‘Wat een laag stof ligt er op mijn altaar,’ moppert Heks pakweg anderhalve week geleden. Het is zo. Mijn drukbevolkte altaar ligt er duf een grijzig bij. Niet fijn om kaarsjes op te branden. Heks pakt een stapel swifferdoekjes en een emmer sop. Verwoed begin ik de boel te reinigen.
Als ik klaar ben ga ik met de hondjes naar het bos. We spenderen een heerlijk klein uurtje. Heks gooit balletjes en mijn woefers springen bommetjes de sloot in. VikThor met een grote boog en Freya met een snoekduik.
Op mijn gemakje rijd ik naar de uitgang van het park. Net als ik de hondjes wil aanlijnen gaat mijn telefoon. Ik haal em tevoorschijn. Anoniem nummer. ‘Met Heks,’ tegen mijn gewoonte in pak ik aan. Meestal laat ik de anoniemen gewoon lekker in hun sop gaar rinkelen daar in hun niemandsland. Zo niet vandaag.
‘Met de politie,’ klinkt het paniekerig, ‘Is dit mevrouw Toverheks?’ Verbaasd geef ik toe, dat ik mezelf ben. ‘Ja, we staan hier bij uw huis, de hele buurt is uitgelopen, want uw brandalarm staat te loeien,’ begint de agente haar verhaal. Huh? Brandalarm? Mijn katten! Heks schrikt zich een hoedje.
Dan realiseer ik me, dat het komt door de wierook op mijn brandschone altaar. Voor ik weg ging heb ik ter afsluiting van mijn schoonmaakactie een flinke schep van dat spulletje aangestoken. En niet zo’n mild huis-tuin-en-keukenstokje. Nee, het echte spul.
Dat wil zeggen: Korrelwierook. Pure hars op een stukje gloeiende houtskool. Grote wolken wierookwalm drijven dan door mijn woning. Even niet gedacht aan het brandalarm. Dat hopeloze geval, dat overreageert op elke vorm van luchtvervuiling in mijn heksenhuisje. Het gaat bij wijze van spreke al af, als ik een ei bak…..
‘Dus,’ vervolgt de agente, ‘De brandweer wil nu uw deur inbeuken…..’ Mijn kop draait overuren. ‘Nee,’ roept Heks, ‘Het komt door wierook, ik heb wat aangestoken, voordat ik de deur uit ging. Mijn brandalarm reageert op werkelijk alles, er is echt geen brand.’
De agente gelooft me niet. ‘Waar bent u?’ klinkt het streng. ‘Ik ben met 7 minuten thuis,’ roep ik verhit in de hoorn. Nu niet mijn deur gaan inbeuken, op een suffe vrijdagmiddag. Heks moet er niet aan denken.
De agente klinkt wat teleurgesteld. Een beetje deuren inrammen is natuurlijk best geinig, als het niet je eigen huis betreft. ‘Dus u bent hier over 5 minuten?’
Heks geeft plankgas. VikThor zit op de bok en Freya draaft naast de scootmobiel. Met haar tong hangend uit haar kleine bekkie. Ik rijd zo hard als ik kan, maar helaas gaat het ding hooguit 16 kilometer per uur.
Als ik thuis kom is de hele heisa alweer over. Geen brandweer te bekennen. Buurtbewoners zijn teleurgesteld afgedropen. De politie is ook pleite.
Als ik mijn huis binnenkom hangt er een vage geur van wierook. De meeste rook is al door het open keukenraam weggewaaid. Ik zet het alarm uit en zet de overige ramen en deuren open.
Wat een spanning en sensatie toch weer om niets.
Heks dankt de Godin op haar blote knietjes, dat ze het anonieme telefoontje gewoon heeft aangepakt. Ik had toch raar opgekeken van een huis vol brandweermannen. Met een kapotte voordeur.
‘Stel je voor, dat ze mijn altaar hadden geblust…’ Heks ziet het voor zich. Een paar uit de kluiten gewassen kerels in volledige uitrusting, die met hun giga slangen mijn altaar te lijf gaan. Met gevaar voor eigen leven.
Want ja, laten we wel zijn: Mijn altaartje bezit onvoorziene krachten. Dit magische plekje kun je niet ongestraft gaan staan blussen. Die brandweerlieden mogen wel blij zijn, dat ze met de schrik vrij zijn gekomen.
Het kooltje gloeit nog steeds. Liggend op een speciaal vuurvast bakje met zand en stenen. Snel leg ik er nog wat wierook op. En een stukje Santo Paulo. Die heerlijke geurige houtsoort.
Een sliertje rook kringelt omhoog. Het verdrijft de schrik en sensatie. Alle negatieve connotatie. Het weekend kan beginnen…….
Zondag rustdag. Het is heerlijk weer. Warm zelfs. Heks rijdt een grote ronde met de hondjes. In de bocht bij de molen langs het Joppe stop ik. Door de verbreding in de waterweg is dit een prima plekje om te zwemmen, ondanks de file sloepjes, die de stad uit trekt. De hondjes springen bommetjes het water in en jagen eindeloos achter hun balletjes. Heks maakt een praatje met een man, die daar toevallig op een bankje zit.
‘Vroeger, ik heb het over 50 jaar geleden, mochten ze hier niet varen,’ vertelt de man, ‘Ik weet dat goed, want ik had een speedboot en deed aan waterskiën….’ Het is een krasse baas. ‘Drie jaar geleden ben ik ermee opgehouden….’ verzucht hij vervolgens. Hij vindt het nog steeds jammer.
Heks leeft met hem mee. Ikzelf vrees, dat een simpel molentochtje schaatsen er niet meer in zit voor me. Afgelopen winter heb ik mijn 11-steden-lidmaatschap opgezegd. Met pijn in mijn hart. Had ik natuurlijk jaren geleden al moeten doen……
Een lelijk bootje gevuld met een gevulde familie komt aanvaren. Een man met een lijf als een vleesgeworden regenton staat aan het roer. Hij kijkt Heks strak aan en begint op zijn voorhoofd te kloppen. Zie ik het nu goed? Opnieuw de doordringende blik van de regenton en het geklop op zijn voorhoofd.
‘Staat die man nu naar zijn hoofd te wijzen?’ informeer ik bij de waterskiër naast me. ‘Ja,’ beaamt hij mijn waarnemingen, ‘Ik zag het ook.’ Intussen staat de regenton gevaarlijk omgedraaid in zijn wankele bootje opnieuw op zijn voorhoofd te kloppen richting Heks. Ik heb de man nog nooit eerder gezien. In een reflex klop ook ik op mijn voorhoofd. Steek die maar in je zak.
Toch ben ik nijdig als ik doorrijd. Ik krijg de neiging om naar een brug verderop te racen en een weliswaar schoon hondenpoepzakje gevuld met water over de man heen te kieperen, zodra hij er onderdoor vaart. Wat denkt die eikel wel niet? En vooral: Waar gaat dit over?
Zondag rustdag. Heks is duf. Gisteren was het Pride in Leiden en dat heb ik gevierd. Homeopatische versie uiteraard, dus half uurtje in mijn knalroze overall rolstoeldansen aan de gracht en daarna een hapje en een drankje met vriendin. Om half tien lig ik alweer plat.
Vriendin vertelt me tijdens de borrel doodleuk, dat ze jaren geleden ongevaccineerd bij me in de auto is gestapt. Midden in de Coronacrisis. Toen Heks zich verre hield van iedereen.
Vanwege haar werk in het ziekenhuis tussen de Coronapatiënten was ze verplicht zich te laten vaccineren. Ze was ook als eerste aan de beurt natuurlijk. Maar dat wilde ze niet. Ze heeft daar destijds een stevig conflict over gehad met haar werkgever, zegt ze langs haar neus weg.
Volgens haar zijn al die doden gevallen juist door de vaccinaties. ‘Ze hebben die vaccins zomaar op de markt gebracht indertijd, ze waren nauwelijks getest,’ Daar heeft ze wel een punt, ‘Mensen krijgen hartklachten van die vaccins! Wetenschappelijk bewezen!’ roept ze triomfantelijk. Het is inderdaad een zeldzame bijwerking van sommige vaccins.
‘Het is gewoon griep, Heks,’ roept ze tot slot. ‘Wappie, wappie, wappie’ fluit het in mijn oren. Dit zijn de verhalen, die Heks niet meer wil horen.
Ik heb die hele discussie jaren geleden achter me gelaten. Mijn ene koor is hierdoor gehalveerd. En nooit meer op peil gekomen. Alleen de ouwe getrouwen zijn gebleven, nadat onze geliefde en voortreffelijke dirigent van je wieppie, woeppie, wappie riep. Zong op bijeenkomsten. Besprak in de media.
Mijn andere koor is door deze ontwikkelingen, overlopende leden, indertijd enorm gegroeid. Daar is nu een ledenstop. De dirigent hier nam de pandemie wel serieus en dat maakte het voortbestaan van dit koor zoveel gemakkelijker.
