Bill’s roep om vergeving spant de kroon in The Bold And The Beautiful: ‘Jij kunt zo goed vergeven. Jij vergeeft als geen ander!’ maant hij zijn zoon. Die heilige sojaboon. Maar ook een heilige haalt adem. Lange adem: in en uit. Tot het op is. Over en uit.

Vandaag zit ik weer schaterend te kijken naar The Bold. Ik loop een paar dagen achter, dus ik kan mijn lol op. Maar terwijl ik me suf lach om narcist Bill, die denkt zich overal uit te kunnen leuterkoeken, zelfs uit het feit, dat hij de vrouw van zijn zoon heeft geneukt, genaaid en gepaald, dwalen mijn gedachten af naar herkenbare situaties in mijn eigen leventje.

‘Jij kunt altijd zo goed vergeven, niemand kan zo goed vergeven als jij. Je moet je vrouw vergeven. Je moet mij redden van mezelf, jij bent degene die deze familie bij elkaar houdt,’ schreeuwt Dikbill  wanhopig als hij de strijd niet kan winnen. Welja. Vergeef hem maar weer, voor de zoveelste keer.

Een narcist vergeven heeft totaal geen zin. Hij ziet dat slechts als een uitnodiging om hetzelfde nog eens te doen. En dan erger. En het ergste is: Ze hebben er geen erg in. Het zijn mensen zonder enige vorm van zelfbeschouwing. Alles ligt altijd aan de ander. En als ze er dan niet onderuit kunnen dat ze fout zaten, dan jammeren ze als een klein kind, dan hebben ze het toch zo moeilijk: Je moet hen maar zo snel mogelijk vergeven!

Heks heeft ook heel wat vergiffenis uitgedeeld aan volstrekt onverschillige veelplegers. Een ware aanmoediging om maar door te gaan met die praktijken is gebleken, want ook ik ben meermalen door dezelfde mensen eindeloos diep gekwetst. Respectloos behandeld tot op het bot.

‘Liefde en respect is hetzelfde,’ zei ooit een kruidenmannetje tegen me, toen ik bij hem in behandeling was, ‘Als je familie je respectloos behandelt, kun je niet spreken van liefde. Ook al zeggen ze dat ze van je houden….’ Ik lag finaal in de clinch met mijn clan en was naarstig op zoek naar middelen om de harmonie te herstellen. Een harmonie, die er nooit geweest was overigens. Behalve in mijn heksenhoofd.

Mijn hardwerkende overuren makende drukke heksenhoofd.

Een paar jaar later zat die kruidenkwibus in de bak. Hij had zich vergrepen aan een minderjarig vrouwelijk familielid. Meermalen. Jarenlang. Gewelddadig. En het bleef niet bij dat ene familielid……..

Uiteindelijk deed iemand aangifte. Omdat zijn eveneens zeer kwaadaardige vriendin het gefilmd had, hetgeen de politie natuurlijk terugvond op zijn computer, kwam de incestpleger er niet onderuit. De gelauwerde kruidenman, die zijn mond vol had over respect.

Een typische narcist. Of eigenlijk meer een psychopaat. Bizar toch? Hoe die man jarenlang iedereen voor het lapje heeft gehouden? Inclusief een oude vriendin van Heks, die jarenlang voor de griezel gewerkt heeft. Voor haar is dit een enorme klap geweest. Dat weet ik zeker.

Een psychiatrisch onderzoek heeft uitgewezen dat de gedragingen van de verdachte kunnen worden gerekend tot ‘parafilie’, een verzamelnaam voor uiteenlopende seksuele stoornissen die gekenmerkt worden door terugkerend, sociaal minder aanvaarde fantasieën, drang of gedrag ter opwekking van seksuele opwinding.

Grenzeloze en kwaadaardige mensen. Je vindt hen overal. In alle lagen van de maatschappij. In alle beroepen. Er zijn wel meer mannelijke gevallen, dat is dan wel weer opvallend. Het zou ermee te maken kunnen hebben, dat jongens nog steeds een flinke streep voor hebben in het leven. Een enorme lange en brede streep. Een scheidslijn van jewelste.

En ook is bekend, dat je narcisten kunt kweken. Er zijn aanwijzingen dat er genetische componenten meespelen, maar van je lieve jongen een prins op de erwt maken werkt deze persoonlijkheidsstoornis absoluut in de hand. Dus.

Heks loopt ook al weer tijden met dat vergeef thema te worstelen. Op zich ben ik ook erg goed in vergeven. Ik ben vergeven met vergeven. Maar sinds mijn lange adem op is en ik er geen tandje meer bij kan zetten is de vergeefkoek opeens ook op. ‘Stom kutwijf, achterlijke eikel,’ scheld ik in plaats daarvan op alle ellendelingen, die me een kutgevoel bezorgen.

