Zwemmen! Heks krijgt het bij voorbaat koud. Toch ga ik dat bad weer in. Het moet. Het zal. Vooral nu mijn meerbadenkaart onverwacht toch is verlengd!

Vandaag ga ik zwemmen. Momenteel lig ik moed te verzamelen. En uit te deuken van een zeer onrustige nacht. En bij te komen ook. En mezelf bij elkaar te harken. En bij voorbaat alvast extra te rusten. Want vandaag, straks, ga ik zwemmen.

Ik lag overigens al om een uurtje of vijf in bed gisterenmiddag. Helemaal verrot na een wandeling met de hond. Repeteren met het koor de dag ervoor. Het weekend met het feestje. Uitgeput. Opgesoupeerd.

Als ik de televisie aanzet zie ik dat die verdraaide verkiezingen aan de gang zijn. Potverdrie. Moet ik mezelf weer uit bed hijsen en in de kleren. Moet ik mezelf weer reanimeren tot menselijke proporties. Zal ik eens een keertje overslaan?  Heks, die altijd stemt. Ik ben het wel eens vergeten in een vergelijkbare situatie……

Eerst maar eens op zoek naar die verduvelde stempas. Moet ergens in de stapel met folders en post liggen. Na enig spitten vind ik em zowaar. Oh, het zijn er twee. Ik heb eventjes niet opgelet.

Moet ik ook nog eens over die nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) stemmen. Die griezelige Big Brother kutwet. Waarbij de politie in je onderbroek kan kijken. Straffeloos. Bah. Voor een enkele verdwaalde terrorist. Zum kotzen!

En: Een referendum. Huh? Daar deden we toch niet meer aan in Nederland?

Ik hijs me dus maar weer uit bed. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik niet mijn stem tegen die wet zou hebben verheven….. Trillerig eet ik een hapje. Rust daarvan weer uit. Kan ik alweer lopen? Ik moet toch de deur uit. Is er alweer genoeg brandstof in de benen? Zijn de zweetaanvallen geluwd? Doet mijn hoofd het alweer? Want de hersenpan stond ook uit ontdek ik net……

In het stembureau is het druk. Er staat een rij van hier tot Tokio. Ik hang op mijn benen te dweilen. Ik wip van voet op voet. Duizelig en draaierig. ‘Schiet op, stelletje slome duikelaars,’ maan ik mijn voorgangers inwendig. Ik lees ter afleiding de poster over ‘Uw gedrag in een stemhokje’.

Huh? Wat doen mensen zoal in die stemhokjes dat je er een gedragscode voor moet opstellen? Mijn belangstelling is gewekt. En zo overleef ik het kwartier totdat ik aan de beurt ben. Met hangen en wurgen.

Zo. Dat is dan weer een lekker verslag van zo’n halvezolige dag. En ook vandaag zie ik het somber in. Ik ga zwemmen, terwijl ik niks over heb. Tricky. Maar ik moet ook zwemmen. al is het maar om mijn ledematen op termijn enigszins in de kom te houden.

Momenteel ploppen mijn schouders alle kanten op. Je kunt het zelfs horen. Ploppederplop! Met enige regelmaat kijkt iemand er vreemd van op. Wie is die heks? En waar verstopt zij kabouter Plop? Onder haar oksel soms?

Ik mag blij zijn dat ik weer ga zwemmen. In december was mijn kaart met nog 52 baden daarop verlopen. Door allerlei fysieke ellende heeft Heks veel te weinig gezwommen de afgelopen jaren. ‘Dat is altijd hetzelfde bij u. Schrijf maar een brief, misschien dat u respijt krijgt, maar ik geef u weinig kans,’ bitste de medewerksters achter de kassa.

Honderd euro door de plee, omdat de dames van de kaartverkoop niet dol zijn op Heks. En dat is een understatement. Ze hebben gewoon de pest aan me. Dat gebeurt me vaker. Meestal zonder enige reden. Zoals honden direct antipathie kunnen voelen voor een wildvreemde andere hond, voelen bepaalde vrouwen iets dergelijks zodra ze Heks in het vizier krijgen. Het zal wel. Ik ben vast niet de enige, die dit lot treft.

Zo heb ik dan die brief geschreven. Niets op gehoord. Uiteindelijk bel ik het zwembad. ‘Hoe staat het met de brief?’ ‘Welke brief?’ ‘De brief is zoekgeraakt met de post,’ verzekert de vrouw aan de telefoon me. Goh. Hoe kan ze dat nu weten? En toch wel weer heel toevallig. Ik heb sterk de indruk dat ze er gewoon mee in haar hand zit.

Nu moet ik dan een mailtje gaan sturen. Vooruit maar weer. Ik stuur de mail een paar keer. Vanaf verschillende mailadressen. Zodat ie zeker aankomt….. want bij zwembad de Zijl is niets zeker.

Tot mijn verbijstering krijg ik onderstaand mailtje terug:

Wij hebben uw badenkaart met nog 53 bezoeken met 1 jaar verlengd. Dit hebben wij al op 10-12-2017 voor u
gedaan.
U kaart is hier mee geldig tot 10-12-2018.
Wij hopen u hier mee tegemoet te zijn gekomen
Met vriendelijke groet Team spa

Dus die caneira’s achter de kassa hebben gewoon wel mijn kaart verlengd, maar tegen me gezegd dat ik de rambam kon krijgen. Bizar. Ik had al drie maanden kunnen zwemmen potverdorie.

‘Jij hebt dat toch ook gehoord, Saar, dat die vrouwen aan de kassa me de deur wezen in december?’ Mijn vriendin heeft het ook gehoord. Ze stond er bij en keek ernaar. ‘Heks, te gek voor woorden dit. Laten we als de donder die kaart opzwemmen en naar een ander zwembad gaan. Het is hier altijd wat!’

Zometeen ga ik zwemmen. Ik zie er als een berg tegenop. Omdat ik zo moe ben en verrot. Omdat alles pijn doet en dat voel je ook in het water. Omdat het zo koud is. Omdat ik daarna uren geen pap kan zeggen.

Waarom doe je het dan Heks? Om mijn gewrichten weer in de kom te krijgen. Een beetje spiermassa rond de kommen scheelt enorm. Het is dus uit lijfsbehoud dat ik mezelf dit aandoe. Niet om te genieten. Ik zeg het maar eventjes om misverstanden te voorkomen. Maar wie weet geniet er ik er toch van. Eventjes. Tussen de opstartpijnen gedurende de eerste tien baantjes en het in elkaar storten na de vijftiende…….

 

 

 

Hihihi, hypochondrie. Of toch niet? Heks krijgt geestelijke ondersteuning, maar valt toch om. Zo gek is dat niet, als je die ondersteuning op de keper beziet.

Vanmiddag fiets ik op mijn tandvlees naar de, ja wat is het eigenlijk, praktijkbegeleidster? van het Antroposofisch Therapeuticum. Het is alweer de derde afspraak met deze dame. En nog steeds heb ik geen idee wat ik ik ervan kan verwachten. ‘Ik denk dat ik er verder maar van af ze,’ besluit ik bij mezelf.

