Zoekers en Vinders. Vloekers en Vlinders. Heks is een vloekende Zoeker. Hoe vind je dat? Met Vinders heb ik het helemaal gehad. Die vinden van alles, die vinden maar wat. Ik word er zo moe van. Ja, Heks is het zat.

‘Je hebt Zoekers en Vinders,’ zegt mijn therapeute opgewekt, ‘Jij bent ongetwijfeld een Zoeker, Heks. Vinders en Zoekers zijn geen geweldige combinatie. Zoekers worden doorgaans doodmoe van Vinders, want die trekken hen leeg. Je bent opgegroeid tussen de Vinders. Geen wonder, dat je zo kapot moe bent…’

Ja, dodelijk vermoeid. Mijn grootste probleem in het leven. Een dagdagelijks gevecht tegen de bierkaai. Op mijn tandvlees uit bed komen. Te moe voor woorden mijn eerste bakkie koffie naar binnen slaan. Uitdeuken en bijkomen van alweer een nacht waardeloos slapen. Hebben alle Zoekers daar last van? En wat vinden Vinders daarvan?

Vinders. Pas na een paar dagen realiseer ik me dat Vinders waarschijnlijk van van alles wat vinden. ‘Zoek het uit,’ vindt deze Zoeker, ‘Wie zoekt, die vindt. Matteüs 7:7-8. Zo is het ook nog eens een keer.’

Later ontdek ik een boek over het onderwerp. ‘Wat Zoekers niet vinden – Wat Vinders niet zoeken’ William Gijsen en Joke Dewael. Dat ga ik eerst maar eens bestellen. Ik wil meer weten over dit onderwerp…….

”Ben je een Zoeker? Of ben je een Vinder? En is je partner, je kind of je collega een Zoeker of een Vinder? Zoekers en Vinders benaderen de wereld op een heel verschillende manier, wat grote gevolgen heeft voor onze omgang met elkaar.

Zoekers willen groeien, Vinders willen met hun talenten aan de slag. Zoekers willen een beter mens worden, Vinders willen een beter leven leiden. Zoekers blijken onder andere zelfredzaam, mededeelzaam, rusteloos en filosofisch te zijn, terwijl Vinders onder andere behoedzaam, materialistisch, eigengereid en praktisch zijn.”

Heb ik al gezegd, dat ik een geweldige therapeute getroffen heb? Na jarenlange ellende op dit gebied. Tweeënhalf jaar om precies te zijn!

De eerste therapeut met lange blonde lokken heeft een Therapeutisch Centrum hier in de stad. De man belt af op de ochtend van de eerste afspraak. Heks heeft dan al ongeveer 200 vragenlijsten ingevuld voor die gek ter voorbereiding. Dat heeft me maanden flink bezig gehouden. Al mijn beschikbare energie is er door opgeslokt. Maar op de ochtend van de eerste afspraak belt de zelfingenomen kwibus dus af. Hij doet namelijk geen langdurige trajecten. Dat had hij wel eens eerder kunnen bedenken.

Daarna kom ik terecht bij Buurtzorg Plee. Bij die griezel van een psychiater. Dat gekke mens, die direct uit haar dikke duim zoog, dat Heks aan de drank zou zijn. Dat enge gestoorde wijf, dat me wilde volstoppen met hoge dosis antidepressiva. Iets, waar ME patiënten helemaal niet tegen kunnen. O ja, die ME, daar ging ze me ook wel eens eventjes helemaal van genezen. Daar had ze ook al verstand van. Die ingebeelde ziekte zat gewoon tussen mijn oren natuurlijk. Toen ik niet door haar wilde worden genezen middels cognitieve therapie waren de rapen gaar.

Doodsbang heeft die mafkees me gemaakt met haar pogingen om tegen mijn zin en achter mijn rug om met mijn huisarts te gaan praten. ‘Straks rijdt het busje voor. Word ik vastgebonden en afgevoerd…’ dacht ik op een gegeven moment.

Ze hebben voor twee intake gesprekken overigens een paar maanden bij mijn zorgverzekeraar gedeclareerd, ontdekte ik afgelopen winter. Heks heeft ze erbij gelapt. Zo’n wanprestatie leveren en dan maanden declareren? Schandalig! Ik zit momenteel te wachten op een urenverantwoording, die maar niet komt. Volgende week ga ik er weer achteraan……

Daarna kom ik bij Silver Psychologie terecht. Een landelijke monsterorganisatie, die naar het schijnt zijn werknemers uitbuit. Heks treft een schat van een therapeute en we vullen een half jaar lang samen vragenlijsten in. Eindeloos veel lijsten, met steeds dezelfde vragen. De ene lijst na de andere. En dan weer nieuwe lijsten. Ik krijg er een punthoofd van.

