Help! Handhaving! Zondagmorgen nog voor ik mijn ogen goed open heb is het weer raak! Heks heeft het aan de stok met zo’n draak. Het komt nog net niet tot een bon, maar het scheelt niet veel. Redelijkheid, tact en onderhandelen? Zinloos is mijn ervaring. Je maakt je nog het beste snel uit de voeten!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Zondagmorgen fiets ik met mijn hondje door de steeg. Het is rustig in de stad en al helemaal in dit kleine achterafstraatje. VikThor draaft opgewekt naast de fiets. Hier en daar deponeert hij een plasje tegen een paaltje of boom. De straat is opgebroken, dus ik loods hem snel langs verleidelijke hopen zand.

Een drolletjes leggen op zo’n heuveltje is natuurlijk het summum. Voor mijn hondje dan. Niet voor de stratenmakers, die morgen weer met dat zand gaan knutselen. Voor hen is het zielig……

Alhoewel niet iedereen mijn mening deelt. Ik ken een dame, die het liefst hoogstpersoonlijk zo’n drol zou draaien en achterlaten voor een zekere stratenmaker……..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Aan het eind van de steeg staat een busje fout geparkeerd. Midden op straat! ‘Goh,’ denk ik nog, ‘Wat een rare plek om je bolide achter te laten.’ Dan zie ik dat het een handhaaf-busje is. Een handhaaf-mannetje en wijfje lopen door de steeg te paraderen. Met ernstige en belangrijke smoelwerken waggelen ze richting het Elizabeth Gasthuishof.

‘Snel m’n hond aanlijnen, voordat die kwibussen me zien,’ schiet het door me heen. Want ook al is er geen sterveling op straat en staan ze zelf fout geparkeerd, handhavers zijn notoir gestoorde idioten. Ze denken niet na, maar voeren bevelen uit. En Befehl ist Befehl! Waar ken ik dat ook alweer van?

Helaas ben ik te laat. Ze hebben mijn dartele hondje al gezien. Gelukkig ben ik wel al zeker twintig meter bij hen vandaan gefietst, dus kunnen ze me niet in de kraag vatten. Noch zijn ze in staat om met hun logge lijven snel genoeg in mijn richting te bewegen. Ik bevind me al bijna buiten gehoorsafstand.

Evenzogoed begint het reutje te schreeuwen, dat ik mijn hond los heb lopen. Alsof ik dat niet weet!

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Snel lijn ik VikThor aan. Gelukkig luistert mijn hondje uitermate goed naar zijn baasje. Binnen twee seconden staat hij naast me met zijn snoet geheven voor zijn gentle leader. Het blauwe mannetje in de steeg staat nog steeds te schreeuwen, terwijl ik me uitput in vriendelijke antwoorden.

‘Ik weet het. We lopen net de deur uit. Kijk, hij is al aangelijnd, mijnheer,’ roep ik opgewekt, ‘Koekepeer’, denk ik er achteraan. ‘Ja, als je het zo goed weet, weet je ook hoeveel boete hierop staat,’ brult het ventje op ruzieachtige toon. Geen idee, maar het is vast een exorbitant hoog bedrag.

‘Ik moet hier wegwezen, want voor je het weet heb ik die prent in mijn klep,’ zeg ik tegen mezelf. Dit gesprek gaat in elk geval helemaal de verkeerde kant op.

Heks fietst met haar hondje aan de riem vliegensvlug de staat uit. Ik roep nog sussend iets over mijn schouder, zodat ik niet kan verstaan wat de leiperd in uniform intussen staat te bazelen. Misschien sommeert hij me om stokstijf stil te staan? Geen idee! 😉

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik rijd een stukje tegen het verkeer in, je mag hier wel fietsen, zodat ze me niet kunnen volgen met hun suffe busje. Daarna peddel ik richting Leidse Hout. De stad uit. Weg bij die hopeloze ordehandhavers.

Achter me hoor ik nog wat kabaal, maar zodra ik de straat uit ben is het gevaar geweken. Mooi. Het is al de tweede bijna bon van deze maand. Fietsen in de berm van de Singel heeft me ook al eens in de problemen gebracht.

