Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Zich misdragende honden: De honden lusten er geen brood van. Een lekker kippetje soldaat maken of een woest potje ‘Zwaan kleef aan’ is nog niets vergeleken bij het vileine geblaf van mijn buurman: Hij heeft deze fladderende Toverheks in het vizier. Wat wil hij bereiken? Dat is onduidelijk. Wellicht zoekt hij een pispaal, louter voor zijn plezier!

‘Oh, dat stelt niks voor!’ lacht de vrouw met hond waarmee ik een praatje maak, ‘Een hond hier uit de wijk heeft laatst voor de verbijsterde ogen van een hele schoolklas kleine kinderen een kip te grazen genomen…’ Heks heeft haar zojuist verteld, dat mijn lieve kleine hondje onlangs een kip had gevangen. Gelukkig kwam die er zonder kleerscheuren vanaf.

‘Nou, dat arme dier op de educatieve boerderij hier in de wijk had minder geluk,’ vervolgt de vrouw, ‘Die hond heeft hem echt aan flarden gescheurd. Die kids kunnen allemaal in therapie…… Niks leuk en lief beestjes aaien op Kinderboerderij Merenwijk!’

Als ik verder fiets zie ik alweer een hond zich misdragen. Hij rent dwars door een weiland langs een sloot waar een jonge zwaan zich probeert uit de voeten te maken. Nou ja, uit de zwemvliezen. Het beest is nog geen jaar oud en duidelijk niet in staat dit blaffende monster het gevederde hoofd te bieden.

Het succes van zijn vermetele actie stijgt de tevens jonge hond naar het hoofd. Als een dolleman gaat hij tekeer. Op het fietspad staat een man het met lede ogen aan te zien. In de verte klinkt de ijle roep van s’honds baasje. Een vrouw met nog een hond en een kind in de kinderwagen probeert wanhopig haar ontaarde viervoeter weer onder appel te krijgen. Onbegonnen werk. Al helemaal vanaf die afstand.

Heks stapt van haar fiets en maakt zich drie keer zo groot. ‘Blijf,’ brul ik tegen VikThor. Er is geen tijd om hem aan te lijnen en op zich lust hij natuurlijk ook wel een zwaantje. Met rasse schreden banjer ik door het hoge gras naar de slootkant. Ondertussen op barse toon sprekend en gebarend naar de hond. Het voelt alsof ik hopla over de sloot kan springen en die hond zo bij kop en kont kan pakken……

Als een haas gaat het stomme dier er vandoor. Het is in een oogwenk gefikst. De zwaan haalt opgelucht adem. De baas in verte ook. ‘Goh,’ zegt de onthutste man op het fietspad met een zweem van bewondering in zijn stem, ‘Dat had je snel voor elkaar!’

Heks heeft net een uurtje naar Cesar Milan zitten kijken. ‘Zo’n hond ziet energie,’ beweert de man, nadat hij weer een ongelofelijk staaltje van zijn specialiteit heeft laten zien: Een onmogelijke gevaarlijke draak van een hond aanlijnen en er vervolgens mee wandelen alsof  het een puppy betreft.

‘Mensen zien ook energie,’ denkt Heks bij zichzelf, ‘Onbewust. Ze weten direct of ze over je heen kunnen walsen of tegen je aan kunnen zeiken is mijn ervaring. Ik kan mezelf in zulke situaties beter ook eens wat meer opblazen. En van me af blaffen en bijten…..’

Ik ben nogal van het harmoniemodel. Ik vermijd conflicten en probeer Jan en Alleman te vriend te houden door middel van pleasen. Vandaar dat ze over me heen piesen. Het is namelijk een volstrekt contraproductieve houding, dat pleasen. Tenzij je dat gepies lekker vindt……

Een week later krijg ik de kans. Als ik de buurman aanspreek op zijn stomvervelende briefjes. Helaas kom ik van een koude kermis thuis. Hij blijft bij hoog en bij laag beweren, dat er een verschil is tussen zijn al jaren in de gang van de berging geparkeerde fiets en de mijne, die er tijdelijk staat. Er is geen redeneren aan.

