Is de Wet van Murphy in werking als ik zondagnacht noodgedwongen de hulp van mijn beste vrienden inschakel? We schelden vaak op deze medemensen, vooral als ze ons op de bon slingeren, maar Heks is blij dat er politie is! Vooral in het holst van de nacht. Tijdens het spookuurtje. Als ik mijn huis niet in kan…….

Zondagmorgen vliegt Heks op haar ouwe trouwe bezemsteel naar de hoofdstad. Uit alle windstreken komen mijn zusters aangesneld. Sommigen met openbaar vervoer, anderen net als Heks op een eigen bezemsteel. Rond kwart voor tien is iedereen geland. Kwekkend en kwakend slaan we nog snel wat koffie naar binnen. Dan is het echt tijd: De Heksenschool begint weer.

Een hele dag werken we met het dodenwiel. We leren de godinnen van het westen kennen. Tijdens de uitgebreide lunch vliegen de magische verhalen je om de oren. De dag vliegt ook al voorbij. Om vijf uur tuf ik richting Leiden. De weg is hoegenaamd leeg. Alle stoplichten springen op groen. Binnen een goed uur heb ik zelfs mijn hondje opgehaald bij de oppas. Uitgekacheld zijg ik neer in mijn leunstoel.

©Toverheks.com

©Toverheks.com

Goeie genade. Heks is op. Het was al niet veel om te beginnen vanmorgen. Na een slechte week moesten alle zeilen worden bijgezet, om de opleidingsdag te volbrengen. En hoewel het heerlijk was om iedereen weer te zien, ben ik blij, dat ik in mijn stoel zit. Uitgeteld. Opgesoupeerd.

Om een uurtje of half vier ’s nachts schrik ik klam van het zweet wakker uit een vreemde droom. Ik lig aangekleed op bed. Televisie aan, lichten aan….. VikThor op het voeteneind. Alle katten om me heen of bovenop me. Heb ik al gegeten? Ik geloof het wel. En daarna in slaap gevallen voor de beeldbuis…….

Ik trek een jas aan, plant een parmantig hoedje op mijn duffe hoofd. Mijn nog slapende voeten glijden in een paar enorme regenlaarzen. ‘Drakenlaarzen, Heks. Goh, wat zijn ze mooi!’ aldus een medeheksje vandaag op de opleiding.

Even later sukkel ik door de steeg. Beetje raar tijdstip voor een uitlaatronde, maar niet uitzonderlijk in geval van Heks. Ik kom wel vaker energie te kort voor de avondronde. Hoe vaak val ik niet voor de televisie in slaap na het eten? Het gebeurt me dan ook regelmatig, dat ik op dit uur aan de wandel ben. Met enige regelmaat in pyjama……

Als ik bijna thuis ben, haal ik mijn sleutelbos tevoorschijn. Mijn oog valt op de voordeursleutel. Wat ziet het ding er vreemd uit, helemaal verbogen. Raar. Het slot van de voordeur gaat al tijden heel erg zwaar. Het lijkt wel of de deur is uitgezet door de hitte. Mijn lamme armen hebben hun handen vol om de deur open te maken tegenwoordig.

‘Ik moet voorzichtig te werk gaan met die kromme sleutel,’ denk ik nog. Dan breekt het onding af in het slot. Ik heb nog niet eens geprobeerd om em om te draaien…….

Daar sta ik dan midden in de nacht. Buitengesloten. Helaas heb ik de balkondeur dicht gedaan, dus een klimpartij via het schuurdak gaat zeker niks opleveren. Zal ik mijn buurman wakker bellen? Hij heeft een reservesleutel. Maar die kan toch niet in het slot worden gestopt. Daar zit immers dat afgebroken stuk…..

Mijn telefoon ligt binnen, mijn bezemsteel staat binnen…….

Goddank woont Heks midden in de stad vlakbij het politiebureau. Daar wandel ik dan ook maar heen. ‘Help,’ roep ik door de interkom, ‘Ik zit in een lastig pakket, ik liep de hond uit die laten…..’ De agent achter in het bureau zet grote ogen op. Hij trekt een gezicht naar zijn collega.

Heks kan dat allemaal niet zien natuurlijk. Ik sta op een doodstille gracht tegen een muur te praten voor een uitgestorven hermetisch gesloten politiebureau. Dan hoor ik helemaal niks meer. Vervolgens zie ik een kaal hoofdje achter in het pand over de balie gluren, of Heks en haar hondje daar echt staan. Ze worden toch niet in de maling genomen?

‘Loopt u maar naar uw huis, mijn collega’s komen er aan. Met een ladder. U weet echt zeker, dat uw keukenaam open staat?’

Heks holt op een sukkeldrafje naar huis. Intussen ben ik weer aardig wakker. Mijn duffe sprint jaagt de laatste slaap uit mijn ogen. Met bonkend hart, zweterig en verhit scheur ik mijn steeg in. Voor me uit rijdt een politiebusje. Ze rijden flink door, vandaar mijn gejakker.

Niet veel later ben ik omgeven door agenten. Uit het busje komt een solide ladder. De dienstkloppers schuiven het ding uit, tot het juiste formaat om mijn keukenraam te bereiken. Er komt een tweede politieauto bij. Politiemannen en een incidentele vrouw bevolken de steeg. Er wordt flink overlegd. ‘Heks, klim jij maar naar binnen…..’

Even kijk ik verbaasd op. Ik wil best die ladder opklimmen, maar ik ben er niet echt op gekleed, met mijn lange jurk en rubberlaarzen. Ook ben ik uitermate wiebelig van vermoeidheid. Ik had eigenlijk begrepen, dat een agent dat zou doen, dat klimmen op een gammele ladder. Want hoe stevig de ladder ook is van zichzelf, leunend tegen een vensterbank op vier meter hoogte is het toch een heel ander verhaal…….

En hoe komen ze eigenlijk bij mijn voornaam?

Maar de agent heet Heks, net als Heks. Het is ook een mannennaam namelijk, mijn rare en zeldzame voornaam. Wat toevallig toch weer. Eenvoudig doch complex. Heks is perplex van dit Yin/Yang effect binnen de queeste van haar nachtelijke buitensluiting.

Dus terwijl Heks perplex staat te kijken klimt Heks nummer 2 door haar keukenraam naar binnen. ‘Waar vind ik een reservesleutel?’ roept hij naar beneden. Ademloos kijkt Heks toe. Het is een ongelofelijk lekker ding.

‘De sleutelbos met een smiley er aan,’ roept zijn collega, nadat ze die informatie uit een zwaar afgeleide Heks heeft gekregen. Binnen een paar minuten staat de agent weer buiten met sleutelbos. ‘Ik heb de deur opgelaten, want die afgebroken sleutel zit er nog in. U moet morgen direct een slotenmaker laten komen…..’

Zo zit Heks om half vijf weer lekker in haar huis. God, wat ben ik blij. Gek ook, dat die sleutel precies op zo’n ongelukkig tijdstip afbreekt. Bizar als je bedenkt hoe vaak ik op de meest normale tijdstippen die deur gebruik…..

De volgende dag ga ik op zoek naar een slotenmaker. Ik vraag een offerte op, wil al afspreken met Beun de Haas en Co, als ik me bedenk, dat ik ooit vreselijk de mist in ben gegaan met een malafide slotenmaker, die ik had opgeduikeld in de Gouden Gids. Het is alweer eventjes geleden.

De man zette een nieuwe cilinder in het slot van mijn bergingsdeur. Toen ik later de deur open deed, viel hij op mijn hoofd. Bleek de man de scharnieren te hebben gemold, om de deur uit de sponning te kunnen lichten.

De klungel had geen enkel expertise met het repareren van sloten. Hij had echter wel een flink bedrag gerekend. Toen ik telefonisch verhaal ging halen, werd ik door zijn doorrookte medewerkster (zijn vrouw? ) bedreigd. Ik heb ook nooit kunnen achterhalen, waar het ‘bedrijf’ was gevestigd…….. (waarschijnlijk in het vervallen busje, waarin de man rond reed)

Ik bel de woningbouwvereniging. Ik heb uiteindelijk een duur onderhoudscontract met hen, waar ik nooit gebruik van maak. ‘Vervangen van cilinders in sloten valt niet onder het onderhoudspakket, maar we kunnen het wel voor u doen…’ Vooruit maar. Laat maar een mannetje komen. Ik vraag direct nog een paar reparaties aan bij de vrouw. Als ik de hoorn op de haak leg, gaat de bel.

‘Wat ongelofelijk snel,’ de slotenmaker staat al voor de deur. In no time heeft hij de cilinder vervangen. Op mijn verzoek kijkt hij het slot nog even na. ‘Het gaat zo zwaar, al een tijdje. En met de nieuwe cilinder voel ik eigenlijk geen verschil….’

‘Mevrouw Heks, u heeft geluk. Het hele slot is kapot. Ik zal er een geheel nieuw exemplaar in zetten en die rekening is uiteraard voor Portaal. U kunt hier namelijk niets aan doen. De sleutel is afgebroken, omdat het hele slot niet deugt! Het ding is oud en versleten. De deur sluit hierdoor niet meer goed…..’

Even later zit het gloednieuwe slot in de deur. De man vijlt net zo lang aan de diverse  onderdelen, tot het geheel moeiteloos sluit. Heks zit gezellig op de dekenkist te klessebessen met de man. Het is een hondenman met sterke verhalen. Ijzersterk…….

‘Mijn nichtje heeft zus en zo jachthonden. Een stuk of acht. Werd ze een keertje tijdens een wandeling aangerand, heeft ze die honden om die vent heen gezet. ‘Niet bewegen, meneer, want dan bent u er geweest,’ liet ze hem doodsbang achter in het bos met die honden. Kortom: De politie erbij gehaald en die vent opgepakt. Bleek hij al een heleboel dames te pakken te hebben gehad…..’

‘Stond een vent in te breken in mijn huis, politie gebeld….. Wilden niet komen, omdat de man nog niet binnen was. Gekkenhuis natuurlijk…… Ik heb een vrouw en kleine kinderen, wat denken ze wel? Later bleek het om een bende van zeker vijf man te gaan!

Heb ik tegen die agenten gezegd, ik ben die en die. Waren ze zo ter plekke. Ik heb namelijk een wapenvergunning, dus wapens in huis….. En dat kunnen ze zo in hun systeem zien, ik sta geregistreerd. Ik laat die inbrekers hier echt niet binnen komen, natuurlijk……. Dat weten zij ook wel, vandaar…..’

Wapens in huis. Brrrr.

Hoewel: Heks heeft een stuk metaal achter de voordeur staan. Hier kom je ook niet zo maar binnen. Ik heb ook eens iemand betrapt op inbreken in mijn huis. Heel creepy. Ik weet ook nog wie het geweest is. Een hele enge stalker, die zijn spooky oogje had laten vallen op die aardige barvrouw in de kroeg waar hij altijd kwam.

