Een narcist die slist, onbetwist de leider van Utopia, als je het nog niet wist. Beslist niet de beste keuze, zegt Heks gis. Maar het is toch ook niemands keuze? Die baby hoort in een couveuse!

‘Nou ssslseg, schandalig toch, het is de ssslschuld van Merel,’ slist Jessie verontwaardigd in de camera, ‘En ik ga dat voortaan andrsjslsjsl regelen. Vanafsf nu gaat alles via mij. Dusjs alsjsls er weer een ‘Laatste Wensjs‘ verzoek binnenkomt, dan waarssslschuwen jullie direct mij…..’

Heks zit stomverbaasd naar de televisie te kijken. Een paar weken geleden heb ik drie dagen Utopia gevolgd. Net toen de relatie tussen Gare Gerrit en Shelly met veel bombarie uit elkaar knalde. En nu is het dus mis tussen Merel en Jessie?

Wat me vooral verbijstert is de ambulance, die het terrein op draait. Een terminaal zieke vrouw wordt met brancard en al uitgeladen. Ze wil voor ze sterft Utopia bezoeken. Huh? Hoe is het mogelijk? Heeft niemand haar dat uit de kop kunnen praten?

Merel is in de war. Die vrouw was toch al overleden? De boel is toch afgezegd? Er is niets geregeld. Geen ontvangst comité. Geen activiteit gepland. Alsof je iets kunt doen met zo’n doodziek mens…… Merel staat met de handen in haar prachtige bos haar.

Erg onder de indruk is ze echter niet. De medebewoners weten zich geen houding te geven, als blijkt dat ze tegenover deze stervende tekort zijn geschoten. Het feit, dat de bezoekster al half dood is maakt de blunder zo veel erger. Iedereen komt snel opdraven om de laatste wens in vervulling te laten gaan. Ze geven een bedrukte hand.

‘Ja welkom seg,’ zemelt Jessie namens iedereen. Niet dat iedereen hem dat gevraagd heeft. De halve zool spreekt doorgaans namens de rest. Dat heeft hij zichzelf zo aangeleerd. Het voor hem gunstige bijeffect van dit bezopen gedrag is, dat het zijn zich toegeëigende rol van leider versterkt.

‘Ja, het ssjspijt onsjs heel erg, dat er nietsjs geregeld islsjs. Sjsmiespeldesjsmiespel. (Sjsmerige insinuaties richting Merel….)…. Heel erg welkom namemsjs iedereen… blablabla…’

Zo. Jessie heeft zijn bijdrage weer geleverd. Iemand anders doet echt iets. Die gaat pannenkoeken bakken. Zo wordt de dag dan gered. Geen idee of de terminale patiënt dergelijk eten nog weg krijgt gekauwd. Of ze überhaupt nog eet….. Maar het is goed bedoeld zullen we maar zeggen.

De veganist maakt ruzie met een medebewoner. Zoals altijd snap ik niets van zijn geouwehoer. Wel valt het me op dat de man totaal niet communiceert met zijn gesprekspartners. Bij voorbaat gaat hij er van uit, dat zijn opponenten niet goed bij hun hoofd zijn. (Projectie?) Dat ze niet nadenken.

Katie

Dat hun gedachtengoed niet goed is. En zijn eigen gedachtengoed wel. Een superioriteitscomplex van jewelste. Maar wel gebracht vanuit de positie van underdog.

De underdog gaat met zijn varken knuffelen. Het beest moet naar bed. ‘Die en die vergeten regelmatig om onze Katie naar bed te brengen. Dat kan toch niet. Het is hun taak! Huh. Dan doe ik het wel weer. Het is heel erg belangrijk allemaal….’

‘Nou, het is een varken hoor, geen mens…’ reageert zijn gesprekspartner laconiek. Oei. Fout antwoord vindt de veganist. Hij loeit van verontwaardiging. Het is heel belangrijk, dat het varken elke dag op tijd naar bed wordt gebracht. Maar dat zal die verfoeide gesprekspartner wel nooit snappen.

