Stevige bruidjes en dikke vriendinnen, royale rondingen en wat onderkinnen. Alle vrouwen verdienen hun droomjurk, dik, dun, breed of smal. Heks is stapeldol op Jo en Al.

Het is de achtste dag van mijn vastenkuur. And still going strong. Ik bulk nochtans nog steeds niet van de energie. Verre van. Maar ik lijk minder pijn te hebben. En ik geniet enorm van mijn meivakantie in eigen huis.

Vannacht kan ik niet slapen. Ik spook rond tot in de vroege uurtjes. Dan val ik van de aarde af in een oneindige ruimte. Ik kom terug met een flard van een droom. Een kostbaar zilveren doosje. Mooi patina. Een bijzonder zakje waar het in zit. Een gebruiksvoorwerp. Wat is het?

Het ontglipt me.

Ik wil eigenlijk nog een beetje langer uitslapen, maar dat luk niet. Dus sta ik op. Ik geef alle beesten eten. Ik maak een warm drankje voor mezelf. Ik deuk uit voor de televisie.

‘Curvy Brides Boutique’ is bezig. Een ‘secret pleasure’ van Heks, dit programma. Waarin twee dikke vriendinnen, Jo en Al, een bruidsboutique runnen voor ‘big girls’. Meiden met een maatje meer. Of vele maatjes meer. Prachtige Moeder-Aarde-Vrouwen. Gezegend met ruime rondingen, broedse heupen, brutale billen en rondborstige bonbonella’s.

Speciale clientèle dus. Vaak dames, die hun leven lang gepest zijn met hun gewicht. Ze komen doorgaans binnen in hobbezakkige blouses of camouflagetentjurken. Gewend als ze zijn om hun postuur te verbergen. Na al dat gepest en getreiter. Afkerig van hun eigen lijf…..

Meiden met een droom. Trouwen in een geweldige jurk. Het is niet mijn droom. Heks is nooit trouwlustig geweest. Maar wel de droom van vele vrouwen. Ze hebben het draaiboek voor de grote dag al op hun zestiende klaarliggen. Ze weten precies hoe de kerk versierd moet worden als ze slechts tien jaar oud zijn. Ze dromen van hun droomjurk vanaf hun vijfde.

Jo en Al zijn ervaringsdeskundigen. Beiden hebben een indrukwekkend postuur. Of hebben een indrukwekkend postuur gehad. Ook hebben ze ten tijden van hun bruiloften nergens een echt leuke jurk kunnen vinden.

‘Elke vrouw verdient het om er geweldig uit te zien op hun trouwdag,’ zegt Jo in de camera.

Vandaag komt er een dame met haar moeder en zuster. De moeder heeft een vuilnisbak als mond. Die kiept ze met enige regelmaat leeg over haar dochter. De klep gaat open en daar komt alweer een smerige opmerking. ‘Je lijkt wel een drag queen, een nijlpaard bladiebla….’ De dochter lacht als een boer met kiespijn.

Ze vergoelijkt de kutopmerkingen, omdat het haar moeder is, die het zegt. Het arme kind beweert zelfs dat de kwetsende opmerkingen goed voor haar zijn: ‘I need to grow a backbone.’

What doesn’t kill you makes you stronger!

Jo is not amused. ‘Mijn moeder zei vroeger tegen me, dat ik heel knap zou zijn, als ik niet zo dik was,’ haar ogen gloeien richting camera, ‘Toch apart dat ik het hier bijna 50 jaar later nog over heb. Zulke opmerkingen komen binnen. Ze richten heel veel schade aan.’

Ach, mijn moeder zei altijd, dat ik een dikke kont had. Helemaal niks van waar, maar het heeft mijn zelfbeeld het grootste deel van mijn leven bepaald. Zelfs toen ik zo mager was als een draadnagel. ‘Zet je voeten op heupbreedte,’ schreeuwde de instructrice van mijn dansklasje indertijd tegen ons, haar leerlingen. Heks zette haar voeten in de gewenste stand.

‘Wat heb jij voor een zelfbeeld, Heks?’ riep de dame verbaasd, terwijl ze naar mijn kamerbrede spreidstand keek. Ik keek verbaasd terug. Wat was er mis met mijn spreidstand? Om me vervolgens te realiseren, dat mijn voeten niet bepaald onder mijn heupen stonden. Verre van.

Het leuke van Jo en Al vind ik, dat ze al die meiden met hun enorme rugzakjes en vertekende zelfbeelden uiteindelijk laten stralen. Ze vinden allemaal zonder uitzondering de jurk van hun dromen. Een jurk die past. Een jurk, die ondersteund op de juiste plekken. Een jurk, waar hun weelderige rondingen prachtig in uitkomen.

Met enige regelmaat vloeien er tranen. Vooral als Al in gesprek gaat met de aanstaande bruid. Of als Jo met een onverwacht afwijkend model bruidsjurk aankomt zetten. Haar zogenaamde ‘wild card’. Die dan een schot in de roos blijkt te zijn!

Heks kijkt graag naar deze bevlogen vrouwen. Hun liefde voor hun vak, de zorgvuldigheid, waarmee ze de aanstaande bruidjes met een maatje meer op hun gemak stellen. Hoe ze werkelijk elke vrouw zelfverzekerd naar het altaar laten lopen op hun grote dag.

Heks zit al ruim een week te vasten. Ik heb geen last van een maatje meer. Nu al helemaal niet. En ik ben totaal niet trouwlustig. Bijna jammer.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Want wat zou ik graag eens bij deze dames gaan winkelen. Me heerlijk in de watten laten leggen. Mijn zelfbeeld helemaal laten opkrikken. En een lekker stuk taart met hen soldaat maken!

Curvy Brides Boutique.

Een hekel hebben, maar niet haten. Niet schreeuwen maar goedmoedig blaten. Heks verandert, heb je het in de gaten? Schreeuw ik soms nog naar mijn hond, verexcuseer ik me terstond.

Schrijven is mijn forte. Van alle dingen, die ik goed kan, is dit een kunstje, dat ik ook half dood in bed kan beoefenen. Heel fijn. Ik dank Godin op mijn blote knietjes voor dit talent. Het loodst me door moeilijke tijden heen.

Helaas willen sommige mensen niet dat ik schrijf. ‘Wie schrijft blijft’ is hen een doorn in het oog. Het liefst zagen ze me ter plekke dood neervallen. Iemand van hen heeft wel eens een poging gedaan om dat proces te versnellen. Door me helemaal in elkaar te rammen. Een beer van een vent met stalen biceps.

Naast hem twee boze dozen. Als stiefzusters uit een griezelig sprookje deden ze er nog een schepje bovenop met hun geschreeuw. Altijd ontluisterend als medemensen je mishandelen. Vooral als ze van het soort zijn waar je je juist veilig bij zou moeten voelen.

Helaas is geschreeuw iets dat me wel vaker overkomt. Ik heb tegenwoordig een vreselijke kerel in de buurt wonen, die constant tegen me schreeuwt. Hij trekt regelmatig midden in de nacht belletje bij Heks. Ook staat hij me op te wachten samen met zijn broer, als ik laat thuis kom uit het koor en de auto parkeer. In het donkere stuk van de steeg tussen de Schouwburg en het museum. Waar geen sterveling loopt.