Vergeven doe je voor jezelf. En daarom moet je je er maar niet te druk om maken als iemand je smeekt om vergeving. Jezelf vergeven is veel belangrijker. En dat kan de smekeling ook best eens ontdekken.

Bovendien: Als je jezelf vergeeft is de kans klein, dat je nog eens in de fout gaat. Daarom is het zo waardevol om jezelf te kennen. En te omarmen. Vast te houden. Te vergeven dat je niet kunt vergeven. Of er eventjes helemaal geen zin in hebt.

 

‘Wat zou je doen als je twee piemels had?’ Geen idee. Het zou erg wennen zijn. Moeilijk gesprek vol pijn en droeve drek. Maar niet over deze zaken. Ik wilde jullie gewoon vermaken……

‘Heks, ik wil je mijn verontschuldigingen aanbieden voor ons laatste gesprek,’ een schorre stem kraakt me treurig tegemoet door de telefoon. Ik kan mijn gesprekspartner bijna niet verstaan. Ons laatste gesprek verliep inderdaad gek. En er werden dingen bij name genoemd, die je maar liever niet wilt weten. En anders zo snel mogelijk wilt vergeten.

Dingen die door de bodem van het bestaan zakken. Zaken zo zwaar als een dodenbaar. Een altaar voor geleden leed. En daar dan iemand op offeren. En vervolgens jezelf erbij.

‘Je bent zo lief, Heks, je bent echt een schat,’ luisteren naar iemand is wel het minste wat je kunt doen. Maar toch staan we vaak machteloos. Een oplossing zou zo prettig zijn. Maar iemand even optillen is het hoogst haalbare.

‘Ik weet dat mensen altijd hun ellende op jouw bord gooien, dat wil ik niet doen, ik wil je er niet mee belasten,’ klinkt het verder. Je belast me er niet mee, schat, ik houd van je. Heel veel. En al heel lang.

Vandaag praten we weer over al zijn verschrikkingen van de afgelopen paar jaar. Het gewicht van die dodenbaar. En nog is het niet klaar.

‘Wij dragen genetisch zoveel woede in ons mee, dus daar begin je al mee,’ Heks is er door schade en schande achter gekomen, dat dit met haarzelf het geval is en deze reisgenoot deelt die genetische woede met Heks.

We komen uit een vergelijkbare achtergrond. Boven zijn kinderhoofd hing hetzelfde zwaard van Damocles. De eerste klap was ook bij hem een daalder waard. En als er een ram over de dam was volgden er geheid meer!

Wij beiden hebben een bom in onszelf, die nooit ontploft. Daar zorgen we wel voor. Maar de zijne is in een kritische fase gekomen. Ik ruik lont. Iemand fungeert als trigger.

Geen medemens, maar een bak stront. Ik weet er alles van. Heb alle verhalen gehoord. Het is waar. Dat afschuwelijke afgrijselijke serpent van een medemens is echt vreselijk naar.

‘Een gemene heks is het, Heks. Een draak van een wijf……’

Wat is wijsheid? Die zorgvuldig onderdrukte woede de overhand laten krijgen en iets doms doen geenszins. Dat weet ik zeker. Wraak maakt altijd nieuwe onschuldige slachtoffers. Je geeft je pijn alleen maar door.

Maar verder begrijp ik het voor geen meter. Waarom krijgen sommigen het zo voor hun kiezen en wordt bij anderen alles in de schoot geworpen?

Gisterenavond zit ik een beetje te mijmeren. Over mijn pogingen om mijn vat vol woede aan te pakken. Die genetische opstapeling van nijd. Hoe ik er heel veel ongenoegen uit heb gegooid. Soms ook echt naar degenen bij wie het thuishoort.

Hoe ik de laatste tijd weer loop te zingen, omdat er weer ruimte komt. ‘Ik wil dat het hier eindigt, ik wil dat het klaar is met die woede,’ zeg ik tegen mijn homeopaat. ‘Heks, dat zou wel eens effect kunnen hebben op je hele clan. Je staat niet zo op jezelf als je altijd maar denkt. Alles is verbonden…..’

Ik mijmer over mijn recente aanbidder en zijn zelfmedicatie van gerstenat. Hoe jammer was dat! Maar ook hoe herkenbaar. Ik kom uit een geslacht waar een goeie borrel gedronken werd.

Op zondagmorgen na de kerk puilde het piepkleine voorkamertje van mijn oma uit van de bezoekers. De grote kolenkachel stond roodgloeiend paraat, terwijl er van alles in de ernaast geplaatste doofpot verdween…..

Dan kwam de jenever op tafel. En voor oma een advocaatje.