Hakkelend en stotterend van verontwaardiging veegt hij deze ontaarde dierenbeul de mantel uit. Het moet niet gekker worden. Een varken hoort gewoon op tijd naar bed te worden gebracht. Punt uit. En hij houdt van dat varken. Hij als enige…..

Heks’ ogen puilen intussen uit haar hoofd van verbazing. Een varken op tijd naar bed? Naar bed? Wiens bed? Dat van de veganist?

De terminale patiënt is alweer heelhuids naar huis. Ze heeft het bezoek overleefd zonder complicaties. Goddank. De hele meute is haar uit komen zwaaien.

‘Dank jullie wel foor de goede sjsorgen,’ zemelt Jessie namens iedereen tegen de ambulancebroeders, ‘Heel bijsjsonder hoe jullie dit weer foor iemand doen. So bijsjsojsonder!’ ‘Nou, het is ons werk,’ wimpelt een broeder hem af. ‘Sja, maar jullie doen het maar mooi wel, sjseg…’ slijmt hij er onverstoorbaar op los.

Even later is de narcistische Jessie alweer achter Merel aan het aanjagen. Zijn obstinate vriendin. Die behoorlijk genoeg van dit misselijke mannetje begint te krijgen. Haar liefje…..

‘Sjo Merel, folgende keer gaat alles via mij. Dat heb ik al tegen de resjst gesegd. Want dit kan natuurlijk niet. Geen programma. In de war, omdat iemand was overleden. Maar dat wasjs toevallig wel iemand andersjs….  Sjschandalig gewoon. En ik heb besjsoten…’

‘Bekijk het maar, ik ga echt geen verantwoording naar jou toe afleggen…’ Merel is niet onder de indruk van zijn geslis. ‘Ja, het moet weer allemaal op jouw manier, egocjsentrisch mensjs, wat denk je wel. Altijd moet allesjsjsj zoalsjs jij het wilt,’ projecteert Jesjsjsjsie er lustig op los.

‘Ja, iedereen in Utopia weet, dat ik altijd mijn zin krijg. Daar ben jij verliefd op geworden. Dus wen er maar aan,’ bekt zijn geliefde opgewekt terug. Ze heeft er overigens weinig van, dat alles vandaag in het honderd liep. Dat ze de komst van een terminale patiënt straal vergeten is. Alsof het er niet toe doet, zo’n bezoekje….. ‘Er zijn toch pannenkoeken gebakken? Het is toch opgelost?’

‘Nou, het isjs dit en dat,’ vindt haar vrijer. ‘Wat heb jij dan helemaal gedaan?’ pareert Mereltje listig. Niets natuurlijk. Behalve namens iedereen wat in de rondte zemelen. Jessie is woest na deze rake opmerking. Machteloos staat hij ertegenin te haspelen.

Niet veel later zit Meneer de Koekenpeer met de andere bewoners te roddelen over zijn vriendin. Hij gooit zijn achtergehouden troef in de strijd: Merel is te dik. En hij houdt nu eenmaal niet van volle vrouwen. Typerend voor een eersteklas narcist, dit soort streken. Ze houden altijd wat rottigheid achter de hand.

Nu lijkt het net of hij Merel afwijst. Terwijl zij in feite schoon genoeg heeft van die randdebiel. Zo geeft hij haar een lekkere trap na. Onder de gordel.

IK HOU NIET ZO VAN VOLLE VROUWEN

Ook heeft hij intussen zijn dwalende oog op de ex van Gare Gerrit laten vallen. Die is lekker slank. En intussen weer vrijgezel. En gevoelig voor narcisten. Kijk maar naar haar eindeloze gehannes voorheen met die Gare Gerrit. De groepsleiperd, die ook alweer op een weerloos ander meisje binnen de muren is gedoken……..

