Heerlijk koffie drinken met Non Hollandaise gevolgd door niet blij zijn met een dode mus…… Dagen later ontdek ik het verschil tussen een dood vogeltje, maar dat is een ander verhaal. Een spannend verhaal bovendien! Met wel een goede afloop.

Na een paar dagen verwoest meedraaien in het kloosterritme is het ‘Lazy Day’. Deze dag word je geacht zo lui mogelijk door te brengen. Veel mensen krijgen dat niet voor elkaar. Als een zot gaan ze enorme wandelingen plannen, gezamenlijk bomen omhelzen of andere nuttige bezigheden verenigen met het aangename. Kortom: Er is van alles te doen!

Heks is echter kampioen in het houden van een degelijke ‘Lazy Day’. Als het weer het toelaat hang ik in mijn hangmat. Het weer laat echter niets toe deze retraite. Dientengevolge zit ik lekker onder mijn luifel voor de tent koffie te drinken met mijn vriendin de Non Hollandaise. Speciaal voor de gelegenheid heb ik naast mijn espressoapparaat ook mijn melkschuimer meegebracht. En stroopwafels!

We zitten heerlijk te klessebessen. Er valt veel bij te praten na twee jaar radiostilte. ‘Het lukt me niet om allerlei mailcontacten te onderhouden,’ verzucht mijn vriendin, ‘Zelfs mijn familie krijgt zelden een berichtje terug als ze me mailen. Het leven hier is gewoon te hectisch, er gebeurt altijd zoveel in het hier en nu. Bovendien zijn de internetmogelijkheden nogal beperkt. Brievenschrijverij schiet er volledig bij in…..’

Ik snap het. Ik kom ook niet toe aan smsjes met het thuisfront, laat staan emailcontact. Blogjes schrijven schiet er ook bij in. Liever geef ik me volledig over aan het leven in dit aardse paradijs. Ik leef op. Niet langer overleven! Nee. Leven! En bij lekker leven hoort een bakkie troost.

‘Mmmmmm,’ geniet mijn vriendin, ‘Wat is dit een heerlijk kopje koffie, Heks! Hier in het klooster ben ik echt de enige, die zoveel van koffie houdt. Vroeger was er nog een Duitse non met een voorliefde voor dit goddelijke goedje. Toch is het echt een Hollandse traditie, dat koffie drinken. Zo gezellig ook! Heerlijk!’

Urenlang doen we ons tegoed aan cappuccino, koekjes en chocolade. De rest van de dag hang ik lekker rond in en om mijn tent. Totdat ik met mijn Amerikaanse familielid naar St Foy le Grand tuf. Daar is een enorme Leclerc. Ik wil een blogje posten en een reserveluchtbed scoren. Ook mijn gasfles is bijna leeg.

Mijn maatje is toe aan een kleine break. Het kloosterleven trekt een zware wissel op haar humeur. Een zekere onrust maakt zich van haar meester. Na een kleine roadtrip voelt ze zich een stuk beter.

Op de terugweg zitten we lekker te lachen. De ramen van mijn auto staan open, het is heerlijk weer geworden.

Plotseling horen we een harde knal. Een vogel heeft zichzelf dood gevlogen tegen de spiegel aan de passagierskant. Hij zit bekneld tussen de spiegel en het raam.

Verschrikt stop ik mijn dodelijke kanariepiet. We halen de verongelukte vogel voorzichtig van mijn auto af. Een sliertje bloed komt uit zijn bekje. Zijn oogjes zijn dicht. Slap hangt hij in de handen van mijn kompaan. Het leven is echt uit zijn lijfje geweken……..

Naast de weg is een greppel. ‘We gooien hem niet in die greppel, hoor. Kom laten we hem in elk geval begraven.’ Snel haal ik een stoffer en blik uit mijn auto. Ik graaf een kuiltje met het blik. We leggen onze zangvriend erin en dekken hem toe met aarde en bladeren.

Wat een sof. Arm beestje. Hopelijk was het geen moedervogel met een nest vol hongerige kindertjes……..

Zo komt er een ruw einde aan deze heerlijke middag. Heks houdt een rotgevoel over aan dit treffen. Ik weet wel dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Zelf ben ik regelmatig op de korrel genomen door een medeweggebruiker. Maar een vogel? Die heeft toch geen enkele kans tegenover een auto. Zelfs zo’n klein kanariepietje als het mijne is geen partij voor welke vogel dan ook….

Die avond slaap ik in met een gevoel van tekort schieten. Op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Ik hoop maar dat het een oude vrijgezelle vreemde vogel was. Enigszins suïcidaal indien mogelijk. Misschien is het beestje me in dat geval wel dankbaar voor deze grove vorm van euthanasie……

 

 

I have arrived, I am home: Na woeste reis door kletsnat Frankrijk komt Heks eindelijk aan in Plumvillage. Tot grote verrassing van mijn non-vriendin…….