Ik heb genoeg medische afspraken. Het moet me wel iets brengen, anders kost het me alleen maar energie. En die heb ik niet.

Afgelopen weekend ben ik over mijn grenzen gegaan. Ik heb zowaar twee dagen achter elkaar gepiekt en dat kan ik beter niet doen, want daarna is de koek dramatisch op. Helaas moest ik ook nog eens naar de dierenarts vandaag. En nu dus weer dit. To much. Ik kan wel spugen van moeheid.

De POH GGZ, ik heb het eventjes opgezocht, ofwel Praktijkondersteuner Geestelijk Gezondheiszorg, zit op de zolder van het oude sfeervolle pand. Al halverwege de eerste trap weigeren mijn benen dienst. Knarsentandend en inwendig vloekend puf ik langzaam de tweede steile trap op. Mijn god. Wat moet het weer worden vandaag?

Zodra ik binnen ben val ik min of meer in een stoel. Op.

‘Zo Heks, hoe gaat het? Je ziet er goed uit!’ begint de vrouw haar verhaal, terwijl ik bijna lallend van uitputting antwoord dat het nogal meevalt met hoe het gaat. Niet geweldig. Ik hannes door allerlei virusellende heen. Maar ik heb een leuk feestje gehad zaterdag. En een concert op zondag…..

Ze haakt gelijk in op het feestje en het concert. En dat ik het toch zo geweldig doe in mijn leven bladiebla. Op de 1 of andere manier is dit allemaal precies tegen het zere been. Ik moet nu natuurlijk zeggen hoe fantastisch en volmaakt gelukkig ik ben ondanks alle ellende.

En dat ik toch zo mindful bezig blijf ondanks dat ik wel kan kotsen van uitputting. Want deze vrouw houdt van Mindfulness. Ze geeft er trainingen in sinds het in de mode is geraakt. En zoals dat wel vaker gaat sinds het een hype is geworden is Minfulness opeens een middel geworden om je doel te bereiken. Omgaan met ME bijvoorbeeld. Misschien zelfs wel genezen van die ziekte!  ‘Geweldig hoe goed jij kunt genieten!’

Ik weet niet wat ze allemaal van Heks terug wil horen, ik heb een vaag vermoeden, maar ik wil het niet zeggen. Is ze nu helemaal betoeterd? Ik kom hier niet voor de kat zijn kut. Ik zit hier niet om te horen dat het allemaal niks voorstelt met mijn ziekte en dat ik het gewoon geweldig doe.

En wat is dat voor’n geneuzel over genieten? Zit ik hier soms te genieten?

‘Ik sta elke dag doodziek op en ben totaal niet vooruit te branden. Alles kost moeite, alles doet zeer. En ik heb geen greintje energie en dat went nooit. Ik zit elke dag uren moed te verzamelen om het laatste avondrondje met mijn hondje te lopen,’ probeer ik haar de ogen te openen voor mijn dagdagelijkse realiteit. Het is bepaald niet elke dag een feestje.

‘Ik vind het behoorlijk irritant dat gezwaai met hoe goed ik kan genieten, als ik vertel over een feestje. Dat slaat toch nergens op? Iedereen kan wel ergens van genieten, zo moeilijk is dat niet, maar het heeft niets te maken met waarom ik hier ben. Ik heb een invaliderende ziekte. En daar valt weinig aan te genieten. Maar nee. Daar is niets aan te doen. Dus moet ik maar flink genieten? Zoiets zeg je toch ook niet tegen iemand met kanker of MS?’

‘Iedereen heeft wel wat,’ zemelt het mens vrolijk verder. Nou moe. ‘Ik heb bijvoorbeeld een versleten knie,’ glimlacht ze vals. Huh? Hoor ik het nu goed? Gaat ze die troefkaart uitspelen? Jazeker!

‘Ik kan bepaalde dingen niet die jij wel kunt,’ wrijft ze het er nog eens in. Heks betwijfelt het, ‘noem maar eens iets’ wil ik roepen, maar ik ga die strijd niet aan. Ik heb ook rare knie tegenwoordig.

Alsmede een vreemde voet, gekke ellebogen, klotsschouders, een kraknek, scoliotisch feestje in de wervelkolom een een hectisch nek-herniaatje…… Dit alles overgoten met een artrotisch sausje. Jammie!

Ik weet dan ook niet hoe snel ik weg moet komen bij die gezegende gek. Wat gaan we nu krijgen? Als ik niet lieg dat ik gelukkig ben doet zij het wel. ‘Je doet het heel goed, Heks. Dat vind ik echt heel knap. Maar ik denk niet dat je ook maar ergens hulp zult vinden. Je zult het echt helemaal zelf moeten doen. Je eigen therapeut zijn als het ware…..’

Hetgeen ik al dertig jaar ben. Dat is juist mijn ellende, ik moet het altijd maar uitzoeken in mijn eentje. Daarom heeft mijn huisarts me naar dit mens gestuurd. Om me te ondersteunen. Niet om over haar eigen kwaaltjes te beginnen!

Als ik thuis ben ben ik nog niet bekomen van dit bijzonder onaangename gesprek. Moet ik me weer verdedigen dat er echt iets aan de hand is. Zit iemand me weer min of meer beter te verklaren. En als dat niet helpt heeft iedereen wel wat. Het lijkt verdorie wel een gesprek met mijn zuster. Die zegt dat ook altijd.

Maar goed. Ik ben ook wel heel erg moe vandaag. Keelpijn van vermoeidheid. Misselijk en draaierig. Lallerig en halfzacht. Dat krijg je ervan als je een paar uur naar een feestje gaat. Moet je ook niet doen, gare Heks.

‘Zou het je niet heel erg veel energie kosten, dat gescheld?’ vraagt de begeleidster nog als klap op de vuurpijl, voordat ik weg ga. Niet begrijpend kijk ik haar aan. Wat bedoeld ze nu weer. Ik heb haar verteld, dat ik mezelf vaak op gang scheld. Vooruitschop. Het is regelmatig de enige manier om iets voor elkaar te krijgen……

‘Nou, schelden kost gewoon heel veel energie. Misschien als je het nu eens allemaal aardig aan jezelf zou vragen…..’

Ach, Heks word toch zo moe van dit soort gezemel. Al dertig jaar krijg ik vergelijkbare flauwekul naar mijn kop als het over mijn ziekte gaat. Alsof ik ME heb, omdat ik teveel scheld. Wat een gelul.

Voordat ik ziek werd schold ik nooit. Ik liet me verrot slaan en hield mijn kop. Ik liet me kleineren en zei geen stom woord. Ik liet me afknijpen en accepteerde zonder morren. De grootst mogelijke ellende heb ik zonder enig protest verstouwd. En toch ben ik ziek geworden.

Of misschien juist.

Op de valreep geeft de dame me nog een folder. ‘Welzijn op recept’ staat er op. ‘Die mensen komen bij je thuis om samen aan je gezondheid te werken,’ licht ze toe. Het wordt volgens haar vergoed. Nou ja. Misschien is vandaag toch niet helemaal nutteloos geweest. Ze bedoelt het in ieder geval goed. Ook al heeft ze geen idee.