Oma maakte ook zelf bessenjenever. De overgebleven blauwe bessen gooide ze op het grindpad voor de kippen. Die liepen dan waggelend te kakelen……..

‘Ik drink ook veel, Heks,’ klinkt het in mijn oor. Ik weet het. Ik weet het van zoveel mensen. ‘Het lost niks op, je krijgt er een probleem bij,’ zei mijn moeder altijd. Een wijze raad, waar ze zelf niet al te goed naar heeft geluisterd. Dat komt vaker voor dan je denkt.

natuur-christenen1

We weten het allemaal wel, maar jezelf koesteren en veilig stellen is er vaak niet bij. Dat geldt niet langer voor mij. Ik ben er als de kippen bij. Maar niet die kippen van mijn grootmoeder: De tijden van gezuip zijn echt helemaal voorbij.

Als de schellen van je ogen vallen zie je de wereld voor wat ie is. Er is zoveel mis. Het is geen kattenpis.

Toch loop ik dagelijks vol verwondering door ‘Die Welt an Sich‘. Die wonderlijke schepping, waar we zo weinig van afweten. Zelfs onszelf zijn we doorgaans een raadsel.

Heeft het goddelijke ons werkelijk naar zijn beeld geschapen? Moet je eens naar de mens kijken! Dat belooft toch eigenlijk niet veel goeds…….

Misschien is de aarde wel de eerste door haar gebaarde wereld. Zijn er betere versies elders in de kosmos: De eerste pannenkoek mislukt immers altijd!

 

 

Hoe later de avond hoe schoner het volk, maar ook: hoe lastiger de hondjes! Heks komt leuke eeuwige pup tegen met een heel lief baasje. Ze hebben samen getraind bij hondenopvoedingsinstituut ‘De Roedel’! De beste plek ter wereld om met je hondje aan de slag te gaan!

Woensdagavond laat ga ik nog lekker met mijn hondje fietsen. Het is zo lang licht! Heerlijk. In het derde park lopen nog een paar andere baasjes met hun trouwe viervoeters. Een man met twee kleine Cocker Spaniëls strak aan de lijn kijkt me verwijtend aan. Hij stelt het niet op prijs dat Varkentje los loopt. Als we hem passeren worden zijn monsters helemaal wild. Wanhopig probeert hij deze uitbarsting van geweld te kalmeren.

MEISJE MET HOND ZONDER STAART, BIJZONDERE HOND

Een apart exemplaar: Sammie, de Roemeense eeuwige pup zonder staart!

‘Doorlopen, Ys,’ roep ik tevergeefs. Dit is natuurlijk veel te leuk. Met een omtrekkende beweging probeert hij dichterbij te komen, zodat hij eventjes kan snuffelen. ‘Loop door,’ brul ik. Dat sorteert effect. Of hij nu Oostindisch doof is of dat het werkelijk helemaal einde verhaal is met zijn scherpe gehoor wordt nooit helemaal duidelijk….

Niet veel verder loopt een vrouw met een klein vosachtig diertje. Ik herinner me vaag, dat ik haar eerder heb gezien met het beest. Was dat soms onprettig? Waarschijnlijk wel, want de vrouw gooit haar massieve lijf in de strijd en begint haar loslopende mormel af te schermen van mijn ouwe sukkel. ‘Oh, wat interessant toch weer,’ hoor ik Ysbrandt denken, ‘aan die gast ga ik eens even goed snuffelen.’

Weer loei ik keihard tegen mijn hondje, dat hij door moet lopen. Nou, vooruit maar dan. In een sukkeldrafje komt hij achter me aan. In de verte zie ik de man met de Spaniëls nog steeds bezig om zijn opstandige roedeltje weer in het gareel te krijgen. ‘Goh, is het soms moeilijke-honden-uurtje?’ vraag ik me af.

Ik hoorde afgelopen week van een knappe Italiaan met twee jonge Rotweilers, dat er ’s nachts een man met een paar Malamutes in Het Leidse Hout wandelt. Die halve wilden hadden een keer één van zijn Rotweilers aangevallen. Gelukkig grepen zijn volwassen Rotweilers in…..

MEISJE MET HOND ZONDER STAART, BIJZONDERE HOND

Dit baasje heeft ook met haar hond getraind bij de Roedel, net als Heks.

Als ik dan ook weer een aangelijnde hond in het vizier krijg ben ik op mijn hoede. Zie ik een muilkorf? Nee, het is een halti. Ysbrandt rent enthousiast naar het stel toe en snuffelt aan zijn nieuwe vriend, vriendelijk wuivend met zijn staart. Kijk nou, de vrouw maakt de hond los van de riem. Vrolijk begint het dier in de rondte te rennen met grote veulenachtige sprongen. Uitdagend probeert hij Ysbrandt te verlokken tot een spelletje.