De broers staan schreeuwend naast mijn auto. Ze gaan niet weg, ook niet als ik een tijd in de auto blijf zitten. Waarschijnlijk zo stoned als een kanarie en dat niet van soft drugs.

Behoorlijk intimiderend. De hal staat elke dag vol rook en ik ruik de bittere geur van heroïne. Hijzelf stinkt ook nog eens een uur in de wind. Een smerige lucht, die lang blijft hangen. Een bron van overlast dus. Maar hij klaagt bij de woningbouwvereniging over mij. De malloot.

Onlangs zit een vriendin tegen me te schreeuwen. Niet voor het eerst. Zijzelf heeft het helemaal niet in de gaten, gek genoeg. Als ik aangeef, dat ik er genoeg van heb, heb ik het weer gedaan. Van alles wordt me verweten, maar nergens een excuus voor de verbale agressie.

Ik ben in mijn jeugd verrot geschreeuwd en naar volwassenheid geslagen. Als klein kind heb ik lange tijd gedacht, dat je door schoppen onder je kont zou groeien. ‘Je wordt zo groot, je krijgt zeker veel slaag,’ grapten ooms en tantes. De grap ontging me volkomen.

Natuurlijk waren er ook leuke dagen. Als er mensen op bezoek kwamen bijvoorbeeld. Dan gedroeg iedereen zich voorbeeldig. Voor de buitenwereld waren we een leuk gezin. Zo leuk, dat ik er bijna in ging geloven.

Heks heeft overal altijd een mooi verhaal van gemaakt. Ik heb daarin anderen goed gemaakt en mezelf slecht. Een manier om toch nog enige grip op de realiteit te hebben? Want je eigen vermeende slechte gedrag kun je adresseren. Over anderen heb je nu eenmaal geen enkele controle. Met name als kind.

Dit alles ligt achter me. Ik laat het los in liefde. Want ik heb van al die mensen veel gehouden ooit. En ik heb geen zin om mijn mooie hart te verpesten door te haten. Een hekel vind ik iets anders. Ik heb dus wel degelijk een gloeiende pesthekel aan mijn plaaggeesten. En ik hoef hen nooit meer te zien.

Tegen Heks wordt niet meer geschreeuwd. Net zoals ik niet meer word geslagen. Slaan accepteer ik al ruim 40 jaar niet meer. Ik heb nadat ik in elkaar ben geslagen anderhalf jaar geleden direct aangifte gedaan. De kwaadaardige getuigen, 2 dikke domme ganzen, beweerden dat er niets was gebeurd. Zodoende werd de dader niet vervolgd.

Het schreeuwen heeft nog lang kunnen doorwoekeren. Er is nog best vaak tegen me geblèrd door deze of gene, zonder dat daar sancties op volgden. In mijn laatste relatie was het aan de orde van de dag.

Maar nu is dat ook klaar. Heks is enorm veranderd. Andermans/vrouws agressie gaat er niet meer in bij me. Ik wil met respect behandeld worden, net als ieder ander.

Liefde en respect zijn hetzelfde. Je kunt niet zeggen, dat je van me houdt en me als een stuk stront bejegenen. Toch is dat vaak wat mensen onderling doen. Maar niet langer bij mij.

Iedereen mijn partner. Compassie en begrip genereren. Dat is allemaal heel mooi en aardig. En het is ook wat ik wil. Maar compassie en begrip van de tegenpartij is absoluut noodzakelijk om tot waarachtig partnerschap te komen. Anders gaat het toch echt niet werken.

Neemt niet weg, dat ik vanuit mijn hart probeer waar te nemen. Dat ik me realiseer, dat we allemaal kinderen zijn van de Godin. Ook de strontvervelende kutkinderen. Die belletje trekken en zich misdragen. Die een parasitair bestaan lijden. Ik hoef hen niet over de vloer. Ik houd afstand. Maar ik wens hen evenzogoed alle goeds.

Magie, hihihi. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Heks rent rammelend rinkelend rond. Met 1 zwarte kat en tweemaal hond. Elfjes, godjes, boombombasten, watergodin. In spin, de bocht gaat in!!!

‘Wat hoor ik nu?’ zegt mijn huisarts gisteren, als ik mijn jas uittrek. Verrukt staart ze vervolgens naar mijn pols. Daar komt dat geluid vandaan. Duizend kleine elfjes dansen daar in zilveren tonen.

Op de bevrijdingsbraderie staat elk jaar mijn Afghaanse stenenman. Een heel lekker stuk van een vent met veel humor, die goed over de randen van de middenwereld kan kijken. Ik kom al zo lang bij hem. Hij heeft altijd iets bijzonders voor me. Zo ook deze keer. 

Een paar enorme zilveren kralen, een paar prachtige stukken stokoude ruwe koraal,  een ring met een opaal ter vervanging van mijn ‘trouwring’. (Ben met mezelf getrouwd bijna 15 jaar geleden en vorig jaar verloor ik de opaal uit mijn ring).  En nog wat kleine zilveren dingetjes.

En ook: Een bedelarmband met enorme bedels. Ze rinkelen vrolijk om mijn pols bij elke stap. Elke beweging. Vannacht tijdens mijn laatste hondenronde rinkel ik voor mijn dierbare brongodin bij de rioolput voor de Schouwburg.

Ik rinkel voor de Prunus, die haar roze pracht op mijn knalgele autootje heeft gedeponeerd. Steeds als ik weg rijd vliegt er een roze sluier van liefde achter me aan door de lucht! 

Ik rinkel langs mijn vriend de Plataan. Op zijn laagste tak zit Pleingodje te schreeuwen van verrukking bij het horen van dit magische geluid. Over het pleintje achter het hof gaat het. 

Ik rinkel voor de tweeslachtige slakken met hun woeste nachtelijke orgieën. Ik rinkel voor de kronkelwilg en de kleine bomen met de grote bladeren. Ik rinkel voor de laatbloeiende ribes.

Dan loop ik richting Boerhaave museum. Daar staat mijn andere boomvriend, volgens mij een elsachtige. Zijn bladeren glimmen me tegemoet. ‘Rinkeldekinkel,’ groet ik hem terug. Deze halfwassen boom. ‘Wat word je toch groot,’ zijn kruin bijna boven het belendende pand uit. 

Dan rinkel ik richting Vrouwenkerkplein. Maanlicht strijkt over de restanten van de oude Onze Lieve Vrouwenkerk uit de 14e eeuw. Waar later de Pelgrim Fathers hun veilige haven vonden, voordat ze naar Amerika vertrokken. 

Mijn hondjes springen op de ruïne en rennen over de muurresten naar boven. De bomen rondom het plein, de zes respectabele zusters, zes oude knotplatanen, schudden hun wijze kruin. Daar is ze weer met haar hondjes. En die zwarte kat is er ook weer bij. 

‘Zij heeft ‘les six frères’ bezocht,’  fluisteren ze voor de zoveelste keer opgewonden onder elkaar. En het is waar. Ik ben ooit een berg op geklommen om een enorme eeuwenoude boom te bezoeken. Met zes enorme stammen. 

Ja, bomen zijn enorme kletskousen. Ze vangen alles op in hun bevroren wandelgangen. ‘Jullie hebben gelijk,’ sis ik terug naar de zusters. Ik rinkel nog eens extra met mijn armband. Dat vinden ze leuk. 