Wonderlijk eigenlijk. POG GGZ is wel een vak, waar je voor wordt opgeleid. Dus dit verwacht je niet bij een consult.

‘Dank je wel, ik wil het hier verder bij laten. Ik moet eens goed nadenken waar ik dan wel de ondersteuning kan vinden, die ik behoef,’ ik geef haar een hand. ‘Niet te hard schudden,’ waarschuw ik.

Volgens haar bestaat zoiets niet. Moet ik van dat idee af. Dat ik ergens zou kunnen worden geholpen. Genieten is haar devies.

Dat is nog steeds het protocol hier ter lande. Diemensen met ME moeten worden gestimuleerd om weer te bewegen, te genieten en eindelijk eens op te houden met zeuren over niet bestaande kwaaltjes. Zucht.

 

 

 

Heks pakt Dik Trom uit de kast. Wat een schat is dat! Die kleine dikke branie. Vertederd lees ik het verhaal helemaal. Vooral de redding van een heks maakt me blij. Het gaat over mij!

Vorig weekend begin ik in Dik Trom. Ik heb het een tijdje geleden cadeau gekregen van Buurman Carlos. Een herinnering aan de tijd, dat wij samen furore maakten met ons ‘Dikkertje Tromkoor’. Een koor bestaande uit twee mensen. Buurman en Heks.

‘Het is een hele klus hoor, zo’n koor met z’n tweetjes…’ riepen we altijd in koor als er wenkbrauwen omhoog gingen. Of als er lastige vragen volgden.

Gedurende een klein jaar hadden we veel succes met ons koor. Niet in de zin van roem. We waren eerder berucht dan beroemd. Geen land mee te bezeilen! Wat een mafkezen! Ja, het Dikkertje Tromkoor heeft zijn sporen echt verdiend.

In mijn jeugd heb ik wel eens een verhaal van Dik Trom gelezen, maar dat is wel erg lang geleden intussen. Heks staat er dan ook van te kijken hoe geweldig leuk ‘Uit het leven van Dik Trom ‘ is! Vooral het verhaal over de heks van de Achterdijk spreekt me natuurlijk enorm aan.

Dik, de schat, is heel lief voor deze heks. Waar alle anderen in het dorp kwaad over haar spreken, helpt hij haar uit de brand. En als de Vrek dreigt om haar uit haar huisje te zetten, speelt Dik zelf voor heks. Door een kromme kachelpijp gilt en loeit hij door de schoorsteen naar de krentenkakker, terwijl zijn vriend Piet van Dril op ramen en deuren bonst.

Het heeft effect: De heks mag in haar huisje blijven wonen samen met haar doodzieke man. Een kostelijk verhaal, ik herlees het een paar keer!

Alles loopt overigens goed af in dit boek. Dat is ook zo fijn. Een kleine overzichtelijke dorpsgemeenschap, waar alles op zijn pootjes terecht komt uiteindelijk. Heks tekent ervoor.

Helaas woon ik in de grote stad. Ik heb geen goeiige dikke beschermer, die bij mensen, die me dwarszitten door de schoorsteen schreeuwt tot ze er bijna in blijven van schrik. Vooral dat laatste lijkt me wel wat.

tekening van Joh. Braakensiek

De ouders van Dik zijn ook bijzonder. Ze laten hem enorm vrij en straffen hem niet voor zijn streken. Ze steunen hem door dik en dun en moeten ook vaak enorm lachen om zijn fratsen. ‘Het is een bijzonder kind en dat is ‘ie’, ligt de vader in de mond bestorven.

Niks lijfstraffen en zonder eten naar bed. Niks omdat ik het zeg.

Het leuke aan Dik Trom is dat hij geen sukkeltje is. Het is een branie. Achterstevoren op een ezel zitten, wie doet dat nou? Ja, hij! Zijn vrienden hebben dan ook heilig ontzag voor hem.

tekening van Joh. Braakensiek

Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld om dikke mensen te pesten. Dik zou er een hele klus aan hebben om zich net zo mateloos populair te maken op een moderne school. Ja, te gek voor woorden natuurlijk.

Maar er staan ook hele vreemde dingen in dit ouderwetse kinderboek. Dingen, die nu echt niet meer kunnen. Sylvana Simons zou zich een rolberoerte ergeren als ze het laatste hoofdstuk onder ogen zou krijgen, waarin Dik uit geldgebrek bijna naar Suriname vertrekt om een negeropstand te helpen neerslaan…….

tekening van Joh. Braakensiek

Het ‘Dikkertje Tromkoor was eigenlijk een zeer passend eerbetoon aan deze oude volksheld. Met onze dwarse liedteksten en doldwaze theateracts wisten we ons publiek ook behoorlijk op het verkeerde been te zetten.

Ik ben op een idee gekomen: Ik ga weer eens wat kinderboeken uit de kast halen. Ik heb nog een hele plank ergens staan. Eerst maar eens die van Roald Dahl herlezen. Die boeken staan bij Heks met stip bovenaan!

Kieviet met gezin

Kieviet met gezin

C.Joh. Kieviet (1858-1931) is één van Nederlands bekendste kinderboekenschrijvers. Wie kent niet de avonturen van  “’t is een bijzonder kind, dat is ie’’ Dik Trom? Maar dorpsonderwijzer Kieviet schreef veel meer: bijna vijftig jeugdromans en verhalenbundels.  

 

Nee is nee is best OK. En wie niet horen wil moet maar voelen. Heks mijmert over het vreemde fenomeen dat mijn neen zelden wordt verstehen. Wat in iemands kop zit kun je nooit weten. Soms is het een tumor. Soms tegen beter weten volharden in je plannetjes. Ook al kun je dat gevoeglijk vergeten……

‘Zal ik je eens lekker masseren?’ vraagt Hawk voor de zoveelste keer. En opnieuw leg ik hem uit, dat ik er geen behoefte aan heb, dat het niet gaat gebeuren. Nooit. Maar ik word er wel een beetje flauw van. Hij heeft er duidelijk zijn zinnen op gezet. ‘Ik heb een lastig lijf, Hawk. Ik word met enige regelmaat gemarteld door een heel team fysiotherapeuten. En daar laat ik het bij.’

En ik heb er sowieso geen behoefte aan. Ik weet heel goed wie ik wel aan mijn lijf wil hebben…….

Grenzen, grenzen en nog eens grenzen stellen. Bewaken. Hanteren. Iets dat me van nature niet goed afgaat. Maar door schade en schande wijs geworden stop ik er nu veel meer energie in. Het gaat me niet meer gebeuren, dat ik voor nare verrassingen kom te staan. Zoals die keer jaren geleden, dat een oude man zich stiekempjes uitkleedde in mijn woonkamer, terwijl hij geacht werd een fles wijn open te maken.

Heks gaf intussen de katten eventjes eten. In de keuken. Toen ik me weer bij hem wilde voegen zat hij spiernaakt op mijn Perzische tapijtje met zijn dikke oude mannenbillen. Om me vanuit die positie onverhoeds te bespringen. Met veel moeite heb ik zijn rimpelige maar sterke lijf, hij was beeldhouwer, de deur uitgewerkt.

