten het ook. ‘We zitten op de American School of the Hague,’  klessebest Eric opgewekt tegen me.

Ze spreken werkelijk geen woord Nederlands. Een bizar verschijnsel in dit oer Hollandse landschap. Dit landschap van mijn jeugd. Deze weilanden waar ik als kind placht rond te dwalen. Weliswaar net iets oostelijker dan deze polder. Deze kleiklontgrond waar mijn wortels liggen……

De jongetjes hebben de hele middag gevist, maar niks gevangen. ‘We hadden wel tien wormen gevonden, maar het hielp niets,’ verklaart Kyle.

Vervolgens gaan ze als een dolle met mijn hondje aan de gang. Die plonst keer op keer in de vaart. ‘Zal ik ook springen?’ gilt Cartman dan telkens. Van mij mag hij. Het joch is sowieso al kletsnat.

‘Dat komt omdat we dit doen,’ schreeuwt Kyle begeesterd, terwijl hij de emmer water, waar ook vis in had moeten zitten, omkeert boven zijn ondeugende koppie. Cartman volgt zijn voorbeeld. ‘Nou moet ik zeker in de vaart springen,’ krijst hij vrolijk.

Toch springt hij niet. Waarschijnlijk heeft zijn moeder het hem verboden. En haar verbod reikt ver! ‘Het is hier helemaal niet diep, hoor,’ Kyle heeft blijkbaar ervaring op dit gebied. Hij vertelt me een verhaal hierover dat ik niet snap. Niet vanwege de taalbarrière, maar omdat het zulke ongelofelijke kleine-jongetjes-logica is……

Op de terugweg pak ik een terrasje aan het meer. Heerlijk zit ik een uurtje te peinzen temidden van een dampende menigte uitgelaten mensen. Wat een drukte!

De molen van Molenaar!

Op mijn gemakje peddel ik terug naar de stad. Het is genoeg afgekoeld om mijn ventje te laten lopen. We fietsen nog een ommetje door de polder waar ik dan wel ben opgegroeid, de Stevenshofjespolder, langs de molen van Molenaar, maar dan is het toch echt mooi geweest.

Even later fiets ik de warme stad weer in. De terrasjes puilen uit. Het is al negen uur intussen. Thuis plof ik in mijn stoel. Zal ik eventjes gaan liggen? Eerst de beesten eten geven en dan…… Uren later word ik wakker.

Gelukkig heb ik ’s middags warm gegeten. Wijs geworden door een paar dagen overslaan. Even tanden poetsen, hond uitlaten en dan……. weer naar bed gaan.

Primadonna Prunus versiert mijn autootje. Of is het een Primadon? Heks maalt er niet om. Ik hou van deze kanjer. Bernard hield van z’n anjer, maar geef mij maar een bosje boom! Wolken bloesem dansen door de stad. Mijn trouwe kanarie als trouwauto? Haha!!!! Dat is me wat!

Al jaren onderhoud ik een intens liefdevolle relatie met een boom hier in de steeg. Het is een oude Prunus en hij staat in een eveneens eeuwenoud hofje. Zijn kroon overspant intussen de hele steeg. Door het jaar heen zijn we trouwe kameraden. Maar in het voorjaar raken we weer verliefd.

Zodra zijn eerste knoppen zwellen slaat mijn hart op hol. Elke avond breng ik hem een kort bezoekje om te kijken hoe de zaken ervoor staan. Tot dan eindelijk de grote explosie van roze bloesem volgt. Dan sta ik avond aan avond ademloos te kijken en vooral ruiken. Dan droom ik van elfenfeestjes met vlierbloesemsiroop en mede.

‘Ga je vannacht in de Prunus logeren?’ Ferguut staat bij de deur. Hij wil per se naar buiten. Mijn panter houdt ook van deze boom. Ik verdenk hem ervan dat hij vrolijk meefeest met alle elven en kabouters hier uit de steeg. ‘Doe hen de groeten, vooral mijn vriend Pleingodje,‘ roep ik mijn monster na als hij van het dak springt.