Wel stelt hij vragen als: Waarom heb je eigenlijk vier fietsen? Alsof dat iets ter zake doet. Al had ik er tien. Zolang ik ze niet allemaal in de gang zet is er niet aan de hand. Hij mag er wat mij betreft zestig hebben. Of tweehonderd.

Zodra we er echter eentje in de gang zetten zijn we in overtreding. Allebei. Hij heeft het echter over gedogen van mijn misbruik van openbare ruimte.  Heel apart. Alsof ik niet al jaren hetzelfde van hem gedoog!

Waar ken ik dit gevoel toch van? Dat iemand je in het vizier heeft om het bloed onder je nagels vandaan te treiteren? Dat iemand er gestoorde redeneringen op na houdt, maar jou ervan beschuldigt. Dat iemand vindt dat er voor voor hemzelf andere regels gelden dan voor de gemene mens…….

‘Psychopaat!’ schreeuwt de boze buurman, ‘Als je nog 1 keer zo doet bel ik de woningbouwvereniging en dan word je er zo uitgezet!’ Nu moet ik toch echt lachen. Ondanks alle woede. Hoe denkt hij dat voor elkaar te krijgen?

Hijzelf draait met enige regelmaat keiharde muziek, zijn vrienden kotsen op mijn deurmat, bellen ’s nachts met hun dronken hoofd aan bij Heks. Niet elke nacht. Maar het gebeurt.

‘Jouw kat heeft een keer in de gang gescheten!’ gilt de buurman. De gang, die ik met mijn pijnlijke lijf als enige af en toe stofzuig en dweil. Heks is intussen ook gaan schreeuwen, ook al had ik me nog zo voorgenomen om het niet te doen.

Een bovenbuurvrouw mengt zich in het gekrakeel. Zij had ooit dergelijke problemen met de vorige bewoner van hetzelfde pand. Zou er een vloek rusten op die woning?

‘Als ik mijn fiets niet voor de buitenmuur van jouw berging mag zetten, omdat die lucht blijkbaar van jou is, lijkt het me logisch, dat jij niet meer parkeert met je vaders auto voor mijn keukenraam,’ sneer ik tenslotte, ‘En waarom heb je eigenlijk geen eigen auto?’ voeg ik er dan ook maar een stompzinnige edoch geniepige vraag aan toe. Het ontgaat de eikel volkomen…..

maxresdefault-1

Egel eet kip….

Uiteindelijk trek ik de voordeur met een klap dicht. Ik kan die gestoorde gelijkhebberige rotkop van mijn naaste buur niet meer zien. Eerst maar eens een heel eind fietsen met mijn hondje. De natuur in. Herademen.

Doodmoe kom ik een uurtje later thuis. Ik heb er spijt van dat ik mijn bovenbuurman op zijn gedrag heb aangesproken. Ik dacht dat mijn stevige energie er, net als bij die andere hond in dat weiland afgelopen week, voor zou zorgen, dat hij zijn doel zou verleggen. Een ander slachtoffer voor zijn zieke geobsedeerde gedoe zou zoeken.

Ik had hem beter kunnen negeren, zoals ik al jaren doe. Af en toe beetje pleasen met een vriendelijk nietszeggend woord of compliment en verder de boot afhouden. Ik dacht door duidelijk mijn grens aan te geven iets te winnen.

Ik had er eventjes geen rekening mee gehouden, dat ik misschien te maken zou hebben met iemand met een persoonlijkheidsstoornis. Ja, weet ik veel. Dat zie je niet aan iemands neus. Al had ik het uit een bijzonder onverkwikkelijk gesprek afgelopen zomer wel kunnen destilleren…….

Maar dat bedenk je altijd achteraf.

Jezelf groot maken. Duidelijk in beeld je zegje doen. Je grenzen aangeven. Zulke grappen moet je niet uithalen met een narcist. Die medemensen mijd je beter als de pest.

Hoewel. Als je toch al op hun radar staat kun je hen maar beter goed afschrikken.

