Ik baal! Ik baal van die Bengaal. Die KUT-Bengaal haalt dagelijks verhaal bij mijn kat. De schat wordt geterroriseerd! En bezeerd. Volstrekt verkeerd: Zo’n wilde kat hier in de stad…….

©Toverheks.com

©Toverheks.com

‘Heks, Ik heb allemaal kattenspulletjes voor je,’ Schilder belt me onverwachts op. Een aantal jaar geleden alweer. Toen hij nog onder ons was. ‘Een hele chique bak, kattengrit, een zak super voer….’ Goh, ik wist niet dat hij weer een kat had. ‘Ik heb zo’n Savannah kat genomen, Heks. Een monster. Het is nog maar een kitten, maar wat voor eentje…..’

‘Hij breekt de boel compleet af hier binnen. Hij rent tegen de muren omhoog en bespringt me vervolgens. Hij slaat zijn klauwen in me! Ik ben gewoonweg bang voor die piepjonge kat. Een kitten! Nog nooit zoiets meegemaakt. Het is een prachtig beest, maar volstrekt gestoord. Niet te houden in een normaal huishouden. Ik heb hem na drie weken aanmodderen dan ook maar weer teruggebracht….’

Mijn oude vriend heeft zijn leven lang katten gehad, dus Heks is nogal verbaasd. Wat zijn dat voor’n katten, die Saharakatten? Half wild? Waarom willen mensen in godsnaam zo’n beest in huis hebben? Prestige? Algehele gekte? Wat bezield hen?

Een paar maanden geleden kom ik de voordeur uit met VikThor en Ferguut. We gaan een plasrondje wandelen door de wijk. Vanuit het niets vliegt een uit de kluiten gewassen kat door de lucht naar ons toe. Het is een schitterend dier. Vier klauwen strekken zich uit door de lucht.

Hij probeert op mijn kat te landen. Of mijn hond. Of misschien zelfs wel op Heks. Ik wacht het niet af en ga met maaiende armen op het monster af.  Schreeuwend. De katachtige draait zich om in de lucht(!) en verdwijnt in een steeg. Het is die verdomde Bengaal van de buren. Dat beest is onlangs volwassen geworden. Hormonaal geladen valt hij mij en de mijnen aan. Het is een prachtig dier. In de jungle. Niet hier. 

Maandag ben ik alweer bij de dierenarts. Met drie katten deze keer. ‘Ik neem eerst de ouwetjes mee, want ik maak me zorgen over alledrie eigenlijk. Pippi wast zich al jaren niet goed en ze hoest af en toe als een ouwe zwerver. Snuitje wast haar achterhand niet, ik vermoed artrose. En Ferguut……

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Mijn dolende ridder doet enigszins vreemd. Er is iets met hem, maar ik weet niet wat. Volgens mij heeft hij vorige week twee keer op mijn bed gepiest. De tweede keer betrapte ik hem min of meer. Dus vandaar dat ik hem verdenk. En toen dacht ik natuurlijk direct aan blaasgruis. Daar ben ik wel eens bijna een kat door kwijtgeraakt. Die schrik zit er nog steeds in!

Het heeft wat voeten in de aarde om met het hele spul op het juiste tijdstip acte de présence te geven. Vooral omdat ik door een vorige week reeds verstuurde bevestigingsmail op het verkeerde been wordt gezet. ‘Vergeet uw afspraak om 13.30 niet,’ lees ik in de bewuste mail. Wel gek dat ze em drie keer sturen. Oh ja, ik heb natuurlijk ook drie afspraken. Vorige week eentje, volgende week nog eentje en vandaag…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Heks loopt op haar tandvlees. Ik moet nodig eens een dagje crashen, maar dat komt er niet van met mijn nieuwe bezigheden. Vanavond heb ik bijvoorbeeld cursus Klezmer zingen. Het is ook hollen of stilstaan bij Heks. Ja, vind je het gek. Na vijf maanden voornamelijk in bed wil ik zoveel mogelijk genieten van de iets meer armslag die ik heb qua energie. En de daarbijbehorende bewegingsvrijheid!

