Tegenslag mag. Maar niet elke dag. Het heeft ook positieve kanten: Het leven is uiteindelijk toch 1 groot avontuur. Vraag maar aan Harlekijntje…..

  
Tegenslag heeft ook zo zijn positieve kanten. Als alles van een leien dakje loopt maak je beduidend minder mee. Vorige week ben ik compleet opgetuigd op weg naar een ravissant feestje, als de demper van mijn uitlaat de geest geeft. Klonkklonkklonk hoor ik, net wanneer ik de snelweg verlaten heb. Op zich al een godswonder, dat het ding gewacht heeft met eraf vallen totdat de kust veilig was. Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik heb niet graag de dood van een motorrijder op mijn geweten om maar iets te noemen…..

Een knetterend lawaai begeleidt dit voorval. Heks zet de auto aan de kant. Ik ga de ANWB maar bellen. Op vijf minuten rijden van mijn feestje anderhalf uur wachten is natuurlijk balen. Achter me stopt een auto. Een knappe kerel stapt uit. ‘Je uitlaat ligt eraf. Althans, je demper. Je gaat zeker de ANWB bellen?’ 

‘Niet doen! Zit je anderhalf uur te wachten en dan trekken ze die demper eraf en zeggen rijdt maar naar de garage…. Of naar huis. Ik ben monteur, ik kan het ook eventjes voor je doen. Kun je gewoon lekker naar je feestje.’ Hij lacht me vriendelijk toe. Vervolgens trekt hij die vermaledijde demper eraf en ik vervolg knetterend mijn weg. ’s Avonds rijd ik in een oorverdovende herrie naar huis. Het feestje is leuk. ‘Ik had die jongen mee moeten vragen als bedankje,’ bedenk ik me later, ‘was vast heel gezellig geweest.’

  
Met een gereanimeerde auto rijd ik gisteren het land uit. Heks gaat een kleine maand in retraite in Plumvillage. De laatste weken stonden in het teken van regelen, regelen, regelen. En nu is alles geregeld. Er wordt op mijn huis en op mijn dierentuin gepast. Varkentje is onder de pannen. Het avontuur lokt.
Het lokt nogal hard blijkt. Als ik uitgekacheld van de voorbereidingen de stad uit rijd kan ik nog niet vermoeden wat er allemaal boven mijn hoofd hangt.


Het eerste gedeelte van de reis verloopt voorspoedig. Wel traag, want ik kruip als een slak om Rotterdam en Antwerpen heen. Het is druk op de weg. In Noord Frankrijk kan ik eindelijk een beetje vaart maken. Bij Parijs geef ik mijn TomTom de opdracht om de Boulevard Periferique te vermijden. En daar begint de ellende. De vervangende route is afgesloten. Ik rijdt een paar uur van hot naar haar door deze metropool. Overal staan borden dat ik er niet door kan. ‘Wat een waanzin om op zoveel plekken aan de weg te werken ,’ denk ik bij mezelf. Die domme Fransen ook. 

Uiteindelijk lukt het me om de stad aan de goede kant te verlaten. Op zich best een pretatie, want later blijkt er een noodtoestand te zijn afgekondigd….. Het is vreselijk weer. De regen komt met bakken van de hemel…

Ik kom op een louche Route Nationale terecht vol kuilen en met nauwelijks zichtbare markering. De weg draait , stijgt en daalt en ik heb maar een paar meter zicht. Ik ga een hotel zoeken, besluit ik. Ik stop bij een verlaten benzinestation en ga aan de slag met mijn booking.com app. Om te ontdekken dat niets werkt. Ik krijg internet niet aan de praat. 
  
Als ik doorrijd  kom ik toch op de péage. Mooi zo. Ik geef gas en hoop ergens onderweg een stom goedkoop hotel tegen te komen. Plotseling is de weg afgesloten. Voor ik het weet ben ik noodgedwongen op weg naar Nantes! Ik wil niet naar Bretagne. Bij de eerste beste afslag ga ik van de weg af. Ik beland in een soort vrachtwagendorp. Allemaal kolossen staan te wachten. Waarop?