Heks heeft na de crisis besloten om dit verhaal af te sluiten. Verschil van mening is prima. Het houdt ons scherp. Iedereen mag bepalen of hij of zij een vaccin in zijn lijf wil laten spuiten. Het is nog altijd jouw lichaam. Maar ongevaccineerde mensen hield ik indertijd flink op afstand.
Ik was blij met de maatregelen om verspreiding te vertragen. Ik weet niet wat er was gebeurd, als ik in die eerste periode ziek was geworden. Waarschijnlijk zou het einde verhaal zijn geweest wat betreft mijn zelfstandige leventje met een ziekte. Ik had destijds visioenen van een bedlegerige heks in een verpleeghuis met sondevoeding. Een plek waar ME patiënten ook zonder Covid door te maken wel terecht komen.
Heks is overgevaccineerd. Ik heb me helemaal vol laten spuiten met de diverse vaccins. Na anderhalf jaar in mijn eentje achter de geraniums was ik ongelofelijk dankbaar voor dat spulletje in mijn lijf. Het betekende vrijheid. Ik kan me nu eenmaal niet opnieuw een virus permitteren, waar mijn lichaam geen antwoord op heeft. Ik ben nog steeds niet hersteld van een Pfeiffer, opgelopen toen ik pakweg 25 jaar oud was……
Uiteindelijk heb ook ik een keertje Corona gekregen. Nadat ik de nodige vaccins in mijn systeem had. Ik zwijnde er zonder al teveel complicaties doorheen. Ik kwam niet op de IC of in een verpleegtehuis terecht en kan nog steeds zelfstandig wonen en voor mijn dierentuin zorgen. Hoera.
‘Ja, maar Heks, mensen werden juist ziek van die vaccins. Echt waar. Er zijn heel veel mensen dood gegaan door de vaccinaties. Of ze hebben er ernstige klachten aan overgehouden….’ Mijn vriendin is ervan overtuigd. Ze beweert vervolgens, dat een dierbare van haar met COPD is gestorven door de prik, ‘Ja, ze had Corona opgelopen, maar doordat ze eerder gevaccineerd was is ze toen dood gegaan…’
Heks wordt een beetje draaierig. We zitten gezellig met een glaasje rosé te klessebessen en opeens ligt dit op tafel.
‘Luister, of jij je wel of niet laat vaccineren is helemaal aan jou. Maar gezien je werkzaamheden en gezien het feit, dat ik heel lang in totale zelfisolatie heb gezeten uit angst een virus op te lopen, waar ik gemakkelijk aan dood zou kunnen gaan met mijn defecte immuunsysteem, vind ik het onacceptabel, wat je hebt gedaan. Keihard liegen hierover….’
‘Ik had niet eens een keus. Jij bepaalt op zo’n moment voor mij met jouw ideeën…. ,’ Heks stottert ervan, ‘Ik vind het echt een klotestreek.’
‘Ja maar Heks, anders hadden we elkaar niet kunnen zien,’ verdedigt ze de actie. Meuh.
Heks zag helemaal niemand toen. Wat maakt haar zo bijzonder om mijn leven in de waagschaal te stellen?
Pas later realiseer ik me, dat het bewuste ritje in de auto was om haar uit de brand te helpen bij de begrafenis van die geliefde persoon, die was overleden aan het vaccin. Of Corona. Of COPD in combinatie met het virus. Of in combinatie met het vaccin. Daar zijn de meningen over verdeeld.
Ze had aan het sterfbed gezeten en de hand vast gehouden van die persoon. Die dus Covid had. Een paar dagen later zat ze in mijn auto.
Zit ik jaren na dato weer in die hopeloze materie verwikkeld.
Bij het afscheid zeg ik haar nogmaals, dat ik met name het gelieg niet trek. ‘Maar ik ben nu toch eerlijk?’ is haar reactie. Ja, spuit elf, daar heb ik wat aan.
Net of een geliefde vreemd is gegaan met een sexwerker, zonderenige protectie, en het na jaren opbiecht en dan roept: ‘Ik ben nu toch eerlijk?’ Ja, je bent nu eerlijk. Alsof dat de zaak goed gaat doen.
Het gaat om vertrouwen. Mijn vertrouwen is beschaamd. En om respect. Liefde en respect is hetzelfde. Het is gewoon een liefdeloze egocentrische actie geweest.
Mijn gesprekspartner ziet het probleem niet. Voor haar is het allemaal onzin. Covid was niet echt iets om je druk over te maken, toch…..? ‘Ik heb het zo vaak gehad, ik kan het niet meer overdragen…’ is haar mening. Zucht.
Ze is nooit ziek. Zo lang als ik haar ken, ruim 20 jaar, nog geen griepje of verkoudheid. Ze kan wie weet welk virus bij zich dragen zonder symptomen. Maar ze kan het dan evenzogoed overdragen natuurlijk. Haar beweringen slaan nergens op.
Heks kent een flink aantal mensen met Long Covid intussen. Voorwaar geen pretje. Een aantal van hen heeft het het afgelopen jaar opgelopen. Ernstige vermoeidheid en bizarre longklachten zijn hun deel.
Ik ken zelfs iemand, die voordat hij het kreeg een echte raswappie was. Ik hoor hem nog oreren tijdens een vergadering met mijn koor vol bejaarde mensen, toen er werd gesproken over dingen als testen, vaccinaties, mondkapjes en afstand houden. ‘Mijn rechten, mijn rechten…’ riep hij verontwaardigd. En nu is hij dus ook de sigaar.
Hij houdt me soms staande in een park. Zijn leven is helemaal veranderd door de aandoening. Van de kerngezonde kerel, die nooit iets mankeerde, is niets meer over. De man tapt nu uit een geheel ander vaatje…. Hij is de wanhoop nabij.
Tijdens mijn wandeling vandaag bel ik Kras. Ik vertel haar over het gelieg van mijn vriendin. ‘Om misselijk van te worden, Heks,’ reageert ze. Ter plekke besluit ik dat het nu klaar is met die vriendschap. Het is niet de eerste keer, dat die vrouw me een streek levert. Maar wel de allerlaatste.
Ik blokkeer haar ter plekke. Het is mooi geweest.
Die ellendige ziekte bepaalt gelukkig ons leven niet meer. Maar het gevaar is nog niet geweken. Ik ga me weer lekker laten vaccineren binnenkort…
‘Hoe is het toch mogelijk, dat iemand daar in stinkt,’ we hebben het allemaal wel eens gezegd of op zijn minst gedacht, als een goedmoedige vriend of vriendin zijn of haar foute geliefde voor de zoveelste keer opnieuw een kans geeft.
‘Maar hij/zij is echt veranderd,’ blaten ze dan enthousiast. ‘Het gaat zo goed nu, we zijn zo gelukkig,’ glunderen ze tijdens de wittebroodsweken, standaard volgend op het meest verschrikkelijke gedrag denkbaar. Gedrag dat snel vergeten en vergeven dient te worden. Want ja, de persoon is echt veranderd nu.
ondersteek
Veranderen is moeilijk. De meesten van ons bakken er niets van. We veranderen zo’n beetje en vallen terug in onze oude groef. En dat zijn dan nog de mensen, die gemotiveerd zijn om uit een ander vaatje te tappen.
Kun je nagaan hoe het werkt bij de gemiddelde narcist of psychopaat. Met hen is niks mis. Het ligt aan anderen. Dus zijn ze niet gemotiveerd om te veranderen, want waarom zouden ze ook? Omdat ze anderen kwetsen? Nou en? Moeten die medemensen maar niet zulke slappe watjes zijn.
Maar goed, ik ging het hebben over populisten.
pispot uit de 14e eeuw
Toen ik aan het begin van de zomer op het koor hoorde dat het blablabinet gevallen was, dacht ik direct: Nou, Gare Geert zal wel hebben gezien, dat hij het nog steeds goed doet in de peilingen. Hij ziet mogelijkheden. De stekker uit dit kabinet trekken zal hem vast geen windeieren leggen. Anders had hij er nooit de brui aan gegeven.
‘Nee, Heks,’ de Grote Vriendelijke Reus weerlegt dit inzicht, ‘Hij zag, dat hij aan het dalen was in de peilingen, dus hij kan beter niet te lang wachten met nieuwe verkiezingen….’
Populisten geven ook altijd de schuld van hun falen aan anderen. Zo is Geert natuurlijk ontzettend tegengewerkt. Zo oneerlijk. Al zijn initiatieven om de democratie om zeep te helpen hebben het niet gehaald. En dat lag niet aan het feit dat ze bijvoorbeeld ongrondwettelijk waren. Nee, het lag aan zijn opponenten.
Maar goed, Heks volgt alle politieke onzin al een tijdje niet meer. Ik mijd elk bericht over die gek in de Verenigde Staten bijvoorbeeld. Ik zap weg, zodra zijn ongelikte berenkop opduikt in een televisieprogramma. Ik gooi kranten ongelezen in de kattenbak. Alles wat aandacht krijgt groeit. Dus: Geen heksige aandacht voor deze overrijpe knaloranje rotte mispel.
