Een paar weken geleden wil ik nietsvermoedend mijn scootmobiel uit de berging halen. Ik open de deur en stommel de berging in. Maar als ik wil instappen zakt mijn mond wagenwijd open: Een flink deel van het apparaat ontbreekt!
De behuizing van het motorblok is foetsie. Toch niet iets, wat je onderweg verliest. Ook heeft de behuizing geen pootjes. Het is niet zelfstandig mijn berging uitgewandeld.
Wat nu weer? Heb ik mijn karretje voor de deur laten staan? Nee, dat doe ik niet meer, want dat levert me standaard een lekke band op. Of er zit poep uitgesmeerd over het gaspedaal. Ik heb nog steeds last van een Boze Buurman. Die pakt me, waar hij me raken kan.
Mijn vorige auto is door zijn toedoen op de sloop beland. De nieuwe staat ergens bewaakt geparkeerd. Kost veel geld. Maar hij blijft zo wel heel…..
Mijn hersentjes kraken in een poging te achterhalen, wat ik met mijn scooter heb gedaan de afgelopen dag. Hij heeft op 2 plekken geparkeerd gestaan. Beide plekken hebben bewaking. Maar bij de laatste was de portier al naar huis, toen ik het pand rond 5 uur verliet. Ik herinner me, dat er een spooky sfeer hing op het terrein.
Een overheidsgebouw. Daar nemen ze het niet zo nauw met de werktijden….
Ik plak het motorblok af met vuilniszakken, het miezert al dagen, ik wil niet onderweg stil komen te staan. Dan bel ik de serviceafdeling van het bedrijf, dat me mijn scooter heeft geleverd. Ze hebben het druk. ‘Het wordt vrijdag tussen 13.00 en 17.00.’
Lekker dan weer, eerst een paar dagen wachten en dan moet ik ook nog eens een hele middag thuisblijven. Ik bel een aantal afspraken af. Het is niet anders.
‘Waarschijnlijk hebben ze geprobeerd om uw accu’s te stelen. Het komt af en toe voor. Het is nu eenmaal het duurste onderdeel van een scootmobiel,’ gokt de monteur die bewuste vrijdag, terwijl hij een nieuwe kunststof behuizing om het motorblok plaatst. Ik denk dat hij gelijk heeft, die gedachte is ook in mijn heksenhoofd opgekomen.
Maar wanneer is het gebeurd? En hoe komt het, dat ik niks heb gemerkt? Het ontbreken van de behuizing is niet bepaald iets, dat je gemakkelijk over het hoofd ziet……
Er zijn in het leven altijd weer wonderbaarlijke zaken, die je niet kunt verklaren. En daar hoef je geen Heks voor te zijn!
Zo vliegt afgelopen voorjaar het plafond van mijn slaapkamer spontaan in de fik. Ik ruik een vreemd elektrisch luchtje en hoor zacht geknetter vanuit het elektrische contact in het plafond. Er zitten kroonsteentjes op de draadjes en de schakelaar van het contact staat uit. Maar toch sproeit een lichte vonkenregen losjes vanuit het contact richting mijn klamboe.
Dan slaan alle stoppen door en ontploft mijn stoppenkast. Slechts 1 groep doet het nog. Goddank, want zodoende kan ik middels snel aangeschafte kabels voorkomen, dat mijn vriezers ontdooien. Ook mijn waterbed is niets gedaan zonder een beetje stroom voor de broodnodige verwarming……
De elektricien, die een aantal dagen later de boel komt repareren is stomverbaasd. ‘Mevrouw, dit kan helemaal niet. Een contact, dat is afgesloten, kan niet spontaan in de fik vliegen….’ De man krabt achter zijn oren en kijkt me verbijsterd aan. Hij is vervolgens een hele tijd bezig om het probleem op te lossen.
Heks vertelt hem maar niet, dat ze toen het gebeurde net in haar bed pal onder het ontvlammende contact een brief zat te schrijven aan iemand, die is overleden. Op last van haar therapeut. Om alles wat die persoon Heks heeft geflikt van zich af te schrijven. Dat is nogal wat. Het was dan ook best een lange brief.
‘Heb ik er dan aperte onwaarheden in gezet? Of heb ik respectloos over die persoon geschreven?’ vraag ik me af. Ik lees de brief nog eens door.
Nee, er staat niets onwaars of gemeens of raars in. Gewoon de naakte waarheid. Is de betreffende ziel er nog niet aan toe, om die onder ogen te zien? Wil de ziel me over het graf heen nog met de dood bedreigen, als ik mezelf uitspreek? Monddood maken? Letterlijk?
Of is het allemaal toeval? Is mijn plafond spontaan en onverklaarbaar in de fik gevlogen? Net toen ik die gewraakte brief schreef?
Heks gelooft niet in toeval, toevallig. Ik geloof in draken en eenhoorns en praten met dierbare doden. En in altijd je gloeiende best doen. En in opnieuw beginnen.
Een heel fris nieuw jaar ligt voor me. Boze buren, nijdige dodelijke doden, misselijke mispunten met een dubbele agenda? Ik laat ze los en hoop dat ze voor eeuwig verdwijnen uit mijn leven.
Maar ik laat me niet meer de mond snoeren. Door niemand. Nooit meer. Dat je het maar weet!
Zondag slaap ik lekker uit. Ik ben aan het vooruitrusten. Of vooruituitrusten. Ik hou mijn gemak, zodat ik dinsdag genoeg energie heb om oud en nieuw te vieren.
Ik worstel opnieuw met een virusje. Die wil ik ook de deur uit bonjouren voor het nieuwe jaar. Een schone lei, ook wat betreft mijn virale bezoekers.
In de loop van de middag rijd ik een rondje door de stad met de woefies. Ik laad mijn monsters in mijn autootje en we gaan op weg naar Santiago. Die zit met smart op ons te wachten. We gaan de brandstapel op het strand van Scheveningen bekijken.
Altijd tricky natuurlijk, om je als Heks zijnde in de buurt van een brandstapel te begeven. Maar Santiago heeft geen snode plannen gelukkig.
We gooien de hondjes bij Moeders naar binnen. Deze krasse 93 jarige is gek op mijn monsters. En vice versa. Freya springt direct op de bank. Iets dat thuis niet mag. Maar hier gelden andere mores.
Santiago en Heks paraderen over de boulevard. Het is een drukte van belang, iedereen komt even kijken naar de opgestapelde pallets. Voorpret!!! De brandstapel is indrukwekkend. Daar past een dozijn covens heksen op. Met gemak.
