Stuk brandhout doet Heks stokstijf stilstaan. En mag dan met me mee naar huis gaan. Vervolgens kom ik los van wrok. Neem afscheid, vervel, dump kerfstok…. Een staf bloeit open in mijn hal. Al te mal? Ja, van die dingen. En weet je wat: Staf kan ook zingen!

Vannacht droom ik van mijn staf. Ik vlieg er op rond, maak allerlei avonturen mee. Het is staf voor, staf na. Toch zijn de details me ontschoten. Ik heb echter wel een ongelofelijk goed humeur als ik op sta. Alle beestjes worden uitgebreid geknuffeld. Ik verwelkom de zon met een liedje. Oh, wat ben ik vrolijk. Terug van weggeweest.

Gisterenavond na een paar uur Klezmer zingen zakt Heks volledig door haar hoeven. De man met de houten hamer deelt een keiharde tik uit. Snel doe  ik alle noodzakelijke handelingen. Hond uitlaten, tanden poetsen, ogen er af halen, pyjama aan, Snuitje medicijnen geven, zelf mijn pillen slikken…….

Ik laat alles vallen, mijn lijf wil niet meer. Ik worstel me uit mijn kleding en vervolgens wurm ik me in andere kledingstukken. Even uitrusten nu. Nee, toch maar niet. Ik wil een beetje op tijd slapen en als ik steeds tussendoor ga zitten bijkomen van een kleine handeling lig ik pas om vier of vijf uur in bed. Retteketet. Dat gaat me vandaag niet gebeuren. Morgen is een pittige dag.

Ik ervaar momenteel veel naweeën van het slangenritueel, dat we onlangs op de heksenschool hebben gedaan. 

Het afwerpen van mijn oude huid roept allerlei gevoelens op. Ik heb moeite met mijn nieuwe zelf. Ik doe dingen anders, maar sta vervolgens doodsangsten uit. Daar moet ik doorheen. Terug in mijn pleaserige apenpakkie is geen optie. 

Ik heb een nieuw pakkie an.

Ook de mening van anderen moet ik gevoeglijk naast me neerleggen. Wil het ooit nog eens iets worden met dit heksje. ‘Jij geeft heel veel aandacht aan de meningen van hele domme mensen. Dat is zo jammer, Heks. Je moet je niet meer verdedigen. Geef hen gewoon gelijk, dan ben je ervan af…..’ Peter van der Hurk zei het al. 

Gisterenavond ga ik me echter diep treurig voelen. Machteloos ook. De mening van bepaalde medemensen lijkt heel belangrijk nu. En ik kan er geen pijl op trekken. Ik ben immers zelf niet meer degene, die ik was. Niks bijzonders op zich. We zijn geen dag dezelfde. Maar ook degeen, die ik dacht te zijn bestaat niet meer.

Ik ben zo moe en leeg opeens. Goeie genade. Help!

Ik dwaal een beetje door mijn huis. Volbreng mijn avondrituelen. Dan valt mijn oog op een stok naast de voordeur. Vorige week gevonden in Het Leidse Hout. Op een miezerige motmiddag. Geen hond te bekennen behalve mijn monster. En daar midden op het grote veld dan die stok.

Ik pak em toch maar op. We moeten voor de opleiding op zoek naar een staf, maar eigenlijk heb ik al een stokstijve stok thuis. Een paar weken geleden opgeduikeld langs de Singel.

Het is nog best een heksentoer om het gevaarte mee naar huis te nemen. Ik ben op mijn vouwfiets. Rustig peddel ik door het bos. Thuisgekomen zet ik het stuk hout naast de voordeur. Het andere stuk staat in mijn woonkamer.

Na een paar dagen bloeit de staf met knalroze bloesems. Heks moet lachen. Ik heb ze er zelf op geplaatst notabene, omdat ik de bloemen niet wil vergeten mee naar beneden te nemen. Het zijn nepbloesems voor op mijn fiets.

Toch raakt het beeld iets dieps aan. Ik zie een bloeiende staf in mijn hal staan. Ik denk aan de staf van Aäron, waar zelfs vruchten aan groeiden…. De hedendaagse christenen doen zo moeilijk over een beetje tovenarij, maar de bijbel staat er vol mee!

Gisterenavond pak ik het stuk hout op. Ik inspecteer het grondig. Voor het eerst! Zondag moeten we met een goeie staf op de proppen komen en ik heb geen idee of dit exemplaar voldoet. Er zitten veel knoesten in. Het is een sterke stok. Ik tik er eens op…..

En dan: Een wonder! De staf zingt. Zachtjes trillen klanken door het holle hout. Afhankelijk van waar ik sla ontstaat er een ander geluid. Heks is perplex.

Nu onderwerp ik mijn staf aan een grondig onderzoek, want ja, dit is mijn staf! Stiekempjes heeft hij die metamorfose ondergaan. Om het feit klinkend te beslechten. De stok in mijn woonkamer is voor VikThor.

Een hele tijd snuffel ik aan mijn nieuwe staf. Bewonder de gaten. Verbaas me erover, dat dit me allemaal helemaal ontgaan is tot nu toe….

‘Je bent naar me toegekomen. Op een miezerige middag lag je zingend in het gras. Een hond heeft je gebeten, ik ga je een beetje krabbelen. En heel veel met je babbelen, lieve levende staf.’

Levenswiel en dodenwiel: Voor Heks heeft echt alles een ziel. Ik kan heel veel wel geloven, maar is de hemel echt daarboven? En de hellepoort, waar is die dan? En is God echt een man? Heerlijk boek van Linda Wormhoudt aan het lezen over deze materie: ‘Nevelvrouw’. Een aanrader!

Afgelopen week lees ik het boek van Linda Wormhoudt ‘Nevelvrouw’. Ik verdwijn er bijna in. Sleep het overal mee naar toe. Lees tot diep in de nacht. En net als bij eerdere boeken, die ik van haar las, vind ik het jammer, dat ik het uit heb. Opnieuw heb ik de neiging om de laatste bladzijden nog eventjes te bewaren. Voor later.

Toch lees ik het boek helemaal uit. Goddank heb ik nog een paar verhalen van dezelfde hand. Ik kan dus nog eventjes vooruit. En ik zit natuurlijk bij de schrijfster in de klas. Ze is mijn juf. Ook in levende lijve is ze een uitmuntend verteller. Begenadigd.

De roman neemt je mee naar oude culturen in Europa, met name IJsland en hun riten rondom dood. Het wereldbeeld, het levenswiel en het dodenwiel. Spannend is het ook met ontsnappende veenlijken en gevechten tussen goden…..

Heks slurpt het boek op. Proeft het als was het kostbare wijn. Voor mij is het dat ook. Alle boeken, die me sterken in mijn wezen van heks, van mijn wonen tussen werelden, zijn uitermate waardevol.

Want dat is wat dit boek ook doet: het verheldert mijn blik op wie ikzelf ben. Ook Heks woont aan de rand van de gemeenschap. Heeft een sterke verbinding met de dood. Wandelt af en toe over het randje. Langs de kustlijn. Kletst met dierbaren aan de overkant…..

De beelden, die ik heb van het land aan gene zijde, vertonen behoorlijk veel overeenkomsten met wat ik in het boek tegen kom. De denkbeelden ook, hoewel gestoeld op andere premissen.

Nou, Heks, je bent toch ook echt een spiritueel shopper. toe maar. Jij gelooft maar overal in……

Op de achtergrond pruttelt de  televisie, terwijl ik dit schrijf. Er is nu net een programma bezig over geloven, wat een toeval. Tijs van den Brink voelt de cabaretier Hans Sibbel aan de tand over dit fenomeen. ‘Dus je gelooft en daar stopt het? Dan houd je dus op met nadenken?’ roept de notoire grapjas net op dit moment.

Hij slaat vervolgens de spijker flink op zijn kop. ‘Geloof geeft veel mensen richting aan hun leven, dat is natuurlijk prachtig. Maar geloof oordeelt en stigmatiseert vaak. En niet zo’n beetje ook! Homo’s worden in de ban gedaan, seks voor het huwelijk is verkeerd en ga zo maar door…. Ze weten precies hoe iedereen moet leven. Meuh.’

En even later ‘Celibaat is gevaarlijk. Het is toch raar, dat je jezelf lichamelijk contact ontneemt voor 1 of ander idee. Dat is vreemd, geen wonder, dat ze zich gaan vergrijpen aan allerlei jongetjes…..’