Het is een apart exemplaar deze hond. Een piepklein hoofd, geen staart, de lichaamsmimiek van een pup, maar hij blijkt al ruim vier jaar te zijn! ‘Zeker Griekse import?’ informeer ik langs mijn neus weg. ‘Nee, hij komt uit Bulgarije. Ik heb hem al jaren, maar het is pas zeer recent, dat ik hem los durf te laten.’

‘Dat de hond oogt als een oversized pup komt omdat hij waarschijnlijk veel te jong gecastreerd is. Hij is nooit helemaal uitgegroeid.’ Het arme dier mist ook zijn staart, dit onontbeerlijke communicatieorgaan van de hondenwereld. ‘Daadoor raakt hij gemakkelijk in de problemen met andere honden.’

Ze vertelt hoe haar hondje van leuke puber uitgroeide tot een monster dat alles en iedereen aanviel. ‘Ik heb in het eerste jaar al zeker tien trainers versleten.’ Dat is het probleem als je zo’n hondje adopteert: Je weet niet wat er in zit. Wat heeft zo’n diertje meegemaakt? ‘Hij kan niet tegen mannen met stokken. Sowieso is hij niet gek van mannen.’

Er probeert een fietser te passeren. Snel schermt ze haar hond af met haar lijf. Het gaat goed. ‘Dat was vroeger wel anders!’ We klessebessen over de hype om je hond op te voeden met snoep. ‘Ik doe dat niet, Ysbrandt heeft gewoon alles geleerd zonder hem vol te proppen. Ik heb getraind bij mensen in België…’

Nog voor ik ben uitgepraat roept ze verheugd: ‘De Roedel?’ Ja, we hebben elkaar gevonden. We blijken allebei een paar keer in de leer te zijn geweest bij Arjen en Francien, Hondenopvoedingsinstituut DE ROEDEL. Wat leuk! Enthousiast wisselen we onze ervaringen uit.

Mijn nieuwe hondenvriendin geeft me haar telefoonnummer om contact te houden. Voor het geval we een keertje samen die kant op willen. Wie weet gaan we een keertje samen een dagje trainen bij onze hondenfluisteraars.

‘Voor mij zijn deze mensen een soort blaffende halfgoden. Of superhondenhelden,’ vertrouw ik haar toe. ‘Voor mij ook. Zonder hen had ik mijn hondje niet meer gehad. Dat weet ik zeker.’

Dat laatste gaat ook op voor Heks. Nadat mijn schattige viervoetige  een agent in de ballen had gebeten zag het er somber uit voor hem. De diender wilde mijn huisdier laten afmaken. Gelukkig waren zijn collega’s van de hondenbrigade het hier helemaal niet mee eens.

Later bleek een toenmalige Buurman mijn hondje stiekem te pesten als ik niet thuis was. Dezelfde gek, die altijd deuken in mijn auto sloeg. Daarom kreeg ik problemen met het dier. Trainen bij de Roedel heeft een wereld van verschil gemaakt, ook al was ik toen nog niet op de hoogte van de pesterijen.

De foute buurman is verhuisd. De agent heeft geen smurfenstem gekregen. Ysbrandt leeft nog steeds. Eind goed, al goed!

JOEP, Cavalier King Charles Spaniel, In mandje

Joep als pup spelend met zijn grote vriend!

Vanmorgen loop ik alweer met Ysbrandt te wandelen. In een tuintje aangrenzend aan een klein park staat een hondenvriend van Heks. Vooral een grote vriend van Ybrandt: Hij krijgt altijd een lekkertje als we langskomen! ‘Waar is jouw hondje?’ vraag ik. Normaal gesproken staat zijn kleine Cavalier King Charles Spaniel enthousiast tegen de andere kant van het tuinhek aan te springen om ons te begroeten.

‘Mijn vrouw is met hem naar de dokter. Joep is plotseling heel ziek geworden. Er zit een enorme bult op zijn achterhand en ze gaan daar nu een stukje uit verwijderen……Om te onderzoeken.’ Hij kijkt me somber aan.

He, jasses. Dat klinkt helemaal niet goed. Ik probeer het baasje een beetje te troosten, moed in te spreken. Maar ja, het is afwachten geblazen voor dit echtpaar. Ik weet hoe gek ze zijn op hun trouwe viervoeter. Het ventje is pas twee jaar, veel te jong om zo ziek te worden. ‘Ik zal voor jullie duimen, heel veel sterkte…’

Arme Joep.

JOEP, Cavalier King Charles Spaniel, In mandje

Zo’n lekker kereltje….

Een dag later informeer ik opnieuw naar Joep. Het gaat goed met hem! Hij ziet er nog een beetje beteuterd uit, maar uiteindelijk zal hij helemaal genezen! Hoera!