Toen had ik te maken met twee agenten. Altijd heel wat beter om mee te dealen. Die blijven gewoon beleefd en voeren een normaal gesprek. Maar ook toen moest ik verbaal op eieren lopen…….

Ja, het is toch wat. Automobilisten en fietsers rijden me dagdagelijks al SMSend bijna van de sokken; Dat vind niemand erg. Maar een loslopende hond in een opgebroken steeg is genoeg voor een vette prent.

Vooral als je je net als Heks geweldig hebt opgedoft met een leuke outfit en een kek hoedje. Ik zag werkelijk de stoom uit de oren komen van die handhaver in zijn apenpakkie. Mijn uiterlijk werkt als een lap op een stier in zo’n geval. Ieder ander zouden ze laten wegkomen met een klein vergrijp. Maar Heks is altijd de klos.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Ik breng maar eventjes de onterechte bon voor het aan de verkeerde kant de straat inrijden op weg naar een koorrepetitie in herinnering. 150 euro maar liefst, waar alle andere leden van het koor er van afkwamen met een waarschuwing!

Het verbodsbord was onzichtbaar geplaatst en een ander verkeersbord waren ze vergeten weg te halen. De boete werd dan ook kwijtgescholden door de rechter, maar ik moest toch 50 euro betalen. Huh? Ja, echt.

Voorkomen is beter dan betalen. Als ik in de verte apenpakkies ontwaar fiets ik sowieso direct een stukkie om. Zo ook afgelopen week. Ik kar weer eens lekker door de berm van de Singel als er plotseling een verdacht busje langzaam naast me gaat rijden en vervolgens stopt iets verderop. Hij staat op een hele rare plek geparkeerd, dus het zal wel weer zo’n handhavertje zijn.

Snel neem ik een toeristische route via de rechtenfaculteit. Heks neemt geen enkel risico. De hele week heb ik al last van geüniformeerde mannen en vrouwen. Het lijkt wel een vloek. Misschien moet ik gewoon verkering nemen met een corrupte politieman. Kan hij al mijn toekomstige bonnen uit het systeem wegpoetsen………..

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Donderdag de twaalfde is het weer raak! Een draak van een dag vol chagrijn en tegenslag. Pas in de loop van de avond keert het tij. Gelukkig is het morgen voorbij. Vrijdag de dertiende is meer iets voor mij!

Donderdagmorgen vlieg ik mijn voordeur uit. Ik heb haast. Heks gaat naar de mondhygiëniste. Ik heb mijn heksenbekje geschrobd en geboend. Geragerd en geflost. Ik ben er helemaal klaar voor.

Voor mijn deur staan Buurman met zijn Duitse herder Carlos en Steenvrouw.  ‘Ha, daar is ze,’ roepen ze in koor. Duf kijk ik hen aan. Het is nog een beetje te vroeg voor uitbundigheid. Mijn vrienden komen op de koffie. Hoera. Helaas moet ik er accuut vandoor. Meuh.

‘Oh, wat jammer jongens,’ Heks baalt als een stekker. We zouden nu gezellig aan de keukentafel kunnen zitten met een koppie koffie. Slap ouwehoerend. Dubbel van de lach. De hondjes tevreden spelend aan onze voeten. Verdorie. Als een speer vlieg ik de straat uit nagezwaaid door mijn maatjes.

Even later lig ik met mijn bek wagenwijd open in de stoel bij de parodontologische mondhygiëniste. Met een geniepig piepend apparaatje bikt ze elke vorm van tandsteen of aanslag van mijn gebit. Sinds ik hier in behandeling ben gaat het veel beter met mijn tandvlees.

Want ook in mijn muil houdt ME zich schuil. Ook hier is er voor infecties veel vertier. Ja zelfs mijn mooie mond is niet echt gezond. Ik poets en rager me suf. En eens in de drie maanden nemen ze me hier onder handen. Zo houd ik de ellende onder controle. Een gezond gebit is belangrijk. Ook voor de rest van je lijf.