Tijs zit natuurlijk terug te mispelen. Het zijn maar uitwassen, dat kindermisbruik. Heks kan de man niet uitstaan. Wat is het toch een zemelaar. Het is of ik alle onuitstaanbaar domme opinies van mensen uit mijn jeugd in 1 man verzameld zie.

‘Ik heb je gehoord, gij zult niet doden is een prima regel, als je hier gezellig met elkaar samenleeft,’ zegt Tijs tenslotte pissig als de neiging van christelijke politici ter sprake komt om oorlogje te voeren in verweggistan.  Hetgeen hij overigens prima vindt. Je gaat tenslotte mensen daar bevrijden……

Tijdens een lesdag op de heksenschool word ik in de pauze op de gang aangesproken door een alleraardigste jongedame. Wat of we aan het doen zijn? We maken nogal herrie. Vandaar.

Zodra ik vertel dat het een sjamanistische jaaropleiding betreft zijn de rapen gaar. Het meisje begint me bezorgd te vragen of ik de Here Jezus ken. ‘Jezus Christus godallemachtig , maar al te goed!’ pareer ik de aanval. Het kind probeert me acuut te bekeren. Ze zit met geloofsgenoten een zaaltje verderop fanatiek te bidden. Waarschijnlijk nu ook voor Heks.

Ik dien een klacht in bij de Roos. De dame achter de balie heeft tienduizend sproetjes in haar olijke gezicht. We moeten samen erg lachen om het incident, maar ze gaat er toch werk van maken. Lang leve het eigen gelijk. En het ik weet alles beter. Hoe goed bedoeld ook: Strontvervelend!

Heks geloof inderdaad overal in. Als ik Indiaas zing, doe ik dat voor Moeder Aarde, Shiva en Ganesh. Ik zing in koorverband regelmatig mijn longen uit mijn lijf voor Onze Lieve Heer Jezus Christus. Boeddha is mijn leraar. Maar ook praten met bomen, bloemen, planten, kristallen en dieren is me niet vreemd. En zo kan ik nog wel eventjes doorgaan. Voor Heks is alles bezield.

Ik geloof hier allemaal niet zomaar in. Ik ervaar het. En ik denk er ook over na, want inderdaad, die kop zit er niet voor niks op. Die moet je wel enigszins gebruiken. Je kunt niet uitsluitend functioneren vanuit je onderbuik. Of zoals het gros der mannen: Vanuit je kleine uitwendig gedragen hersenen.

Heks heeft wel degelijk een filosofisch kader waar al die gekkigheid in past. In den beginne was de Ene. En de Ene was een punt. Een nietige stip. Een samengebald iets. Een flinter bewustzijn.

De Ene was eenzaam. Dat krijg je als enige. Daar ging de Ene Iets aan doen. Vanuit het blinde Niets. En zo is het allemaal begonnen. De Ene werd Velen. Velen moeten delen. En kunnen elkaar daardoor vaak niet velen.

We kijken in de spiegel en zien de Ene weer. De Grote Moeder. Onze Vader, die in de hemelen zijt. De ene kijkt naar ons en is niet meer alleen. Of verveeld. Leert zichzelf kennen. En dat scheelt.

 

Deukje daar of hier? Krasje op je ziel? Ongelukjes loeren in gaten en hoeken. Zoeken mijn zwakke moment. Slaan dan toe…. Heks is toch zo moe. Maar ook geroerd door mooie verhalen. Over snotlappen en troostzakdoeken. Over de hemelse vasteplantekwekerij. Over mijn voorouders. Ver weg en dichtbij.

Woensdag ben ik de gehele dag druk met mijn kat. En dat terwijl ik me vreselijk slecht voel. Een narrig griepje piept in mijn gewrichten, klappert in mijn kaken en knerst in mijn kop. De dag ervoor heeft de huisarts een Lidocaïne-injectie in mijn nek gezet, maar het effect is weinig pijnstillend te noemen.

‘Het lijkt verdorie wel alsof hij er pijnverwekkers heeft ingesproken. Mijn hele nek is op tilt geslagen. Maar ook mijn armen, schouders, ellebogen, heupen en knieën zijn extreem pijnlijk geworden….’ mompel ik verbluft. Aan het eind van de dag wil ik mijn hoofd het liefst afzagen.

Weg met dat zware gewicht daar bovenop. Ik leef wel verder als kip zonder kop.

Donderdag kan ik dan eindelijk een dagje bijtrekken. Toegeven aan allerlei vage griepverschijnselen. Mijn pijnlijke hoofd te ruste leggen. Alleen het hondje krijgt vandaag wat van mijn beperkte energie.

Ik moet bijkomen en energie sparen. En bijtrekken. En alvast vooruitplannen: Spaarzaam mijn energie om komende bezigheden heen organiseren. Morgen is de begrafenis. Ik check de rouwkaart een keertje of zestien. Ja, het begint echt om twee uur in de middag.

Bij de begrafenis van tante had ik verkeerd gekeken. Dingen door elkaar geklutst. Ik zal wel extreem moe zijn geweest. Kwam ik een half uur te laat. Gelukkig heeft niemand dat toen gemerkt…

Vrijdagmorgen moet ik direct aan de slag. Hondje uitlaten, zelf uitdeuken, bed opmaken samen met mijn hulp, lunchen en douchen en iets stemmige aan trekken. De laatste onderdelen komen in het nauw. Ik douch en trek iets aan, maar de lunch schiet erbij in. Ik neem een broodje sesampasta mee. Daar moet ik het dan maar op doen vanmiddag.

Op de heenweg wordt ik bijna zijdelings geplet door een kerel in een bestelbus. Hij komt helemaal mijn weghelft op en snijdt me flink af. Ik wordt gedwongen op de andere baan te gaan rijden, maar daar rijden dus tegenliggers.

Ik toeter en zie de chauffeur van het busje met opschrift ‘Jan van Rhijn’ opschrikken vanachter zijn telefoon. Hij zit al rijdend te SMS’en midden op het kruispunt bij de Lammenschans. Waar het hectisch is en onoverzichtelijk. Waar je uit je achterlijke doppen moet kijken, lul!

Ik wijs op mijn hoofd. Kierewiet. ‘Jeetje, je zal maar een ongeluk krijgen op weg naar een begrafenis,’ denk ik bij mezelf. Stel je voor. Stond ik nu schadeformulieren in te vullen met die idioot. Goddank is het goed afgelopen.

Na de begrafenis rijden we in colonne het terrein af. Voor me rijdt een flinke SUV. Een tegenligger wil er per se langs. Ook langs mij, maar ik rijd net langs een geparkeerde auto. Ik kan geen kant op, pal achter me rijdt ook alweer iemand.

Met mijn halfzachte kop stuur ik ietsjes naar links. Glijdt een beetje opzij, schamp licht tegen de geparkeerde auto. Shit.

Een oud kereltje met skistokken in de hand komt als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Direct begint hij zich met het geval te bemoeien. Ik let maar niet teveel op hem, maar bel aan bij het kolossale huis van de eigenaar van de auto. Zoveel heeft dat gekke kereltje me wel verteld.

Het rare baasje springt nerveus om me heen, als de eigenaar van de auto de voordeur open doet. Direct begint hij te ratelen tegen de man. Dat ik zijn auto heb aangereden en dat hij me direct in mijn kippennek heeft gegrepen…..

De eigenaar wuift de man weg. Eindelijk ben ik van dit kwelduiveltje verlost. We nemen de schade op. Ja, een paar krassen op de voorbumper. Kan evenzogoed een dure grap worden….. De auto is overigens net zo’n deukbak als die van Heks. Over de hele zijkant lopen krassen en butsen.

‘Ik doe tegenwoordig niets meer aan al die beschadigingen. Geen doen in de stad. Om de haverklap maakt er weer iemand een nieuwe deuk in en er hangt nooit een briefje bij. Behalve 1 keertje dan. Maar die persoon had een valse naam en telefoonnummer opgegeven. Iemand zal em wel betrapt hebben, net als dat baasje zonet hier…’ vertel ik de eigenaar.

‘Wat erg voor u,’ reageert hij begripvol. Ja, zo gaat dat in de grote stad. Ik heb hem echter niet op een idee gebracht…..

