De eerste enige echte ‘POP-UP SANGHA’ is een feit! Het is echt van deze tijd. Met Pop-up dit en pop-up dat. Dus komt de klad in dit of dat? Poppedepop!Popperdepop! Heeft overal een antwoord op. Heks wil overigens wel een Pop-up relatie! En: Bij Jip en Janneke in de gratie! Mijn vrienden komen op bezoek……..

Vorige week woensdagmorgen gaat de telefoon. Heks ligt nog op 1 oor. Dinsdagavond heb ik koor en dat resulteert zonder uitzondering in een nachtje stuiteren voor de televisie. In bed. Met 1 oog open. Te moe om te slapen en te moe om wakend in een stoel te zitten.

De volgende morgen echter ben ik niet vooruit te branden. Met een kater van hier tot Tokio op de koop toe. Ik hoef daarvoor gelukkig niet te drinken…….

Ik rep me mijn bed uit en weet net op tijd de telefoon van de houder te grissen. ‘Met Heks,’ kras ik in de hoorn. ‘Hallo, hallo,’ roept iemand keihard in mijn oor. ‘Hallo, hallo,’ stamel ik overbluft. ‘Hallo, hallo….., hallo….’ klinkt het opnieuw. Dringend. ‘Hallo is daar iemand?’

Opeens hoor ik het. Janneke aan de lijn. Om de 1 of andere reden hoort ze nooit mijn naam als ik opneem.

‘Janneke! Met Heks! Hoe gaat het met je?’ knerp ik haar opgewekt tegemoet. ‘We willen op de koffie komen, komt het uit? Het is een idee van Jip!’ Natuurlijk komt het uit. Ik moet alleen mijn hondje even uitlaten en zelf ernstig uit de kreukels komen. Ik heb minstens een uur nodig, liefst anderhalf, maar idealiter twee.

‘Staan we over twee uur voor je neus, Heks. Ga maar rustig met je hondje naar buiten.’

Een goed half uur later en een sloot koffie met pijnstillers verder ben ik grotendeels uit de kreukels. Ik wurm me in mijn kleren. Hang mijn Tens om. Worstel met de bedrading. Kijk, nu ben ik al bijna een uur onderweg. Snel trek ik mijn jas aan. Muts op. Dikke sjaal…..

Rustig peddel ik een rondje Singel. Hier en daar onderbroken door straatmakende mannetjes en opgebroken bruggen.

 Onze glibberstad moet worden opgestuwd in de vaart der volkeren: Leiden is bezig ’s werelds grootste stadswandeling te realiseren middels het zogeheten Singelpark.

Het moet een toeristische attractie worden van jewelste, maar de Leienaars mogen er binnenkort zelf niet meer lopen met hun hond. Wij worden met onze viervoetige vrienden over enige tijd massaal verbannen naar de omliggende gemeenten voor een lekkere wandeling. Dat is dan weer in triest.

Ik besluit er vandaag niet om te malen. Ik moet sowieso eens ophouden met me druk te maken over van alles en nog wat. Laat ik nu eens investeren in zaken waar ik blij van word! En daar op focussen! Een leuke peer bijvoorbeeld. In plaats van me bezig te houden met al die rotte appels op mijn fruitschaal.

Thuisgekomen geef ik de beesten eten, Swiffer het huis, smeer een lippenstiftje…….. En dan gaat de bel. Mijn bejaarde vrienden komen de trap op klauteren. Ze duwen een mooie bos bloemen in mijn handen. Oranje. Net als mijn kersverse bankstel.

Even later zitten ze in mijn zonovergoten woonkamer op die nieuwe bank. We praten over koetjes en kalfjes. Jip maakt kwinkslagen en neemt Janneke in de maling. Snedig dient ze hem van repliek. Zo gaat dat al jaren tussen die twee. Al meer dan een halve eeuw.

‘We zijn lekker een weekje weg geweest, naar de Veluwe. Luxe hotel met alles erop en eraan. Om aan onze relatie te werken,’ vertrouwt Janneke me toe. De ondeugd fonkelt in haar onschuldige bruine ogen. ‘Het heeft niks geholpen, hoor.’

Jip kan dit natuurlijk niet op zich laten zitten. Snel gooit hij nog wat olie op het vuur! ‘Jij liep toch vroeger wel boos de voordeur uit en kwam via de achterdeur weer naar binnen,’ plaag ik hem. Als je al zo lang samen bent en je relatie is nog steeds zo levendig….. Heks tekent ervoor.