Dinsdag ga ik naar het koor. Ik ben zoals altijd een beetje laat. Al die voorbereidingen ook. Hond uitlaten, beesten eten geven, mezelf eten geven, mezelf reanimeren, toonbaar maken ook vooral, dus mezelf insmeren met make up, omkleden of zelfs douchen……. Een hele klus. Voor een MEer.

Als ik bij mijn auto arriveer kom ik voor een verrassing te staan. Mijn kanariepiet is helemaal roze van de Prunus. Hij staat pal onder mijn geliefde boom. Gisteren lag er een bescheiden laagje op, maar nu is hij helemaal knalroze.

Ik heb geen tijd om er een foto van te maken, maar dat heb ik gelukkig gisteren wel gedaan. Toen dacht ik nog: ‘Heks, zorg dat je morgen bijtijds de deur uitgaat, want je moet eerst tienduizend bloemetjes van je auto halen…..’

Maar ja, helemaal vergeten intussen……

Ik veeg de ergste bloesempracht van mijn ruiten, zet de ruitenwissers even aan…. Maar dan moet ik toch echt gaan. Ik zie wel hoe het uitpakt.

En het pakt uit! In een wolk van roze bloesem vlieg ik de straat uit. Over de Oude Vest, de Langegracht…….Eén grote dwarrelde liefdesverklaring aan het leven. Fantastisch. Ik word er helemaal gelukkig van.

Links en rechts blijven mensen stokstijf stil staan om dit tafereeltje verrukt gade te slaan…..

De repetitie is ook al geweldig. We zijn begonnen aan een paar fantastische nieuwe stukken voor ons honderdjarig jubileum, waaronder een lekker modern werk van Vaughan Williams. Echt smullen!

Ook is de harmonie in het altenvak intussen herstelt. Iedereen is weer helemaal tevreden met haar zitplaats alsmede haar buurvrouw. Een hele verademing!

Als ik later naar mijn auto loop word ik ingehaald door een paar sopranen. ‘Oh Heks, wat is je auto mooi! Het lijkt wel een trouwauto!’ jubelen ze enthousiast. En ja, het is waar. Het knalgele wagentje met de roze versiering is een lust voor het oog. En oogt bovendien trouwlustig!

Je zou er bijna zelf trouwlustig van worden. Gelukkig ben ik gelukkig met mijzelf getrouwd. Alweer bijna negen jaar!

Vintage, de Don, pakken en overpeinzen. Inpakken van pakken, gepakt worden en weer opstaan. Wijze woorden die teloor gaan. Of toch niet? Het verband tussen leuk gekleed gaan en uitwendig gedragen hersentjes, die op hol slaan……

‘Ja Heks, jij kleedt je misschien zo leuk om het leven te vieren, maar dat wordt niet door iedereen zo ervaren….. Ik zag je vorige week fietsen met je hondje en je kar. In je knalroze jurk met bijpassend hoedje. Een feest om naar te kijken. Toch zien heel veel mannen dat heel anders. Die denken dat je het speciaal voor hen hebt aangetrokken!’

Ik kijk mijn homeopaat glazig aan. Zegt ze nu dat het aan mij ligt? ‘Het maakt echt niks uit wat ik aan doe, hoor. Ik ben wel eens gepakt door iemand, toen ik in mijn afgekloven kloffie liep…..’

Nee, het ligt niet aan mij. Wat ze me duidelijk probeert te maken is dat er zich dingen in de kleine uitwendig gedragen hersenen van mannen gaan afspelen, zodra je wat leuks aantrekt. En dat het zo vreemd is dat ik dat gedrag haat en me toch zo graag mooi kleed.

Er gaan zich ook al allerlei dingen afspelen in die garnalen hersentjes van de gemiddelde man als je er uit ziet als een ouwe stinkende gymschoen is mijn ervaring. Sommige mannen hebben werkelijk niets nodig.

Ik heb hier veel over geleerd toen ik ooit per abuis een loopse teef te logeren had en mijn niet gecastreerde hondje Ysbrandt langzaam gek zag worden van haar heerlijke gruizige dampen. Het arme beest kon er niets aan doen.

