Ex Animo voert de Matthäus Passion van Bach uit in de Pieterskerk te Leiden. Onder bezielende leiding van Wim de Ru. De kerk zit afgeladen vol. Het concert wordt zeer goed ontvangen, hoewel de recensie maar zozo is. Heks zingt weer mee. Uit volle borst. Wat heerlijk toch, dit jaarlijks terugkerend spektakel. Met mijn koor. Die geweldige Christelijke Oratoriumvereniging Ex Animo!

Woensdag is de dag. Het is weer zover. Hoera! We gaan gezamenlijk treuren in de Pieterskerk. Heks houdt dagen van tevoren haar gemak. Mijn koelkast staat vol klaargemaakt heerlijk voedsel, zodat ik daar geen omkijken naar heb. Mijn hondje logeert bij mijn hulp. Aan het eind van de ochtend haalt ze hem op. Ik heb mijn handen helemaal vrij.

Omdat er opnamen worden gemaakt voor ons jubileum volgend jaar worden we geacht om in koorkleding naar de generale te komen. Brrr. Het is ijskoud natuurlijk in die enorme grote kerk. Vanavond warmt het vanzelf redelijk op met al die enthousiaste toeschouwers, maar nu…… Heks doet een dik zwart vest over haar koorkledij.

Helemaal op tijd, haartjes gewassen, goeie kwast over de bleke kaken en in mijn lange zwarte rok arriveer ik in de kerk. Een enorme bijenkorf vol zoemende bezige bijtjes. Er worden extra stoelen klaargezet, want we zijn meer dan uitverkocht. Waxinelichtjes staan klaar om de pilaren. Het orkest zit al te stemmen en te rommelen. De zangers hollen door elkaar heen in het koorgedeelte.

We zingen kort in en daarna wordt de hele Matthäus doorgenomen. Op een incidenteel koraal na. Een behoorlijke klus. Het gaat natuurlijk niet goed, precies zoals het hoort op een generale repetitie. Noodzakelijk ook. Zodat iedereen zich een ongeluk schrikt en vanavond beter op gaat letten. Zodat de koorleden naar de dirigent gaan kijken in plaats van in hun boek…….

In de pauze ben ik mijn zangmaatje Anna kwijt. Ik vind haar terug in de kerk, waar ze stiekempjes zit te genieten van onze stamtafelgenoot, die vandaag continuo meespeelt met het orkest. Ze zijn nog steeds druk bezig. ‘Kijk hem spelen, Heks. Leuk hè?’ zucht ze vertederd. Maar als ik voorstel om hem dan maar een kopje thee te brengen steekt ze daar resoluut een stokje voor. ‘Stoor hem nu maar niet, Heks!’

Oefenen is iets geheel anders dan uitvoeren. Bij de uitvoering moet je scherp zijn. Alert. Alles moet precies samen komen. Fouten moet je kunnen opvangen. En voor ons alten geldt: Als je het niet meer weet houdt dan je mond. Er zijn genoeg alten, die het wel weten.

Achter Heks staat iemand, die juist extra hard doorbalkt als ze het niet weet. Bij ‘Der du den Tempel Gottes zerbricht’ raakt het hele vak ontregeld. Nou ja. Vanavond zal het wel loslopen…… Heks zal de stukken waar het mis ging nog eventjes heel goed doornemen, zodat ik niet meer in de war raak!

Tussen de generale en de uitvoering ga ik een uurtje plat. Bij lange na niet genoeg om  bij te trekken, maar alle beetjes helpen. Goddank woon ik een paar minuutjes fietsen bij de Pieterskerk vandaan. Ik moet er niet aan denken, dat ik die paar uur in de stad stuk zou moeten slaan…..

En dan begint het feest. Rond half acht trappen we af. Uit volle borst. Als een droom vliegt de avond voorbij en in no time is het alweer pauze. Mijn tante en nicht zijn speciaal komen kijken. Helemaal uit Dronten en de uithoek van Zeeland. Fantastisch! Heks is in de wolken.

Fiederelsje is er ook. Met zijn vieren staan we al snel te lachen. Tante vertelt over de tijd, dat zij bij Ex Animo zong, zo’n 65 jaar geleden! ‘Er zitten echt nog mensen op uit die tijd,’ verzeker ik haar. ‘Wij zongen nog niet in de Pieterskerk, hoor,’ verzucht tante, terwijl ze de prachtig verlichte oeroude kerk kijkt. Ja, we hebben mazzel met deze locatie. Afgeladen vol ook nog.

Later op de avond, na het concert, nemen we foto’s. Tante gooit voor de gelegenheid haar wandelstok weg, drie meter door de lucht, want die mag er natuurlijk niet op. Een jongeman kan nog maar net opzij springen. Dit tot grote hilariteit van ons allen. Slap van de lach maken we een heleboel kiekjes.

Een dag later krijgen we de recensie toegestuurd. Bij lange na niet zo lovend als vorig jaar, maar dat was ook niet te overtreffen. Ons gehark tijdens ‘So schlafen unsere Sünden ein’ is bepaald niet onopgemerkt gebleven. Want ja, tijdens de uitvoering ging diezelfde dame in ons vak weer snoeihard iets anders zingen. Tot grote verwarring van de rest van de alten.

Als ze later ook nog opgewekt met het andere koor meezingt, terwijl wij allemaal zwijgen, iets wat mij tijdens een repetitie wel eens is overkomen, kijkt Anna me met een uitgestreken gezicht aan vanuit haar ooghoeken. Ja. Er gaat dus genoeg mis. Maar de meeste kleine missers verdwijnen in het geheel.

Ik lig een dag volstrekt uitgeteld na deze topprestatie. En de dag erna doe ik ook geen bal. Behalve naar de Matthäus Passion kijken op telvisie. Onder leiding van Jos van Veldhoven. In de grote kerk in Naarden. Prachtig. Alleen jammer dat die kop van Rutte steeds in beeld komt. Hij detoneert enorm in deze omgeving. Je verwacht elk moment dat hij naar de camera gaat zitten lachen, terwijl hij zijn duim opsteekt.

Ademloos laat ik me weer meevoeren. Voor de zoveelste keer. En nu kan ik het intussen ook helemaal meezingen van binnen. Ik hoor veel meer dan vroeger. Ik kan de structuur beter doorgronden en nog ontdek ik steeds nieuwe dingen. Nou ja, wie niet? Ik bedoel wie niet die verzot is op deze passie? Half Nederland dus.

 

 

Omarm je woede. Been het uit! Accepteer jezelf en leer dat nou eens een keer, Heks: Laat een veer. OK dan. Laat ik het doen. Appeltje eitje met hervonden MOJO in mijn hart en kneiter.