Na Heks heeft hij iemand gestalkt, die Heks niet geloofde indertijd. Deze zuipschuit vond mijn verhaal maar onzin. Hij ging onder 1 hoedje spelen met de naarling, alleen maar om Heks te pesten. Waarschijnlijk omdat ze weinig oog had voor de armzalige versierpogingen van deze ontaarde huisvader met vrouw en kind.

Die ongelovige reactie speelde de engerd als het ware in de kaart. Nou, dat heeft Zuipschuit geweten. Aanvankelijk was er niets aan de hand. Toen Heks echter haar baan aan de wilgen hing vanwege deze ontwikkelingen en van het toneel verdween, raakte de man geobsedeerd door deze handlanger.

Opeens stond de man bij hem in de straat te posten, liep hij hem in de supermarkt voor de voeten, probeerde hij ’s nachts bij hem in te breken…… Vervelend voor de drinkenbroer, maar ik was er van af…….

Verhuizen? Verkassen? Moven? Ja leuk! Heks ligt in een deuk. Maar niet heus, het idee alleen al geeft veel stress. Ik ga het dan ook niet doen. …. Reken maar van YES!

Mopperdemopper en scheld scheld word je snel zat. Je krijgt er tabak van. Soms is het de enige mogelijkheid om de onderste steen van de puinhoop in je leven boven te krijgen: Luisteren naar je eigen gemopper. Voor anderen is het natuurlijk een ramp. Verontwaardigde verhalen op verongelijkte toon aanhoren. Men heeft wel wat beters te doen ook.

Heks is ook zat van haar gewauwel. De rust is ook weergekeerd. Mijn hoofd, helder als een grasklokje, is helemaal leeg. De woeste woede is weggewaaid. Niet zomaar. Per ongeluk of ongemerkt. Nee. Mijn onvrede met de gang van zaken de afgelopen weken is in een paar stevige doordachte epistels op weg terug naar af. Naar het behandelend team dus.

Tevens is er een goed doortimmerd verhaal gestuurd naar een klachtenfunctionaris van de betreffende organisatie. Alleen had ik dit nooit voor elkaar gekregen. En al helemaal niet zo snel. Binnen een goeie week heb ik de koers van mijn herstel drastisch gewijzigd. Niet in de neerwaartse spiraal van de onzinnige achterhaalde Nederlandse aanpak van ME: Cognitieve therapie en antidepressiva.

Dat ik nu helemaal niet geholpen word neem ik op de koop toe. Liever geen hulp, dan van de wal in de sloot. Ik red me al jaren min of meer. Je moet soms niet vragen hoe, maar ik loop nog steeds rond te ‘springen’. Ingetaped weliswaar, anders vliegt alles uit de kom.

Liever in mijn eentje door stumperen, dan mezelf van het leven willen beroven door de bijwerkingen van de behandeling. ‘Daar verliezen we mensen op,’ was het commentaar van een behandelaar in het verleden, toen ik maar net aan die bijwerkingen had overleefd.

Liever dwars tegen de stroom inroeien, dan me laten gek maken door de psychiater van organisatie X. Of in de overgave gaan bij diezelfde dame. Ik wil niet in het gesticht verdwijnen met ME.

Liever nog een tijd boos, kwaad, nijdig, dan gesloopt door teveel activiteit en foute pillen worden afgevoerd naar een verpleeghuis. Dat stel ik liever nog een paar decennia uit.

Nu heb ik tegenwoordig een geweldige dame aan mijn zijde strijden. Hoe ik aan haar gekomen ben? Dat snap ik zelf ook niet. De praktijkbegeleidster van mijn huisarts heeft een cruciale rol gespeeld in deze. Zij kent Heks goed, omdat ze jarenlang mijn fysiotherapeut is geweest. Ze weet wat er speelt. Zij heeft dit op 1 of andere manier voor elkaar gebokst.

‘Heks, jij komt heel stevig over, maar van binnen ben je een watje. Die felle mondige buitenkant heb je louter ter bescherming van die zachtaardige binnenkant…..’ reageert ze laconiek, als ik haar vertel over mijn chronische worsteling met de zelf benoemde ‘alpha teven’ uit Leiden en omgeving.

Aanvankelijk hadden mijn nieuwe rechterhand, Rozenhart, en Heks wekelijks ruim een uur de tijd om achter instanties aan te jagen, vervelende achterstallige post te openen, zakken oude kleren uit te zoeken en ga zo maar door. Intussen is de hulp flink uitgebreid. Ze helpt me met van alles en nog wat. Van vakantie voorbereiden tot klachtenbrieven schrijven of een aanrijding afhandelen. Indien nodig pakt ze wat dingen over.

Als mijn hoofd het niet doet gebruiken we haar heldere hersens. Als Heks het fysiek niet meer trekt typt zij de rest van een brief voor me uit. Op slechte dagen krijg ik zo toch nog iets voor elkaar. Belangrijke post blijft niet meer een jaar liggen. Oude kleding verdwijnt opeens in de kledingbak.

‘Ik probeer mijn cliënten altijd zoveel mogelijk hun dingen zelf te laten doen op de manier, die zij willen….’ vertelt ze me afgelopen week. Dit maakt ze helemaal waar bij mij. Bij deze hulpverleenster krijg ik geenszins het gevoel, dat ze me over neemt.

Wat een geluk heb ik met deze dame. Zoals ik ook geluk heb met mijn thuishulp. Die doet de dingen ook zoals ik het wens. En dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt.

Heks is dan ook erg blij met Rozenhart. Ze maakt samen met mijn eveneens geweldige thuiszorg echt het verschil in mijn leven.

Afgelopen week komt er een man van de gemeente praten over een eventuele scootmobiel. Heks zit al lang in tweestrijd hierover. Want het is wel een enorme stap. En ik heb ook dagen, dat ik me prima red op de fiets en lopend. Maar afgelopen winter had ik het slecht en viel ik voortdurend van mijn fiets bijvoorbeeld. Of ik liep door de steeg te strompelen met gewrichten uit de kom.

‘Je moet uitgaan van je slechtste moment,’ tipte iemand met reuma me eens. Hij was daar door schade en schande achter gekomen. Jarenlang presteren boven zijn kunnen had de zaak geen goed gedaan. Heks is ook erg van het niet zeuren en doorgaan. Het laatste wat ik doe is om hulp vragen. Toch moet ik het onderwerp scootmobiel nu gaan bespreken met een mij wildvreemde man.

Tip 1: GA NIET VERHUIZEN!

Door alle toestanden met organisatie X ben ik best zenuwachtig over dit bezoek. Ik overweeg zelfs om het maar af te zeggen. Ik ben gewoonweg bang, wat ik nu weer naar mijn kop zal krijgen.

Maar wie schetst mijn verbazing? De man is echt heel aardig. Met mijn grote zwarte panter in zijn armen komt hij de trap op, ‘Zo, hij was ontsnapt. Ik heb hem maar eventjes meegenomen….’

Hij lijkt sprekend op de kattenfluisteraar van TLC, Jackson Galaxy, maar dan zonder alle piercings en tattoos. Zelfs zijn stem is hetzelfde, alsmede zijn manier van praten. Heks is direct verkocht. Wat een leuke vent!

Ook het gesprek verloopt soepel. Hij stelt geen rare vragen en heeft begrip voor mijn onzichtbare ziekte. ‘Ik heb zelf een onzichtbare aandoening,’ hij vertelt hoe dit zijn leven bepaalt. Als ik hem over mijn avonturen bij  organisatie X vertel schudt hij zijn hoofd. Zeer herkenbaar.

Hij begrijp zelfs waarom ik heb gezegd, dat ik wil werken aan het weer gaan zwemmen en vroeger uit mijn bed komen…….  ‘Op een gegeven moment zeg je wat iemand wil horen. Om maar van het gezeur af te zijn…..’

Het gesprek loopt geweldig, maar het gaat nog veel voeten in de aarde krijgen, die scootmobiel. Er moeten weer allemaal onderzoeken worden gedaan. Iedereen wil vervolgens natuurlijk nog eventjes zijn of haar plasje over dit nieuwe dossier doen. Er moeten rapportages komen van huisarts en fysio. Mijn berging moet op de schop. Er moet een deur met een elektrische dranger en een soort oprit naar de gemeenschappelijke berging worden gemaakt……

Het duizelt Heks. Wat komt er veel bij kijken. En dat allemaal voor die paar slechte dagen. Nou, paar…….. Slechte weken en maanden vaak. En ook best regelmatig een slecht jaar, zoals afgelopen jaar.

‘Wil je me in contact brengen met mevrouw Rozenhart van Cuprum?’ vraagt hij tenslotte, als hij ontdekt dat zij me ter zijde staat, ‘Ik wil het met haar gaan hebben over uw verhuizing. Binnen een paar jaar moet dat toch gebeuren, want u kunt hier natuurlijk niet blijven wonen op lange termijn…. met die trap, die u op moet…..’

Nu kost die trap me echt wel eens moeite. Vooral qua energie. Ik stel een ritje naar de berging soms uren uit, totdat ik er de puf voor heb. Maar dat geldt ook voor activiteiten als douchen, eten koken, daadwerkelijk het gekookte opeten en ga zo maar door.

Maar om nu te gaan verhuizen voor die trap. Het idee alleen al. Weet die man wel hoeveel werk dat is, verhuizen? Het staat bovenaan de stressfactorenlijst. En dan met dat overvolle huis van Heks?  Bovendien: Ik wil niet weg! Ik woon hier heerlijk!

Heks begint dus protesterend te pruttelen. Dat ik niet wil verhuizen. ‘Ik verhuis nog 1 keer in mijn leven en dat is naar een aanleunwoning…..’ Liever ga ik ooit tussen een paar planken dit huis verlaten. Maar binnenkort verkassen? NEE!!!!!!!

Heks raakt in paniek. Zit ik me opeens alweer verdedigen tegen iemand van een hulpverlenende instantie! Deze keer, omdat ik niet wil verhuizen.

Als de man ziet, dat het zweet me uitbreekt en ik helemaal begint te stotteren laat hij het onderwerp uiteindelijk rusten. Toch werpt het incident een beetje een smet op het bezoek. Opnieuw word ik overruled in mijn hulpvraag. Ik vraag dit en krijg dat. Ik vraag EMDR en moet aan de pillen. En onder de plak bij een psychiater. Ik vraag een vervoermiddel en moet verhuizen.

Toch is het afscheid allerhartelijkst. De kattenfluisteraar aait nog even alle poezenbeesten. Zelfs de meest schuwe laat zich uitgebreid aanhalen. Ook geeft hij VikThor een beetje aandacht. Echt een schat van een man.

Als ik later aan Rozenhart vertel over de ‘geplande verhuizing’ schieten haar wenkbrauwen omhoog. ‘Verhuizen, waarom????’

‘Omdat hij vindt, dat ik dat beter nu kan doen en niet als ik bijvoorbeeld de trap echt niet meer op kom. Maar wat maakt het uit of ik tegen die tijd de trap wel of niet op kom? Ik ga echt niet zelf de boel verhuizen. Als ik de trap niet meer op kan kruipen, is het vroeg genoeg om hier weg te gaan….’