‘Het gaat prima, mevrouw, maar hier en daar en daar kan het nog beter. Kijk!’ de behandelaar houdt een handspiegel voor mijn mond. Ik zie de resten blauw verkleurde gel zitten op de plekken waar nog wat tandplak zich heeft weten te handhaven. Mijn god. Ik poets me de pestpokken en nog is het niet goed.

Vandaag is het nationale heksenpechdag. Donderdag de twaalfde. Morgen hebben we weer geluk. Maar nu! Hu!

Eerst verlies ik het hangslot van mijn fiets op weg naar huis. Dus moet ik weer helemaal terug. Ik neem mijn hondje mee voor een lekkere wandeling. We vinden het slot, maar vervolgens stranden we bij een wegversperring.

Heks wacht geduldig tot ze er langs kan, want er komen allemaal tegenliggers aan. Het duurt en duurt. Eindelijk zijn we aan de beurt. We begeven ons over rubberen matten langs de wegwerkzaamheden. Aan de andere kant staat een opgepoetst deftig mevrouwtje parmantig te wachten.

Vriendelijk glimlach ik in haar richting, maar ik kom bedrogen uit. Verontwaardigd kijkt de teef me aan. Haar kille ogen schieten vuur. ‘Jaja, wie heeft er hier nu voorrang?’ pist ze in mijn net gereinigde bek.

Ze wil nog meer onzin uitbraken, maar Heks dient haar direct van repliek. Er zit echt niks tussen. Mijn gezicht staat nog steeds vriendelijk, ik heb stomweg geen tijd om van mimiek te veranderen, zo snel gaat het, terwijl ik haar uitmaak voor lelijk oud zeikwijf. Zo.

Vervolgens ga ik een beschimmeld glutenvrij stokbroodje terug  brengen bij de Zaailing. De verkoopster kijkt op de verpakking en ziet dat het brood al drie maanden over de datum is. ‘De uiterste verkoopdatum is 7 januari, hier kan ik echt helemaal niets mee…… Ik kan hem voor u weggooien,’ besluit ze, alsof dat het probleem oplost. Meewarig kijkt het mens me aan.

‘Ja maar ik heb het hier onlangs gekocht. Ik weet het zeker, want met kerst zijn al mijn voorraden opgegaan…..’

Het wijf vertikt het om het broodje te vergoeden. Ze kijkt alsof ik gek ben. Alsof ik de sterren van de hemel lieg. Iets dat ik nooit doe. Heks is dwangmatig eerlijk. Een hopeloze eigenschap.

In het schap ligt nog een pak stokbroodjes van hetzelfde merk, maar als ik de datum wil bekijken is het opeens verdwenen. Alle andere verpakte glutenvrije broden zijn houdbaar tot juli, augustus en zelfs september.

Het is de normaalste zaak van de wereld, dat je zo’n brood nog minstens een half jaar in de kast kunt bewaren! Ik laat het zien aan de vrouw van de winkel. ‘Maar waar is nu opeens dat andere stokbroodje van Procelli gebleven? Ik wil de datum daarop zien!’

Dat heeft mevrouw stiekempjes uit het schap gehaald en snel achter haar rug weggemoffeld, want het was ook over de datum! Heks grist het uit haar handen en kijkt op het pak: Uiterste houdbaarheidsdatum 24 maart 2018! Het ligt gewoon in de verkoop! En dan beweert dat leipe mens dat ik gek ben! Dat ik uit mijn nek sta te zwammen. Dat ik lieg dat het gedrukt staat. Achterlijke idioot.

En krijg ik het broodje vergoed? Nee. Ik mag het oudbakken over de datum exemplaar meenemen. Ter compensatie. Ik ben zo overbluft door die dikke dwarsgebreide geitensok, dat ik het nog meeneem ook. Moegestreden verlaat ik het pand. Het is altijd wat in deze winkel. Bah.