Het kwartje valt.  Rinkeldekinkel. ‘Oh, nou snap ik het. Dit is het dus: Je woede omarmen……’ mijmert Heks. Al jaren doe ik vruchteloze pogingen in die richting. En nog steeds blubbert er met enige regelmaat een scheldkanonnade uit mijn lieftallige heksenbekje.

Maar nu: Kukeleku! Ik ben ontwaakt. Naakt.

Plotseling, terwijl mijn nijdige gedachtenstroom wordt onderbroken door een opgeluchte ademhaling realiseer ik me wat me te doen staat. ‘Jeetje, Heksje. Jouw woede is terecht. En terecht, in de zin van niet langer zoek. Jarenlang heb je je mond gehouden, alles binnen gehouden. En nu gaat dat niet meer. Al enige tijd niet meer…..’

‘Toch accepteer je je woede niet. Tot je eigen verdriet. In feite ben je erger dan al die voorgangers, die je de mond hebben gesnoerd na een slechte behandeling. Die handelden gewoon uit eigenbelang. De vuile was moet binnen blijven. Maar jij? Jij ondermijnt je eigen belang! Voortdurend!’

‘Omarm dat boze wezentje vanbinnen. Laat haar nu eens uitrazen, zonder er gelijk een oordeel aan te hangen. Echt, Heks, je bent de slechtste niet. En Godin/God houdt ook nog eens van  alle slechterikken van de wereld. Dat weet je allang. Dus wat let je om van jezelf te houden?’

Deze boze heks heeft daar geruime tijd moeite mee gehad. Ik kon er maar niet over uit, dat ik bol sta van de ongewenste gevoelens…… Onbekende gevoelens ook. Dus onbemind.

We vinden telkens opnieuw ons wiel uit. Ik heb dit ongetwijfeld eerder gedacht. Maar…..

Maar. Geen gemaar.

Sinds enige tijd heb ik mijn MOJO teruggevonden. Ik merk het vooral aan de reacties op straat als ik met mijn hondje fiets. Overal lachende gezichten. Mensen laten me voorgaan in het verkeer. Overal maak ik leuke kletspraatjes. Iedereen lijkt weer mijn partner te zijn. Hoera! Mijn aanpak om afstand te nemen van mensen, die me boos maken werkt!

In een winkeltje koop ik een boodschappentas op wielen. Een noodzakelijk kwaad als je armen veranderen in wormvormige aanhangsels. Het is zo’n leuke tas vergeleken met het geruite grootmoedermodel, waar ik ooit mee begon. Er staan allemaal poesjes op afgebeeld! Perfect voor dit kattenvrouwtje.

Bij het afrekenen raakt de dame achter de kassa in de war. Ze blijkt geen rekenmachine te hebben, noch een echte kassa. Het is zo’n tijdelijk winkeltje vol goedkope huishoudelijke spulletjes. Heks heeft ook een rolveger gekocht voor drie euro. En een keramische dunschiller!

Heks heeft een rekenmachine in haar hoofd, dus snel tel ik de getalletjes op. De dame telt mee, maar opnieuw wil ze me te weinig rekenen. Het is een schat van een meid met een fleurige hoofddoek om haar trieste koppie. Als ik het juiste bedrag afreken loopt ze plotseling haar winkel in.

Links en rechts pakt ze kleine pakjes en frutseltjes. ‘Voor jou,’ ze legt het op de toonbank. Heks kijkt verbaasd op. Wat krijgen we nu? ‘Ik ben failliet,’ legt ze uit in gebroken Nederlands, ‘Over drie weken gaat de boel hier dicht…..’ Oh, wat jammer. Ze vertelt haar verhaal en ik luister. Vanouds. Dan betuig ik mijn deelneming en wens haar heel veel sterkte.

‘Ik zal haar een potje kweeperenjam brengen,’ besluit ik later. Niet omdat dat echt helpt tegen dergelijke destructieve krachten in je ondernemende leventje. Maar omdat ik mijn MOJO terug heb. Omdat er weer ruimte is voor mededogen. Omdat iedereen weer mijn partner is.

Met uitzondering van narcisten en psychopaten. Die laatste groep wil ik graag aan het goddelijke overlaten. Laat die er maar veel van houden, mijn lukt het vooralsnog niet. En ik doe ook geen moeite meer, want het wordt toch niet gewaardeerd door dat menstype weet ik uit ervaring. Jouw liefde maakt je hooguit bruikbaar…….

COV EX ANIMO zingt de Matthäus Passion in de Pieterskerk te Leiden op woensdag 28 maart 2018 onder bezielende leiding van dirigent Wim de Ru. Er zijn nog een paar derderangs plaatsen beschikbaar…….

Kaartverkoop Matthäus Passion in de Pieterskerk te Leiden op woensdag 28 maart 2018 door Christelijke Oratoriumvereniging Ex Animo.

Heks krijgt geld van de bedeling, zodat ik een toontje lager zing. Maar ik wil niet lager zingen met de Matthäus voor de deur. Dus klaar met het gezeur. Vandaag gaan we niet spelevaren. Ik kan de klus even niet klaren. Maar niks te maren of te mieren: Buurman traint mijn lachspieren.

‘Ha schat, kunnen we op een andere dag afspreken om te gaan zwemmen? Ik krijg mezelf niet opgestart,’ bibberig zit ik aan de telefoon. Het is me niet gelukt om bijtijds uit de kreukels te komen. Sterker nog: Ik voel me vrij ziek. Pijn in mijn buik. Halfzacht. Misselijk. Alsmede de normale spierpijn in het kwadraat. Het idee om in een ijskoud bad te springen is verre van aanlokkelijk.

‘Morgen lukt niet, Heks. Ik ga dan de boodschappen doen, die ik normaal gesproken op dit tijdstip doe,’ Saar is not amused dat ik zo laat nog afzeg. Tegelijkertijd weet ze natuurlijk ook wel, dat ik niet zomaar afbel.

‘Misschien kunnen we sowieso beter op vrijdagmiddag gaan,’ stel ik voor. Dan ben ik door mijn thuiszorg en prikken noodgedwongen al uren op. Dus ontkreukeld. Maar misschien ook alweer doodmoe van deze activiteiten.

Het is nog niet zo eenvoudig om als een halvezool te leven. Om je miezerige activiteiten dusdanig in te plannen, dat je niet constant alles af moet bellen.

Terwijl we overleggen gaat de deurbel. Ik doe de deur open en hoor Buurman stommelen in het portaal. VikThor stuift de trap af. Hoera! Vriend Carlos komt op bezoek met zijn baasje.

