VikThor ontdekt de wereld vooral met zijn mond: Met een voorkeur voor excrementen uit allerhande kont! En van de trap af rollen is niet bepaald gezond….

vikthor1

Vorige week zondag lazer ik van de trap. Ik sta net op het punt om een kek outfitje aan te trekken teneinde samen met mijn nieuwe liefde naar een wild feest in Amsterdam te vertrekken. Voordat we gaan laat ik mijn schatje nog eventjes poepen in de steeg. Ik til zijn snelgroeiende lijfje op en draag hem de trap af. Op foute schoenen.

Al bij de tweede traptrede glibbert mijn houten muiltje onder me vandaan. Om mijn droomprinsje te beschermen maak ik een rare beweging en hopla: Ik ga onderuit.

Vertraagt neem ik waar dat ik op mijn elleboog stuiter. Een grote schaafwond is daar later een stille getuige van. Tevens zie ik mijn linkerknie in een onmogelijke hoek draaien. Het gewricht maakt een scheurend geluid. Een stekende pijn vlamt de laatste slaap uit mijn ogen. Goeie hemel. Dit is foute boel!

Strompelend laat ik mijn hondje uit. Niet veel later stop ik mezelf vol pijnstillers en ga in bed liggen wachten tot ze inwerken. Het valt nog niet mee om een positie te vinden waarin  ik het gewricht ontzie. Die kloteknie. Getverderrie.

Nou ja, je begrijpt het al: Het feestje wordt afgeblazen. De hele week spoelt min of meer weg door het afvoerputje. Dagenlang ben ik niet vooruit te branden. Ik ga uiteindelijk maar uit op een goeie brace en baan me al fietsend een weg door de onrustige stad. Overal worden kermisattracties opgebouwd. En podia voor een keur aan amateur-bandjes. Hopelijk kan ik tegen 3 oktober weer een beetje uit de voeten!

Nu zijn we alweer een week verder. Nog steeds piept en kraakt mijn knie dat het een lieve lust is. ’s Nachts word ik om de haverklap wakker van felle stekende pijn als ik hardnekkig probeer op mijn rechterzij te slapen. Overdag slik ik er nog maar wat extra pijnstillertjes bij…..

De laatste vierentwintig uur ben ik ook nog eens een paar keer kleddernat geregend, terwijl ik met mijn pup liep te stumperen door een park. Ik krijg de neiging om lekker binnen te blijven. Maar ja, ik heb natuurlijk wel een hond! Ook al is hij klein en niet bepaald dol op regen.

VikThor levert zijn eigen bijdrage aan de algehele malaise vandaag in Huize Heks. Hij presteert het om vier keer een hap van een drol te nemen. Eerst kattenpoep of Chihuahua-stront hier in de steeg. Daarna ganzenblerp in het park. Iets van een hele vieze natte kledderdrol van een grote hond gaat ook nog richting zijn mond, terwijl ik schreeuwend ingrijp. En tot slot opnieuw een smeuïg ganzenpoepje toe.

Hij is net een beetje over een vervelende parasiet in zijn darmpjes heen. Dat heeft me enorm veel energie gekost: Al zijn speelgoed, kleedjes, mandjes alsmede de spullen van de katten moesten worden gewassen. Kussens en dekens, hoekjes en gaatjes heb ik uitgestoomd.

Nachtenlang heeft mijn ventje me ook uit mijn slaap gehouden met erbarmelijk gejammer: Mijn kereltje had pijn in zijn kleine babybuikje. Om de haverklap ging ik dan maar weer eventjes naar buiten met hem. Trap op, trap af met zes pakken suiker in mijn armen, want ja: Hij is intussen verdriedubbelt!

Daarnaast heb ik alle andere beesten ook volgestopt met een gruwelijk antiwormenmiddel. Het werd me niet in dank afgenomen…..

Varen met rederij Rembrandt

Mopperdemopper. Het valt weer niet mee. Behalve als je van de trap valt. Dan ben je snel benee!

Ach welnee. Het zijn maar voorbijgaande strubbelingen. Minuscule irritaties. Mijn dagelijkse gevecht tegen de chaos.

Op dagen als deze droom ik van een georganiseerd bestaan. Een administratie die op orde is. Een lege berging en een opgeruimde werkkamer. Een functionerend lichaam. Een hondje dat zichzelf opvoed en geen poep lust.

Maar ja. Dat laatste kan ik vergeten. VikThor is duidelijk in de anale fase. In combinatie met zijn maar voortdurende orale fase levert het een ware poepzoeker op! Een manke Heks met haar kleine stinkhondje, verregend tot op het bot: Voor je het weet heb je last van een kort lontje…..

Straks ga ik dan toch eindelijk eventjes de stad in. Gisteravond ben ik voortijdig in slaap gevallen en toen ik wakker werd was het al vijf uur in de ochtend. Het tijdstip van de dronken dropjes.

Vanavond komen er vrienden hutspot eten. Ik heb een gigantische pan van dit gassige goedje gekookt. En een braadslede vol klapstuk!

 

Ja, hoera! Vanavond rappen we de spreekkoren uit de Matthäus Passion van Bach. Altijd een feestje, repeteren met mijn oratoriumkoor. In de pauze krijgt Heks welverdiende complimenten van haar medezangers. Lekker hoor.