Om kwart voor 1 ga ik het spul verzamelen. Ik kan de vervoersmanden nergens vinden. Ik heb er zeker zes. Oh jee. We hebben vorig jaar de berging opgeruimd. Die dingen zijn natuurlijk grondig opgeborgen. Slechts twee exemplaren weet ik tussen de opnieuw ontstane troep vandaan te vissen. ‘Ik stop Ferguut gewoon in de vervoersbench van VikThor. Het is wel een gesjouw, maar vooruit maar…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Het zit me toch niet lekker dat de afspraak om half twee is, terwijl mijn agenda piept dat het om 1 uur is. Ik heb met enige regelmaat ruzie met de agenda op mijn Iphone. Als hij niet synchroniseert met mijn computer bijvoorbeeld. Als afspraken verdwijnen en weer verschijnen, zonder dat ik snap waar het aan ligt. Wantrouwig bekijk ik nog eens de mailtjes.

Em ja, je raadt het al. Warhoofd Heks heeft weer eens lopen kloten. De drie mailtje gaan over de drie afspraken met drie katten vandaag. Voor elke kat een mail. Een geval van overbureaucratie. Verwarrend tot op het bot voor ongeorganiseerde types zoals ik. Die het moeten hebben van duidelijke informatie. Die geen mail teveel lezen.

De eerste afspraak is al om 1 uur en het is intussen vijf voor 1. Ik ga het met geen mogelijkheid redden: Katten vangen, in auto stoppen, erheen rijden, dat hele tuincentrum doorkarren met een winkelwagen voor protesterend miauwende huisgenoten…..

©Toverheks.com

©Toverheks.com©Toverheks.com

Snel bel ik de dierenarts. Leg uit wat er aan de hand is. Haast me vervolgens een slag in de rondte. Worstel met die enorme bench, hij past niet in de auto, wat gek, is dat ding opeens gegroeid? Nee, ik moet em half inklappen herontdek ik. Bijna ontsnapt de panter me. Ik kan hem nog net in zijn kladden grijpen……..

Ik win al met al 7 minuten met al dat gehaast. Maar ik raak een jaar van mijn leven kwijt. Zucht.

Gelukkig is het konijn, dat na mij gepland staat, weer gaan eten. Dus die afspraak gaat niet door. We hebben alle tijd  voor het consult.

Mijn zorgen rond Pippi en Snuitje blijken ongegrond. Beide dames zijn in prima conditie. ‘Pippi is waarschijnlijk gewoon een kat, die zichzelf iet wast,’ aldus de dierenarts. Ik had haar beter Floddertje kunnen noemen, alhoewel Pippi Langkous ook niet bepaald uitblinkt in persoonlijke hygiëne……

‘Snuitje heeft flink artrose. Kijk maar. Als ik haar hier probeer te strekken, doet dat echt zeer. Ik zie het aan haar reactie. Ik stel voor om haar op een dosis pijnstiller/ontstekingsremmer te zetten. Groot kans, dat ze er enorm van opknapt.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Verder zijn de dames zo gezond als een vis. Maar dan Ferguut. Vorige week heeft hij twee keer op mijn bed gepiest. Ik zou hem nooit hebben verdacht, als ik hem niet op heterdaad had betrapt. ‘Ik heb hem toen linea recta naar buiten gebonjourd. Maar het heeft me wel aan het denken gezet. Zou hij soms last hebben van blaasgruis?’

Ik heb geprobeerd een plasje op te vangen, maar dat is helaas mislukt. Meneer piest liever buiten. Hij heeft intussen wel een volle blaas constateert de dierendokter. Geroutineerd kijkt ze mijn panter na. Op de plek waar het laatste abces heeft gezeten steekt nu een bot uit. ‘Die spier is aangetast door dat enorme abces. Dat komt helaas niet meer goed.’

Dan kijkt ze zijn gebit na. Tot onze schrik zien we dat er een groot bloedend gat gaapt waar eerst een grote voortand zat. ‘Die is er uit geslagen door een enorme kat. Het is echt met veel geweld gebeurd……’ Een klamme hand sluit zich om mijn hart.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Kijk, katten vechten. Een rafelig oor of een winkelhaak hier of daar? Een keertje een abces? Het kan gebeuren. Maar vier keer op rij een behoorlijk ernstige verwonding binnen een half jaar? Toegebracht door een katachtige? Dat is echt niet normaal. 