Gelaten laat ik het allemaal maar over me heenkomen. Ik kan me er niet druk om maken. Wel gek, dat ik een gedachteflits had over het krijgen van een ongeluk, net als van de zomer toen ik zonder benzine kwam te staan op een ongelofelijk ongelukkig punt op de snelweg naar Parijs…… Gelukkig was het in beide gevallen een onschuldig ongeluk. Niets ernstigs. Alleen ongemak en blikschade.

We eten broodjes en drinken koffie met alle genodigden. Wijn, bier en bitterballen volgen. Heks eet haar boterham met sesampasta. Ik zoen tantes en ooms, neven en nichten.

Ik zie hoe de enorme genensoep kromme neuzen door de familie heeft verspreid alsof het niets is. Mij onbekende jonge mensen met mijn neus! Of met andere familietrekken of typische clan-kenmerken.

Ik hoor mooie dingen over mijn oom. Hoe hij altijd twee schone zakdoeken bij zich droeg. Eentje om zijn eigen neus desgewenst in te snuiten en eentje om iemand te troosten! Ook nu heeft hij er twee bij zich!

‘Hij geloofde absoluut in een weerzien met zijn geliefden. Volgens hem is er een enorme kwekerij in de hemel met een grote schuur. Daar zitten al zijn oude medewerkers al stekkend op hem te wachten. Jouw vader is er ook bij…..’ vertelt zijn oudste zoon.

Intussen kun je me natuurlijk wel opvegen. Het was al niet veel de laatste dagen, maar de koek raakt aardig op. Ik begin aan de afscheidsronde.

Een dierbare tante heeft een vraag voor me. Dus ik begin bij haar. Wat ze me echter vraagt is zo ongelofelijk in de pijnlijke roos. Doet zoveel stof vanbinnen opwaaien. Geeft een scala aan inwendige chemische reacties. Ik voel hoe er stoom uit mijn oren ontsnapt. Ik moet nu echt dringend wegwezen hier……

Zo zeg ik alleen tante en lievelingsnicht gedag. Ik zwaai vriendelijk in de rondte. Wapper nog een beetje na dat ik ga. En foetsie ben ik.

Op de terugweg krijg ik het toch nog even te kwaad. Een verlate reactie zoals dat vaker gaat. Thuisgekomen ga ik een enorm end fietsen met VikThor. Hij moet zijn energie kwijt en ik iets anders. Mijn trouwe elektrische Beixo scheurt door de polder. VikThor rent er uitgelaten achteraan.

Wie A zegt moet B zeggen. Wie zegt dat het altijd gemakkelijk is? Als je echt verandert willen mensen je altijd terug in je oude groef. Vooral als je besluit geen pleaser meer te willen zijn. Niet meer overal achteraan te rennen. Of als je ongeschikt raakt als zondebok.

Maak er geen drama van, Heks. Je hebt gedaan wat je kon en nu is het op. Misschien moet iemand anders maar eens op de proppen komen. Je hebt 1 groot voordeel: Je kunt je onttrekken aan wetten van ruimte en tijd. Je kunt je op andere manieren met iemand verbinden. Jij hoeft niet fysiek op bezoek te gaan om iemand te bezoeken.

Vannacht slaap ik ellenlang. Ik meld me af voor de koorrepetitie van vandaag. Eerst maar eens helemaal bijkomen.

 

 

 

Zingen met een brok in je keel. Geen jokkebrok, maar ontroerend afscheid. Blij thuiskomen om je vervolgens dood te schrikken. Kat in het nauw en Heks maakt rare sprongen. Gelukkig komt het goed voor nu. Maar ik zie een muisje in mijn glazen bol. Een miezermuisje dat nog een flink staartje gaat krijgen……..

Dinsdagavond scheur ik naar het koor. Zoals altijd rijdt er een lesauto voor me. Als een dikke constipatieve drol glijdt hij langzaam door stads’ darmkanaal. De stoplichten leveren stevige antiperistaltiek. De lesauto stopt ook nog eens voor iedere medeweggebruiker. Voorrang of niet. Kortom: Het schiet niet op!

Heks zit lekker te schelden. Zo warm ik mooi mijn stem alvast op. Naast me zit mijn oom. Hij is ons onlangs ontvallen. Hij wist niet hoe snel hij weg moest komen. Naar zijn geliefde, terug naar huis!

Maar nu zit hij dan toch naast me in de auto. ‘Ik ga mee naar het koor,’ verklaart hij opgewekt. Mijn oom was een verwoed zanger, net als Heks. Ook had hij gouden straalkachelhandjes net als Heks. Mijn genetisch geaarde oom kon hoofdpijn weghalen als de beste!

Opeens vind ik het niet meer erg om min of meer rijdend achter een lesauto te zijn geparkeerd. Op mijn gemak tuf ik het laatste stukje naar de Vredeskerk. Het zijn de allerlaatste repetities voor de uitvoering. Vanavond wordt er dus flink doorgezongen. We beginnen met het openingslied ‘kommt ihr Töchter helft mir klagen….’ Hoe toepasselijk!

Halverwege voel ik mijn oom naast me. Hij staat enorm te genieten. Mijn keel schroeft dicht van ontroering. Maar dat is nu ook weer niet de bedoeling. Er moet toch echt gezongen worden krijg ik te horen.

Eenmaal thuis wacht me een onaangename verrassing. Mijn zwarte kater wordt weer eens te grazen genomen door de Bengaalse kat van de buren. Voor de zoveelste keer. Op heterdaad betrapt deze keer.

Heks hoort een enorm tumult in de steeg. Vliegensvlug steek ik mijn hoofd uit het raam. De Bengaal valt mijn Panter aan, vlak voor de voordeur. Plukken haar vliegen in het rond.  Trillend van schrik begin ik te schreeuwen. Net zo lang tot die klotekat is verdwenen. Dat duurt eventjes, het pokkebeest is niet snel onder de indruk. Dan haal ik als een haas de Panter binnen.

Ik zet hem in bed. Maar oh, wat een schrik: Zijn achterlijf zwalpt alle kanten op. Hij kan werkelijk geen normale stap meer zetten. Met zijn voorpoten tijgert hij rusteloos door het bed, volledig in paniek nu. Heks raakt ook in paniek. Lieve hemel, wat is dit nu weer? Gebroken rug? Hernia? Herseninfarct? Komt het door die klote-Bengaal? Nierfalen? Help!

Het is natuurlijk intussen een uurtje of 1 in de nacht. Ik moet mijn schat kalm zien te krijgen. Hij blijft maar op zijn voorpoten rondjakkeren. Zijn achterlijf zwabbert er krachteloos achteraan.

Snel geef ik hem een pijnstiller. Ik wil niet dat hij pijn heeft. Dan ga ik lekker naast hem liggen. Ik zet een veld rust en vrede om ons heen. ‘Morgen gaan we naar de dokter, lieverd. Ga nu in hemelsnaam slapen. Toe maar….’

Uiteindelijk vallen we allebei in slaap. De volgende morgen bel ik als eerste de dierenarts. Daar kunnen we aan het begin van de middag terecht. Snel ga ik mijn hondje uitlaten. Ik stop de Panter in een vervoersmand. Hij loopt ietsjes beter dan gisterenavond, maar zijn achterhand zwabbert nog steeds……

De dierenarts weet ook niet wat hij ervan moet denken. Mijn kat wordt grondig onderzocht. ‘We houden hem een middag hier, zodat we het even kunnen aankijken. We gaan zijn bloed onderzoeken, misschien heeft hij slechte nieren…… Er is iets aan de hand, dat zie je zo. Maar wat is het? Hoe komt het?’

Aan het eind van de middag mag ik mijn patser komen ophalen. ‘Ik heb hem helemaal nagekeken. Die kat is kerngezond, werkelijk alle waarden volgens het boekje. Ook heb ik geen neurologische schade kunnen ontdekken. Ik heb nog met een collega overlegd en we zijn tot de conclusie gekomen, dat hij een enorm pak slaag heeft gehad. Dat is de enige verklaring. Het zal die Bengaal wel weer geweest zijn, die beesten hebben veel meer spiermassa dan huiskatten. Hij heeft jouw kat volledig in elkaar geramd….’

Zo zit ik dan weer met een miauwende patiënt thuis. Gekweld loopt hij door het huis. In de loop der dagen lukt dat steeds beter. De bloeduitstortingen en blauwe plekken trekken langzaam weg. Een flinke pijnstiller topt de ergste pijn af. Mijn panter is bovendien een ongelofelijke bikkel…..

