Ik hou van mijn. Tegen de klippen op. Ik bent zo lief. Ik zet mijn wereld op zijn kop. Wiens kop? Dat wil je wel weten. Mijn eigenste kop gaat over de kop! Niet meer vergeten! En kop op! En: ‘Schilder me, Heks, laat de beelden komen. Ik waak in je dromen. Je voelt je geveld, uitgeteld, maar het beste moet nog komen…..’

Hoe is het met je eed, Heks? Doe je er iets mee? Ben je bezig? En wat doe je dan? Hoe werkt dat, zo’n eed? En geloof je het nu zelf helemaal allemaal? Vragen, vragen.

Heks zit weer in de zon op haar balkon. Helaas is het weer lekker weer vandaag. Gisteren heerlijk in de regen gefietst met mijn hondje, zonder hierbij gehinderd te worden door allerlei hardlopers en fietsers. De absolute asocialen van het Corona tijdperk. Verslaafd aan het zo snel mogelijk van A naar B jakkeren. Op een paar dure sportschoenen of een onbetaalbare fiets.

Zonder daarbij rekening te houden met wat er op hun pad komt. Ze lopen desnoods dwars door je heen. Afgelopen week kwam er een tegenligger met een minachtende uitdrukking op het gezicht met zijn racefiets recht op Heks af. Alleen maar omdat ik ruimte vroeg om te passeren.

Hij nam met zijn wielrenmaatje, gezellig naast elkaar stoempend, het halve fietspad in beslag en vond dit provocerende gedrag het juiste antwoord op mijn verzoek.

Ik heb hem uiteindelijk een lel met een dummy van VikThor gegeven. Net voordat hij mij kon raken! Gisteren alleen maar uitgescholden door drie dikke jonge Moslima’s, die met zijn drieën op het fietspad liepen te wandelen. Kamerbreed naast elkaar. Met achterwerken waar Kim Kardashian jaloers op zou zijn.

Mijn verzoek om me te laten passeren levert een scheldpartij van jewelste op. Heks moet haar bek houden. Me dit en me dat. ‘Hoer’, schreeuwt de meest ordinaire van het stel tot slot, ‘Vieze lelijke dikke ouwe hoer!’

Een paar jongens met dezelfde etnische achtergrond lopen een stukje verderop. Ook midden op het fietspad. Zij maken ruim baan voor Heks. Grote glimlach. ‘Dat kan toch echt niet, mevrouw, u daarvoor uitschelden,’ zegt 1 van de knapen. De schat maakt het weer een beetje goed.

‘Het is al de tweede keer, dat ik zo wordt behandeld door dames met hoofddoek. Binnen een week! Ik weet, dat de meeste moslimmeisjes keurig thuis zitten te studeren. Maar als ze ordi zijn, dan zijn ze het ook goed. Mijn God,’ verzucht ik later tegen de Don. Wat mankeert die meiden?

Vanmorgen zit ik dan huilend voor de televisie. Een tearjerker film van jewelste brengt een stroom tranen op gang. Ik heb ook nog eens heel slecht geslapen. Wat verbrokkelde uurtjes bij elkaar gesprokkeld en daar moet ik het dan mee doen. Ik weet me met mezelf geen raad. Hier zit ik dan. In mijn eentje op een flatje. Met een lijf wat niet wil. In dit Corona-tijdperk.

Mijn kleine universum op zijn kop. Alleen. Alleen. Met een depressie van heb ik jou daar op de loer. Die morrelt al jaren aan mijn bestaan. Mijn overgrote woede is in feite een manier om niet inert bedlegerig te geraken. Zonder mijn woede had ik het niet gered.

Eindelijk kom ik op een punt, dat ik mijn eigen gevoelens en gedachten mag hebben. Voorheen had ik ze natuurlijk ook wel. Maar privé. Achter de voordeur. Zodra er mensen aan te pas kwamen, met name mensen die me lief zijn, raakte ik al snel in de verdunning.

Iets, dat me ook nu nog wel gebeurt, hoewel ik er helemaal niet meer tegen kan. Dat gedrag van mezelf. Pleasen en bevestigen. De ander voorop zetten. Alles om de lieve vrede te bewaren…..

Dan heb ik ook nog eens moeite met mijn nieuwe gedaante. Ik voel me er niet echt beter bij. Soms verlang ik zelfs terug naar die ouwe gezellige deurmat. De lieve pleaser. De positieveling. De eeuwige lieveling.