Heks heeft een hoofdverdachte: De Bengaalse kat van een koppel op de Lange Mare. Het dier is afgelopen jaar volwassen geworden en dat is goed te merken. Geen enkele kat is meer veilig voor het monster, maar hij heeft het vooral voorzien op mijn zwervende boerenridder Ferguut. 

‘Geen enkele huiskat is ook maar een beetje partij voor zo’n Bengaal,’ zegt de dierenarts bij het eerste ongeluk. “Eigenlijk zouden mensen zulke katten niet moeten houden hier in Nederland. Het zijn wilde katten. Totaal niet geschikt om rond te laten lopen in een buurt vol huiskatten….’

Heks spreekt na een knakstaart en twee abcessen de bewuste buurvrouw aan op haar kat. ‘Hahaha, ja, wat wil je dat ik eraan doe? ik kan hier echt niks mee,’ het mens maakt zich bepaald niet druk om het gedrag van haar halve wilde kat. 

Ook als ik afgelopen week bij haar aan de deur sta om verhaal te halen, nadat de dierenarts heeft geconstateerd dat er met geweld een tand uit de bek van mijn kat is geslagen, is ze niet onder de indruk. Haar man gooit zelfs de deur dicht in mijn gezicht. Wat een lompe eikel. De vrouw zelf lacht me hartelijk uit.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Nadat ze eerst met een uitgestreken smoelwerk zegt dat we niet gaan schreeuwen. Heks heeft inderdaad haar stemgeluid verheven, nadat buurvrouw verbaal haar kont afveegt met mijn zorgen om mijn kat. Schreeuwen is iets anders. Ik ben niet buiten zinnen. Noch bedreig ik de vrouw.

‘Wat wil je dat ik er aan doe?’ schreeuwt de boze buurvrouw me na. Apart toch weer. Zegt ze een minuut eerder nog op betuttelende toon dat we niet gaan schreeuwen, nu doet ze het zelf. ‘Ik kom geen ruzie met je maken, ik kom je aalleen vertellen, dat ik de wijkagent en dierenpolitie op de zaak ga zetten,’ zeg ik rustig tegen de schreeuwlelijk.

‘Er bestaat in Nederland een gedoogbeleid voor dit soort katten om hen buiten te laten rondlopen. Bengaalse katten zijn verboden, maar vanaf de zoveelste generatie kruisen mogen ze wel gehouden worden. Maar naar buiten gaan is een ander verhaal. Dat valt dus onder dat gedoogbeleid…. Zondag ga ik bovendien aangifte doen van mishandeling op advies van de Dierenbescherming….’

‘Nou, ik zie die wijkagent wel verschijnen,’ teemt de buurvrouw, om schaterenlachend te vervolgen dat ze het wel zielig vindt voor mijn kat. ‘Wat wil je dat ik er aan doe?’

‘Zal ik er dan maar wat aan doen?’ ben ik geneigd te zeggen. Ik heb al dagen visioenen om dat klotebeest te vangen en uit te zetten op een waddeneiland…….

De politie komt langs om over die kat te praten. Ze kunnen niet veel doen en ook zij raden me aan om aangifte te doen. ‘Bereid het goed voor. Neem zoveel mogelijk informatie mee over wat er gebeurd is.’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De dierenarts schrijft op mijn verzoek een verslag van alle verwondingen en behandelingen van het afgelopen jaar. Ook hierin gaat weer dat het niet wenselijk is om zulke dieren op straat te laten lopen. ‘Het is zoiets als wanneer ik een halve wolf hier in de wijk loslaat. Daar maak ik ook geen vrienden mee,’ zeg ik tegen Buurman. 

Hij woont naast de baasjes van de kutkat. Zij is al uitgebreid verhaal komen halen bij hem. Ja, lekker is dat.