‘Bovendien gaat zo’n verhuizing me jaren van mijn leven kosten. De stress alleen al. Met mijn kapotte stresssysteem. Dan is het ook nog eens zo, dat ik door al dat hopeloze gemanipuleer van narcisten met grote sommen geld via mijn bankrekening, nooit meer in een woningbouwhuis kan wonen….’

‘Dat recht hebben ze voor me verspeeld. De vrije sector is niet te betalen hier in Leiden. Ik woon hier ook nog eens heerlijk. Midden in de stad. Ik ken iedereen in de buurt. Ik wil ook helemaal niet weggestopt worden in een anonieme flat in een buitenwijk……’

‘Als ik in een huis met een trap naar de bovenverdieping zou wonen, zou ik ook niet gaan verhuizen. Maar ja, dan kun je natuurlijk op een gegeven moment een traplift plaatsen. Volgens de kattenfluisteraar mogen er echter geen trapliften worden geplaatst in openbare ruimtes…..’

Rozenharts zachte gezicht krijgt een vastberaden uitdrukking. Er zit een ijzeren vuist in deze fluwelen dame. ‘Laat hem maar contact met met opnemen…..’ haar gezicht spreekt boekdelen. Heks hoeft niet te verhuizen. Dat gaat ze hem goed duidelijk maken. Op haar vriendelijke rustige manier.

Ik hoef me niet meer tegen dit hopeloze idee te verdedigen.

Zo heeft ook de scootmobiel weer de nodige voeten in de aarde. Zelf hik ik er nogal tegenaan om op zo’n ding te gaan rondrijden. Dan zijn er nog allemaal praktische problemen. Er moeten aanpassingen aan het pand worden gedaan.

Ook moeten er weer allemaal medische rapportages worden opgehoest links en rechts; een ramp als je met ME komt aanzetten. De kattenfluisteraar waarschuwde me al, dat ik moet uitkijken voor het etiket ‘anti-revaliderend’ op de gewenste scootmobiel. Ofwel: ME patiënten moeten worden geactiveerd, dus zo’n luiwagen is niet wenselijk…….

En dan worden er tot slot dingen geroepen als dat ik moet gaan verhuizen……

Zal ik dan toch maar een klein elektrisch scootertje kopen? Een soort opklapbare step met een zadeltje. De goedkope versies mogen niet de openbare weg op. Voor de duurdere heb je een rijbewijs en een kenteken nodig. En een verzekering. Dat rijbewijs heb ik al volgens mij…… Hoe stabiel zijn die dingen eigenlijk? Kan ik er niet eens eentje uitproberen?

Ik begin er toch weer serieus over na te denken…..

Überbitch of Powervrouw, overheerst of houdt van jou. Geef zo’n bitch een stalen klit en kijk: Orthopedische Tarzan rijgt haar aan zijn lid. Of valt ze trillend uit elkaar? De Überbitch? Je zegt het maar…….

Ten eerste. Ik ben mijn vakantie bijna vergeten. Is het slechts twee weken geleden, dat ik moeizaam door mijn tent kroop? Vandaag bij de orthopedische fysiotherapeut weer uit de knoop gehaald middels extreme martelmethodes. Krijsend laat ik het me welgevallen. Tussen de martelingen door voeren we een gewoon gesprek.

Nou ja, gewoon…..

Als zijn trilapparaat, een soort gigantische Tarzan, uit de kast komt zijn de rapen gaar. ‘Ik heb iemand naar je toe gestuurd vanwege je apparaat. Het werkt echt heel goed tegen die door artrose veroorzaakte ontstekingen in mijn handen. Daar heeft zij ook last van……. Echt lekker is dat getril niet, hoor.’

‘Ja, als je em wat zachter zou kunnen zetten, zou je dat ding misschien ook voor andere dingen kunnen gebruiken,’ grapt mijn fysio. ‘Of als je een stalen klit hebt,’ geef ik lik op stuk. Mijn behandelaar hikt van de lach. ‘Nee, zo’n stalen klit trilt ie binnen de kortste keren los, als ie er al niet doorheen schuurt…..’

 

Heks krijgt visioenen van in de rondte vliegende clitorissen. Vrijgevochten klitjes die bij elkaar gaan klitten. Een geheel eigen leven gaan leiden. ‘Misschien is het iets voor die besnijdenisvrouwen. Die gebruiken zeer primitieve gereedschappen en attributen en het doet verdomd veel pijn. Zo hebben hun slachtoffers nog een beetje plezier…’ maak ik een hele foute grap.

Want aan besnijdenisvrouwen heb ik een broertje dood. Dames, die hun eigen zusters te lijf gaan om maar niet van de traditie af te wijken. Ik weet dat dit nogal kort door de bocht is geredeneerd. Toch zou er zonder dit korps vrouwelijke beroepsbesnijders geen vrouwenbesnijdenis meer bestaan. De gemiddelde man waagt zich er niet aan.

Twee weken geleden kroop ik nog door mijn tent. ’s Avonds ging ik regelmatig in het restaurant eten. De eerste paar keer alleen. Kan ik prima tegen, behalve als er een dikke Caneira (Leids voor stom wijf met een hele stoot kinderen) recht in mijn gezicht over me zit te roddelen met haar vriendin.

Het serpent, waar ik vanaf dag 1 steeds tegenaan loop, zit recht in mijn vizier openlijk naar me te wijzen. Oh, wat is ze toch lelijk. Vooral haar karakter. Haar nietszeggende blonde bolle toet biedt weinig houvast. Ik ben telkens verbaasd, dat ik haar weer herken. En oh, wat is het toch een vreselijke sergeant majoor, zoals ze haar handlanger van een vriendin weer zit te koeioneren.

Na een paar dagen schuif ik aan bij een vrouw, waarmee  ik een dagje heb gefotografeerd. Een kleine frêle dame met een hart van goud. Ze eet samen met een paar campingvriendinnen.

‘We hebben wel allemaal kinderen en die maken herrie, hoor,’ waarschuwt ze me van te voren. Heks houdt van kinderen. Ik zie maar zo weinig kids in mijn beperkte leventje. Ik ben blij dat ik er een paartje echt meemaak deze vakantie.

Haar tafelgenoten zijn een leuke schooljuf uit Den Haag met de leukste kleuter van het hele terrein en een grote wilde blondine, moeder van een schattig klein meisje en een roodharige tweeling. Heks wordt warm onthaald.

De laatste avond dans ik met de blondine, die een beetje dronken is. Heks, de alcoholist,  heeft ook een paar wijntjes in haar klep, anders is dansen geen optie. ‘Jij begrijpt me, powervrouw, ik zag direct dat jij een sterk wijf bent. Geen bitch hoor, zoals jij jezelf noemt. Een powervrouw!’

‘Zodra je het terrein op kwam zag ik het. Met haar wil ik praten, dacht ik bij mezelf. Al die andere dames interesseren me geen snars. Maar jij wel, powervrouw!’

Heks wordt dan wel naar de grond geworsteld, wellicht juist omdat ik een powervrouw ben, aan een slap figuur valt geen eer te behalen, toch? Noch lol aan te beleven…… Toch kom ik ook hele leuke meiden tegen bij tijd en wijlen.

Met de frêle dame bijvoorbeeld, die zo volstrekt anders is dan Heks zelf, heb ik een heel intiem gesprek over hele persoonlijke zaken uit ons leven. Haar vertel ik op een gegeven moment over mijn aartsvijandin op de camping. ‘Jij roept ook vast heel veel op bij andere mensen. Iedereen heeft zo zijn of haar in andermans ogen irritante gedrag……’

De laatste avond dans ik ook met Julia. Een prachtige jonge vrouw, die tijdens het afscheidsfeest niet bij me weg te slaan is. Zou ze verliefd zijn geworden op de powervrouw? Ze kijkt me stralend aan en volgt me naar het kampvuur. Mocht het inderdaad een crush zijn van deze beeldschone jongedame, dan vind ik dat een geweldig compliment.

 

 

Heks lijkt op kabouter Plop met haar overvolle stopverfkop. Nachten spoken en niet slapen. Uit al mijn mouwen kruipen apen. WIL ik dan niet beter worden misschien? Duh…… Al die domme vragen, ik kan wel grienen…….

Heks is toch zo moe. Mijn hoofd zit vol stopverf. Slapen doe ik echter slecht. Elke nacht dool ik doelloos door het huis. Met een kop vol boze gedachtes. Met een hart vol woede.

Het gedoe met de hulpverleende organisatie bezorgt me kopzorgen. ‘Als dit onder provocatie therapie valt zijn ze zeer succesvol,’ somber ik tegen de vrouw, die me met allerlei praktische zaken helpt. We zijn urenlang bezig om uit te zoeken, hoe en waar ik wel de hulp kan krijgen, die ik nodig heb. Die gekke psychiater komt er in elk geval niet meer in hier.

De psychologe belt. Een halve week nadat ik haar een brief met mijn bezwaren tegen de gang van zaken heb gestuurd. Ik ben er intussen achter, dat ik zo snel mogelijk uit dit traject moet stappen en elders opnieuw moet beginnen. Anders kan het niet meer.

Je kunt ook maar 1 keer overstappen naar een andere behandelaar. ‘1 keer per jaar of 1 keer voor altijd?’ vraagt de dame van Cuprum, die me bijstaat in deze medische jungle. Ze zit wel een uur met mijn ziektekostenverzekeraar aan de telefoon over deze ingewikkelde materie.

De psychologe belt om orde op zaken te stellen. Het is een schat van een meid. Zachtaardig en vriendelijk. Geduldig luistert ze naar mijn verslag van dat idiote consult van vorige week. Uiteraard neemt ze het voor haar collega op. Die heeft het allemaal niet zo bedoelt natuurlijk. Heks laat zich niet verbakken.

Ik heb een uur lang geworsteld met een hardnekkig vrouwmens, die de meest idiote vragen stelde. Zo moest ik verantwoorden voor het feit, dat ik na 33 jaar ziekte en alles proberen om beter te worden, niet meer geloof dat ik beter word. Ik hoop het nog wel, maar dat vraagt ze me dan weer niet.

De vrouw is ook overtuigd, dat ik alcoholiste ben. ‘Heb ik haar soms verteld, dat ik elke dag een kater heb ofzo?’ vraag ik me al de hele week af. Het is zo. Ik sta dagelijks katerig op. Niet van de drank, maar van de ME. Het voelt hetzelfde overigens. Koppijn, misselijk, spierpijn, algehele malaise, trekt na een paar uur bij…..

De psychologe stelt alles in het werk om me weer binnen te vissen. Zo krijg ik accuut EMDR aangeboden volgens haar. Waar het vorige week nog een hele tijd zou gaan duren, ik moest eerst aan de pillen en van de drank af, nu sta ik bij wijze van spreke al voor volgende week op de rol.