Ik kan intussen ook steeds beter zien, hoe dat proces van verdunning in zijn werk gaat. Hoe ik de eerste vijfendertig jaren van mijn leven op eieren heb gelopen. Hoe ik uiteindelijk toch zo’n belangrijke dierbare teleur heb gesteld. Hoe mijn moeder me dat nooit heeft vergeven. Ik was van haar. En niet van mezelf.

Een fenomeen, dat je vaker ziet bij moeders en dochters. Ik in elk geval wel. Sinds mijn ogen open zijn gegaan. Er is zelfs een televisieprogramma over gemaakt.Een hele serie afleveringen! Waar ik bijna niet naar kan kijken. ‘sMothered‘.

De ondraaglijke pijn om te worden afgerekend op wie je werkelijk bent. En het enorme verdriet, dat je blijkbaar niet goed bent zoals je bent. De schrik om de woede van mensen, omdat je het niet met hen eens bent. De diepe wond in Heks. Op haar veertiende is ze begonnen met helemaal haar bek te houden. Uit lijfsbehoud.

Total shut down.

Heks lijkt dan wel zo mondig en strijdbaar, maarrrrr……..

Ik heb paralel aan mijn leven geleefd. Steeds gericht op die ander. Conflictvermijdend. Sussend. Begrijpend. ‘Achterlijk loyaal’ zoals Peter van der Hurk het noemt.

Elke avond weer uren bezig om de boel van binnen weer op orde te brengen. Pogen om tussen mezelf en mijn bezette zelf overeenstemming te bereiken.

Het helpt ook niet mee, dat ik vannacht weer snotverkouden was. Na de niesbui van iemand, op slechts een paar meter afstand van Heks,  ben ik er niet gerust op, wat zich in lijn lijf afspeelt. Ik druppel Colloïdaal Zilver in mijn neusgaten. Gorgel met hetzelfde spul. Het zou moeten helpen tegen dit virus.

Er zit een tenenkrommende folder bij de grote fles, die ik heb aangeschaft. Het is, dat ik dit antivirale middel ken uit het AIDS-tijdperk. Het is dat ik weet, dat het geen gebakken lucht is, dit middeltje. Afgaande op de uitermate arrogant opgestelde bijgesloten brochure had ik de fles zo het raam uit gekeild….

En de Zwarte Dame dan, je eed? Dit is allemaal meer van hetzelfde gejammer, Heks. Over je onbegrepen bestaantje…..

Op televisie zie ik een man van het Leger Des Heils. Schiet me maar lek in welk programma. Ik zap langs en blijf hangen. De man vertelt wat hij voor zijn getroebleerde medemens probeert te doen.

‘Ik probeer het met hen uit te houden,’ Het is een ongelofelijke schat van een kerel, ‘Ik heb ontdekt, dat dat het allerbelangrijkste toch is om naar iemand te luisteren. Echt luisteren! Dat valt soms niet mee. Je moet het uithouden. Niet gelijk met een oplossing komen, dat werkt averechts. Heel soms ga ik hiermee nog in de fout, maar oplossingen aandragen werkt voor geen meter.’

Het met elkaar uithouden. Zonder oordeel gewoon luisteren, naar wat er in de ander leeft. Dus niet de ander dwingen om iets te zeggen of voelen, wat niet van die persoon is. Of het probleem eventjes te verklaren en op te lossen. Of roepen, dat heb ik ook en het gesprek te kapen…….

Holding Space is de term in de psychologie voor dit verschijnsel. Thich Nhat Hanh noemt het deep listening. Niks terug zeggen. Niet reageren. Vooral niet jouw persoonlijke mening er lekker overheen sproeien…….

In Plumvillage wordt altijd enorm geoefend met deze manier van naar elkaar luisteren tijden het dagelijks ‘dharma delen’. Je ‘darmen delen’ grapten we hier vaak over. Your gut.

Ook in deze kloostergemeenschap vinden mensen het vaak moeilijk om alleen te luisteren. Heks heeft, na het delen over haar leven met die rare ziekte, echt wel mensen over zich heen gekregen, die me direct een oplossing aanreikten.

In de vorm van hele dure behandelingen in verre oorden. Waarbij geen enkele garantie wordt geboden, dat je ook daadwerkelijk geneest. Menigeen voelt zich na alle aandacht van een set behandelaars veel beter na een tijdje. Maar je hoort zelden iets over de langetermijneffecten. Of die er zijn. Genezen doen die mensen in elk geval niet.