Nog 1 steegje door en ik ben thuis. Met mijn nieuwe praktische ratel. Want: altijd bij de hand. Letterlijk. En hij ziet er nog leuk uit ook! 1 bedeltje is echt heel bijzonder. Het is het paard van Troye. Je kunt een openmaken. Dan zie je de verstopte manschappen er in zitten!

Niet veel later poets ik mijn tanden. Moe, moe, moe. Oh, zo moe.

‘Jij kunt wat ik ook kan, Heks,’ hoor ik opnieuw de stem van de paragnost in mijn hoofd, ‘Maar jij kunt daarbij ook genezen. Met je handen. Dat moet je weer gaan doen…… En laat al die mensen, die steeds met hun problemen bij je komen, daar maar voor betalen.’

Mijn gouden handjes. Weer laten wapperen. ‘Maar, maar, pruttelpruttel,’ Heks heeft geen zak zin om weer een praktijk voor paranormaal genezen te openen. Zo’n gedoe. Vooral de boekhouding. Mij niet gezien. Mijn belastingaangifte is al zo onoverzichtelijk.

Ook heb ik het geld helemaal niet nodig.

Voor een goed doel dan? Mensen behandelen op afstand, werkt vaak beter ook nog…. En hen dan een bedrag laten storten naar een doel naar keuze? Naar mijn keuze?

Ik realiseer me opeens, dat ik wel eens enorm op kan knappen, als ik weer midden in die grote stroom van liefdevolle energie ga staan.

De tekens aan de wand. Uitspringende lantarenpalen all over de place als ik langs rijd in mijn scootmobiel. Vooral hier in de straat. Voor mijn buitendeur is het wekenlang aardedonker. De lamp in het trappenhuis springt ook al kapot. Ik doe op de tast mijn voordeur open.

Net als vroeger. Lang, lang geleden. Voordat ik mijn energie ging kanaliseren.

Een nieuwe fase in de verbinding met mijn ziel. Met mijn nieuwe trouwring voor mijn innerlijk huwelijk. De heilige eed aan mezelf hernieuwd.

Mijn therapeut, die in tranen uitbarst tijdens een sessie. Die ik overigens aan haar heb moeten betalen…. Maar toch. Zelfs zij kwam met haar problemen bij mij.

Een paar weken geleden heb ik een nachtmerrie over mijn voormalige therapeut. Heel indringend. Haar gejammer en gehuil. Wat wilde die droom me vertellen?

Tekens aan de wand. Op mijn pad. In mijn dromen. Rond mijn hand.

Komende zaterdag bezoek ik zo’n goed doel. Ze doen fantastisch werk in Afrika en ik sponsor een kind bij hen. Schijtchristelijk, dat wel. Dus niet echt een club om mijn ‘toverkunstjes’ openlijk te vertonen. Maar geld doneren kan natuurlijk altijd.

Wat maakt het uit, waar de genezende energie in mijn handen vandaan komt? Waar ik mijn informatie vandaan haal? Hoe de bron wordt genoemd? Of de Godin soms ook een man is bij tijd en wijle? Een vruchtbaarheidsgod bijvoorbeeld? Met een goddelijke piemel?

Mij persoonlijk kan het niks schelen. Alleen maar leuk al die uitingen van het goddelijke. Vooral ook die vruchtbaarheidsgod……. ‘Onderzoek alle dingen en behoud het goede.’ De misogyne evangelist Paulus zei het al.

‘Gewoon weer je praktijkje openen, laat mensen maar betalen als ze met hun zootje bij je komen. Meer spirituele mensen zoals jijzelf om je heen en laat al die zuigers maar de tering krijgen. Nooit niks meer uitleggen. Jezelf nooit meer verdedigen. Of jij je informatie nu krijgt van God, Jezus, een elfje, een kabouter of een TROL! Het interesseert niemand ene reet. Als ze die informatie maar krijgen….. Gewoon mensen helpen, maar niet meer voor niks. Komt het allemaal goed met jou!’’

Verwarring schept lijden. Heks raakt de kluts kwijt. Dan hoor ik een oude vertrouwde stem in mijn oor. Met een vet Haags accent: ‘Je hoeft jezelf niet langer te verdedigen, Heks, je hoeft niet altijd alles uit te leggen. Daarmee geef je heel veel macht aan bepaalde medemensen. Je kunt echter niet in hun kop kijken. En je kunt hen ook niet veranderen. Geef die mensen gewoon gelijk. Dan ben je er van af….’

Heks doet een vastenkuurtje. ‘Lief lichaam,’ zeg ik tegen mijn lijf, ‘De komende dagen krijg je niks te eten, de knop gaat om….’ Het is lang geleden, dat ik dat tegen mijn fysieke verschijning gezegd heb. Geen idee of mijn incarnatie, mijn vleesgeworden zelf, nog zo gemakkelijk die knop om kan zetten. We gaan het zien.

Direct aan het begin van mijn kuur, ik ben net aan 3 uur bezig, gooit iemand een berg shit bij me naar binnen. He getsie, daar zit ik nu echt niet op te wachten.

Ik val in mijn oude groef. Ik begin mezelf te verdedigen, dingen uit te leggen. Ik raak behoorlijk in de war. Goddank lees ik bij toeval een oud blog van mezelf. Eigenlijk omdat ik in mijn statistieken ontdek, dat dat blogje momenteel heel veel gelezen wordt.

In je blote kont om een flatgebouw rennen en je doel verplaatsen. Jezelf niet meer verdedigen door een ander gewoon gelijk te geven….. Kortom: Schijt hebben aan wie wat dan ook maar over je zegt of denkt. ‘Heks, wat in iemands kop zit kun je niet veranderen! Maar je moet wel je helende handjes laten wapperen…..’ Consult bij paragnost Peter van der Hurk deel 1!.

Hierin sommeert Peter van de Hurk me om op te houden mezelf te verdedigen. Om niet altijd alles te willen uitleggen. ‘Je kunt niet in iemands hoofd kijken,’ beweert hij. En het is waar. Soms krijg je iets over je heen, dat echt niet van jou is. Verdedigen betekent verdunnen. Uitleggen betekent uitvloeien.

‘Ik geef in zo’n geval iemand gewoon gelijk,’ Peter plakt er nog een mooi voorbeeld aan vast.

Wat een toeval, dat ik dit blog onder ogen krijg. Precies op het goede moment. Want ik ben behoorlijk in de war van de aanvaring. En ook heel boos. Nergens voor nodig. Ik hoef mezelf niet te verdedigen. Ik hoef niks uit te leggen. Wil je iets negatiefs over me denken? Ga je gang. Wil je me van alles kwalijk nemen? Doen! Wil je me dingen verwijten? Mag! Wil je me veroordelen? Knock yourself out!

Het is waar, ik ben een waardeloze kutvriendin geworden. Ik voldoe niet langer aan bepaalde huizenhoge eisen. Ik ben veranderd. Ik wil niet langer eindeloos luisteren en mijn bek houden. Geïrriteerd gesommeerd worden ook om mijn kop te houden. Ik laat me niet meer monddood maken. Ik mag denken wat ik denk en voelen wat ik voel. Net als ieder ander.

Neemt niet weg, dat ik nog steeds luisteren hoog in mijn vaandel heb staan. Maar niet op commando. Niet als iemand met nagels over een schoolbord krast.