 
Na een woeste heenreis van hot naar haar door overstroomd Frankrijk, kom ik donderdagavond dan eindelijk aan in Plumvillage. Om exact zes uur, precies op tijd voor het avondeten. Ik ga op zoek naar mijn vriendin, de Nederlandse non. Ik wil bij haar in de Nederlandse ‘familie’. ‘Er is dit jaar geen Hollandse groep. We zijn verdeeld over andere families. Zuster Lan heeft wel een groep: met mensen van over de hele wereld,’ vertelt een oude bekende me bij het begroeten. 

Omdat ik mezelf nog niet heb aangemeld, op een enkel mailtje na, besluit ik mezelf in te delen bij mijn geliefde zuster. Al snel ben ik er achter waar ze uithangt. 

‘Nou ja,’ roept ze blij verrast, ‘Kijk nu toch eens!’ We vliegen elkaar om de hals. ‘Je stond helemaal niet op de lijst’ stralend staat ze me te bekijken. Het is alweer twee jaar geleden, dat we elkaar voor het laatst zagen…..

  
Even later word ik voorgesteld aan mijn retraite-familie. We eten gezamenlijk. Daarna ga ik op zoek naar een goede plek voor mijn tent. De eerste optie keur ik af. Ik ga niet weer drie weken in de volle zo’n staan. Ver van het toiletgebouw. Stel dat we weer een hittegolf krijgen zoals twee jaar terug. Toen al mijn medicatie dagelijks werd gekookt……

Ik vind een plek tegenover een faciliteitengebouw. Onder de bomen, nabij de hut, die ik wil gebruiken als tijdelijk atelier. En bovendien pal naast een pad waar ik met de auto kan komen. Dus geen gedoe met kruiwagens vol bagage over hobbelig terrein, hulp vragen enzovoort. Kortom ideaal. Het veld is bestemd voor stafleden alsmede single women staat expliciet geschreven op een bord. ‘Hier achter is nog een veld, maar dat is zo doorweekt, daar zou ik niet gaan staan,’ adviseert een staflid me. 

  
Net als ik mijn spullen uit de auto heb gegooid komt er een ander staflid zich tegen me aan bemoeien. Het kan niet, eigenlijk dan, want er is gisteren iets besloten, min of meer, bladiebla. Ik ken het fenomeen, het geëmmer over dit soort futiliteiten, waar ik altijd tegenaan loop zodra ik hier ben. 

De een vindt dit, de ander dat. Iedereen wil dat je luistert natuurlijk. Heks wordt altijd verkeerd ingeschat. Niemand gelooft op het eerste gezicht dat ik een hopeloos lijf heb……

‘Ik heb van zeker zes anderen gehoord dat ik hier kan staan. Het is ideaal voor me. Vlak bij de toiletten. In de schaduw. Mijn spullen liggen er al, dus ik ga hier gewoon staan,’ zeg ik vriendelijk. Ze trekt een zuur gezicht en na vier dagen doet ze dat nog steeds als ze me tegenkomt. Het zei zo. Ik ga me niet meer verdedigen. 

Mijn kampeerplek is fantastisch, het is me en zuur gezicht waard. 

I have arrived , I am home.

Die nacht lig ik op mijn riante veldbed te creperen van de pijn, dat dan weer wel natuurlijk. Mijn god. Wat heeft mijn lijf een klap gehad van de voorbereidingen en de rampenreis. Maar ik ben er. Halleluja. Amen. 

    

Tegenslag mag. Maar niet elke dag. Het heeft ook positieve kanten: Het leven is uiteindelijk toch 1 groot avontuur. Vraag maar aan Harlekijntje…..

  
Tegenslag heeft ook zo zijn positieve kanten. Als alles van een leien dakje loopt maak je beduidend minder mee. Vorige week ben ik compleet opgetuigd op weg naar een ravissant feestje, als de demper van mijn uitlaat de geest geeft. Klonkklonkklonk hoor ik, net wanneer ik de snelweg verlaten heb. Op zich al een godswonder, dat het ding gewacht heeft met eraf vallen totdat de kust veilig was. Een ongeluk zit in een klein hoekje en ik heb niet graag de dood van een motorrijder op mijn geweten om maar iets te noemen…..

Een knetterend lawaai begeleidt dit voorval. Heks zet de auto aan de kant. Ik ga de ANWB maar bellen. Op vijf minuten rijden van mijn feestje anderhalf uur wachten is natuurlijk balen. Achter me stopt een auto. Een knappe kerel stapt uit. ‘Je uitlaat ligt eraf. Althans, je demper. Je gaat zeker de ANWB bellen?’ 

‘Niet doen! Zit je anderhalf uur te wachten en dan trekken ze die demper eraf en zeggen rijdt maar naar de garage…. Of naar huis. Ik ben monteur, ik kan het ook eventjes voor je doen. Kun je gewoon lekker naar je feestje.’ Hij lacht me vriendelijk toe. Vervolgens trekt hij die vermaledijde demper eraf en ik vervolg knetterend mijn weg. ’s Avonds rijd ik in een oorverdovende herrie naar huis. Het feestje is leuk. ‘Ik had die jongen mee moeten vragen als bedankje,’ bedenk ik me later, ‘was vast heel gezellig geweest.’