Zo jammer, want het doet het effect van deze benadering, het met iemand uithouden, deep listening, te niet. Je houdt er een juist enorm kutgevoel aan over.

Heks is ook wel eens enorm opgeknapt van haar kwaal. Ook ik dacht toen, dat het kwam doordat ik zo mijn best deed. Door het dieet, de accupunctuur. De paranormale behandelingen, het feit, dat ik mijn leven drastisch had omgegooid…..

Ik dacht dat het belangrijk was om te denken, dat ik werkelijk genezen was. Ik heb dat een ook jaren volgehouden, terwijl ik ondertussen nog vrij veel last had van mijn kwaal. Maar ik werkte weer. Ik deed weer een beetje mee. Dus weg met het idee van die ingebeelde ziekte…….

Maar de ziekte heeft met nederig gemaakt. Door keihard terug te komen. Door niet meer te reageren op het ‘mijn gloeiende best doen’. Ik ben tegenwoordig voornamelijk bezig om er binnen de mogelijkheden iets van te maken. Daarom doet het zo ontzettend zeer, als ik me weer moet verdedigen, dat ik nog steeds niet op wonderbaarlijke wijze genezen ben……

‘Heks, je moet je nooit meer verdedigen. Daarmee geef je heel veel macht aan hele domme mensen…’ drukte Peter van der Hurk me jaren geleden alweer op het hart.

Dus ik ga me dan ook niet verdedigen, voor alle woede, waar ik de laatste jaren tegenaan ben gelopen in mezelf. Mijn woede heeft me gered. Het heeft dat kleine cirkeltje doen ontstaan , waarop ik kan staan. Met mijn eigen gevoelens en gedachten. Waar jullie het absoluut mee oneens mogen zijn. Maar ze zijn wel ‘Van Mijn’.

Heks moet lachen. Die tekst wilde een grote liefde van me op zijn enorme buik laten tatoeëren. Nadat hij dertig kilo was aangekomen door de antidepressiva. Ja, humor moet ons redden!

Ik brandt een kaarsje en een geuroffer voor de Torenvrouwe. Als ik wil gaan schelden roep ik haar naam. Het valt me eerst niet eens op. Pas na een paar dagen begint het me te dagen. Durf ik ook hier haar steun in te vragen.

‘Schilder me, Heks, laat de beelden komen. Ik waak in je dromen. Je voelt je geveld, uitgeteld, maar het beste moet nog komen…..’

 

 

 

 

Zwemmen! Heks krijgt het bij voorbaat koud. Toch ga ik dat bad weer in. Het moet. Het zal. Vooral nu mijn meerbadenkaart onverwacht toch is verlengd!

Vandaag ga ik zwemmen. Momenteel lig ik moed te verzamelen. En uit te deuken van een zeer onrustige nacht. En bij te komen ook. En mezelf bij elkaar te harken. En bij voorbaat alvast extra te rusten. Want vandaag, straks, ga ik zwemmen.

Ik lag overigens al om een uurtje of vijf in bed gisterenmiddag. Helemaal verrot na een wandeling met de hond. Repeteren met het koor de dag ervoor. Het weekend met het feestje. Uitgeput. Opgesoupeerd.

Als ik de televisie aanzet zie ik dat die verdraaide verkiezingen aan de gang zijn. Potverdrie. Moet ik mezelf weer uit bed hijsen en in de kleren. Moet ik mezelf weer reanimeren tot menselijke proporties. Zal ik eens een keertje overslaan?  Heks, die altijd stemt. Ik ben het wel eens vergeten in een vergelijkbare situatie……

Eerst maar eens op zoek naar die verduvelde stempas. Moet ergens in de stapel met folders en post liggen. Na enig spitten vind ik em zowaar. Oh, het zijn er twee. Ik heb eventjes niet opgelet.

Moet ik ook nog eens over die nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) stemmen. Die griezelige Big Brother kutwet. Waarbij de politie in je onderbroek kan kijken. Straffeloos. Bah. Voor een enkele verdwaalde terrorist. Zum kotzen!

En: Een referendum. Huh? Daar deden we toch niet meer aan in Nederland?

Ik hijs me dus maar weer uit bed. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik niet mijn stem tegen die wet zou hebben verheven….. Trillerig eet ik een hapje. Rust daarvan weer uit. Kan ik alweer lopen? Ik moet toch de deur uit. Is er alweer genoeg brandstof in de benen? Zijn de zweetaanvallen geluwd? Doet mijn hoofd het alweer? Want de hersenpan stond ook uit ontdek ik net……

In het stembureau is het druk. Er staat een rij van hier tot Tokio. Ik hang op mijn benen te dweilen. Ik wip van voet op voet. Duizelig en draaierig. ‘Schiet op, stelletje slome duikelaars,’ maan ik mijn voorgangers inwendig. Ik lees ter afleiding de poster over ‘Uw gedrag in een stemhokje’.