Hond gered uit handen zwaan……

Je kunt nog beter straalbezopen op je stalen ros rijden dan met een smartphone aan je flaporen: Niet appen en bellen op de fiets! Het leidt tot niets, behalve ongelukken. Dus stumpers, krukken, idioten en aso’s: Houdt ermee op. Haal die telefoon nu eens weg bij je stomme domkop!

Op de televisie zit een man bij Umberto Tan, die een boek heeft geschreven over de gevaren van de smartphone. Ik val er in net als hij vertelt dat het feit dat mensen maar op zo’n ding zitten te staren hen minder empatisch maakt. We hebben fysiek contact nodig om goed te functioneren: Aanraking verhoogt je vermogen tot empathie.

Heks ergert zich de laatste tijd ongelofelijk aan fietsende app’ers. Dagelijks brul ik wel tegen 1 of andere toetsende en fietsende onnozelaar dat je beter straalbezopen kunt rondfietsen, dan met je smartphone aan je oor. ‘Wetenschappelijk bewezen,’ loei ik er achteraan.

En dat is zo. Je bent een gevaar op de weg, een ongeleid projectiel. Maar wie schetst mijn verbazing? De halve wereld doet het! Ook in auto’s! In het weekend nemen ze een Bob, maar de rest van de week interesseert het hen echt geen reet, dat het uit hun geneuzel voortvloeiende stompzinnige rijgedrag Jan en Alleman in gevaar brengt. Want dat is het. De meeste berichten zijn pure lulkoek. Triest.

Een paar dagen geleden steek ik de weg over met fietskar en hond. Een jongeman fietst me tegemoet, terwijl hij zit te typen op zijn telefoon. Hij kijkt niet op of om. Pas als hij bijna tegen me aan knalt krijgt hij me in de gaten. Het is dat ik hem onterecht voorrang geef, anders waren er gewonden gevallen……

Enigszins beledigd kijkt hij op. Om vervolgens vrolijk verder te typen. Ik brul mijn tekst: ‘Je kunt beter straalbezopen op je fiets zitten dan ……’ Hij is niet onder de indruk.

Gisteren fiets ik weer met kar en hond. Opnieuw steek ik een weg over, ja dat heb je wel eens. Een meisje fietst me tegemoet, fanatiek typend op haar smartphone. Ze denkt niet aan overstekende fietsers, laat staan aan het verkeer in het algemeen. Waar ze toch aan deelneemt. Als ze me bijna aanrijdt schreeuw ik heel hard: ‘Let op!’ Het kind schrikt zich een ongeluk. Goed zo.

“Je kunt beter straalbezopen op de fiets zitten…..’

Wat kan ik nu eens anders doen? Ik heb zelf last van mijn gebrul en geschreeuw en het interesseert die lui toch geen reet. Opeens heb ik een idee. Onlangs heb ik een waterballonnenapparaat gekocht. Die vult moeiteloos ballon na ballon. Ik ga gewoon een voorraadje in mijn fietstas verstoppen.

De volgende die me typend voor m’n kloten fietst krijgt een bommetje in zijn of haar nek. Benieuwd of ze dan nog zo ongeïnteresseerd reageren op het feit dat ze me bijna aanrijden.

Appen op de fiets wordt verboden

Inspiratie: Filantropie versus de dagdagelijkse frustratie. Een gever temidden van vele nemers. Variërend van ONDERnemers tot ECHTE criminelen……

Vorige week zondag wil ik naar de kerk. Ik ben al lekker in de stemming, want ik kijk tot een uurtje of vijf in de ochtend naar moordprogramma’s. Deadly women: Meisjes vermoorden hun schat van een vader, dochters slaan de de hand slaan aan hun lastige moeder. Een exotische oppas vermoordt het aan haar toevertrouwde onschuldige kind. Ontspoorde pubermeid vermorzelt een assertieve homoseksuele man. Verliefde beeldschone deernes zetten hun partners aan tot moord……

Ik slaap een paar uur. Dan sta ik op.