Nadat ik driehonderd rondjes rondom een rotonde heb gereden ontdek ik een gewone parkeerplaats. Ik kan geen kant op. Het is beestachtig weer. Ik besluit hier dan maar te overnachten. Ik mis mijn hondje. Met hem erbij voel ik me gewoon een stuk veiliger. Maar goed. Ik hang gele dekens voor de ramen. Een zonnescherm sluit de voorruit af voor nieuwsgierige blikken. Ik wikkel me in een paar dekens, zoek mijn kussen op, neem een oogbadje. Ja echt. Je moet toch wat bij wijze van sanitair ritueel. Met moeite sukkel ik in een soort halfslaap

Soms staan er mensen een tijdje naast me te telefoneren en te schreeuwen. Ik ben niet de enige die is gestrand. Maar het grootste deel van de nacht is de plek godverlaten. Om een uurtje of zes houd ik het voor gezien. Ik ga weer rijden. Ik moet eerst maar eens ontdekken hoe ik in godsnaam in Orléans kom.
Via de Route Nationale kom ik een aardig end, maar opeens staat alles vast. Echt muurvast. Na een uur is er nog geen enkele beweging waarneembaar. Intussen heb ik vernomen dat ik in een natuurramp ben beland. Half Frankrijk staat onder water. Het is een wonder, dat ik het zo’n end geschopt heb met mijn kuikentje.

  
Ik ontsnap uit de file en besluit op de bonnefooi op zoek te gaan naar iets groters dan een boerengat. Dat valt nog niet mee. Veel wegen zijn afgesloten. Toch vind ik een klein stadje met een kroeg en een bakker. De bakkersvrouw is zeer kordaat. ‘Madame heeft in haar auto geslapen,’ roept ze naar haar man, ‘waar is dat adres van die gite?’ Ze belt met een boer uit de omgeving, die kamers verhuurt. Er is nog iets vrij. ‘En leg jij haar eens even uit hoe ze er moet komen,’ commandeert ze haar echtgenoot.


Intussen legt ze verrukkelijk aardbeientaartjes in de vitrine, door manlief zelf gebakken. Wat jammer dat Heks het niet mag eten. Het water loopt me in de mond. Een kopje koffie zou ook erg welkom zijn. En ergens een plasje doen…….


Even later ben ik weer op weg. Ik heb hier niets aan mijn TomTom. De straat kent ie niet. De bakker heeft echter een geweldige kaart getekent. Een kwartiertje later heb ik het adres gevonden. Ik wordd allerhartelijkst verwelkomt door de boer. Zijn vrouw zit vast in Orléans. Een vriend komt ook logeren , want zijn huis is ondergelopen. 

‘Wil je een lekker ontbijtje?’ De man zet koffie, schenk jus d’orange in, zet jam op tafel en yoghurt. Heks eet wat van haar eigen smerige glutenvrije brood met de zalige eigengemaakte confiture. Intussen klets de boer honderduit. Het is een knappe en charmante kerel. Hij is hier geboren en getogen op deze prachtige boerderij.


Niet veel later lig ik in een warm bad. Ik slaap de gehele verdere dag, afgewisseld met het lezen in Harlekijntje. De avond voor vertrek kreeg ik de complete serie cadeau van Kras. We blijken allebie als kind idolaat te zijn geweest van deze boeken geschreven door Josephine Sieb. ‘Harlekijntje is een heerlijke ADHDer,’ volgens mijn vriendin. 


Morgen ga ik weer op pad. De vrouw van de boer weet een goeie sluiproute, die nog open is. Ze is er net via teruggekeerd op de boerdeij. Vanaf Orléans schijnt de péage weer operationeel te zijn. Op hoop van zegen dan maar. Als het morgen niet lukt, rijd ik door naar Spanje……..

  
 

Gebrekkig sprekende Marokkaan met vet accent werpt stigmatiserende smet op verder prima voorstelling van Het Nationale Toneel. Met jubilerende Anne Wil Blankers in de hoofdrol!

madame Rosa, nationale toneel, anne wil blankersmadame Rosa, nationale toneel, anne wil blankers

Gisterenavond om twaalf voor acht haast ik me op naaldhakken naar de kassa van de Schouwburg. Het is om de hoek. Dus de kwelling is van korte duur. Fiederelsje staat me op te wachten met de kaartjes. We gaan de jubileumvoorstelling zien van Anne Wil Blankers: ‘Madame Rosa‘.