Hijgend verbleef hij gedurende de kerstdagen in zijn bench. Chemisch gecastreerd en onder de tranquilizers zat hij met rode oogjes stoned van de pillen te kwijlen naar zijn liefje. Uitdagend ging ze dan voor zijn neus staan met haar dikke frut. Staart opzij….. Ja, ze vond hem echt leuk.

En teven zijn de baas in hondenland. Dus als ze niet wil gaat het niet gebeuren. Woest grommend en blaffend bijt ze dan van zich af.

Het is wonderbaarlijk hoe deze efficiënte reactie op ongewenste intimiteiten bij de mens ver te zoeken is. Bij de kroon van de schepping is de koningin van haar natuurlijke troon gestoten: Menselijke teven zijn bang om de man in kwestie te kwetsen.

Ik spreek uit ervaring. Eindeloos heb ik onder de kin van geschonden mannelijke ego’s gekieteld. Zelfs al vond ik iemand absoluut een lul. Toch bleef ik beleefd en correct.

Dat kan ik andersom niet beamen. Te vaak is het me gebeurd dat een gezellig gesprek of een onschuldige flirt desastreuse gevolgen had. Voor mij wel te verstaan. Heks heeft helaas helemaal niet geleerd om van zich af te bijten. Bij ons thuis keken ze gewoon de andere kant op als er iemand naar je zat te grabbelen en graaien. Iedereen keek de andere kant op. Dus officieel is er dan nooit iets gebeurd.

Lekker makkelijk.

Mijn homeopaat zegt altijd wel weer iets, dat me enorm bijblijft. Vorige keer was dat de opmerking: ‘Misbruikte mensen kenmerken zich allemaal door enorme trots.’ Heks herkent het. ‘Al sla je me dood, ik geef geen kik. Ik gun je mijn pijn en tranen niet,’ dacht ik bijvoorbeeld als veertienjarige, toen mijn vader me te lijf ging met de stofzuigerstang. En er weer flink de andere kant op werd gekeken door de omstanders…….

‘Normaal gesproken zie je magisch denken bij kinderen tot ongeveer hun vijfde levensjaar. Misbruikte kinderen echter blijven dit veel langer doen. Het helpt hen overleven…..’ zegt ze afgelopen week tegen me, ‘En jij Heks, jouw magie is echt enorm sterk,’ voegt ze er aan toe.

Ik zie het net iets anders. Voor mij is magie een realiteit, waar kinderen nog bij kunnen. Met hun ThetagolvenVoordat ze last krijgen van andere hersengolven,  Alfa golven. Zo rond hun zevende levensjaar.

Ja, mijn magie.

Ik vind een pak voor de Don. Een wollen pak van Hugo Boss. Voor 15 euro. Gloednieuw. Alsmede een schitterend geruit colbert van een meer obscuur merk. Ook voor 15 euro. ‘Wat is je maat,’ vraag ik hem door de telefoon. Het is precies zijn maat……

Exact op dat moment zit mijn goede vriend op een colbertje uit Litouwen te wachten. Gekocht via Catawiki. Maar hij wordt genaaid. Het pak wordt niet bezorgd. Hij weet gelukkig bijtijds de betaling te torpederen.

‘Ik vind het magisch, Heks. Hoe is het mogelijk? Je maakt me echt ontzettend blij hiermee. Waar heb je het in godsnaam gevonden?’

De Don is net als Heks een kledinggek. Met een beperkt budget. Hij kan zich toch zo prachtig opdirken. Geweldig. Natuurlijk denkt elke vrouw dat hij het speciaal voor haar doet. Maar dat komt omdat hij expres die indruk wekt.

Hij doet sowieso graag iets voor een ander. ‘Als ik het kan, zal ik het niet laten,’ zet hij met enige regelmaat, ‘Maar eigenlijk doe ik het allemaal voor mezelf. Ik krijg er een fijn gevoel van….’

Nooit gruizige opmerkingen of gezeik met die vent. Egocentrisch tot op het bot met zijn altruïstische acties. En altijd in de race met Heks wie er het mooist is opgedoft. Mijn geliefde Don. Over een paar weken komt hij logeren……