Even later sjokt de enorme Duitse herder de trap op. Gevolgd door zijn eveneens uit de kluiten gewassen baasje. ‘Hi Heks, ik zie het al. Griep zeker? Je ziet er niet uit gewoonweg. En je loopt nog in je pyjama! Haha!’

‘Als jij nou eens mijn hondje een klein piesrondje geeft, dan zet ik even koffie en trek wat kleren aan,’ roep ik blij, terwijl ik VikThor alvast aanlijn. Zo kom ik mooi onder een uitlaatronde uit. Snel kleed ik me aan, zet koffie en swiffer een pak kattenhaar van de keukenvloer. Ik haal een was uit de machine. Borstel mijn haren in een staart……

Waar blijven ze nou? Buurman neemt de tijd! Een half uur later gaat de bel. ‘Ik was eventjes naar de drogist, Heks. Ik heb oorontsteking gehad en had nog wat medicatie nodig. Ja, heftig zo’n ontsteking. Blij dat het min of meer over is.’

Even later zitten we luidruchtig te blaten aan de keukentafel. Een normaal gesprek is er nooit bij met ons. Zoals altijd zit Buurman me verschrikkelijk aan het lachen te maken. Wat is het toch een mafkees.

Allerlei onderwerpen passeren de revue. De verkiezingen. ‘Partij voor de Dieren, Heks?’ vraagt hij naar de bekende weg. Het achterlijke referendum. We zijn allebei tegen die kutwet. ‘Toch gaat die er komen, let maar op. Het maakt echt niks uit wat wij vinden. Zolang die idioten in Den Haag er hun zinnen op hebben gezet gaat het gewoon door.’

‘En dan, waar hebben we het over. Alsof ze nu nog niet alles van ons weten. Neem nu het medische dossier. Daar wilde ik vanaf dag 1 niet aan meewerken. Ik heb dan ook altijd overal nee gezegd tegen het verspreiden van mijn medische gegevens. En toch zie ik soms opeens ergens persoonlijke informatie opduiken, die daar niet hoort te staan. Dus….’

Dus. Dus.

We gaan wandelen. Op ons gemakje kuieren we door de stad. Carlos kan niet meer zo hard tegenwoordig. Hij is bijna 11 en dat best oud voor een Duitse herder. VikThor trekt onvermoeibaar aan de riem. Zoals altijd probeer ik hem te laten volgen, maar zodra ik even niet oplet staat de lijn weer strak. Mijn lamme armen maken geen indruk.

Heks’ krachtverlies is dramatisch. Vorige week probeer ik een paar schroeven in een keukenkast te draaien. In een bestaand gat. De kattenkrabplank, die ik probeer op te hangen is al een keertje naar beneden gelazerd. Dit is dus nu een nieuwe poging.

Ik schroef en schroef met een ongeluk. Maar er gebeurt gewoonweg niets. ‘Zal ik het eens proberen?’ vraagt mijn hulp, als ze me zo ziet stumperen. En met twee slagen zitten beide schroeven muurvast. Tot mijn verbijstering.

Ik denk altijd dat ik alles nog kan, maar dat valt dus nogal tegen. Ik ben eindelijk de slappeling geworden, waar mijn vader me altijd voor uitmaakte. Hij heeft dus toch gelijk gekregen!

Gelukkig maar dat ik zo’n goed hondje heb. Uiteindelijk gaat hij het wel leren. Hij doet echt zijn best, maar ja. Voorwaartse Springer Spaniëlkrachten versus een dodelijk vermoeide baas.

Buurman en Heks drinken koffie op een terrasje. Hij vertelt over zijn nieuwe baan als financiële man bij een non-profit organisatie. ‘Hoe is het nu met jouw financiën, Heks? Nog zoveel gezeur en gezanik?’

Ik vertel hem hoe ik onlangs geld voor een paar schoenen en een jas heb gekregen van de RK Parochie Heilig Kruis Locatie Stadskanaal. ‘Die parochie bestaat, maar het is niet overgemaakt vanaf hun rekeningnummer …… Tja, wat moet je ermee? Deze armoedzaaier is in iemands optiek afhankelijk van de bedeling. En dat wordt er eventjes goed ingewreven. Die nobody zal het wel grappig vinden, neem ik aan…….’

Maar mag ik even een teiltje?

‘Mijn meisje en ik zijn onlangs getrouwd en dat is geen grapje!’ vertelt Buurman plotsklaps. Ha, wat leuk! ‘Ja, echt. Na dertig jaar samenwonen vonden we het opeens tijd worden. Dus wij met zus en zwager naar het stadhuis. We hebben het heel piepklein gehouden!’

Ach, wat een dag. Doodziek opstaan, bijtrekken om weer snel naar bed te vertrekken. Goede voornemens verdampen in zweet en spierkrampen. Bezoek van de buurman. Beetje lachen en genieten. Want dat kan ik zo goed heb ik net weer gehoord. En het is zo! Koffie en een wandeling en dan weer plat. Nog eens opstaan om naar de fysiotherapeut te gaan. Om je te laten martelen….

Ga er maar aanstaan. Zo is je leven met ME. En vandaag valt nog alles mee! Hé!

 

Zwemmen! Heks krijgt het bij voorbaat koud. Toch ga ik dat bad weer in. Het moet. Het zal. Vooral nu mijn meerbadenkaart onverwacht toch is verlengd!

Vandaag ga ik zwemmen. Momenteel lig ik moed te verzamelen. En uit te deuken van een zeer onrustige nacht. En bij te komen ook. En mezelf bij elkaar te harken. En bij voorbaat alvast extra te rusten. Want vandaag, straks, ga ik zwemmen.

Ik lag overigens al om een uurtje of vijf in bed gisterenmiddag. Helemaal verrot na een wandeling met de hond. Repeteren met het koor de dag ervoor. Het weekend met het feestje. Uitgeput. Opgesoupeerd.

Als ik de televisie aanzet zie ik dat die verdraaide verkiezingen aan de gang zijn. Potverdrie. Moet ik mezelf weer uit bed hijsen en in de kleren. Moet ik mezelf weer reanimeren tot menselijke proporties. Zal ik eens een keertje overslaan?  Heks, die altijd stemt. Ik ben het wel eens vergeten in een vergelijkbare situatie……

Eerst maar eens op zoek naar die verduvelde stempas. Moet ergens in de stapel met folders en post liggen. Na enig spitten vind ik em zowaar. Oh, het zijn er twee. Ik heb eventjes niet opgelet.

Moet ik ook nog eens over die nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) stemmen. Die griezelige Big Brother kutwet. Waarbij de politie in je onderbroek kan kijken. Straffeloos. Bah. Voor een enkele verdwaalde terrorist. Zum kotzen!

