Ik sprokkel flinters geluk bij elkaar. De tijden zijn zwaar, voor heel veel mensen. Ik ben niet de enige, die het me anders zou wensen. Wie wordt er niet gek van verdriet, als je zo lang vrijwel niemand ziet? Heks hakt al jaren met dit bijltje, maar ook ik wil intussen een teiltje…….

Dinsdagavond repeteren we met het koor. Online. Mijn maatje Anna kan niet mee doen, want zij heeft geen internet. Noch een computer, mobiele telefoon of tablet. Heks doet nog wat pogingen toch iets te regelen, maar zonder succes. Ik heb ook niet de puf. Red het maar net om zelf acte de présence te geven.

Om kwart voor acht is iedereen online. Mijn blik dwaalt langs de galerij met gezichten. Mijn koorleden. Ik zie mijn maatjes en we zwaaien naar elkaar. Wat leuk! Dan gaan we al beginnen.

Eerst zingen we in. Onze dirigent doet de gebruikelijke oefeningen met ons. Ik zie mijn koorleden verwoed gymnastieken voor de webcam. Heks probeert mee te doen, maar mijn schouders zijn vastgeroest de afgelopen maanden. De sessie bij de fysiotherapeut heeft me vooral pijnlijk bewust gemaakt van het probleem. Opgelost is het geenszins.

Heks doet lekker voor spek en bonen mee. Mijn stem is ook niet om over naar huis te schrijven. Geplaagd als ik word door eeuwige keelpijn. Knarsend en knersend kras ik mee. Gelukkig staan de microfoons uit. Niemand kan de ander beluisteren. Behalve onze voorzitter. Ik hoop maar, dat hij niks heeft gehoord.

De sessie is afgelopen. Nu gaat de dirigent oefenen met de sopranen. Heks wacht een half uurtje. Legt de partituur klaar. Ik heb hem net pas uit de verpakking gehaald. Het requiem van Faure, een lievelingscomponist van Heks. Ik zal ‘a prima vista’ moeten zingen vanavond. Over anderhalf jaar is het concert.

Om even over half negen log ik weer in middels een speciale link voor ons alten. Het is sowieso erg leuk om al die bekende gezichten te zien. We beginnen direct te lachen en te zwaaien naar elkaar. Vervolgens zingen we het zesde deel van het requiem van achter naar voren door. Onze dirigent werkt altijd achterstevoren. Een heerlijke dwarse aanpak. Effectief ook. Heks houdt er van.

Dan is het alweer 9 uur. De tijd is voorbijgevlogen. ‘Dag,’ roepen we naar elkaar. Weer veel gezwaai. En plop, alle gezichten weer weg. Meuh. Veel te snel.

Toch ben ik van dit minimale contact enorm bijgetrokken. Weer eventjes onder de mensen. Leuke mensen. Niet de asociale idioten op straat, waar ik momenteel zo’n moeite mee heb. De hijgende joggers en racefietsers. Mensen, die expres proberen me te infecteren. Althans, daar heeft hun gedrag veel van weg.

Zo word ik woensdagavond fietsend langs de Stevenshof achtervolgd door een jogger. Ik hoor hem zwaar hijgen vlak achter mijn fiets. Als ik harder ga rijden, gaat ook het tempo van de gestoorde sportfanaat omhoog. ‘Ga weg, man, met je gehijg in mijn nek,’ roep ik over mijn schouder. De man is me gevaarlijk dicht genaderd.

Ik zet mijn fiets op stand vijf. Snoeihard ga ik ervandoor met een galopperend hondje naast me. De man blijft vastklampen. Hij probeert het gat dicht te lopen. Met succes aanvankelijk. Hij krijgt er lol in om die vrouw met mondkap de stuipen op het lijf te jagen. Pas als ik op de pedalen ga staan raak ik hem kwijt.

Uitgeput laat hij zijn tempo terugvallen tot nul. Hijgend klapt hij voorover na deze geweldige trainingsinspanning. Heks stopt nu ook. Een flink stuk verderop. Draait zich om. Geeft hem de middelvinger. De gek.

Dit incident is nog niets vergeleken met wat me een paar dagen later overkomt. Een stelletje mafkezen weigert ruimte te maken op het fietspad voor tegenligger Heks. Breeduit nemen ze het hele pad in beslag. Heks wordt in de berm geduwd.

Dan lachen ze me eerst uitgebreid uit en schelden me vervolgens uit voor hoer. De zoveelste keer, dat me dat overkomt tijdens deze crisis. Het is blijkbaar een normaal scheldwoord geworden…..

‘Hoerenlopers,’ roep ik dan maar terug, als ik honderd meter verderop ben. Een paar minuten later hijgt zo’n hoerenloper plotseling in mijn nek. Een halfnaakte dronkelap komt verhaal halen. Hij heeft alleen een boxer aan onder een puisterige edoch gespierde borstkas.