Je zou door dit alles bijna vergeten, dat Jessie en Merel eigenlijk geliefden zijn. Maar niet voor lang meer. Ze voeren nog een ijskoud onaangenaam gesprek, waarbij ze proberen elkaar de loef af te steken, wat betreft wie er het eerst de stekker uit hun relatie heeft getrokken……

‘Ik heb gisteren toch al gezegd, dat het klaar is voor mij,’ liegt Merel. ‘Waarom heb je dan niks gesjsgd? Je liegt weer.’ ‘Ik heb dat toch gezegd?’ liegt ze vrolijk verder. ‘Nou, Ik sjsag het eergisjsteren al niet meer zitten…’ pareert Jessie nijdig, ‘Dusjs….’

‘Wat een rare manier van je relatie beëindigen,’ denkt Heks. Jammer dat ze uit elkaar zijn. Die twee verdienen elkaar gewoon. Prinses Merel op de Erwt en Zijne Koninklijke Hoogheid Jessie de Sjslijm-King.

Ik heb die Merel ook wel eens hele rare dingen zien doen onder invloed van haar relatie met Jessie. Bijvoorbeeld toen ze de maat van de boezem van Franny wilde weten voor het een of ander. ‘Kom Gare Gerrit, doe deze blinddoek om, dan kan ik even testen welke maat tieten Franny heeft. Jij bent toch met haar naar bed geweest?’

© TOVERHEKS.COM

Waarop ze hem liet voelen aan theezakjes, hahahaha, wat geestig. Maar niet heus. En vervolgens een paar erwtjes, twee druifjes, eieren, sinaasappels, een set grapefruits en tot slot een paar watermeloenen……

Oh, oh, wat een lol ten koste van Franny. Want zeg nu zelf, erg fris is deze humor niet. Vooral niet ten opzichte van een meisje, dat het in haar prille leventje al heel erg voor haar kiezen heeft gehad met allerlei grensoverschrijdend gedrag op dit gebied….. Vermoed ik zo.

Nou ja. Ik ben weer helemaal bij. Over een paar weken maar eens kijken wie er dan weer met wie neukt en welke bezopen projecten er nu weer zijn geïnitieerd.

Boer overlijdt nadat varken drie vingers en penis afbijt

Bekommeren om Komkommertijd en bommetjes de gracht in: Het is bloedheet in Nederland, de mussen vallen van het dak! Jonge meeuwen ook, die lopen ontheemd door de buurt. Hun ouders vallen Vikthor aan. Ze zien hem als de boosdoener. Vanuit de lucht lijkt hij blijkbaar op een uit de kluiten gewassen zeemeeuw……..

Oh, wat is het warm afgelopen week. De hele dag blijf ik binnen met ramen en deuren potdicht. Alleen een rondje naar een park met VikThor drijft me even de straat op. Meneer de Koekenpeer zit lekker in de fietskar, want mijn schaduwroutes zijn niet meer koel genoeg met dit weer.

Bovendien is er dan altijd wel ergens een stukje kokend asfalt waar je beslist overheen moet. Een stomend stoepje of stovend bruggetje bijvoorbeeld. Of een gebraden zebrapad. En dat is echt geen optie natuurlijk.

In ons favoriete parkje aan de Singel laat ik mijn ventje lekker zwemmen. Met veel bombarie springt hij het ene bommetje na het andere. Tot groot vermaak van voorbijvarende bootjes en langsfietsende stadsgenoten.

’s Avonds gaan we met kar en al de stad uit, richting Valkenburgermeertje. Deze volgelopen zandput is dermate diep, dat blauwalg er zelden vat op heeft. VikThor kan heerlijk zwemmen met zijn soortgenoten. Vervolgens peddelen we nog eventjes op en neer door de polder naar Wassenaar.

Als je mijn worstel-blogjes leest denk je wellicht, dat ik dagdagelijks als een chagrijnige spinnijdige mega-bitch door het leven ga. Het is inderdaad zo, dat ik volledig uit mijn please-jasje ben gebarsten. Maar niet meer het iedereen bij voortduring naar de zin willen maken is iets geheel anders dan in een absoluut kreng veranderen. Daar begin ik nu ook achter te komen.

Want wie schetst mijn verbazing? Ik loop nog steeds voornamelijk rond met een glimlach om de lippen. Niet om iemand anders speciaal een plezier te doen, maar omdat het zoveel prettiger voelt dan rondlopen met een streep in je gezicht.