  
Met een gereanimeerde auto rijd ik gisteren het land uit. Heks gaat een kleine maand in retraite in Plumvillage. De laatste weken stonden in het teken van regelen, regelen, regelen. En nu is alles geregeld. Er wordt op mijn huis en op mijn dierentuin gepast. Varkentje is onder de pannen. Het avontuur lokt.
Het lokt nogal hard blijkt. Als ik uitgekacheld van de voorbereidingen de stad uit rijd kan ik nog niet vermoeden wat er allemaal boven mijn hoofd hangt.


Het eerste gedeelte van de reis verloopt voorspoedig. Wel traag, want ik kruip als een slak om Rotterdam en Antwerpen heen. Het is druk op de weg. In Noord Frankrijk kan ik eindelijk een beetje vaart maken. Bij Parijs geef ik mijn TomTom de opdracht om de Boulevard Periferique te vermijden. En daar begint de ellende. De vervangende route is afgesloten. Ik rijdt een paar uur van hot naar haar door deze metropool. Overal staan borden dat ik er niet door kan. ‘Wat een waanzin om op zoveel plekken aan de weg te werken ,’ denk ik bij mezelf. Die domme Fransen ook. 

Uiteindelijk lukt het me om de stad aan de goede kant te verlaten. Op zich best een pretatie, want later blijkt er een noodtoestand te zijn afgekondigd….. Het is vreselijk weer. De regen komt met bakken van de hemel…

Ik kom op een louche Route Nationale terecht vol kuilen en met nauwelijks zichtbare markering. De weg draait , stijgt en daalt en ik heb maar een paar meter zicht. Ik ga een hotel zoeken, besluit ik. Ik stop bij een verlaten benzinestation en ga aan de slag met mijn booking.com app. Om te ontdekken dat niets werkt. Ik krijg internet niet aan de praat. 
  
Als ik doorrijd  kom ik toch op de péage. Mooi zo. Ik geef gas en hoop ergens onderweg een stom goedkoop hotel tegen te komen. Plotseling is de weg afgesloten. Voor ik het weet ben ik noodgedwongen op weg naar Nantes! Ik wil niet naar Bretagne. Bij de eerste beste afslag ga ik van de weg af. Ik beland in een soort vrachtwagendorp. Allemaal kolossen staan te wachten. Waarop?

Nadat ik driehonderd rondjes rondom een rotonde heb gereden ontdek ik een gewone parkeerplaats. Ik kan geen kant op. Het is beestachtig weer. Ik besluit hier dan maar te overnachten. Ik mis mijn hondje. Met hem erbij voel ik me gewoon een stuk veiliger. Maar goed. Ik hang gele dekens voor de ramen. Een zonnescherm sluit de voorruit af voor nieuwsgierige blikken. Ik wikkel me in een paar dekens, zoek mijn kussen op, neem een oogbadje. Ja echt. Je moet toch wat bij wijze van sanitair ritueel. Met moeite sukkel ik in een soort halfslaap

Soms staan er mensen een tijdje naast me te telefoneren en te schreeuwen. Ik ben niet de enige die is gestrand. Maar het grootste deel van de nacht is de plek godverlaten. Om een uurtje of zes houd ik het voor gezien. Ik ga weer rijden. Ik moet eerst maar eens ontdekken hoe ik in godsnaam in Orléans kom.
Via de Route Nationale kom ik een aardig end, maar opeens staat alles vast. Echt muurvast. Na een uur is er nog geen enkele beweging waarneembaar. Intussen heb ik vernomen dat ik in een natuurramp ben beland. Half Frankrijk staat onder water. Het is een wonder, dat ik het zo’n end geschopt heb met mijn kuikentje.

  
Ik ontsnap uit de file en besluit op de bonnefooi op zoek te gaan naar iets groters dan een boerengat. Dat valt nog niet mee. Veel wegen zijn afgesloten. Toch vind ik een klein stadje met een kroeg en een bakker. De bakkersvrouw is zeer kordaat. ‘Madame heeft in haar auto geslapen,’ roept ze naar haar man, ‘waar is dat adres van die gite?’ Ze belt met een boer uit de omgeving, die kamers verhuurt. Er is nog iets vrij. ‘En leg jij haar eens even uit hoe ze er moet komen,’ commandeert ze haar echtgenoot.


Intussen legt ze verrukkelijk aardbeientaartjes in de vitrine, door manlief zelf gebakken. Wat jammer dat Heks het niet mag eten. Het water loopt me in de mond. Een kopje koffie zou ook erg welkom zijn. En ergens een plasje doen…….


Even later ben ik weer op weg. Ik heb hier niets aan mijn TomTom. De straat kent ie niet. De bakker heeft echter een geweldige kaart getekent. Een kwartiertje later heb ik het adres gevonden. Ik wordd allerhartelijkst verwelkomt door de boer. Zijn vrouw zit vast in Orléans. Een vriend komt ook logeren , want zijn huis is ondergelopen. 