Maar ja, hoe nu verder? Vandaag of morgen slaat die kut Bengaal mijn kat dood. Met de eigenaren is het slecht kersen eten. Het is een onwaarschijnlijk echtpaar. De zwijgzame man smijt zonder meer de deur dicht in je gezicht als je aanbelt om je over hun kat te beklagen. De vrouw scheldt als een viswijf, zodra je iets zegt dat haar niet bevalt. Tot die tijd is ze bedrieglijk joviaal.

Bengaalse kat, Bengaal

Heks houdt haar kat voorlopig binnen. Eerst moet hij weer helemaal goed kunnen lopen. Mijn panter is niet blij. Naar buiten wil hij. ‘Het is lente, kom op baas, doe die deur open. Voor zo’n Bengaal moet je niet weglopen…….’

Je hoort het al, als het aan hem lag was er niets aan de hand. Maar ik tel de ernstige verwondingen toegebracht door die klotekat het afgelopen half jaar al niet meer op 1 hand. Een knakstaart, 2 abcessen en een bloederig rafeloor, Afgestorven spier in schouder door zo’n abces. Grote voortand eruit geramd en nu dus weer een enorm pak slaag, waardoor mijn kat een dag halfzijdig verlamd is geweest.

Het trekt langzaam bij. En dat maakt me echt blij.

Ik ben overigens niet de enige, die zich zorgen maakt over de opmars van de Bengaal en andere kruisingen met wilde katten:

Een puntje van kritiek:
Als men een “Asian Leopard cat” met een foundation cat kruist wil men hiermee bereiken een kat te verkrijgen met een wild uiterlijk en een “huiskat karakter”. Soms komt ook het omgekeerde voor, een ogenschijnlijk huiskat uiterlijk met een wild karakter. (een kat die dus niemand! wil hebben) Organisaties als  “Big Cat Rescue”   proberen mensen te overtuigen dat hybride katten geen goed idee zijn. (als argument: de huiskat is circa 5000 jaar oud, dat kan niet in vier jaar overgedaan worden)

Onverbloemde bloemen. Dingen bij name noemen. Een roos voor een roos. Ben je boos? Dan geen roos, maar takken voor een takkewijf!

‘Mevrouw, u vergeet iets!’ Het is me net gelukt om mijn zwaarbeladen fiets in beweging te krijgen. Slingerend begeef ik met op het fietspad. Aan mijn stuur een tas met boodschappen. Nog meer mondvoorraad in mijn fietstassen. Verstoord kijk ik om. Zie een man naar me toerennen. Rem slingerend af.

‘Die zijn niet van mij, hoor,’ ik glimlach naar een meterslange gitzwarte man. Hij lacht zijn witte tanden bloot. ‘Jawel, nu wel!’ Twee bossen reuzenrozen verdwijnen in een boodschappentas. Fietsen wordt nu vrijwel onmogelijk……

Ik bedank de schat. Wat lief! Ik heb zojuist een kletspraatje met hem gemaakt bij de uitgang van de supermarkt. Hij werkt bij de bloemenboer. Ze waren uitermate melig na het opruimen van hun handeltje. Heks maakte een geintje met hen……

Mijn huis lijkt wel een bloemenstal. Overal staan bloesems, takken, vazen met ranonkels….. De gemeente was flink aan het snoeien in een mij dierbaar parkje. Een hoek vol struiken wordt volledig weggevaagd. Geen middel wordt geschuwd voor deze upgrade  door eliminatie.

Grote machines trekken hompen wortels uit de grond. Stapels weggeslagen groen worden achteloos op de stoep gegooid. Heks staat er al snel in te graaien. Mompelend. Mopperend ook.

De gemeente gooit alle parken aan de Singel op de schop. Lang leve het Singelpark! Al het bestaande groen moet worden opgeofferd aan dit op het oog leuke initiatief om meer toeristen naar Leiden te krijgen.

De Leidenaars zelf worden echter de parken uitgejaagd. Alsmede dus veel groen. Binnenkort gaan ze pakweg veertig volwassen bomen kappen om een strand aan te leggen in het Bleekerspark. Volstrekt gestoord. Niemand uit de buurt heb ik kunnen betrappen op enige blijdschap over dit initiatief.

Dit aanstaande bomenbloedbad wordt overigens verkocht met een listig verkooppraatje. In plaats van ‘we gaan alle bomen kappen’ staat er ‘Er komt veel extra groen, nieuwe bloeiende bomen, heesters en vaste planten.’ Jazeker; Nadat ze eerst alle volwassen kerngezonde bomen kappen.

In plaats van ‘Honden mogen niet meer los lopen, behalve op een lullig strookje langs de sloot’ staat er ‘Er komt ook een speciale hondenspeelplaats, waar honden vrij kunnen loslopen.’ Heks verfoeit dat hele Singelpark intussen.

Deze bomen moeten plaats maken voor dat verdraaide Singelpark………

Een bundel gevonden takken is met me mee naar huis gegaan. Ik zet ze in een grote accubak. Langzaam breken ze open. Grote bladeren komen uit minuscule knopjes. Een hele bloem komt zelfs tevoorschijn.

Hyacinten en ranonkels kronkelen door de takken. De rozen staan in grote vazen. Een paar takken ribes nigrum maken het geheel af. Wat een bloemenzee!

Het lijkt wel of ik net jarig ben geweest. Of dat er iemand pas getrouwd is hier in de woonkamer. Of dat er iemand is overleden. Iemand die veel houdt van bloemen.

 

Heks leest een verrukkelijk boek: ‘Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen’. Het leest als een spannende avonturenroman. De schrijver is boswachter van beroep. Hij maakt ons wegwijs en wijzer. Ziet zowel de bomen als het bos. Ik krijg bevestiging van dingen die ik al lang vermoed betreffende het mysterieuze leven van mijn houterige vrienden. En ik leer heel veel nieuwe dingen bij!

Als kind had ik een kamer op zolder. Onder de hanenbalken lag ik halve nachten piekerend wakker. Slapen is nooit mijn sterkste punt geweest. ’s Morgens deed ik de gordijnen open en daar stond mijn grote vriend boom. Pal onder mijn dakraampje bolde zijn kruin.

In de winter staken zijn kale takken skeletachtig af tegen de bakstenen muur van de overburen. Dan kon ik soms de buurjongen zijn tanden zien poetsen. In het voorjaar echter zwollen de bescheiden knoppen van de boom op tot de spanning te snijden was. Elke dag keek ik vol verwachting of er nu eindelijk eens blaadjes tevoorschijn kwamen.

Het duurde en duurde…. Elk jaar opnieuw. De boom was duidelijk niet een van de snelsten. Bovendien stond hij aan de schaduwkant van het huis.

Ik keek mijn vriend ongeveer in blad…… Uiteindelijk plopten de knoppen open en grote vlezige zachte bladeren begonnen zich onmiddellijk te wijden aan de broodnodige fotosynthese.

Voor ons huis stond een Metasequoia glyptostroboides, ofwel een Mammoetboom. Toen nog een zeldzaamheid hier ter lande. Hij was destijds nog piepjong, dus slechts een metertje of vijf, zes, zeven hoog. Mijn vader had hem eigenhandig in de grond gestopt, toen mijn ouders het huis kochten.

De volgende bewoners hebben em uiteindelijk omgehakt. Intussen was hij volledig boven het dak uitgegroeid. Zijn kale stam reikte al een metertje of zeven in de lucht. Hierna begon pas de langgerekte groene kroon.

Eenmaal op kamers woonde ik een een paar jaar samen met een perenboom. Alweer keek ik recht in en op de kruin. In het voorjaar nodigde ik al mijn vrienden uit voor een bloesemdineetje. Dan kookte ik een heerlijk lentemaaltje, dekte een fenomenale voorjaarstafel en zette tot slot het raam wijd open, zodat we tussen de geurende bloesems zaten…….

Mijn huidige huis was vergroeid met een Meidoorn. Elk voorjaar weer genieten van de bloemenpracht. En een terugkerend duivenkoppel met twee nesten per voorjaar.