‘Waarom stem jij niet op de PVV? Potjandorie,’ roept de zoon van mijn zangmaatje verontwaardigd, pakweg anderhalf jaar geleden, ‘Leg mij dat nu eens uit!’ Met drie reuzenstappen staat hij vlak voor mijn neus.
Heks laat zich niet intimideren. ‘Jij mag stemmen op wie jij wilt en ik mag stemmen op wie ik wil in onze nog immer bestaande democratie. En ik stem niet op populisten. Nooit. Die types roepen wat je wilt horen en maken nooit iets waar….
Een tijdje geleden kijk ik met de Grote Vriendelijke Reus naar de film ‘Ocean’ van David Attenbourough. Deze kwieke 99 jarige heeft een prachtig pleidooi afgeleverd om zorgvuldiger om te gaan met onze oceanen. Veel zorgvuldiger.
We staat echt te kijken van het gegeven, dat de oceanen heel veel stikstof opnemen, veel meer dan tropische regenwouden, en zodoende helpen het opwarmen van de aarde tegen te gaan. Dus hoe dom is het om met drijvende visfabrieken de levende bodem om te ploegen en leeg te harken? De huidige manier van vissen. Efficiënt als het gaat om zoveel mogelijk vis binnen te halen. Maar dodelijk voor alles wat leeft op die bodem.
En een dode bodem neemt geen stikstof meer op.
Gelukkig zijn er intussen ook initiatieven om het leven in de oceanen te herstellen. We krijgen nog wat hoopvolle berichten na alle ellendige beelden. Maar het blijft raar, dat er nog steeds met sleepnetten wordt gevist. Door hele grote bedrijven. Waarvan sommige afkomstig uit ons miezenmuizige kikkerlandje…….
En wij hier maar de mond volhebben over klimaatmaatregelen. Over doelstellingen, die moeten worden gehaald. Melkveeteeld op de schop, heel veel gedoe daarover, maar ondertussen harken we nog steeds vrolijk mee daar diep in de zee.
Heks wordt oud. ‘Vroeger was alles beter’ ligt me in de mond bestorven. Toen Nederland nog niet zo’n rechts kutland was. Maar ja, in de Gouden Eeuw was het al niet anders. Ook toen maakte een kleine elite de dienst uit. Zij verdienden gouden bergen over de ruggen van het gemene volk hier ter lande en allerlei inheemsen in de koloniën.
Hebzucht. Die in ons calvinistische landje welig tierende hoofdzonde. Die eigenschap, die handen in harken verandert.
Heks zie dezelfde tendenzen in haar eigen clan. Op microniveau. Hark, hark, hark. Lieg, lieg, lieg. Maak iemand zondebok. Verdraai de waarheid, verdeel en heers. Verneder je opponenten. Door een ander naar beneden te trappen, ga jezelf omhoog.
Gooi desnoods drugs in iemands drankje, om iemand echt te kleineren. Altijd vermakelijk op een feestje. Als iemand op handen en voeten door de keuken kruipt en zijn hoofd snuivend in het kruis van de aanwezige vrouwen stopt. Of als iemand spiernaakt over het parkeerterrein rent. Iemand die normaal gesproken krankzinnig goed tegen drank kan…….
Ook grappig als iemand bijna met haar hoofd in de open haard belandt. In een poging op te staan. Na het drinken van een drankje. Hahaha. Dat is nu echt humor.
nog een pispot uit de oude doos, lijkt me meer iets voor een man.
Het is al heel moeilijk, zo niet onmogelijk, om in mijn eigen leven het tij te keren. Met foute types is nu eenmaal niets te beginnen. Zo wijs ben ik intussen wel geworden. Een narcist zal nooit veranderen. Dat is onderdeel van hun pathologie.
Je kunt hen maar het beste uit de weg gaan.
Populisten zijn als foute mannen en vrouwen. Ze beloven koeien met gouden horens, gouden bergen, ze zeggen wat je wilt horen…… De wittebroodsweken zijn waanzinnig, want dan doen ze enorm hun best. Maar zodra die voorbij zijn is het uit met de pret. Dan laten ze hun ware gezicht zien. Kijk maar naar die kleuter in de VS. Geen fraai smoelwerk.
‘Die Faber is toch zo’n ongelofelijke boerentrien,’ verzuchtte mijn thuiszorg een tijdje geleden, toen we nog dagelijks met die vrouw te maken hadden, ‘Ongelofelijk wat dat mens af en toe uitslaat,’ vervolgt hij. ‘En ze maakt werkelijk helemaal niets waar!’
Typisch populistengedrag. Daar moeten we toch vanaf met zijn allen!
Heks pleit voor ouderwetse degelijke politiek. Grondwettelijk, die grondwet is er niet voor niks. En iedereen moet ook gewoon gaan stemmen, want stemrecht is een verworvenheid. Wij dames hebben er behoorlijk ons best voor moeten doen.
Heks pleit ook voor idealen in de politiek. We mogen best een beetje ons best doen met zijn allen om de wereld leefbaar te maken. Ook voor mensen, die het minder getroffen hebben dan de elite. Met hun opgespoten lippen en dikke tieten.
Heks zou ook willen voorstellen om politici een verbod op sociale media te geven. Zodat ze niet de hele dag bezig gaan met selfies maken en stomme berichtjes de wereld in sturen. Of creepy filmpjes uploaden op TIkTok.
Oh ja, een cursus tact likt me ook niet te versmaden. Nu ik toch bezig ben. En een persoonlijkheidstest voordat je je in de politieke arena begeeft. Om zodoende te voorkomen, dat de politiek vergeven raakt van de narcisten en psychopaten. Hetgeen nu wel het geval is. Elke populist is per definitie een narcist. En dat moeten we niet langer willen met zijn allen.
Overeenkomsten foute mannen/vrouwen en populisten:
Controlerend gedrag (Vraag maar aan leden van de PVV, Geert duldt geen tegenspraak, hij heeft alle touwtjes in handen) , gebrek aan respect, manipulatie, een gebrek aan emotionele beschikbaarheid (Faber ten voeten uit), negeren van grenzen, behalve als het gaat om mensen het land uit te zetten. Dan zijn er opeens weer grenzen in beeld. Slechte communicatie, liegen, gebrek aan interesse, oneerlijkheid over intenties (Ze zeggen wat je wilt horen, maar maken niks waar) en ga zo maar door.
En waarom stemmen we dan op die populistische liegbeesten? Omdat ze ons doen denken aan wat we kennen. De foute mannen en vrouwen in ons eigen lullige leventje. De narcisten en psychopaten waar we door zijn opgevoed. Of mee zijn getrouwd…..
Wat ons aantrekt is het gebrek van de politicus. Zijn opgeblazen ego. Want dat herkennen we. We denken dat we in de politiek geluk en welzijn voor allen zoeken, maar waar we in werkelijkheid op uit zijn, is vertrouwdheid. Hetzelfde bekende liedje. Dus liever een idiote populist, met een debiel kapsel en een ego als een gymzaal, die maar wat bazelt in jouw straatje dan een werkelijk wijs persoon? Het lijkt er op.
Heks kent iemand, die heel spiritueel is. Vindt ze zelf. Ze doet geweldig spirituele uitspraken en kijkt daarbij een beetje geheimzinnig. Alsof ze wel weet, dat het je eigenlijk boven de pet gaat.
Ze ziet altijd de positieve kant van jouw shit. En smeert dat ook lekker breed uit in je gezicht.
Heks is al vaak gekwetst door die vrouw. En naar ik heb vernomen ben ik niet de enige. Maar de dame in kwestie heeft daar geen idee van. Ze denkt je werkelijk een dienst te bewijzen met haar vreemde positief gemelijke uitspraken. Gedaan met een ietwat plechtig stemgeluid. Ze trekt hierbij haar meest interessante gezicht.
Zo kwam ik ooit bovendrijven uit een onverkwikkelijke kluwen operaties. De tweede had me bijna het leven gekost. De derde was in feite levensreddend. Maar liefst 3,5 liter bloed werd uit mijn buikholte gezogen. Je hebt maar 4,5 liter van dat goedje in je lijf en dat hoort niet thuis in je buikholte. Heks had eigenlijk dood moeten zijn.
‘Je hebt er in elk geval een mooi figuurtje aan over gehouden,’ was haar positieve reactie, waarbij ze probeerde niet al te jaloers te kijken. Heks was inderdaad kilo’s afgevallen door de ellende. Ze had dus wel een punt.
Maar vragen hoe het met me ging en of ik een beetje uit de voeten kon met die bijna dood ervaring? Ho maar.
Ze heeft ook wel eens beweerd, dat vrouwen, die hun meisjesfiguur hebben behouden, nooit echt vrouw zijn geworden. Ze keek hierbij extreem spiritueel en geheimzinnig. Alsof ze zich afvroeg of deze simpele Heks de hint zou snappen. Die toverkol met haar meisjesfiguur. Niet verruïneerd door het krijgen van een stel koters.