Heks is moe. Zo moe. Moe, moe, moe van het is nooit goed. Het mijn best doen. Het geven, geven, geven. Het me in duizend bochten wringen. De koek is op. Opperdepop.

Vandaag ben ik een beetje treurig. Ik kan geen ijzer met handen breken. Ik gooi de handdoek in de ring. Iemand heeft een bom onder onze vriendschap geplaatst. Meermalen. En het is me uiteindelijk niet gelukt om em niet te laten ontploffen.

‘Verwarring schept lijden,’ Thich Nhat Hanh heeft het altijd al gezegd. En het is waar. Heks is behoorlijk in de war geraakt van het gebeuren. En ze voelt zich dientengevolge al dagenlang erg rot.

Nu trekt de mist een beetje op. Ik zie het kaalgeslagen landschap, waar de bom is ontploft. De smeulende resten. Verkoolde herinneringen.

Gaat er iets nieuws groeien op deze grond? Wie zal het zeggen.

Ik vast en laat los. Ik ben zoveel mogelijk in de natuur. En de rest van de tijd lig ik uitgeteld op bed. Dat is alweer een tijd aan de gang. Mijn lijf worstelt met haar ziekte. Deze vastenkuur is de ultieme poging de vinger er weer achter te krijgen.

Maar genoeg gezeurd. Er is veel om dankbaar voor te zijn.

Ik doe online een leuke opleiding met een stelletje heerlijke heksen. Helaas kan ik maar mondjesmaat meedoen, wegens energiegebrek. Maar mondjesmaat smaakt ook heerlijk! Ik leer weer zoveel nieuwe dingen. Ik ben zo dankbaar, dat dit kan!

Gewoon vanuit mijn bed lekker toveren. Magie beoefenen op mijn balkonnetje. Sjamanisme bedrijven op de vierkante millimeter….. Seidr in mijn postzegelbestaan. Jeh!

Stoppen met jezelf te rechtvaardigen en verdedigen.

‘Honesty, integrity and loyalty,’ Cesar Millan kijkt doordringend in de lens, ‘Dat zijn de basisregels in de hondenwereld. ‘ Goh, ik lijk zelf wel een hond,’ mijmert Heks, ‘Ik haat liegen, ik heb een belachelijk lange adem en integriteit staat hoog in mijn vaandel.’ Niet dat het je helpt om in de mensenwereld je doelen te bereiken en jezelf te handhaven. Daar kun je beter een manipulatieve teringlijer zijn. Of een liegbeest en jokkebrok.

Heks heeft toch altijd maar veel moeite om de wereld te begrijpen. De misselijkmakende mensheid. Ik sta toch steeds weer te kijken van ons idiote en destructieve gedrag.

Mijn kop lijkt anders te werken, dan die van het overgrote deel van mijn medemensen. Als ik iets zeg meen ik het. Als ik iets beloof doe ik het. Waar veel mensen maar lopen te blaten wat een ander wil horen. Door hun tanden liegen of het gedrukt staat. En al helemaal niet doen wat ze beloven.

Belofte maakt eigen schuld, dikke bult.

Vanavond kom ik nijdig thuis van 1 van mijn koren. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik zover was. Maar ja, ik ben kwaad. Spinnijdig op iemand, die jarenlang achter mijn kont aan heeft lopen paraderen. Redelijk kansloos overigens, maar ik ben evenzogoed altijd lief voor die persoon geweest. En aardig. Ook heb ik eindeloos geluisterd naar zijn verhalen. En hem mijn vriendelijke aandacht gegeven.

En nu word ik opeens volledig genegeerd, omdat meneer de Koekepeer verkering heeft gekregen. Hoera overigens. Ik ben blij voor dit ei. Dat er toch een potje voor dit dekselse eikeltje is opgedoken. Maar zo grof worden afgeserveerd heb ik niet verdiend. ‘We zijn vrienden, bladiebla,’ lopen beweren strookt niet met dit soort gedrag.

Wat een kwetsende kwezel. Me behandelen alsof ik lepra heb. Bah.

Heks zou zoiets zelf nooit doen. Daarvoor heb ik teveel respect voor mijn medemens. Ik kan er dan ook met mijn pet niet bij. Ik slaap er overigens geen nacht minder om.

Gedoe met mannen. Ik had hem gewoon keihard moeten afwijzen, recht in zijn gezicht. Maar ja, daar is dit zacht gekookte ei dan weer te aardig voor. En nu dan stank voor dank. Bizar.

Vorige week spreek ik met een leuke man af. We hebben elkaar ontmoet in de sauna. Ook die man liep enorm achter me aan te prossen. Om de haverklap kwam ik hem tegen. Begon hij weer een praatje.

Heks raakt uiteindelijk geïnteresseerd in de man, dus een paar dagen later ontmoeten we elkaar opnieuw in een horecagelegenheid. We drinken een glas wijn en praten over koetjes en kalfjes.

Na een uurtje zegt de man opeens ‘Jij bent zeker vrijgezel?’ Ja duh, natuurlijk. Waarom zou ik anders met je afspreken, malloot. Hij heeft echter een vriendin. ‘Gaat dit de stemming bederven?’ informeert hij langs zijn neus weg.

Intussen hebben we eten besteld. We praten nog wat verder, maar ik heb natuurlijk al lang besloten, dat het bij deze afspraak blijft. Liegen en bedriegen is niks voor Heks. Zijn vriendin is een zuster van me, ik voel me solidair met haar. En wat die man zijn huidige geliefde flikt, flikt hij natuurlijk elke partner. Vreemdgangers zijn aan mij niet besteed.

‘Kun je masseren?’ vraagt hij me opeens. Hijzelf kan het als de beste. Hij heeft een cursus tantra-massage gevolgd! Omzichtig probeert hij me te enthousiasmeren voor een lekkere massage. Voor mijn geestesoog zweeft mijn massagetafel. Op een steenworp afstand van het etablissement.

‘Ja,’ hikt Heks, ‘Dat lijkt me nu echt een heel goed idee, maar nee….’ ‘Je moet gewoon je grenzen bewaken,’ weerlegt mijn verleider mijn bezwaren. Heks moet hartelijk lachen ‘Ja, dat ken ik, dat grenzen bewaken. Ik heb wel eens een keurig getrouwde man op mijn tafel gehad voor een paranormale behandeling. We deden samen een opleiding en gingen wat oefenen.’

‘Toen ik me omdraaide om iets te pakken trok hij snel al zijn kleren uit. Nergens voor nodig. Die energie gaat gewoon door kleding heen. Lag hij daar met een paal van hier tot Tokio in zijn blote tokus……’

‘Daar masseer je dan toch gewoon omheen,’ reageert mijn gesprekspartner onverschrokken, ‘Het is gewoon een kwestie van grenzen stellen…..’ Zucht.

Heks betaalt de rekening en we stappen op. Het afscheid is wat ongemakkelijk. Het was gezellig. We hebben zeker een klik. Maar mijn verbijstering over het feit, dat hij de kluit belazert hangt al het zwaard van Damocles boven ons hoofd.

‘Hij heeft zich gewoon enorm in je vergist. Zowel qua leeftijd als qua hoe je in elkaar steekt. Hij doet dit ongetwijfeld vaker. Net als je hopeloze ex, Heks,’ pruttel ik de volgende dag tegen mezelf.