En: Een referendum. Huh? Daar deden we toch niet meer aan in Nederland?

Ik hijs me dus maar weer uit bed. Ik zou het mezelf nooit vergeven als ik niet mijn stem tegen die wet zou hebben verheven….. Trillerig eet ik een hapje. Rust daarvan weer uit. Kan ik alweer lopen? Ik moet toch de deur uit. Is er alweer genoeg brandstof in de benen? Zijn de zweetaanvallen geluwd? Doet mijn hoofd het alweer? Want de hersenpan stond ook uit ontdek ik net……

In het stembureau is het druk. Er staat een rij van hier tot Tokio. Ik hang op mijn benen te dweilen. Ik wip van voet op voet. Duizelig en draaierig. ‘Schiet op, stelletje slome duikelaars,’ maan ik mijn voorgangers inwendig. Ik lees ter afleiding de poster over ‘Uw gedrag in een stemhokje’.

Huh? Wat doen mensen zoal in die stemhokjes dat je er een gedragscode voor moet opstellen? Mijn belangstelling is gewekt. En zo overleef ik het kwartier totdat ik aan de beurt ben. Met hangen en wurgen.

Zo. Dat is dan weer een lekker verslag van zo’n halvezolige dag. En ook vandaag zie ik het somber in. Ik ga zwemmen, terwijl ik niks over heb. Tricky. Maar ik moet ook zwemmen. al is het maar om mijn ledematen op termijn enigszins in de kom te houden.

Momenteel ploppen mijn schouders alle kanten op. Je kunt het zelfs horen. Ploppederplop! Met enige regelmaat kijkt iemand er vreemd van op. Wie is die heks? En waar verstopt zij kabouter Plop? Onder haar oksel soms?

Ik mag blij zijn dat ik weer ga zwemmen. In december was mijn kaart met nog 52 baden daarop verlopen. Door allerlei fysieke ellende heeft Heks veel te weinig gezwommen de afgelopen jaren. ‘Dat is altijd hetzelfde bij u. Schrijf maar een brief, misschien dat u respijt krijgt, maar ik geef u weinig kans,’ bitste de medewerksters achter de kassa.

Honderd euro door de plee, omdat de dames van de kaartverkoop niet dol zijn op Heks. En dat is een understatement. Ze hebben gewoon de pest aan me. Dat gebeurt me vaker. Meestal zonder enige reden. Zoals honden direct antipathie kunnen voelen voor een wildvreemde andere hond, voelen bepaalde vrouwen iets dergelijks zodra ze Heks in het vizier krijgen. Het zal wel. Ik ben vast niet de enige, die dit lot treft.

Zo heb ik dan die brief geschreven. Niets op gehoord. Uiteindelijk bel ik het zwembad. ‘Hoe staat het met de brief?’ ‘Welke brief?’ ‘De brief is zoekgeraakt met de post,’ verzekert de vrouw aan de telefoon me. Goh. Hoe kan ze dat nu weten? En toch wel weer heel toevallig. Ik heb sterk de indruk dat ze er gewoon mee in haar hand zit.

Nu moet ik dan een mailtje gaan sturen. Vooruit maar weer. Ik stuur de mail een paar keer. Vanaf verschillende mailadressen. Zodat ie zeker aankomt….. want bij zwembad de Zijl is niets zeker.

Tot mijn verbijstering krijg ik onderstaand mailtje terug:

Wij hebben uw badenkaart met nog 53 bezoeken met 1 jaar verlengd. Dit hebben wij al op 10-12-2017 voor u
gedaan.
U kaart is hier mee geldig tot 10-12-2018.
Wij hopen u hier mee tegemoet te zijn gekomen
Met vriendelijke groet Team spa

Dus die caneira’s achter de kassa hebben gewoon wel mijn kaart verlengd, maar tegen me gezegd dat ik de rambam kon krijgen. Bizar. Ik had al drie maanden kunnen zwemmen potverdorie.

‘Jij hebt dat toch ook gehoord, Saar, dat die vrouwen aan de kassa me de deur wezen in december?’ Mijn vriendin heeft het ook gehoord. Ze stond er bij en keek ernaar. ‘Heks, te gek voor woorden dit. Laten we als de donder die kaart opzwemmen en naar een ander zwembad gaan. Het is hier altijd wat!’

Zometeen ga ik zwemmen. Ik zie er als een berg tegenop. Omdat ik zo moe ben en verrot. Omdat alles pijn doet en dat voel je ook in het water. Omdat het zo koud is. Omdat ik daarna uren geen pap kan zeggen.

Waarom doe je het dan Heks? Om mijn gewrichten weer in de kom te krijgen. Een beetje spiermassa rond de kommen scheelt enorm. Het is dus uit lijfsbehoud dat ik mezelf dit aandoe. Niet om te genieten. Ik zeg het maar eventjes om misverstanden te voorkomen. Maar wie weet geniet er ik er toch van. Eventjes. Tussen de opstartpijnen gedurende de eerste tien baantjes en het in elkaar storten na de vijftiende…….

 

 

 

Hihihi, hypochondrie. Of toch niet? Heks krijgt geestelijke ondersteuning, maar valt toch om. Zo gek is dat niet, als je die ondersteuning op de keper beziet.

Vanmiddag fiets ik op mijn tandvlees naar de, ja wat is het eigenlijk, praktijkbegeleidster? van het Antroposofisch Therapeuticum. Het is alweer de derde afspraak met deze dame. En nog steeds heb ik geen idee wat ik ik ervan kan verwachten. ‘Ik denk dat ik er verder maar van af ze,’ besluit ik bij mezelf.

Ik heb genoeg medische afspraken. Het moet me wel iets brengen, anders kost het me alleen maar energie. En die heb ik niet.

Afgelopen weekend ben ik over mijn grenzen gegaan. Ik heb zowaar twee dagen achter elkaar gepiekt en dat kan ik beter niet doen, want daarna is de koek dramatisch op. Helaas moest ik ook nog eens naar de dierenarts vandaag. En nu dus weer dit. To much. Ik kan wel spugen van moeheid.

De POH GGZ, ik heb het eventjes opgezocht, ofwel Praktijkondersteuner Geestelijk Gezondheiszorg, zit op de zolder van het oude sfeervolle pand. Al halverwege de eerste trap weigeren mijn benen dienst. Knarsentandend en inwendig vloekend puf ik langzaam de tweede steile trap op. Mijn god. Wat moet het weer worden vandaag?

Zodra ik binnen ben val ik min of meer in een stoel. Op.

