Ode aan mijn hondje. Een hond maakt gezond! Hoezo? Spelen met VikThor resulteert met enige regelmaat in een aanval van de absolute slappe lach. Vandaar! Want ja: Lachen is gezond. Dus ben je een chagrijn? Neem een hond!

Heks heeft een heel lief hondje. Hij is alweer ruim tweeënhalf intussen. Midden in zijn pubertijdtijd. Soms merk ik daar iets van. Dan brengt hij een speeltje niet terug, maar gaat er uitdagend op liggen kauwen. Vlak voor mijn neus. Goed in het zicht. 

Dan zijn we voorlopig uitgespeeld. Heks is streng. Dat vinden hondjes fijn. Geleerd van mijn vorige monster Ysbrandt.

Zo klimt mijn Smurf tegenwoordig snel op de trap naar de bovenverdieping, als ik de voordeur open maak. Stijgt hij een tree of vier, vijf boven de baas uit. Een absolute poging om iets aan zijn plek in de pikorde van Huize Heks te doen. Zijn eeuwige plek onderaan die orde.

Maar ocharme: Dat mag hij dus ook al niet. ‘Kom van de trap, mafkees, ik weet best wat je aan het doen bent,’ verordonneer ik hem. Even later zit hij braaf achter me te wachten totdat ik de deur open doe.

En dan mag eerst ook nog eens de Zwarte Panter naar binnen. En de Vrouw……..

Dus er zijn wel eens kleine coupes naar iets meer macht. Een hondje wil ook wel eens wat in de melk te brokkelen hebben, maar helaas is zuivel van oudsher meer het terrein van katten. En katten genoeg hier. Allemaal staan ze boven mijn blafman.

Ze komen hem regelmatig kopjes geven of wassen. Zit er zo’n klein poesje met een schuurpapierruw tongetje verwoed te likken aan zijn enorme hondenkop. Soms met twee, drie katten tegelijk!

Hij laat het zich goeiig welgevallen, mijn makkelijke mannetje. Hij pubert dus wel, maar op een manier waar menig baasje jaloers op is. De gemiddelde hond luistert op zijn beste moment slechter dan mijn gehoorzaam geboren exemplaar op zijn slechtste moment……

De uitdaging bij VikThor schuilt in het feit, dat hij ongelofelijk veel energie heeft en ik juist bijna niets. Om hem gelukkig te houden moet Heks flink aan de bak. Een dagelijkse wandeling van een paar uur is absoluut noodzakelijk. Verdeeld over een stuk of drie, vier uitlaatrondes weliswaar.

Heks doet veel wandelwerk op haar elektrische vouwfiets. Mag hij zich uit de naad lopen en loop ik niet helemaal leeg. Fiets ik met het grootste gemak naar Wassenaar en terug en is hij ook kapot moe daarna. 

Het dagelijkse quotum buitentijd moet worden gehaald. Impelstimpelstapelgek word ik er soms van. Vooral nu de dagen zo kort worden. Maar het moet, het moet.

Zoals nu. terwijl ik dit zit te schrijven roept de plicht. Ik ga dus eerst maar eventjes naar buiten……

Wandelwandelwandelwandel. En nog eens wandeldewandelwandelwandel. En nog een laatste rondje wandeldewandeldewandeldewandel……

Een dag later schrijf ik verder. Suf gewandeld en weer bijgekomen.

Wandelen alleen is echter niet genoeg. Mijn hondje is superslim. Hij komt uit een werkende lijn Engelse Springel Spaniëls. Deze beestjes zijn gefokt op het uitvoeren van allerlei taken rondom de jacht op met name eenden.

Er moet dus ook worden gezwommen. Dingen uit het water apporteren is het leukste dat er is. Naast allerlei zoekopdrachten naar dummy’s in het struikgewas. 

’s Avonds laat doen we altijd nog een balspelletje. Heks gooit balletjes in de lucht en VikThor moet ze er in 1 keer uit plukken. De gekste capriolen haalt hij uit om dat te bewerkstelligen. Het is zijn eer te na om er eentje op de grond te laten vallen…..

Ook verstop ik speeltjes of snoepjes en die moet hij dan zoeken…….

Afgelopen week gooi ik weer eens een balletje door de lucht. Met een grote zwieper beland ‘ie achter de nieuwe bank. Maar waar zo’n bal achter mijn vorige bank geen kant op kon, stuitert ‘ie nu tegen de plint onder het raam en schiet met een rondvaart terug onder de bank door regelrecht mijn hand in!!!!!

Vik is intussen verwoed aan het zoeken achter de bank. Hij spit door de daar aanwezige ballenbak. Allemaal identieke balletjes, maar hij ruikt natuurlijk dat daar niet het juiste balletje tussen zit. Ik hoor hem snuiven en graven. De ton met speelgoed moet er ook aan geloven……

Plagerig piep ik met het balletje in mijn hand. Het exemplaar dat hij zoekt! Het wordt stil achter de bank. Ik zie zijn verbaasde kop opduiken om poolshoogte te nemen. Verbouwereerd staart hij naar mijn handen. Heeft de vrouw daar nu nog een balletje? 

