Leergierige Panter klem in Museum Boerhaave. Heeft hij het weer overleefd? Wat is er eigenlijk gebeurd? De hoeveelste queeste is dit nu alweer? En hoeveel levens heeft hij nog over?

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Vrijdagmorgen loop ik museum Boerhaave in. Ik ben het al dagen van plan, maar telkens was de deur dicht of had ik net geen tijd. Vandaag ben ik echter op een missie. Al twee weken is de panter in geen velden of wegen te bekennen. Zijn grote zwarte katerlijf maakt zich niet meer onverwacht los uit de schaduw. Geen gezellige nachtelijke wandelingen met VikThor. Al die tijd is hij ook niet komen eten…… Waar zit die mafkees?

Zoals altijd als mijn panter in de problemen geraakt ben ik binnen een halve dag op de hoogte. Allerlei innerlijke alarmbellen gaan af. Ik weet gewoon dat er iets loos is. Dit terwijl mijn monster met enige regelmaat een paar dagen niet thuis komt. Zeker in het voorjaar wil hij nogal eens op stap gaan. Ik maak me daar nooit te sappel over.

Nu is er echter iets niet in orde. Ik voel het aan mijn hekseneksteroog.

En ja hoor. Twee weken later en nog steeds geen spoor van mijn geliefde kat. Potjandrie. Waar zit dat beest? Hij kan wel overal zijn. Sinds ik hem een keer in Hoorn heb opgehaald kijk ik nergens meer van op. Toch loop ik midden in de nacht door de buurt zijn naam te roepen. Geen reactie……

Steeds als ik aan hem denk zie ik riool voor me. Onder de grond. Buizen. Shit. Hij zal toch niet ergens in verstrikt zijn geraakt? Is hij opgesloten in een leeg pakhuis en probeert hij soms via het riool ontsnappen? Mijn kattenvriendin aan gene zijde helpt me zoeken. Hij zit inderdaad in de problemen.

‘Je moet nog even geduld hebben, Heks, het komt goed, er wordt aan gewerkt, maar nu zit hij inderdaad nog vast..’ hoor ik in mijn geestesoor, ‘Zoeken heeft nu geen zin, je vindt hem niet….. lispel lispel lispel….’ de rest versta ik niet.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Donderdagavond brand ik een kaarsje. Voor Schilder natuurlijk. Maar ook voor mijn avontuurlijke kat. De boerenridder Ferguut. ‘Kom naar huis,’ fluister ik tegen zijn ziel,’ breng hem thuis,’ verordonneer ik de hulptroepen in andere dimensies.

Zo loop ik vrijdag dus het museum in. Ze zijn al ruim anderhalf jaar bezig met een enorme verbouwing. De collectie is zo lang opgeslagen. Het hele gebouw staat op zijn kop. Plafonds en vloeren liggen open. Een tricky omgeving voor een ondernemende kat.

De binnentuin is bomvol mannetjes met allerhande gereedschap. Er wordt verwoed gezaagd en gehamerd. Het duurt dan ook even voordat ze mij in de gaten hebben.

‘Hebben jullie mijn kat gezien, een grote zwarte panter?’ Niemand heeft iets gezien. ‘Nee joh, die zit hier niet,’ beantwoord ik met ‘Ik heb hem hier vorig jaar ook al eens weggehaald.’

‘Ja, jij hebt toen een ruitje ingeslagen,’ grinnikt een grote kerel goedmoedig. Ik verschiet van kleur en kijk zo onschuldig mogelijk. De man laat zich niet bedotten. ‘Geeft niks hoor, je had gelijk. Het is hier echt levensgevaarlijk voor dat beest.’