Oh, wat is het koud. Snel draai ik aan de thermostaat. Ik kruip weer in bed. De tweede poging om op te staan is succesvoller. Na de nodige koffie en pijnstillers ga ik de deur uit met VikThor. De kerk ga ik niet meer halen. Ik moet mijn zonden nog maar even verbijten.

Die middag schrijf ik aan een blogje. Het zonnetje baadt mijn woonkamer in haar onbarmhartige licht. Overal liggen stofvlokken. Stukken hondenflos zwerven door de kamer. Mijn hondje kauwt werkelijk op alles wat los en vast zit. Lang leve zo’n ouderwets touw!

In de loop van de middag ga ik weer naar buiten. Het is stralend weer. Overal uitgelaten mensen. Ik peddel met fietskar en hond richting Merenwijk. Onderweg gooi ik mijn hondje uit de kar. Enthousiast rent hij naast de fiets. ‘Kant,’ brul ik als er tegenliggers aankomen. Braaf zwenkt hij naar de rechterkant van het fietspad.

‘Naast,’ commandeer ik vervolgens. En hij komt keurig langszij! Er zit een onzichbare lijntje tussen mij en mijn hondje. Ik lees hem als een boek. En dat is wederkerig. Hij volgt trouw al mijn bevelen op, zelfs nu hij een beetje pubert! Hoe is het toch mogelijk? Hoe kan een wezentje van zeven maanden oud nu toch zoveel snappen en weten? Moet je eens naar onze mensenkinderen kijken: Die liggen amechtig brabbelend in hun wieg als ze zo oud zijn.

Langzaam fiets ik rondom het golfveld. Op de sloten en vaarten wordt geschaatst. Iemand is de ijsbaan aan het vegen. Voor het hek wacht een menigte bont ingepakte kinderen. Een incidentele volwassene steekt er kaaltjes bovenuit.

Op de Zijl zie ik ook iemand schaatsen. In het midden liggen grote ijsschotsen. Daar is weer zo’n klerelijer doorheen gevaren. Dat moest toch verboden worden in tijden van ijspret!

Kleine jongens zitten op een pak stenen langs het bevroren water. Ze stampen erop met hun laarzen, maar durven niet de stap te zetten los van de wal. Hun ouders hebben hen vast goed de oren gewassen! Om beurten gooien ze takken en stenen op het ijs.

Ik kom de leuke vrouw tegen van de wijnwinkel in Warmond.  VikThor vlijt zich tegen haar aan. Zelf heeft ze ook een schitterende jachthond. Heks weet niet welk merk. Dat moet ik toch eens vragen.

Nadat we over het eilandje in het Joppe hebben gestruind gaan we richting Kras. Zij woont om de hoek van dit miniatuur natuurgebied. ‘Gezellig Heks, kom binnen, ik ben net in de weer met mijn slow juicer. ik ben nog eventjes bezig, dan drinken we thee.’

Terwijl mijn vriendin een listig sapje perst zet ik gemberthee. Niet veel later zitten we tegenover elkaar aan haar grote eettafel. VikThor rent verrukt rond met allerhande kattenspeelgoed. Wij drinken gloeiendhete thee en uitermate traag geperst sap. Zalig!

‘Wat gezellig dat je langs komt! Ik had net een beetje een prutdag,’ mijn vriendin lacht van oor tot oor. Al snel zitten we te giebelen om elkaars bizarre verhalen. ‘Dat vind ik toch zo leuk aan jou, jij hebt ook echt de meest vreemde dingen meegemaakt, Heks,’ hikt ze na een hilarisch vervolg op deel 1 van Een Huilduitser In Mijn Hangmat.

Ja, dat klopt. Ondanks mijn amoebe-achtige constitutie stort ik me toch altijd in allerlei avonturen. Ik ken mensen met een enorme actie radius, die nauwelijks verder kijken dan hun neus lang is. Heks kijkt liever ver voorbij het einde van haar hakige heksenneus. Dat heb ik met mijn vriendin gemeen. Het maakt het lastige leven weer sprankelend en leuk….