‘Wil je een lekker ontbijtje?’ De man zet koffie, schenk jus d’orange in, zet jam op tafel en yoghurt. Heks eet wat van haar eigen smerige glutenvrije brood met de zalige eigengemaakte confiture. Intussen klets de boer honderduit. Het is een knappe en charmante kerel. Hij is hier geboren en getogen op deze prachtige boerderij.


Niet veel later lig ik in een warm bad. Ik slaap de gehele verdere dag, afgewisseld met het lezen in Harlekijntje. De avond voor vertrek kreeg ik de complete serie cadeau van Kras. We blijken allebie als kind idolaat te zijn geweest van deze boeken geschreven door Josephine Sieb. ‘Harlekijntje is een heerlijke ADHDer,’ volgens mijn vriendin. 


Morgen ga ik weer op pad. De vrouw van de boer weet een goeie sluiproute, die nog open is. Ze is er net via teruggekeerd op de boerdeij. Vanaf Orléans schijnt de péage weer operationeel te zijn. Op hoop van zegen dan maar. Als het morgen niet lukt, rijd ik door naar Spanje……..

  
 

Zelfmoordpil voor als je niet meer wil. Beschikbaar voor iedereen? Of voor mensen boven de 18? Of vanaf 80 jaar? In de aanbieding bij het Kruidvat? Gewoon online te bestellen? Vragen, vragen……. Of moet je het leven maar verdragen?

Vanmorgen ontwaak ik voor de televisie. Het journaal schudt me pas echt goed wakker.  De Coöperatie Laatste Wil en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) bepleiten om een zelfmoordpil op de markt te brengen. Iedereen die niet in aanmerking komt voor euthanasie kan dan gewoon het heft in eigen hand nemen. Toe maar.

Een proef met mensen vanaf 18 jaar wordt de politiek dan weer te gortig. Maar met mensen vanaf 80 is misschien wel een goed idee. De politiek in de vorm van Pia Dijkstra van D66 komt komt nog dit jaar met een wetsvoorstel dat het senioren mogelijk moet maken hun leven te beëindigen als ze er zelf helemaal klaar mee zijn en er echt niets meer van kunnen verwachten.

Opeens ben ik klaarwakker. Mijn ogen puilen uit mijn kop van nijd. ‘Gdvrdmm’, grom ik binnensmonds. Wat is dit nu weer voor’n idioot gedoe? Boven de 80 ben je blijkbaar niet meer zoveel waard. Belachelijk! Mijn moedertje is 80: Haar broze leven is hartstikke kostbaar!

Heks is tegen de zelfmoordpil. Ik begrijp dat er behoefte aan is. Ikzelf heb ook regelmatig gewenst uit mijn lijden verlost te worden. Als ik weer eens een jaartje of wat doodziek in bed lag. Zonder dat iemand het in de gaten had. In het tijdperk voor LDN. Of als ik weer eens werd uitgemolken en uitgekotst door een narcistische vriend, vriendin, geliefde of wat dan ook. En daarbij dan ook nog eens in bed lag te rotten. Die combinatie is dodelijk kan ik je vertellen, alleen je gaat er niet dood aan…..

Maar goed. Toch ben ik er tegen. Terwijl tegelijkertijd ik ook vind dat je mensen met die problematiek niet kunt laten barsten. Tevens weet ik dat de regelgeving rondom euthanasie erop neerkomt dat je je lijden louter verkort, als je toch al op sterven na dood bent. Alle andere gevallen komen niet in aanmerking. Dus ben je net als Heks eindeloos ziek, maar je gaat er niet aan dood: Jammer dan.

Nu worden ME-patiënten natuurlijk helemaal niet geholpen in Nederland. Zogenaamd stellen we ons aan. We moeten vooral sporten terwijl het niet gaat: Om conditie op te bouwen! Vanuit die hopeloze niet werkende levensgevaarlijke cognitieve braaktherapie. Een lekkere chemokuur waar in Noorwegen 70% door geneest krijgen we niet. Ik heb er graag een kaal bolletje voor over om mijn leven terug te krijgen. Maar nee. Zoek het maar uit.

Bij mij in de kerk heeft een aantal jaar geleden een ME-patiënte zich van het leven beroofd. Ze kon de uitzichtloosheid van haar lijden niet meer aan. Iedereen schrok zich een ongeluk. Jeetje, wat verschrikkelijk. En daar bleef het bij. Nooit meer iets over gehoord.

Stel je voor dat die zelfmoordpil er komt. Voor iedereen en alle leeftijden…… Er komt een run op, let op mijn woorden! Door ME-patiënten. Een sukkeldrafjesrun. Door uitgeputte mensen. Die eigenlijk te moe zijn om em in te nemen.

Maar Heks hoeft zo’n pil niet. Ik wil leven. Ook al doet het pijn.