Portaal met zijn hopeloze klusteam heeft de boom laten omhakken. Door een paar van hun dommekrachten. Een bloedbad! De hele lokale vogelgemeenschap op tilt. De andere bomen in het hof geslagen. Heks verslagen. De onschuldige boom koelbloedig vermoord.

Meidoorns moet je niet mee sollen. Magische toverbomen zijn het. Vol trollen en feetjes. En zingende Jemineetjes. Kom niet aan hun boom! Of aan hen! Meidoorns worden namelijk snel toornig. En ze zijn ook nog eens uiterst doornig: Ze nemen gerust wraak op de daders. Heks zou niet graag in de schoenen van zo’n onverlaat staan!

Heks houdt van bomen. Met een diepe passie en grote liefde. Ik loop graag tussen hoge stammen. Ik woon bij voorkeur in een kruin. Ik aanbidt hun bloesenpracht. Bomen zijn chill! Mysterieus en stil. Hoewel?

Jaren geleden fietst Heks door Nederland. Bepakt en bezakt. Moederziel alleen. Ergens in de bossen voorbij Utrecht, op een heuvelrug, sla ik mijn tent op. Een stokoude handgemaakte Slee. Waterdicht tot op het bot. Kan zelfs een orkaan doorstaan! En dat is maar goed ook……

Met bakken valt het hemelwater op de helling waar ik kampeer. Het stroomt onder mijn grondzeil door met een geweld: Mijn veldbed verandert in een waterbed. Gelukkig houd ik het binnen droog…..

Ik ben koortsig en ziek. Een snel opkomende bronchitis rochelt zich een weg door mijn longen. Er is verder niemand op de camping met dit vreselijke weer. Anderhalve dag lig ik klapperend en ijlend in mijn tent. Eenzaam ben ik echter niet!

Midden op dit open veld in de bossen staat een grote boom. Prachtig uitgegroeid. Een reusachtige kruin……Van het ene op het ander moment begint hij tegen me te praten. Vraag me niet hoe ik het kan verstaan, maar ik hoor hem luid en duidelijk. Vanaf dat moment spreek ik booms.

Ik raak bevriend met een enorme exoot, ik vermoed een Quercus rubra, in het Leidse Hout. Hij staat met zijn maatje van dezelfde soort op een veldje, maar die is helaas dood gegaan. Daar hangen alleen nog dorre blaadjes aan. Mijn vriend heeft veel verdriet. Hij is in de rouw. Raar verhaal natuurlijk: Men gelooft me niet. Maar ik vertrouw op mijn gevoel.

Ik bezoek mijn treurige vriend regelmatig. Dan kletsen we wat en pak ik hem eventjes lekker beet. Ik zing voor hem. Hij vertelt me zijn naam. Sissend en ploffend. Sindsdien vertellen bomen me soms hun naam. Als we vrienden worden. Als het goed zit.

Na een paar jaar vriendschap duurt het verdomde lang tot het weer lente wordt na een koude natte winter. Ik bezoek mijn vriend, spreek hem bemoedigend toe. Zijn knopen heeft hij keurig gezet. Maar wat voelt hij ontzettend moe……

In plaats van uit te lopen trekt het leven in hem zich terug. De knoppen verdrogen voor mijn betraande ogen. Mijn oude vriend is niet meer. Gestorven van verdriet, omdat zijn liefje hem verliet……

Heks komt uit een plantenfamilie. Ik ben bekend met de praktijken op kwekerijen. Zaaien, verspenen, stekken, oppotten…….Ik weet hoe er met grond wordt gesold. Bij ons thuis werd het vroeger gegast, zodat alle bodemleven dood ging. Dan had je geen last meer van beestjes……

Mijn voorouders hielden echt van hun planten. Dit was de vooruitgang. Ze wisten niet beter.

Afgelopen week lees ik het boek van Peter Wohlleben: ‘Het verborgen leven van bomen.’ Een medeheks van de opleiding tipt me. Wat een geweldig boek! Het leest als een spannende roman! Zie je wel, dat bomen voelen! En dat ze slim zijn en kunnen praten! In elk geval met elkaar.

Loop ik normaal gesproken al enorm te koekeloeren in het bos, sinds ik het boek heb gelezen zie ik nog veel meer. Het opent als het ware je ogen voor allerlei zaken!

Bomen praten met elkaar. Over grote afstanden is mijn ervaring. Hoe kom ik daar nu weer bij?

‘Daar loopt Heks met haar hondje. Ze heeft de vijf broers gezien. Ze is bij hen geweest. Echt waar. …..’ fluisteren de vijf knotzusters Plataan hier achter op het pleintje al jaren als ik voorbij loop. Ze hebben het over een eeuwenoude heilige boom ergens op een berg in Frankrijk met vijf volledige stammen uit 1 gemeenschappelijke stam……

Die heb ik inderdaad ooit bezocht. Ik heb voor de broers gezongen. Heel alleen, want mijn narcistische geliefde uit die periode vond berg te steil om te beklimmen. Alle zeilen werden bijgezet om te zorgen, dat Heks de top niet zou halen. Opgelucht liet ik de zak achter op de eerste beste helling.

De vijf broers.

‘Ik ontdekte een eeuwenoude eik, al vijfhonderd jaar geleden gerooid, waarvan de enorme stronk nog in leven was. Hij werd in leven gehouden door zijn omringende familie. Zulke oude bomen hebben dus een enorme waarde voor het nageslacht……..’ aldus Peter Wohlleben.

Het lijkt er op dat bomen hun ouden eren. Dat ze nog veel van hen kunnen leren…..

De vijf broers. Of waren het er vier? Of zeven? Het is me om het even. Ik hoop dat ze nog leven.

Mijn goede vriend heeft het zwaar!

In het nieuws op Omroep West gaat het ook over bomen. De gemeente Sassenheim wil vijfenveertig stuks 90 jaar oude paardenkastanjes kappen. ‘Ze zijn aan het eind van hun leven, bladiebla…’ verklaart een woordvoerder desgevraagd ongeïnteresseerd. Die ondingen moeten weg. Er is er eentje op een huis gevallen vorig jaar tijdens een storm.

De mensen, die samenwonen met de kastanjes zijn woest. Alles wordt uit de kast getrokken om hun dierbare bomen te redden. Er moet een heroverweging van dit besluit plaatsvinden! Een second opinion moet er komen. Ze zouden het aan Peter Wohlleben moeten vragen……..

Bevriende kastanje. Ik ken zijn naam…..

‘Een kastanje van 90 jaar oud. Aam het eind van zijn leven. Huh! Een pubertje is het. Zo’n boom kan gemakkelijk 250 jaar oud worden!’

Een schitterend kunstproject over een dergelijk bomenbloedbad is de film ‘Boomwezen’ van Joep Neefjes uit 2008. Aangrijpend verwoord en verbeeld op de prachtige muziek van Louis Andriessen.

Hohoho, Toverheks zit in haar flow. Kabouters bevolken mijn heksenstulpje. Het is zo schoon hier met al die hulpjes. Toverkol roert haar trom: Nieuwe ratels, oude ratels, groot en klein, ratels alom!

‘Jeetje Heks, wat is het hier schoon!’ Steenvrouw loopt bewonderend door mijn stulpje, ‘Er is ook een hele berg spulletjes verdwenen uit die hoek daar. Wat stond er ook alweer? En wat een prachtige bloemen overal!’

‘Ik zit weer in m’n flow,’ verklaar ik mijn opgeruimde huis, ‘En ik heb mijn kristallen in bad gedaan. Ook al zie je het niet direct, je voelt het!’

Mijn vriendin komt eten. Ik heb heerlijk gekookt. Rendang en Sajoer Lodeh. Verse tomatensoep vooraf. ‘Die Sajoer Lodeh is helaas pimpelpaars geworden. Dat komt door die kleurrijke oerwortels uit de bio winkel. Alle groente verandert in rode kool qua kleur als je er zo’n wortel aan toevoegt. Prachtige penen hoor, maar niet in een gemiddeld groentegerecht..

Heks zit inderdaad haar flow. Sinds ik op de Toverheksenschool zit voel ik me veel beter. Ten eerste verveel ik me niet meer de typhus. Een probleem, dat steeds weer de kop opsteekt bij ME patiënten en hun amoebebestaan: Dat eindeloos uitzitten van je kwaal is maar saai allemaal.