Ook heb ik nog immer heel veel leuke ontmoetingen met mij volstrekt wildvreemde mensen. Zijn die mensen allemaal nog steeds mijn partner. Zoals in de tijd, dat ik me liet inspireren door de woorden van mijn leermeester Thay: ‘Als je liefde en begrip kunt genereren is iedereen je partner.’

Ik loop van het strand naar mijn auto aan het eind van mijn date vorige week zondag. Die vage date met de man, die vijf uur louter over zichzelf en vorige dates heeft lopen klessebessen. Voor me uit loopt een groepje kinderen met een forse beperking richting hun woongroep hier in de duinen.

Een uit de kluiten gewassen volwassen jongen blijft staan. Met zijn armen onder zijn oksels getrokken, zijn handen paniekerig wapperend voor hem, als een angstige dinosaurus.  ‘Een hond, een hond,’ roept hij opgewonden. VikThor komt eventjes bij hem kijken, nieuwsgierig naar al dat leven in de brouwerij.

‘Hij doet niks hoor,’ Heks klakt met haar tong en mijn hondje staat al naast me. ‘Kijk, hij kan een high five,’ we demonstreren een paar kunstjes voor het joch. Zijn handen wapperen nog harder, hij vindt het fantastisch. ‘Hoe heet het hondje?’ wil hij vervolgens weten.

‘Ik ga VikThor tekenen, morgen,’ schreeuwt hij enthousiast, ‘Morgen ga ik VikThor tekenen!!!! Dag VikThor, ik ga je morgen tekenen!!!!’ ‘We zijn heel benieuwd!’ roep ik terug. Ik ben echt benieuwd. Wat zou hij tekenen? Wat heeft hij gezien? Hoe heeft hij gezien, wat hij heeft gezien?

Met een zacht hart stap ik in de auto.

Bij het Valkenburgermeertje zit een vrouw in een stoeltje. Het godshemeltjebloedheet. Heks is zomaar met hond en kar de stad uit gefietst, zonder iets te drinken mee te nemen. Ook mijn portemonnaie ligt thuis. Ik heb hier onderweg al uitgebreid van zitten balen.

De dame heeft twee piepkleine schattige oude stinkhondjes. Ze begint plots tegen me te praten. Over hoe ze vijfendertig kilo is aangekomen in een paar maanden tijd. ‘Medicijnen. Antipsychotica….. Ik pas nauwelijks meer in dit klapstoeltje……’

Hoezo moe?

Een heel verhaal volgt. Lichamelijk ziek zijn is echt ruk. Vooral als je zoiets vaags mankeert als Heks. Maar een kop, die op hol slaat is pas echt verschrikkelijk. Dat herinner ik me nog goed van een oude vriend van me. Hij heeft zichzelf en zijn kop niet overleefd.

Heks luistert met een hart vol mededogen naar deze schat van een vrouw. Wat een zwaar leven.

‘Wil je wat drinken? Een Fantaatje?’ roept ze opeens opgewekt. Haar gezicht breekt open in een stralende lach. ‘Je komt als geroepen, ik ben juist vergeten om water mee te nemen. Dank je wel!!!’

Elke dag sprokkel ik wel zulke gesprekjes bij elkaar. Zeer regelmatig lach ik me een ongeluk met en om mijn medemensen. Of ik raak vertederd door deze of gene.

Waarom schrijf ik daar niet vaker over? Het hoeft toch niet altijd over worstelingen, slechte mensen en onvermogen te gaan? Inderdaad! We kunnen uitgebreid over het mooie weer schrijven en het feit, dat de natuur naar de klote gaat door de klimaatverandering, volkomen negeren.

De Braziliaanse president Bolsonaro is bezig om in razendsnel tempo het oerwoud in zijn land te kappen. Het restantje longen van moedertje aarde. Dat lijkt die man nu een goed idee. Meuh.

Ik doe echt mijn best om opwekkende verhaaltjes te produceren. Maar het is toch ook geen doen om alleen maar overal een mooi verhaal van te maken?