Thuisgekomen stuur ik een klacht. Daar hoor ik vervolgens niets op. Helaas hebben deze mensen een monopoliepositie op glutenvrijgebied. Ik zal er toch weer heen moeten te zijner tijd. Ik krijg bijna de neiging om een stokbrood te jatten volgende keer.  Zo goedkoop zijn die dingen niet. Maar ja. Stelen doe ik al helemaal niet. Zelfs niet bij dit soort dieven van je portemonnaie.

De hele dag staat bol van dit soort irritaties. Als klap op de vuurpijl krijg ik een lekke band tijdens een enorme uitlaatronde met mijn hondje. Middenin de polder. Ik ben helemaal naar het Joppe gefietst. Op de elektrische vouwfiets, mijn verkapte scootmobiel.

Nu moet ik het hele end teruglopen. Na tien meter veranderen mijn benen in stokjes. Pijnlijke stokjes. Moeizaam kreukel ik terug naar de stad.

Onderweg kom ik een ellendig wijf tegen met een enorme Drentse Patrijs. Het klotebeest rukt zich met riem en al los om vervolgens de weg over te rennen en mijn hondje aan te vallen. Die gilt het uit. Dat doet hij nooit. Er is dus echt iets mis, het pleureskreng heeft mijn schatje te pakken! Piepend probeert Vik zich uit de voeten te maken.

De dikke bazin van het monster ligt languit op de weg naar haar denkbeeldige riem te grabbelen. Haar korte beentjes trappelen tegen het asfalt, terwijl ze machteloos naar haar hond schreeuwt. Die is echter totaal niet met haar bezig. Ze heeft werkelijk niets over het dier te zeggen.

Ik gooi mijn fiets neer en grijp de Patrijs in zijn kippennek. Ik geef hem een nijdige pets op zijn neus. ‘Nee,’ brul ik snoeihard, ‘Nee…’

Stomverbaasd kijkt de hond me aan. Zijn grote hondenkop is vlakbij mijn gezicht, dus ik kan het goed zien. Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt. Niemand heeft ooit nee tegen hem gezegd, vooral zijn eigen baasje, zijn eigenste mamaatje niet. Het lijkt de gemiddelde man wel!

Mijn ingreep helpt wel, maar nu krijg ik een preek van de vrouw, die haar hond niet onder appèl heeft. Ik mag mijn perfect luisterende hondje niet los laten lopen van dit stuk kynologische onbenul.

Uitgestreken antwoord ik haar dat ze eens naar een hondenopvoedingsinstituut moet gaan voordat ze anderen de schuld geeft van het feit dat haar hond zich misdraagt. Vervolgens scheld ik haar uit voor weet ik niet wat, maar dan ben ik al buiten gehoorsafstand.

Iets verderop staat een jongeman te wachten. Hij heeft het allemaal zien gebeuren en staat al klaar om Heks te helpen haar belagers het hoofd te bieden. Dat uit de kluiten gewassen onzekere vrouwmens met haar opstandige stekeltjeshaar, bijzonder slechte humeur en uitermate onopgevoede hond…..

’s Avonds zit ik uitgeteld in mijn stoel. Alles doet zeer. Ik stop mezelf vol pijnstillers, schenk een glaasje wijn in, rook wat medicinale cannabis en bel de Don.

Dan gaat de deurbel. Buurman komt alweer langs met hond Carlos. ‘Kom Heks, we gaan handhaven. Er lopen weer allemaal van die handhaafmannetjes op de Mare! En ze doen hun werk niet naar behoren, ik heb hen er al op aangesproken!’ Oh, wat is hij weer druk.

Heks begint onbedaarlijk te lachen. Dit is precies waar ik behoefte aan heb. Flauwekul uithalen en lekker lachen. De draak steken met alles en iedereen!

Snel pak ik twee politiepetten uit mijn collectie gekke hoedjes. Een groot zwart exemplaar met klep en een grijs uiterst vreemd model uit een voormalig fout Oostblok Regime…..

Even later lopen we met ‘die pet past ons allemaal’ op de kop door de buurt te wandelen met de hondjes. Alle ellende is vergeten. We eten een patatje op een terrasje. Op een ander terrasje nemen we een drankje. De hondjes rennen vrolijk achter balletjes aan. De zon gaat onder, maar op een bepaalde manier ook op. Breekt door.