10 meter lang, 10 meter breed en 10 meter hoog. Dat gaat wel fikken komende dinsdag.
‘Voordat het mis ging een aantal jaren geleden was die stapel 3 keer zo hoog,’ vertelt Santiago, ‘Levensgevaarlijk natuurlijk, door de onstuimige zeewind en het feit, dat het zand soms helemaal verzakt, zodat die stapel schots en scheef komt te staan. Maar wel echt spectaculair…..’ verzucht hij vervolgens. Heimwee in zijn stem. Kwajongensheimwee.
We gaan boodschappen halen en hondjes uitlaten. Dan kookt Santiago de sterren van de hemel in zijn moeders ruime keuken. Niets zo sexy als een man, die lekker koken kan! Gedrieën vallen we aan. Kopje koffie toe. Zo gezellig!
In het appartement van mijn lief kijken we naar zijn diverse aquaria. ‘Deze is voor visjes met een voorkeur voor brak water,’ Santiago wijst naar de kleurrijke bewoners en vertelt me tot welke soort ze behoren. Hij gooit wat bevroren voer in het water. Alle hens aan dek! De visjes storten zich op het aas.
Dan komt er een draakje tevoorschijn vanonder het zand. Zijn woeste kopje schrokt grote plukken voer naar binnen. Zijn lange gevederde lijfje kronkelt achter hem aan.
Heks slaakt een kreet van verrukking. Wat een magisch diertje! ‘Er zitten er 3 in, alles bij elkaar, die anderen komen ook nog wel tevoorschijn…’
De Gobioides Broussonnetii, ofwel de drakenkopvis is een fascinerend diertje. Heks is er helemaal verliefd op geworden!
‘Ik kan hier uren naar kijken,’ verzucht Heks. ‘Ik ook, doe ik ook regelmatig…’ antwoordt mijn vriend.
Vroeger, toen Santiago nog zijn chocoladefabriek had, ging hij nog veel verder met deze hobby. Een enorm aquarium stond er opgesteld op de fabrieksvloer. Gigantische vissen sprongen een halve meter in de lucht, als je er iets eetbaars boven hield. Heks heeft het met eigen ogen gezien op een filmpje uit die tijd.
Vandaag is het de dag voor oudjaar. Op het journaal zie ik, dat de brandstapels in Scheveningen en het concurrerende Duindorp vanavond al in de fik gaan. Vanwege de harde wind, die wordt verwacht met de jaarwisseling.
Heks gaat het niet bijwonen, want vanavond komt mijn lief vriendinnetje Bella op bezoek. Zij is als de dood voor open vuur en eigenlijk alles wat fikt. Zelfs een kaars is haar al teveel. Of een waxinelichtje. Ze heeft dan ook ooit een uitslaande brand meegemaakt.
Voor ons geen brandstapel vandaag. We gaan gezellig bij de kerstboom zitten met een beker warme chocolademelk…….
Odin, mijn witte godenzoon, is nu ruim 3 jaar. Hij is volwassen. Het is een beer van een kat. Spierwit. Een ijsbeer.
Ondanks zijn indrukwekkende gestalte is het een ongelofelijk schatje. Zodra ik in mijn stoel ga zitten komt meneer kopjes geven. Eindeloos. Zo probeert hij Heks te verleiden tot een spelletje.
Zijn favoriete speeltje is een uit de kluiten gewassen speelgoedmuis aan een touwtje. Als een dolle stort hij zich op deze prooi. In een onbewaakt moment sloopt hij de muis volledig. Er hangt nu nog slechts een vodje vacht aan dat touwtje. Ook vodje wordt genadeloos aangevallen…..
Ach Odin. Alle andere katten in huize Heks zijn op leeftijd. De zwarte panter is stokoud intussen. Afgelopen zomer krijgt hij nierproblemen. Bijna ben ik hem kwijt. Halfdood ligt hij in mijn grote bed. Een zwart hoopje ellende. Middels sluwe heksenlisten krijg ik vocht bij hem naar binnen. Ook lukt het me om hem aan het eten te krijgen.
Daar heb ik pilletjes voor. Antidepressiva. Bedoeld voor mensen, maar ze werken ook prima bij misselijke katten met nierziekte: Die gaan er weer van eten. En miauwen!
Na dagen doodziek te zijn geweest staat Ferguut opeens luid krijsend op de voordeur te bonken met zijn nog immer indrukwekkende voorpoten. Hij wil weer naar buiten. Hij is het binnenzitten zat. Het lukt me om hem nog anderhalve dag binnen te houden. Dan laat ik hem maar gaan. Op hoop van zegen.
Zo’n kat op straat geeft altijd gedoe. Hoe vaak is de panter niet zoek geweest? Hij heeft al zijn 7 levens opgesoupeerd tijdens zijn talloze avonturen. Goddank loopt hij tegenwoordig louter zijn vaste ronde door de buurt. Dan kruipt hij onder zijn struik in de steeg hier om de hoek. Daar zit hij dan lekker de boel te observeren.
Of hij zit hier voor de deur op het gevelbankje. Mensen gaan naast hem zitten. Meneer de Koekepeer wordt geaaid. Leuke meisjes kriebelen hem onder zijn kinnetje. Hij laat het zich heerlijk aanleunen.
Als hij er genoeg van heeft glipt hij weer met deze of gene mee naar binnen. Een schaduw. Onzichtbaar verstopt hij zich in het trappenhuis. Tot Heks haar voordeur weer open doet.
Een kat op straat is niets gedaan, dus ik ben blij, dat mijn andere katten gewoon hier op het dak blijven zitten.
Helaas is de witte reus ook weer zo’n ondernemend type. Afgelopen zomer springt hij van het dak en landt in de achtertuintjes van de buren. Met veel moeite krijg ik hem weer te pakken, het scheelt dat hij wit is, ik kan hem in elk geval wat gemakkelijker spotten dan de Schaduw…
Eenmaal weer binnen rent bij naar het balkon en springt direct opnieuw naar beneden. De lijer. Opnieuw ga ik op zoek in de binnentuintjes. Deze keer laat hij zich niet meer pakken. Hij blaast verontwaardigd naar me. ‘Baas laat me met rust, ik ben op avontuur…’
Nijdig ga ik onverrichter zake weer naar huis. Een paar minuten later staat hij opeens naast me in de keuken. ‘Ik wil eten!’
Het lukt hem dus om weer naar boven te klimmen is mijn conclusie. Maar hoe?