In eerste instantie kom ik niet veel verder in mijn zoektocht, maar opeens roept een piepjonge timmerman dat hij die ochtend de afdruk van kleine kattenpootjes heeft gezien in het anatomische theater. ‘Ze zien er vers uit, ik heb ze ook niet eerder gezien,’ beweert het joch hardnekkig tegen zijn ongelovige collega’s.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

In overleg met de uitvoerder wordt er een opzichter opgetrommeld. Het blijkt een ongelofelijke grapjas te zijn. Plagend probeert hij me direct in de maling te nemen. Dan komt hij terzake. ‘Kom om half 2 hierheen, dan lopen we het gebouw samen door. Je moet dan wel speciale schoenen aan hoor. En neem wat kattenbrokjes mee!’

‘Ik heb een afspraakje zometeen met een mannetje in het museum,’ roep ik tegen mijn hulp als ze binnenkomt. ‘Wat leuk. Heks, vertel,’ antwoordt ze in de veronderstelling dat het om een date gaat. Ik help haar snel uit de droom.

‘Hij is wel grappig hoor, maar geen relatiemateriaal, hahaha. Bovendien is hij ongetwijfeld getrouwd! We gaan mijn kat zoeken, niet mijn poesje….’ grap ik er lustig op los. Ik voel me verwachtingsvol sinds de melding van de kattenpootjes. Mijn zwerver zit vast en zeker vast in het museum!

Mijn date staat me al ongeduldig op te wachten. ‘Zo, ik dacht dat je me zou laten zitten….’ roept hij opgelucht als ik een paar minuten over half twee voor zijn neus sta. Zijn collega’s reageren met een reeks kwinkslagen. ‘Ze zijn gewoon stikjaloers…,’ verklaart hij dit gedrag.  Snel maken we ons uit de voeten.

‘Miauw, miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door gegiechel. Overal zitten mannetjes te klussen. Het verhaal dat er een toverheks naar haar zwarte kat komt zoeken heeft duidelijk de ronde gedaan tijdens de lunch.

‘Het is zo’n groot zwart bakbeest toch?’ mijn gids is een geweldige kletskous, ‘Nou, dan heb ik misschien niet zulk leuk nieuws voor je, ik heb hem met enige regelmaat uit die vuilcontainer zien kruipen. En die wordt elke week opgehaald om te worden geleegd……’

Een klamme hand sluit zich om mijn hart. Oh jee. Die container wordt tegenwoordig elke avond helemaal dicht geseald met een gigantisch stuk zeil. Dit om te voorkomen dat er de hele nacht mensen dingen in staan te gooien. Of uit proberen te halen.

Er heeft zich de eerste maanden van het bestaan van deze container een levendige ruilhandel ontwikkeld in de wijk. Heks heeft er een paar mooie spiegels en een kroonluchter aan overgehouden…… Geweldig natuurlijk!

Maar ja, de buren waren niet blij met dit verschijnsel. Het maakt lawaai. Vooral als het s’nachts gebeurt. En als er dronken droppies bij betrokken zijn……

‘Eerst maar eens naar die kattenpootjes in het anatomisch theater kijken,’ onderbreekt mijn nieuwe vriend opgewekt mijn sombere gedachten. Ik zie mezelf al voor mijn geestesoog op een verlaten vuilstort zoeken naar mijn zwarte ridder…..

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We spoeden ons door het zo goed als lege gebouw naar de opgebroken zaal. En ja hoor, er staan een heleboel verse afdrukken in het stof van de rudimenten van het theater. Een golf van opluchting slaat door me heen. Aan het enorme formaat te zien gaat het inderdaad om mijn ventje. Mijn schat leeft op grote voet!

Ik schud met de brokjes en roep zijn naam. ‘Miauw,’ klinkt het aan alle kanten. Gevolgd door een welgemeend ‘Hihihi, hehehe, hahaha….’ ‘Hou op, mannen, jullie humor doet me pijn….’ protesteert Heks.