Hij heeft me nog weken gestalkt, maar opeens was hij dood. De man bleek door een hersentumor enigszins ontremd te zijn geraakt. Ik heb het hem dus maar vergeven, maar vergeten ben ik het niet.

Heel soms, als ik zijn fallische beelden her en der hier in de stad zie staan, krijg ik nog wel eens de aanvechting om er eentje om te zagen. Met een plasmasnijder moet het lukken!

Hawk en Heks hebben het altijd heel gezellig. En dat wil ik natuurlijk graag zo houden. Samen een hapje eten of een half glas wijn delen, even lekker met de hondjes lopen, een bosje bloemen voor mij en een potje jam voor hem……. Nu zitten we weer heerlijk in een strandtent uit te rusten van een wandeling. Allemaal ontzettend gezellig! Maar masseren is geen optie.

‘Mijn ex, Bot Not, zei altijd dat mensen niet naar me luisteren, door de manier waarop ik dingen zeg,’ vertel ik Don, die die tobbende botterik ook heel goed gekend heeft, ‘Volgens hem had ik het helemaal aan mezelf te danken dat iedereen altijd en eeuwig over mijn grenzen walst.’

De Don wordt kwaad. ‘Wat een onzin, Heks, als je toch duidelijk iets tegen iemand zegt en die persoon luistert niet naar je, dan is het gewoon een eikel.’ Hij heeft gelijk. Die botte narcist uit mijn verleden liet me inderdaad altijd kletsen. En dan gaf hij mij daarvan ook nog de schuld! Narcist eigen.

En niet alleen hij. Mensen, die ik duidelijk maakte dat ik geen zin had in hun hopeloze vreemdgangersverhalen bijvoorbeeld, duwden die onverkwikkelijke geschiedenissen vervolgens even zo hard door mijn strot.

Of ik wees zo respectvol mogelijk iemand af, die graag een relatie met Heks wilde, om er vervolgens achter te komen, dat die persoon zo ongeveer dacht dat ik intussen wel eens verliefd op hem was. Waarop ik weer afwees. Wat dan weer heel anders werd geïnterpreteerd. En dat dan vijfentwintig keer achter elkaar. Met verschillende kandidaten.

En zo kan ik wel tien miljoen voorbeelden geven, waarin mijn stemgeluid werd versleten voor gezaag. Of achtergrondgeruis. Of waar mensen iets heel anders meenden te verstaan, dan dat er werd gezegd. Ja is nee. En nee is ja.

Ik ben niet de enige met dit probleem. Hele volksstammen denken dat nee ja betekent. Of ze vinden dat dat zou moeten……

‘Je weet nooit wat er in iemands kop omgaat, dat is de grootste les, die het leven me geleerd heeft,’ hoorde ik ooit een spiritueel leraar op televisie verkondigen. En het is waar. Je weet het niet.

Het kan heel goed zijn dat Hawks aanbod om me eens lekker te masseren heel onschuldig is. Ik ken hem nog niet goed genoeg om dat te beoordelen of in te schatten.

Maar ook in dat geval zie ik er geen heil in. Er zijn genoeg andere dingen, die ik graag met hem deel. Maar masseren bewaar ik voor mijn nieuwe lief. Mijn aanstaande. Die nogal op zich laat wachten…….

Ik hoop dat hij het een beetje in zijn vingers heeft!

 

 

 

Goede reis Stephen Hawking! Ik hoop dat je nu alles snapt, bevrijd van je lamme lijf en de vloek van ons driedimensionale voorstellingsvermogen. En misschien ontmoet je wel je Schepper. Je vrouw heeft er hard genoeg voor gebeden…….

De laatste paar weken denkt Heks veel aan Stephen Hawking. Niet omdat ik hem persoonlijk ken en vermoed dat hij zijn laatste levensfase in gaat. Nee. De film over zijn leven, die ik onlangs heb gezien is blijven nagalmen in mijn hoofd. En hart.

Heks is zelf chronisch ziek. Ik zou eigenlijk nu wel eens in een verpleeghuis kunnen zijn beland, maar deze gifkikker springt nog steeds rond. Niet meer zo hoog als vroeger. En beduidend korter.

En altijd met pijn. Kon ik er in het verre verre verleden eindeloos tegenaan met mijn wagonlading energie per dag, nu moet ik het doen met tien theelepeltjes van hetzelfde spul: Levensenergie.

Het fascineert me dan ook om te zien hoe deze man met zijn brakke lamme lijf de hele wereld over reist om over het heelal te praten. Hoe krijgt hij het voor elkaar? Hij kan niet eens praten. Dat doet zijn stemcomputer voor hem. Door een nog functionerende gezichtsspier te bewegen kan hij letters aanwijzen en op die manier woorden vormen. Een tijdrovend klusje.

Op de avond van zijn overlijden kijk ik naar een uitgebreid interview van de Ierse presentator Dara Ó Briain met deze Britse theoretisch natuurkundige en zijn omgeving in de documentaire Het bijzondere leven van Stephen Hawking.  

Weer raak ik gefascineerd door zijn onvermoeibare inzet voor zijn vak. Volgens hem heeft zijn liefde voor natuurkunde hem in leven gehouden. Zijn eerste vrouw Jane heeft altijd voor hem gebeden, maar betwijfelt zelf of dat de truc gedaan heeft bij deze verstokte atheïst.

‘Stephen kon een heel universum vormen in zijn hoofd. Hij kon natuurlijk niet meer op een bord tekenen en dergelijke. Dus hij moest wel. Op die manier kwam hij tot zijn theorieën,’ een oud collega van hem kan er nog niet over uit,

‘Hij was echt geniaal, hoor. Dat merkte je bijvoorbeeld in discussies met andere wetenschappers. Ongeacht wat je naar voren bracht, hij diende je direct van repliek!’ Er ging een hele wereld schuil achter dat kleine voorhoofd……

Zijn zoon vertelt hoe zijn vader hem eens antwoordde op de opmerking ‘Pappa, kunnen er overal kleine universa zijn? In allerlei dimensies? Is dat mogelijk?’ met ‘Er is geen idee gek genoeg om te onderzoeken.’ Niks: ‘Doe niet zo raar, zit niet zo dom te lullen, dat kan niet. Omdat ik het zeg.’  Verfrissend.

Heks raakt helemaal geïnspireerd. In mijn hoofd zitten hele universa verborgen. En ik heb de meest krankzinnige ideeën over de schepping en het heelal. Ik ben dan wel geen natuurkundige, hoewel ik het altijd een mooi vak heb gevonden. Ik ben een mystica. Ook mijn hoofd reageert op symbolen en waarnaar ze verwijzingen. Maar ik heb een iets ander invalshoek. Ik roep al heel lang, dat mijn vak van toverheks heel erg logisch is.

Wiskunde met haar Heilige Geometrie overlapt in mijn optiek mijn invalshoek en die van de natuurkunde. En alchemie natuurlijk. Alleen delven wij het goud in ons hart.