Heks hoopt dat het hiermee gedaan is. En inderdaad, hij blijft een hele tijd gewoon bovenop het dak zitten. Ik vergeet zijn capriolen volledig.
Tot enige weken terug. Odin is weer foetsie. Alle katten zijn binnengekomen om te eten, maar hij is zoek. Ik struin door de buurt, ik zoek in de tuintjes. Dan zie ik hem in de verte lopen. Zijn enorme spierwitte lijf blinkt in het maanlicht. ‘Odin,’ ik vlei zijn naam uit mijn mond, ‘Kom hier lekker schatje.’
Uiteindelijk ontwaar ik hem onder een struik. Hij kijkt me indringend aan met zijn schuine oogjes. Dan maakt hij zich los uit de struik en springt door de tuintjes naar de brandgang. Met reuzensprongen rent hij voor me uit. Even kijkt hij om of ik hem volg.
‘Kijk baas, goed opletten nu…!’
Dan rent hij aan het eind van de brandgang verticaal tegen de muur op, springt op de deurpost van de poort, nog een reuzensprong en…. hij zit weer op het dak.
‘Kijk, zo doe je dat, baasje, ik kan prima zelf thuiskomen. Dus hou op met dat irritante gezoek en gezanik.’
Vorige week ontsnapt Odin net als ik op het punt sta om naar bed te gaan. Hij struint door de buurttuintjes. Luid mauwend maakt hij zijn aanwezigheid kenbaar. Het is midden in de nacht. Alle buren slapen. Hun slaapkamer aan de kant van hun achtertuin…..
Opnieuw waag ik een poging om hem te pakken te krijgen. Tevergeefs. Uiteindelijk laat ik de balkondeur op een kiertje staan, zodat hij weer naar binnen kan. ’s Morgens ligt hij uitgeput te slapen in de vensterbank. Helemaal kapot na een nacht vol avonturen.
Nou, laten we maar hopen dat het bij de tuintjes blijft. Dat hij niet de straat op gaat, zoals de Panter. Dat hij zich verre houdt van het Boerhaave museum of de Schouwburg. Dat hij niet met een vrachtwagen mee gaat rijden en pas een half jaar later weer opduikt in Hoorn. Dat hij niet zwaargewond en graatmager terugkomt na weken opgesloten te zijn geweest in een schimmelig schuurtje of berging.
Ik vrees dat dit ijdele hoop is. Groot kans dat deze sneeuwpanter in de voetsporen van zijn zwarte voorganger treedt.
Ferguut deed zijn naam eer aan, de boerenridder. Ik haalde hem na zijn ‘Grote Queeste’ op in het asiel in Hoorn. Alwaar hij residentie hield in de Ridderzaal…… Echt waar.
Hopelijk doet Odin zijn naam iets minder eer aan en verliest hij geen oog ergens onderweg…..
Kerst, kerst kerst. ‘Kerst heeft overgegeven in mijn huis,’ vertrouwt een heksenvriendinnetje me onlangs toe. Ik kan dat beamen. Traditioneel komt haar coven ook dit jaar een paar weken voor kerst bij elkaar in haar volgekotste kersthuisje om kransen te maken. Heks is natuurlijk van de partij!
Hete chocolademelk, glühwein, appeltaarten en nog veel meer kerstlekkers: De keukentafel staat er vol mee. Een dozijn bezemstelen staan opgesteld in de hal. De vers binnengevlogen heksen kwetteren dat het een lieve lust is. Kerst is toch echt ons feestje. Heidens tot op het bot. De wedergeboorte van het licht. De heilige equinox.
Een paar dagen later stort ik me op het optuigen van mijn kerstboom. Een heidens karwei. Er moeten ongeveer 6000 ballen en andere decoraties in worden gehangen. Gelukkig krijg ik hulp. Maar evenzogoed ben ik een hele dag bezig met versieren.
Na anderhalve week zijn mijn spieren weer een beetje uit de knoop gemarteld door mijn onvolprezen fysiotherapeut. Ik kan gaan werken aan het versieren van mijn keukentafel. Een bevroren wereld landt op het oude hout. Met een door trollen bevolkt sneeuwlandschap in de hoek.
Op kerstmiddag vul ik de vazen met bloemen. Ik gooi verse dennentakken onder de boom. Ik kalefater de kerstkrans op met vers groen. Ik steek een verrukkelijke geurkaars aan. Een zoete vleug sinaasappel, kruidnagel en kaneel drijft door de woonkamer en keuken. Mijn huisje bulkt van de midwintersferen.
Ik rijd nog een goeie ronde met de hondjes en ruim de laatste rotzooi op. Snel hul ik me in een kerstoutfit. Trek een kwast over mijn bleke toet. Lekker luchtje tot besluit: Ik ben er klaar voor!
Dan komt Santiago. We strijken neer bij mijn wonderboom. ‘Het is de eerste keer in mijn leven, dat ik op kerstavond bij een kerstboom zit,’ roept Santiago verrukt, nadat hij zich heeft afgevraagd of er nog een enkel kerstballetje bij past in die overvolle boom.
We drinken een sublieme Italiaanse wijn en Heks zet lekkere hapjes op tafel. En zoals altijd kletsen we elkaar de oren van het hoofd. Nooit gebrek aan een gespreksonderwerp met deze man.
Om een uurtje of 9 kuieren we op ons gemak naar de Hooglandse kerk. De stad is lekker rustig na dagenlang te zijn overlopen door winkelende hordes. Klokken luiden blij door de miezerige kleddernacht.
De kerk is heerlijk warm gestookt. En bomvol. ‘Het gaat slecht in de wereld, Heks, daarom zat het zo vol,’ redeneert Santiago later. En hij heeft gelijk. In tijden van nood kan iedereen wel een goddelijke vriend(in) gebruiken…….
Voor de dienst van start gaat zingen we een heleboel kerstliedjes. Dan komt er een Moslima met een vredesboodschap aan het woord. En daarna een rabbijn. En tot slot iemand van de Bahai, een geloofsgemeenschap, die alle religies omarmt.
Mijn kerk, waar God ook een vrouw is, verwarmt mijn hart met deze insteek. Het is een mooie dienst. Licht en blij lopen we een paar uur later weer naar huis. ‘Ik had begrepen, dat ik een whisky zou krijgen tot slot,’ grapt mijn lief. Ja, dat klopt. Ik drink altijd een lekker glas whisky na de nachtdienst. Om weer op te warmen na urenlang stilzitten in een koude kerk…..
Heks zet een glas Glenfiddich voor zijn neus. We proosten. We zoenen. Het leven is goed.