‘Oh jee, kijk hier eens,’ mijn begeleider stopt zijn hoofd in een openstaand luik onder het theater. Er staan kattenpootjes omheen, maar mijn panter is nergens te bekennen. ‘Ik hoop niet dat hij door dat gat de kruipruimte naar de riolering in is gegaan, want het staat vol met water sinds die buien van de afgelopen week…..’ sombert hij. De klamme hand komt terug…….

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

We lopen het hele gebouw door op zoek naar nog meer sporen van mijn panter, maar we vinden slechts een paar hele oude stoffige afdrukjes ergens boven in het gebouw. Waar zit dat beest? Is hij echt verdwenen? Heks rammelt en roept, maar van mijn schat geen spoor.

Plotseling worden we gebeld. Drie keer achter elkaar. ‘Ik zag net iets zwarts voorbijflitsen op de benedenverdieping,’  en ‘Is ie zwart? Er rent een zwarte kat de deur uit hier…!’ en  ‘Zwarte kat gesignaleerd in de binnentuin.’ Heks raakt eufoor. Uit welke deur is hij gerend? De voordeur soms? Er zijn zoveel deuren. Waar is hij nu? Welk bericht is het meest recent?

Na enig onderzoek blijkt er een zwart monster in de binnentuin te zitten. We rennen naar buiten. ‘Ferguut,’ roep ik. Maar niks. Ik loop de hele tuin door. Er staat een grote boom. ‘Miauw,’ hoor ik. Geen bouwvakker te bekennen, dus dat moet mijn kat zijn! Maar waar zit hij?

Er wordt gezaagd en geboord, getimmerd en geschreeuwd aan de andere kant van de tuin. Maar af en toe hoor ik gemiauw. ‘Ik zag hem onder dat vlonder verdwijnen,’ helpt een krullenjongen me uit de brand. Mijn bakbeest blijkt zich midden in een zeventiger jaren spuuglelijke waterpartij te hebben verschanst.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Met moeite en veel snoepjes weet ik hem er uit te lokken. Snel grijp ik hem in zijn kippennek. Ha. Kip ik heb je!

In de dagen erna wordt mijn monster doodziek. Niet direct. Eerst wil hij maar wat graag eten. Misschien geef ik hem iets teveel. Gewend als ik ben dat hij altijd wel wat van zijn gading vindt buiten. Een vette muis of vogeltje….. Deze keer is hij echter flink vermagerd. Pas na een dag dringt het tot me door dat hij hoogstwaarschijnlijk twee weken niks te vreten heeft gehad!

Ik reconstrueer dat hij ongetwijfeld vrij snel na zijn eenzame opsluiting tijdens Hemelvaart in het riool is beland. Het luik ging dicht en meneer kon geen kant meer op. De afgelopen week hebben ze het luik weer opengezet na al die regen. Twee weken vies water, ratten en te snel veel eten deden de rest: Panter doodziek!

Ik doorwaak twee nachten. De tweede nacht gaat het mis. Ik zie hem per uur achteruit gaan. De hele nacht ben ik in de weer om mijn beestje te ondersteunen. En de troep weer op te ruimen……

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

Dan komt de omslag: Zondagmorgen valt hij in een genezende slaap. Heks ook. Later die dag wil panter weer eten. Het liefst wil hij ook weer de hort op, maar dat kan hij voorlopig vergeten. Eerst aansterken, gekke roofridder.

Zondagavond halen Joy en Boy mijn hondje op. Heks kan intussen geen pap meer zeggen, maar VikThor moet toch nog eventjes flink aan de wandel. ‘Hij is inderdaad een beetje magertjes, Heks,’ mijn vriendin heeft de panter opgetild. Vol liefde geeft hij haar kopjes. Het is toch zo’n schatje!

Mijn vrienden knuffelen alle katten uitgebreid, nadat ze  mijn hondje flink hebben laten rennen. Daarna heffen we het glas op de behouden thuiskomst van mijn zwerver: Hij heeft nog zeker vier van zijn negen levens over. Daar moet hij het voorlopig mee kunnen redden……… Dus eind goed, al goed.