Maar alles goed en wel. Intussen loopt die rot Bengaal nog steeds hier door de buurt te paraderen. Gisterenmorgen hoor ik een hels kabaal in de steeg. Mijn panter zit onder een vuilcontainer te wachten totdat hij naar binnen kan. De Bengaal probeert hem aan te vallen.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

De eigenaresse van de bloemenwinkel rent verschrikt naar buiten. Heks schreeuwt als een viswijf tegen de Bengaal. Hij gaat er als een haas vandoor. Snel ga ik naar beneden om mijn panter op te halen.

‘Zag jij ook dat die Bengaal mijn kat aanviel?’ vraag ik aan de bloemenvrouw. Ze zag het. ‘Maar dat doen toch alle katten?’ bagatelliseert ze het geziene. Ze is namelijk geen fan van Heks. Het heeft een tiental jaar geduurd voordat ik het in de gaten had, maar na de zoveelste ongenuanceerde schreeuwpartij zonder reden richting mij viel het kwartje. Het mens kan me niet uitstaan.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Sinds ik dat ontdekt heb mijd ik haar zoveel mogelijk. Tegen mij wordt niet meer geschreeuwd. Ik heb dan ook helemaal niets aan deze getuige vrees ik. 

Later zie ik dat het oor van Ferguut flink is opengehaald door die kolere Bengaal. Hij bloedt als een rund. Het is nu elke week raak intussen.

Oh, wat ben ik moe van al dat gedoe met mijn beesten. De hele week ben ik al in touw met mijn dierentuin. Maak ik me zorgen om mijn panter. Ben ik druk met de verzorging van de poot van VikThor. Ik zal blij zijn als die Bengaal van het toneel verdwijnt. Als de rust weerkeert in deze buurt vol katten.

‘Ik ben vast niet de enige, die last heeft van die kat. Ik heb al links en rechts geïnformeerd bij andere kattenbezitters. Tot nu toe zonder succes. Maar ik verwacht echt meer slachtoffers te vinden, Ferguuts situatie staat vast niet op zichzelf…..’

©Toverheks.com

©Toverheks.com

 

Leven met een narcist is kermis in de hel! Je eigen hel. Met je eigen persoonlijke duivel. Terwijl het regent en de zon schijnt! Saai is het in elk geval nooit, hoewel dit menstype toch uiterst voorspelbaar is in z’n onvoorspelbaarheid……..

Lang geleden, Heks was nog een piepjong en bloedmooi heksje, werd ik stapelverliefd op Bot Blabla. Het begon tijdens een enorm afscheidsfeest van een vreemde vriend van Heks. Stranger was van plan om zelfmoord te plegen, iets dat hij nooit gedurfd heeft uiteindelijk, maar de man wilde niet ongemerkt de plaat poetsen. Vandaar dat feest.

Heks had hier overigens geen enkel besef van, hij had het mij niet verteld. Wel vroeg hij me om mee te doen met een grote performance tijdens de festiviteiten in ‘de Waag’. Op zich niet uitzonderlijk: We hadden er al een paar bizarre acts opzitten samen!

Zo stond ik dan op de bewuste feestavond met hem klaar voor een enorm levend decor: Een rij hoge geverfde spaanplaten waar een heleboel gaten in zaten. Ons silhouet in een omhelzing stond er ook op geschilderd.

Door de gaten staken tientallen armen van de uitgebreide familie van Stranger. En die van mijn jongste zus met haar vriend. Wij dansten op parachuteschoenen in ondergoed een soort paringsdans op de ‘Bolero’ van Ravel. De beeldschone Heks in negligé kreeg een horde horny kerels achter zich aan die avond. Blabla kende ik al. Hij nam me in bescherming en wist me in te palmen…..

Langzamerhand werd ik verliefd. De man deed enorm z’n best zo op het oog: Etentjes, uitjes, cadeautjes, complimenten, liefdesbrieven …… Het ontging me dat ik eigenlijk werd gebruikt om zijn ex jaloers te maken, een goede vriendin van Heks. Zij was er vandoor met zijn beste vriend. Hij wilde haar hetzelfde flikken…..