Huh? Wat doen mensen zoal in die stemhokjes dat je er een gedragscode voor moet opstellen? Mijn belangstelling is gewekt. En zo overleef ik het kwartier totdat ik aan de beurt ben. Met hangen en wurgen.

Zo. Dat is dan weer een lekker verslag van zo’n halvezolige dag. En ook vandaag zie ik het somber in. Ik ga zwemmen, terwijl ik niks over heb. Tricky. Maar ik moet ook zwemmen. al is het maar om mijn ledematen op termijn enigszins in de kom te houden.

Momenteel ploppen mijn schouders alle kanten op. Je kunt het zelfs horen. Ploppederplop! Met enige regelmaat kijkt iemand er vreemd van op. Wie is die heks? En waar verstopt zij kabouter Plop? Onder haar oksel soms?

Ik mag blij zijn dat ik weer ga zwemmen. In december was mijn kaart met nog 52 baden daarop verlopen. Door allerlei fysieke ellende heeft Heks veel te weinig gezwommen de afgelopen jaren. ‘Dat is altijd hetzelfde bij u. Schrijf maar een brief, misschien dat u respijt krijgt, maar ik geef u weinig kans,’ bitste de medewerksters achter de kassa.

Honderd euro door de plee, omdat de dames van de kaartverkoop niet dol zijn op Heks. En dat is een understatement. Ze hebben gewoon de pest aan me. Dat gebeurt me vaker. Meestal zonder enige reden. Zoals honden direct antipathie kunnen voelen voor een wildvreemde andere hond, voelen bepaalde vrouwen iets dergelijks zodra ze Heks in het vizier krijgen. Het zal wel. Ik ben vast niet de enige, die dit lot treft.

Zo heb ik dan die brief geschreven. Niets op gehoord. Uiteindelijk bel ik het zwembad. ‘Hoe staat het met de brief?’ ‘Welke brief?’ ‘De brief is zoekgeraakt met de post,’ verzekert de vrouw aan de telefoon me. Goh. Hoe kan ze dat nu weten? En toch wel weer heel toevallig. Ik heb sterk de indruk dat ze er gewoon mee in haar hand zit.

Nu moet ik dan een mailtje gaan sturen. Vooruit maar weer. Ik stuur de mail een paar keer. Vanaf verschillende mailadressen. Zodat ie zeker aankomt….. want bij zwembad de Zijl is niets zeker.

Tot mijn verbijstering krijg ik onderstaand mailtje terug:

Wij hebben uw badenkaart met nog 53 bezoeken met 1 jaar verlengd. Dit hebben wij al op 10-12-2017 voor u
gedaan.
U kaart is hier mee geldig tot 10-12-2018.
Wij hopen u hier mee tegemoet te zijn gekomen
Met vriendelijke groet Team spa

Dus die caneira’s achter de kassa hebben gewoon wel mijn kaart verlengd, maar tegen me gezegd dat ik de rambam kon krijgen. Bizar. Ik had al drie maanden kunnen zwemmen potverdorie.

‘Jij hebt dat toch ook gehoord, Saar, dat die vrouwen aan de kassa me de deur wezen in december?’ Mijn vriendin heeft het ook gehoord. Ze stond er bij en keek ernaar. ‘Heks, te gek voor woorden dit. Laten we als de donder die kaart opzwemmen en naar een ander zwembad gaan. Het is hier altijd wat!’

Zometeen ga ik zwemmen. Ik zie er als een berg tegenop. Omdat ik zo moe ben en verrot. Omdat alles pijn doet en dat voel je ook in het water. Omdat het zo koud is. Omdat ik daarna uren geen pap kan zeggen.

Waarom doe je het dan Heks? Om mijn gewrichten weer in de kom te krijgen. Een beetje spiermassa rond de kommen scheelt enorm. Het is dus uit lijfsbehoud dat ik mezelf dit aandoe. Niet om te genieten. Ik zeg het maar eventjes om misverstanden te voorkomen. Maar wie weet geniet er ik er toch van. Eventjes. Tussen de opstartpijnen gedurende de eerste tien baantjes en het in elkaar storten na de vijftiende…….