Alle kleine ergernissen van de afgelopen week smelten als sneeuw voor de zon. De vervelende mailtjes, die ik onder ogen kreeg, waarin schandalig wordt geroddeld over Heks. De walgelijke met krokodillentranen gelardeerde braakmail gericht aan mijn voortreffelijke advocaat, waarin ik word afgeschilderd als een volstrekt incompetente idioot. Net voor de kerst.
Heks kan slecht tegen gelieg. En dit epistel is 1 grote leugen. Maar niet mijn leugen. Ik hoef helemaal niks met andermans gelieg, gekonkel en gemanipuleer. Die tijd is voorbij. Ik laat alles lekker van me afglijden.
Dat is zo heerlijk van Santiago. Hij liegt nooit. Van alles flapt hij er uit. Ik hoef me nooit af te vragen wat zijn dubbele agenda is. Want die heeft hij niet. Zelfs als hij er zelf gekleurd op staat door een verhaal, zal hij het niet veranderen of aanpassen. Echt heel fijn.
Op kerstmorgen tover ik een heerlijk ontbijtje op tafel voor mijn schatje. ‘Ik ben toch zo blij, dat ik eindelijk mijn kippenservies eens kan gebruiken! ‘ roept Heks verrukt. Santiago ligt in een deuk. ‘Nou, Heks, ik ben blij, dat jij zo ongelofelijk in je nopjes bent met je kippenkerstontbijt …’ hikt hij.
Eerste kerstdag lig ik helemaal onderuit. Ik ben uitgeput van alle kerstvoorbereidingen en de drukte rondom een aantal concerten met mijn diverse koren. ‘Ik neem de hondjes mee, Heks, dan kun jij een dagje lekker uitrusten,’ stelt Santiago voor.
En zo geschiedt. Heks ligt gestrekt voor de televisie. Een hele godganse lange dag lang. Ik slaap en slaap. Kijk met een half oog naar een walgelijk zoete kerstfilm. En warempel, vandaag ben ik redelijk bijgetrokken.
Het is precies een jaar geleden, dat Heks nog eens iets schreef op dit blog. Geen fijn verhaal. Ik was weer eens in elkaar geslagen door een idioot. Dat gebeurt me nogal eens. Een paar weken geleden ben ik de dans net ontsprongen. Op weg naar een koorrepetitie werd ik achtervolgd in een park door een jongeman met goddank een slechte conditie. Ik reed in mijn scootmobiel. Zeker 50 meter lang hoorde ik hem achter me aan hijgen.
Pas toen ik mijn muziekstandaard uit mijn mandje pakte met de bedoeling hem in geval van nood eventueel een klap te verkopen, haakte hij af.
Daarna belde ik de politie. In het kort vertel ik wat er gebeurd is. ‘Ik ben niet meer in gevaar, maar er staan drie jongens in dat park, die er op uit zijn om iemand te grazen te nemen. Eentje heeft me een tijdje achtervolgd, maar ik kon weg komen. Ik heb zojuist een oud vrouwtje in een scootmobiel tegen gehouden, die het park in wilde rijden met haar hondje. Misschien kunnen uw collega’s even gaan kijken, voordat er echt slachtoffers vallen…’
Tot 2 keer toe gooide de politie de hoorn op de haak. De eerste keer, omdat ik niet direct kon uitleggen wat er aan de hand was. Ik was nogal van slag. De tweede keer, omdat mijn toon de agent niet aan stond. Bizar.
Aan de politie heb je echt niets. Na de molestatie vorig jaar december hebben ze alles in het werk gesteld om te verhinderen, dat Heks aangifte deed. Toen ik uiteindelijk dan bij gratie Gods aangifte mocht komen doen, werd ik door een hork te woord gestaan, die me bij voortduring nijdig onderbrak. En vervolgens riep, dat ik agressief was….
Ik heb zelfs een strafadvocaat moeten inhuren, omdat het idiote wijf aangifte tegen Heks had gedaan. En dat werd grif geloofd. Er werden foto’s van Heks gemaakt en vingerafdrukken afgenomen….
Goddank had ik mijn getuigen. En de filmpjes. Maar de officier van justitie was dan weer van mening, dat de vrouw in kwestie weliswaar fout zat, maar genoeg was gestraft. Waarmee en op welke wijze is me een raadsel.
Ze wordt niet verder vervolgd…..
De politie is bepaald niet mij beste vriend. Ze hebben me anderhalf jaar geleden midden in de nacht uit mijn bed gebeld, omdat ik een half bekertje water richting mijn buurman had gegooid, nadat hij weer eens een avondje bij me had staan belletje trekken. ‘Het komt in uw dossier,’ brulde de agent.
Die volgens mij dezelfde dealer heeft als mijn buurman, als ik zo zijn opgefokte gedrag beoordeel. Gecombineerd met het gegeven, dat mijn buurman maar met de politie hoeft te bellen, of die bewuste agent staat op mijn stoep. Voor iets onnozels. Meermalen gebeurd.
Maar het feit, dat diezelfde buurman deuken in mijn auto slaat, de tank leeg haalt, sloten van mijn auto molesteert…. Daar doet de politie dan weer helemaal niets aan.
Mijn geliefde kanariepiet is naar de sloop door toedoen van die buurman. Mijn nieuwe auto zat binnen 2 dagen alweer vol deuken. Camera’s mochten niet baten, want buurman kan ook heel goed over de grond kruipen en onderop het lakwerk beschadigen. Elke nacht was het raak. Zodra Heks naar bed ging, gingen de heren, gestoorde buurman en zijn domme broer, het autootje van Heks met een desastreus bezoekje vereren…….
Heks betaalt veel geld nu, om haar autootje ergens veilig te parkeren. Zodat die gek er niet bij kan.
We leven in een rare wereld. Of misschien zie ik de wereld eindelijk voor wat de wereld is: Raar. ‘Ja, maar jij bent toch echt een optimist,’ zegt iemand onlangs tegen me. Nee, niet echt. Ik heb helemaal geen hoge pet op, van wat er in de wereld gebeurt. Ik zie veel onrecht. Ondervind het aan den lijve.
“Maar jij probeert er toch altijd wat van te maken,’ vervolgt dezelfde persoon. Ja, dat is waar. Dat probeer ik altijd. Volop. Vol overtuiging en overgave.
Dus ja, ik ga maar weer proberen er wat van te maken. Het is weer kerst. Vorig jaar lag ik gestrekt met een hersenschudding. De jaren daarvoor was het Covid wat de klok sloeg. Maar dit jaar ga ik het lekker vieren met Santiago.