Ook resulteert het verkeren onder gelijkgestemden in een geweldig goed humeur. Ik voel me gezien en begrepen. En vice versa. Heks geniet enorm van haar klasgenoten en alles waar ze zich mee bezig houden. De leukste heksenstreken worden op maat geleverd aan wie dat maar wil. Sommige toverkollen maken veel herrie. Anderen zijn opvallend stil!

Vorige week zondag word ik verliefd op een trommel. Nu heb ik al een sjamanentrommel van de markt. Gekocht voor vijfentwintig euro jaren geleden bij een kraam vol Indiase hebbedingetjes. Maar een echte heuse serieuze trommel? Die had ik nog niet.

Wel heb ik mezelf er jaren geleden eentje beloofd. Zelf maken lukt niet meer met die halvezolige armen van me, maar op een goeie dag komt er vast een op mijn pad is mijn overtuiging. Zo is dat.

En nu is het dan zover: Mijn toverjuf zwaait met een kleine knalrode trom en ik ben om. ‘Deze drum is te koop, probeer em gerust uit. Ik hoor het wel als iemand geïnteresseerd is….’

Heks probeert em uit. Ik zie dat andere dames vervolgens ook lustig op mijn nieuwe trommel roffelen. Wat denk ik nu? Mijn trommel? Benauwd kijk ik toe hoe iemand wel heel veel plezier heeft met de rode trom……..

Als ‘ie voor me bestemd is, draaien de zaken wel om……..

En inderdaad: Ik ga met de trommel naar huis. Mijn auto zit helemaal vol. Mijn oude drum. Een serie ratels. De nieuwe trommel. Een edelhert…… Ik pas er nog net bij!

Thuisgekomen staat het hert me al op te wachten. Midden in de woonkamer. Vlak bij de verzameling klankschalen en gongs. Zijn enorme gewei schuurt tegen de schemerlamp.

Ik plaats de knalrode trommel achter het hert. Moest rood zijn. Heb een vriend ooit gek gezeurd om een trommel met rode rand, die hij meenam van een reisje naar Marokko……

’s Nachts zit ik heel zachtjes te roffelen: De bovenbuurman is al naar bed. Een elektrisch stroompje loopt van de trommel naar mijn hart en vice versa. Ik glijdt moeiteloos mijn innerlijk landschap in. Waar de Sangha schapen berenklauw grazen. Waar de uit Belgisch Blauw gehouwen Zwarte Madonna woont.

Met het hert aan mijn zijde glijdt ik door mijn landschapsruimte/tijd. Naar de laatste avond in Plumvillage. Het volle maan feest. De hartsoetra gezongen door monniken en nonnen. Mijn moeders spirit, niet gehinderd door haar ontluisterende ziekte, genietend naast me in het hoge gras……..

Een paar dagen later stuurt mijn personal shopper in andere dimensie me naar de kringloop om de hoek. Aldaar ligt iets op me te wachten wordt me verteld. Ik moet eventjes zoeken en in dat proces klimt er een hele kabouterfamilie in mijn tas, maar dan vind ik een kwast van hertenhaar met op de zilveren speld een afbeelding van een edelhert!

 

‘Die kwasten zie je wel bij jagersverenigingen in Duitsland. Vaak zijn ze van everzwijn, maar soms ook van hertenhaar,’ weet mijn juf te vertellen. Online zie ik her en der bosjes hertenhaar te koop, die er ongeveer hetzelfde uit zien…..

Met de kwast kan ik nog zachter trommelen in de nacht. Nachtuil als ik ben.

Een paar dagen later struikel ik op de zaterdagse warenmarkt ongeveer over een zachte handgemaakte doek met hertenprint. In de aanbieding natuurlijk….. Perfect om mijn trommel in te wikkelen. Samen met een kaboutertas, die hier al jaren ligt te slingeren is mijn trommeloutfit compleet.

Ik word sowieso op mijn wenken bediend momenteel. Heb ik gordijnringen nodig voor sjamanistisch werk? In de kringloop ligt een setje antieke exemplaren. Dertien stuks. Alle soorten en maten. Voor drie euro. Achter slot en grendel, als betrof het een grote schat!

En dat is ook zo.

Gisterenmorgen ligt er een oude sleutelhanger op de grond. Op eigen houtje uit de sleutelkast gekropen en door het huis geslopen. Vreemd. Gek genoeg is de bijbehorende sleutel verdwenen. Zo’n exemplaar, dat je zelden gebruikt. Van een vergeten deur, waar intussen al lang een ander slot op zit.

Heks heeft eigenlijk nog nooit echt goed naar de sleutelhanger gekeken. Het is een piepklein samba-balletje. Echt minuscuul. Als ik er mee heen en weer beweeg begint het zachtjes geluid te geven. Huh? Het is me werkelijk nooit opgevallen, dat het een werkzaam balletje is. Een piepklein rateltje. Perfect om altijd bij je te hebben! Ik klik em direct aan mijn grote sleutelbos.

Heks zit in haar flow. Alles is in beweging. Tussendoor lig ik helemaal voor Pampus uit te rusten van al die activiteit. Want flow of niet: Ik moet niet overdrijven. Zuinig zijn met de beperkte energie, dus vliegen binnen de lijntjes. Maar wel op mijn bezemsteel!

 

 

 

Het is weer bijna zo ver: De jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach door C.O.V. Ex Animo! Komt dat zien! En vooral horen natuurlijk. De repetities zijn in volle gang. Heks kent het stuk inmiddels uit haar hoofd…… Het wordt prachtig!

Het is weer bijna zover! Ons jaarlijkse concert: de Matthäus Passion. De eerste rang is al bijna uitverkocht, maar er zijn nog genoeg kaartjes beschikbaar voor de tweede en derde rang. Maar wacht niet te lang met bestellen: Vorig jaar moesten we zelfs extra stoelen bij zetten!

Ex Animo is al maanden druk aan het repeteren. Het wordt weer een prachtig concert!

Lente hangt in de lucht! Ergens! Maar waar? VikThor ruikt em al. Verwoed snuffelend gaat hij op zoek. Heks loopt door haar geliefde duinen. Dit magische landschap vol godjes en elfjes. In elke duinpan borrelt een nieuw wonder!

Deze boom kan je de mooiste verhalen vertellen……

Oh wat is het koud en guur. Heks loopt dagelijks in de natuur te tureluren, vergezeld door haar viervoetige vriend. Of vergezel ik hem? Momenteel is het inderdaad zo, dat ik voor mijn monster naar buiten ga. Zelf blijf ik liever binnen. Waar het warm is en droog. Buiten het bereik van de gesel van hagelbuien en woeste windvlagen. Ja, maart roert haar staart.

VikThor denkt hier allemaal inderdaad heel anders over. Hij maalt niet om een beetje kou en nattigheid. Uitgelaten rent hij naast de fiets, zodra we dan eindelijk eens op stap zijn. Binnen vijf minuten is zijn buik zo zwart als een tor. Het kan hem niet schelen. Enthousiast springt hij in de eerste beste sloot op onze route: ‘Even lekker zwemmen. Oh, wat heb ik het warm!’

Ysbrandt in zijn gloriejaren!

Heks met haar pijnlijf kan steeds slechter tegen kou. Ik hou zielsveel van de winter, maar mijn fysiek denkt er anders over tegenwoordig. Toch dwing ik mezelf om de deur uit te gaan. Veel kleren aan. Een schop onder mijn kont.  Het moet, het moet.

Eenmaal buiten valt het vaak mee. Behalve deze week. Als ik de deur uit stap voel ik de eerste druppels alweer om mijn oren slaan. Zodra ik in een parkje arriveer begint het geheid te plenzen van de regen.

Vrijdagmiddag is het dan eindelijk eens eventjes droog. ‘Wat zullen we eens gaan doen?’ klets ik tegen mijn hondje, ‘Zullen we eens eventjes naar Ysbrandts meertje gaan?’

Samenwerking tussen diverse dimensies is bepaald geen uitzondering in heksenland.

Het is de laatste dag dat we de duinen in mogen met een loslopende hond. Ik check het nog eventjes voor de zekerheid online. ‘Tussen Wassenaar en Katwijk ligt hondenlosloopgebied Berkheide. Tussen 15 augustus en 15 maart mogen honden bijna overal loslopen, mits ze onder appel staan en op de paden blijven.’ staat er. Mooi zo. Het mag nog deze dag.