Die minkukel van een 40 jarig meisje, dat nooit vrouw geworden was.
Ze maakte deze opmerking een paar maanden nadat een medische ingreep het krijgen van kinderen voor mij onmogelijk had gemaakt.
‘Als Heks geen opleiding doet, gaat het niet goed met Heks,’ is haar meest recente meesmuilende rotopmerking aan mijn adres. Ik vertelde haar toen, dat ik in de leer was bij een echte ouderwetse toverkol. Daar moest ze natuurlijk ook eventjes haar plasje overheen doen.
Ze had ook iets kunnen zeggen in de trant van: ‘Wat fijn, dat je ondanks je ziekte toch steeds weer iets onderneemt, om je leven zin te geven….’ Ik noem maar wat. Ook positief overigens. Maar van een geheel andere orde.
Ze is een toxisch positief persoon bij uitstek. Overal ziet ze de zin van in en op alles heeft ze een antwoord. Ze slaat je om de oren met haar ongewenste wijze raad. Ze deelt hier en daar een poeier uit of een flinke steek onder water. Maar altijd positief, positief, positief.
Gelukkig zie ik haar bijna nooit.
Zij is niet de enige met dit probleem. De wereld is vergeven van giftig positivisme. Helaas kom je het heel veel tegen in het alternatieve circuit. De wereld van healers en goeroe’s. Heks is er al regelmatig over gestruikeld.
Spiritueel narcisme, toxisch positivisme. Het tiert welig in de alternatieve kruidentuin. Maar ook regulier word je om de oren geslagen met dit fenomeen. Zo stuit ik onlangs op een blog van iemand met CVS, die het traject cognitieve therapie aan het volgen is. Kots en braak.
Zij moet aan de slag met helpende gedachten. Zoals: ‘ik ben sterker dan mijn vermoeidheid en het gaat de goede kant op, ik kan herstellen.’ De vrouw in kwestie neemt die taak heel serieus. Maar het helpt natuurlijk geen bal. Dat had ik haar van tevoren wel kunnen vertellen.
Heks is in het verleden doodgegooid met deze vorm van therapie. De eerste opmerking van een behandelaar was destijds: ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ Huh? Negatief denken bijvoorbeeld?
Het is een gruwelijke therapievorm. De enige, die er profijt van hebben zijn de behandelaars. Die strijken er een flink geldbedrag mee op. Hop!
Ook in het alternatieve circuit kom je dit gedachtengoed tegen.
Een alternatief behandelaar van Heks zei altijd, lang geleden, dat ik vooral moest denken, dat ik niet meer ziek was. Ik knapte inderdaad op destijds. Van grotendeels in bed naar weer een beetje werken. Ik had de man hoog zitten, dus ik nam zijn advies heel serieus.
Jarenlang heb ik beweerd niet meer ziek te zijn uit angst, dat ik mezelf ziek zou denken. Ik had nog steeds veel last van mijn aandoening, maar dat hield ik angstvallig verborgen. Totdat ik weer zo ziek werd, dat het niet meer ging. Voelde ik me nog schuldig ook, omdat mijn gedachten blijkbaar niet positief genoeg waren geweest….
Terwijl ik stiekem natuurlijk wel wist, dat de ziekte niet was verbannen. Dagelijks liep ik er nog tegenaan. Ik had gewoon een iets betere periode.
Mijn giftige positieve aanpak destijds had een onaangenaam bijeffect: Het maakte me extreem eenzaam.
Dus ook Heks zelf is niet gespeend gebleven van deze onverkwikkelijke vorm van positiviteit. Bijvoorbeeld overal altijd een mooi verhaal van maken. Dat heb ik gedaan zo lang als ik me kan herinneren. Vaak een goed verhaal met een lach erin.
Toen ik met dit blog begon was ik nog volop in die modus. Ik prees iedereen de hemel in, ook al hadden ze me weet ik wat geflikt. Ik zag overal de zin van in. Gaf aan alles een positieve draai…..
Maar na pakweg anderhalf jaar kwam daar door externe gebeurtenissen opeens de klad in. Het doek viel voor mijn positieve draai. Mijn roze bril viel aan stukken. Een woeste grom gorgelde zich vanuit mijn buik een weg omhoog naar mijn keel.
10 jaar ongebreidelde woede was er nodig om de scheefstand weer een beetje in evenwicht te brengen…..
Heks kent haar donkere kanten. Ik hou van mijn grumpy momenten. Ik ben blij, dat ik een wat reëler beeld van de werkelijkheid heb tegenwoordig.
Het maakt me een beter mens voor mijn medemens. Het maakt me een betere heks. Of lichtwerker, zoals dat in de positivistische hoek wordt genoemd.
Geen lichtwerker zonder donker. Liever een donkere heks met liefdevolle ogen, dan een lichtwerker met ogen van steen.
Ooit raakte ik in gesprek met het Yin Yang teken. De basis voor ons universum. Het goddelijke wil zichzelf leren kennen en trekt zichzelf uit elkaar. De stippen zijn heel belangrijk. Daar ontstaat de beweging. Klinkt lekker bladiebla.
Yin en yang zijn twee tegengestelde maar complementaire krachten uit de Chinese filosofie die in alles in het universum te vinden zijn. Yin staat voor het vrouwelijke, donkere en passieve, terwijl yang voor het mannelijke, lichte en actieve staat. Het bekende symbool, het Taijitu, laat zien dat yin en yang niet zonder elkaar kunnen bestaan, dat ze in elkaar overlopen, en dat er altijd een klein beetje van de één in de ander zit. Balans tussen yin en yang is essentieel voor harmonie in het leven en gezondheid, zoals in de Traditionele Chinese Geneeskunde wordt toegepast.
Vrijdag ben ik bij de Marokkaanse supermarkt. Een geweldige winkel! Ze hebben de duvel en z’n ouwe moer. En alles knettervers en van uitstekende kwaliteit. Je hoort het al: Heks is fan!
Ik koop wat kebabgehakt bij hun drukbezochte slager. Dan ga ik naar de afdeling lekkere smeersels. Terwijl ik mijn mandje vul besluit ik om Momo uit te nodigen op zaterdagavond voor wat van die hapjes en een drankje. Nou ja, veel drankjes. Daar houdt Momo van.
Net als ik haar een app wil sturen krijg ik er eentje van haar. ‘Hoe vind je em?’ staat er onder een foto van een veer. Op een wat? Een hand? Nee, een voet. Een hele rooie voet.
‘Heb ik vandaag laten zetten bij Deus,’ laat ze me weten. Het is haar nieuwe tatoeage. ‘Ziet er goed uit! Echt een plaatje…’ appt Heks terug. Om haar vervolgens uit te nodigen voor de volgende avond. ‘Dan kan ik niet,’ schrijft ze terug. We spreken af op zondag.
Als ik thuis kom van mijn hondenrondje zit ze me op de stoep op te wachten. Ze veel te vroeg. Dit keer ruim een uur. ‘Nee hoor, we hadden om half zes afgesproken, anders val ik van de graat….’ helpt ze me uit de droom. Maar Heks weet het vrijwel zeker. Zo goed als. Half zes is hondenuitlaattijd. Op dat tijdstip spreek ik nooit iets af.
Hoewel…..
Al kwebbelend lopen we naar binnen. ‘Ik ga een heel lekker drankje voor je maken,’ roept Heks, ‘Het heet Pimms.’ Mijn vriendin kijkt me glazig aan. ‘Pimms?’
Pimm’s No. 1 is een gemixt drankje op basis van gin, met sinaasappellikeur en een geheime mix van kruiden en specerijen. Dit zorgt voor een uitzonderlijke smaak. Complexe fruitige tonen van bitterzoete gekarameliseerde sinaasappel, met een frisse afdronk van citrus en kruiden.
‘Ja, zo heet het. Het is een echte Engelse cocktail, die wordt geserveerd bij een High Tea. Niet het soort High Tea, zoals je dat hier in dure restaurants kan doen, met kleine kut-taartjes en ieniemini holle-kies-broodjes. Maar een High Tea, zoals ik die in Engeland en Schotland wel heb meegemaakt. Met de hele familie naar buiten, picknickkleden vol met taarten, sandwiches, salades, fruit, lekkernijen, een verdwaalde pot thee en vooral ook; Alcohol! En dan met name Pimms.’
Ik begin het drankje te bereiden. Momo kijkt verbijsterd toe. ‘Tomaat? Meen je dan nou, Heks, stop je er tomaat en komkommer in?’ Heks knikt en knikkert de groenten in de klaarstaande Hoegaardenglazen. Dan volgt de meloen en de aardbeien. Wat verse munt, bijna vergeten. Een borrelglas Pimms en een borrelglas gin. Aftoppen met sinas.
‘Proost,’ zeggen we tegen elkaar. Voorzichtig neem mijn vriendin een slokje. Haar gezicht klaart op. ‘Mmmmmmm, wat is dat lekker Heks.’