Sinds een half jaar ben ik heerlijk aan het daten met deze man. We doen allemaal leuke dingen. Het is een echte schat, die ook nog eens graag iets voor Heks doet! Dat ben ik niet echt gewend.
Een paar weken geleden lig ik gestrekt met een smerige griep. Bronchitis kruipt mijn longetjes in. Happend naar adem lig ik in bed te rillen. Santiago haalt de hondjes op. Ruim een week lang zorgt hij voor mijn monsters. Zo kan Heks rustig opknappen.
Na die week ben ik weer in staat om in het concert van mijn koor mee te zingen. Poulenc en Haydn. Ik verwacht er niet al teveel van. Waarschijnlijk wordt het een beetje krassen en playbacken. Maar nee: Een wonder: Heks zingt de sterren van de hemel. Mijn stem is volstrekt ontspannen. Alle hoge noten rollen probleemloos uit mijn mond.
We krijgen een dijk van een recensie in het Leids Dagblad. Heks is tevreden, blij en trots. Zingen is toch echt mijn lust en mijn leven. Maar ook dwarsfluiten is weer terug van weggeweest. Gisteren treed ik met mijn maatje op in een verzorgingstehuis. We begeleiden een kerstviering. Zij op de piano en Heks op haar oude trouwe hoogbejaarde fluit.
Het leven is goed in mijn kleine bubbel. Van de smeris moet ik het niet hebben. En van mijn familie evenmin. Maar ik heb een rijk en vervuld leven op de vierkante millimeter. Ondanks mijn gebrek aan energie. Ondanks alle pispijn en suffe kwalen.
Ik heb het schrijven gemist. Ik wil weer leuke verhaaltjes schrijven. Niet alleen maar over dingen, die me nijdig maken. Of over allerlei ellende in de wereld, in mijn wereld. Ik wil de gruwelijkheden van de afgelopen jaren achter me laten. Ik wil weer zingen met woorden. Ik wil weer spelen met taal.
Goede voornemens genoeg…..
Mijn huisje is weer helemaal in kerstsferen. Laat die feestdagen maar komen!
Twee jaar geleden wordt Heks in elkaar geslagen door Konijn. Hamsters kijken toe. Ze leggen het konijn geen duimbreed in de weg. Tegen de politie beweren ze achteraf, dat er helemaal niets gebeurd is. Hierdoor wordt mijn aangifte niet ontvankelijk verklaard. Ondanks alle medische rapporten over en de talloze foto’s van mijn gehavende lijf.
Het gebod ‘Gij zult geen valse getuigenis afleggen’ betekent niets voor deze christenen van lik mijn vestje.
Heks ligt helemaal in de kreukels. Ribben steken opeens uit. Ze is bont en blauw over haar gehele lichaam. Ze is zo hard in haar rug getrapt, dat ze een jaar haar mond niet kan opendoen. Omdat haar rug helemaal is ontzet. Eten is een crime.
Nadat een skeletair musculair arts voor een godsvermogen met hamers haar wervelkolom weer min of meer op zijn plek heeft getimmerd, gaat haar mond weer langzaam open. Die behandeling moet met enige regelmaat worden herhaald.
De emotionele pijn blijft. Als mensen, bij wie je je veilig zou moeten voelen, je zo laaghartig te lijf gaan…… Je wereld stort in.
Er is nooit een reden om iemand te mishandelen of in elkaar te rammen. Je blijft met je poten van je medemens af.
Afgelopen week rijd ik met mijn auto door de buurt op zoek naar een parkeerplek. Ik ben goed gehumeurd, want ik heb een heerlijke koorrepetitie achter de rug. Zingend rijd ik door de steegjes, speurend naar een parkeerplaatsje voor mijn kanariepiet.
Als ik op de hoek van een steegje richting de Oude Vest stop, alvorens deze op te draaien, duikt er een jonge vrouw op naast mijn auto. Ze loopt te bellen valt me op. ‘Weer iemand, die zich als een slaapwandelaar door het verkeer begeeft,’ schiet het door me heen. Ik gebaar naar haar, dat ze over kan steken. Ik geef haar dus voorrang. Heks is en blijft een pleaser…..
Ze werpt me een ijskoude blik toe en verdwijnt uit beeld. Ik sta te dubben. In de verte zie ik een parkeerplek, maar dan moet ik wel een enorm stuk achteruit rijden. Ik tuur of er tegenliggers aankomen. Ik meen iets te zin in de verte. Dus besluit ik om toch nog maar een rondje door de wijk te rijden. De kans bestaat, dat het plekje intussen bezet raakt.
Een snelle blik om me heen en ik draai de Vest op. Op de stoep naast mijn auto begint een iemand luidkeels te blèren. ‘You drive over me, you bloody bitch,’ gilt de vrouw, die ik zojuist voorrang heb gegeven. Ik stap uit, om te zien waar ze het over heeft. Heeft ze haar tas op straat laten vallen en ben ik er overheen gereden bijvoorbeeld?
Als ik om mijn auto heen loop zie ik dat er niks aan de hand is. Op een gillend hysterisch wijf na dan. Ze scheldt me uit voor rotte vis. Ik besluit verder te rijden. Mijn auto is geen krab, mijn kanariepiet kan niet zijwaarts bewegen……
Heks weet pertinent zeker, dat ze de vrouw niet heeft overreden. Het giftige dametje heeft geen contact gehad met mijn auto. Ze liep niet voor mijn auto, toen ik weer in beweging kwam. Ze liep naast mijn auto op de stoep. Ze is niet van voren onder mijn auto beland er en aan de achterkant weer onder vandaan gekomen. Ik ben niet over de stoep gereden, ik reed gewoon op de weg..
Ik heb geen bonk, hobbel, plof of wat dan ook waargenomen. Er zijn geen sporen te zien van contact met een menselijk lichaam waar dan ook op mijn stoffige wagentje. De vrouw mankeert niets. Ik ben wel enigszins verbijsterd over haar gegil en gekrijs.
Als ik terug mijn auto in wil stappen doet het gekke mens een charge. Ze neemt een aanloop en trapt keihard in de zijkant van mijn autootje. Ja, dat had ze nu niet moeten doen. Heks wordt nijdig nu. Eerst me vals beschuldigen en dan tegen mijn auto trappen?
Ik loop om mijn auto heen en spreek haar aan op haar gedrag. ‘Ik wil je adresgegevens,’ zeg ik kwaad, ‘Want je gaat betalen voor de schade,’ voeg ik eraan toe. De vrouw zwaait met haar telefoon in mijn gezicht. ‘I am filming you,’ krijst ze, terwijl ze me met haar mobiel om de oren slaat.