Anne Wil Blankers, Madame Rosa, Nationale Toneel

‘Het komt niet vaak voor, Heks, maar we zijn de jongsten hier,’ fluistert mijn vriendin. Ik kijk om me heen. Inderdaad, je kunt over de grijze permanentjes lopen! We geven onze jassen af bij de garderobe. Truien, dassen en andere kledingstukken in geval van Fiederelsje…. En haasten ons naar boven. We zitten in de engelenbak. Achter een pilaar. Gelukkig is ‘ie niet zo dik…….

Anne Wil Blankers, Madame Rosa, Nationale ToneelAnne Wil Blankers, Madame Rosa, Nationale Toneel

Achter me vraagt een vrouw of ze even in mijn programmaboekje mag kijken. Maar natuurlijk. In de pauze blijkt dit een goede vriendin van mijn moeder te zijn. Ik ken haar ook goed, want als student sopte ik wekelijks haar huis van boven tot onder om een centje bij te verdienen. Wat leuk om elkaar weer te zien!

‘Hoe vind je het stuk?’ vraagt ze, ‘Mij valt het een beetje tegen, ik heb haar wel eens in sterkere rollen gezien! Koningin Wilhelmina bijvoorbeeld, geweldig!’ Wij zijn ook niet wild enthousiast. Terwijl het toch boeiend is. Alleen de dramaturgische keuze om een hoofdrolspeler zijn tekst in  gebroken Nederlands met een vet Marokkaans accent te laten vertolken is volstrekt onbegrijpelijk in de context van het stuk. Het haalt heel veel kracht weg uit het verhaal  en maakt het een beetje belachelijk.

Anne Wil Blankers,  Koningin WilhelminaAnne Wil Blankers,  Koningin Wilhelmina

‘Misschien praat die acteur gewoon zo ‘, ginnegappen we na afloop. En inderdaad. Als we later in de foyer nog een glas wijn drinken, komen de spelers binnendruppelen. De tegenspeler van Anne Wil horen we boven de rest uit kletsen met een stevig Marokkaans accent.

Voor je nu denkt, dat ik me in de gelederen van die Indische jongen Wilders schaar met dit verhaal, zal ik toelichten waarom dit op zich prachtige accent doorvoeren in het stuk met toevoeging van gebroken taalgebruik en een onwaarschijnlijke prosodie, mijns inziens een belachelijke keuze is. En bepaald geen reclame voor de intelligentie van Marokkanen…..

Het stuk speelt in Parijs. De jongen is ongetwijfeld een Algerijn in de oorspronkelijke tekst. Want Algerijnen wonen nu eenmaal bij bosjes in Parijs. De jongen, Mohammed, woont al sinds zijn vierde bij een perfect sprekende, goed articulerende vrouw, Madame Rosa. Hij is nu zestien.

Ik weet, dat het taalverwervingsproces zich grotendeels op jonge leeftijd voltrekt, maar het is volstrekt onwaarschijnlijk, dat deze jongeman zo weinig heeft bijgeleerd in die twaalf jaar en woorden verhaspelt. En nog steeds met zo’n sterk accent spreekt. Hij is in feite opgevoed door deze vrouw.

Anne Wil Blankers,  Koningin Wilhelmina Anne Wil Blankers,  Koningin Wilhelmina

Omdat hij een grote rol heeft is deze miskleun hinderlijk aanwezig gedurende het gehele stuk. Anne Wil is weer fantastisch. Vijftig jaar op de planken! Wat een prachtige vrouw is het toch! Ik heb haar veel zien spelen in de tijd, dat ik was verbonden met een jeugdgroep van De Haagse Comedie.  Als zij het toneel op kwam lopen veranderde alles. De energie van het stuk ging direct omhoog! Toen ook al.

Anne Wil Blankers,  Koningin Wilhelmina

Uiteindelijk hebben we dus een heerlijke avond. Mijn vriendin trekt al haar truien en jassen weer aan. Een paar grote sjaals en een enorme bontmuts moeten haar hoofd vorstvrij houden op de fiets naar huis. Heks loopt de steeg uit en is thuis. Lekker toch, wonen in het centrum van dit lieve stadje.

Anne Wil Blankers,  Anne Wil Blankers, Madame Rosa, Nationale Toneel