‘Heb je Schollekop nog gevraagd voor het concert?’ informeert Momo. Ze heeft een kaartje in de aanbieding voor UB40 in september. Op het strand van Scheveningen.
Helaas is dat een beetje te hoog gegrepen voor Heks, zo’n concert. Op de heenreis verschiet ik dan al mijn kruit. En dan moet je nog uren staan, hetgeen mijn lijf niet verdraagt. Mensenmassa’s, ook een dingetje. Ik hou er niet van. Om over een terugreis op mijn tandvlees maar te zwijgen……
“Nee, schat, ik kan niemand voor je vinden. Wel jammer van dat kaartje….’
We nippen van ons drankje. Het is een gevaarlijk drankje. Want je merkt niet, dat er alcohol in zit. behalve als je de stukjes groenten en fruit op eet. ‘Het is heerlijk! Die tomaten en komkommer er in smaakt ook heel lekker, had ik niet verwacht,’ verzucht mijn maatje.
‘Je moet er altijd hooguit eentje van drinken,’ grijnst Heks, ‘Want een tweede overleef je niet.’ Nou ja, Momo misschien wel. Maar niet op een zondag, als er de volgende dag gewerkt moet worden.
Momo vertelt over haar avonturen op Dance Valley. Vooral de thuisreis was weer zeer enerverend. Heks ligt dubbel. ‘Dat verhaal doet me denken aan die keer, dat jij naar een voetbalwedstrijd ging met die Marokkaanse vriend….. Toen had je ook zo’n aparte terugreis….’ grinnikt Heks. ‘Goh, dat je dat nog weet!’ giert Momo, ‘Dat is zeker vijftien jaar geleden…’
We halen herinneringen op. Hoe ze met die man op de thuisreis op een industrieterrein belandde midden in de nacht, omdat medepassagiers hen hadden wijsgemaakt dat het betreffende station Amsterdam Centraal Station was.
‘Opeens was mijn vriend verdwenen. Het was pikdonker en ik zag hem nergens meer. Dus ik loop door. Springt die gek vanuit de bosjes op mijn nek! In een reflex buig ik voorover, dus hij vliegt over me heen en schaaft zo met zijn hele gezicht over het asfalt….. Hij lag helemaal open!’
‘Ik herinner me, dat jullie daarna bij een hotel zijn weggestuurd, omdat hij helemaal onder het bloed zat…’ hikt Heks. ‘Ja, dus zijn we met de taxi naar huis gegaan, dat was best prijzig,’ ze noemt een exorbitant bedrag, ‘Eenmaal thuis heb ik zijn wonden verzorgd. En daarna heb ik er pleisters op geplakt van Winnie de Pooh. Van Knorretje,’ Momo ligt in een stuip van het lachen, ‘Hij vond alles best.’
‘Maar toen keek hij daarna in de spiegel en werd woest. Omdat ik varkens op zijn gezicht had geplakt! Dat was niet halal….’ we lachen en lachen om dit verhaal uit de oude doos. Wat een kostelijke geschiedenis.
Tegen een uurtje of 10 houden we het voor gezien. Momo ruimt nog snel even het aanrecht op, ze kan niet tegen troep. En dan nemen we afscheid. ‘Oh, Heks, ik zit zo vol, ik kan niet meer bewegen,’ kreunt ze, terwijl ze op haar fiets stapt.
Heks kruipt lekker in haar mandje. Een een uurtje uitrusten en dan alle dieren verzorgen. Er moeten weer ogen en oren worden gedruppeld, hondjes worden uitgelaten. En iedereen moet nog wat eten. Maar eerst rust.
Heks is een rare snijboon. Ze kan niet tegen onrecht. En al helemaal niet tegen agressie naar vrouwen. Ze kan ook slecht liegen, vreselijk onpraktisch. Ik ben wars van manipuleren, een menselijke eigenschap, die op zijn tijd echt handig is. Ik ben bij vlagen koppig als een ezel. Met een geheugen als een olifant.
Nou ja, allemaal discutabele eigenschapen, die me met enige regelmaat in de problemen brengen. Het zijn niet per definitie allemaal slechte eigenschappen. En eerlijk duurt het langst, al is de leugen nog zo snel. Maar een beetje liegen is best bruikbaar bij tijd en wijle. Mijn hoekige eerlijkheid stuit menigeen tegen de borst.
Het scheelt wel in de rimpelvorming in je gezicht is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. Mensen die er jeugdig uit blijven zien hebben allemaal de neiging om de waarheid te spreken. Dat staat met stip bovenaan in hun onderscheidende eigenschappen.
Liegen veroorzaakt lelijke rimpels en diepe plooien in je smoelwerk. Behalve als je je aangezicht volpompt met botox. Dan kan je liegen alsof het gedrukt en geen haan, die ernaar kraait.
Heks rijdt laat in de avond naar het Van der Werfpark. Hondje naast me dravend en hondje op de bok van de scootmobiel. In het park laat ik hen los. We rijden 2 relaxte rondes, zodat ze alles kunnen doen wat nodig is. Het is rustig in het park. Heks tuft naar de uitgang.
Daar stuit ik op drama. Een grote SUV staat midden op de brug geparkeerd. Deuren wijd open. Er zit een gast in. Een opgefokt jongmens loopt op straat te schreeuwen tegen een blonde jonge vrouw. In Marokkaans Nederlands met een vette stemhebbende zzzzet. Zij is in gezelschap van een vriendin.
‘Ga in de auto zzzzitten,’ sommeert hij haar meermalen. Het meisje is bang. ‘Nee,’ het klinkt pertinent, ‘Geef mij mijn sleutel van mijn brommer terug,’ smeekt ze vervolgens, ‘geef me asjeblieft mijn sleutel….’ Machteloos morrelt ze aan haar bromfiets.
De teringlijer geeft de sleutel niet. ‘Ga nu in de auto zzzzitten,’ brult hij daarentegen. Hij loopt dreigend aan haar toe. De vriendin schuift ertussen. Het meisje krimpt in elkaar.
Heks geeft gas en rijdt richting drama. ‘Geef haar die sleutel terug,’ zeg ik streng. Ik besef maar al te goed hoe stom ik bezig ben. Straks krijg ik weer klappen. Maar de meiden in hun sop laten gaarkoken is geen optie. Dat kind gaat niet in die auto belanden tegen haar zin. No way. Dan maar klapjes.
‘En wie ben jij dan wel, zzzzeikwijf! Hou je erbuiten, bemoei je er niet mee,’ dreigend doet het anabole typje een paar stappen richting Heks, ‘Wegwezzzzzen jij, je hebt hier niks mee te maken, brult hij vervolgens,’En jij,’ hij richt zijn aandacht weer op het meisje, ‘Mijn auto in…Nu’
Het misselijke mannetje blaast zichzelf op als een kikker. Zijn sneue kompaan kijkt goedkeurend toe. Hij steekt geen vin uit om de situatie te deëscaleren.
‘Ik kom op voor deze meiden, het is een openbare ruimte en ze worden lastig gevallen door jou. Dus laat hen met rust…’ dien ik het sportschool verslaafde kereltje van repliek. Het mannetje staat in dubio. Hij moet kiezzzzzen tussen Heks te lijf gaan of de dame in zijn auto zzzzien te krijgen. De meiden lopen nu gewoon weg. De brommer laten ze achter.
‘Dank u wel mevrouw,’ zeggen ze beleefd over hun schouder.
Het ellendige mannetje gaat weer in zijn veel te grote auto zitten. Compensatie voor iets? Heeft hij een waxinelichtje? Een garnaal? Stapvoets begint hij de vrouwen te volgen. Heks scootert erachter aan.
Een stukje verderop stapt de onverlaat weer uit en begint opnieuw het arme kind te terroriseren. Heks belt intussen al met 112. Snel breng ik hen op de hoogte van hetgeen er speelt. ‘De auto staat nu op de hoek van de Langebrug en het Rapenburg,’ informeer ik de dames en heren in blauw, ‘Ik moet er nu echter accuut vandoor, want die agressieveling stapt weer in zijn bolide en komt nu achter mij aan….’
Heks weet middels een wirwar van steegjes te ontkomen. Het glimmende exterieure ego van het ventje kan daar allemaal niet doorheen rijden. Hij moet Heks noodgedwongen laten gaan.
De meisjes zijn ook plotsklaps verdwenen. Tijdens mijn afleidingsmanoeuvre hebben ze de benen genomen, ik zie hen nergens meer.
Zo rijd ik opeens moederziel alleen over de Breestraat. Ik steek de vredige Oude en Nieuwe Rijn over. Ik tuf over de geduldige Mare. Onvindbaar voor die gek.
‘Heks, je bent een oelewapper. Je denkt niet na. Je had in de grootst mogelijke problemen kunnen komen, voor de zoveelste keer,’ pruttel ik in mezelf. Ik zeg niet dat het slecht van me is, om die vrouwen te helpen. Maar ik had misschien wat meer afstand kunnen houden en direct de politie kunnen bellen.
