Driemaal is scheepsrecht en voor niets gaat de zon op. Heks gaat een hele dag naar de dierenarts op en neer. Met steeds een ander dier. Het eind is nog niet in zicht. Het is mijn plicht als baasje. Heks is vandaag het haasje…..

Dinsdagavond doet de panter weer vreemd. Hij wil niet eten, maar gelijk na binnenkomst weer naar buiten. Onrustig tijgert hij door het huis. Eet dan toch zijn bak leeg. Er is iets met mijn schat. In een opwelling kijk ik in zijn bek. En ja hoor, er is weer een tand uitgeslagen door die kloterige Bengaalse wilde kat van mijn hopeloze asociale buren.

Mijn grote zwarte kater mist nu zijn rechterhoektand boven en zijn linkerhoektand onder. Hij crepeert van de pijn. Ik geef hem een pijnstiller. Morgen maar eens de dierenarts bellen. Ik neem hem bij me in bed en streel zijn gekwelde koppie.

Pas vrijdagmorgen kan ik terecht. Het is dan ook geen echt spoedgeval. Die tand is er vrijdag ook nog wel uit. Ze hebben nog wel een plekje op donderdagmorgen, maar Heks heeft dan geen auto. Die staat bij de garage voor de jaarlijkse keuring.

Vrijdagmorgen ben ik al vroeg bij de dierendokter. Een piepjonge arts staat me te woord. ‘Dat restant tand en bot moet er waarschijnlijk wel uit worden gehaald,’ ze kijkt me verontschuldigend aan, ‘Anders kan het wel eens flink gaan ontsteken. Ik overleg het nog eventjes met een collega, die iets meer thuis is in gebitten….’

Op weg naar huis valt het me op dat VikThor zo raar doet. Hij doet de hele ochtend al vreemd. Schrikt zich een ongeluk van niks. Stopt zijn staart helemaal tussen zijn poten door tegen zijn buik. Wil niet in de auto springen, zodat ik hem er in moet tillen. Wat heeft hij nu weer?

Samen met mijn  hulp inspecteren we zijn staart. We zien dat zijn anaalklieren nogal vol zitten, zou hij daar zo’n last van hebben? Ook heeft hij zich afgelopen week meermalen versprongen. Is er iets mis in zijn bewegingsapparaat en krijgt hij steeds na inspanning last?

Mijn hondje gaat zo snel achteruit, dat ik rond het middaguur alweer bij de dierenarts zit. Een mij bekende jongeman. Die knijpt de anaalklieren leeg. Een smerige putlucht trekt door zijn spreekkamer.

Vervolgens onderzoekt hij zijn pootjes en heupjes. Strekt en rekt mijn ventje alle kanten op. Niets bijzonders te vinden. Ik krijg een stapel pijnstillers mee. ‘Hou hem maar een paar dagen rustig. Wat het ook is, rust doet altijd goed.’

Intussen heb ik hem ook over Snuitje gesproken. Ik heb volgende week een afspraak voor haar gemaakt, want ik vertrouw het functioneren van haar niertjes voor geen cent. En of de duvel ermee speelt lijkt Snuitje ook precies op vrijdag flink achteruit te gaan. Ze staat alsmaar te drinken uit de waterbak van VikThor.

Ook loopt ze ongelofelijk slecht opeens. En ze lijkt zo slapjes…..

Zo zit ik dan vrijdagavond alweer bij de dierenarts. Een grote naald verdwijnt eerst in Snuitjes nekje en daarna in een pootje. Ze weet nog maar 2.3 kilo. In januari was ze nog 2.6!

Ook heb ik thuis een plasje opgevangen. Alles wordt grondig onderzocht. En ja hoor, het zijn haar niertjes. ‘Geen suiker, schildklier is ook goed, maar haar nierfunctie is ernstig beperkt. Het is nog niet in de acute fase, maar ze moet wel per direct op dieet…..’

Zaterdag slapen we allemaal de hele dag. Tussendoor kijk ik naar een travestieten-talentenjacht. Geweldig programma. Heks heeft er als vrouwelijke travestiet erg van genoten.

Vandaag ontdek ik dat ik mijn prachtige elektrische vouwfiets kwijt ben. Geen idee wat ik ermee gedaan heb, maar hij staat niet meer in de berging. Paniekerig begin ik door de buurt te rennen. Vind em terug bij de slager voor de deur.

Als ik zo moe ben als ik nu ben doe ik dit soort stomme dingen. Hoewel niet met een ketting ergens aan vast heb ik de fiets gelukkig wel op slot gezet. Dat vergeet ik ook nogal eens onder zulke omstandigheden.

En goddank staat mijn peperdure fietsje er nog na een woeste uitgaansnacht in de drukke Haarlemmerstraat.