Ondanks zijn snode plannen werd Bot ook verliefd. Op zijn eigen opportunistische manier dan. Een paar maanden waren we dolgelukkig. Toen viel ik van mijn voetstuk. Een andere vrouw, getrouwd ook nog, drong zich op. Bot bouwde allebei puberale toeren, ondanks het feit dat hij een dozijn jaren ouder was dan de piepjonge Heks. Wijzer was hij niet. De man had namelijk geen hart en ware wijsheid woont daar.

Bot had een ijskoude steen in zijn borstkas. Doorgaans verbleef hij in zijn hoofd. Daar was het beter toeven natuurlijk. Heks had het niet in de gaten. Toen deze full brown narcist het uitmaakte was ze diep ongelukkig. Het is de enige mens die ik ooit gehaat heb. Niet eens zo lang, want ik kwam er al snel achter dat ik daar voornamelijk mezelf tekort mee deed: Een hart vol haat kan niet meer liefhebben. Heks wil geen stenen hart.

Jaren later kwamen we elkaar weer tegen op een feestje. Zoals altijd deed hij of ik niet bestond. Maar iemand stelde ons opnieuw aan elkaar voor….

We raakten weer bevriend. Een paar jaar ging het goed. Ik luisterde naar zijn zielige zeurverhalen, pepte em op, zorgde voor fleur en gezelligheid in zijn sombere leventje.

Na een aantal jaren kregen we toch weer een relatie. Het scenario verliep ongeveer hetzelfde: Een paar superleuke maanden, ‘de wittebroodsweken’ die je vaker tegenkomt in relaties met narcisten, daarna viel ik van mijn voetstuk. Een lange periode van deceptie en uitholling. Een afschuwelijke vakantie en een eindeloze glijpartij naar een dof nadreunend einde…… Een cyclus van precies anderhalf jaar!

Heks ging in therapie, zoals altijd nadat een narcist zijn klauwen in me heeft gezet, Bot zat echter nergens mee….

Toch kregen we na een aantal maanden afstand weer een relatie, de derde keer. Drie maal is scheepsrecht natuurlijk, maar zelfs een ezel stoot zich in ’t gemeen niet tweemaal aan dezelfde steen. Het drong gewoonweg niet tot me door dat er een steen zat op de plek waar eigenlijk een hart hoort te zitten……

Het scenario bleef hetzelfde: Een paar supermaanden, de grote val van mijn voetstuk en een uitputtingsslag naar het einde. Urenlang zat ik naar zijn gezanik over zijn moeilijke jeugd te luisteren, maar ik dacht alleen maar aan mezelf, volgens Bot. Ik luisterde niet. Ik coachte hem naar een eigen bedrijf: Toch was ik een egoïst……

Nou ja, de bekende verwijten van een narcist naar een normaal mens. Zelf kunnen ze niet over hun gevoel praten, hebben ze nauwelijks een gevoelsleven, maar ze leggen het bij de ander. De wereld is hun projectiescherm. Al hun eigen negativiteit projecteren ze op de omgeving. De rest van hun acties is louter gericht op het verkrijgen van aandacht. Positief of negatief, maar niet uit.

Vakanties waren in elk van deze meer-van-hetzelfde-relaties een ware nachtmerrie. Lang heb ik gedacht dat dit kwam, omdat Bot van de kaart raakte als hij op reis ging. Mijn perceptie van de man was indertijd precies omgekeerd: Ik zag Bot meer als Tob. Niets blijkt minder waar uiteindelijk: Tijdens vakanties was ik aan hem overgeleverd en dat buitte hij volledig uit! Heks kreeg het tijdens elk uitstapje met deze man gigantisch voor haar kiezen….

Na drie relaties met zo’n plurk weet je het toch wel? Welnee, Heks had geen idee. Ik werkte aan mezelf, maar het ontging me volkomen, dat ik met iemand met een stevige persoonlijkheidsstoornis te maken had. Ik lag immers in de kreukels en hij had er weinig last van. Bot Blabla scoorde gewoon de volgende vrouw en met de laatste had hij geluk: Zij accepteert tot op de dag van vandaag zijn gezeik en gezeur.