‘Dat zeg je niet tegen me, wat denk je wel,’ de vent is ziedend over mijn reactie op hun gescheld. Heks geeft direct een grote bek terug. Temeer omdat hij begint te dreigen me van mijn fiets af te trekken en mijn kop eens goed te verbouwen…..

Zijn grote knuisten klauwen naar mijn schouder. Zijn lelijke kaalgeschoren kneiter vertrekt van nijd. Bijna krijgt hij me te pakken…….

Ik zet mijn fiets op stand vijf en grabbel tegelijkertijd naar de dummy van VikThor, die aan mijn stuur bengelt. Ik krijg het rotding zo snel niet los, maar maak er alvast een zwaaiende beweging mee. De idioot krimpt in elkaar.

Hij denkt waarschijnlijk dat het een taser is of iets dergelijks. Ongetwijfeld misleid door het alcoholpercentage in zijn bloed. Ik sluit ook het gebruik van steroïden niet uit, gezien zijn spiermassa. En puisten. En agressie.

Plotseling in paniek keert hij zijn fiets en gaat er als een haas van door!

Heks komt met de schrik vrij. Blij, dat hij me niet te pakken heeft gekregen. Hij graaide al naar mijn arm. Ik voelde al een regen slagen op mijn gezicht neerdalen. Ik ken deze vorm van agressie. Ik heb het al heel vaak over me heen gekregen.

‘Heel nonchalant met Corona omgaan duidt ook op extreme angst,’ beweert de zoveelste deskundige in een televisieprogramma, net als ik langs zap, ‘Heel veel mensen zijn zo bang, dat ze het gevaar ontkennen. Dan is er ook nog de narcistische groep medemensen, die zich echt misdragen. Dat zijn bijvoorbeeld de studenten, die ‘Fuck Corona feestjes’ geven. Heel vervelend als je er naast woont.’

Op een pleintje Heks in de buurt is ook regelmatig een dergelijk feestje aan de gang. Bijna elk weekend. Er wordt dan geen muziek gedraaid, om de politie die misleiden. Maar het betreffende pand zit duidelijk vol narcistische malloten. Het is piepklein, afstand houden behoort niet tot de mogelijkheden.

Ook dichterbij is iemand bezig met stiekeme feestjes. Zonder muziek. Wel hoorbaar zijn allemaal nachtelijke discussies en lachsalvo’s. Ik negeer het maar. Wel vervelend, als zulke lieden massaal dronken door het portiek lopen.

Zo torpedeert een klein deel van de bevolking, het meest angstige in combinatie met de rasnarcissen, de oprechte inspanningen van het merendeel om dit virus de deur uit te werken. We zullen dus nog wel een tijdje online moeten repeteren met mijn koor vol mensen in de risicogroep.

Afgelopen week zie ik naast de fysiotherapeut ook mijn acupuncturist. Het is maanden geleden, dat hij me nog eens geniepig heeft geprikt.

Twee keer een klein half uur met het koor, een martelsessie met de fysio en een speldenkussenimpersonatie verder voel ik me toch ietsjes beter. ‘Ik hou mezelf aan mijn oren boven de ellende uit. Als een theekopje boven een afwasteil vol smerig water. Afvalwater van anderen…..’ somber ik opgewekt tegen de Don.

Je moet het uiteindelijk zelf doen. Ja, Heks heeft de pech, dat ze altijd overal de schuld van krijgt. Zondebok ga in je hok. Zelfs in deze ellendige tijd heeft iemand me met een natte dweil in het gezicht geslagen. Meermalen. Keihard. En dan ben ik de kwaaie pier.

Een gevecht, dat ik nooit ga winnen. Ik ben niet doortrapt, vilein en gemeen genoeg. Ik lieg en bedrieg niet. Een echte überbitch worden wil maar niet lukken. Gewenste haargroei op mijn tanden houdt geen stand. Ik ben en blijf een push over. Een deurmat. Een onderspitdelver.

Misschien moet ik er maar blij om zijn. Een naarling zijn lijkt me niet fijn. Dus moet ik het doen met druppeltjes hier en daar op de gloeiende plaat. Een lieve bos bloemen naast al die haat.

Vorige week staat mijn zus op de stoep. Met die bos bloemen. Precies op een heel chaotisch moment. Waardoor ook weer van alles in de soep is gelopen.

Wat kan het schelen, troep in mijn soep? Heks pakt het moment met beide handen aan. Het lost niks op, dat hoeft ook niet. Als alles zo gemakkelijk op te lossen was, had ik het wel gedaan intussen.

Maar ik word er wel blij van!

Zondag komt Steenvrouw plotseling op de koffie. Een paar meter uit elkaar zitten we te klessebessen op mijn balkon. Een onverwacht genoegen. Een heerlijk halfuurtje.

Ik sprokkel flinters geluk bij elkaar. De tijden zijn zwaar, voor heel veel mensen. Ik ben niet de enige, die het me anders zou wensen. Wie wordt er niet gek van verdriet, als je zo lang vrijwel niemand ziet?