Ik heb genoeg klappen gehad in mijn meutige heksenleventje. En daarbij: ik ben een oude taart intussen. Met lachrimpels rondom mijn ogen en leugenvoorbestwilplooitjes aan weerszijden van mijn haakneus. Ik heb dan wel een grote mond, maar ik kan nog geen deuk in een pakje boter slaan………
Zaterdag ga ik lopen bij de Klink. Er is blauwalg, dus ik vermijd de waterkant. Sterker nog: ik sla direct af naar het pad langs het spoor. Daar staat een eindeloze muur braamstruiken. Heks wil nog wat jam koken. Ik heb de afgelopen week 3 potjes bij elkaar geplukt op een andere favoriete spot van mij.
Het is maar een raar bramenjaar dit jaar. Hordes vruchtjes hangen uitgedroogd samen met hun familieleden aan een tak. Onbruikbaar voor mijn doeleinden. Ook zijn er liefhebbers Heks voor geweest. Het is echt zoeken naar de overgebleven sappige exemplaren.
Ik ben goed voorbereid, denk ik. Een royale tas hangt om mijn middel. Daarin een grote plastic zak. En een hele hand hondenpoepzakjes. Ongebruikt uiteraard……
Ik heb op het laatste moment mijn crèmekleurige shirt verwisseld voor iets meer braamkleurigs. Makkelijke schoenen. Het moet zo gaan lukken.
Urenlang struin ik met mijn hondjes langs de braamwand. Tussen de verdroogde trosjes hangen gelukkig nog mooie sappige exemplaren hier en daar. Heks mept zich een weg naar die gewilde vruchten als de prins naar Doornroosje.
De braamstruiken slaan terug. ‘Prikprikprik’, prikken hun vertoornde doornen. In mijn handen, in mijn onderarmen. Ze pakken me waar ze me raken kunnen. Heks heeft een hoge pijngrens. Ik negeer al dat geprik en pluk braam na braam van de diverse takken.
Op dit stuk verwilderde natuur tiert de brandnetel welig. Deze vurige plant is een ware symbiose aangegaan met de braam. Natuurlijk helpt dit stuk onkruid zijn bevriende stuik uit zijn netelige situatie. Venijnig streelt hij langs mijn handen en armen. Af en toe slaat een branderige uitloper zelfs venijnig in mijn gezicht.
Heks gaat op zoek naar het kruidje hondsdraf. Dat groeit altijd in de buurt van brandnetel. Ik plukt wat blaadjes, kneus hen en wrijf het sap langs de aangedane huid. Het helpt maar mondjesmaat. Ook de hondsdraf heeft last van de droogte. Er komt nauwelijks sap uit.
De gehele weg loopt Freya te blaffen als een gek. Dat vindt ze lekker om te doen. Meestal houdt ze het na een paar minuten voor gezien. Maar vandaag heeft ze er echt lol in. Gekmakend krijst ze opgewekt in alle toonaarden.
Heks negeert het geblaf. Heks negeert de brandende huid van haar armen en handen. Heks negeert haar verkrampte spieren. Ze plukt en plukt.
Intussen heb ik een flinke tas vol bramen bij elkaar geraapt. Dan tref ik een vriendelijke vlierstruik. Snel pluk ik wat zwarte schermen. Daar ga ik nog wat gelei van maken….
Op de terugweg bovenlangs val ik van een zandheuveltje. En nog eens. Mijn lichaam houdt het nu echt voor gezien. Snel laat ik mijn hondjes zwemmen in een blauwalgvrije vaart. Daarna gaan we hophop terug naar de stad. Het is intussen bijna avond.
Thuisgekomen besluit ik om eerst de jam te koken. Dan ontdek ik, dat mijn hulp al mijn lege opgespaarde potten in de glasbak heeft gegooid. Ik mopper en mopper. Om dan alle bijna lege potjes in kast en koelkast schoon te maken. En met soda uit te koken.
Bijna 2 kilo heb ik bij elkaar geplukt. Met branden armen en handen kook ik de jam. Daarna maak ik nog een pot gelei van de vlier. Dan geef ik alle beestjes eten. Nu moet ik eigenlijk zelf gaan eten. Maar eerst moeten er nog gehaktballetjes worden gebakken. Dat staat al een dag op de rol.
Heks is behoorlijk moe. Dus de gehaktballetjes raken enigszins zwartgeblakerd, omdat ik niet goed oplet. Dan roerbak wat groente voor bij de maaltijd, maar halverwege komt de man met de houten hamer. Zoals gewoonlijk begint het met: Me heel misselijk voelen.
Alle vermoeidheid, die ik heb genegeerd, knalt eruit. Mijn lijf slaat op slot. Mijn brandende armen en handen laten zich niet langer negeren.
Ik neem medicatie tegen allergie in, want ik heb het vermoeden, dat mijn lichaam overreageert op de brandnetels. Ik smeer ook een cortisonencrème op de aangedane huid. Ik stop nog wat extra zware pijnmedicatie in mijn klep. Maar niets lijkt te helpen. De pijn wordt ondraaglijk. Mijn onderarmen en handen branden en prikken. Ik moet nu acuut gaan liggen. Bewegingsloos. Tot ik me beter voel.
Ik val van de aarde in een bodemloze slaap. Na een uurtje kom ik bij.
Zo lig ik dan te wachten op betere tijden. Een half uur later is de misselijkheid weer weggetrokken. Ik kan gaan eten. “Neem een opiaat, schat,’ zeg ik tegen mezelf. Ik heb een stripje pillen liggen voor noodgevallen, zoals dit. Wanneer mijn lijf weer enorm met iets aan de haal gaat.
Ik wacht nog een half uurtje tot het middel inwerkt en voel hoe een weldadige donzen deken zich over de aangedane plekken vlijdt. Wat een opluchting. Ik roerbak de rest van de groente en knikker het bij een Thaise curry. Even later zit ik aan de maaltijd. Het is half 2 ’s nachts.
Hierna val ik opnieuw in slaap. Kleren aan, licht aan, televisie aan. Om 6 uur in de ochtend loop ik buiten met de hondjes. Om daarna opnieuw om te vallen.
‘Wat een gedoe, Heks, voor een paar potten jam,’ hoor ik je denken, ‘Een ware marteling, waar ben je mee bezig?’
Tot mijn verdediging moet ik zeggen, dat ik nooit eerder zo’n extreem allergische reactie heb gehad op de braam en de netel. En dat ik absoluut niet houdt van jam uit de winkel. En dat ik weinig suiker gebruik en veel pectine. Heks kan niet goed tegen suiker.
Maar het allerbeste argument om deze jamqueeste te rechtvaardigen is het feit, dat ik er zo van geniet! Ja, echt!
Al keutelend en scharrelend en pijn negerend let ik wel op de zoete zomergeuren om me heen. De vredige stilte, zodra Freya eindelijk eens haar bek houdt. De lome nazomerwarmte op stukjes waar de zon schijnt. Het buiten zijn. Foerageren in de natuur, waar ik altijd een kick van krijg……
Op de heenweg, als ik mijn auto ophaal, die kan niet meer in mijn buurt staan vanwege een Boze Buurman, in een parkje aan de Singel, pluk ik nog een tas vol peren uit een eeuwenoude boom. Staand op mijn scootmobiel. Dat ding is toch zo handig en multifunctioneel!
En binnenkort ga ik nog kweeperen plukken in een ander parkje. Maar dan moeten mijn spieren weer uit de knoop zijn. Dat kan wel eventjes gaan duren, want mijn fysiotherapeut is op vakantie……
Zondag ga ik naar de kerk. Mijn kerk, waar God ook een vrouw is. Behalve vandaag: We hebben een gastpredikante en bij haar is het ‘God de man’. Zonder enige twijfel.
Het thema van de dienst is ‘de gebogen vrouw’. De dominee begint met een gedicht van Ankie Peypers:
Het gedicht raakt me. Het blijft de gehele dag bij me.
Vandaag komt mijn thuishulp. Goddank. Er zit enorm de klad in momenteel sinds mijn vaste hulp vorig jaar juni een ongeluk kreeg. Al zo’n 15 maanden loopt de zorg in Huize Heks voor geen meter. Dientengevolge moet ikzelf vaak aan de bak. Hetgeen niet gaat. En toch moet. Al die griepaanvallen de afgelopen winter waren hier een direct gevolg van.
En nog steeds worden mijn uren maar voor de helft ingevuld. De organisatie die mijn hulp faciliteert, een bedrijf dat ooit prima werk afleverde, laat het afweten. Hulp krijg ik vaak niet. Maar ik krijg dan weer wel zomaar een grote mond.
Krijg ik toch nog wat.