‘Gisteren was ik eventjes naar Den Haag op mijn nieuwe scootmobiel. Ik kook altijd voor mijn oude tantetje op vrijdag,’ ze ziet mijn verbaasde blik. Op de scootmobiel naar Den Haag? Ik weet dat het een turbo exemplaar is, maar waarom niet met de auto?

‘Oh, heb ik dat niet verteld? Ik heb mijn bus weggegeven,’ mijn vriendin kijkt vergenoegd. Ik weet dat ze het van plan was. Maar om dat dan vervolgens ook daadwerkelijk te doen! ‘Ik zou in een heel duur tarief terecht komen en dat kan ik onmogelijk ophoesten, dus toen ben ik toch nog maar eens op internet gaan kijken of ik iemand kon vinden, die zo’n aangepaste bus goed kan gebruiken.’

Proefrit met Kras ©Toverheks.com

De bus is bedoeld voor gehandicapte mensen en mijn maatje is niet gehandicapt genoeg voor deze volledig aangepaste bus, dus vandaar dat hoge tarief wegenbelasting. Haar tevens gehandicapte partner stond destijds borg voor het lage tarief. Sinds zij niet meer onder ons is staat de bus op de schop…… Haar eigen dure aangepaste bus!

Nederland en zijn stomme regeltjes. Bah.

Maar goed. Deze roodharige dame tegenover me aan de eettafel van haar fleurige huis is niet voor 1 gat te vangen. Ze laat zich stomweg niet uit het veld slaan door bureaucratisch geneuzel. Ze heeft gezocht en gevonden: Een nieuwe eigenaar voor dit geweldige vervoermiddel.

Ergens in Nederland woont een kleine jongen met een stofwisselingsziekte. ‘Er zijn legio van dat soort aandoeningen, Heks. En die mensen moeten vaak maar zien hoe ze het redden. Kortom, ik heb zijn ouders gebeld en gezegd dat ik een auto voor hen heb heb als ze geïnteresseerd zijn…’

‘Aanvankelijk vertrouwden ze het zaakje voor geen meter.  Toch ben ik er een dag later heen gegaan. Ze wonen helemaal in Deventer, stad van de legendarische Go Ahead Eagles. Die kleine jongen is een groot fan van deze voetbalclub. Hij is er een keertje te gast geweest! Hij kreeg een shirt met alle handtekeningen van de spelers! Een onvergetelijke ervaring…..’

‘Maar goed. Ze moesten toevallig die middag naar de dokter in Zwolle. Tijdens de proefrit naar het ziekenhuis kreeg zijn moeder een smsje van haar bezorgde schoonzus. “Kijk maar uit met die testrit. Misschien is het wel een criminele bende en halen ze intussen snel je huis leeg”.’

We moeten vreselijk lachen. Ik zie Kras al voor me als heavy crimineel met haar bus. Een roodharige madre de familia maffia in een oranje scootmobiel. ‘Mensen kunnen het gewoon niet geloven, als je zoiets doet. Wie geeft er nu een bus weg van duizenden euro’s? Dat is gewoon verdacht!’

inspiratie7

Armoede is op je geldberg zitten en je oog alweer laten vallen op het luttele bezit van een ander…… ©Toverheks.com

Ze laat me foto’s zien van het jongetje. Wat een lekker ventje! Hij zit enthousiast te zwaaien met de sleutels van de bus. ‘Hij wilde ze niet meer teruggeven! Wat een lieverd, he?’ Ze laat ook nog wat foto’s zien van de situatie zoals ze hem aantrof.

Een dodelijk vermoeide moeder, die met veel pijn en moeite een ondanks zijn ziekte goddank toch opgroeiend jochie vanuit zijn rolstoel in een personenauto probeert te proppen. ‘Daarbij stootte hij elke keer zijn hoofd,’ wijst mijn vriendin.

Het zusje van de jongen helpt mee. Dan moet de rolstoel helemaal uit elkaar gehaald worden, anders past hij niet in de achterbak van de auto. Wat een gedoe. En de jongen wordt natuurlijk nog groter! De bus komt als geroepen!