Alleen ben ik nu echt te oud om nog een dergelijke termijn te halen vrees ik. Over een halve eeuw ben ik echt wel kassiewijle.

Heks is blij met haar visite. Er komen hier zelden mensen op bezoek. Vooral in periodes van terugslag in mijn rare ziekte. Als ik niet veel te bieden heb. Een paar lieve uitzonderingen daargelaten.

Ja, er moet echt een buddy komen voor dit kwezelke. Gezelschap doet me zo ontzettend goed. Helaas lukt het me maar niet om veel acte de présence te geven bij mijn diverse sociale bezigheden momenteel.

‘Mis jij dat mediteren ook zo?’ vraagt Kras me als ik eventjes bij haar op de thee ben. Onze ‘Sangha voor Kneusjes’ is een stille dood gestorven vorig jaar. We bleken allebei te kneuzig om het vol te houden. Zo jammer. We besluiten gewoon om het nog eens te proberen.

‘Dan kom ik wel naar jou, Heks. Op mijn scootmobiel, laat ik de hondjes thuis. Misschien dat dat beter werkt. Welke avond komt jou uit?’ In het weekend graag, pleit ik. Dan verveel ik me tegenwoordig de tering.

Onze eerste afspraak echter gaat direct alweer niet door. Kras belt af. Het is zo stervenskoud, dat mijn vriendin de kans loopt vast te vriezen aan haar gaspedaal. ‘Dat is ons probleem, er is altijd wel wat met 1 van ons. Is het niet dit, dan weer dat….’ verzuchten we tegen elkaar.

Na wat brainstormen over hoe we dan wel samen kunnen mediteren, via de webcam bijvoorbeeld, krijgt Heks een lumineus idee. ‘Een POP-UP Sanhga!’ schreeuw ik door de telefoon.

‘Wat een geweldige ingeving, Heks!’ Kras zit te hikken van de lach, ‘Een POP-UP Sangha. Hahahaha!’

En zo gaan we het doen. De eerste enige echte POP UP SANGHA is geboren! Als we allebei toevallig in goede doen zijn laten we em oppoppen. Hier of bij haar of in een weitje aan het Joppe. We zijn er flauw van om te floppen. Laat ons maar mindful poppen!

Pop-up condoomwinkel moet het rubbertje weer populair maken

 

Warrige week vol miskleunen en gedoe. Heks is moe. Nou moe, alweer een waarheid als een ouwe koe. Boe. Uit de sloot: Bitterheid op de koop toe! Toch ben ik er beter aan toe dan en half jaartje geleden, toen ook smaakpapillen schipbreuk leden: Ik ben weer LEKKER aan het kokkerellen!

De afgelopen week heb ik teveel aan mijn fiets. Ik moet dit, ik moet dat. Terwijl de tank chronisch leeg is. Ernstig leeg. Woensdag neemt mijn acupuncturist me te grazen. Hij zet een paar gemene naalden in handen en voeten. En een venijnig exemplaar bovenop mijn hoofd. Precies op mijn kruintje. ‘Ga je me weer verbinden met de kosmos?’ grap ik langs mijn neus weg. ‘Het is hard nodig,’ grijnst mijn behandelaar.

Even later trek ik mijn vilten hoedje over mijn ogen en val in slaap. Uren lang dobber ik in een parallelle wereld. Als ik weer boven kom drijven ben ik gaar. Of klaar. In elk geval sta ik een kwartiertje later weer buiten.

Die dag gaat er van alles mis. ‘Hoe laat haal je dochter Vlinder op?’ app’t mijn vriendin ’s morgens even na elven. Ik zie het hele bericht niet, want ik ben druk met het herinrichten van mijn net gearriveerde nieuwe koelkast. Ik ben sowieso totaal niet van de app. Ik mis die dingen altijd, zie ze vaak pas dagen later…. Soms ben ik mijn mobiel uren kwijt, moet ik mezelf weer opbellen met mijn vaste telefoon om dat geniale onding terug te vinden…..

Ik haal Vlinder dus niet op. Ik ontdek pas dat dat de bedoeling is als ik in een poging de stad uit te komen muurvast kom te staan op de Hooigracht. Ik diep mijn telefoontje op uit mijn tas en zie eindelijk het bericht. Oeps.