Vanmorgen wandel ik langs de Singel. Het druilt van de regen. Het is guur en koud. Ysbrandt vindt het ook maar zozo. Toch breekt de zon door in mijn hart. Straalt er warmte uit mijn ogen. Kan iedereen weer op mijn glimlach rekenen.

Na een jaar depressie als gevolg van narcistische mishandeling begin ik weer te leven. Ik heb geen haast meer. De ongedurigheid is voorbij. Het schelden is verstomd. Ik ben precies waar ik moet wezen. Hier in dit lastige prachtige lijf. In mijn mooie waardevolle amoebe-leventje.

Psychiater en publicist Bram Bakker: Zelfmoordpil

Over de lobby voor een levensbeëindigende pil bij psychisch lijden en de tegenargumenten daarvoor

Nar sist narrig, halsstarrig in zijn eigen mist, hij heeft al zoveel zaad verkwist, in vreemde krochten, dat beslist; zijn eigen vrouw is nogal warrig. Zoektermen zijn inspirerend blijkt! Maar ook vaak heel grappig. En soms vreemd. Bizar zelfs…..

Soms kijk ik in mijn statistieken naar de gebruikte zoektermen. Er staan er altijd maar een paar vermeld. De rest is zogenaamd onbekend, maar vroeger zag ik er meer, dus ik denk dat het een keuze van mijn provider is om er minder te tonen.

Vandaag staat er ‘Prins Bernard’ narsist. Die wilde ik jullie toch niet onthouden. Nar en sist. Een slang aan het hof. Een hofnar ook. Een kolderkop met een anjer erop. En ongetwijfeld een narcist. Arme Juliana. Van ellende heeft ze haar heil toen maar gezocht bij een spiritueel narciste. Voor het tegenwicht als het ware. Laatstgenoemde werd met veel bombarie ontmaskerd, maar droplulletje Bernard mocht blijven…..

Links en rechts strooide hij vrouwen complimenteus zand in de ogen, gevolgd door een lading kwistig verspild zaad. Onechte kinderen schoten als paddestoelen de grond uit na confrontatie met zijn paddestoel. Iets zegt me dat we daar bij onze Willy niet bang voor hoeven te zijn.

Nar sist narrig, halsstarrig in zijn eigen mist, hij heeft al zoveel zaad verkwist, in vreemde krochten, dat beslist; zijn eigen vrouw is nogal warrig.

Hofnar sist

Maar goed, de zoektermen. Ik lach me soms gek als ik zie wat mensen zoeken en wat ze vervolgens bij Heks vinden. ‘Grote rode tepels’ gezocht bijvoorbeeld om vervolgens terecht te komen bij een zeug op kinderboerderij Het Geertje. Een kleine greep uit recente zoektermen.

  • schoondochter zwanger neuken
    • geleut van zeeheksen
      • diep vergist in sommige mensen
        • penispaprika
          • godin met tieten en 8 armen
            • heksen cannabis
              • playboykutjes
                • vrouw met penis
                • wat zijn herenbonen
                  • heksenmagie
                  • van hier naar tokio grappen
                  • ik wil mooie teksten met mooie bloemen
                  • prins bernhard narsist
                  • zuster anna bloedwijn
                  • iris koops boek
                    • niet vergeten hoor
                    • sylvia over mijn lijk
                    • zeer oude dametjes met jonge kerels

jajaja, het is me wat.

Natuurlijk zit ikzelf ook dagelijks dingen op te zoeken op het wereldwijde web. Ongelofelijk wat je met een druk op de knop allemaal te weten kunt komen. Hoe deden we dat vroeger?

Vroeger ging je naar de bibliotheek. Daar kon je best het één en ander vinden. Vooral als je net als Heks het vak bibliografisch basisapparaat verplicht had doorworsteld. Hier leerde je je weg vinden in de wondere wereld der bibliotheken. Zou dat vak nog gegeven worden? Zit er nog weleens iemand te verstoffen in een bibliotheek?

Zeer oude dametjes met jonge kerels intoetsen en je komt bij Heks terecht. Vrouw met penis werkt ook. Godin met tieten en armen. Sowieso wordt er veel gezocht en gevonden op penis, tiet of neuken. Seks verkoopt. Ook als het om recepten voor een vrolijk leven gaat!

  • vrouwen schrijven niet met gun toeten
  • baby poesjes
  • wat draagt een speurneus
  • verkleed als vrouw
    • heks geliefde
    • zelfverzonnen vlees
    • verkleden oud moedertje
      • man verkleed als vrouw
      • verband tussen temazepam en alzheimer
      • andijviestamppot lactosevrij
      • iemand die denkt dat ie dikke tieten heeft
      • zoenende kikkers
      • narcistische politici

Nu is op de thematiek van mijn blog natuurlijk geen pijl te trekken. De onderwerpen stuiteren alle kanten op. Je loopt even veel kans op een lekker glutenvrij recept als op een gepeperde opinie over een triviaal onderwerp. Sowieso mag ik graag schelden, maar er stromen ook luchtige verhaaltjes uit mijn pen. Hier en daar borrelt er wat occulte materie op uit mijn heksenketel, maar het volgende moment is het weer christelijke ethiek wat de klok slaat.