Heks is namelijk heel streng. Polyamorie? Geen enkel probleem mee, als ik er maar niet aan mee hoef te doen. Zolang je open en eerlijk opereert zal je me niet horen. Maar vreemdgaan, liegen en bedriegen vind ik vreselijk. Dat past totaal niet bij mij.

Helaas komen al die vreemdgangers hun ‘zonden’ altijd bij Heks opbiechten. Ik heb daar een vreselijke hekel aan. Weet ik weer van allemaal brave huisvaders en -moeders, dat ze hun geliefde belatafelen. Wil ik niet weten.

Zo word ik dus nogal eens verkeerd ingeschat, Bij mannen sta ik ofwel op een voetstuk en word op afstand aanbeden. Ofwel denkt iemand, doorgaans getrouwd, dat ik in ben voor het uitleven van zijn wilde geile fantasieën. Ook het fenomeen, dat mensen menen hun foute gruizige avonturen met me te moeten delen is een verkeerde inschatting.

Honesty, integrity and loyalty, daar gaat het om in de hondenwereld,’ zegt Dog Whisperer Cesar Millan in een televisieprogramma. Het klinkt me als muziek in de oren. Ach, Heks is gewoon net een hond.

Ja, ja, DNA. Bladiebladiebladiebla. Heks krijgt een goede relatie met haar espressoapparaat. Zolang ze hem gewoon zijn zin geeft staat hij paraat. Net een vent. Een haan. Kip en ei? Wie was er eerst? Zij of hij?

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Vanmorgen geef ik mijn espressomachine een lekkere beurt. Het is hard nodig. Hij flikkert al een paar dagen gevaarlijk met zijn lampje. Ik giet zijn waterreservoir eerst goed vol, dan verloopt het proces aanmerkelijk beter. Eindeloos staat mijn grote vriend vervolgens water te spuiten in een royale plasic bak.

Ja, mijn espressomachine en Heks…..

‘Ik heb het eindelijk ontdekt met mijn espressoapparaat,’ grijns ik even later tegen Steenvrouw. Ze is even gezellig aangewipt voor een kopje koffie. Een bakkie troost. Een koppie leut, slemp, pleur, slobber……

Ze kijkt me niet begrijpend aan. Wat ontdekt? En hoezo?

‘Ik moet hem behandelen als een lastige vent. Dus gewoon zijn zin geven. Voor de vorm. Tijdens zo’n schoonmaakbeurt wil hij bijvoorbeeld opeens, dat het water wordt bijgevuld. Terwijl het reservoir nog minstens halfvol is! In het verleden negeerde ik dat en bleef ik op de startknop drukken. Heeft helemaal geen zin!’

©Toverheks.com
©Toverheks.com

‘Hij is wel eens een halve dag in een schoonmaakprogramma blijven hangen om die reden. Ik had de fabriek al gebeld. Ik wilde het apparaat zelfs terugsturen naar de winkel. Tot ik meneer de Koffiepeer gewoon zijn zin gaf. Het reservoir dus tot de nok toe bijvulde. Onmiddellijk begon het schoonmaakprogramma verder af te draaien…..’

Mijn vriendin ligt dubbel. Ja, lastige kerels. We weten er allebei alles van.

‘Heb je mijn app nog gelezen, over een tekening in de Volkskrant van Gumpa waar onze gemeenschappelijke vriend op heeft gereageerd?’

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Heks leest alsnog de app en vervolgens de reactie van onze gemeenschappelijke vriend en tot slot het artikel in de Volkskrant over de schrijver John Gray. De man werd ooit bekend met zijn boek ‘Mannen komen van Mars en vrouwen komen van Venus.’ Heks heeft het ook in de kast staan. Of ik heb het weggegooid. Dat kan ook. Ik was niet bijster onder de indruk.

Het is maar de vraag of al zijn beweringen hout snijden. Erg wetenschappelijk zijn ze in elk geval niet. Diverse onderzoeken worden in het artikel aangehaald, die zijn beweringen tegenspreken. En niet één onderzoek, dat zijn beweringen staaft. Maar vele mensen hebben blijkbaar baat gehad bij het uit zijn dikke duim gezogen wetenschappelijke boek van John Gray. Beweert John Gray.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Nu is er natuurlijk wel degelijk verschil tussen mannen en vrouwen. En wel in hun chromosomen. Van de 23 chromosomenparen is er eentje afwijkend. Vrouwen hebben in dat paar 2 X chromosomen en mannen hebben een X en een Y chromosoom. De Y als variant van het standaardchromosoom X.

Er zijn ook uiterlijke verschillen. Vrouwen hebben heerlijke rondborstige bonbonella’s en een zoete flamoes, mossel, poes tussen hun benen, tegenover de uitwendig gedragen kleine hersentjes van de man. Ofwel hun leuter, tampeloeris, snikkel, plassertje…….

Maar veel van de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn sociologisch van aard wordt er in het artikel beweerd door hoogleraar neurowetenschappen Lise Eliot. Een vrouw. Toe maar. Nou ja, dat zal dan wel niet waar zijn, want vrouwen horen achter het aanrecht thuis en niet op de universiteit…..

Toch?

Heks is haar leven lang een halve vent geweest. Als kind speelde ik met mijn buurjongetje. Ik was een echte tomboy. In mijn latere leven heb ik me er op toegelegd mijn beide hersenhelften te ontwikkelen. Dat ging niet altijd van een leien dakje.

Op de middelbare school had ik bijvoorbeeld de grootst mogelijke moeite met exacte vakken. Pas 20 jaar later bleek uit een serie intelligentietesten, dat ik ook op wiskundige vermogens ver boven VWO niveau scoorde.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Het moet em dus in de manier hebben gezeten, waarop de leerstof werd aangeboden. Ik had bijvoorbeeld een docent wiskunde, die weigerde om het lesmateriaal uit te leggen aan meisjes. Die konden dat toch niet begrijpen, dus verspilde energie wat hem betreft…..

Ik mocht van hem ook niet deelnemen aan het vak computerkunde. ‘Je wilt alleen maar mee met de excursie naar het Evoluon,’ begon hij sputterend te pispotten, toen ik hem vroeg waarom ik werd uitgesloten van deelname.

Die man was overigens een hele lastige kerel. Veel lastiger dan mijn espressoapparaat. Halverwege het leerjaar belandde hij in de gevangenis vanwege een akkefietje. Zaten we helemaal zonder docent, hetgeen mijn rapportcijfer niet ten goede kwam.

Ja, verschillen tussen mannen en vrouwen. We vinden het zo leuk om erover te praten. Je kunt er zo lekker je psychologie van de koude grond op loslaten. We zijn opeens allemaal experts.

Maar de overeenkomsten zijn zoveel groter. We hebben 22 paar chromosomen gemeen. We hebben overigens oneindig veel genen gemeen met allerlei andere levensvormen. Zoals komkommers bijvoorbeeld.

Interbeing ten top.

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Wij houden graag vast aan ons afgescheiden zelf. Aan de verschillen met alles buiten ons. Maar dat is wetenschappelijk al lang achterhaald.

Mannen zitten alleen een beetje anders in elkaar ten bate van de verspreiding van de genensoep. Ze zijn een variant op het vrouwelijke origineel. Een lastige variant vaak. De gebruiksaanwijzing laat nogal eens te wensen over. Net als bij mijn espressoapparaat.