‘Zo Heks, hoe gaat het? Je ziet er goed uit!’ begint de vrouw haar verhaal, terwijl ik bijna lallend van uitputting antwoord dat het nogal meevalt met hoe het gaat. Niet geweldig. Ik hannes door allerlei virusellende heen. Maar ik heb een leuk feestje gehad zaterdag. En een concert op zondag…..

Ze haakt gelijk in op het feestje en het concert. En dat ik het toch zo geweldig doe in mijn leven bladiebla. Op de 1 of andere manier is dit allemaal precies tegen het zere been. Ik moet nu natuurlijk zeggen hoe fantastisch en volmaakt gelukkig ik ben ondanks alle ellende.

En dat ik toch zo mindful bezig blijf ondanks dat ik wel kan kotsen van uitputting. Want deze vrouw houdt van Mindfulness. Ze geeft er trainingen in sinds het in de mode is geraakt. En zoals dat wel vaker gaat sinds het een hype is geworden is Minfulness opeens een middel geworden om je doel te bereiken. Omgaan met ME bijvoorbeeld. Misschien zelfs wel genezen van die ziekte!  ‘Geweldig hoe goed jij kunt genieten!’

Ik weet niet wat ze allemaal van Heks terug wil horen, ik heb een vaag vermoeden, maar ik wil het niet zeggen. Is ze nu helemaal betoeterd? Ik kom hier niet voor de kat zijn kut. Ik zit hier niet om te horen dat het allemaal niks voorstelt met mijn ziekte en dat ik het gewoon geweldig doe.

En wat is dat voor’n geneuzel over genieten? Zit ik hier soms te genieten?

‘Ik sta elke dag doodziek op en ben totaal niet vooruit te branden. Alles kost moeite, alles doet zeer. En ik heb geen greintje energie en dat went nooit. Ik zit elke dag uren moed te verzamelen om het laatste avondrondje met mijn hondje te lopen,’ probeer ik haar de ogen te openen voor mijn dagdagelijkse realiteit. Het is bepaald niet elke dag een feestje.

‘Ik vind het behoorlijk irritant dat gezwaai met hoe goed ik kan genieten, als ik vertel over een feestje. Dat slaat toch nergens op? Iedereen kan wel ergens van genieten, zo moeilijk is dat niet, maar het heeft niets te maken met waarom ik hier ben. Ik heb een invaliderende ziekte. En daar valt weinig aan te genieten. Maar nee. Daar is niets aan te doen. Dus moet ik maar flink genieten? Zoiets zeg je toch ook niet tegen iemand met kanker of MS?’

‘Iedereen heeft wel wat,’ zemelt het mens vrolijk verder. Nou moe. ‘Ik heb bijvoorbeeld een versleten knie,’ glimlacht ze vals. Huh? Hoor ik het nu goed? Gaat ze die troefkaart uitspelen? Jazeker!

‘Ik kan bepaalde dingen niet die jij wel kunt,’ wrijft ze het er nog eens in. Heks betwijfelt het, ‘noem maar eens iets’ wil ik roepen, maar ik ga die strijd niet aan. Ik heb ook rare knie tegenwoordig.

Alsmede een vreemde voet, gekke ellebogen, klotsschouders, een kraknek, scoliotisch feestje in de wervelkolom een een hectisch nek-herniaatje…… Dit alles overgoten met een artrotisch sausje. Jammie!

Ik weet dan ook niet hoe snel ik weg moet komen bij die gezegende gek. Wat gaan we nu krijgen? Als ik niet lieg dat ik gelukkig ben doet zij het wel. ‘Je doet het heel goed, Heks. Dat vind ik echt heel knap. Maar ik denk niet dat je ook maar ergens hulp zult vinden. Je zult het echt helemaal zelf moeten doen. Je eigen therapeut zijn als het ware…..’

Hetgeen ik al dertig jaar ben. Dat is juist mijn ellende, ik moet het altijd maar uitzoeken in mijn eentje. Daarom heeft mijn huisarts me naar dit mens gestuurd. Om me te ondersteunen. Niet om over haar eigen kwaaltjes te beginnen!

Als ik thuis ben ben ik nog niet bekomen van dit bijzonder onaangename gesprek. Moet ik me weer verdedigen dat er echt iets aan de hand is. Zit iemand me weer min of meer beter te verklaren. En als dat niet helpt heeft iedereen wel wat. Het lijkt verdorie wel een gesprek met mijn zuster. Die zegt dat ook altijd.

Maar goed. Ik ben ook wel heel erg moe vandaag. Keelpijn van vermoeidheid. Misselijk en draaierig. Lallerig en halfzacht. Dat krijg je ervan als je een paar uur naar een feestje gaat. Moet je ook niet doen, gare Heks.

‘Zou het je niet heel erg veel energie kosten, dat gescheld?’ vraagt de begeleidster nog als klap op de vuurpijl, voordat ik weg ga. Niet begrijpend kijk ik haar aan. Wat bedoeld ze nu weer. Ik heb haar verteld, dat ik mezelf vaak op gang scheld. Vooruitschop. Het is regelmatig de enige manier om iets voor elkaar te krijgen……

‘Nou, schelden kost gewoon heel veel energie. Misschien als je het nu eens allemaal aardig aan jezelf zou vragen…..’

Ach, Heks word toch zo moe van dit soort gezemel. Al dertig jaar krijg ik vergelijkbare flauwekul naar mijn kop als het over mijn ziekte gaat. Alsof ik ME heb, omdat ik teveel scheld. Wat een gelul.

Voordat ik ziek werd schold ik nooit. Ik liet me verrot slaan en hield mijn kop. Ik liet me kleineren en zei geen stom woord. Ik liet me afknijpen en accepteerde zonder morren. De grootst mogelijke ellende heb ik zonder enig protest verstouwd. En toch ben ik ziek geworden.

Of misschien juist.

Op de valreep geeft de dame me nog een folder. ‘Welzijn op recept’ staat er op. ‘Die mensen komen bij je thuis om samen aan je gezondheid te werken,’ licht ze toe. Het wordt volgens haar vergoed. Nou ja. Misschien is vandaag toch niet helemaal nutteloos geweest. Ze bedoelt het in ieder geval goed. Ook al heeft ze geen idee.

Wonderlijk eigenlijk. POG GGZ is wel een vak, waar je voor wordt opgeleid. Dus dit verwacht je niet bij een consult.

‘Dank je wel, ik wil het hier verder bij laten. Ik moet eens goed nadenken waar ik dan wel de ondersteuning kan vinden, die ik behoef,’ ik geef haar een hand. ‘Niet te hard schudden,’ waarschuw ik.

Volgens haar bestaat zoiets niet. Moet ik van dat idee af. Dat ik ergens zou kunnen worden geholpen. Genieten is haar devies.