©TOVERHEKS.COM

©TOVERHEKS.COM

 

 

 

Seksuele intimidatie is een wereldwijd probleem. Bijna alle vrouwen krijgen hier in hun leven mee te maken. De grootste seksist ter wereld heeft het zelfs geschopt tot president van de VS! Heks is er flauw van, maar wil niet meer haar woede voeden. Wat schiet je ermee op om als een bermbom door het leven te gaan? Liever word ik een Bodhisattva geïnspireerd door Samantabhadra. En voer ik actie om dit liefdeloze gedrag jegens mijn menssoort te bestrijden. Maar eerst maar eens voor mijn woede zorgen…….

‘Als je huis in brand staat, is het eerste wat je moet doen teruggaan om de brand te blussen en niet achter degene aanhollen die volgens jou het vuur heeft aangestoken.’ Want dat is niet slim. Dan fikt je huis volledig af. ‘Als je wanneer je boos bent tegen de ander blijft ageren en met hem blijft redetwisten, als je probeert hem of haar te straffen, doe je precies hetzelfde als degene die achter de brandstichter aanrent terwijl intussen zijn huis in vlammen opgaat.’

Vredig loop ik op hemelvaartsdag met mijn hondje door bloeiende klavervelden te wandelen. Het is prachtig weer. Ik heb geen zorgen. Ik heb geen haast. Ik ben hooguit een beetje gammel vandaag. Maar dat ben ik wel gewend: Er is geen enkele reden om me op te winden.

Plotseling echter begint Heks enorm te schelden op een oud vrouwtje dat midden in de polder ooievaars en reigers gebakken kip staat te voeren. Eerst probeer ik een gesprek met haar aan te knopen over de gevaren van het geven van brood en restjes afhaalchinees aan in het wild levende vogels.

Maar als het gemene secreet alleen maar domme antwoorden tussen haar valse tanden debiteert verlies ik mijn geduld. Het liefst wil ik het ouwe wijf door elkaar rammelen.

Domheid kan vandaag op weinig begrip rekenen bij deze heks. En oliedom gedrag al helemaal niet. Zelfs al komt het voort uit de beste bedoelingen.

Snel loop ik door, voordat de woede zich een weg naar de oppervlakte heeft gebaand. Als de scheldwoorden zich in mijn mond beginnen te vormen ben ik al bijna buiten gehoorsafstand. ‘Rare ouwe taart’ is het enige wat ze misschien nog hoort. De rest houd ik voor mezelf.

Goh, wat ben je toch weer geweldig je zaadjes van woede water aan het geven, Heks. Gisteren ook al in de supermarkt, toen een jonge dichtgeplamuurde kassatroela je de volle mep liet betalen voor een afgeprijsd product:

‘Er zit geen sticker op,’ meesmuilde ze lijzig, toen je er mee terug kwam. ‘Maar ik heb het uit die bak gehaald met afgeprijsde spullen, het is precies hetzelfde product als die andere pakken met sticker die ik heb gekocht.’

‘Ja, inderdaad,’ omstanders bemoeien zich ermee. Ze hebben ook in die bak staan graaien. Er ontstaat een opstootje bij de kassa van de Spar. ‘Kijk maar uit,’ waarschuw ik hen, ‘Of er wel een sticker op zit…. En jij, geef me dan maar mijn geld terug. Je mag dat afgeprijsde overjarige pak lekker zelf houden.’

‘Domkop. Idiote doos. Wauws wijf. Sukkelaar!’ mopper ik in mezelf op weg naar huis.

Domheid is echter universeel aanwezig. De straten zijn ermee geplaveid. Wat zou je je erover opwinden?

Heks is zo boos. De zaadjes van woede rusten levensgroot in mijn onderbewuste en er is weinig voor nodig om ze wakker te maken. Ik ben er mee volgestopt door mijn voorouders. Bij mijn geboorte had ik al genoeg woede in me om spontaan te ontvlammen.