Ik veeg voor mijn gezicht, zodat ze me niet kan raken. Dat mislukt. Ze ramt het apparaat keihard tegen het bot boven mijn linkeroor. En nog eens bovenop mijn arme hoofd. Intussen dreigt ze om de politie te bellen. Heks moedigt dat aan. Graag. Dan kunnen we de schade afhandelen.
In plaats van de politie bellen blijft ze met haar telefoon meppen. ‘Ja, pak em maar af,’ krijst ze, als ik probeer te voorkomen, dat ik opnieuw geraakt word. Dan klauwt ze in mijn haardos en laat niet meer los. Meer dan een kwartier lang trekt ze plukken haar uit mijn hoofd, terwijl ik probeer los te komen.
Erg komen studenten voorbij, die lacherig proberen me te bevrijden. Het lukt niet. De kleine duivelin heeft zich in mijn haar vastgeklonken. Met ijzeren vuisten trekt ze als een bezetene aan mijn hoofdhuid. Ze gebruikt haar gewicht en hangt genadeloos aan het gepijnigde hoofd van de veel langere Heks.
Na een in mijn optiek eeuwigheid komen er een paar BOA’s af op het gekrakeel. Eindelijk laat mijn kwelduivel mijn hoofd los. Verdwaasd sta ik met een grote pluk haar in mijn hand. ‘Bewaar die pluk,’ zegt de BOA, die me heeft bevrijd, ‘Voor de aangifte…’
Dan komt de echte politie erbij. Als bij toverslag verandert de duivelin in een jammerend zielig vrouwtje. ‘Wij trappen echt niet in die krokodillentranen,’ zegt 1 van de BOA’s. Maar de politie trapt er wel in zal blijken!
De echtgenoot van het mens arriveert. Die heeft ze tijdens het gevecht gebeld. De eikel probeert me te lijf te gaan. Aanvankelijk niet gehinderd door de agenten. Hij heeft me bijna te pakken. Heks begint te schreeuwen, pas dan houden de agenten hem tegen…..
Heks zit 3 kwartier kotsmisselijk en verslagen in haar auto te wachten totdat alles is afgewikkeld, terwijl het serpent jammert en huilt. Ze hangt een bizar verhaal op tegen de mannen en vrouw in het blauw, er is intussen meer politie ter plaatse, waarin ze me beschuldigt van weet ik wat. Grote krokodillentranen rollen over haar zielige gezichtje. Haar schelle stem schalt verontwaardigd over de gracht over wat ik haar allemaal heb aangedaan…..
Een agent, die net is gearriveerd gelooft haar gelieg volledig. Hij zoekt me op in mijn autootje. Met koude ogen kijkt hij me aan. Hij raadt me ten stelligste af aangifte te doen. Het is maar een klein vrouwtje en ze heeft niet in mijn auto getrapt. Dat gelooft hij niet. Van zo’n klein zielig vrouwtje. En als ik aangifte doe, doen zij en haar man het ook….. En dan komt er een dossier over Heks. Over hoe hoe gevaarlijk en agressief ik ben en dergelijke…..
Heks is versteend. Helaas heb ik door de pakken slaag in mijn jeugd mezelf aangeleerd om te bevriezen. Ik jammer niet. Ik huil niet. Ik zit lijkbleek in mijn auto. Murw. Kotsmisselijk. De plukken haar heb ik verfrommeld tot een kluwen. Een grote kluwen. Ze heeft me enorm te pakken gehad.
Ik kom thuis is mijn lege huis. Geen man, die me verdedigt. Niemand bij wie ik nu terecht kan. Het is al laat. Iedereen slaapt.
Dan schiet het door mee heen, dat Kras misschien nog wakker is. Ik stuur haar een app en even later heb ik haar aan de telefoon. Tijdens het gesprek begint mijn hele lijf oncontroleerbaar te shaken. Ik schud bijna mijn stoel uit……
De nachten erna slaap ik niet. Soms zak ik even weg. Om met een schok wakker te schieten.
De volgende dag ga ik naar mijn huisarts. Geschokt luistert ze naar mijn verhaal. Ze bekijkt mijn kaalgeplukte gepijnigde hoofd. Mijn hoofdhuid is rood, dik en opgezet. ‘Dit is zware mishandeling, Heks, zulke plukken haar uit je hoofd trekken gaat gepaard met enorm veel geweld. Je hebt er een flinke hersenschudding aan over gehouden. Ik raad je ten sterkste aan om aangifte te doen.’
Ook slachtofferhulp is die mening toegedaan. ‘Uw bevroren reactie is heel gangbaar onder slachtoffers. U was gewoon in shock. Dat betekent niet, dat er niets is gebeurd.’
Dus maakt Heks een afspraak voor volgende week vrijdag. Op hoop van zegen. Want het is natuurlijk mijn woord tegen het woord van die psychopaat. En dat enge wijf kan liegen of het gedrukt staat en huilen op commando.
De kans bestaat, dat mijn aangifte niet ontvankelijk wordt verklaard. Ik heb gelukkig de getuigenis van de BOA, die me zag staan met mijn pluk haar, toen dat narcistische monstertje me eindelijk losliet. Maar of dat genoeg is?
Maar dan heb ik eindelijk geluk met een geweldsdelict, waar ik slachtoffer van ben. Voor het eerst in mijn leven. Een waar wonder. Ik vind getuigen, die precies hetzelfde verhaal vertellen als Heks. Ze hebben alles gezien! En ze hebben filmpjes gemaakt!
Er is een filmpje, waarop je haar die keiharde trap in mijn auto ziet geven. En er is een filmpje, waarop te zien is, dat ze me genadeloos aan mijn hare trekt. Al krijsend en schreeuwend. Heks doet niets terug. Ik val haar niet aan, ik gebruik geen geweld. Ik sta er eerlijk gezegd wat sukkelig bij. Wel roep ik machteloos, dat ze een idioot is. Dat dan nog wel.
‘Fijne dag,’ zegt de slager een dag na het voorval tegen Heks. Ik vertel wat er gebeurd is en dat mijn dag niet meer fijn gaat worden. ‘Klein vrouwtje in zwarte jas?’ vraagt de vrouw van de slager vervolgens. Als ik bevestigend knik vervolgt ze ‘Die heeft hier voor de deur laatst iemand helemaal staan afrossen….’ Heks weet niet of het dezelfde vrouw is, maar de gelijkenis is op z’n minst opvallend….