‘Ik kan het niet geven, maar de psychiater wel,’ voegt ze er enthousiast aan toe. ‘Ik doe niets meer met die psychiater,’ meldt Heks, ‘Ze is ver over mijn grenzen gegaan. Ik heb dat meermalen in het gesprek gemeld, maar mevrouw ging gewoon door. Haar ideeën zijn achterhaald, ik ga dan ook een klacht tegen haar indienen….’

Een half uur lang gaat het gesprek zo heen en weer. De psychologe verdedigt de achterlijke handelswijze van haar collega en probeert me weer bij dezelfde psychiater onder te brengen. Heks is klaar met dat rare mens.

‘Ik weet zeker, dat de psychiater het ook heel vervelend vindt, dat het zo gegaan is,’ Oh, wat sneu nu toch voor haar….. Meuh! Waarom doen mensen dat toch, zielig jammeren terwijl ze zelf de klap uitdelen? Omdat het werkt, Heks! Maar niet meer bij jou…. ‘ Zou u niet morgen telefonisch nog eens met haar willen praten?’

Heks is zo moe van dat ene uurtje worstelen vorige week met dat gekke mens. Ik ga me onder geen beding meer aan haar bloot stellen. ‘Mevrouw, ik neem mezelf in bescherming tegen die vrouw. Ze weet niets over ME, gaat uit van allerlei verkeerde veronderstellingen rondom mijn persoon en die ziekte. Ze respecteert mijn grenzen niet, ze heeft me een paar keer gecornerd in dat gesprek…… Is finaal over me heen gewalst…..’

‘Ik ga haar niks uitleggen. dat mag u doen. Ik wil ook niet dat ze met mijn huisarts gaat praten. Ik doe niets meer met die vrouw. Ik ben 33 jaar op die manier benaderd, tot voor kort kwam iedereen hiermee weg….’

‘Maar nu is het eindelijk een erkende ziekte. Dus dit soort domme achterhaalde praat is niet langer mijn probleem. Ik hoef er niet meer naar te luisteren, het niet meer over me heen te laten komen, noch er iets aan te doen. Ze gaat er zelf maar iets aan doen. Ik ga wel een vette klacht tegen haar indienen bij mevrouw Dekwaadsteniet. ( Zo heet hun klachtenfunctionaris echt!) Want ik wil niet dat een andere ME patiënt tegen hetzelfde gaat aanlopen bij jullie.’

Hebben jullie dan geen andere persoon in dienst, die EMDR kan geven?’ Nee, helaas pindakaas. Ik zal het met haar moeten doen. Opnieuw wordt me van alles toegezegd, dat vorige week niet kon. Ze vindt het erg vervelend, dat ik me zo voel. Maar wat ik mis is een echt excuus. Ik word nog steeds te woord gestaan alsof ik het allemaal verkeerd heb begrepen.

Ik heb het echter heel goed begrepen!

‘Ik ga echt niet verder met die psychiater. Dat is geen optie. Ik heb veel naar mijn hoofd gekregen in al die jaren met mijn niet erkende ziekte, maar dit slaat alles. Verbijsterend. Het heeft in alle kranten gestaan dat het eindelijk een officieel erkende ziekte is. Het is zelfs op het journaal geweest. Hoe kun je die informatie missen? Als arts?’

‘Ook heb ik een uur verbaal met de vrouw geworsteld. Alles wat ik heb gezegd, kreeg ik verdraaid terug. Ik had dingen toegegeven volgens haar. Toegegeven, het woord alleen al! Zoals, dat mijn ziekte veroorzaakt is door mijn traumatische jeugd. Heb ik nooit gezegd. U zat daar toen zelf bij. Heeft u mij dat horen zeggen?’

‘Toen ze het niet van me kon winnen was ik opeens een alcoholist. Beetje raar toch? Daar kan ik dan toch niks meer mee? Mijn vertrouwen is in elk geval helemaal weg…..’

De psychologe geeft zich niet zo maar gewonnen. ‘Maar er is toch verband tussen lichaam en geest? Als je lichamelijk ziek bent, heeft dat zijn weerslag op de geest en vice versa, toch?’ Heks ruikt alweer een instinkertje.

‘Jazeker,’ beaam ik, ‘Als het met mij goed gaat, heb ik minder last van mijn ziekte. De klachten zijn nog precies hetzelfde, maar ik kan er dan beter tegen. Zelfs de eenzaamheid voelt dan minder erg,’ nog voor ik verder iets kan zeggen trekt de psycholoog mijn toegeven van dit verband door naar hun aanmatigende opmerking, waarin me werd verweten dat ik dacht nooit meer beter te zullen worden. Dat dat een gerechtvaardigde opmerking zou zijn.

‘Luister eens, zeg je dat ook tegen iemand met MS?’ zeg ik streng, ‘Slaan jullie die ook om de oren met het feit, dat ze niet geloven in beter worden? Je ziet toch ook wel, dat hier conclusies worden getrokken, die walgelijk zijn? Ik heb 33 jaar ME, een progressieve aandoening. Net als MS. MS mensen krijgen medicatie en behandeling. Ik niet.’

‘Ik hou mezelf al die tijd met veel moeite in de lucht. Daarvoor zet ik alle zeilen bij. Ik heb alles in het werk gesteld om mijn situatie te verbeteren. En dan stellen jullie dit soort domme vragen. Hou nu eens op met dat gepsychologiseer van mijn aandoening.’

Het telefoongesprek levert niks op. Heks heeft nog meer stopverf in haar hoofd gekregen. Ik ben nu eenmaal in een hokje gestopt bij deze club en daar willen ze me graag in houden. Dat hokje bevalt me niks, maar ontsnappen is geen optie. Telkens als ik begrip denk te vinden in het telefoongesprek met de psychologe, begint ze me weer in dat hokje te duwen. Niet linksom, dan rechtsom lijkt het. Niet goedschiks, dan kwaadschiks?

‘Wij willen echt heel graag mensen bijstaan en helpen,’ de arme vrouw mag natuurlijk haar collega niet afvallen. En ja, ze doen enorm hun best voor mensen. En dat is echt waar, weet ik: Een goede vriend van Heks is door hen enorm geholpen.

Het gaat alleen weer niet op voor mensen met ME. Die stoppen ze direct in een hokje en ook nog eens het verkeerde.

Mijn stopverfhoofd is zo moe van deze strijd.

‘Ik kom helemaal niet bij jullie met de hulpvraag om van ME af te komen of van de drank. Ik heb last van een familietrauma. Dat ligt voor in mijn kop in mijn RAMgeheugen rond te beuken. Het moet nodig worden weggeschreven naar mijn harde schijf. Het liefst naar een afgelegen hoekje. Of hokje desnoods. Dat hokje waar jullie me in willen stoppen zou er wel een mooi plekje voor zijn……’

‘We nemen u echt serieus, u had het over een film over ME en ik heb de trailer gezien!’ zegt de psychologe tot slot om me te overtuigen. Oh fijn. Ze hebben de trailer van Unrest gezien. De trailer!!!!! Duurt 2 minuten.

Geweldig! Ik steek de vlag uit.

 

 

Toktoktok, pikorde in het kippenhok! Haantje de voorste is een dikke scharrelkip. Heks wordt eerst erg boos en daarna lekker sip. Vakantie is om uit te rusten, maar ik raak in een dip. Toch doe ik het maar weer. Op vakantie gaan…… Ook al doet het zeer.

Wat niet weet, wat niet deert. Jong geleerd is oud gedaan. Oost west, thuis best. Het zijn niet altijd koks, die lange messen dragen.

Heks is toch zo assertief aan het worden de laatste tijd. Heb ik mijn leven lang vloermat gespeeld voor manipulatieve bazige types, tegenwoordig sta ik mijn mannetje! Al ben ik nog steeds een vrouwtje. Met alle nadelige gevolgen van dien.

Met enige regelmaat proberen mensen nog steeds lekker over me heen te walsen. Of iemand neemt me op de korrel. Te grazen. Met name op gewicht gefrustreerde dames werkt Heks nogal eens als een rode lap op een stier. Ze kunnen me vaak niet uitstaan met mijn slanke lendenen. Het liefst plakten ze persoonlijk een klont vet op mijn kont.

Of een homp lillend vlees op mijn bovenbenen. ‘Zit je weer lekker slank te zijn?’ schreeuwde zo’n exemplaar een keertje woest door de telefoon. Ik belde begin januari nietsvermoedend op om haar gelukkig nieuwjaar te wensen. Bleek ze tijdens de feestdagen in gewicht te zijn verdubbeld.

Elk woord uit mijn mond was tegen het inmiddels gigantische verkeerde been!

Begrijp me goed, ik heb niets tegen welk gewicht dan ook. Putten in massieve bovenbenen vind ik uiterst charmant. Een rondborstige ode aan de Grote Moeder kan ik zeer waarderen. Wasbordjes zijn niet voor wijven of watjes. Niets mooier dan een vrouwelijke ronde zachte buik, vooral een zwangere buik. En een echte vrouwenkont is gewoonweg rond.

En begrijp ook goed, dat ik nooit aan de lijn doe, maar wel chronisch op dieet ben. Al meer dan dertig jaar lang. Eiwitverrijkt, koolhydratenbeperkt. Ook zijn suikers (ook fruit grotendeels), lactose, schimmelachtig voedsel, gluten en soja al jaren uit mijn voedselpakket geschrapt.

Voor mij geen zakken chips en kratten cola. Geen eindeloze vage tussendoortjes. Traktaties sla ik doorgaans noodgedwongen af. Op het koor is het bijna iedere week raak wat dat betreft. Zo blijf je wel slank.

Tijdens mijn vakantie krijg ik weer met zo’n gefrustreerde matrasachtige theemuts te maken. Ik sta achter haar in de rij voor de receptie bij aankomst. Het duurt en duurt. Heks kan niet lang staan, dus ik vraag haar om mijn plekje bezet te houden. Het boeit haar niet echt. Ik krijg nauwelijks respons.

Wel kijkt ze afkeurend naar mijn flitsende outfit. Dat mens met die hoed en cowboylaarzen, wat denkt ze wel niet?

Uiteindelijk duurt het allemaal zo lang, dat ik besluit eerst mijn tent op te gaan zetten. Voordat de door buienradar beloofde regenbuien losbarsten. Ik rijd met mijn auto richting veld, als een grote geitensok met baard me voor de wielen springt. ‘Wat gaat u doen?’ vraagt het snotjong streng.

Ik leg mijn benarde situatie uit. Mijn beperkingen. Vriendelijk! Ik mag evenzogoed niet het veld op met mijn auto. Je ziet het nu eenmaal niet aan Heks, dat ze hoegenaamd niets kan. ‘U pakt maar een kruiwagen.’

Zo loopt Heks met ME, whiplash, fibromyalgie, RSI, schouders uit de kom en dodelijk vermoeid met een kruiwagen over het terrein. Vloekend en scheldend. Echt! Na twee van die tochtjes ben ik kapot. Als ik weer bij mijn auto kom word ik bijna van de sokken gereden door het vrouwelijke matras.