Zoals elke week ga ik natuurlijk weer een avond repeteren met mijn koor. Ik trek mijn nieuwe rode jurk aan met een paar geweldige cowboylaarzen. Gedecoreerd met speelkaarten. Tarot! Echt iets voor een toverkol! Een hoedje, vest en knalrode sjaal completeren mijn look. Stylen kun je wel aan Heks overlaten. De andere alten kijken zoals gewoonlijk weer hun ogen uit.

‘Leuk hoedje, Heks!’ ‘Staat je goed!’ ‘Ik vind je sjaal zo prachtig, zelf gebreid?’ Uitgebreid wordt mijn outfit besproken in de pauze. ‘Mooie ketting, die staat er geweldig bij!’ Het is inderdaad een prachtig sierraad, onlangs cadeau gekregen van een hele lieve man!

Vanavond repeteren we de spreekkoren, die geweldige hiphopachtige elementen in de Matthäus-Passion. Wat is het toch een fantastisch muziekstuk. Bij een bepaald zinnetje zegt de dirigent: ‘Kijk, hier staat allegro. Het is de enige tempoaanduiding in de hele Matthäus. Bach heeft daar ongewijfeld een bedoeling mee gehad: Het moet licht blijven, maar de tekst doet je neigen naar zwaar…’

Zo leer ik altijd wel weer iets bij over deze intrigerende passie.

Jaren geleden ben ik naar een lezing geweest van Kees van Houten over de Kruisvorm in Matthäus-Passion. Hoe het gedeelte voor de pauze de horizontale balk vormt en het gedeelte na de pauze de verticale. Het verklaart direct ook waarom de pauze in dit stuk tegen alle traditie in zo idioot vroeg ligt…….

Het eerste stuk na de pauze is heel ‘hoog’ gecomponeerd, het laatste juist zeer laag. Dan zitten we naast het graf. Op de barre grond.

Daar waar de balken elkaar kruisen, precies op die plek, wordt het ‘Erbarme dich’ gezongen. Het hart van de Matthäus Passion. De aria, die volgt op het verraad van Petrus. Het lied over de feilbare mens: ‘Heer ontferm U!’ Deze aria heeft ongeveer deze hele ellendige winter in mijn hoofd gezeten. Het is een heel droevig lied van ongekende schoonheid……

Erbarme dich,

Heb medelijden,

Mein Gott,

Mijn God,

Um meiner Zähren willen !

Omwille van mijn tranen.

Schaue hier,

Zie toch,

Herz und Auge weint vor dir

Hart en ogen wenen

Bitterlich.

Bitter om U

 

‘Goh,’ dacht ik na die lezing, ‘En hoe zit dat dan met de Johannus Passion? Want als Bach zoiets voor de ene passie verzon, dan zal het ongetwijfeld ook terug te vinden zijn in die andere werken van zijn hand.’

Maar goed, wij zijn nu eenmaal een Matthäuslandje. Dus ook onze onderzoekers blijven gefixeerd op dit speciale stuk. Heks vindt het best. Al had Bach nooit iets anders geschreven dan alleen dit stuk, dan kon ik er nog een heel leven mee toe!

Later lees ik dat Kees van Houten deze twee passies van Bach naast elkaar heeft gelegd. Ook daar geeft hij nu lezingen over…..

De gehele avond ploeteren we op de spreekkoren. De bassen hebben een virtuoze partij met ‘Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden’. Alleen loopt het nog niet erg.

‘Ik laat jullie eerst wat stemoefeningen doen, voor de soepelheid.’ Onze dirigent Wim de Ru weet altijd precies hoe hij het beste uit zijn zangers kan halen. ‘Hahaha, huhuhu, uhuhuhuh’ zingen de bassen. Wij alten zitten hen uit te lachen. Het klinkt zo grappig!

‘Jaja, lach maar,’ roept Wim, ‘Dat vinden jullie wel leuk hè, als de bassen foutjes maken…’

Wat is het toch heerlijk, zo’n avondje zingen. Op de heenweg zat ik scheldend in de auto. Ik heb last van een kort lontje, dus als automobilisten als een slak door de stad kruipen in hun bolide erger ik me kapot. ‘Laat me erlangs, rijd nu eens door,’ foeter ik tussen mijn tanden. Op de terugweg zing ik het hoogste lied. Steevast!

In de garderobe op weg naar buiten spreek ik een sopraan, die ook in ‘de Schola’ zingt. ‘Ik wist wel dat je niet zou komen,’ lacht ze me toe, ‘Gewoon een voorgevoel. Maar je mist wel iets hoor, Heks.’

Ze heeft me enthousiast gemaakt om mee te zingen in een passie, ws. het Christus Oratorium, van Liszt. Vorige week zou ik eigenlijk een avondje op proef gaan, maar ik lag natuurlijk weer eens om. De slimmerd laat me nu geloven, dat ze overtuigd is, dat ik het toch niet ga doen. Zodoende ben ik er natuurlijk op gebrand het tegendeel te bewijzen.

Kijk, zo gaat dat met ons mensen. Juist als je overtuigd bent, dat iemand het niet in zich heeft om iets bepaalds te bewerkstelligen, kom je nog voor verrassingen te staan. Verwachtingen worden zelden waargemaakt. Maar goddank is het leven wel wonderbaarlijk!