Op weg naar huis handhaven we nog eventjes bij de soepwinkel op de Mare. Er staat een fiets voor het pand met een reclamebord erop. ‘Is dit voertuig van U?’ brult Buurman met zijn forse stemgeluid naar de uitbater, een oude bekende van ons. ‘Haha,’ reageert die, ‘Hallo Heks, hoe gaat het met jou?’

Zo is deze hopeloze dag gered. Deze donderdag de twaalfde. Op de valreep. Morgen is het vrijdag de dertiende. Goddank. Een Keltisch geluksgetal. Een vrouwelijk getal. Dan komt alles weer goed!

Seksuele intimidatie is een wereldwijd probleem. Bijna alle vrouwen krijgen hier in hun leven mee te maken. De grootste seksist ter wereld heeft het zelfs geschopt tot president van de VS! Heks is er flauw van, maar wil niet meer haar woede voeden. Wat schiet je ermee op om als een bermbom door het leven te gaan? Liever word ik een Bodhisattva geïnspireerd door Samantabhadra. En voer ik actie om dit liefdeloze gedrag jegens mijn menssoort te bestrijden. Maar eerst maar eens voor mijn woede zorgen…….

‘Als je huis in brand staat, is het eerste wat je moet doen teruggaan om de brand te blussen en niet achter degene aanhollen die volgens jou het vuur heeft aangestoken.’ Want dat is niet slim. Dan fikt je huis volledig af. ‘Als je wanneer je boos bent tegen de ander blijft ageren en met hem blijft redetwisten, als je probeert hem of haar te straffen, doe je precies hetzelfde als degene die achter de brandstichter aanrent terwijl intussen zijn huis in vlammen opgaat.’

Vredig loop ik op hemelvaartsdag met mijn hondje door bloeiende klavervelden te wandelen. Het is prachtig weer. Ik heb geen zorgen. Ik heb geen haast. Ik ben hooguit een beetje gammel vandaag. Maar dat ben ik wel gewend: Er is geen enkele reden om me op te winden.

Plotseling echter begint Heks enorm te schelden op een oud vrouwtje dat midden in de polder ooievaars en reigers gebakken kip staat te voeren. Eerst probeer ik een gesprek met haar aan te knopen over de gevaren van het geven van brood en restjes afhaalchinees aan in het wild levende vogels.

Maar als het gemene secreet alleen maar domme antwoorden tussen haar valse tanden debiteert verlies ik mijn geduld. Het liefst wil ik het ouwe wijf door elkaar rammelen.

Domheid kan vandaag op weinig begrip rekenen bij deze heks. En oliedom gedrag al helemaal niet. Zelfs al komt het voort uit de beste bedoelingen.

Snel loop ik door, voordat de woede zich een weg naar de oppervlakte heeft gebaand. Als de scheldwoorden zich in mijn mond beginnen te vormen ben ik al bijna buiten gehoorsafstand. ‘Rare ouwe taart’ is het enige wat ze misschien nog hoort. De rest houd ik voor mezelf.

Goh, wat ben je toch weer geweldig je zaadjes van woede water aan het geven, Heks. Gisteren ook al in de supermarkt, toen een jonge dichtgeplamuurde kassatroela je de volle mep liet betalen voor een afgeprijsd product:

‘Er zit geen sticker op,’ meesmuilde ze lijzig, toen je er mee terug kwam. ‘Maar ik heb het uit die bak gehaald met afgeprijsde spullen, het is precies hetzelfde product als die andere pakken met sticker die ik heb gekocht.’

‘Ja, inderdaad,’ omstanders bemoeien zich ermee. Ze hebben ook in die bak staan graaien. Er ontstaat een opstootje bij de kassa van de Spar. ‘Kijk maar uit,’ waarschuw ik hen, ‘Of er wel een sticker op zit…. En jij, geef me dan maar mijn geld terug. Je mag dat afgeprijsde overjarige pak lekker zelf houden.’

‘Domkop. Idiote doos. Wauws wijf. Sukkelaar!’ mopper ik in mezelf op weg naar huis.