Ach ja, mijn espressoapparaat. Sinds ik hem voor de vorm zijn zin geef is onze relatie zoveel gemakkelijker dan voorheen. Ik herinner me opeens, dat mijn voormoeders dat vaak deden bij hun lastige mannen. En dat veel van hun dochters dat dan ook weer doen bij hun mannen. Hen op het oog hun zin geven, maar ondertussen gewoon achter de schermen lekker aan de touwtjes trekken.

Stom dat ik dat zelf nooit gedaan heb. Mijn karakter werkt helaas wat dat betreft tegen me. Ik heb een hekel aan liegen en een broertje dood aan manipulatie.

Interessant vind ik in dit kader het DNA van mitochondriën. Die kleine energiecentrales in alle cellen van ons lichaam. Dat DNA overerven zowel mannen als vrouwen louter via moeder. Genetisch in een rechte lijn naar onze Grote Goddelijke Oermoeder. Geinig toch?

Wie was er eerst, de kip of het ei? In elk geval niet de haan of het zaadje…….

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Don’t be a poor beggar of love. Lente stottert zich op gang. Godin woont prominent in mijn lichaam. Alle mannen in Leiden en omstreken van slag. Lang leven de liefde. En heil Freya!

Het is koud. Het miezert. Het is godbetert bijna mei. Heks rijdt in haar scootermobiel richting Leidse Hout. Bomen en struiken staan plotseling in blad. Ondanks de kou en narigheid wagen ze het er op om eindelijk dan maar uit te lopen. Teer groen overal. Door dit kersverse bladerdak gefilterd licht valt op Heks. Een groengouden wonderwereld vol verwachting.

Ik ben zo blij. Mijn hart wagenwijd open. Zo gelukkig om hier te zijn. Hier en nu. Op dit moment van goddelijke gratie. Moedertje natuur in haar bruidskostuum. Overal bomen en struiken vol bloesems en bloemtrossen. De grond bedekt met uiig daslook. Fluitenkruid piept er bovenuit.

In het Hout ook bosanemoontjes. En wilde hyacinten in prachtige kleuren. Mijn beukige vriendin heeft eindelijk wat uitlopend blad in haar kruin. Stotterend komt de lente op gang. Een hele lange stotter dit jaar….

‘Don’t be a poor beggar of love,’ hoor ik de geliefde stem van sister Chan Khong opeens in mijn hoofd murmelen. Ik heb haar deze tekst oneindig vaak horen uitspreken. Het staat op een opname van een door haar gegeven ‘Deep Relaxation‘ uit 2006. Opgenomen tijdens mijn eerste bezoek aan Plumvillage. Ik heb er zo’n tienduizend keer naar geluisterd door de jaren heen….

En toch hoor ik vandaag deze tekst eigenlijk voor het eerst echt goed. Na al die jaren komt de strekking ervan echt binnen. De diepe betekenis van dit kleine onooglijke zinnetje dringt door tot in mijn tenen! Al rijdend door het Leidse Hout. In en in gelukkig met er gewoon zijn. Overstromend van liefde uit die oneindige bron binnenin. Omgeven door de Grote Moeder in al haar jeugdige schoonheid.

‘Don’t be a poor beggar of love!’

De lente komt misschien traag op gang dit voorjaar, maar de hormonen beginnen links en rechts wel degelijke te stromen. Heks wordt afgelopen week bijvoorbeeld weer achtervolgd door het oude uitgedroogde mannetje in de kerk. Zijn trillerige graaivingertjes uitgestrekt boven zijn looprek.

‘Het is geen zielig oud mannetje,’ vertel ik later aan een vriend op het koor, die zich heeft verbaasd over mijn snelle aftocht de afgelopen zondag, ’20 jaar geleden, ver voor zijn herseninfarct heeft hij me al eens op een onverwacht moment bepoteld. Die vieze overjarige antropoloog doet zijn veldwerk bij voorkeur op vrouwenlichamen….’

‘Er zijn meer klachten geweest over die man,’ beaamt mijn zangmaatje. Tuurlijk. Het is een grenzeloze smeerlap. Verpakt in het lijf van een onschuldig onooglijk sneu kereltje.

Heks heeft ook sjans van onbezonnen jongemannen en een incidentele vijftiger in de sauna. Ik ben daar kind aan huis momenteel om een aantal beperkt geldige vouchers soldaat te maken. Ook hier hobbelen diverse exemplaren achter me aan. Jong en dom, oud en getrouwd, middelbaar en raar. Gelukkig gedragen ze zich allemaal voorbeeldig. Geen gegrabbel en gegraai.

Niks aan de hand dus. Behalve dan bij ‘Slurfje’. Een klein onooglijk miezerig mannetje met een stevig wormvormig aanhangsel. Hij staat de godganse middag vanachter zijn beslagen brilletje rond te gluren met zijn garnaal fier vooruit gestoken. Badjas nog nooit van gehoord. Overal struikel ik over die man. Aanvankelijk moet ik er om lachen. Maar uiteindelijk ergert Heks zich toch rot aan die koekeloerder.

‘Ik bulk blijkbaar van de Freya-energie’ schrijf ik aan mijn heksen coven, waarmee ik online een opleiding volg, ‘Ik krijg allemaal kerels achter me aan, die zin hebben in een gruizig avontuurtje. Alleen in mijn scootmobiel ben ik veilig, want dat ding werkt als een doeltreffend voorbehoedsmiddel….’

‘Don’t be a poor beggar of love,’ in een andere opname zegt ze ‘Don’t be a poor beggar of happiness.’ Deze oude non heeft het goed begrepen. Je hoeft geluk niet na te jagen. Je hoeft niet te bedelen om liefde.

Geluk en liefde zijn er gewoon, hier en nu. Altijd. We kunnen er misschien niet altijd bij, gepreoccupeerd als we zijn met wat ons obsedeert, nekt en kapot maakt. Maar zodra je je gewicht verplaatst, zodra de schellen van je ogen vallen, zodra je weer hier en nu bent…..

Zoals ik nu. Op deze druildag. In dit heerlijke bos.

Je geluk aan anderen ophangen is nooit aan te raden. Bedelen om hun liefde en aandacht is een slecht idee. Het werkt ook niet. Je komt er geen stap verder mee. En het maakt je kwetsbaar, afhankelijk.

Wat niet wil zeggen, dat je geen geluk en liefde kunt delen. Delen is vermenigvuldigen in deze. Vind ik een heel goed idee. Ik doe mee. Graag zelfs.

Heks realiseert zich opeens, dat ze het grootste deel van haar leven heeft lopen bedelen om liefde. Ik heb me in duizend bochten gewrongen, opdat mijn medemensen van me zouden houden. Ik heb lopen pleasen, me voor mijn medemens ingezet, alles uit de kast gehaald… En nooit was het genoeg.

Sterker nog, het heeft nooit het beoogde effect gesorteerd. Eerder het tegenovergestelde.

Natuurlijk ligt er een diep trauma aan dit gedrag ten grondslag. Ik word me er bewust van door een televisieprogramma. Hierin wordt een gezin met een zwaar gehandicapt kind van 13 geholpen met het verbouwen van hun huis. De hele stad doet mee. Iedereen steekt de handen uit de mouwen.