‘Wat heb je toch gedaan, Heks,’ moppert mijn orthopedisch fysiotherapeut, terwijl hij de verstrengelde spierknopen en verfrommelde pezen in mijn armen en rug te lijf gaat, ‘De hele boel zit muurvast. Vertel me dat nu eens?’ ‘Ik heb de was gevouwen,’ biecht Heks op. ‘Wil je dat wel eens laten,’ foetert mijn behandelaar quasi nijdig.
Heks is een ongelofelijke kreukel, maar je ziet niets aan haar. ‘Wat zie je er toch goed uit,’ hoor ik regelmatig. Of ‘Jij 64 jaar? Laat me niet lachen, je maakt een grapje.’ ‘Nee, echt, je zou me ’s morgens eens moeten zien…’ zeg ik soms terug. Maar meestal laat ik het maar. Gelukkig zie ik er niet zo uit als ik me vaak voel.
Een levend lijk.
‘Heks, jij bent zo’n levendige vrouw. Jij hebt zo’n stralende energie en grote interesse in alles en iedereen. Maar jouw lijf is een ander verhaal. Het fungeert als een soort gevangenis. Jij met al je levendigheid zit opgesloten in dat onwillige lichaam. Jouw lijf is jouw gevangenis. Dat moet vreselijk voor je zijn!’ zegt een medisch specialist onlangs tegen me.
Ik vind dat wel mooi omschreven. De Don en ik zeiden regelmatig tegen elkaar, dat ons leventje nog het meeste weg had van je straf thuis uitzitten. Met een loden bal aan je voet. En dat dan levenslang.
En dan is goede hulp heel belangrijk. Het kan echt het verschil maken. Helaas ben je soms overgeleverd aan de luimen en grillen van de diverse organisaties en hun medewerkers. Ik ben wel eens uren thuishulp kwijtgeraakt door een medewerker bij het loket WMO. Heks informeerde naar haar indicatie. ‘Uw toon bevalt me niet,’ zei meneer de Rat,’ Ik haal de helft van uw uren weg.’
Het heeft een reeks aan rechtszaken gekost om die uren terug te krijgen. Een vermoeiende martelgang. Maar het is me indertijd gelukt. ‘Dit is uw indicatie en daar mag niet meer aan getornd worden,‘ aldus de rechter.
Gisteren ga ik lekker naar de sauna. Ik heb nog wat saunabonnen. Bedoeld om gezond en wel de winter door te komen, maar afgelopen winter lag ik maandenlang met griep en bronchitis in bed. Naar de sauna gaan was geen optie. Dus dan maar lekker in de zomer naar de sauna. Ook niet verkeerd.
Ik doe mee aan een opgieting met saunameester John. Mijn favoriet. ‘We gaan vanavond naar Spanje,’ roept hij enthousiast, ‘Ik heb mooie muziek van Julio Iglesias en wat heerlijke Spaanse geuren…’ Hij gooit een bal ijs met Aloë Vera op de kachel. Een wolk geurig stoom trekt door de cabine.
Vervolgens danst hij kunstzinnig wapperend met een badlaken elegant door het open gedeelte van de sauna. We beginnen te lachen om zijn capriolen. De sfeer zit er goed in.
Een prachtige struise voluptueuze dame naast Heks maakt de ene kwinkslag na de andere. Ze rent even de sauna uit om af te koelen en komt dan doodleuk weer terug. Tot groot vermaak van de rest van het publiek. Behendig springt ze langs de man voor haar terug op de tweede verdieping. Hij moet er vreselijk om lachen…….
Een half uurtje later zit ze opeens naast me in de infrarood sauna. ‘Ik had sjans tijdens de opgieting,’ vertrouwt ze me toe. ‘Zeker die man voor je, echt een lekker ding overigens,’ grinnikt Heks. ‘Ja, een leuke vent, maar ik moest hem wel teleurstellen, want ik heb een man en kinderen thuis zitten.’ Het is een schat van een meid met een hele positieve vibe. Met name dat teleurstellen vindt ze niet leuk.
‘Ach, het is toch ook best een boost voor je ego,’ reageert Heks nuchter, ‘Je kunt het nu eenmaal niet iedereen naar de zin maken…..’ ‘Ja, maar ik vond het toch vervelend om hem af te poeieren. “Ik spring wel in een koud bad,” zei hij,’ besluit ze haar verhaal. We krijgen de slappe lach.
Daarna praten we heel geanimeerd over haar huwelijk. Waarin dingen spelen, die wel eens tot het einde daarvan zouden kunnen leiden. ‘Ik geef hem nog een jaar,’ het klinkt gekscherend, ‘Hij heeft geen idee. “Ze is er nog steeds, dus het zit wel goed,” denkt hij,’ verzucht ze.
Een half uur later kar ik door de stad met de hondjes. Ze moeten nog even stevig gelanceerd worden. Een lichte hoofdpijn wint aan terrein. Hè, getsie. De sauna is niet helemaal goed gevallen.
Niet veel later zijn alle beestjes gevoerd, inclusief Heks. Ik schuif mijn bed in. Mijn lijf, zo doelmatig ontspannen, uitgerust en schoon, is onrustig. Het stampt. Alles gaat zeer doen. Misschien te ontspannen? Ik stop er nog wat pijnstilling in. Het duurt uren voordat ik slaap. Maar dan…. slaap ik ook als een roos.
‘Heks, als jij enorm gaat uitweiden over een situatie, dan moet je je afvragen hoe je je nu eigenlijk voelt. Het is een soort signaal, dat uitweiden….’ de vrouw tegenover me onderbreekt mijn uitgebreide verhaal. Dat alle kanten op gaat. Me dit en me dat.
Heks valt stil. Haar verstrikte verstrengelde verhaal ploft op de grond. ‘Hoe voel ik me nu eigenlijk?’ murmelt haar heksenbrein. Ze heeft geen idee.
Mijn gesprekspartner heeft een punt. Mijn brein is mijn overlevingsmechanisme. Als het moeilijk wordt, denk ik na. Met mijn mentale vermogens probeer ik de chaos te managen. Hoe ik me voel is niet belangrijk. Omdat het nooit belangrijk was.
Ik heb in de jaren des onderscheids geleerd om stomweg niet te luisteren naar mijn gevoel. Want wat ik voelde was niet waar. Of niet belangrijk. Mijn gevoelens deden er niet toe. Ze waren ongewenst. Of brachten me in de problemen. Mijn vermogen om op het kompas van mijn gevoel te varen is onderontwikkeld.
Dat is lastig.
En het resulteert in eindeloos geredeneer.
Vroeger was het nog veel erger. Elke avond was ik uren bezig om alles wat krom was in mijn leventje weer recht te redeneren. Dodelijk vermoeiend. Raar eigenlijk. Dat ik dat zelf nooit door had indertijd.
Deze goedpraterij gecombineerd met achterlijke loyaliteit heeft me regelmatig in de problemen gebracht. In feite is het een ‘recipe for disaster’.
Door te negeren hoe ik me bij iets voelde en alles vervolgens goed te praten bouwde de frustratie vanbinnen natuurlijk lekker op. Om dan op een gegeven moment een punt te bereiken, waarop de kruik echt te lang te water was gegaan….. Het punt waarop ik mijn gevoel niet langer meer kon negeren.
Het punt waarop vriendschappen uit elkaar knallen bijvoorbeeld.
Alle woede die ik de afgelopen 10 jaar heb ervaren is zo ontstaan. Jarenlang mijn best doen en alles goed praten. Mijn ware gevoelens negeren. Hen vervangen door de beredeneerde gewenste gevoelens.
‘Wat je voelt is waar,’ zei Blonde Buurman ruim 40 jaar geleden al tegen Heks. Ik vond dat altijd een vreemde uitspraak. Wat bedoelde hij daarmee? Hoezo waar?
Ik heb mensen gekend, die er altijd alles zomaar uit flappen. Ongeacht de situatie. Hun eigen gevoelens zijn belangrijker dan wat dan ook. Ze kotsen hun agressie en frustratie zonder pardon over hun medemensen heen. Ze schreeuwen moord en brand bij het minste of geringste.
Hoewel ik dat niet de prettigste medemensen vind, kan Heks wel eens jaloers zijn op hun vermogen om aandacht te vragen voor hun gevoelens. Er trouw aan te zijn.
Vandaag voel ik me lauw. Ik heb vannacht zo’n 13 uur geslapen. Met 2 hondenuitlaatrondes tussendoor. Sinds de afgelopen griepwinter is dit elk weekend het geval. Ik snak naar de vrijdagmiddag en ga dan 2 dagen onderuit. Op maandagmorgen kom ik weer bovendrijven.
‘Puf, puf,’ puft Heks. Het is warm. Ik loop te wachten op een pakket hondenvoer. Een pakket van maar liefst 24 kilo! Post.nl heeft het bezorgtijdstip niet gehaald. En ik moet zo de deur uit.
Heks gaat weer passief gymmen. Dat doe ik nu al bijna 2 jaar. En de resultaten mogen er zijn! Wist ik mezelf met een paar jaar degelijke fysiogymnastiek op te werken naar 28 kilo drukken met de legpress, deze wondertraining bracht me naar de 44 kilo binnen een paar maanden….