Domheid is echter universeel aanwezig. De straten zijn ermee geplaveid. Wat zou je je erover opwinden?

Heks is zo boos. De zaadjes van woede rusten levensgroot in mijn onderbewuste en er is weinig voor nodig om ze wakker te maken. Ik ben er mee volgestopt door mijn voorouders. Bij mijn geboorte had ik al genoeg woede in me om spontaan te ontvlammen.

M’n woede omarmen? Er is geen beginnen aan!

Gisterenavond pak ik daarom dan maar dat boek van Thich Nhat Hanh ‘Innerlijk vuur’. Daarin vind ik bovenstaande tekst. En ja. Ik ben inderdaad bezig achter Jan en Alleman aan te rennen, die mijn woede opwekt. Die brandstichters moeten hangen. Ik zal ze krijgen!

Gisteren zit ik bijvoorbeeld geweldig te schelden op mijn blog op iemand, die me ooit enorm heeft gekwetst. Meermalen zelfs. Zonder zich er ooit voor te excuseren. En dan kom je zo’n mafkees opeens weer overal tegen. Noodgedwongen. Moet je zelfs naar hem gaan zitten luisteren! Hoor je zo’n figuur prijzende dingen zeggen over conflictvermijdende medemensen ……

‘Ja, lekker makkelijk om met zulke mensen om te gaan. Kun je probleemloos op hun hart gaan staan zonder dat je bang hoeft te zijn dat je door hen terug wordt gepakt…..’

Maar goed. Dat is allemaal geweest. Water onder de brug. En heeft hij dan zijn leven dan intussen gebeterd? Nee, zo op het knipoog niet.

Want dat is wat ik van hem krijg: Een ranzige vette knipoog in plaats van respect. Fatsoen zit gewoon niet in die man. Maar om nu gelijk weer zo te gaan schelden over wat hij me ooit allemaal heeft aangedaan….. Zo van

( Een kleine bloemlezing dan maar om je een indruk te geven wat zo’n braakmiddel zoal uitslaat in de wandelgangen:

‘Heks, heb je zin in een lekkere gangbang met mij en mijn vrienden? Lekker lui achterover met je benen wijd en gaan?’ Hij doet het eventjes min of meer voor, z’n geile trollentongetje hangt uit zijn minuscule kaboutermummelmondje, zijn kleine beentjes bengelend over de rand van de barkruk,  gespreid om z’n bescheiden schimmelige paddestoel ……

Of al kwijlend samen met zijn zoveelste vrouw als ik hem feliciteer met zijn zoveelste huwelijk ‘We willen je bij ons in ons in bed als huwelijksgeschenk….’

Als ik kokhalzend bedank voor de eer ‘Maar nee, getverderrie, bah, ik ben toch zeker geen prostituee!’ zegt die nieuwbakken zoveelste vrouw tot mijn verbijstering ‘Ja joh, een wipje maken voor een geeltje, leuk toch!’ 

Waar je mee omgaat word je blijkbaar mee besmet.

Of een paar ongewenste boskabouterhandjes ruggelings vanuit het blinde niks opeens friemelend onder je kleren, als je eventjes niet oplet bij een feestelijke gelegenheid …….etcetera, etcetera, etcetera, etcetera, enzovoort enzoverder…..)

Moet dat nu weer perse? Alleen maar omdat ik weer met die figuur word geconfronteerd? Alleen maar omdat ik ondanks zorgvuldig afstand bewaren toch weer wat gif heb binnengekregen? Moet ik dat gif dan maar weer zijn werk laten doen? Met als gevolg dat ik om van alles en nog wat kwaad word?

Ik besluit de tekst weg te halen. Het is niet op zijn plek temidden van al die goede herinneringen aan een dierbare vriend. Kan hij het helpen dat de wereld vergeven is van dit soort hopeloze seksisten? Die zodra ze geld of macht hebben denken dat ze zich maar van alles kunnen permitteren richting ons vrouwen?

vuist-water

Zelfs de president van de Verenigde Staten komt weg met dit gedrag: Als je maar genoeg geld hebt mag je vrouwen tussen hun benen graaien, dus: Voor een rijke vent is elke vrouw is een hoer. En je hoeft hen niet eens te betalen, al zeker niet als je ook nog eens genoeg macht hebt…….Win Win dus.