Opgewonden zit hij voor me. Zijn wangen opgeblazen van blijde verwachting.

Ik gooi de bal weer naar hem toe en deze keer vangt hij em moeiteloos. Kijkt me verbijsterd aan. ‘Verrek, dit is echt die bal, die ze net achter de bank heeft gegooid. Krijg nou wat….’ en weg sprint hij. Verdwijnt achter de bank om daar met die bal in zijn bek op zoek te gaan naar diezelfde bal.

Verward komt hij terug rennen. Hoe kan dat nou? Dit Carbonaro Effect? ‘Wat heb ik nou aan mijn hondenneus hangen?’

En nog eens doorzoekt hij de ballenbak, de speelgoedton, kijkt grondig tussen de kattenkussentjes………. Maar niets te vinden, dat de bal in zijn bek is. Genoeg overigens dat er op lijkt…..

Oh, wat moet ik weer lachen om mijn ventje. Zoals ongeveer elke avond!

Ik verlos hem maar uit zijn lijden, door een ander spelletje te beginnen. Waar hij zich vol overgave in stort. Wat is het toch een heerlijk schat. Mijn grappige manneke. Mijn gekke smurf. Mijn heerlijke hondje.

Puppies! Hondjes! Jong grut! De doktersassistente is weer aan de hond. Een hond maakt gezond. Mijn trouwe vriend en leermeester wijkt alweer elf jaar niet van mijn zijde.Waflied op onze viervoetige vrienden.

Vandaag is het stralend weer. Tegen half elf sleur ik Varkentje door de stad richting dokter. Het is weer tijd voor mijn serie prikken. Twee keer per week B12, Gencydo ofwel citrus en Iscador ofwel Visca Album ofwel maretak.

Alle drie de prikken zijn loeders. Citrus prikt bijtend alsof je gestoken wordt door een megawesp. B12 is een kloterige spierprik. Vista Album heeft het in zich om een dode tot leven te wekken. Ingespoten ontstaan er een megamuggenbult, die dagenlang blijft zitten. Tegen de tijd, dat de zwelling eindelijk is verdwenen is het alweer tijd voor de volgende injectie….

Hoewel vervelend om te ondergaan is de uitwerking van deze serie fenomenaal. De citrus zorgt ervoor, dat ik verschoond blijf van bijholteontstekingen, de B12 doet wonderen voor mijn zenuwstelsel, de maretak tenslotte houdt me warm, werkt preventief tegen kanker en schroeft mijn immuniteit op. Pappen en nathouden, deze Heks.

‘Heb je al gehoord dat ik weer een hondje heb?’ De assistente kijkt me vrolijk aan. Ze heeft me al een tijdje niet geprikt, dus ik heb niets gehoord. Honden zijn voor veel mensen nu eenmaal geen onderwerp van gesprek. Behalve voor hondengekken, zoals wij.

‘Wat leuk, vertel, heb je een foto, is het een pup?’ Heks weet dat deze dame al jaren smacht naar een hondje nadat haar Jack Russel naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken. ‘Nooit meer een Jack Russel!’ roept ze al tijden. Deze piepkleine hondjes zijn niet voor de poes. Ze hebben het karakter van een bloedhond. Niet in verhouding met hun kleine gestalte.

‘HIj is alweer vijf maanden hoor, maar wat een maanden! Het is toch zoveel werk, zo’n pup. Ongelofelijk!’ Heks herinnert het zich nog heel goed. Ik had een complete jet lag de eerste tijd met Ysbrandt. De godganse dag en nacht rende ik met een hondje onder mijn arm de trap af om hem een buiten een plasje te laten doen. Of een piepklein drolletje te laten draaien…..

Natuurlijk heeft ze foto’s. En ook een filmpje! Haar dochter van vijf staat naast haar nieuwe viervoetige vriendje. ‘Zit!’ roept moeder. De twee gaan zitten. ‘Lig!’ En hop, ze ploffen languit op de grond. ‘Buikje!’ Ze rollen allebei zijdelings een andere kant op. Wat grappig!

Mijn hondje is alweer een heer op leeftijd. ‘Loop een beetje door, oude man,’ mopper ik regelmatig als hij weer eens enorm loopt te sukkelen. Gelukkig is hij ook een beetje doof…..

Ik herinner me nog als de dag van gisteren, dat ik opeens met een hondje in een poezenmand naar huis reed. Een piepkleine pup. De eerste nachten sliep hij in mijn armen. Hij snikte als een kind om zijn moeder, broertjes en zusjes. Het is mijn beste vriend geworden. Eerst een kleuter, toen een peuter, toen een puber, jaren in de kracht van zijn leven en nu een oude man.

Ik dank godin op mijn blote knietjes dat dit ventje in mijn leven is gekomen. Elke ochtend staat hij te springen aan het voeteneind van mijn bed. ’s Avonds zit hij lekker tegen mijn knie geleund naast me. Dagelijks ben ik zielsgelukkig  als ik mijn kereltje achter een balletje zie rennen. Hij is mijn grote leermeester en mijn kleine schat. Woef!