Misschien doe ik het wel zo goed met mijn ziekte, omdat ik altijd bezig ben gebleven om met te verdiepen in esoterie. Was ik zonder mijn heksenbezem al lang in een rolstoel beland. Of chronisch in bed.

‘Heb je ook pijn,’ vraagt Dara Ó Briain aan Hawking, zo’n drie jaar geleden. ‘ALS gaat niet gepaard met pijn. Ik ondervind wel ongemak, omdat ik niet kan gaan verzitten in mijn rolstoel.’ Gelukkig maar. Pijn is niet fijn verzeker ik je.

‘Wat ik veel vervelender vind is dat ik niet terug kan praten als iemand tegenover me zit. En mensen hebben niet altijd het geduld om te wachten tot ik ben uitgetypt.’

Tel uw zegeningen, Heks. Jij kletst altijd als de beste. Iedereen komt altijd overal naar je toe voor een gezellig praatje. Je loopt kaarsrecht met je rare rug. Je ziet aan niets hoe belabberd je er eigenlijk bijhangt. En dat is best lastig af en toe. Want je wordt veel te hoog ingeschat. Maar het is ook een groot goed.

 

Bill’s roep om vergeving spant de kroon in The Bold And The Beautiful: ‘Jij kunt zo goed vergeven. Jij vergeeft als geen ander!’ maant hij zijn zoon. Die heilige sojaboon. Maar ook een heilige haalt adem. Lange adem: in en uit. Tot het op is. Over en uit.

Vandaag zit ik weer schaterend te kijken naar The Bold. Ik loop een paar dagen achter, dus ik kan mijn lol op. Maar terwijl ik me suf lach om narcist Bill, die denkt zich overal uit te kunnen leuterkoeken, zelfs uit het feit, dat hij de vrouw van zijn zoon heeft geneukt, genaaid en gepaald, dwalen mijn gedachten af naar herkenbare situaties in mijn eigen leventje.

‘Jij kunt altijd zo goed vergeven, niemand kan zo goed vergeven als jij. Je moet je vrouw vergeven. Je moet mij redden van mezelf, jij bent degene die deze familie bij elkaar houdt,’ schreeuwt Dikbill  wanhopig als hij de strijd niet kan winnen. Welja. Vergeef hem maar weer, voor de zoveelste keer.

Een narcist vergeven heeft totaal geen zin. Hij ziet dat slechts als een uitnodiging om hetzelfde nog eens te doen. En dan erger. En het ergste is: Ze hebben er geen erg in. Het zijn mensen zonder enige vorm van zelfbeschouwing. Alles ligt altijd aan de ander. En als ze er dan niet onderuit kunnen dat ze fout zaten, dan jammeren ze als een klein kind, dan hebben ze het toch zo moeilijk: Je moet hen maar zo snel mogelijk vergeven!

Heks heeft ook heel wat vergiffenis uitgedeeld aan volstrekt onverschillige veelplegers. Een ware aanmoediging om maar door te gaan met die praktijken is gebleken, want ook ik ben meermalen door dezelfde mensen eindeloos diep gekwetst. Respectloos behandeld tot op het bot.

‘Liefde en respect is hetzelfde,’ zei ooit een kruidenmannetje tegen me, toen ik bij hem in behandeling was, ‘Als je familie je respectloos behandelt, kun je niet spreken van liefde. Ook al zeggen ze dat ze van je houden….’ Ik lag finaal in de clinch met mijn clan en was naarstig op zoek naar middelen om de harmonie te herstellen. Een harmonie, die er nooit geweest was overigens. Behalve in mijn heksenhoofd.

Mijn hardwerkende overuren makende drukke heksenhoofd.

Een paar jaar later zat die kruidenkwibus in de bak. Hij had zich vergrepen aan een minderjarig vrouwelijk familielid. Meermalen. Jarenlang. Gewelddadig. En het bleef niet bij dat ene familielid……..

Uiteindelijk deed iemand aangifte. Omdat zijn eveneens zeer kwaadaardige vriendin het gefilmd had, hetgeen de politie natuurlijk terugvond op zijn computer, kwam de incestpleger er niet onderuit. De gelauwerde kruidenman, die zijn mond vol had over respect.

Een typische narcist. Of eigenlijk meer een psychopaat. Bizar toch? Hoe die man jarenlang iedereen voor het lapje heeft gehouden? Inclusief een oude vriendin van Heks, die jarenlang voor de griezel gewerkt heeft. Voor haar is dit een enorme klap geweest. Dat weet ik zeker.

Een psychiatrisch onderzoek heeft uitgewezen dat de gedragingen van de verdachte kunnen worden gerekend tot ‘parafilie’, een verzamelnaam voor uiteenlopende seksuele stoornissen die gekenmerkt worden door terugkerend, sociaal minder aanvaarde fantasieën, drang of gedrag ter opwekking van seksuele opwinding.

Grenzeloze en kwaadaardige mensen. Je vindt hen overal. In alle lagen van de maatschappij. In alle beroepen. Er zijn wel meer mannelijke gevallen, dat is dan wel weer opvallend. Het zou ermee te maken kunnen hebben, dat jongens nog steeds een flinke streep voor hebben in het leven. Een enorme lange en brede streep. Een scheidslijn van jewelste.

En ook is bekend, dat je narcisten kunt kweken. Er zijn aanwijzingen dat er genetische componenten meespelen, maar van je lieve jongen een prins op de erwt maken werkt deze persoonlijkheidsstoornis absoluut in de hand. Dus.

Heks loopt ook al weer tijden met dat vergeef thema te worstelen. Op zich ben ik ook erg goed in vergeven. Ik ben vergeven met vergeven. Maar sinds mijn lange adem op is en ik er geen tandje meer bij kan zetten is de vergeefkoek opeens ook op. ‘Stom kutwijf, achterlijke eikel,’ scheld ik in plaats daarvan op alle ellendelingen, die me een kutgevoel bezorgen.

Vergeven doe je voor jezelf. En daarom moet je je er maar niet te druk om maken als iemand je smeekt om vergeving. Jezelf vergeven is veel belangrijker. En dat kan de smekeling ook best eens ontdekken.

Bovendien: Als je jezelf vergeeft is de kans klein, dat je nog eens in de fout gaat. Daarom is het zo waardevol om jezelf te kennen. En te omarmen. Vast te houden. Te vergeven dat je niet kunt vergeven. Of er eventjes helemaal geen zin in hebt.

 

Knibbel knabbel kneusje. Wie kreukelt er door heksenhuisje? Het is die kol, die toverkol. Piepend als een muisje. Schuddebuikend van de pret ook. Om een zeperd in een domme soap. Een lachend levend lijk! Hihihi, hahaha. Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Knibbel knabbel kneusje. Wie kreukelt er door heksenhuisje? Het is die kol, die toverkol. Piepend als een muisje.

Oh, oh, wat is mijn favoriete soap weer grappig momenteel. Sinds kort volg ik em weer met enige regelmaat. De intriges binnen deze omhooggevallen familieclan zijn weer onwaarschijnlijk, maar dat is het echte leven ook. Smullend zit ik ernaar te kijken onder het genot van een kopje koffie en een ontbijtje.