Daarna beginnen we dan eindelijk met EMDR therapie, maar het schiet maar niet op. Het proces voelt als zwemmen door een zee van taaie kauwgom. Watertrappelen in een bokkige beerput. Helaas raakt de therapeute binnen de kortste keren zelf burn out. De ene afspraak na de ander wordt afgebeld. Dat gaat zeker een half jaar zo door, ook nadat ik herhaaldelijk aan de bel trek.

Uiteindelijk ligt de therapeut helemaal omver. De organisatie laat me barsten. Net op een voor mij heel moeilijk moment. Midden in allerlei processen. Heks kan de vliegende RAMBAM krijgen. Tot slot geeft de klachtenfunctionaris van Silver Psychologie mij de schuld van hun eigen falen. Echt een waardeloze organisatie. Het enige, dat ze goed kunnen is rekeningen schrijven. Wat ook zij hebben stevig gedeclareerd ontdek ik, als ik me er in verdiep.

Maar nu heb ik dus de liefste therapeute van de wereld. We hebben een geweldige klik. En ze is zo bekwaam! Binnen de kortste keren hebben we al zoveel werk verzet. In vier sessies meer dan in een heel jaar bij Silver. En: Ik ben ook gelijk helemaal van de drank af!

😉

Zoekers en Vinders. Heks is een Zoeker. Een dwangmatig eerlijke Zoeker. Ik heb niks te zoeken bij Vinders. Vinders trekken me leeg. Ze vinden ook overal wat van. Ze vinden me te dit en te dat, te zus of te zo. Heks zoekt Vinders niet meer op. Geef mij maar wat Zoekers om me mee te vermaken. Ja, ik red me wel. Altijd al gedaan.

Heks tureluurs van uren koken, feestje geven, struikelen over overtollig meubilair in overvol huisje. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Of een muisje in het voorhuis.

 

Vandaag ben ik zo chagrijnig ls de pest. Niet zo verwonderlijk na mijn bovenmenselijke inspanningen om een klein feestje van de grond te krijgen. Bovenmenselijk voor een ME patiënt. Een normaal mens draait zijn hand niet om voor die paar gasten.

Een aantal weken terug begint Heks al te denken aan niet onopgemerkt verjaren dit jaar.  Ik doe bijna alles in mijn leven al onopgemerkt. Deze vergeten groente vegeteert nu eenmaal al dertig jaar in de onderste schappen van onze maatschappij.

Uitgerangeerd en achter de geraniums weggeborgen.

Maar zo af en toe kruip ik onder mijn steen vandaan om een feestje te geven. Dan nodig ik mijn dierbaren uit. Ik kook een berg geweldig lekker eten en haal royaal verrukkelijke wijn in huis.

Dit jaar nodig ik maar een klein clubje uit. De helft van de genodigden kan al niet bij voorbaat en de helft van de resterende helft is ziek, zwak of misselijk. Uiteindelijk blijft een kleine kerngroep over. Maar die laat zich weer uitstekend gelden.

 

Een paar dagen voor de festiviteiten komt de Don logeren. Heel gezellig natuurlijk. Heks moet wel uitkijken niet al haar kruit te  verschieten. Mijn beperkte energie kan ik maar 1 keertje uitgeven. Als het op is val ik om. En ik word strontchagrijnig. Zoals vandaag.

Op mijn feestje wil ik in elk geval vrolijk zijn. Ik vraag niet veel voor mijn verjaardag, maar wel een goed humeur.

Elfje en haar man komen extra vroeg. Ze nemen mijn nieuwe bank mee in hun gigantische bolide. Gezamenlijk sjouwen mijn gasten het gevaarte naar de eerste  verdieping. De hele woonkamer staat nu vol meubilair. De oude stoelen en bank staan er ook nog: Ik heb meer dan genoeg zitplaatsen vandaag!

Dan gaan er opeens alweer allemaal mensen naar huis. Het feestje is nog maar net begonnen!

‘Ik ben niet lekker, Heks,’ kreunt Steenvrouw bijvoorbeeld belabberd. Ze heeft hetzelfde griepje onder de leden als ik de afgelopen week. Bij mij is het gelukkig zo goed als over!

Andere genodigden laten eindeloos op zich wachten. Ik begin me zorgen te maken. Ik heb best veel eten gekookt de afgelopen dagen. Hele lekkere hapjes. Het ziet er naar uit, dat ik er mee blijf zitten…….

Maar nee. Uiteindelijk komt alles goed. Mijn resterende gasten storten zich op de maaltijd. Een paar hele hongerige vrienden komen op de valreep binnenvallen. Ze eten de laatste gemarineerde kippenpoten op…….