Vandaag ga ik naar mijn kapper. Vorige week zaterdag heeft ze mijn haardos een speciale Keratinebehandeling gegeven. Ze heeft toen goed kunnen zien, dat mijn haar gezond is zonder kale plekken. Een prima nulmeting.
Vandaag maakt ze foto’s. Ze is bereid een verklaring te geven omtrent de schade en wat er eventueel aan te doen is.
Mijn fysiotherapeut heeft een verslag over de schade aan mijn nek geschreven, door haar gehang een mijn lijf. En mijn huisarts heeft een rapport opgemaakt over de opgezette rode plekken op mijn hoofd. Intussen zitten daar allemaal blauwe plekken op. Ik slik me gek aan paracetamol. Het doet nog steeds verdomd veel pijn.
Er is NOOIT een reden om geweld te gebruiken. Ik ga achter deze duivelin aan. Ze heeft me ‘getarged‘, toen ik haar liet oversteken. ‘Dat zacht gekookte ei kan ik wel hebben, daar kan ik eens even goed mijn klotehumeur op botvieren,’ is er wellicht omgegaan in haar gemelijke hersenpannetje.
Ik ga er werk van maken. En ik heb goede hoop op een voor mij gunstige afloop. Die duivelin gaat genadelos door de mand vallen met haar hysterische drama en gelieg. Ik dank de Godin op mijn blote knietjes voor mijn getuigen. Maar liefst 8 studenten hebben vanuit het raam van hun huis van de voorstelling genoten. Ze hebben alle medewerking beloofd. Halleluja. Amen.
Heks ligt lekker in bed. Ik kijk naar het ene stomme televisieprogramma na het andere. Met 1 oog open. Dan klinkt er een vreselijk gekrijs in de steeg. Alarmerend. Freya schiet overeind. Verschrikt kijkt ze me aan.
Heks rent op een holletje naar de keuken, gevolgd door 2 opgewonden nieuwsgierige hondjes. We steken hoofd en koppen uit het keukenraam. In de steeg zit de panter. Zwijgend houdt hij een andere kat in de gaten. De veroorzaker van al dat lawaai.
‘Kkkisisissssttt,’ sist Heks. Het onbekende bakbeest verroert zich niet. Grote kattenogen loeren terug. Ik sis nog een paar keer. De krijskat wijkt een aantal meters naar achteren.
We rennen de trap af en door de berging. Ik gooi de deur open en de hondjes huppelen de steeg in. De vreemde kat is subiet verdwenen. Ferguut kijkt me verveeld aan. ‘Maak je niet druk baas, ik kan dat varkentje zelf wel wassen…’
De panter wordt oud. Zijn zwarte vacht zit vol kleine witte haartjes. Maar hij redt zich nog prima. Elke dag patrouilleert hij door zijn buurt. Hij inspecteert de vele hofjes en binnentuinen. Hij wandelt over oude muurtjes en balanceert door dakgoten.
Af en toe is hij een kleine week zoek. Zit hij weer in de Schouwburg of het museum een beetje cultureel te doen. Of heeft hij zich verschanst in een schimmelig schuurtje of morsige garage.
Ach, mijn panter. Die heerlijke zwerver. Met zijn grote zwarte kattenkop. ’s Nachts vleit hij zich op een kussen naast mijn hoofd. Dan ligt hij dan zachtjes te snorren. Elke ochtend krijg ik kopjes. Heel lekker wakker worden zo.
Alle voorbijgangers aaien mijn schat. Hij is een hele beroemde buurtkat.
Het laatste rondje met de hondjes loopt hij altijd mee. Soms ben ik al halverwege de steeg als een schaduw zich losmaakt van de muur. Groene ogen gloeien op vanuit zijn lekkere katerkop.
Ferguut is een uithuizig type. Nu het eindelijk wat warmer wordt is hij weer hele dagen op stap. Uitgehongerd komt hij thuis. Schrokkebrokt een grote bak voer naar binnen en valt op mijn bed in slaap.
Boskat kan hem niet uitstaan. Hij krijgt geen grip op deze dolende ridder. Dat monster trekt zich niks van hem aan. Laat zich niet onderwerpen, doet niet mee aan de heersende pikorde. Is een volstrekt autonoom wezen. Een outsider, eentje van de absolute buitencategorie……
Een uurtje later. Heks ligt weer lekker in bed met haar hondjes. Dan klinkt er opnieuw enorm kattenlawaai in de steeg. Nu herken ik het stemgeluid van mijn panter. Ik weet precies wat er aan de hand is. ‘Hij heeft een prooi,’ roepen een paar voorbijgangers ontdaan.
Weer rennen Heks en hondjes naar de keuken. Weer steken hoofd en koppen uit het keukenraam. En ja hoor. Daar staat de panter. Groot en gevaarlijk schreeuwt hij vervaarlijk. In zijn bek een spartelende muis.
‘Dank je wel schat,’ prijs ik zijn verdienste. Nu wil hij eigenlijk naar binnen om me het muisje persoonlijk te overhandigen. Maar daar heb ik slechte ervaringen mee. Wil ik zo’n muisje toch redden. Ik heb wel eens een muis weer buiten gezet. Hompelend kreupelde het arme diertje ervandoor. Om ergens een langzame wisse dood te sterven.
Maar dan: Hoor ik daar gekraak? Wordt het diertje levend vermalen door zijn bejaarde kattenkaak?
Ferguut heeft maar 1 bovenhoektand en 1 onderhoektand. De ontbrekende tanden zijn eruit gemept door die kolere Bengaal van de boze buurvrouw op de Lange Mare.
Het verhindert hem niet om een muisje te vangen. Mijn panter. Mijn boerenridder. Mijn fantastische avonturier.
Heks slaapt en slaapt, Doornroosje is er niks bij. Om de haverklap val ik om, om vervolgens uren in coma te liggen. Doodmoe word ik uiteindelijk wakker. Mijn vermoeidheid is een bodemloze put.
Ik droom, maar ik onthoud bijna niks. Sinds ik LDN slik zijn mijn dromen buiten mijn bereik. Bereed ik vroeger nachtmerrie na nachtmerrie, nu is mijn slaap saai en taai.
Maar vannacht droom ik van bloemen, een zee van prachtige bloemen. Ik word wakker met armenvol bloesems.
Na een lange nacht is het weer dag. Hemelvaartsdag. Het is nog steeds zo koud, dat ik met handschoenen aan de honden ga uitlaten. Maar op mijn balkon, uit de wind in de zon, is het goed toeven.