‘Hahaha’, lacht Heks als iemand een vaderschapstest vindt in de tas van zijn zwangere vrouw. ‘Hihihi,’ giebel ik als ik in een volgende scène de vader van het slachtoffer zie beweren, dat hij een goede vader is. Ondanks dat hij zijn piemel in de vrouw van zijn zoontje heeft gestoken.

Hij zegt tegen een foute doch zeer loyale werknemer/vriend zeer veel van zijn zoon te houden. ‘Ik zou hem nooit pijn willen doen!’ Huh? Zijn vrouw verleiden valt daar blijkbaar niet onder. Nee. ‘Het feit dat je het daarbij laat duidt op jouw sublieme vaderlijke eigenschapen…. ,’slijmt zijn foute vriend. Nou ja. Niet te volgen…. Toe maar!

‘Misschien vindt hij zichzelf wel zo’n geweldig goede vader, met zulk topzaad, dat hij zich de aangewezen persoon voelt om zijn schoondochter te bezwangeren…..,’ gniffel ik hikkend om andermans fictieve ellende.

O jeetje. Nu moet ik helaas prikken halen en ik wil ze deze keer niet missen. Midden in de escalatie van een wekenlang zorgvuldig opgebouwd drama. Maar ja, prikken zijn belangrijker, want ik heb een gigantisch snothoofd.

De snotterigheden zijn zich al dagen aan het verzamelen in de diverse holtes in mijn verkouden hoofd. Om zich uiteindelijk pijnlijk vast te zetten in mijn voorhoofd. Dit in combinatie met de gereactiveerde whiplashnek van de laatste tijd verandert mijn hele heksenkop in spergebied.

Snel spring ik op de fiets. Ik zet em op de hoogste stand en snor de straat uit met een jakkerend hondje naast me. ‘Kom op, kleine smurf, we moeten ons haasten. De vrouw heeft er te lang over gedaan om uit de kreukels te komen…..’

Gelukkig mag ik er nog in bij de doktersassistenten. Ze zijn namelijk best streng. Soms heb ik me de tandjes gehaast om vervolgens onverrichterzake weer weg te gaan, omdat ik een paar minuten te laat ben.

Maar vandaag heb ik geluk. Binnen een paar minuten zijn er een paar injecties bij me naar binnen gejast. B12 in mijn kikkerbil en een enorme wesp heeft een heel gemeen bijtend goedje in mijn schouder geprikt. Citrus! Daarbij verbleekt de eveneens ellendige B12 spierprik.

Toch laat ik me twee keer per week zonder morren te grazen nemen. Beide injecties hebben hun nut ruimschoots bewezen. Zonder de B12 zat ik chronisch met mijn vingers in fictieve stopcontacten te prakken. En zonder de citrus waren mijn snotverloren voorhoofdsholtes nu zwaar ontstoken……

Pompediepom. Wat is dat toch raar. Je kunt je doodziek en zwaar beroerd voelen en toch een goed humeur hebben. Het zal wel zoiets zijn als mensen met alles wat hun hartje begeert, die steen en been klagen. Maar dan andersom.

Ik fiets de hele Singel rond. Mooi, dan heeft dat mormel alvast een goeie ronde gehad. Nu gauw naar huis en weer mijn bedje in. Jeetje, wat ben ik belabberd. Goedgehumeurd, maar tevens halfdood. Een lachend levend lijk!

Eenmaal thuis staat mijn hulp op de stoep. VikThor springt een gat in de lucht: Hij is stapelgek op mijn nieuwe thuiszorg! En dat is wederzijds.

‘Ik doe vandaag niets,’ waarschuw ik haar maar direct, ‘Ik ben zo gammel als een ouwe geit met lubberige fruituiers en uitgezakte kaaskuiten.’ Dan zie ik plotseling dat de deur van de vriezer op een kiertje staat. Huh? O jee! Nu moet ik toch aan de bak, want de hele koelkast staat onbedoeld te ontdooien.

Uren later kan ik dan eindelijk nog eens naar die soap kijken. Naar die hopeloze steenrijke narcistische vader. Naar de dochter van een andere narcist, getrouwd met de zoon van narcist nummerje 1. Gepakt door diezelfde narcist nr 1.

Heks moet er erg om lachen, echt tot tranen toe, maar alleen maar omdat het allemaal nep is. In het echt is het niet zo grappig. De vergaande vrijheden, die narcistische idioten zich permitteren. En de gestoorde verhalen, die ze ophangen om het achteraf ook nog te rechtvaardigen. Want zij zitten nooit fout. Welnee.

Je neukt de vrouw van je zoon, maar bent toch een goede vader. Heks snapt de redenering niet, maar ik heb al vaak vergelijkbare lulverhalen aangehoord in het werkelijke waarachtige leven. Nog onwaarschijnlijker zelfs. Want er wordt wat afgerommeld in de wereld. En niet alleen door narcisten.

Heks kent mensen, die door iedereen ongeveer als heilige worden gezien, maar die intussen stiekem de kat in het donker knijpen. Hun eigen partner belazeren alsof het niets is. Om zich beter te voelen vertellen ze het dan aan Heks. Ook al heb ik een bloedhekel aan die verhalen. Ook al heb ik zwaar de pest aan liegen, bedriegen, vreemd gaan en dergelijke.

Heks vertelt het echter niet verder. Misschien moet ik dat maar eens gaan doen, dan is het vast zo afgelopen met die idioterie!

Heks is helaas nooit als heilige gezien. Ik sta te boek als lellebel. Omdat ik een vrije vrouw ben, die beschikt over haar eigen seksualiteit. In een patriarchaat. Uitermate verdacht dus….

Dat ik niet met getrouwde of anderszins gebonden partners wens te verkeren is nog nooit iemand opgevallen. Maar als de kwijl langs de kin van zulke ontrouwe getrouwde types druipt als ze met me staan te praten heb ik het toch gedaan! Als sloerie ende slettenbak.

Vanmiddag zit ik in bed het laatste deel van de soap te kijken. Naar de narcistische karakters, die borg staan voor het succes van de serie. Want laten we wel wezen: Het zijn hopeloze en gevaarlijke mensen, die psychopaten en narcisten.

Heel voorspelbaar in hun vernietigende gang door het leven, in die zin dus best vrij saai. Maar met hun volstrekt gestoorde gedrag en idiote uitspraken volmaakt geschikt voor een goeie soap!

Denk maar aan Trump, die zou zo kunnen meespelen! Misschien een leuke carrièreswitch in de nabije toekomst. Iedereen blij. Hij kan zich schaamteloos oranje laten grimeren, zijn lippen laten opspuiten tot ongekende hoogten en elke dag een andere pruik op.

Hij kan straffeloos zijn geliefde nepnieuws verkondigen. Alleen tegenspeelsters betasten  is er niet meer bij sinds MeToo. zelfs niet voor mannen met geld en macht. Dat is dan toch jammer voor hem. Misschien een dealbreaker bij deze verder overigens perfecte baan.

En wij? Wij lachen ons dood!

Waarom lachen we om andermans leed?