Zij en haar vriendin mogen gewoon het veld op met hun auto. Ze mankeren niks. Behalve vergaande luiheid dan. Nijdig richt ik me tot de geitensok met baard. Hoe het kan, dat zij wel verder mogen rijden met hun dikke konten opgepropt in die enorme loodzware auto? Dat zij gezond zijn en ik niet. Ik laat mijn ingetapete schouders zien. ‘Ja, ik geloof u wel,’ lult de lul ongeïnteresseerd, Maar het terrein met auto betreden mag ik niet.

Het valse matras staat hard te lachen, als ze me zo bezig ziet. Heerlijk vind ze het om haar rivale in de penarie te zien. ‘Misschien zou je het wel mogen als je het wat vriendelijker vraagt,’ teemt ze gemelijk. Wat een mispunt. Ik neem een voorbeeld aan mijn hond VikThor en ga de rest van de week met een boog om het serpent heen.

Dat valt nog niet mee. De eerste dag zit het mokkel naast me op een computer te werken. De laatste dag pikt ze mijn vakantievriendje van me af om mee samen te werken. Ze heeft blijkbaar in de gaten gekregen, dat ik veel met die jongeman op trek. Hem negeer ik dan verder ook maar. Niks wil ik meer met dergelijke dames te maken hebben.

‘Je bent zo’n knappe, sterke powervrouw,’ zeggen zulke serpenten vaak in mijn gezicht. Om vervolgens pardoes een mes in mijn rug te steken.

Begrijp me goed, leuke dames zeggen dat ook wel eens tegen me. Ter goeder trouw en goed bedoeld. Toch zijn dergelijke complimenten nogal eens red flag is mijn ervaring.

Tegenwoordig maak ik van dit soort dingen geen mooi verhaal meer. Noch probeer ik bij de gewraakte dames in het gevlei te komen. Ik lig niet meer bij voortduring op mijn rug, noch beoefen ik langer de rol van vloermat. De tijd, dat ik me liet doen door zulk soort hele domme vrouwen is echt voorbij.

De start van mijn vakantie wordt dus grondig verpest door zo’n mega muts. Door al dat gesjouw sta ik uiteindelijk mijn tent in de gietende regen op te zetten. Een stok breekt doormidden als een aardige dame me spontaan komt helpen. Niet gehinderd door verstand van zaken. Van de wal in de sloot dus. Maar niet met opzet.

‘Laat me maar met rust. Ik ben helemaal over de zeik van vermoeidheid en stress. Eigenlijk is kamperen zwaar boven mijn pet. En nu gaat alles ook nog mis. Ik moet eerst weer rustig worden,’ ik stuur de helpende hand weg. Erg handig is die hand toch al niet. En ik heb intussen een erg kort lontje gekregen. Ik moet volstrekt prikkelarm de rest van de klus klaren………

Later trek ik langzaam bij. Na een gloeiendhete douche. Als ik volgepompt met pijnstillers misselijk van moeheid in een klapstoel in de voortent hang. Het avondprogramma sla ik over. Maar ik ben er. Ik heb de reis en het gesjouw overleefd. Ik zit in mijn tent. Ik heb al een vijand gemaakt. De vakantie is begonnen.

 

 

 

Hulpverlenende instantie werkt niet mee. Ruim een uur lang moet ik me met hand en tand verdedigen tegen achterhaalde vooroordelen over de ziekte ME. Het blijkt opeens weer een psychiatrische aandoening te zijn. Pure onwetendheid! ’U heeft toegegeven, dat het wordt veroorzaakt door uw traumatische jeugd,’ hoor ik tot mijn verbijstering. ‘Dus u denkt dat u NOOIT meer beter gaat worden,’ is ook een afgrijselijke opmerking tegen iemand, die drieëndertig jaar onafgebroken met alle beschikbare middelen tegen deze ziekte heeft gestreden. En evenzogoed het onderspit delft! Wat een waardeloos consult.

 

Afgelopen week ontplof ik na een bezoek van een hulpverlenende instantie. Ik explodeer langzaam. Maar zeker! Met een traag slakkengangetje. Zoals een goed ME patiënt betaamt. Na een paar dagen ben ik echter volstrekt uit mijn vel gesprongen.

Al bijna een jaar probeer ik ergens hulp te krijgen om een aantal trauma’s te lijf te gaan. In de vorm van EMDR bij voorkeur. Daar heb ik goede ervaringen mee. Helaas ben ik tot voor kort overal weggestuurd. Tegenwoordig word je uitsluitend middels kortdurende behandelingen van je problemen af geholpen.

Als je problematiek zich daarvoor niet leent volgt een eindeloos traject van het kastje naar de muur. En weer terug.

Na driekwart jaar krijg ik toch respons op mijn hulpvraag.  Van een nieuw kleinschalig initiatief om mensen bij te staan.  Een goede vriend van Heks heeft enorm veel baat gehad bij deze organisatie. Een kleine delegatie komt een paar weken geleden met Heks kennismaken. Een psycholoog en een psychiater.

Geen idee, waarom de laatstgenoemde aanschuift. Ik ben niet geestesziek. ME is sinds het rapport van de Gezondheidsraad geen psychiatrische aandoening meer. Het zit niet langer tussen de oren volgens de medische wetenschap. Het is een heuse officieel erkende chronische ziekte.

Maar wellicht is het handig om eens naar mijn pijnmedicatie te kijken. Ze is tenslotte ook arts. De pijnpoli wil een middel ophogen, maar ik durf het nog niet aan zonder dat er iemand over mijn schouder met me meekijkt. Ik ben het dokteren op eigen houtje meer dan zat.

Bij het tweede bezoek komt er een verpleegkundige mee. Waarom dat nu weer? Ik heb geen verpleegkundige nodig. ‘Dit is vanaf nu je aanspreekpunt,’ krijg ik te horen, ‘Volgens mij hebben jullie een klik.’

Heks voelt geen klik. Bovendien is het een psychiatrisch verpleegkundige. Huh? Wat heb ik nu weer aan mijn neus hangen?

Een uur lang praat ik als Brugman. Verdedig mezelf voor de zoveelste keer tegen domme onwetendheid rondom ME. Zelfs nu het eindelijk ook in Nederland officieel een ziekte is en geen aanstelleritis, krijg ik toch weer het oude riedeltje vooroordelen en stompzinnige vragen over me heen.

Zo wil mevrouw de psychiater me per direct volpompen met antidepressiva. Het feit, dat ik in het eerste gesprek heb aangegeven daar niet voor open te staan, omdat het geëxperimenteer van haar voorgangers me meermalen bijna het leven heeft gekost, ME patiënten reageren heel heftig op dit soort middelen, heeft ze zonder meer naast zich neergelegd.

Bovendien is ME geen vorm van depressie. Het is geen psychiatrische aandoening. Het is geen ingebeelde ziekte. Geen inversie. Geen bewegingsangst. Het is niet zo, dat we niet beter willen worden. Er is geen sprake van ziektewinst. ME is geen vorm van luiheid, die een schop onder de kont nodig heeft in de vorm van cognitieve therapie…..

Maar wie schetst mijn verbazing? De vrouw begint over cognitieve therapie alsof het me zou kunnen helpen. Ze weet werkelijk helemaal niets over ME. Maar ze beweert van wel. De twee meest gevaarlijke behandelmethoden voor dit type patiënt, antidepressiva en cognitieve therapie, staan bij haar hoog in het vaandel.

Geheel onterecht! Het onderzoek naar cognitieve therapie voor ME-ers door een professor in Nederland staat intussen als frauduleus te boek. En internationaal wordt deze therapie al jaren sterk afgeraden bij ME patiënten.

Cognitieve gedragstherapie werkt niet voor ME/CVS patiënten! Dat kun je overal lezen intussen.

Mijn mond zakt dan ook langzaam open. Waar ben ik nu in terecht gekomen? Lezen deze mensen geen kranten? Volgen ze geen bijscholing? Googelen ze nooit eens iets voordat ze een uitspraak doen?

Tuberculose werd een eeuw geleden bijvoorbeeld gezien als een vorm van hysterie. Voordat de medische wereld begreep, dat het werd veroorzaakt door een bacterie. Met zo’n bewering kom je nu toch ook niet meer aanzetten?

Heks begint dan ook te protesteren in het gesprek dat intussen voelt als een regelrechte aanval. Alles wat ik in de eerste sessie zo openlijk heb verteld wordt opeens tegen me gebruikt.

‘Maar u heeft toch toegegeven, dat uw ziekte wordt veroorzaakt door uw traumatische jeugd?’ wauwelt de psychiater bijvoorbeeld. Ik heb niks toegegeven. Wat een woordkeus ook. Ja, ik heb een lastige jeugd gehad. En dat heeft mijn stresssysteem verziekt.

Stress zet de deur open voor ziekte. Ik ken iemand, die reuma kreeg in een stresssituatie. Die al in haar genen aanwezige ziekte knalde er toen uit. Stress ligt ten grondslag aan kanker, hartkwalen, huidproblemen, spastische darmen , ziekte van Crohn en ga zo maar door.

‘Hoe gaat het met de alcohol?’ vraagt ze plotseling, als blijkt, dat ze dit niet kan winnen. Ze kijkt me raar en indringend aan. Ik kijk verbaasd terug. Wat nu weer?

‘U heeft toegegeven,’ alweer die term, ‘dat u twee tot drie glazen wijn per dag drinkt. Dat is heel erg veel. Zeker voor een vrouw. Een glas per dag is het maximum voor vrouwen.’ De psychiatrisch verpleegkundige naast haar schrikt zich een hoedje. ‘Echt waar?’ galmt haar doorrookte stem. Ze ontdekt opeens dat ze statistisch gezien een stevige alcoholiste is.

Heks is intussen zo moe van het verdedigen, weerleggen. Luisteren die mensen dan helemaal niet? Horen ze alleen wat ze willen horen?

‘Ik drink wel eens een fles wijn leeg met een vriend of vriendin heb ik u verteld. Tijdens een gezellig etentje. Sporadisch dus. Ik drink niet elke dag. En al zeker geen drie glazen wijn. Ik drink soms tijdenlang helemaal niets heb ik u vorige keer verteld. Vorig jaar bijvoorbeeld…..’

‘Uit verdriet over het gezuip van dierbaren…… De verslaving aan dat spul vlak voor mijn neus maakt dat het me tegen staat. Voor mijn gezondheid maakt het overigens niks uit heb ik ontdekt. Ik voel me geen zak beter als ik volstrekt droog sta.’

Heks is moe. Moe van de ME, maar vooral moe van dit soort geëikel. En nog steeds heb ik niet de hulp, die ik nodig heb. In plaats van me te helpen om te dealen met mijn woede maken die hulpverleners me kwader dan ooit. Drieëndertig jaar hak ik al met dit bijltje. En het eind is nog niet in zicht.

‘Maar gelooft u er dan niet in, dat u beter kunt worden?’ krijg ik tot slot nog naar mijn kop. ‘Wat doet u allemaal om uw klachten in stand te houden?’ is me ook wel eens gevraagd. En toen dacht ik dat het niet erger kon.