Een uurtje later fiets ik naar huis. Mijn hart is helemaal opgewarmd. Ik zit zachtjes voor me uit te zingen. Wat een inspirerende middag! Wat heerlijk dat er mensen zijn zoals Kras. Die niet bang zijn om iets weg te geven, zelfs al hebben ze zelf geen knoop.

Filantropie komt uit het hart ©Toverheks.com

‘God houdt van zijn kinderen,’ zegt een televisiedominee die nacht op de buis. Heks kijkt naar een religieuze zender voor de verandering. Moordprogramma’s zijn plots van de baan.

De voorganger is een forse stoere menopauzale vrouw met een grote wulpse mond, een praktisch kortgeknipt kapsel, een stem als een scheepstoeter en de subtiele charme van een sergeant majoor. ‘Je kunt ze dus maar beter goed behandelen. Als je hen mishandelt word ‘ie erg boos. Dat wil je niet meemaken!’

Oh jee. Daar denken de meesten van ons helemaal niet over na. We beschouwen kinderen vaak gewoon als privébezit. Je mag ze uitschelden, slaan en voor je laten werken…… Ze zijn je verlengstuk, boksbal , bitch en pispaal. Je kunt ze kapen, gijzelen, bezitten en verguizen. Kinderen moeten vaak alles waarmaken wat jij hebt gelaten. Ze moeten slagen waar de ouder heeft gefaalt. En als dat mis gaat promoveer dan die mislukkeling gewoon tot zondebok!

Een wildvreemd kind een auto geven omdat je daar gewoon zin in hebt? Dat is nog eens andere koek! En hoewel ik Kras nog nooit in een moskee of kerk heb gespot, laat staan dat ze zich door een patriarchale mannelijke god de wet laat voorschrijven, toch denk ik dat het wel goed zit met Kras en Godin, de Grote Goddelijke Moeder….

‘Heks, die bus is een tijdelijke oplossing. Hij is aangepast voor mijn grote kleine engeltje destijds. Die mensen zijn nog steeds aan het sparen voor een geheel nieuwe aangepaste bus. De mijne kunnen ze dan inruilen, dus dat scheelt. Maar er is nog best veel geld nodig! Ze hebben een actie opgezet. Ik zal je de link sturen,’ zegt Kras als ik haar later spreek.

Hier kun je meer lezen over deze actie. Dream or donate. Rolstoelbus voor Hayden!

En hier de reactie op de geweldige actie van Kris! Update : Lieve lezers donateurs tot dusver. Er is iets bijzonders gebeurt we hebben een best grote donatie gekregen. Een vw transporter uit 2006. Deze is aangepast met een uitklapbare plank om de rolstoel naar binnen te rijden. We zijn erg blij met deze donatie van een mevrouw uit Leiden. Ze zei ook dat het niet het ideaalste voor ons is maar een begin. Ze ziet het als een investering voor onze eigen bus. We gaan dus door met onze dream!

 

Iets goeds doen voor een ander kan slecht uitpakken voor jezelf. Goed doen is niet altijd een goed idee. Versus: Wie goed doet, goed ontmoet en eind goed, al goed.

© Toverheks.com, boze man, doctor Brul, Doctor Phil

Doctor Brul, © Toverheks.com

’s Morgens kijk ik nogal eens naar Doctor Phil. Het doet me goed om te zien, dat er mensen zijn met veel grotere problemen dan de mijne. Of figuren met minder problemen die er nog minder van bakken in het leven dan ik.

Regelmatig herken ik patronen uit mijn eigen leven. Volledig uitvergroot tot absurde proporties. Tenslotte moet ik ook vaak lachen om de man. Doctor Brul heeft zeker een carrière als komiek aan zich voorbij laten gaan. Hij heeft iets clownesks, die logge grote kerel met zijn kale glimmende kop.

Afgelopen week gaat hij tekeer tegen een ongelofelijke dronkelap van een vrouw. Ze tiranniseert haar gezin en mishandelt haar man. Eén van de dochters is haar persoonlijke pispaal. Niets doet het kind goed. Slechts veertien jaar is het meisje en al volledig naar de knoppen…..