Waarschijnlijk heeft ze een extreem lage eigenwaarde en last van ‘crazy compassion’. Misschien heeft ze net zo’n blinde vlek voor dit hopeloze volkje als Heks tot voor kort. En ongetwijfeld heeft hij haar al lang in de overgave. Dat is het stadium dat je je murw naar de narcist schikt.

Drie keer een relatie met zo’n kwibus en nog was ik niet van het fenomeen narcist verlost. Er is nog een hele parade van dat soort types langs gekomen. Ook was het niet de laatste liefdesrelatie met een volkomen narcist. Het probleem is natuurlijk dat je zo’n stoornis er slecht uithaalt bij mensen. Je ziet het niet aan hun neus. Zelf zullen ze het nooit toegeven, zij zijn immers normaal, het is de wereld die gek is!

Bovendien heb je narcisten in alle soorten en maten. De Full Blown narcist is flamboyant en aanwezig. Charismatisch zelfs. Deze zonder meer meest gevaarlijke variant leunt tegen psychopathie aan. Maar aan de andere kant van dit spectrum vind je timide, angstige thin skinned narcisten. Het zijn vaak wat sneue en onzekere mensen, helemaal niet van het soort waar je dit soort ellende achter zoekt. Evenzogoed zijn ze in de praktijk net zo akelig en ontregelend als hun meer uitgesproken vakbroeders.

Wel zijn er red flags. Daar gaat een groot deel van het boek van Iris Koops over. Soms ontkom je gewoon niet aan contact met een narcist. Als het een familielid betreft of een ex waar je kinderen mee hebt. Of iemand in je vriendenkring waar je niet helemaal omheen kunt. Dan kun je veel hebben aan haar richtlijnen voor omgang met de duvel.

Is er echter geen reden om met de narcist in contact te blijven: Verbreek het dan! Dat is werkelijk de enige manier om niet in ‘Het land der duisternis’, zoals Koops het noemt, terecht te komen…..

Vorige week krijg ik een telefoontje uit de hel. Een stem uit het verleden schrikt me op. De duivel is aanvankelijk heel aardig voor me. ‘Fijn om je stem even te horen,’ lispelt hij, ‘Gelukkig nieuwjaar’, vervolgt hij……. Tot ik iets zeg, dat hij niet wil horen. Direct is de koek alweer op.

Schreeuwend probeert hij zijn krankzinnige gelijk door mijn strot te duwen. Maar Heks luistert niet meer naar geschreeuw. Ik heb toch wel iets opgestoken van mijn debacle met Bot: Eens een narcist, altijd een narcist!

Tenzij zo’n figuur zichzelf laat testen en behandelen. De kans daarop is echter kleiner, dan dat pasen en pinksteren op 1 dag vallen.

Leven met een narcist is kermis in de hel! Je eigen hel. Met je eigen persoonlijke duivel. En de verwarrende ervaring van zonneschijn en regen tegelijkertijd…… Het is kermis in de hel: Dat seytmen alst reghent ende als de sonne schijnt, oft oock seytment als man ende wijf malcanderen slaen. 😉

 

 

 

Heks vecht met negen spoorwegbeambten en komt als winnaar uit de strijd. Niet zonder kleerscheuren echter.

tweeling

Heks en haar tweelingbroer

Vanmorgen verslaap ik me, dus te laat voor m’n prikken. Ik mag wat later komen, heel lief. Moeizaam kleed ik me aan. M’n linkerarm fladdert als een pijnlijk vogeltje in de weg. Heks is gewond. Ik ben gisterenavond letterlijk slaags geraakt met een legertje mannetjes in het blauw op Amsterdam Centraal.

Er was weer van alles mis met de dienstregeling, er werd aan het spoor gewerkt en elders was er weer eens iemand voor de trein gesprongen. Nergens werd het fatsoenlijk aangekondigd. Dus Heks stond op het verkeerde perron, toen ze er achter kwam, dat er nog een laatste trein zou vertrekken binnen een paar minuten aan de andere kant van het station.