Ik ga een uitgesteld klusje doen. Iets met slangen. Ik zie overal slangen momenteel. Dit symbool van transformatie begeleidt me op mijn pad. Mooi is dat!
Ik balanceer op een ladder teneinde mijn tuinslang door het raam van mijn badkamer te wurmen. Afgelopen winter heb ik het ding verwijderd, om het raampje dicht te kunnen doen. Ik ben echter flauw van het gesjouw met gieters. De zomer komt er aan, nou ja, dat hoop ik. Dus er moet weer water stromen uit die slang.
Dan ga ik mijn spulletjes ophalen bij mijn gewezen vriendin. Ik rijd er heen en laad mijn vouwfiets in. En mijn oude fietskar. En wat schedeltjes, ooit van me geleend. Straalvergeten. En mijn reservesleutelbos.
Ik heb al 2 dagen stampende hoofdpijn. Een smerig virusje denk ik. Ook mijn stem is weg. Schor als een kraai, maar het geeft niks. Ik zie toch niemand momenteel.
Het zachtgekookte ei is hard geworden. Het zachtgekookte ei trekt een grens. ‘Jouw harde woorden,’ krijg ik terug, nadat ik die grens kenbaar heb gemaakt. Mensen houden er niet van als ik mijn grens aangeef. Dat is me al eerder op veel kritiek komen te staan.
‘Als jij aangeeft, dat je iets niet wilt trekt geen mens zich er iets van aan,’ zei een narcistische ex van me altijd. Hijzelf was het levende voorbeeld van dit gedrag. En hij had gelijk. Jarenlang kon iedereen alles maken bij me. Ik bleef eindeloos in de geefstand staan. In de vergeefstand. En in de aanpassingsstand. Niet zo goed voor mijn gemoedstoestand.
Maar die tijd is voorbij voor dit hardgekookte ei. Geen blij ei, want het is ontluisterend hoe ik hierop word afgerekend. Hoe woede mijn deel is, als ik niet langer alles pik. Hoe is word uitgemaakt voor keiharde egoïst, zodra ik een grens stel.
Ik moet er maar mee leven.
Onlangs neem ik mezelf waar als pure energie. Ik zie mijn energiepatroon. Mijn interactie met al die andere energiemanifestaties in de wereld. De lastige aspecten van mijn energievorm. Die hang naar eerlijkheid. Die hang naar autonomie. Ik zie, ik zie. Het bevalt me wel en niet.
Ik zal het ermee moeten doen. Er is niks mis met eerlijk zijn. Genadeloos. Wat anderen doen moeten ze zelf weten. Er is niks mis met autonomie. Ik heb een hekel aan verstrengelingen. Aan gerommel met energiedraden. Aan mensen, die in mijn kop inbreken. Of haken slaan in mijn middenrif.
Maar net als elk mens heb ik behoefte aan verbinding. De manier waarop ik dit deed werkt echter niet meer voor me. Ik ben aan het veranderen. Het proces is al jaren aan de gang.
Het heeft ook goede kanten. Ik zit niet langer urenlang als een konijn in de koplampen naar verhalen te luisteren, die me niet aanstaan. Of die ik al vijfduizend keer gehoord heb. Ik verdun niet langer. Ik drink niet langer een halve fles wijn leeg om het geklets te kunnen verdragen.
Ik laat me niet langer de mond snoeren. Ik accepteer niet meer, dat mensen hun agressie op me botvieren.
Dit alles is gezien mijn achtergrond een waar wonder. Niet langer slaafje en boksbal. Niet langer zacht gekookt ei.
Maar mijn zachtheid mag blijven. Grenzen stellen is niet hetzelfde als een keihard persoon zijn. Het komt alleen hard over bij degene, die die grens niet accepteert. En respecteert. Zo gaat dat met grenzen.
Pijn doen of pijn lijden. Soms moet je iemand pijn doen, omdat je anders zelf pijn lijdt. Nee zeggen kan heel confronterend zijn. Maar het mag. Het is een grondrecht van ieder mens. De meeste mensen leren dat zo rond hun tweede levensjaar. ‘Terrible two,’ de leeftijd waarop een kleuter op alles nee zegt.
Vandaag zo traag, een slak is er niks bij. Sloom en suf. En nog steeds moe. Het gaat maar niet over. Ondanks de vastenkuur. Er is wel iets gebeurd, maar lang niet genoeg. Ik ben mijn vissenkombestaan enorm beu.
Agressie is mijn deel momenteel. En het is veel. De haat en woede. Overal en nergens komt het vandaan. Ik blijf staan. Maar daar is het dan wel mee gezegd.
Het is nooit genoeg. Wat ik ook doe. ‘Niet genoeg, niet genoeg, niet wat ik van je eiste. Niet wat ik vroeg.’
Helaas valt er weinig te zeggen of begrijpen. Heks danst niet langer naar ieders pijpen. Ik wil komen in mijn eigen dans. Maar: Met dit lijf? Weinig kans.
Ik zoek een uitweg uit mijn lethargie. Maar het lukt niet. Ik blijf maar wroeten op de vierkante meter. Het gaat niet beter. Nee, het schiet niet op.
Niet klagen maar dragen. Er zijn wel erger dingen. Tel je zegeningen. En nog een dooddoener of wat.
Op zich een eeuwige optimist. Ik wou dat ik wist of het tij zal keren, dames en heren. Ik wou dat ik het wist. Voor ik eindig in mijn kist.
Veranderen, vervellen, transformeren. Leven wil me een lesje leren. Sommige conflicten laten zich niet keren.
Zo ben ik dan opnieuw onzeker en bang. Ik verlies al zolang. Er is bijna niks meer over.
Een dak boven mijn hoofd en genoeg te eten. Liefde van mijn dieren, innerlijk weten. Uiteindelijk komt het allemaal wel weer goed. Ongeacht of je je best doet.
Niet meer wringen in duizend bochten. Niet meer verdedigen en uitleggen. Grenzen hanteren, ik ben het aan ’t leren. Voor de zoveelste keer. Ik leer het ook nooit.
Vandaag zo traag en suf en moe. Het maakt niet uit wat ik zeg of doe. Voor sommigen blijf ik gewoon een melkkoe.
Mijn grenzen zijn hen een doorn in het oog. Ze willen er overheen, dat hoeft geen betoog. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Desnoods lekker drammen. Ik word vermaledijd. Lekker is anders.
Maar morgen, dan gaat het vast beter. Vandaag lukt het niet. Voor geen meter.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.