© Toverheks.com, zuipschuit,

Zuipschuit op woeste baren, © Toverheks.com

Het blijkt dat ‘the good doctor’ zelf is opgevoed door een zuipschuit. Regelmatig lag de vader van onze opvoedgoeroe stomdronken in Adamskostuum op het garagepad. Vriendjes mee naar huis nemen deed Phil niet. Het is eigenlijk een wonder dat hijzelf zo goed terecht is gekomen. Daar zal hij flink aan hebben moeten trekken……

Vanmorgen zit er een professor Psychologie met haar studente op de strafstoel. Tussen hen heeft zich een soort horrorstory afgespeeld. De studente is een vergaarbak van de meest ellendige problemen. Een ongeleid projectiel. Een leugenbak van de bovenste plank. Een psychiatrisch geval, zonder meer. Phil behandelt haar uiterst tactvol. Hij ziet ook wel dat dit meisje enorme problemen op haar anorectische medicijnverslaafde schoudertjes meetorst.

© Toverheks.com, professor en haar leerling, dirty professor, moedercomplex, hulpverlenerscomplex

Grensoverschrijdend moedercomplex © Toverheks.com

De professor heeft duidelijk een hulpverlenerscomplex. Ze gaat een intieme band met het meisje aan, fungeert naar eigen zeggen als een soort moeder voor het wurm. Uiteindelijk neemt ze het kind in huis. Goed bedoeld? ‘Het is al de zoveelste verloren student, die ze op sleeptouw neemt. Met uitstekend resultaat tot nu toe…..,’ aldus de echtgenoot van mevrouw de professor.

Vanaf dit punt explodeert de relatie. Het meisje stuurt doodsbedreigingen aan zichzelf via een listige app. Zogenaamd namens de professor. Vervolgens gaat ze naar de politie en doet aangifte tegen haar weldoener. De docent raakt haar baan kwijt. En nog is het niet gedaan. De twee vrouwen raken in een afschuwelijk gevecht gewikkeld.

‘Ik zou u accuut uw baan teruggeven nu gebleken is dat die SMSjes niet van uw telefoon afkomstig zijn!’ zegt Phil tegen de oudere vrouw, ‘maar vervolgens stuurde ik u alsnog per direct de laan uit. Wat denkt u wel? Dit is onacceptabel en grenzeloos gedrag. U bent helemaal niet opgeleid om de therapeut uit te hangen….. Ze is notabene een studente van u.’ En ga zo maar door.

De vrouw kijkt slachtofferig alsof haar leven ervan afhangt. Ze vindt zichzelf heel zielig. Ze had slechts het beste voor met het meisje. Bladiebla. Phil is niet onder de indruk. ‘U moet een voorbeeld geven. Het is helemaal niet aan u om te gaan zitten experimenteren met een leerling met zulke complexe problematiek…’

© Toverheks.com ,kots en braak, ruzie, over iemand heen kotsen

Hungry ghosts: mensen met een klein keelgat kunnen niet al teveel liefde verstouwen, © Toverheks.com

Je doet iets goeds en iemand kotst als bedankje over je heen. Het komt heel veel voor. Brul haalt een paar spreekwoorden aan in de trant van: Iets goeds doen voor een ander kan slecht uitpakken voor jezelf. Goed doen is niet altijd een goed idee. Etc.

Ik ben opgevoed met: Wie goed doet, goed ontmoet. Het is dus niet zo verwonderlijk, dat ik nogal eens de fout in ga als er iemand een beroep op me doet. En ja, ik ken het fenomeen stank voor dank als de beste.

Grenzen stellen is toch zo belangrijk. We zijn de druppel en de oceaan. Als je teveel golf bent en te weinig individu raak je vanzelf van de regen in de drup. En dan ben je weer waar je wezen moet. Terug bij af. Om opnieuw op weg te gaan. Vol goede moed. Op weg naar huis……

Want dat is toch wat we willen, thuiskomen? Ik in elk geval wel: Eind goed; Al goed!

© Toverheks.com, eind goed al goed, heks, goede heks

Wie goed doet is de petoet, © Toverheks.com