Blonde aap heeft mensen lief zonder condoom in een grote kooi op televisie. De natte droom van menig gemankeerd dorpspastoor of domineeszoon. Absurde verhalen van Grunberg vermaken me tijdens mijn minivakantie op Aloha Beach. Alias het balkon van Huize Heks.

De afgelopen dagen houdt ik vakantie in eigen huis. Ik geniet van het heerlijke weer. ’s Middags lig ik in mijn hangmat. Ik heb een ouderwetse leesaanval. Ik jas er een paar boeken doorheen. Plotseling vind ik een boek van Arnon Grunberg in de boekenkast. Apocalyps. O ja, gekregen van een ex. Geen idee waarom ook alweer.

‘Zo gek, Frogs, die krentenkakker gaf nooit zomaar iets. Ik kan de presentjes op de vinger van 1 hand tellen ongeveer. Maar hiervan kan ik me totaal niet herinneren wat er achter zat. Iets goed maken? Verjaardag? Sinterklaas? Nee. Maar er staat wel een verhaal in, dat eventueel op mij kan slaan nu ik erover nadenk. Het heet “De blonde aap” Fantastisch geschreven overigens. Een volstrekt idiote geschiedenis.’

Heks houdt wel van Grunberg. De man kan schrijven. Hij legt weinig uit, wel zo prettig. En hij is wars van gemoraliseer. Heerlijk. Wel observeert hij scherp en genadeloos. Hij was mijns inziens op jonge leeftijd al een bepaald punt voorbij, dat nodig is om echt vrij te kunnen schrijven. Het punt van rekening houden met de gevoelens van degenen over wie je schrijft…… Pleasen lijkt niet bepaald zijn werkwijze.

Ik vermoed dat veel mensen hem niet aardig vinden en dat hem dat een worst is. Maar ik kan me vergissen natuurlijk.

Het verhaal gaat over een vrouw, die na een leven van stiekem huilen, eetclubjes en fietsclubjes een dodelijk saaie autobiografie schrijft. En hoe ze uiteindelijk van iedereen wil houden. Juist van de mensen waar niemand om geeft. Een soort iedereen is mijn partnergedoe, zoals Heks dat aanhangt, maar dan extremer.

Zij gaat ook daadwerkelijk met al die verschoppelingen de liefde bedrijven. Of wat daarvoor doorgaat. Zonder condoom omdat ze de werkelijkheid geen geweld aan wil doen. In haar eigen televisieshow. Opgesloten in een grote kooi…..

Het wordt haar dood, want de monstermensen die ze liefheeft vreten haar langzaam op….. Ze zijn wel dankbaar en blij overigens. Sommigen ervaren voor het eerst liefde in hun  armzalige leven. Een enkeling kan voor het eerst gebruik maken van zijn armetierige geslacht. Haar offer wordt zeker gewaardeerd binnen de waan van de dag.

De blonde aap wil dat alles echt is. We zijn het contact met de werkelijkheid verloren in haar optiek. Ook in die thematiek herken ik me. Real people. Zoals Hawaiianen dat fenomeen noemen. Gefascineerd lees ik verder. Af en toe lig ik onder de tafel van het lachen. Het is ook grappig. En absurd.

Mocht ik het boek gekregen hebben om me op de kast te jagen, dan moet ik de gulle gever teleurstellen. Ik lach me een ongeluk om het verhaal. Maar ja, de analogie tussen Heks en de blonde aap gaat maar ten dele op. Mij krijg je met geen stok in een kooi en al helemaal niet op televisie. Ook condoomloze seks met Jan en Alleman is uitgesloten. Laat staan dat ik mezelf laat opvreten…..

Of is het een sleutelroman/verhaal?

Hoewel? Dat laatste is wel min of meer gebeurd. Alleen heette het niet opvreten maar uitvreten……

‘De werkelijkheid is vaak absurder dan wat je maar kunt verzinnen. Dat is me al vaak opgevallen. Het zijn rare verhalen, die Grunberg vertelt, maar kijk om je heen, ik zie wel gekkere dingen…… En minder lachwekkend helaas,’ oreer ik tegen mijn kikkervriend. Hij is een beetje nieuwsgierig geworden naar het boek. ‘Het heet Apocalyps. Je mag het wel lenen, als ik het uit heb.’ Ik leen zelden meer boeken uit. Het zijn vrienden van me en ik mis ze als  ze er niet zijn. Ook heb ik er al teveel nooit meer terug gekregen. Maar Frogsie is een uitzondering.

Mooie en sterke verhalen op jezelf verhalen is natuurlijk balen. Nee, dan de kale waarheid. Dat is de prijs, die ik moet betalen….. Eventjes wennen, dit experiment.

Overal een mooi verhaal van maken. Dat is in essentie hoe ik over het algemeen met het leven deal. Tot nu toe. Wat er ook gebeurt, Heks ziet de zonzijde. Hoezeer je me ook te grazen neemt, ik weet altijd nog wel te verzinnen waar het ergens goed voor is. Wat het me gebracht heeft, die drol van het leven. Het mooie aan een hoop stront. Of die schitterende kever op zo’n mestvaalt.