Zou u dat ook aan een MS patiënt vragen? Na drieëndertig jaar alles in het werk stellen om te genezen, zonder noemenswaardige hulp vanuit het reguliere medische circuit, geloof ik inderdaad niet meer dat ik van ME ga genezen. En al helemaal niet door toedoen van de behandeling, die mevrouw de psychiater in haar hoofd heeft.

OVERWINNEN NOG WEL. TOE MAAR. WAT EEN GELUL. WAT IS ER MIS MET VAN ME GENEZEN?

Het gekke is, dat ik hen helemaal geen hulp heb gevraagd om van die kutziekte af te komen. Ik heb last van andere dingen, die niets met die kloteziekte te maken hebben. Ik snak naar gesprekstherapie om die zaken op een rijtje te zetten. Ik hunker naar EMDR om een aantal zaken vanuit mijn RAM geheugen naar mijn harde schijf weg te schrijven.

Zodat ik er niet meer de hele dag aan denk. Bepaalde mensen moeten echt hoognodig uit mijn werkgeheugen worden verwijderd. Wissen is waarschijnlijk teveel gevraagd, maar die lui ergens opslaan in een afgelegen hoekje van mijn lange termijn geheugen is absoluut haalbare kaart.

Ik vrees dat ik het voorlopig zelf zal moeten uitzoeken. Helaas. Op de pijnpoli staat achter mijn naam: Weigert Morfine. Alsof dat een slecht ding is. Benieuwd wat deze behandelaars in mijn dossier gaan zetten.

Heel blij ben ik ook, dat mijn huisarts hen niet mijn volledige medische dossier heeft opgestuurd, zoals wel gevraagd werd. ‘Ze bellen me maar op, Heks. Dan mogen ze alles vragen. Maar ik ga niet zomaar je hele dossier op tafel leggen……’ Een beetje tegen het zere been, merk ik tijdens de tweede sessie met deze organisatie. Ze zagen me er flink over door…….

Vreemd toch allemaal…..

 

De Gezondheidsraad schrijft in een advies aan de Tweede Kamer dat ME/CVS, het chronische vermoeidheidssyndroom, een ernstige chronische ziekte is, die het functioneren en de kwaliteit van leven van mensen die eraan lijden substantieel beperkt. (…….) Ze zijn vaak ernstig vermoeid, hebben slaapstoornissen, concentratieproblemen, hoofdpijn en last van misselijkheid. Verschillende lichaamssystemen zoals het immuunsysteem, het metabole systeem en het centrale zenuwstelsel zouden bij het krijgen van ME/CVS betrokken kunnen zijn (……) Vermoedelijk zijn er in Nederland 30 duizend tot 40 duizend patiënten met ME, waarvan het merendeel vrouw is. (Als het merendeel man was was er wel een behandeling ontwikkeld intussen vermoed ik zo….) Hun kans op volledig herstel is gering (……)

 

 

Jammer dat de Gezondheidsraad toch weer met die afgelebberde Cognitieve Therapie komt aanzetten. Ongelofelijk echt. Daar kun je met je pet niet bij. Wat een nationale dwaling toch weer. Daar zijn de diverse patiëntenorganisaties behoorlijk van over hun nek gegaan…..

Oude blogjes in nieuwe vaten, ‘Au au au’ is lastig praten. Heks gaat weg en komt weer terug. Vakantie is leuk, maar gelukkig weer achter de rug.

Vorige week ga ik een weekje naar Buitenkunst. De week voorafgaande aan mijn reisje heb ik weer een virus aan mijn kleed hangen. Moeizaam sprokkel ik mijn spulletjes bij elkaar. Daarnaast moet ik natuurlijk mijn gemak houden. Ik begin aan een grieperig blogje, maar maak het niet af.

Zondag word ik wakker met een mega kater. Helaas heb ik er niet ook maar het minste plezier van gehad de avond ervoor. In de vorm van een gezellig feestje of dineetje. Het is gewoon een ouderwetse wilde ME-kater. Een symptoom, gratis en voor niets cadeau bij de ziekte ME. Ik hoef er niet eens voor te drinken! Dat scheelt.

Katerig hobbel ik door het huis naar de keuken. Oh jee. Het is vandaag echt bar en boos, Ik kan nauwelijks lopen. Trillend gooi ik wat zelf gemaakte veganistische yoghurt in mijn keelgat. Niet te veel, want ik ben zo misselijk als een kat. Nu een flinke ibuprofen er achteraan. En wachten. In bed.

Ik zet de TV aan, maar verdraag nauwelijks licht en geluid. Toch leidt het me af van de interne processen. Dus vooruit maar. Na een uurtje kan er wat koffie in en meer pijnstilling. De hoofdpijn blijft echter doorbonken. Wat krijgen we nu?

Net als ik begin te wanhopen, herinner ik me dat ik twee dagen terug ook een halve dag volstrekt onderuit ben gegaan. Vrijdagavond ben ik ongeveer met mijn hond langs de Singel gekropen. Omdat lopen en fietsen bijna niet meer ging. Conclusie: Griepje onder de leden. Dan breekt altijd de pleuris uit in mijn lijf.

Het verklaart ook de vlammende pijn in mijn onderrug. De niet te hanteren hopeloze schouders. De gemene dikke pijnlijke klutsknieën onder een paar rampzalige hardhouten planken, waar zich normaal mijn dijbenen bevinden…..

Nou, weer genoeg gezeurd over de algehele toestand van mijn brakke lijf. Het moet maar. Er staat genoeg eten in de koelkast. Gisteren tijdens een opleving gekookt. Te moe om het toen op te eten, maar wellicht krijg ik vanavond weer trek. Ik ga het nog maar eens over Utopia hebben. ik heb nog een dag of twee gekeken en de ontwikkelingen binnen de muren van deze heilstaat schreeuwen om een drieluik.

Maar daarna houd ik ermee op. Ik beloof het. Voorlopig dan.

Het Utopia verhaal houden jullie te goed. Ik heb gewoon te leuke aantekeningen over dat stelletje mafkezen verzameld om er niets mee te doen. Maar nu eerst maar eens pas op de plaats. Bijkomen van mijn reisje. Vakantie is fysiek voor mij eigenlijk niet echt meer haalbare kaart. Maar evenzogoed ben ik er eventjes uit geweest. Het is me weer gelukt, al moet je niet vragen hoe.

Vooruit nog een keertje dan: Utopia, ontploffende relaties, deel 2. Omdat het zo geinig is. Zo uitermate vermakelijk. Vanuit mijn bedje kan ik het allemaal goed bekijken. De beste stuurlui staan nu eenmaal aan wal. Of liggen in bed in mijn geval.

Shelley zit op een bankje in de tuin. Gare Geile Gerrit komt er gezellig naast staan, zet alvast zijn voet naast haar op de bank. Claimt de bank! Laat een vette boer. Een schok trekt door het lichaam van het meisje. Alsof hij recht in haar keelgat boert. Zoals jongens wel eens een scheet in elkaars gezicht laten. Net zo smerig…….

‘Dan zeg je pardon,’ met een verontwaardigd snoetje draait ze zich om. Gare Gerrit knort morrend een antwoord. Maar stiekempjes is hij heel tevreden. Hij heeft zijn doel bereikt: Haar ergernis is koren op zijn molen. Nijdig staat ze op en loopt weg. Gare Gerrit gaat wijdbeens op haar plekje zitten. Verovert terrein. Letterlijk.

Zo. Gelukt.

Die rare Gerrit is boos op zijn ex. Hoewel hij haar meermalen heeft belazerd en hopeloos slecht heeft behandeld vindt hij het de normaalste zaak van de wereld, dat zij hem nog steeds alles gunt. Ook verwacht hij zonder meer een open en eerlijke houding. En totale loyaliteit.

Het valt dan ook niet goed, als zij hem zonder pardon van zijn taakje om DJ te spelen op het promotiefeestje voor haar griezelfilm verlost. Of was het nu een maffiafilm? Überhaupt een film? 

‘Volgens mij ben jij druk met je eigen dingen, ik heb iemand anders gevraagd……..’

Heks vermaakt zich prima met het kijken naar die Gare Gerrit. Het is zo’n prototype narcist. Zijn persoonlijkheidsstoornis ligt zo open en bloot te koop op het scherm van onze nationale televisie. Eigenlijk zou er lesmateriaal aan verbonden moeten worden. Verplicht op middelbare scholen.

Met vragen als ‘Wat zijn de narcistische signalen, die de flamboyante narcist Gare Gerrit afgeeft als Shelley hem ontslaat als DJ? Welke spelletjes speelt zijn beste vriend de thin skinned narcist Jessie, om de ex van Gare Gerrit in bed te krijgen? Zowel in zijn dan nog bestaande relatie met Merel als in de nog niet bestaande? (Met Shelley….)

‘Love me today, hate me tomorrow,’ drukt Merel op een goed verkopend T shirt. Zij ziet direct handel in haar recente persoonlijke drama. Ze gaat er eens een goed slaatje uit slaan.

Haar ex melkt dit gegeven uit tot op het bot. ‘Serieusjsjs? Doet Merel echt fan sjsulke dingen? Isjs sje echt sjso’n maf wijf? Wisjsten jullie fan dat T shirt ? Heb je de omsjschijfing op de website gezien?’

‘Die sjspoort gewoon niet. Ook die houding, die hele houding. En dan moet je sjstraksjs een relatsjie met iemand andersjsjs gaan sjsoeken en dan wil je ooit gelukkig met iemand gaan worden… Dan moet je dusjs iemand gaan soeken, die sjsijn hele leven aan de kant sjset for jou….’ argumenteert hij superieur meewarig.

Dat hij het eigenlijk over zichzelf heeft ontgaat hem volkomen. Het ligt aan de ander. Alles. Altijd. ‘Nee, ik ga echt niet aan mesjsjelf twijfelen. Dit ligt ook helemaal niet bij mij. Dat blijkt al uit hoe het geëindigd isjs….Meutmeutmeut… Dan kan ik toch alleen maar heel erg gelukkig sjsijn dat ik erfan af ben? Maar sjse moet wel geholpen worden hieraan..’

( Geholpen nota bene!!! Door hem???)

‘Want dit isjs echt te sjsot foor woorden!’ ratelt hij verder met zijn babyface helemaal scheef getrokken van nijd.

Intussen valt me ook een ander typje op. Ook al zo’n zeiksnor. Hij heeft moeite met iemand, omdat zij een opportunist is in zijn optiek. En zulke mensen, daar schijt hij op. Hij zegt het anders, recht in haar gezicht, maar dit is de strekking.

De vrouw die hij de lekker de les staat te lezen is van het onzekere slag. Iemand, die bij niemand goed ligt. Haar initiatieven zijn bij voortduring getorpedeerd door met name Merel. In wiens hol ze nu kruipt volgens de chagrijnige Jens. Een zuignap van het zuiverste water overigens. ‘Je weet niet hoe snel je die lege plek bij Merel moet innemen…. Dat is meeloopgedrag……’ beschuldigt hij haar vol overtuiging….