Boeddhisme is ook een terugkerend onderwerp, maar hoe verhoud dat zich nu weer met al dat gescheld op narcisten en psychopaten?

Vooralsnog schrijf ik precies waar ik zin in heb. Sommige dingen laten zich niet beschrijven. Die zit ik uit. Maar veel van mijn belevenissen laten zich prima vatten in een verhaaltje. Aangedikt of uitgekleed. Voorzien van wat sappige tags. Zodat ook licht pornoverslaafde stumpers nog eens worden getrakteerd op een goed verhaal of receptje.

Blonde aap heeft mensen lief zonder condoom in een grote kooi op televisie. De natte droom van menig gemankeerd dorpspastoor of domineeszoon. Absurde verhalen van Grunberg vermaken me tijdens mijn minivakantie op Aloha Beach. Alias het balkon van Huize Heks.

De afgelopen dagen houdt ik vakantie in eigen huis. Ik geniet van het heerlijke weer. ’s Middags lig ik in mijn hangmat. Ik heb een ouderwetse leesaanval. Ik jas er een paar boeken doorheen. Plotseling vind ik een boek van Arnon Grunberg in de boekenkast. Apocalyps. O ja, gekregen van een ex. Geen idee waarom ook alweer.

‘Zo gek, Frogs, die krentenkakker gaf nooit zomaar iets. Ik kan de presentjes op de vinger van 1 hand tellen ongeveer. Maar hiervan kan ik me totaal niet herinneren wat er achter zat. Iets goed maken? Verjaardag? Sinterklaas? Nee. Maar er staat wel een verhaal in, dat eventueel op mij kan slaan nu ik erover nadenk. Het heet “De blonde aap” Fantastisch geschreven overigens. Een volstrekt idiote geschiedenis.’

Heks houdt wel van Grunberg. De man kan schrijven. Hij legt weinig uit, wel zo prettig. En hij is wars van gemoraliseer. Heerlijk. Wel observeert hij scherp en genadeloos. Hij was mijns inziens op jonge leeftijd al een bepaald punt voorbij, dat nodig is om echt vrij te kunnen schrijven. Het punt van rekening houden met de gevoelens van degenen over wie je schrijft…… Pleasen lijkt niet bepaald zijn werkwijze.

Ik vermoed dat veel mensen hem niet aardig vinden en dat hem dat een worst is. Maar ik kan me vergissen natuurlijk.

Het verhaal gaat over een vrouw, die na een leven van stiekem huilen, eetclubjes en fietsclubjes een dodelijk saaie autobiografie schrijft. En hoe ze uiteindelijk van iedereen wil houden. Juist van de mensen waar niemand om geeft. Een soort iedereen is mijn partnergedoe, zoals Heks dat aanhangt, maar dan extremer.

Zij gaat ook daadwerkelijk met al die verschoppelingen de liefde bedrijven. Of wat daarvoor doorgaat. Zonder condoom omdat ze de werkelijkheid geen geweld aan wil doen. In haar eigen televisieshow. Opgesloten in een grote kooi…..

Het wordt haar dood, want de monstermensen die ze liefheeft vreten haar langzaam op….. Ze zijn wel dankbaar en blij overigens. Sommigen ervaren voor het eerst liefde in hun  armzalige leven. Een enkeling kan voor het eerst gebruik maken van zijn armetierige geslacht. Haar offer wordt zeker gewaardeerd binnen de waan van de dag.

De blonde aap wil dat alles echt is. We zijn het contact met de werkelijkheid verloren in haar optiek. Ook in die thematiek herken ik me. Real people. Zoals Hawaiianen dat fenomeen noemen. Gefascineerd lees ik verder. Af en toe lig ik onder de tafel van het lachen. Het is ook grappig. En absurd.

Mocht ik het boek gekregen hebben om me op de kast te jagen, dan moet ik de gulle gever teleurstellen. Ik lach me een ongeluk om het verhaal. Maar ja, de analogie tussen Heks en de blonde aap gaat maar ten dele op. Mij krijg je met geen stok in een kooi en al helemaal niet op televisie. Ook condoomloze seks met Jan en Alleman is uitgesloten. Laat staan dat ik mezelf laat opvreten…..

Of is het een sleutelroman/verhaal?

Hoewel? Dat laatste is wel min of meer gebeurd. Alleen heette het niet opvreten maar uitvreten……

‘De werkelijkheid is vaak absurder dan wat je maar kunt verzinnen. Dat is me al vaak opgevallen. Het zijn rare verhalen, die Grunberg vertelt, maar kijk om je heen, ik zie wel gekkere dingen…… En minder lachwekkend helaas,’ oreer ik tegen mijn kikkervriend. Hij is een beetje nieuwsgierig geworden naar het boek. ‘Het heet Apocalyps. Je mag het wel lenen, als ik het uit heb.’ Ik leen zelden meer boeken uit. Het zijn vrienden van me en ik mis ze als  ze er niet zijn. Ook heb ik er al teveel nooit meer terug gekregen. Maar Frogsie is een uitzondering.