Van Dijk wil leedvermaak geen negatieve emotie noemen. ‘Wij noemen het juist een positieve emotie in die zin dat leedvermaak ons psychologische voordelen oplevert. Op de een of andere manier is het goed voor onszelf – omdat het bijvoorbeeld ons rechtvaardigheidsgevoel bevredigt of ons zelfbeeld opschroeft.’

Soms ben ik mezelf niet en laat ik alles uit mijn handen vallen. Of ben ik dan juist meer mezelf? Kwaad worden op mezelf helpt in elk geval geen zak in zo’n geval. En als dit is wie ik ben wil het in geen geval blijven….. Ken jezelf. En lach erom!

Vrijdagmorgen gooi ik de kopjes door de kamer. Nou ja. Een glas, een bord en een schoteltje liggen nog voor het ontbijt aan gort op de keukenvloer. Hopla, dat begint weer lekker. Misschien trek ik nog bij, maar met een beetje pech gaat dit de hele dag zo door.

Een goed uur later ben ik er uit. Het gaat de hele dag zo door. Een pak melk vliegt sproeiend door de lucht. Koffieprut vliegt om mijn oren. Mijn pogingen om er dan nog maar een shot caffeïne tegen aan te gooien worden direct verijdeld.

Ik laat werkelijk alles uit mijn handen vallen, dus ik ben al vijfenzestig keer voorover gebogen om het gevallene weer op te rapen. Bij wijze van alternatieve ochtendgymnastiek. Met speciale muzikale begeleiding: Zwaar gesteun en gekreun, want mijn lijf doet pijn. Au, au.

Mijn wekelijkse prikken heb ik ook al gemist, want ik ben dwars door de wekker heen geslapen. En ik liep natuurlijk vannacht om vijf uur de hond uit te laten, dus echt fris en uitgeslapen ben ik ook niet. Kommer en kwel. Let wel!

Later zie ik een programma op een christelijke zender. Het gaat over een man, die er een ongelofelijk potje van heeft gemaakt.  Drank- en drugsmisbruik loopt als een rode draad door zijn leven. Een spoor van vernieling, ellende en narigheid sleept achter hem aan.

Mensen vertellen de meest verschrikkelijke verhalen over hem, geïllustreerd met foto’s van een ontaarde jongeman op een podium. Een microfoon in de hand zingt hij de sterren van de hemel. Of hij denkt dat te doen. Tussen zijn oren zit een lijn coke. Er loopt duidelijk een streepje door!

Opvallend is weer hoe de man zijn gedrag als verslaafde bagatelliseert achteraf. Hij heeft de mond vol over zijn ellendige jeugd, zijn mislukte huwelijk en zijn onvermogen om zichzelf te zijn gedurende het grootste gedeelte van zijn leven. Maar slechts 1 keertje hoor ik hem zeggen dat hij anderen veel pijn heeft gedaan. Helaas.

Het is des mensen. Onze eigen pijn voelen we als de beste, maar de pijn die we bij anderen veroorzaken zijn we zo vergeten. Als we het überhaupt al in de gaten hebben. Vooral onze narcistische en psychopatische medemensen missen dit vermogen ten ene male……

De man op de televisie is echter in de Here geraakt. Eerst hielp het niet echt tegen zijn coke verslaving, maar uiteindelijk heeft de hand Gods zijn verlangen naar dit goedje er met een grote klap uit geslagen, toen hij wanhopig op het strand liep te jammeren. Nu is hij gelukkig. Zijn omgeving is dolblij! Hij schildert en schrijft. Eindelijk kan hij zichzelf zijn.

Jezelf zijn.

Jezelf zijn is fijn. Als je jezelf dan uiteindelijk gevonden hebt. Na jarenlange strijd en extreme zelfmedicatie tegen die putdiepe zielspijn van het niet met jezelf verbonden zijn.

Jezelf zijn. Je kunt de televisie niet aanzetten of er is wel een talentenjachtachtig programma aan de gang, waarbij de winnaar beweert vooral zichzelf te zullen blijven. Heks vindt dit altijd kostelijk vermakelijk. ‘Ja, ik blijf echt gewoon mezelf,’ kwezelt er weer eentje, terwijl ik lig te hikken van de lach in mijn bedje.

‘Ik ga echt mezelf blijven, hoor,’ terwijl je geen idee hebt wie je eigenlijk zelf bent is ook komisch. Ja toch? Dat eeuwige hopeloze afgescheiden zelf. Dat zelfzuchtige zelfje is bepaald geen elfje. Of engel. Een bengel is het. Een strontvervelend kwezelke.

Niet jezelf blijven, maar jezelf leren kennen lijkt mij persoonlijk een beter idee.  Ken uzelf, gnothi seauton, Nosce te ipsum.  Heks is bepaald niet de eerste die op dit idee gekomen is.

Om jezelf te leren kennen moet je eerst stil worden. Zodat je jezelf kunt verstaan. Zodat je kunt ontdekken dat je zelf niet is afgescheiden van de rest. Zodat je je verbonden kunt voelen. Oh wonder!

Vandaag laat ik alles uit mijn handen vallen. Ik buk een keer of honderdachtentachtig om alles weer op te rapen. Ik raap mezelf als het ware op van de grond. Liefdevol. Na eerst een potje schelden. Uit machteloze frustratie.

Ken jezelf, maar vooral: Houd van jezelf. Kietel jezelf. Til jezelf op…… Lach om jezelf!

Ik zeg het tegen mezelf. Vooral tegen mezelf. Mijn eigenste heksige verbonden zelf!

Wie schrijft blijft er in spin de bocht gaat in. Overal een mooi verhaal van maken, de roestige spijker precies op de kale kop raken of gewoon de boel vermaken? Heks heeft geen idee in welke richting haar gekrabbel kriebelt. Toch neem ik maar een jaartje respijt. Ik wil mijn heksenblog nog niet kwijt!

Afgelopen week wordt er weer honderd dollar afgeschreven door WordPress. Ik kan er weer een jaartje tegenaan met mijn blog! Maar doe ik het ook? Ben ik nog een beetje schrijfs? Of is mijn vurige pen uitgeblust? Zijn de scherpe kantjes van mijn puntige potlood geslepen? Krijg ik geen prettige letter meer op papier?

Of gebeurt er gewoon niets in mijn amoebebestaan?

ja, Heks. Hoe zit het? Zelfs nu Phil terug is op de telvisie schrijf je nog steeds vrij weinig! Is er dan niets dagdagelijks de moeite waard om eens een blog aan te wagen?

Er is genoeg de moeite waard. Maar ik weet even niet hoe ik wil schrijven.

Toen ik een vijftal jaar geleden dit heksenblog lanceerde was het mijn oprechte doel en streven om te schrijven over inspirerende zaken. Teneinde mezelf aan de haren uit het gootsteenputje van mijn amoebebestaan te sjorren. Toverreceptuur voor een gelukkig bestaan…… Oog hebben voor het kleine geluk, dat gewoon op straat ligt! Hier om de hoek.