Heks moet hartelijk lachen om de tekst. Mits ze op de paden blijven. Hihi. Nog nooit een loslopende hond gezien, die zich daaraan hield. De meesten staan ook nog eens niet of nauwelijks onder appel. Want stronteigenwijze genen. Of straathond geweest. Of een slappehap baas. Niet zelden zijn mensen aangenaam verrast door mijn gehoorzaam geboren hondje. Zoiets hebben ze nog nooit gezien!

Als ik de stad uit rijd klaart het lekker op. Aan de horizon ontstaat een strook blauwe lucht, maar het asfalt glimt nog van recente regen. Ik parkeer op de Cantinaweg, pal tegen het duin. Ik ben de enige, maar terwijl ik mijn spulletjes pak stopt er nog een auto. Een Spaanse windhond met baas gaan ook nog eventjes de duinen onveilig maken.

Narrig kijkt de baas me aan. Ik moet het vooral niet in mijn hoofd halen om haar te groeten. Of erger nog: Een praatje aan te knopen! ‘Ik bijt je kop er af!’ seinen haar boze ogen. Ze komt ongetwijfeld uitwaaien en haar gedachten op een rijtje zetten. Misschien heeft ze wel een verontrustende brief gekregen, waar ze mee zit te worstelen. Wie zal het zeggen? Ik laat het arme mens met rust. Uiteraard.

‘Je moet je hond aanlijnen,’ een opgewekte man komt net het duin uit met een roedeltje keurig aangelijnde monsters, ‘Kijk, ze hebben dat bord gisteren neergezet.’ Hij wijst op een splinternieuw bordje, waarop inderdaad staat dat je vanaf vandaag het duin niet meer in mag. Meuh.

Net leren kennen, echt een schat!

‘Online mag het nog wel. Ik heb het net nog nagekeken. Ik heb wel eens eerder met dit bijltje gehakt. Op de oude bordjes stond het weer net even anders. Nou ja. Ik ga lekker een rondje om en als ik een bon krijg laat ik het voorkomen….’ bluf ik opgewekt tegen de man. Er is geen sterveling te bekennen op de route, die ik loop. Laat staan een boswachter.

Bij Ysbrandts meertje strijken we eventjes neer. VikThor zwemt achter een balletje en Heks zit op Ys’ boom. Een grote omgevallen berk. Horizontaal groeit de reus al jaren vrolijk verder. Op die manier is er een natuurlijke bank gevormd. ‘Het water staat erg hoog. En er is heel veel struikgewas verwijderd,’ inventariseer ik de stand van zaken rondom dit magische vennetje.

Komende zondag gaan we werken met landgoden en landenergie bij de Sjamanistische Jaaropleiding. De magische krachten verbonden met dit soort bijzondere plekken. Heks heeft er zoveel zin in.

Oude vriend in het Leidse Hout

Maar je hoeft echt niet speciaal naar afgelegen meertjes om dit soort energieën te ervaren. Bij mij in de straat woont een pleingodje. Elke avond zie ik hem zitten in zijn boom. Op een grote dwarstak. Vroeger zat hij op een andere tak, met beter zicht, maar die is door de gemeente gesnoeid in verband met het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers. Kwaad dat ‘ie was!

Als ik een kat kwijt ben prik ik een brief op zijn boom. ‘Wil je een beetje rondkijken voor me? Het is dat zwarte mormel weer.’ Ook rondom de Bengaal doe ik een beroep op hem. Ik groet hem altijd, behalve als ik half slapend de hond uitlaat. Midden in de nacht. Dan vergeet ik het wel eens…….

Hij vindt het leuk om op mijn nek te springen, maar dat wil ik niet. Dus zorg ik altijd een hoedje op te hebben. Dat scheelt enorm!

Onzin? Grote fantasie? Geen idee. Ik weet het niet. Ik weet alleen, dat het voor mij zo is.

Ik heb vrienden onder de bomen. Ik voer soms een gesprek met een bloem. Ik herinner me een boeiende conversatie met een Amaryllis. Vanuit een kerstuk sprak ze me plotsklaps toe. Geen lullig gesprek ook nog. Nee, pittige materie! Aanschouwelijk onderwijs zou je het kunnen noemen: De bloem legde haar eigen structuur als het ware uit! Heilige Geometrie is niet voor watjes.

Orbs verlaten het pand!

Andere dimensies zijn dichterbij dan je denkt. In je en om je heen.

Heks is altijd verbaasd over de sprookjes, waar de godganse mensheid moeiteloos in gelooft. Dat geld gelukkig maakt bijvoorbeeld. En dat je vrienden hebt als je wint.

Mijn magische plekje in de duinen is vandaag geheel aan zichzelf teruggegeven. Geen wandelaars buiten Heks en Vik. Met een zucht neem ik afscheid. Voorlopig komen we hier niet terug. Pas half augustus mogen de honden weer los…..

We lopen een grote ronde via de Friese Wei met op de achtergrond de Soefitempel. Ook al zo’n heerlijke plek. VikThor gaat helemaal uit zijn dak. Overal konijnenkeutels, vossensporen en een incidentele vleug ree. Met enorme slagen verkent hij het terrein. Snuffelt zich een slag in de rondte. Dronken van de eerste lentegeuren.

Op de terugweg komen we een vrouw tegen in een scootmobiel. Drie hondjes keurig aan de lijn naast haar. Chagrijnig snauwt ze me toe, dat de hond moeten worden aangelijnd. Opnieuw antwoord ik, dat het volgens mijn pas vanaf morgen geldt.

Dat bevalt haar helemaal niks, dat ik dat beweer. Nijdig laat ze me weten, dat ik het dan maar zelf moet weten! Met stoom uit haar oren tornt ze verder tegen de wind op. Wat een hoop kwaaie mensen op mijn pad vandaag!

Ik gooi een balletje voor Vik het laatste stuk. Sinds de cortisonenprik behoort dit weer tot de mogelijkheden. In feite is mijn blafbeest nu aangelijnd. Hij zit aan me vast middels de bal!

Mijn vriend Uil!

Wat houd ik toch van de duinen. Vooral op dagen als vandaag. Wanneer het miezerige weer de meeste mensen weg houdt. Al die schakeringen in vergrijsde winterkleuren. De stilte…….

Op weg naar huis raak ik overmoedig. Ik besluit mijn auto te wassen. Ook iets, waarvoor je je armen nodig hebt. Ik rijd alweer geruime tijd in een absolute toddebak. Niet veel later ben ik mijn kanariepet grondig aan het uitmesten.

Misschien heb ik het te gek gemaakt. Eenmaal thuis ben ik te moe om te eten. Ik bel een uurtje met de Don en val vervolgens in slaap. Pas om half 1 ’s nachts ben ik voldoende bijgetrokken om dat laatste programmaonderdeel af te werken.

En dan is het alweer tijd voor de allerlaatste hondenronde hier door de wijk!

‘Hallo Heks met je gekke hoedje,’ lispelt de pleingod. Zondag ga ik meer leren over de omgang met deze energieën. Dus als je binnenkort een altaar onder een boom hier in de straat ziet staan, dan weet je: Komt vast bij Heks vandaan…….

Plumvillage: Een landschap vol magie!

 

Meer van hetzelfde. En nog meer. En alweer hetzelfde en nog een keer. Heks werkt zich een slag in de rondte om dingen voor elkaar te krijgen, maar blijkt achter haar eigen staart aan te rennen. Dan lazer ik van mijn fiets en komt alles toch nog goed!

Dinsdag sodemietert Heks van haar fiets. Het gaat heel langzaam maar gestadig. De riem van mijn hond is in de achteras van mijn elektrische vouwfiets terecht gekomen. Terwijl mijn fiets voorwaarts schiet word ik langzaam naar de grond getrokken. Ik kan niet afweren met mijn handen, dus ik val vol op heup en elleboog. Au!

Als een onwillige schildpad lig ik op mijn rug te spartelen. De motor is intussen afgeslagen, dus de fiets ligt stil. Maar ik kan me met geen mogelijkheid bevrijden van de fiets. De hondenlijn zit zoals altijd stevig aan een riem om mijn middel vast, onder mijn jas, zodat ik mijn handen lekker vrij heb. Maar nu kan ik nergens bij. Machteloos lig ik naar adem te happen.