Dat is nog steeds het protocol hier ter lande. Diemensen met ME moeten worden gestimuleerd om weer te bewegen, te genieten en eindelijk eens op te houden met zeuren over niet bestaande kwaaltjes. Zucht.

 

 

 

Heks pakt Dik Trom uit de kast. Wat een schat is dat! Die kleine dikke branie. Vertederd lees ik het verhaal helemaal. Vooral de redding van een heks maakt me blij. Het gaat over mij!

Vorig weekend begin ik in Dik Trom. Ik heb het een tijdje geleden cadeau gekregen van Buurman Carlos. Een herinnering aan de tijd, dat wij samen furore maakten met ons ‘Dikkertje Tromkoor’. Een koor bestaande uit twee mensen. Buurman en Heks.

‘Het is een hele klus hoor, zo’n koor met z’n tweetjes…’ riepen we altijd in koor als er wenkbrauwen omhoog gingen. Of als er lastige vragen volgden.

Gedurende een klein jaar hadden we veel succes met ons koor. Niet in de zin van roem. We waren eerder berucht dan beroemd. Geen land mee te bezeilen! Wat een mafkezen! Ja, het Dikkertje Tromkoor heeft zijn sporen echt verdiend.

In mijn jeugd heb ik wel eens een verhaal van Dik Trom gelezen, maar dat is wel erg lang geleden intussen. Heks staat er dan ook van te kijken hoe geweldig leuk ‘Uit het leven van Dik Trom ‘ is! Vooral het verhaal over de heks van de Achterdijk spreekt me natuurlijk enorm aan.

Dik, de schat, is heel lief voor deze heks. Waar alle anderen in het dorp kwaad over haar spreken, helpt hij haar uit de brand. En als de Vrek dreigt om haar uit haar huisje te zetten, speelt Dik zelf voor heks. Door een kromme kachelpijp gilt en loeit hij door de schoorsteen naar de krentenkakker, terwijl zijn vriend Piet van Dril op ramen en deuren bonst.

Het heeft effect: De heks mag in haar huisje blijven wonen samen met haar doodzieke man. Een kostelijk verhaal, ik herlees het een paar keer!

Alles loopt overigens goed af in dit boek. Dat is ook zo fijn. Een kleine overzichtelijke dorpsgemeenschap, waar alles op zijn pootjes terecht komt uiteindelijk. Heks tekent ervoor.

Helaas woon ik in de grote stad. Ik heb geen goeiige dikke beschermer, die bij mensen, die me dwarszitten door de schoorsteen schreeuwt tot ze er bijna in blijven van schrik. Vooral dat laatste lijkt me wel wat.

tekening van Joh. Braakensiek

De ouders van Dik zijn ook bijzonder. Ze laten hem enorm vrij en straffen hem niet voor zijn streken. Ze steunen hem door dik en dun en moeten ook vaak enorm lachen om zijn fratsen. ‘Het is een bijzonder kind en dat is ‘ie’, ligt de vader in de mond bestorven.

Niks lijfstraffen en zonder eten naar bed. Niks omdat ik het zeg.

Het leuke aan Dik Trom is dat hij geen sukkeltje is. Het is een branie. Achterstevoren op een ezel zitten, wie doet dat nou? Ja, hij! Zijn vrienden hebben dan ook heilig ontzag voor hem.

tekening van Joh. Braakensiek

Tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld om dikke mensen te pesten. Dik zou er een hele klus aan hebben om zich net zo mateloos populair te maken op een moderne school. Ja, te gek voor woorden natuurlijk.

Maar er staan ook hele vreemde dingen in dit ouderwetse kinderboek. Dingen, die nu echt niet meer kunnen. Sylvana Simons zou zich een rolberoerte ergeren als ze het laatste hoofdstuk onder ogen zou krijgen, waarin Dik uit geldgebrek bijna naar Suriname vertrekt om een negeropstand te helpen neerslaan…….

tekening van Joh. Braakensiek

Het ‘Dikkertje Tromkoor was eigenlijk een zeer passend eerbetoon aan deze oude volksheld. Met onze dwarse liedteksten en doldwaze theateracts wisten we ons publiek ook behoorlijk op het verkeerde been te zetten.

Ik ben op een idee gekomen: Ik ga weer eens wat kinderboeken uit de kast halen. Ik heb nog een hele plank ergens staan. Eerst maar eens die van Roald Dahl herlezen. Die boeken staan bij Heks met stip bovenaan!

Kieviet met gezin

Kieviet met gezin

C.Joh. Kieviet (1858-1931) is één van Nederlands bekendste kinderboekenschrijvers. Wie kent niet de avonturen van  “’t is een bijzonder kind, dat is ie’’ Dik Trom? Maar dorpsonderwijzer Kieviet schreef veel meer: bijna vijftig jeugdromans en verhalenbundels.  

 

Nee is nee is best OK. En wie niet horen wil moet maar voelen. Heks mijmert over het vreemde fenomeen dat mijn neen zelden wordt verstehen. Wat in iemands kop zit kun je nooit weten. Soms is het een tumor. Soms tegen beter weten volharden in je plannetjes. Ook al kun je dat gevoeglijk vergeten……

‘Zal ik je eens lekker masseren?’ vraagt Hawk voor de zoveelste keer. En opnieuw leg ik hem uit, dat ik er geen behoefte aan heb, dat het niet gaat gebeuren. Nooit. Maar ik word er wel een beetje flauw van. Hij heeft er duidelijk zijn zinnen op gezet. ‘Ik heb een lastig lijf, Hawk. Ik word met enige regelmaat gemarteld door een heel team fysiotherapeuten. En daar laat ik het bij.’

En ik heb er sowieso geen behoefte aan. Ik weet heel goed wie ik wel aan mijn lijf wil hebben…….

Grenzen, grenzen en nog eens grenzen stellen. Bewaken. Hanteren. Iets dat me van nature niet goed afgaat. Maar door schade en schande wijs geworden stop ik er nu veel meer energie in. Het gaat me niet meer gebeuren, dat ik voor nare verrassingen kom te staan. Zoals die keer jaren geleden, dat een oude man zich stiekempjes uitkleedde in mijn woonkamer, terwijl hij geacht werd een fles wijn open te maken.

Heks gaf intussen de katten eventjes eten. In de keuken. Toen ik me weer bij hem wilde voegen zat hij spiernaakt op mijn Perzische tapijtje met zijn dikke oude mannenbillen. Om me vanuit die positie onverhoeds te bespringen. Met veel moeite heb ik zijn rimpelige maar sterke lijf, hij was beeldhouwer, de deur uitgewerkt.