‘Ja, wij willen zo graag dat ons broertje thuis kan blijven wonen,’ zeggen de oudere broers van het kind. ‘We hebben er alles voor over om ons kind hier in ons gezin te houden,’ roepen de ouders van het joch in koor. Dit raakt me diep.

Toen Heks die leeftijd had, waren mijn ouders bezig om me uit huis te plaatsen. Niet omdat ik vervelend was of lastig. Ik was namelijk een enorm braaf Hendriakaatje. Teruggetrokken op mezelf, dat wel. Mijn moeder beweerde er destijds van alles over. Heks zou het gezin ‘tiranniseren met haar hoofdpijn’.

Ja, die hoofdpijn klopt. Ik had altijd stampende pijn in mijn knar als kind. Ik kreeg er medicatie tegen. Valium. Werd ik nog rustiger van. Op mijn veertiende ben ik daarvan onder begeleiding afgekickt.

Uit betrouwbare bron heb ik 20 jaar later vernomen hoe de vork echt in de steel zat:. Mijn ‘moeilijke’ hardhandige vader gaf Heks de schuld van alles wat niet goed was in ons disfunctionele gezin. Dus Heks moest weg: Probleem opgelost! Mijn moeder ging direct akkoord.

Maar de man zelf was het probleem volgens de experts, die me hielpen afkicken. Helaas wilde mijn vader er niet van horen. Het was allemaal Heks’ schuld. Alles. Weg met dat kind.

Ik hield overigens veel van deze mensen. Heel erg veel. En nog steeds. Erg aardig vind ik hen echter niet meer. En dat geldt voor meer familieleden.

Ik heb de uithuisplaatsing kunnen voorkomen door jarenlang van de radar te verdwijnen. Als een schim heb ik de rest van mijn pubertijd thuis uitgezeten. Het heeft me ook iets gebracht: Ik kan onzichtbaar worden, zo voor je ogen. Heb ik geen tovermantel voor nodig.

‘Don’t be a poor beggar of love.’ Nee, ik bedel niet langer om liefde. Ik lief mijzelf. Heel veel.

En: Ik lief de Godin in me. Ze danst in mijn stappen. Ze strekt zich uit in mijn lange lijf. Haar sexy geur omhult me. Haar glimlach krult verleidelijk om mijn mond. Ze gaat met me mee naar de sauna. Haar vitaliteit beschermt me tegen uitgedroogde mannetjes. Ze vervult me met liefde en schoonheid. Ze maakt me heel. Heil Freya!

De tijden van zacht gekookt ei zijn voorbij. Heks pakt iedereen aan, die over haar heen probeert te walsen. Klein succesje temidden van veel onrecht. Gekken en dwazen nemen met plantenbakken parkeerstroken te grazen.

Twee weken geleden parkeer ik mijn auto op een parkeerstrook in de buurt. Het is altijd een enorm gedoe om je auto al indraaiend tussen de paaltjes door te manoeuvreren in dit smalle steegje. Voorzichtig vlei ik mijn kanariepiet tegen de blinde muur van het Elizabeth Gasthuishof. Ik rijd naar achteren om nog iets dichter tegen de muur aan te staan. Zodat mijn spiegel er niet wordt afgereden door deze of gene.

‘Kloinkoinqk,’ beukt mijn auto ergens tegenaan. Huh? Ik kijk in mijn spiegel, maar zie niets achter mijn auto staan, dat dit geluid kan veroorzaken. Als ik echter uitstap, aan de verkeerde kant, ook weer een heel gedoe, want bestuurderskant tegen de muur, zie ik dat er een grote plantenbak pontificaal midden op de parkeerstrook is gedeponeerd. Met een flinke struik er in.

‘Er hebben zeker een paar studenten lopen zooien,’ mor ik knorrig. En schuif het bakbeest terzijde. Weg van de parkeerstrook. Op een plek, waar het gevaarte minder kwaad kan. Gelukkig heb ik geen schade aan mijn auto.

Een paar dagen later ben ik weer genoodzaakt op precies dezelfde impopulaire plek te parkeren. Het is vaak het enige plekje, dat nog over is in de loop van de avond. En wie schetst mijn verbazing? De bak staat weer demonstratief midden op de parkeerstrook!

Ik spring uit de auto en schuif het loodzware ding geërgerd weg van de strook. ‘Welke gek zet toch steeds die plantenbak hier neer?’ sis ik nijdig. Ik ben moe. Ik heb de hele avond met mijn koor gerepeteerd op de Johannes Passion. Ik heb de energie niet om met grote plantenbakken te lopen zeulen.

Ja, wie doet er zoiets? Ik hoef niet lang op het antwoord te wachten. De voordeur van het pand tegenover de parkeerplaats vliegt open en als een duveltje uit een doosje stormt een spinnijdige kerel naar buiten. Al schreeuwend.

Ik ben een kutwijf. Niet goed bij mijn hoofd. Ik spoor niet. Ik ben knettergek. Hoe haal ik het in mijn hoofd om die bak zomaar van de parkeerstrook te verwijderen? Ik ben het ellendigste klotewijf, dat er in Leiden rondloopt. De man vuilbekt er lustig op los.

‘Ik ga hier helemaal niet over in discussie met u, u zet een plantenbak op een parkeerstrook, ik ben er net keihard tegenaan gereden. Zoek het uit.’ dien ik de man van repliek. Olie op het vuur!

‘Ik ben de buurt aan het VERGROENEN, kutwijf!’ krijst de malloot, ‘ik heb toestemming van de gemeente hiervoor!’ zuigt hij vervolgens een nepargument uit zijn dikke duim. Heks schiet in de lach. ‘Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Ik zal het eens navragen!’

De man wordt steeds kwader. Hij krijgt een waas voor zijn ogen. ‘Dat wijf met die grote bontmuts op haar kop. Ik zal haar eens een lesje leren,’ zie je hem denken.

‘Ik metsel die bak vast aan de parkeerplaats met cement,’ schreeuwt hij, ‘Dan zullen we wel eens zien, of je em nog van zijn plek krijgt.’ Heks is perplex. Wat een halve gare. Maar wel een hele agressieve. ‘Ik zal die plantenbak eens eventjes bovenop je auto parkeren, stomme trut,’ dreigt hij vervolgens. Hij doet een stap naar me toe.

Ik draai me om en laat de gek staan daar op de stoep voor zijn muizenhuisje op nummer zoveel van de steeg. Terwijl ik de hoek om loop, hoor ik hem nog tekeer gaan. De hele buurt geniet mee. Holadijee!

©Toverheks.com

Thuisgekomen zit ik zo vol adrenaline, dat ik er van moet trillen. Ik ga een enorme ronde rijden met mijn hondjes om weer een beetje tot mezelf te komen. Zowel op de heenweg als op de terugweg check ik mijn auto. Is de man erop los gegaan, zoals hij beloofd heeft?

De volgende dag bel ik met de gemeente en handhaving. Niemand weet iets van toestemming om plantenbakken op parkeerstroken te zetten. De BOA’s gaan de man een bezoekje brengen.

‘U moet wel aangifte doen van bedreiging,’ zegt de BOA, nadat hij me heeft aangehoord.

Een paar dagen later ben ik op een informatieavond voor de buurt over de komst van Oekraïners in het hotel tegenover me. Ik maak kennis met de nieuwe wijkagent. Een ware verademing vergeleken met zijn voorganger. Ik vertel de man over het incident. Hij gaat ook nog een bezoek brengen aan de gek.