‘En meelopers, die kots ik echt uit!’

Jessie roept Shelley op het matje. Listig voelt hij haar aan de tand, omdat zij zijn vriendje Gare Gerrit laat zitten met zijn ge-DJ. ‘Ik krijg gewoon heel erg het gefoel, dat je op dit moment gewoon een persjsoonlijke voorkeur hebt foor Andrea. Hoe faak oefent ze nou echt?’

‘Je moet het foor de resjst helemaal sjself weten, maar de argumenten, die je gebruikt ssjsijn natuurlijk gewoon gebakken lucht…’ slist hij laatdunkend tot op het bot, maar hij wil natuurlijk nog met haar naar bed. Dus neemt hij genoegen met het feit, dat ze niet onder de indruk is van zijn gezemel. Voor nu dan. ‘Ok, dan is ons gesjsprek nu klaar…’

Het is echt opvallend is, hoe mild Slisjsje reageert op Shelley’s botte edoch eerlijke antwoorden, waar hij normaal gesproken niets laat liggen, als hij zijn betweterige geneuzel er op los kan laten. Ja, Jessie heeft duidelijk een geheime agenda met Shelley!

Shelley staat bijvoorbeeld onder de douche. En wie staat er in de douche naast haar in zijn blote leuter tegen haar te oreren? Juist ja. Jeukende Jessie. ‘Weet je nu al mijn geheim Sjsjelley? (Hij kan haar naam niet fatsoenlijk uitspreken realiseer ik me nu) mispelt hij aan haar kop. Het geheim is waarschijnlijk dat hij met haar wil neuken. Hij heeft dat overigens in een andere context al tegen haar gezegd…..

‘Zou je haar doen?’ vraagt Gare Geile Gerrit hem namelijk een dag eerder tijdens de afwas. Jessie is dan nog officieel een setje met Merel….. Ze zijn met zijn drietjes in de keuken. Shelley is aan het afdrogen. 1 pannetje maar, weliswaar. Het is geen verzorgend typje.

‘Een vrouw die schoon maakt, er is niks aantrekkelijker dan dat,’ geilt Gare Gerrit. ‘Ik wordt er ook opgewonden fan,’ piept Jessie een octaaf hoger. ‘Ja?’ gaart de Geile Gerrit, ‘Zou je Shel doen?’

‘Doe normaal,’ protesteert Shelley vanaf haar keukenstoel tegen de boven haar uittorenende heren geile beren. Over seksuele intimidatie gesproken.

En dan is die slis-narcist kwaad op Merel vanwege dat T shirt. Want gezichtsverlies. Maar hij heeft achter haar rug om tijdens hun relatie dit soort dingen uitgehaald. Haar te dik genoemd ook. Beweert dat de slanke Shelley meer zijn type is. Alvast een beginnetje gemaakt met Shelley. Middels zijn geniepige geheimpje……

‘Het klinkt een beetje respectloos,’ zemelt Jessie. En daar houdt zijn politiek correct gedrag direct op,’ maar ja!’ Hij zou Shelley dus doen. Wat een taalgebruik. Wat een voorbeeld voor de mensheid. Het is echt de ideale samenleving, die deze sneue idioten hier neerzetten…… Ideaal voor henzelf.

© TOVERHEKS.COM

Gerrit klapt tevreden in zijn handen. Schiet mij maar lek, maar het feit, dat zijn beste vriend Jessie zijn denkbeeldige kleverige sperma dwars door de keuken op de vreselijke Shelley ejaculeert, maakt de man in kwestie intens blij. Het verbale uitsmeren van dit gemene goedje op zijn ex doet Gerrit zichtbaar goed. Een brede glimlach verandert zijn chagrijnig smoelwerk in een montere mombakkes.

De veganist gaat met zijn oogappeltje naar het varken. Ze gaan Katie vragen om een voorspelling te doen over Jessie en Merel. ‘Komen ze weer terug bij elkaar?’ Het varken meent van niet, maar niet getreurd: Ja, ze komen bij elkaar,’ beweert de veganist, ‘Over anderhalve week wordt Merel ongesteld, dus ik denk over twee weken…’

Die menstruele cyclus van Merel heb ik al eerder voorbij horen komen. Is ze dan altijd twee weken premenstrueel? En houdt men daar al rekening mee? Heks is overigens van mening, dat die periode in de vrouwencyclus heel waardevol is. Eens per maand maken vrouwen schoon schip met hun emoties. Een heel gezond principe. Zouden die kerels ook moeten doen.

Merel blijft me overigens ook verbazen. Ze is zo ontzettend boos, dat volg ik helemaal. Maar dat doordenderen van haar. Ze klapt volstrekt binnenstebuiten. ‘Oh, wat ben ik soms toch enig…’ lacht ze vals als ze met het gewraakte T shirt in de weer is. Verdriet voelen is aan haar niet besteed. Gunt ze Jessie haar verdriet niet? Of ze kan het niet voelen. Misschien heeft ze ook geen kern, geen hart?

Jessie speelt zijn zieligheidskaart volledig uit. ‘Sjsijn niet fjoor sjstatus, en ik kan het weten, lefe loopt sjsoeel, maar sjsl nooit fergeten…’ rapt Jessie met een treurig gezichtje. Wat bezielt die man met dat rappen? Hij is helemaal niet te verstaan!

‘Ja, goed,’ reageert hij, als hem gevraagd wordt hoe het met hem gaat, ‘Je sjsiet het natturlijk andersjsjs foor je alsjsj je er aan begint… Niet met sjsoon einde en helemaal niet een einde waarin er geproosjsjst wordt omdat het klaar isjsjs….’

Dat laatste zit hem enorm dwars. Merel is direct na de breuk met de andere dames uit Utopia aan de wijn gegaan. Helemaal tegen het zere been van onze slis-narcist. Hoe durft ze. Bij iedereen gaat hij verhaal halen over dit gebeuren. ‘Jullie hebben zitten proosten op dat het uit is!’

‘Hij is zo verdrietig,’ roepen de groepsleden om beurten over Jessie. Heks betwijfelt het. Hij kijkt wel zielig en jammert luidruchtig. Maar zijn avances naar Shelley doen me vermoeden, dat hij al wekenlang met hopeloos gedrag richting zijn vriendinnetje deze crisis heeft uitgelokt.

De leperd is zijn partner mijns inziens gaan gaslighten, vanaf het moment, dat droomvrouw Shelley weer op de markt kwam…. Binnen bereik kwam…. En nu is hij de gebeten hond. De zielenpiet. Het ligt niet aan hem. En iedereen stinkt er in!

Gare Gerrit en de slis narcist liggen in bed. ‘Dus het gaat niet meer goed komen met jou en Merel? Dus je gaat geen seks meer hebben in Utopia?’ ‘Nee, dat sjseg ik niet, Gare Gerrit,’ brouwt Jessie verontwaardigd terug. Hij wil naar bed met Gerrits ex. Stiekem.  ‘Met wie dan?’ vraagt de Gare Geile Grutto dan ook tevergeefs…..

Gerrit is naar bed geweest met de beste vriendin van zijn ex, Shelley. Dus het zou de boel wel weer in balans brengen, deze seks met de ex van je beste vriend……

Kunnen ze nu niet eens een dergelijk programma maken, waarin ze mensen eerst eens een persoonlijkheidstest laten doen? Zodat er iets kan ontstaan in plaats van dit soort eindeloos narcistisch geneuzel. ‘De enige soap met echte mensen’ verkoopt het programma zichzelf.

Echte mensen? Waar dan?

Een narcist die slist, onbetwist de leider van Utopia, als je het nog niet wist. Beslist niet de beste keuze, zegt Heks gis. Maar het is toch ook niemands keuze? Die baby hoort in een couveuse!

‘Nou ssslseg, schandalig toch, het is de ssslschuld van Merel,’ slist Jessie verontwaardigd in de camera, ‘En ik ga dat voortaan andrsjslsjsl regelen. Vanafsf nu gaat alles via mij. Dusjs alsjsls er weer een ‘Laatste Wensjs‘ verzoek binnenkomt, dan waarssslschuwen jullie direct mij…..’

Heks zit stomverbaasd naar de televisie te kijken. Een paar weken geleden heb ik drie dagen Utopia gevolgd. Net toen de relatie tussen Gare Gerrit en Shelly met veel bombarie uit elkaar knalde. En nu is het dus mis tussen Merel en Jessie?

Wat me vooral verbijstert is de ambulance, die het terrein op draait. Een terminaal zieke vrouw wordt met brancard en al uitgeladen. Ze wil voor ze sterft Utopia bezoeken. Huh? Hoe is het mogelijk? Heeft niemand haar dat uit de kop kunnen praten?

Merel is in de war. Die vrouw was toch al overleden? De boel is toch afgezegd? Er is niets geregeld. Geen ontvangst comité. Geen activiteit gepland. Alsof je iets kunt doen met zo’n doodziek mens…… Merel staat met de handen in haar prachtige bos haar.

Erg onder de indruk is ze echter niet. De medebewoners weten zich geen houding te geven, als blijkt dat ze tegenover deze stervende tekort zijn geschoten. Het feit, dat de bezoekster al half dood is maakt de blunder zo veel erger. Iedereen komt snel opdraven om de laatste wens in vervulling te laten gaan. Ze geven een bedrukte hand.

‘Ja welkom seg,’ zemelt Jessie namens iedereen. Niet dat iedereen hem dat gevraagd heeft. De halve zool spreekt doorgaans namens de rest. Dat heeft hij zichzelf zo aangeleerd. Het voor hem gunstige bijeffect van dit bezopen gedrag is, dat het zijn zich toegeëigende rol van leider versterkt.

‘Ja, het ssjspijt onsjs heel erg, dat er nietsjs geregeld islsjs. Sjsmiespeldesjsmiespel. (Sjsmerige insinuaties richting Merel….)…. Heel erg welkom namemsjs iedereen… blablabla…’

Zo. Jessie heeft zijn bijdrage weer geleverd. Iemand anders doet echt iets. Die gaat pannenkoeken bakken. Zo wordt de dag dan gered. Geen idee of de terminale patiënt dergelijk eten nog weg krijgt gekauwd. Of ze überhaupt nog eet….. Maar het is goed bedoeld zullen we maar zeggen.

De veganist maakt ruzie met een medebewoner. Zoals altijd snap ik niets van zijn geouwehoer. Wel valt het me op dat de man totaal niet communiceert met zijn gesprekspartners. Bij voorbaat gaat hij er van uit, dat zijn opponenten niet goed bij hun hoofd zijn. (Projectie?) Dat ze niet nadenken.

Katie

Dat hun gedachtengoed niet goed is. En zijn eigen gedachtengoed wel. Een superioriteitscomplex van jewelste. Maar wel gebracht vanuit de positie van underdog.

De underdog gaat met zijn varken knuffelen. Het beest moet naar bed. ‘Die en die vergeten regelmatig om onze Katie naar bed te brengen. Dat kan toch niet. Het is hun taak! Huh. Dan doe ik het wel weer. Het is heel erg belangrijk allemaal….’