Het juiste gewicht voor mijn lengte en gewicht.
Dus hoewel het niet mijn favoriete bezigheid is, laat ik me toch wekelijks in een pak met elektroden hijsen, teneinde liggend op een bank mijn spieren kunstmatig te doen samentrekken….
Na de sessie haast ik me naar huis. Misschien kan ik het pakket nog aannemen, want het tijdstip is alweer verschoven. Als ik de straat in rijd, zie ik in een zijsteeg het elektrische autootje van de bezorgdienst rondschuiven. Ik spreek de postbode aan.
‘Bent u al op nummer zus en zoveel geweest?’ Ja, hij trof me niet thuis en nu gaat het pakket naar een afhaalpunt. Balen. Moet ik met al die kilo’s gaan sjouwen…. ‘Kunt u het misschien toch nog eventjes bij me komen afleveren?’ De man kijkt me met een uitgestreken gezicht aan. Een ondeugend lichtje vonkend in zijn blauwe kijkers. ‘Zou dat kunnen, denkt u?’ ‘Ik denk het wel…’ pareert Heks.
‘Zo rijdt mijn nieuwe vriend al piepend achteruit door de steeg helemaal tot aan het huis van Heks. Hij tilt het loeizware pakket uit het wagentje en loopt de hal in. ‘Ach, zet u het hier maar neer. Het is zo extreem zwaar. Ik pak het wel uit en dan kan ik het in etappes naar boven sjouwen…..’
Het mannetje wil er niets van weten. Hij opent de elektrische tussendeur en begint aan zijn wankelgang naar boven. Daar zet hij het pakket met een zwaai voor mijn voordeur. ‘Zo,’ zegt hij tevreden. ‘Goh, meneer, u bent dan wel niet enorm groot van gestalte, maar u bent wel extreem sterk,’ verzucht Heks. De man glimt van oor naar oor. Lichtvoetig huppelt hij de trap af.
Heks is blij. Snel lijn ik mijn honden aan en ga naar het dichtstbijzijnde park. Via een schaduwroute. Daar springen mijn woefers eindeloos bommetjes de gracht in. Zo kunnen ze er weer een paar uur tegen. Thuisgekomen stort ik in bed. De koek is weer eventjes op. Het houdt niet over momenteel met de energie. Mijn batterijtje laadt slecht op en loopt extreem snel leeg.
Aan het eind van de middag ben ik weer bijgetrokken. Ik hijs me in een jurkje en stop de honden in de fietskar. Op mijn gemakje peddel ik de stad uit op mijn onvolprezen elektrische fiets.
We gaan naar het Valkenburgermeertje. Eens kijken of we daar weer een beetje terecht kunnen, nadat dit voorjaar de oever helemaal is ingestort. Schuivende zandlagen. Levensgevaarlijk. Het meertje is in feite door jarenlange zandwinning een put van 40 meter. Het moest natuurlijk een keertje misgaan.
Op de Rijndijk passeer ik een viertal jongens op fietsen. Ze zijn enorm aan het keten. Ik rinkel met mijn bel en vraag of of ik erlangs mag. Het fietspad is breed zat. ‘Natuurlijk mevrouw,’ roepen ze in koor.
Even later halen ze Heks weer in. Opeens consternatie. De fietsen van het achterste tweetal raken verstrikt en een jongeman vliegt door de lucht. Met een doodsmak klapt hij tegen het asfalt. Heks kan nog maar net op tijd stoppen, anders had ik ook een lelijke schuiver gemaakt…..
De jongen wil opstaan, maar hij trekt wit weg van de pijn. We inspecteren zijn lichaam, schaafwond hier, schaafwond daar, enorme bloeduitstorting op de heup. En dan die schouder. Daar mogen we niet eens naar kijken.
‘Ik bel een ambulance, want dit is foute boel,’ zegt Heks tegen dovemansoren. ‘Nee, nee. Geen ambulance, bladiebla,’ oreert de lijkbleke jongeman. Zijn vrienden vinden het ook onzin en beginnen hem overeind te sjorren. De jongen wordt een beetje groen.
‘Leg hem onmiddellijk neer,’ zegt Heks streng, ‘En sorry, ik weet dat je het niet wilt, maar ik bel nu een ambulance.’ Een alleraardigste vrouw voegt zich bij ons. ‘Je moet nu gewoon rustig op je rug blijven liggen,’ instrueert ze de jongeman. Ze heeft wat aan EHBO gedaan. Heks praat intussen met de hulpdienst.
‘Niets laten eten of drinken, plat op de grond laten liggen, niet bewegen… Als hij gaat braken hem in zijligging leggen. We komen er zo aan.’
‘Je moet wel even je moeder bellen,’ zegt de vrouw tegen de onwillige puber. Je moeder bellen, helemaal niet cool natuurlijk. ‘Sowieso al voor je ID, of heb je die bij je?’ Nee, geen ID. Dat geeft de doorslag. De jongen belt zijn moeder en wordt opeens weer zijn leeftijd. Slechts 16 jaar.
‘Ik kom direct naar je toe,’ roept zijn moeder bezorgd tot op het bot. Een buurtbewoner heeft zich intussen aangesloten bij het gezelschap. En een arts. Hij kwam toevallig langsfietsen. ‘Hebt je hier pijn, kan je dit bewegen, voel je je misselijk?’ begint hij alvast te inventariseren wat er allemaal mis kan zijn.
Hij dringt uiteindelijk ook een beetje door tot het weerbarstige puberbrein van het slachtoffer. Als hij over eventuele schade aan de wervelkolom begint, ligt het jongmens plotseling doodstil.
Heks denkt aan een gebroken sleutelbeen. Of de schouder uit de kom. Hopelijk geen fractuur in het schoudergewricht….. Die schouder? We mogen er niet in de buurt komen.
Er is een arts aanwezig, ambulance is onderweg, een buurtbewoner staat paraat voor eventuele bijstand…. Ik ben intussen overbodig. ‘Ik kan nu wel weg, dacht ik zo,’ zegt de vrouw naast me. 2 zielen 1 gedachte. We stappen op.
Ik spendeer een paar heerlijke uurtje met de hondjes bij het meer. Ze zwemmen eindeloos achter balletjes. Heks leest haar krant. Het is al ruim over achten, als ik terug peddel naar de stad.
Op de Haagweg staat een legertje politieauto’s dwars op de weg. Geflankeerd door een paar brandweerwagens. Heks rijdt over de dienweg. Plotseling krijg ik een zwarte auto in beeld. Hij ligt ondersteboven tegen het talud. Mijn hart zakt in mijn schoenen.
Er staat een legertje mensen te kijken. Een jongeman wandelt mijn kant op. ‘Is de bestuurder er al uit?’ vraag ik bezorgd. De man schudt zijn hoofd. Schudt nog eens. Kijkt me daarbij indringend aan.
Het is niet goed.
Heks fietst door. Schietgebedje. Raar hoe mensen staan te kijken en lachen. Ja, ik zie mensen lachen. Ontspannen. Ze hebben even een verzetje.
Ik hoop maar dat niemand gaat staan filmen.
Ik denk aan hoe ik jaren geleden een jong meisje voor mijn ogen heb zien verongelukken. Heks was er als eerste bij. Ik kon niets doen, behalve een schaduw vormen tegen de brandende zon. Toen de traumahelikopter kwam ben ik vertrokken. Via via hoorde ik dat ze het uiteindelijk niet gered heeft. Op de plek waar het gebeurd is staan altijd verse bloemen.
Twee ongelukken op 1 dag. Heks pas maar goed op. Een ongeluk komt altijd in drieën. Dat word toch gezegd? Of is dat gewoon kul? Bijgeloof, zoals angst voor zwarte katten? Die blijven in de diverse asiels altijd het langst over.
Thuisgekomen ga ik op zoek naar mijn zwarte kat. De panter rommelt overdag een beetje door de binnentuintjes hier. Hij is stokoud en afgelopen voorjaar gigantisch in elkaar geslagen door een exoot. Zo’n hybride kattenras, waar mensen mee willen pronken bij hun vrienden. Een ramp voor de gewone huiskatten, want ze hebben een heel ander spierpakket.
De panter is er uiteindelijk na een paar afschuwelijke abcessen, bestreden met een wagonlading antibiotica, gevolgd door een afgrijselijke maag darm infectie, toch weer bovenop geklauterd. Hij is weer op gewicht. Hij wil weer graag naar buiten. Maar ik laat hem niet meer op straat.
‘Hij is hier,’ roept de buurvrouw. Ferguut ligt prinsheerlijk bij haar op de bank. Heks neemt hem in haar armen. ‘Komt panter, we gaan lekker eten.’ Even later hebben alle beesten een bak voer voor hun neus staan. Heks gaat een uurtje uitrusten. Daarna ga ikzelf iets eten. Omdat het moet. Ik sla het wel eens over. Want ook eten is erg vermoeiend, vind ik.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.