Snel pleeg ik een paar telefoontjes. Ik blijk totaal vergeten te zijn dat we na mijn uitvoering van de Matthäus hierover gesproken hebben. Weken geleden. Toen ik op de adrenaline stond te stuiteren van vermoeidheid na een hele dag zingen.

‘Je moet me echt hierover een herinnering sturen, want ik heb mijn telefoon met daarin mijn agenda niet bij me, dus ik vergeet het geheid!’ riep ik nog. Het was aan dovemansoren gericht. Mijn gebrekkige geheugen deed de rest.

Hè getsie. Wat vervelend. ‘Waarom sein je me dan ook niet in, een mailtje of sms een dag ervoor bijvoorbeeld?’ zeg ik kriebelig tegen de dochter, als ik haar tenslotte aan de telefoon krijg, ‘Je weet toch hoe total loss ik ben na 7 uur zingen?’ Ik vergeet sowieso alles waar ik bij sta. Zelfs als de omstandigheden wel optimaal zijn. Soms ben ik vergeten wat ik wil zeggen nog voordat het mijn mond verlaat…..

Het is dus te laat om haar nog op te halen. Haar afspraak is al voorbij. Later hoor ik dat ook zij die dag geen beste dag had. Dubbel balen dus…..

Maar goed. Na de naalden ben ik weer een beetje bij de les. Ik laat mijn hondje uit. Het is afschuwelijk zuur en koud weer. Bah. Tegen de tijd dat ik weer in Leiden ben ben ik helemaal verkleumd. Ik moet vanavond mijn werkkamer opruimen, morgen komt de dame van de belastingbonnetjes. Helaas kan ik niet meer bewegen.

Zo zit ik dan de hele avond onrustig op de bank. Te moe om te slapen. Mijn lijf stuitert alle kanten op. Mijn hoofd is ook niet rustig. Ik moet zoveel en niks lukt. Ik ben te moe om te koken, te moe om te eten, te moe om te slapen…..

Pas laat val ik in slaap en de volgende ochtend om zeven uur gaat de wekker alweer. Brakjes ga ik in mijn werkkamer aan de slag. Ik stop alle kleren in de kast. Sorteer schoenen. Zoek post bij elkaar. Jakker een stofzuiger door de ruimte.

Om een uurtje of half elf ga ik naar mijn huisarts. De man loopt altijd uren uit, dus ik zit verplicht een uur stuk te slaan met niksen. Terwijl mijn hele huis op zijn kop staat……

In de wachtkamer schrijf ik aan een blogje. Een kind van anderhalf is niet bij met weg te slaan. Zijn olijke koppie zit onder de waterpokken. Ik maak geintjes met het ventje. Hij drukt met zijn kleverige knuistje op mijn tablet en het onaffe verhaaltje vliegt online……

Uiteindelijk kom ik met mijn waslijst bij de dokter. ‘Lang geleden, Heks, dat ik je gezien heb,’ lacht hij me toe. Ik kom twee keer per week bij het therapeuticum, maar niet bij hem persoonlijk. Maar nu heb ik toch echt een heleboel vragen.

Je moet wel lang wachten voordat je aan de beurt bent bij deze huisarts, maar hij neemt wel altijd alle tijd voor je. Vandaag moet ik onder andere een paar verwijsbrieven, een verklaring voor de verzekering over bepaalde medicatie en tot slot allerlei akelige bloedonderzoeken aanvragen. Dat is de ellende van een ontrouwe partner. Je kunt van alles oplopen. Daar pluk je dan later de zure vruchten van. Als je pech hebt nog jaren….

Welnu. Wat een week. En nog is het niet gedaan. Ook de dagen hierna moet ik vol aan de bak. Met een koortsig vermoeid lijf en een tobberig vol snothoofd.

‘Toch gaat het de goede kant op met me,’ beweer ik tegen Frogs, ‘Ik ben weer regelmatig heel lekker aan het koken! Dat is een goed teken, want lekker koken is alleen mogelijk met liefde in je hart. Een half haar geleden heb ik een keertje zo smerig gekookt, Zwaan kwam toen eten. Ik zat helemaal niet lekker in mijn vel en dat was goed te proeven: Zouteloos verdriet en smakeloze bitterheid maakten het opeten van dit gerecht een ware beproeving.’

‘Ik had natuurlijk veel eten over en dat zat nog in de vriezer. Ik heb het allemaal weggeflikkerd. Weg met die akelige nasmaak van moeilijke tijden! Want er komen betere tijden, ik voel het aan mijn hekseneksteroog!’