Een vroegere geliefde van Heks stond vaak raar te kijken als ik vertelde over een gezamenlijk uitje. ‘Was ik daarbij?’ vroeg hij dan verbaasd. Vakanties werden volstrekt verschillend beleefd. Zelfs toe ik ziek werd, hield ik dat lange tijd verborgen. Niet bewust, maar omdat ik het zo gewend was. Ik beet op mijn tanden en zette een tandje bij. Een bikkeltje met mooie verhalen.

‘Heks, jij hebt altijd zulke rare verhalen, ik kan gewoon niet geloven dat je dat allemaal echt meemaakt.’ Een theatervriendin van lang geleden is er uit. Zulke gekke dingen biedt het leven niet. Dit moet gewoon helemaal uit die enorme knoeperd van een duim van Heks komen.

Maar nee, ook alles wat ik haar vertelde was waar. Alleen versmolten tot een acceptabel en mooi verhaal. Ontdaan van de gruwel en gribus van het normale leven. De gekkigheid een beetje aangedikt, zodat er ook iets te lachen valt. Doorspekt met geluk en een sprankeltje zonneschijn. Niet eens erbij verzonnen, ik heb altijd het goede kunnen zien. Het mooie en ontroerende. Het onschuldige kind in een ouwe chagrijn. De kers op de koeienvlaai.

Toch lukt het me niet meer zo goed om overal een mooi verhaal van te maken. Regelmatig sta ik met mijn mond vol tanden. Ook heb ik mezelf betrapt op eindeloos gescheld. Woede over al die keren dat een mooi verhaal als een besmeurde vlag de hele strontschuit over me heen wapperde. Ik heb de mooie verhalen zien verstenen in de lucht, nog voor ze goed en wel mijn mond verlaten hadden. Ik heb me verslikt in de waarheid onder die koude stenen verdichtsels.

En waarom zou je ook alleen maar mooie verhalen willen vertellen? Wat is dat toch met ons, dat zinloze zoeken naar geluk bij een ongeluk. Verlichting, verbinding, liefde, begrip.

Als ik iets de laatste tijd ontdekt en geleerd heb is dat ik geen snars snap van het grootste deel der mensheid. Ik begrijp gewoon niet wat hen bezielt. Soms twijfel ik of er überhaupt iets is wat mensen bezielt als ze al die gestoorde dingen doen, die ik niet vat.

De wereld snapt mij ook niet. Ik word vaak volstrekt verkeerd ingeschat. ‘Heks, jij bent een mooie vrouw met een geweldige uitstraling. Je bent een magneet voor mensen. Iedereen die halfzacht is of uit de poppenkast gevallen, die kan bij je terecht! Mannen denken als ze je zien “Dat wijf pak ik wel eventjes”. Terwijl je in de liefde bloedserieus bent. Jij gaat voor ware liefde, maar andersom is dat niet zo…..’ zegt Peter van de Hurk onlangs tegen me.

Ik herken me in zijn woorden. Hoe vaak zijn mensen niet bovenop me gesprongen vanuit het blinde niks met hun problemen of geiligheid? Ontelbaar.

Mijn moeite om een brug te slaan tussen mij en die onbegrijpelijk wereld is gedoemd te mislukken. Het is een hopeloos project, waar al veel van mijn beperkte energie in is gaan zitten.

Bovendien maakt die houding me voer voor idioten. Het wordt wel erg gemakkelijk op die manier om Heks voor je karretje te spannen. En dat is dan ook vaak gebeurd met stank voor dank als gevolg.

Het mooie van je ogen uit je kop huilen is dat je blik opheldert. Mijn vertroebelde ogenblik. Mijn bliksemse uilenogen.

Overal een mooi verhaal van maken, in iedereen het goede zien, nooit opgeven. Het lukt me niet meer. Ik heb geen idee hoe ik dan wel met de shit van het bestaan moet omgaan. Maar dat geeft niet. Ik moet het sowieso al niet hebben van mijn denken momenteel. Ik moet gaan leven naar mijn gevoel. Een experiment. En vandaaruit handelen. Dan ben ik er zo uit.

 

Bochelgeheimen

 

’s Morgens na mijn paddepoelenbad

trek ik rattehaar uit m’n wrat

en wrijf mijn bochel in met zonnedauw

je weet toch wel dat door goed onderhoud

zo’n bochel elasticiteit behoudt

en zelfs zacht licht kan werpen op je pad

– 

dan draai ik m’n nachtuilenkop

en druk er nog snel drie kusjes op

voordeel van die kop is zal nu blijken

vermogen om jezelf van twee kanten te bekijken

naast navelstaren mag ik ook graag bochelturen

maar niet te lang, ik tap ook graag een mop

 –

uit mijn mooie transparante bochel vol

herinneringen en toekomstmuziek de tol

die ik betaald heb voor haar luciditeit

scheld ik haar zonder spijt of  hartzeer kwijt

want na schade en schande en alles heelt de tijd

is bochel eindelijk mijn kristallen bol