Hij heeft me nog weken gestalkt, maar opeens was hij dood. De man bleek door een hersentumor enigszins ontremd te zijn geraakt. Ik heb het hem dus maar vergeven, maar vergeten ben ik het niet.

Heel soms, als ik zijn fallische beelden her en der hier in de stad zie staan, krijg ik nog wel eens de aanvechting om er eentje om te zagen. Met een plasmasnijder moet het lukken!

Hawk en Heks hebben het altijd heel gezellig. En dat wil ik natuurlijk graag zo houden. Samen een hapje eten of een half glas wijn delen, even lekker met de hondjes lopen, een bosje bloemen voor mij en een potje jam voor hem……. Nu zitten we weer heerlijk in een strandtent uit te rusten van een wandeling. Allemaal ontzettend gezellig! Maar masseren is geen optie.

‘Mijn ex, Bot Not, zei altijd dat mensen niet naar me luisteren, door de manier waarop ik dingen zeg,’ vertel ik Don, die die tobbende botterik ook heel goed gekend heeft, ‘Volgens hem had ik het helemaal aan mezelf te danken dat iedereen altijd en eeuwig over mijn grenzen walst.’

De Don wordt kwaad. ‘Wat een onzin, Heks, als je toch duidelijk iets tegen iemand zegt en die persoon luistert niet naar je, dan is het gewoon een eikel.’ Hij heeft gelijk. Die botte narcist uit mijn verleden liet me inderdaad altijd kletsen. En dan gaf hij mij daarvan ook nog de schuld! Narcist eigen.

En niet alleen hij. Mensen, die ik duidelijk maakte dat ik geen zin had in hun hopeloze vreemdgangersverhalen bijvoorbeeld, duwden die onverkwikkelijke geschiedenissen vervolgens even zo hard door mijn strot.

Of ik wees zo respectvol mogelijk iemand af, die graag een relatie met Heks wilde, om er vervolgens achter te komen, dat die persoon zo ongeveer dacht dat ik intussen wel eens verliefd op hem was. Waarop ik weer afwees. Wat dan weer heel anders werd geïnterpreteerd. En dat dan vijfentwintig keer achter elkaar. Met verschillende kandidaten.

En zo kan ik wel tien miljoen voorbeelden geven, waarin mijn stemgeluid werd versleten voor gezaag. Of achtergrondgeruis. Of waar mensen iets heel anders meenden te verstaan, dan dat er werd gezegd. Ja is nee. En nee is ja.

Ik ben niet de enige met dit probleem. Hele volksstammen denken dat nee ja betekent. Of ze vinden dat dat zou moeten……

‘Je weet nooit wat er in iemands kop omgaat, dat is de grootste les, die het leven me geleerd heeft,’ hoorde ik ooit een spiritueel leraar op televisie verkondigen. En het is waar. Je weet het niet.

Het kan heel goed zijn dat Hawks aanbod om me eens lekker te masseren heel onschuldig is. Ik ken hem nog niet goed genoeg om dat te beoordelen of in te schatten.

Maar ook in dat geval zie ik er geen heil in. Er zijn genoeg andere dingen, die ik graag met hem deel. Maar masseren bewaar ik voor mijn nieuwe lief. Mijn aanstaande. Die nogal op zich laat wachten…….

Ik hoop dat hij het een beetje in zijn vingers heeft!

 

 

 

Goede reis Stephen Hawking! Ik hoop dat je nu alles snapt, bevrijd van je lamme lijf en de vloek van ons driedimensionale voorstellingsvermogen. En misschien ontmoet je wel je Schepper. Je vrouw heeft er hard genoeg voor gebeden…….

De laatste paar weken denkt Heks veel aan Stephen Hawking. Niet omdat ik hem persoonlijk ken en vermoed dat hij zijn laatste levensfase in gaat. Nee. De film over zijn leven, die ik onlangs heb gezien is blijven nagalmen in mijn hoofd. En hart.

Heks is zelf chronisch ziek. Ik zou eigenlijk nu wel eens in een verpleeghuis kunnen zijn beland, maar deze gifkikker springt nog steeds rond. Niet meer zo hoog als vroeger. En beduidend korter.

En altijd met pijn. Kon ik er in het verre verre verleden eindeloos tegenaan met mijn wagonlading energie per dag, nu moet ik het doen met tien theelepeltjes van hetzelfde spul: Levensenergie.

Het fascineert me dan ook om te zien hoe deze man met zijn brakke lamme lijf de hele wereld over reist om over het heelal te praten. Hoe krijgt hij het voor elkaar? Hij kan niet eens praten. Dat doet zijn stemcomputer voor hem. Door een nog functionerende gezichtsspier te bewegen kan hij letters aanwijzen en op die manier woorden vormen. Een tijdrovend klusje.

Op de avond van zijn overlijden kijk ik naar een uitgebreid interview van de Ierse presentator Dara Ó Briain met deze Britse theoretisch natuurkundige en zijn omgeving in de documentaire Het bijzondere leven van Stephen Hawking.  

Weer raak ik gefascineerd door zijn onvermoeibare inzet voor zijn vak. Volgens hem heeft zijn liefde voor natuurkunde hem in leven gehouden. Zijn eerste vrouw Jane heeft altijd voor hem gebeden, maar betwijfelt zelf of dat de truc gedaan heeft bij deze verstokte atheïst.

‘Stephen kon een heel universum vormen in zijn hoofd. Hij kon natuurlijk niet meer op een bord tekenen en dergelijke. Dus hij moest wel. Op die manier kwam hij tot zijn theorieën,’ een oud collega van hem kan er nog niet over uit,

‘Hij was echt geniaal, hoor. Dat merkte je bijvoorbeeld in discussies met andere wetenschappers. Ongeacht wat je naar voren bracht, hij diende je direct van repliek!’ Er ging een hele wereld schuil achter dat kleine voorhoofd……

Zijn zoon vertelt hoe zijn vader hem eens antwoordde op de opmerking ‘Pappa, kunnen er overal kleine universa zijn? In allerlei dimensies? Is dat mogelijk?’ met ‘Er is geen idee gek genoeg om te onderzoeken.’ Niks: ‘Doe niet zo raar, zit niet zo dom te lullen, dat kan niet. Omdat ik het zeg.’  Verfrissend.

Heks raakt helemaal geïnspireerd. In mijn hoofd zitten hele universa verborgen. En ik heb de meest krankzinnige ideeën over de schepping en het heelal. Ik ben dan wel geen natuurkundige, hoewel ik het altijd een mooi vak heb gevonden. Ik ben een mystica. Ook mijn hoofd reageert op symbolen en waarnaar ze verwijzingen. Maar ik heb een iets ander invalshoek. Ik roep al heel lang, dat mijn vak van toverheks heel erg logisch is.