M’n woede omarmen? Er is geen beginnen aan!

Gisterenavond pak ik daarom dan maar dat boek van Thich Nhat Hanh ‘Innerlijk vuur’. Daarin vind ik bovenstaande tekst. En ja. Ik ben inderdaad bezig achter Jan en Alleman aan te rennen, die mijn woede opwekt. Die brandstichters moeten hangen. Ik zal ze krijgen!

Gisteren zit ik bijvoorbeeld geweldig te schelden op mijn blog op iemand, die me ooit enorm heeft gekwetst. Meermalen zelfs. Zonder zich er ooit voor te excuseren. En dan kom je zo’n mafkees opeens weer overal tegen. Noodgedwongen. Moet je zelfs naar hem gaan zitten luisteren! Hoor je zo’n figuur prijzende dingen zeggen over conflictvermijdende medemensen ……

‘Ja, lekker makkelijk om met zulke mensen om te gaan. Kun je probleemloos op hun hart gaan staan zonder dat je bang hoeft te zijn dat je door hen terug wordt gepakt…..’

Maar goed. Dat is allemaal geweest. Water onder de brug. En heeft hij dan zijn leven dan intussen gebeterd? Nee, zo op het knipoog niet.

Want dat is wat ik van hem krijg: Een ranzige vette knipoog in plaats van respect. Fatsoen zit gewoon niet in die man. Maar om nu gelijk weer zo te gaan schelden over wat hij me ooit allemaal heeft aangedaan….. Zo van

( Een kleine bloemlezing dan maar om je een indruk te geven wat zo’n braakmiddel zoal uitslaat in de wandelgangen:

‘Heks, heb je zin in een lekkere gangbang met mij en mijn vrienden? Lekker lui achterover met je benen wijd en gaan?’ Hij doet het eventjes min of meer voor, z’n geile trollentongetje hangt uit zijn minuscule kaboutermummelmondje, zijn kleine beentjes bengelend over de rand van de barkruk,  gespreid om z’n bescheiden schimmelige paddestoel ……

Of al kwijlend samen met zijn zoveelste vrouw als ik hem feliciteer met zijn zoveelste huwelijk ‘We willen je bij ons in ons in bed als huwelijksgeschenk….’

Als ik kokhalzend bedank voor de eer ‘Maar nee, getverderrie, bah, ik ben toch zeker geen prostituee!’ zegt die nieuwbakken zoveelste vrouw tot mijn verbijstering ‘Ja joh, een wipje maken voor een geeltje, leuk toch!’ 

Waar je mee omgaat word je blijkbaar mee besmet.

Of een paar ongewenste boskabouterhandjes ruggelings vanuit het blinde niks opeens friemelend onder je kleren, als je eventjes niet oplet bij een feestelijke gelegenheid …….etcetera, etcetera, etcetera, etcetera, enzovoort enzoverder…..)

Moet dat nu weer perse? Alleen maar omdat ik weer met die figuur word geconfronteerd? Alleen maar omdat ik ondanks zorgvuldig afstand bewaren toch weer wat gif heb binnengekregen? Moet ik dat gif dan maar weer zijn werk laten doen? Met als gevolg dat ik om van alles en nog wat kwaad word?

Ik besluit de tekst weg te halen. Het is niet op zijn plek temidden van al die goede herinneringen aan een dierbare vriend. Kan hij het helpen dat de wereld vergeven is van dit soort hopeloze seksisten? Die zodra ze geld of macht hebben denken dat ze zich maar van alles kunnen permitteren richting ons vrouwen?

vuist-water

Zelfs de president van de Verenigde Staten komt weg met dit gedrag: Als je maar genoeg geld hebt mag je vrouwen tussen hun benen graaien, dus: Voor een rijke vent is elke vrouw is een hoer. En je hoeft hen niet eens te betalen, al zeker niet als je ook nog eens genoeg macht hebt…….Win Win dus.