Stil worden versus schelden. Intenties zijn leuk, maar zelfs goed bedoeld pakt niet altijd goed uit. Kwade intenties transformeren je echter zonder meer tot creep.

Stilte voor de storm, stille wateren hebben diepe gronden, spreken is zilver, maar zwijgen is goud. Horen, zien en…? Van oudsher heeft de mens veel waarde gehecht aan het houden van je kakel. Maar ook aan het tegenovergestelde: In den beginne was het Woord. Het Woord was zelfs God….

Zorgvuldig spreken. Het komt er niet altijd van. Hele periodes gaat het vrij aardig en dan opeens maak ik verbaal gehakt van mijn nietsvermoedende medemens. De aanleiding kan reuze triviaal zijn.

Als een dikke constipatieve drol de weg verstoppen door veertig te rijden op een provinciale weg bijvoorbeeld. Terwijl ik juist last heb van nodeloze haastige spoed. Je kunt vrij straffeloos schelden in een auto met de ramen dicht. Nu het echter zomer wordt moet ik op gaan passen. Ik wil niet dat iemand mijn scheldkanonades hoort. Groot kans dat er dan een keertje iemand uit zijn auto stapt om me te lijf te gaan….

Zit je dan alleen maar te schelden tegenwoordig, Heks? Komt er nooit meer iets aardigs uit je slokker? Welnee. Er komen met enige regelmaat toch reuze vriendelijke dingen uit mijn keelgat. Het is zeker geen open riool. Maar ik heb zelf last van mijn gescheld. Het ontregelt me. Ik kan er niet achter staan en toch moet het er uit. Mijn hart een moordkuil is al helemaal geen optie.

‘Ik stuur het naar ‘de planeet Scheld’, vertrouw ik Steenvrouw toe als ze op de koffie komt. Ze moet er om lachen. ‘Ik wil het gewoon niet naar al die eikels en dozen sturen waar ik zo kwaad op ben. Het is uiteindelijk energie. Hele negatieve ook nog eens. Maar ja, eigenlijk verdienen ze het wel om eens een koekje van eigen deeg te krijgen.’

‘Je intenties zijn heel belangrijk heb ik ontdekt. En die komen bij je terug uiteindelijk. Waren ze slecht, dan ben je alsnog zelf de lul. Goeie intenties verwarmen je als een duffelse jas. Creepy intenties transformeren je rücksichtslos in een engerd. Daar helpt geen moedertjelief aan.’

 

 

‘Verboden te huilen, verboden te kniezen, verboden je goede humeur te verliezen….’ schreef mijn vader in mijn poëziealbum . Niet dat hij zich er altijd aan hield, maar het is een goed streven. Heks wil niet als zuurpruim door het leven. Werk aan de winkel dus!

‘Zo Heks, je lijf voelt veel beter aan dan pakweg zes weken geleden,’ tevreden kijkt mijn fysiotherapeute me aan. Ze heeft me net weer grondig gemarteld. ‘Met name je onderrug zit in de lift. Er zit weer wat beweging in die plank…. ‘ Mooi zo. Blijkbaar begint die bijna chronische stress uit mijn lijf te trekken.

Recente ontwikkelingen alsmede het mooie weer hebben een heilzaam effect. Ik krijg weer zin in het leven. ’s Avonds loop ik langs het strand te flaneren. Ik pik weer eens een terrasje mee. En ik kan weer schateren zonder spierpijn te krijgen wegens gebrek aan training der lachspieren.

Nu zie ik ook wel de noodzaak van deze ontwikkeling in. Ik wil geen verbitterd oud wijf worden. Die zijn er al genoeg. Menopauzale monsters met een door hormonale insufficiëntie veroorzaakte zuurpruim in plaats van vagina tussen de benen. Gisteren heb ik het met twee van zulke types aan de stok gehad. Ik hoefde er niet eens iets voor te doen!

De eerste pruim beloert me geruime tijd terwijl ik wat kruidenplantjes uitzoek bij de bloemist. Ik heb mijn fiets achter de veilingkar geplaatst. In de schaduw, zodat Varkentje het niet te warm krijgt. Hij zit eraan vastgebonden… Voorzichtig pak ik de mooiste exemplaren eruit. Het mens blijft loeren.

Zou zij soms die kruidenplantjes willen hebben? Nou ja, er staan er nog genoeg. Maar nee, ze pakt een grote paarse petunia. Kleurt precies bij haar samengeknepen pruimenmondje. Zo mondje, zo kontje….

Tot mijn verbazing begint het secreet tegen me aan te prossen. Ze gaat zo dicht op me staan dat het onaangenaam wordt. ‘Ga nu eens weg,’ zegt ze uiteindelijk, terwijl ik geen kant op kan. Klem tussen de veilingkar, mijn fiets en die taart. ‘Laat mij er nu eens bij, zet die fiets weg,’ commandeert de sergeant-majoor van lik m’n vestje en dan m’n oor. Vast moeder geweest van een groot gezin: Kan niet anders dan commanderen en is gewend haar zin te krijgen.