Weer een paar dagen later rijd ik opnieuw door de bewuste steeg. De man staat buiten te oreren tegen zijn buurman. Ik ken die buurman. Al heel lang. ‘Ik moet die bak weghalen,’ schreeuwt mijn belager verontwaardigd. Hij kan blijkbaar niet normaal praten. Zijn kop is alweer vertrokken van woede.

Hij herkent me niet, zo incognito in mijn scootmobiel. Dat hulpmiddel maakt je werkelijk onzichtbaar voor dit soort types! Zo handig! Schuddend van de lach rijd ik verder. Langs de van de strook verwijderde plantenbak. Er ligt een berg cement op de lege plek. De gek heeft dus daadwerkelijk geprobeerd de bak vast te metselen! Ongelofelijk!

Ik heb de hele verdere dag een bijzonder goed humeur. Eindelijk eens gerechtigheid. Midden tussen al de onrechtvaardigheid. Het chronisch aan het kortste end trekken. Het belaagd worden door gekken en dwazen. In elkaar geslagen worden. Dreigbrieven krijgen van mutsige meuten. Het constant belletje trekken van een buurman. Het gezaag en gezever en gezeur om aandacht. En ga zo maar door.

‘Ja, maar jij bent een zacht gekookt ei,’ deelde een voormalig vriendinnetje me op een gegeven moment mede. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Een deurmat. Een voetveeg.

‘Je hebt iets zachts, Heks,’ zegt mijn homeopaat onlangs tegen me, ‘Dat vind ik juist zo mooi aan jou.’ Vandaar dat iedereen altijd met zijn of haar problemen bij me op de stoep staat. Vandaar dat zelfs mijn therapeut huilend haar hart bij mij uitstort. Vandaar, vandaar, maar het is klaar.

De tijden van zacht gekookt ei zijn voorbij. Heks pakt iedereen aan, die over haar heen probeert te walsen. En ze houdt ermee op, om Jan en Alleman’s kastanjes uit het vuur te halen.

“Het zijn jullie kastanjes. En het is jullie vuur. Knock yourself out.’

Wel luister ik geduldig naar het verhaal van een vrouw uit de buurt, die heel erg onrechtvaardig wordt behandeld. En nog eens en nog eens. Natuurlijk doe ik dat. Echt luisteren kan wonderen bewerkstelligen.

Gelukkig Nieuwjaar!!!!! Een sprankelend, inspirerend, verfrissend, liefdevol en gezond 2023 toegewenst! Vol nieuwe avonturen en mooie avonduren. En hier en daar een herdersuurtje…. En elke morgenstond goud in de mond!

©Toverheks.com
©Toverheks.com

Gelukkig Nieuwjaar van Heks en haar beestenbende!

Heilige Nachten. Atlas wisselt van been. De wereld wankelt. De gestoorde wereld. Vol gekke mensen. Heks voert geen spat uit. Hilarisch kerstspel van de kinderen tijdens de kerstdienst in de kerk. Niet meetellen is niet grappig. Toch moeten we er om lachen…..

‘Energiebedrijven hebben nog nooit zoveel winst gemaakt als het afgelopen jaar,’ tettert het journaal een paar dagen voor kerst. Huh? Heks kijk verbijsterd naar het scherm. Een grote uitleg volgt. En ja, het is echt waar. De energiebedrijven doen goede zaken. Terwijl veel mensen in de kou zitten en hun rekeningen niet meer kunnen betalen.

Rare wereld.

In de krant een heel artikel over de excuses voor het slavernijverleden en Rutte. Ik kan niet door het artikel heen komen. Alles wat Rutte beweert klinkt onoprecht. Als de man zijn mond opent komt er doorgaans een leugen uit. Excuses en Rutte…. Hij zal er op 1 of andere manier wel voordeel uit halen. Er is veel te doen rondom die veel te late excuses. Die druppel op een gloeiende plaat-praat..

Raar land.

Tijdens het kerstdineetje bij Steenvrouw vertellen haar dochters me, dat alle kleding die je terugstuurt naar Zalando, wordt weggegooid. ‘Weggegooit?’ roept Heks verbijsterd. Daar kun je toch veel zinvoller dingen mee doen?’ Nu ik het opschrijf kan ik het nog niet geloven. Maar het is echt waar. Raar maar waar.

Gestoorde mensheid.

Tijdens de kerstdienst wordt de goedgemeente getrakteerd op een kerstspel. Een heerlijk bijdehand meisje speelt een Romeinse ambtenaar, die de volkstelling afneemt in het toenmalige Israël. ‘U telt niet mee,’ roept ze parmantig tegen deze of gene, die niet aan de norm voldoet. We liggen flauw van de lach.

Maar niet meetellen is natuurlijk niet echt grappig…..

Jozef wordt gespeeld door een piepklein kind. En Maria is een ware reus. Zo geinig…. Ze trekken een plastic ezel achter zich aan, piepend en krakend richting kerststal. Daar ligt een heuse baby in! Een eigenwijze komt op de proppen.

Ook worden we vergast op het evangelie van Matteüs in straattaal, ofwel de torrie van Mattie. Het klinkt zo grappig. Met veel shit er in. Het is een luchtige kerkdienst. Licht in deze pittige tijden. De kerk zit stampvol. Iedereen is blij, dat we er weer massaal heen kunnen.

Luister hier naar de Torrie van Mattie. En hier.

Naast me zit Jip met zijn achterkleinkind op schoot. Een olijk mannetje. We zingen in excelsis Deo. ‘In het veld zit Theo,’ galmt Heks. Traditiegetrouw. Ik heb een neefje, dat het zo zong in zijn jonge jaren. Jips achterkleinkind moet er om lachen. Alhoewel hij, denk ik, te klein is om het echt te begrijpen. Toch krijg ik bij elk Theo-refrein een brede grijns van hem…..

Na de dienst drink ik koffie met mijn vriend Jip. Vaste prik. Jammer dat Janneke er niet meer bij is. Met haar heerlijke gepeperde commentaar op de preek.

De Heilige Nachten. De periode tussen kerst en Oud en Nieuw. Jarenlang vierde Heks het op zijn Surinaams. In de traditie van de Marrons. Voor de kerst moest mijn huis brandschoon worden gepoetst. Allerlei spirituele baden en kruidensmeersels volgden. Ik spuugde Fula op mijn balkon richting de zon. Ik smeerde mijn piano in met een speciale olie om te mediteren.

Atlas wisselt in die periode van been. De hele wereld wankelt. Dus je wordt geacht je gemak te houden en veel te mediteren. En gezellig te eten met dierbaren.

Helaas is de man, die de baden maakte, opgepakt. Hij zit een gevangenisstraf uit. Heks heeft gebroken met die traditie. Maar de Heilige Nachten zijn nog steeds heilig voor mij. Ik blijf lekker in mijn heksenhuisje. Vol bloemen en geurende kaarsen. Ik keer naar binnen. En laat los.

Er valt veel los te laten dit jaar. Achter te laten in het oude jaar. Niet meesjouwen, die rugzak. De dag van morgen heeft haar eigen zorgen zegt de Prediker. De man had gelijk. Luister daar maar naar, Heilige Nacht-Heks.

©Toverheks.com
©Toverheks.com Maan met Orb!