De dag na mijn feestje kan ik niet bewegen. Zo stijf als een plank fiets ik naar de fysio. Die prikt links en rechts naalden in mijn spieren om de boel weer los te maken. Een akelige doch doeltreffende methode.

En vandaag ben ik dus chagrijnig. Te moe voor woorden. De troep in mijn huis vliegt me aan. Overal stoelen en banken. Gek word je ervan.

Ik zet de overtollige meubeltjes op Marktplaats. Misschien wil iemand ze nog wel hebben. Mijn hulp poetst mijn hele huis. Heks probeert ook wat te doen, maar het schiet allemaal niet op vandaag. Laat ik maar in bed gaan liggen.

Straks nog even met het hondje op stap. Vanavond naar het koor. Of zal ik een keertje spijbelen………

 

 

Slapeloosheid: Kommer en kwel van de ME-patiënt. Of ben ik op jonge leeftijd met een ander virus besmet? Het ‘Ubbeltje-van-de-bakker-syndroom’ ?

Van je hela, hola, houd er de moed maar in….

knappe man met baardIMG_4569

Vannacht kan ik niet in slaap komen. Ik heb al een paar dagen last van dit fenomeen. Sterker nog, het speelt al ruim 25 jaar. Het is een bijverschijnsel van ME, dat niet kunnen inslapen. Wij missen stofjes om dit te bewerkstelligen. Ik kan compleet kapot en verrot zijn en toch volledig wakker. Mijn lijf stampt en bonkt. Mijn spieren staan op scherp. En ik slaap niet.

Amsterdam, skyline, gebouwen in dreigend lichtAmsterdam, skyline, gebouwen in dreigend licht

Als piepklein kind maakte ik furore met het voordragen van een gedicht van Annie M.G.Smidt: ‘Ubbeltje van de bakker wil niet slapen gaan.’ Ik was pakweg drie jaar, maar stond onverschrokken voor een afgeladen zaal met mensen en maakte er een hele show van. In die tijd sliep ik nog, maar niet veel later was het mis. Alsof het gedicht me had besmet met dit Ubbeltje-virus. Als ik sliep had ik vreselijke nachtmerries. Van het kaliber dat ik me nu nog levendig herinner. Dus bleef ik wakker als het even kon. Overigens niet bewust hoor. Daar was ik veel te jong voor.

Amsterdam, skyline, gebouwen in dreigend licht

Toen ME z’n intrek nam in mijn lijf werd er nog een fysiologische oorzaak toegevoegd aan het ontstaan van deze doorwaakte nachten. Het inslapen werd nog moeilijker en doorslapen was er niet meer bij. Jarenlang heb ik nacht in, nacht uit lopen spoken. Ziek als een hond, alleen, doodmoe en wakker, wakker, wakker. Het is geen wonder, dat mijn veestapel zo is uitgebreid. Zij houden me dan gezelschap.

Een paar jaar geleden kwam ik op het ‘Vermoeidheidscentrum’ in Lelystad terecht. Veel wijzer werd ik er niet van, maar het slapen is verbeterd door de hele lage dosering Amitriptyline, die ik sindsdien slik. Hierdoor word ik niet om de haverklap wakker. Heel fijn, als je moeite hebt met inslapen. Eenmaal in slaap wil ik nog wel eens uren achter elkaar doortukken. Iets dat daarvoor onmogelijk was.

De gevolgen van die verstoringen in je slaappatroon zijn drastisch en dramatisch: Een chronische jetlag en een zeer moeizaam humeur…… Om nog maar te zwijgen van de falende nachtelijke regeneratie van het lichaam.

Amsterdam, openbare bibliotheek

Intussen zijn er nog een paar middelen toegevoegd aan mijn inslaapritueel: Melatonine, 5-HTP en LDN. In geval van nood worden daar nog Passiflora en Valeriaan aan toegevoegd. Wil het dan nog niet lukken, dan kijk ik naar een saai TV programma…..

Helaas is het een wankel evenwicht. Zodra zich een virus meldt aan de verzwakte poorten van mijn immuunsysteem ligt het op z’n gat. Zo heb ik vorige week weer nachtenlang lopen spoken, te moe voor woorden. Nijdig, omdat ik juist zo’n behoefte heb aan slaap op zo’n moment. Vannacht was daar een uitloper van. Gelukkig had Cowboy ook last van slapeloosheid. In elkaars armen is het veel minder erg. Ik voel m’n onrustige stampende lijf wel, maar het deert me niet. ‘Ik lig toch goed zo’, peinst Heks, ‘Ik kan me geen betere plek bedenken om wakker te liggen dan juist hier, in de omhelzing van mijn baardige lief!’

knappe man met baardknappe man met baard