Wiskunde met haar Heilige Geometrie overlapt in mijn optiek mijn invalshoek en die van de natuurkunde. En alchemie natuurlijk. Alleen delven wij het goud in ons hart.

Misschien doe ik het wel zo goed met mijn ziekte, omdat ik altijd bezig ben gebleven om met te verdiepen in esoterie. Was ik zonder mijn heksenbezem al lang in een rolstoel beland. Of chronisch in bed.

‘Heb je ook pijn,’ vraagt Dara Ó Briain aan Hawking, zo’n drie jaar geleden. ‘ALS gaat niet gepaard met pijn. Ik ondervind wel ongemak, omdat ik niet kan gaan verzitten in mijn rolstoel.’ Gelukkig maar. Pijn is niet fijn verzeker ik je.

‘Wat ik veel vervelender vind is dat ik niet terug kan praten als iemand tegenover me zit. En mensen hebben niet altijd het geduld om te wachten tot ik ben uitgetypt.’

Tel uw zegeningen, Heks. Jij kletst altijd als de beste. Iedereen komt altijd overal naar je toe voor een gezellig praatje. Je loopt kaarsrecht met je rare rug. Je ziet aan niets hoe belabberd je er eigenlijk bijhangt. En dat is best lastig af en toe. Want je wordt veel te hoog ingeschat. Maar het is ook een groot goed.

 

Bill’s roep om vergeving spant de kroon in The Bold And The Beautiful: ‘Jij kunt zo goed vergeven. Jij vergeeft als geen ander!’ maant hij zijn zoon. Die heilige sojaboon. Maar ook een heilige haalt adem. Lange adem: in en uit. Tot het op is. Over en uit.

Vandaag zit ik weer schaterend te kijken naar The Bold. Ik loop een paar dagen achter, dus ik kan mijn lol op. Maar terwijl ik me suf lach om narcist Bill, die denkt zich overal uit te kunnen leuterkoeken, zelfs uit het feit, dat hij de vrouw van zijn zoon heeft geneukt, genaaid en gepaald, dwalen mijn gedachten af naar herkenbare situaties in mijn eigen leventje.

‘Jij kunt altijd zo goed vergeven, niemand kan zo goed vergeven als jij. Je moet je vrouw vergeven. Je moet mij redden van mezelf, jij bent degene die deze familie bij elkaar houdt,’ schreeuwt Dikbill  wanhopig als hij de strijd niet kan winnen. Welja. Vergeef hem maar weer, voor de zoveelste keer.

Een narcist vergeven heeft totaal geen zin. Hij ziet dat slechts als een uitnodiging om hetzelfde nog eens te doen. En dan erger. En het ergste is: Ze hebben er geen erg in. Het zijn mensen zonder enige vorm van zelfbeschouwing. Alles ligt altijd aan de ander. En als ze er dan niet onderuit kunnen dat ze fout zaten, dan jammeren ze als een klein kind, dan hebben ze het toch zo moeilijk: Je moet hen maar zo snel mogelijk vergeven!

Heks heeft ook heel wat vergiffenis uitgedeeld aan volstrekt onverschillige veelplegers. Een ware aanmoediging om maar door te gaan met die praktijken is gebleken, want ook ik ben meermalen door dezelfde mensen eindeloos diep gekwetst. Respectloos behandeld tot op het bot.

‘Liefde en respect is hetzelfde,’ zei ooit een kruidenmannetje tegen me, toen ik bij hem in behandeling was, ‘Als je familie je respectloos behandelt, kun je niet spreken van liefde. Ook al zeggen ze dat ze van je houden….’ Ik lag finaal in de clinch met mijn clan en was naarstig op zoek naar middelen om de harmonie te herstellen. Een harmonie, die er nooit geweest was overigens. Behalve in mijn heksenhoofd.

Mijn hardwerkende overuren makende drukke heksenhoofd.

Een paar jaar later zat die kruidenkwibus in de bak. Hij had zich vergrepen aan een minderjarig vrouwelijk familielid. Meermalen. Jarenlang. Gewelddadig. En het bleef niet bij dat ene familielid……..

Uiteindelijk deed iemand aangifte. Omdat zijn eveneens zeer kwaadaardige vriendin het gefilmd had, hetgeen de politie natuurlijk terugvond op zijn computer, kwam de incestpleger er niet onderuit. De gelauwerde kruidenman, die zijn mond vol had over respect.

Een typische narcist. Of eigenlijk meer een psychopaat. Bizar toch? Hoe die man jarenlang iedereen voor het lapje heeft gehouden? Inclusief een oude vriendin van Heks, die jarenlang voor de griezel gewerkt heeft. Voor haar is dit een enorme klap geweest. Dat weet ik zeker.

Een psychiatrisch onderzoek heeft uitgewezen dat de gedragingen van de verdachte kunnen worden gerekend tot ‘parafilie’, een verzamelnaam voor uiteenlopende seksuele stoornissen die gekenmerkt worden door terugkerend, sociaal minder aanvaarde fantasieën, drang of gedrag ter opwekking van seksuele opwinding.

Grenzeloze en kwaadaardige mensen. Je vindt hen overal. In alle lagen van de maatschappij. In alle beroepen. Er zijn wel meer mannelijke gevallen, dat is dan wel weer opvallend. Het zou ermee te maken kunnen hebben, dat jongens nog steeds een flinke streep voor hebben in het leven. Een enorme lange en brede streep. Een scheidslijn van jewelste.

En ook is bekend, dat je narcisten kunt kweken. Er zijn aanwijzingen dat er genetische componenten meespelen, maar van je lieve jongen een prins op de erwt maken werkt deze persoonlijkheidsstoornis absoluut in de hand. Dus.

Heks loopt ook al weer tijden met dat vergeef thema te worstelen. Op zich ben ik ook erg goed in vergeven. Ik ben vergeven met vergeven. Maar sinds mijn lange adem op is en ik er geen tandje meer bij kan zetten is de vergeefkoek opeens ook op. ‘Stom kutwijf, achterlijke eikel,’ scheld ik in plaats daarvan op alle ellendelingen, die me een kutgevoel bezorgen.

Vergeven doe je voor jezelf. En daarom moet je je er maar niet te druk om maken als iemand je smeekt om vergeving. Jezelf vergeven is veel belangrijker. En dat kan de smekeling ook best eens ontdekken.

Bovendien: Als je jezelf vergeeft is de kans klein, dat je nog eens in de fout gaat. Daarom is het zo waardevol om jezelf te kennen. En te omarmen. Vast te houden. Te vergeven dat je niet kunt vergeven. Of er eventjes helemaal geen zin in hebt.