‘Nou, het is een varken hoor, geen mens…’ reageert zijn gesprekspartner laconiek. Oei. Fout antwoord vindt de veganist. Hij loeit van verontwaardiging. Het is heel belangrijk, dat het varken elke dag op tijd naar bed wordt gebracht. Maar dat zal die verfoeide gesprekspartner wel nooit snappen.

Hakkelend en stotterend van verontwaardiging veegt hij deze ontaarde dierenbeul de mantel uit. Het moet niet gekker worden. Een varken hoort gewoon op tijd naar bed te worden gebracht. Punt uit. En hij houdt van dat varken. Hij als enige…..

Heks’ ogen puilen intussen uit haar hoofd van verbazing. Een varken op tijd naar bed? Naar bed? Wiens bed? Dat van de veganist?

De terminale patiënt is alweer heelhuids naar huis. Ze heeft het bezoek overleefd zonder complicaties. Goddank. De hele meute is haar uit komen zwaaien.

‘Dank jullie wel foor de goede sjsorgen,’ zemelt Jessie namens iedereen tegen de ambulancebroeders, ‘Heel bijsjsonder hoe jullie dit weer foor iemand doen. So bijsjsojsonder!’ ‘Nou, het is ons werk,’ wimpelt een broeder hem af. ‘Sja, maar jullie doen het maar mooi wel, sjseg…’ slijmt hij er onverstoorbaar op los.

Even later is de narcistische Jessie alweer achter Merel aan het aanjagen. Zijn obstinate vriendin. Die behoorlijk genoeg van dit misselijke mannetje begint te krijgen. Haar liefje…..

‘Sjo Merel, folgende keer gaat alles via mij. Dat heb ik al tegen de resjst gesegd. Want dit kan natuurlijk niet. Geen programma. In de war, omdat iemand was overleden. Maar dat wasjs toevallig wel iemand andersjs….  Sjschandalig gewoon. En ik heb besjsoten…’

‘Bekijk het maar, ik ga echt geen verantwoording naar jou toe afleggen…’ Merel is niet onder de indruk van zijn geslis. ‘Ja, het moet weer allemaal op jouw manier, egocjsentrisch mensjs, wat denk je wel. Altijd moet allesjsjsj zoalsjs jij het wilt,’ projecteert Jesjsjsjsie er lustig op los.

‘Ja, iedereen in Utopia weet, dat ik altijd mijn zin krijg. Daar ben jij verliefd op geworden. Dus wen er maar aan,’ bekt zijn geliefde opgewekt terug. Ze heeft er overigens weinig van, dat alles vandaag in het honderd liep. Dat ze de komst van een terminale patiënt straal vergeten is. Alsof het er niet toe doet, zo’n bezoekje….. ‘Er zijn toch pannenkoeken gebakken? Het is toch opgelost?’

‘Nou, het isjs dit en dat,’ vindt haar vrijer. ‘Wat heb jij dan helemaal gedaan?’ pareert Mereltje listig. Niets natuurlijk. Behalve namens iedereen wat in de rondte zemelen. Jessie is woest na deze rake opmerking. Machteloos staat hij ertegenin te haspelen.

Niet veel later zit Meneer de Koekenpeer met de andere bewoners te roddelen over zijn vriendin. Hij gooit zijn achtergehouden troef in de strijd: Merel is te dik. En hij houdt nu eenmaal niet van volle vrouwen. Typerend voor een eersteklas narcist, dit soort streken. Ze houden altijd wat rottigheid achter de hand.

Nu lijkt het net of hij Merel afwijst. Terwijl zij in feite schoon genoeg heeft van die randdebiel. Zo geeft hij haar een lekkere trap na. Onder de gordel.

IK HOU NIET ZO VAN VOLLE VROUWEN

Ook heeft hij intussen zijn dwalende oog op de ex van Gare Gerrit laten vallen. Die is lekker slank. En intussen weer vrijgezel. En gevoelig voor narcisten. Kijk maar naar haar eindeloze gehannes voorheen met die Gare Gerrit. De groepsleiperd, die ook alweer op een weerloos ander meisje binnen de muren is gedoken……..

Je zou door dit alles bijna vergeten, dat Jessie en Merel eigenlijk geliefden zijn. Maar niet voor lang meer. Ze voeren nog een ijskoud onaangenaam gesprek, waarbij ze proberen elkaar de loef af te steken, wat betreft wie er het eerst de stekker uit hun relatie heeft getrokken……

‘Ik heb gisteren toch al gezegd, dat het klaar is voor mij,’ liegt Merel. ‘Waarom heb je dan niks gesjsgd? Je liegt weer.’ ‘Ik heb dat toch gezegd?’ liegt ze vrolijk verder. ‘Nou, Ik sjsag het eergisjsteren al niet meer zitten…’ pareert Jessie nijdig, ‘Dusjs….’

‘Wat een rare manier van je relatie beëindigen,’ denkt Heks. Jammer dat ze uit elkaar zijn. Die twee verdienen elkaar gewoon. Prinses Merel op de Erwt en Zijne Koninklijke Hoogheid Jessie de Sjslijm-King.

Ik heb die Merel ook wel eens hele rare dingen zien doen onder invloed van haar relatie met Jessie. Bijvoorbeeld toen ze de maat van de boezem van Franny wilde weten voor het een of ander. ‘Kom Gare Gerrit, doe deze blinddoek om, dan kan ik even testen welke maat tieten Franny heeft. Jij bent toch met haar naar bed geweest?’

© TOVERHEKS.COM

Waarop ze hem liet voelen aan theezakjes, hahahaha, wat geestig. Maar niet heus. En vervolgens een paar erwtjes, twee druifjes, eieren, sinaasappels, een set grapefruits en tot slot een paar watermeloenen……

Oh, oh, wat een lol ten koste van Franny. Want zeg nu zelf, erg fris is deze humor niet. Vooral niet ten opzichte van een meisje, dat het in haar prille leventje al heel erg voor haar kiezen heeft gehad met allerlei grensoverschrijdend gedrag op dit gebied….. Vermoed ik zo.

Nou ja. Ik ben weer helemaal bij. Over een paar weken maar eens kijken wie er dan weer met wie neukt en welke bezopen projecten er nu weer zijn geïnitieerd.

Boer overlijdt nadat varken drie vingers en penis afbijt

Hoera voor LHBTI deel 3: Johan Derksen heeft gelijk: Weg met slachtofferschap, het heeft lang genoeg geduurd. Laat je niet meer bullyen door types zoals hij! Heks heeft hier wel wat verfrissende ideeën over. Kom massaal uit de kast bij Voetbal Inside bijvoorbeeld. Geen slappe hap, maar een reuzenklap!

Als ik het programma van Ellie Lust zit te kijken, met Johan Derksen in de hoofdrol, een echte slachtofferrol intussen, want heel weldenkend Nederland valt over hem heen, begint mijn bloed te koken.

Ik weet natuurlijk wel, dat iemand als Johan Derksen, dat misogyne lelijke trol-achtige mannetje, eigenlijk zelf is waar hij iedereen voor uitmaakt. Een slapjanus. Een zeurkous. Een zeiksnor. Dat laatste draagt hij ook fysiek echt uit…….

Dus waarom zou je je druk maken om die kerel?

Nou, precies om de reden, die Ellie Lust hem aan zijn beperkte verstand probeert te peuteren. Want hoe lelijk en onaantrekkelijk en viezig wij dames die ranzig riekende man ook vinden, er zijn hele volksstammen, die ademloos (door de stank?) aan ’s mans schmutzige lippen hangen.

En ook al levert het gevaar op voor de levensduur van de gemiddelde beeldbuis, de man is wel degelijk op televisie. Waar hij commentaar levert op het oudste vruchtbaarheidsritueel in spelvorm ter wereld. Vanonder een onaangenaam aangroeisel, zijn zogenoemde snor. Dit slachtoffer van sliertige genen,- onder zijn neus, op zijn hoofd en wie weet waar al niet meer, -is regelmatig kamerbreed op breedbeeld. Met zijn onnavolgbare homofobe en misogyne  uitspraken.

Helaas bereikt Ellie de sukkel niet in haar programma. Hij luistert niet eens. Wentelt zich in zijn eigen gelijk. Brult nog wat extra domme uitspraken, om alles nog een beetje erger te maken…..

Ik vindt dat Ellie Lust zich geweldig houdt oog in oog met dit sujet. Ze blijft rustig, probeert steeds om de man tot rede te brengen. Eindeloos geduld tegenover domheid in persona. Want dit is domheid ten top.

Het is vast een narcist die Johan Derksen, Heks, hoor ik jullie roepen. Vanuit de verte. En ja, ik denk dat ook. Zo volstrekt gevoelloos zijn is slechts weggelegd voor de ras-narcisten onder ons. Het verklaart ook direct zijn verslaving aan het vruchtbaarheidsspel. Voetbal bedoel ik. Die verheven vorm van sublimatie speciaal uitgevonden voor narcisten in het impotente spectrum.

Kijk maar eens goed naar die voetbalprogramma’s. Er zitten altijd dit soort minne mannetjes in. En een incidentele flamboyante narcist. En Hans Kraaij Junior. Pispaal van dit soort lieden. Hun eigen pindakaas homo. Alleen maar omdat het een aardige vent is. Met gevoel in zijn donder.

Ellie interviewt ook nog wat supporters op de tribune over homoseksualiteit. ‘Ik rijd op een taxi. Er zat een keertje een stel kerels te zoenen op de achterbank, die heb ik zo mijn auto uit geslagen. Gatver, dat vind ik vies…’ de lomperik trekt een vies gezicht. Dan klaart zijn varkenssnoet opeens op. Een brede geile grijns trekt van oor naar oor, ‘Maar twee dames vind ik wel lekker hoor, daar heb ik geen moeite mee.’

Ik hoop dat hij een keer klem komt te zitten tussen een paar ketsende potige potten. Met stekeltjeshaar en tuinbroek. Dat hij geplet wordt in hun pret. Als ze flink zweten en keten in bed. Kijken of hij nog zo te spreken is over lesbische seks.

Ach, smeer toch pindakaas op je lul. En laat je afzuigen door een slak.

Tot besluit wil ik de hele LGBTI-gemeenschap  oproepen om massaal uit de kast te komen in het programma van Johan Derksen en er vervolgens direct bovenop te slaan. Op zijn neus welteverstaan, die lelijke haak boven die hap gare zeurkool.

Want geef toe, de man heeft gewoon gelijk! Homo’s zijn lang genoeg zielige slachtoffers geweest van mensen zoals Johan Derksen! En allerlei andere homohaters. Ja haters! Liefde en respect zijn hetzelfde. Respectloos met deze grote, enorme, kleurrijke groep mensen omgaan staat gelijk aan hen haten. Dat voelen zij ook zo!

Het is genoeg geweest. Weg met die slachtofferrol! In 1 massale reuzenklap!