Het is een absolute plaag, dit soort kerels. Open en bloot en zonder gêne debiteren ze de ene stompzinnigheid na de andere. Respectloos: Vrouwenemancipatie is tegenwoordig verder te zoeken dan ooit.

images-19

Door me echter zo te ergeren, door gemene dingen te schrijven over kabouter Plop en zijn ranzige paddestoel, voed ik mijn woede. Ik ren achter de brandstichter aan, in plaats van voor mezelf te zorgen.

En hoewel castratie in veel gevallen volstrekt op zijn plek zou zijn, toch moet ik dat dan maar aan anderen overlaten. Ysbrandt heeft tot mijn grote vreugde bij deze man nog wel eens flink naar zijn ballen staan grommen. Maar daar wil ik het dan graag bij laten…….

😉

Deze kaart stuurde Heks: Ook ten tijde van Rembrandt dieven de dames het onderspit......

Deze ansicht kreeg de boskabouter 

‘Heks doet eindelijk weer normaal tegen me,’ zei diezelfde foute koekebakker ooit tegen een vriend van me, nadat ik hem en zijn toenmalige vrouw een ansichtkaart had gestuurd met het verzoek hun seksuele intimidatie te staken, teneinde strafmaatregelen in de vorm van castratie door mijn hond te voorkomen.

Hij draaide de zaken vrolijk om, zoals zo vaak in dergelijke gevallen.

Een beetje narcist doet dat beslist. Een beetje psychopaat weet dat het daarom gaat. Liegen en bedriegen en als je problemen krijgt, gewoon een zielig gezicht trekken….. De zaken helemaal omdraaien. En met nog meer overtuiging liegen!

Heks probeert voor haar woede te zorgen. Daarom ga ik niet meer achter deze boskabouter en zijn waxinelichtachtige paddestoel aanjagen. Ik moet mijn wonden likken. Mezelf onder al die seksuele intimiderende slijmlagen vandaan bikken.

Zien dat ik mooi mag zijn en dat dat niet betekent dat ik gelijk een uitnodiging tot gangbang naar mijn hoofd moet krijgen. Ik hoef mezelf niet te verminken, zodat ik een beetje rust krijg, want die neiging krijg je als zo’n trol zijn paddestoel op je richt…….

Ik mag gewoon mijn prachtige zelf zijn. Ik ga m’n zaadjes van innerlijke schoonheid water geven!

Vandaag begin ik met het omarmen van die oude pijn. Al sinds ik een jonge vrouw was heb ik te maken gehad met kerels die er grensoverschrijdend seksueel gedrag op nahielden.

Mannen, die me bij de tieten pakken. In het kruis tasten. Hun tong met meer of minder succes in mijn mond proberen te stoppen. Vieze teksten naar mijn hoofd gooien over hun gruizige ranzige fantasieën…….. Het is me zo vaak gebeurd! En altijd voel ik me besmeurd. Het went nooit!

En zelfs met het stijgen der jaren blijf ik dit tegenkomen. Bij een beetje seksist houdt dit gedrag pas op als de laatste spijker in zijn kist is geslagen! Kijk maar naar de geile antropoloog. Stokoud, halfdood en nog immer een kleffe vuilbek. Ondanks het spirituele sausje, dat hij over zijn foute acties sprenkelt!

Het is een diepe pijnlijke wond. En telkens als iemand het mes er in zet word ik weer razend.

De zaadjes van woede wegens seksuele intimidatie zijn uniform aanwezig in ons vrouwen. Wereldwijd word onze menssoort het meest gediscrimineerd en gepakt.

Ik zal dan ook immer achter de daders aan blijven jagen! Om te voorkomen dat ze mijn zusters kwaad kunnen berokkenen. Maar niet zo lang mijn huis in brand staat. Eerst de brand blussen. Eerst maar eens voor goed mezelf zorgen.