Anders werd het via Utrecht, Den Haag en een bus hier of daar. Geen prettig vooruitzicht midden in de nacht. Ook was ik helemaal afgebrand, voelde me misselijk van moeheid en ziek. Dus op een holletjes door de stationshal met mijn fietsje. Weet je wat, ik doe een stukje op mijn fietsje, het is rustig, dus dat kan best.

knappe mensen in de opera

En de lieve vriendin van Fiederelsje

Plotseling werd ik hardhandig door een ambtenaar in functie van mijn fiets gerukt. Ok, het mag niet, ik ga wel lopen, ik moet die trein halen. ‘Nee, mevrouwtje, komt U maar eens mee, legitimatie!’ De man trok aan mijn arm en probeerde mijn fiets af te pakken. Heks gaf hem van katoen. Opeens sprongen er wel tien mannetjes van alle kanten in blauwe spoorwegpakjes bovenop het gebeuren.

Schreeuwend als een viswijf heb ik me van hen losgerukt. Hoe ze het godverdomme in hun hoofd halen om een vrouw midden in de nacht niet de kans te geven veilig thuis te komen en dergelijke. Ze stonden raar te kijken, maar ik wist weg te komen en uiteindelijk op het nippertje mijn trein te halen. Helaas heb ik er een hele pijnlijke arm aan over gehouden. Het was al niet veel, nadat ik een paar uur een boek moest vasthouden tijdens ons concert twee weken geleden. Maar nu ie ‘ie helemaal naar de kloten.

lachende mensen

Lekker grappen en grollen

Kijk, dit is nu weer zo’n typisch voorbeeld van de harde aanpak, die de heks vaak krijgt, terwijl ze in wezen een heel kwetsbaar wezen is. Die kerels vonden het maar wat leuk om zich op die opgetuigde vrouw met haar hoedje te storten. Sukkels.

Vanmorgen ook aan de dood ontsnapt, toen een vrouw zonder kijken opeens achteruit ging rijden met haar enorme SUV, richting Heks en haar hondje. Weer schreeuwen, op het laatste moment stopte ze. ‘Kijk uit je doppen, stomme taart’, riep ik. Ik kreeg bijval van een man, die het hele gebeuren had gadegeslagen. ‘Je hebt helemaal gelijk, Heks’, beaamde hij. De vrouw zat met een stomme koeienblik te roepen dat het haar speet. Ja, Mwoehoe. Gebruik je spiegels, domme koe.

Ach, Heksje is gewoon zo moe van alle tikken en klappen links en rechts. Wie komt er nu eens met een leuk verhaal? Iets brengen? Zonder dubbele agenda?

Fiederelsje kwam iets brengen gisteren. Een kaartje voor de opera. Samen met haar lieve vriendin. Het was geweldig! Mijn tweelingbroer en zijn lief waren er ook. Wat studiegenoten uit een ver verleden. En de voormalige koningin. Compleet met valhelm. Heks was helemaal in stijl gekleed, een mooi hoedje prijkte op mijn hoofd. Dus ik moet niet zo zeuren. Er is een handvol mensen, die me koestert. En daar moet ik het gewoon mee doen.

vrouw met hoedje

Ja, mooi hoedje hoor heks

Verder heb ik ontdekt, dat een grote bek opzetten effect sorteert. Je houdt er mensen mee van het vege lijf. Wel loop ik er zelf ook schade bij op. Kijk maar naar mijn arme linkerarm. Nu heb ik helemaal geen goede arm meer. M’n rechter is al jaren van het pad af. Ik doe veel met mijn linkerarm, zoals autorijden. Aankleden was al lastig, maar nu weer bijna onmogelijk.

Morgen naar mijn geweldige fysiotherapeut voor een martelbehandeling. En dan maar hopen, dat het bijtrekt…..

Muziek is toch zo helend. Ondanks de gewelddadige terugtocht en mijn gemolesteerde arm, heeft het me toch weer in de zachtheid van mijn hart gebracht. Na een paar dagen in de dichtgevroren vijver van mijn persoonlijke hel is het een ware zegen weer verbinding te voelen. Met alles en iedereen.

knappe lachende mensen

Nog even dan met z’n allen op de foto

Vandaag houd ik mijn gemak. Ik moet nodig een paar vervelende administratieve klusjes doen. Daar ga ik me maar een beetje op focussen. En een lekker soepje koken. Als m’n arm het toestaat…..