Dinsdag gaat de panter onder het mes. Dan worden de restanten tand en bot verwijderd, zodat de boel mooi geneest. Altijd spannend. Narcose is geen kattenpis.

Volgend weekend ga ik op koorreis. De helft van mijn beesten zitten in de lappenmand.  Pleegzuster Bloedwijn krijgt last van slijtageverschijnselen. Dat gaat nog wat worden. Op mijn tandvlees op vakantie……

MISSCHIEN EEN KLAPPERTJE VOOR DE PANTER?

 

Wakker worden van een droom: Heldere dromen zijn geen bedrog. Toch? Heks droomt een tegenvraag. Nu het antwoord nog…….

Afgelopen week word ik wakker van een droom. Dat is over het algemeen een teken dat die droom me iets te vertellen heeft. Maar wat droomde ik dan? Slaapdronken prent ik mezelf de beelden in. Ik creëer een paar triggers op cruciale plekken, zodat ik me morgenochtend de droom min of meer kan herinneren. 

Er word aan de deur gebeld. Als ik open doe staan er een aantal mij onbekende mensen met kinderen op de stoep. Ze zijn verre ‘familie’ van me, zo beweren ze. En ze hebben het moeilijk. Direct beginnen ze daarover te vertellen. ‘Waarom komen jullie uitgerekend naar mij toe?’ vraagt Heks gis. Ze krijgt geen antwoord. De mij vreemde familieleden ratelen door over hun ellende.

‘Waarom komen jullie uitgerekend naar mij toe? Hoe komen jullie op dat idee?’ Ik vraag het gewoon nog maar eens. En opnieuw krijg ik geen antwoord. Hardnekkig blijven ze spuien en spuien. Een beerput gaat open. De drek loopt uit hun bek langs hun nek. Wat gek.

Opnieuw vraag ik waarom ze nu uitgerekend hierheen zijn gekomen? Ik blijf het vragen. Ik luister niet naar hun gezeik. Ik wil nu wel eens weten waarom er altijd mensen met ellende op mijn stoep staan. Onbekenden. Of vage kennissen. Of verre familieleden waar ik nog nooit van gehoord heb.

Dan schiet ik wakker. Wat een gekke droom. Raar hoor. En wat reageerde ikzelf vreemd. Normaal gesproken zit iemand allang bij me binnen als ie een zielig gezichtje trekt. Ik reageer heel anders dan ik van mezelf gewend ben in de droom. Of misschien is er echt iets aan het veranderen in Heks. Misschien krijg ik eindelijk grip op iets wat me al jaren nekt…..

‘Jij zit altijd maar naar Jan en Alleman’s ellende te luisteren Heks,’ zei mijn ex van honderd jaar geleden Blonde Buurman onlangs tegen me. ‘Ik herinner me nog goed hoe je destijds in de kroeg werkte en geduldig alle vreselijke verhalen van allerlei dronken idioten stond aan te horen. Ik ken je niet anders!’

Goh, deed ik dat toen ook al? Ja. Ik deed het al als kind. Ook toen sprong ik in de bres voor kids die gepest werden. Ik wierp me op als hun beschermster. Ik luisterde geduldig naar hopeloze verhalen over verschrikkelijke thuissituaties. Maar over mijn eigen situatie repte ik met geen woord…..

De paragnost Peter van der Hurk wees me ook al op die eigenschap. Volgens hem moet ik er maar geld voor gaan vragen. ‘Zet een tafeltje neer met een naambordje erop. En laat mensen betalen voor je een consult. Jij kunt bovendien ook nog eens genezen met je handen. Gewoon een praktijk openen, dan ben je zo uit de sores….!’

Gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Je kunt moeilijk opeens uit het blinde niks een rekening presenteren als je weer eens eindeloos naar een droevig verhaal hebt zitten luisteren. Of iemand mateloos hebt zitten bevestigen. Het zou me een deining geven!

Voorlopig neem ik een uitgebreide luistervakantie. De komende tijd ben ik niet bereikbaar in dat opzicht. Ik ben als het ware eventjes in gesprek. Met mezelf wel te verstaan. Dus ik neem andermans problemen niet meer aan. Dat is wat de droom me vertelt.

Er is iets wezenlijks aan het verschuiven vanbinnen. Een op zich goede eigenschap is tegen me gaan werken. Niet best natuurlijk. Dat moet toch anders kunnen! Daar word nu aan gewerkt……

Ga je dan nooit meer naar iemand luisteren? Word je vanaf nu Oostindisch doof Heks? Sta je bij het minste of geringste aandacht vragende rotverhaal stampvoetend met je vingers in je oren omdat je niet wilt horen?

Wie weet. Ik denk niet dat het zo’n vaart zal lopen, waarschijnlijk is het tijdelijk, maar zeg nooit nooit.