Het is een absolute plaag, dit soort kerels. Open en bloot en zonder gêne debiteren ze de ene stompzinnigheid na de andere. Respectloos: Vrouwenemancipatie is tegenwoordig verder te zoeken dan ooit.

images-19

Door me echter zo te ergeren, door gemene dingen te schrijven over kabouter Plop en zijn ranzige paddestoel, voed ik mijn woede. Ik ren achter de brandstichter aan, in plaats van voor mezelf te zorgen.

En hoewel castratie in veel gevallen volstrekt op zijn plek zou zijn, toch moet ik dat dan maar aan anderen overlaten. Ysbrandt heeft tot mijn grote vreugde bij deze man nog wel eens flink naar zijn ballen staan grommen. Maar daar wil ik het dan graag bij laten…….

😉

Deze kaart stuurde Heks: Ook ten tijde van Rembrandt dieven de dames het onderspit......

Deze ansicht kreeg de boskabouter 

‘Heks doet eindelijk weer normaal tegen me,’ zei diezelfde foute koekebakker ooit tegen een vriend van me, nadat ik hem en zijn toenmalige vrouw een ansichtkaart had gestuurd met het verzoek hun seksuele intimidatie te staken, teneinde strafmaatregelen in de vorm van castratie door mijn hond te voorkomen.

Hij draaide de zaken vrolijk om, zoals zo vaak in dergelijke gevallen.

Een beetje narcist doet dat beslist. Een beetje psychopaat weet dat het daarom gaat. Liegen en bedriegen en als je problemen krijgt, gewoon een zielig gezicht trekken….. De zaken helemaal omdraaien. En met nog meer overtuiging liegen!

Heks probeert voor haar woede te zorgen. Daarom ga ik niet meer achter deze boskabouter en zijn waxinelichtachtige paddestoel aanjagen. Ik moet mijn wonden likken. Mezelf onder al die seksuele intimiderende slijmlagen vandaan bikken.

Zien dat ik mooi mag zijn en dat dat niet betekent dat ik gelijk een uitnodiging tot gangbang naar mijn hoofd moet krijgen. Ik hoef mezelf niet te verminken, zodat ik een beetje rust krijg, want die neiging krijg je als zo’n trol zijn paddestoel op je richt…….

Ik mag gewoon mijn prachtige zelf zijn. Ik ga m’n zaadjes van innerlijke schoonheid water geven!

Vandaag begin ik met het omarmen van die oude pijn. Al sinds ik een jonge vrouw was heb ik te maken gehad met kerels die er grensoverschrijdend seksueel gedrag op nahielden.

Mannen, die me bij de tieten pakken. In het kruis tasten. Hun tong met meer of minder succes in mijn mond proberen te stoppen. Vieze teksten naar mijn hoofd gooien over hun gruizige ranzige fantasieën…….. Het is me zo vaak gebeurd! En altijd voel ik me besmeurd. Het went nooit!

En zelfs met het stijgen der jaren blijf ik dit tegenkomen. Bij een beetje seksist houdt dit gedrag pas op als de laatste spijker in zijn kist is geslagen! Kijk maar naar de geile antropoloog. Stokoud, halfdood en nog immer een kleffe vuilbek. Ondanks het spirituele sausje, dat hij over zijn foute acties sprenkelt!

Het is een diepe pijnlijke wond. En telkens als iemand het mes er in zet word ik weer razend.

De zaadjes van woede wegens seksuele intimidatie zijn uniform aanwezig in ons vrouwen. Wereldwijd word onze menssoort het meest gediscrimineerd en gepakt.

Ik zal dan ook immer achter de daders aan blijven jagen! Om te voorkomen dat ze mijn zusters kwaad kunnen berokkenen. Maar niet zo lang mijn huis in brand staat. Eerst de brand blussen. Eerst maar eens voor goed mezelf zorgen.