Na een goed jaar alles en iedereen de hemel in schrijven gebeurde er iets in mijn persoonlijk leven dat me de schellen van mijn idealistische ogen deed vallen. Dit blinde vinkje werd plots ziend. Bijziend vooral. En wat ik zag deed pijn aan mijn ogen.

Een dolk in mijn hart.

Een lange periode van verbaal bloggeweld brak aan. Vol zuur en bitter uitgebraakte verscheldsels. Niet alleen mijn eigen kleine heksenwereldje bleek boos en venijnig te zijn geworden. De echte wijde wereld kan er ook wat van! Hij blijkt eveneens bevolkt te zijn met narcisten en psychopaten. En ook daar kan ik geen mooi verhaal meer van maken.

Grimmig tekent de tand des tijds weer een paar idioten op in de geschiedenisboeken. Hun wanbeleid vreet de basis waarop we staan aan. Rechteloze mensen vluchten van hot naar haar. Overal worden deuren dicht gesmeten, zonder dat er een raam open gaat. Verbinding tussen de mensheid is verder te zoeken dan ooit.

Heks heeft afscheid genomen van alles en iedereen, die me vasthielden in een bepaald patroon. Mijn please please please patroon. Vol Woefdram-achtig gelach en het geven van buitenissige positieve aandacht aan Jan en Alleman. Mijn patroon om mensen op te peppen en een beetje op te tillen. Mijn verwoede edoch averechtse pogingen om harmonie te bewerkstelligen in een wereld vol kemphanen.

Begrijp me goed: Het werkt op zich wel. Als je bij voortduring je gloeiende best doet en een hele hele hele lange adem hebt. Als je er altijd weer een flinke schep bij wilt doen. Als, als…..

Maar het werkt niet voor mij. En dat is ook logisch. Vanuit een laag gevoel van eigenwaarde is het slecht kersen eten. Ik kan natuurlijk wel de hele wereld en de godganse mensheid voor gek verklaren. (Op zich best terecht, we zijn een plaag voor de schepping).

Ik kan natuurlijk met terugwerkende kracht woest worden op iedereen, die zonder enige vorm van respect mijn grenzen ooit met voeten getreden heeft. Ik kan me druk maken over mensen, die dit nog steeds pogen te doen.

Maar uiteindelijk schiet ik daar niet zoveel mee op. Het houdt me gek genoeg gevangen in dit onverkwikkelijke patroon. Als het negatief van een foto. Het beeld is er nog steeds. Sterker zelfs op de 1 of andere manier……

Ik wil echter niet meer schelden en tekeer gaan. Het is dodelijk vermoeiend en ik ben al zo moe. Maar ik wil ook nergens nog een mooi verhaal van maken. Dat laatste heb ik ook genoeg gedaan. Heks ging daar vrij ver in!

Je kunt wellicht beter flink schelden op iemand, die je een pak op je sodemieter geeft, dan dat je er een leuke anekdote van maakt. Dus: ‘Ik ben mishandeld door een narcist’ in plaats van ‘Ik ben niet voor niets zo ’n prachtige lange vrouw. Gewoon veel schoppen onder mijn kont gehad……’.

Maar goed. Zal ik nu nog een jaartje doorgaan met schrijven? Kijken welke kant het op gaat? Gewoon zoeken naar een nieuwe richting hierin?

Plotseling treft mij afgelopen week het inzicht dat ik kan schrijven wat ik wil. Ik betaal ervoor. Het is mijn eigen podium. Wie het niet wil lezen, leze het vooral niet.

En dat is ook een voordeel van flink afstand nemen van en me niet verliezen in. Van het gif niet meer zijn werk laten doen. Misschien kom ik nu ook eindelijk eens toe aan wat ik werkelijk wil schrijven. Niet langer slechts reageren op wat er op me af komt. Maar gewoon …….

Leven!

Er zijn meer hondjes die Fikkie heten. Dat blijkt maar weer! Maar of Heks worst lust van Fikkie………. (hij heeft ze net gebakken) Nee: Geef mijn portie maar aan Fikkie!

‘Hoi,’ groet Heks een oude vrind bij de sigarenboer op de hoek. We hebben elkaar in geen tijden gesproken. ‘Ik heb mijn nieuwe hond naar je genoemd,’ plaag ik hem vervolgens, ‘Kijk, dit is em. VikThor met zijn yin yang snor. Haha.’

Ik sta hartelijk te lachen. ‘Nou, dat is een bijster originele naam voor een hond,’ reageert mijn slachtoffer droog. Hij heeft gelijk. Van oudsher is Fikkie zo ongeveer de hondennaam.

Terwijl we staan te grappen is mijn monster achter de toonbank verdwenen. Daar vaandelt hij een lekker snoepje zoals gewoonlijk. Vandaag is er geen tijd om met de gulle gever over de vloer te rollen. De winkel staat vol klanten. Heks rekent af.

De oude vriend is ook klaar met zijn aankopen. Op de stoep spreekt hij me nog een keertje aan. ‘Ik ben niet zo aardig voor je geweest een tijdje geleden, Heks,’ piept hij met een benauwd gezicht. Ik kijk hem aan of ik water zie branden. Waar dan? En wanneer? En in welk opzicht?

‘Op Facebook,’ geeft hij direct toe. O ja. Hopeloos Facebook. Waar mensen menen alles te mogen beweren. Waar iedereen meent op alles te moeten reageren. Dit wankele podium waarop onze meest onzekere medemensen zich met enige regelmaat vergalopperen.

‘Ik kan het me totaal niet herinneren. Het zal weinig indruk hebben gemaakt,’ beledig ik hem onbedoeld direct terug, ‘Heb ik je er soms afgegooid?’ Dat is wat ik over het algemeen direct doe als mensen zich online vervelend gedragen.

‘Nee, dat heb ik gedaan. Maar nu heb ik er spijt van. Ik ga je een nieuw vriendschapsverzoek sturen……’ klinkt het opgelucht uit de mond van mijn oude vriend. Hij is dolblij, dat ik geen idee heb waar hij het over heeft.

Maar ja. Intussen is er wel degelijk een belletje gaan rinkelen bij Heks. Ja, hij deed iets vervelends. Maar wat precies? Dat ben ik vergeten. Er staat me vaag bij dat het over mijn ziekte ging. Vast weer iemand, die me uit heeft gemaakt voor zeurkous. Of aansteller.

Of misschien vond hij gewoon dat ik er überhaupt helemaal mijn kop er over moet houden. Dat gebeurt me zo vaak. Ik hou het niet meer bij.

Maar ik vind het niet OK.

Een dag later is er een nieuw vriendschapsverzoek binnen bij Heks. Het staat in de rij met verzoeken, waar ik nog eens goed over na moet denken. Niet dat ik nu zo kieskeurig ben op Facebook. De grootste kwallenjakken zitten er tussen mijn Facebookvrienden.  En mijn beste vrienden zitten vaak weer niet op dit medium.

Op zich is het een prima eigenschap om allerlei onbelangrijk gezever aan je kop zo snel mogelijk te vergeten. Maar om de deur dan maar weer open te zetten voor iemand om het nog eens te doen?

Nee. Daar begin ik niet aan.