Een vrouw rent uit een aan het park gelegen kantoortuin naar buiten. Ze heeft me onderuit zien gaan. Gezamenlijk weten we Heks weer vlot te trekken. Lijkbleek neem ik de schade op. Een pijnlijke elleboog en een beurse heup. Onderrug verschoven. Schouder uit de kom. Pijnlijke hand.

Handen zijn sowieso al uien de laatste tijd. De gewrichten in mijn beide duimen zijn ontstoken geraakt tengevolge van een favoriet kledingstuk met drukknopen. Misschien moet ik dat stuk textiel maar weggooien.

Tranen stromen over mijn wangen als ik verder fiets. Niemand die het ziet. Het regent pijpenstelen.

Maandag zit ik met mijn nieuwe helpende hand regeldingen te doen. Sinds vorige week heb ik een hele lieve jongedame tot mijn beschikking om allerlei kutklusjes aan te gaan pakken. Samen. Elke week een uur en een kwartier.

‘Ik weet niet of we het redden met een uur en een kwartier,’ zegt ze al na de tweede keer. We zijn beide keren ruim over de tijd gegaan. Heks heeft zoveel medische zaken, waar ze achteraan moet. Tegenwoordig, met die verfoeide marktwerking in de zorg, moet je door een moeras aan regeltjes waden om iets voor elkaar te krijgen.

Ik wil bijvoorbeeld mijn chronisch code voor fysiotherapie terug. Niemand echter, die me kan vertellen, hoe ik het voor elkaar kan krijgen. Al vier maanden word ik van het kastje naar de muur gestuurd.

‘Al ons werk van vorige week is voor niets geweest,’ vertel ik mijn rechterhand als ze binnenkomt. Vanmorgen belde de psycholoog, waar ik vandaag met EMDR zou starten, de afspraak af. ‘Ik zie dat u een verwijzing heb voor een langdurig traject. Dat doen wij niet. Bij ons moet je het met een sessie of twaalf doen……’

De man heeft blijkbaar de vragenlijsten, waar ik vorige week met mijn nieuwe rechterhand meer dan anderhalf uur mee bezig ben geweest, pas op het laatste moment ingezien. Achterlijk natuurlijk. Ik kots van zulke vragenlijsten. Altijd al. Maar dit exemplaar sloeg werkelijk alles. Pakweg twintig pagina’s met vragen als ‘Wat eet u maandag ontbijt, lunch, diner, tussendoortjes….. dinsdag ontbijt, lunch, diner, bladiebla……..

De meest idiote niet er zake doende vragen hebben we zitten beantwoorden. De kersverse behandelaar heeft al in mijn onderbroek zitten koekeloeren, voordat ik hem überhaupt ooit gesproken heb,

‘Ik word altijd overal weggestuurd,’ antwoordt Heks berustend. Dat vindt de man niet leuk, dat ik dat zeg. Hij bestrijdt mijn woorden verontwaardigd. Maar ik mag toch niet komen. Het heeft me vier maanden gekost om die afspraak te regelen. Hij had wel eens iets eerder naar die verwijzing kunnen kijken.

Als ik de hoorn op de haak heb gelegd krijg ik een stevige huilbui. God wat zitten de tranen hoog op het moment.

Heks, je zit weer lekker op je mopperstoel. En je stokpaard. Toe maar.

Dinsdag heb ik een afspraak bij mijn eigenste huisarts. Mijn linkerschouder zit weer muurvast en de goede man gaat er een ontstekingsremmende prik in jassen. Dat komt goed uit, want ik ben er gisteren na een woeste belronde van ruim anderhalf uur langs allerlei instanties met behulp van die alleraardigste jongedame en passant achtergekomen, dat Frozen Shoulder 12 maanden onbeperkt fysio oplevert.

Onbeperkt is tegenwoordig twee keer per week. Maar nog altijd beter dan bijna niks.

Ik heb net Cortisonenvloeistof gehaald bij de apotheek als ik van mijn fiets lazer. Het doosje is helemaal platgewalst, hetgeen me aanvankelijk bevreemdt. Hoe komt dat nu weer? Dan besef ik dat ik blij mag zijn dat de ampul nog heel is. Mooi zo. Ik kan direct door naar mijn afspraak bij de huisarts.

Die maakt een grote injectie klaar en prikt links en rechts in mijn nek, schouders en elleboog. Hij maakt nog een extra grote spuit met Lidocaïne klaar. Die verdwijnt bijna geheel in mijn nek/schouder.

Tijdens het onderzoek moet ik mijn armen omhoog bewegen. Geen doen natuurlijk. ‘Klonk, klonk,’ hoor je als ik mijn rechterarm voorbij een zeker punt breng. De schouder is uit de kom. Mijn huisarts kijkt bevreemd op. Wat een rare geluiden komen er uit dat gewricht.

De andere schouder is inderdaad geheel bevroren. Slechts via een omweg kan ik de arm wat hoger krijgen, Maar dan roep ik wel heel hard au. Stilzwijgend lukt niet.

Mijn dokter schrijft dan eindelijk een verwijzing, waar ik iets aan heb. Voorlopig krijg ik mijn therapie vergoed op deze code. Eindelijk begrijp ik ook een beetje hoe het werkt. Een arts stelt de diagnose en de fysiotherapeut zoekt er de juiste code bij. In de praktijk moet ik het ongeveer zelf doen allemaal, maar dit is hoe het zou moeten gaan.

‘Weet je wat zo raar is? Ik ben het afgelopen jaar een paar keer bij de reumatoloog geweest, maar nu staat er in een brief van het ziekenhuis, dat die vrouw verpleegkundig specialist is of zoiets. Helemaal geen arts dus. Vind je dat niet idioot? Je wordt verwezen naar een arts voor een goede diagnose en stiekem behandeld door een verpleegkundige. Geen wonder dat ze moeite heeft met het stellen van de juiste diagnose. Die hele gang naar het ziekenhuis heb ik niets aan gehad!’ zeg ik tegen mijn hulp.

Toch gek, dat je huisarts je verwijst naar een arts en je wordt vervolgens gezien door een verpleegkundige. Lekker goedkoop natuurlijk. Maar je schiet er geen bal mee op! Schiet mij maar lek.

Terwijl ik op de site van het ziekenhuis zoek naar de naam van de verpleegkundig specialist kom ik een oud klasgenoot tegen. Hij is tegenwoordig professor en me dit en me dat. Hij zit in honderdduizend besturen, is decaan van de instelling en ga zo maar door. Zijn gemelijke oogjes kijken me geringschattend aan vanaf een foto.

God, wat had die vent een hekel aan Heks zo’n vijfenveertig jaar geleden. En wat liet hij me dat altijd grondig merken! Het was nog lang voordat ik iets wist van narcisten en de ongehoorde aantrekkingskracht, die ik op zulke lieden uitoefen…… Hoe ze me klein willen krijgen. Altijd.

Het was nog in de tijd, dat ik enorm ellendig werd van zulke haters. Me er diep ongelukkig door kon voelen.

Rare wereld. Mensen met reuma, Bechterev, hypermobiliteitssyndroom, fibromyalgie en weet ik niet wat allemaal nog meer worden niet meer geholpen. Deze chronisch zieken zoeken het maar uit, terwijl ze langzaam veranderen in een plank. Of volledig vergroeien. Ik droomde vannacht, dat ik mijn handen niet meer openkreeg bijvoorbeeld…….

Maar een aandoening als Frozen Schouder, iets dat men nogal eens oploopt op de werkvloer van de gemiddelde kantoortuin, krijgt gewoon twaalf maanden onbeperkt fysiotherapie. Zodat er weer snel gepresteerd kan worden!

Zo heeft de overheid dat bepaalt.

Je zou bijna denken, dat chronisch zieken de investering niet waard zijn. Nou ja bijna. Ik denk dat het zo is. Waarom zou je goed geld weggooien, door de plee spoelen, over de balk smijten, voor mensen, die nooit meer op de arbeidsmarkt inzetbaar zijn? Uit menselijke overwegingen? Marktwerking hanteert geen menselijke overwegingen!

Nee, laat die chronisch zieken maar de rambam krijgen. Laat ze maar vastgroeien aan hun rolstoel. Laat ze maar pijn lijden tot op het bot. Stop ze gewoon vol met opiaten. Dan zijn we van het gezeur af en tegelijkertijd wordt er nog wat aan die mensen verdient. Door de farmaceutische industrie. Zijn ze toch nog ergens goed voor.