Het valt me nog mee dat ik geen oplawaai krijg tijdens 1 van haar charges. Als een tank rolt ze af en aan, terwijl ik mezelf uit mijn benarde positie verlos. Zwijgend verplaats ik mijn fiets een meter. Nu zit Varkentje in de zon.

Overdreven foute reactie van het klotewijf verder vertrekt ze abrupt met haar petunia. Geen idee waarom ik nu eigenlijk mijn fiets moest verplaatsen behalve dan om haar haar zin te geven. Ze heeft de kruidenplanten geen blik waardig gekeurd……

‘Wat een raar mens,’ zeg ik tegen de verkoper. Hij werpt me een berustende blik toe. Blij dat dat lastige wijf is opgehoepeld. ‘Reis je wel eens met de trein?’ Hij geeft me een paar bonnenboekjes vol voordeelcoupons mee. Als goedmakertje denk ik.

Even later heb ik weer beet met een secreet. Ik ga mijn Havermikske ophalen in de biowinkel. Er komt een vrouw binnen met een Vietnamese hoed op haar knoestige kop. ‘Wat een mooie hoed, mevrouw,’ complimenteer ik haar, ‘Bent u soms in Plumvillage geweest?’

Het mens kijkt me nijdig aan. ‘Iedereen heeft maar commentaar op die hoed, belachelijk, mensen zijn niks gewend. Leiden is toch zo’n stomme stad. Je zou denken dat men hier wel iets kan hebben, maar nee. Ik heb zonneallergie, daarom draag ik die hoed.’

Pissig gaat ze achter me in de rij staan. Ik kijk in haar chagrijnige rotkop onder die prachtige hoed. Mijn ‘Ik heb ook zo’n hoed, ze zijn geweldig, iedereen in Plumvillage loopt ermee op zijn kop,’ maakt geen indruk.

Mijn verhaal is aan dovemansoren besteed. Plumvillage interesseert haar niet. Ze heeft geen idee waar ik het over heb en dat wil ze graag zo houden. ‘Ik heb niets met trends,’ zegt ze beledigend. Ok dan.  Je kunt het krijgen zoals je het hebben wilt. Stom stuk verdriet.

‘Plumvillage is geen trend, het bestaat al zeker veertig jaar. En Boeddhisme is al helemaal geen trend te noemen,’ zeg ik bits. Ik draai me om en laat haar in haar zurige maandverbandensopje gaar koken. Wat een hopeloze taart. Zo wil ik niet worden!

De dames achter de kassa grijnzen me meelevend toe. Zij worden ook niet vrolijk van deze vreemde walgvogel. Ze negeren de hoed. Een gewaarschuwd mens telt voor twee…..

Weg met mijn eigen innerlijke zuurpruim. Overlevende uit het land der duisternis. Ik  heb besloten weer eens wat leuke dingen te gaan doen. Eerst ga ik een keertje uit met een hele leuke man. Dat zit al een tijdje in de pen, maar het kwam er maar niet van. Gewoon voor de gein. Wat positieve aandacht voor de verandering.

Ook ga ik wat nieuwe initiatieven ontplooien. Wat verse uitdagingen om het leven weer spannend te maken. Alles om niet te verzuren; De zoetheid van het bestaan opzoeken om niet te verbitteren.

Laat alle zuurpruimen en bitterkoekjes maar de Rambam krijgen. Ik fluit mijn eigen  liedje. Een nieuwe lente en een nieuwe geluid!

 

 

Eten uit een Klikobak, smullen in de Vlikobak: Hele volksstammen duiken dagelijks vrijwillig in het afval op zoek naar een maaltijd, de zogeheten dumpster divers. Maar een hoogbejaarde man hoort daar niet thuis volgens Heks. Zo’n oude hongerige baas roerend in het vuilnis wordt me toch te gek.

Vanmorgen staat de zwerver weer uit de Vlikobak van het hotel tegenover mijn huis te eten. Althans, hij is op zoek. Helaas is het ding vrij onlangs geleegd. Na wat nutteloos gegraai in de leegte geeft hij het teleurgesteld op. Heks hangt intussen uit het raam. Ik heb net een flinke pan pittige paprikasoep gekookt. Misschien lust deze Oost-Europees ogende oude man er wel een grote kop van.

Ja, graag. Zijn bleke blauwe ogen lichten op. Even later serveer ik mijn brouwsel met een glutenvrije boterham erbij. In de gevel van mijn huis is een bankje ingemetseld. Daar zet ik het dienblad op. ‘Ik kom zo terug, eet smakelijk!’ de man verstaat prima Nederlands. Hij valt al staande aan op de soep. Voorovergebogen staat hij te genieten.

Mijn hulp kijkt eventjes later uit het raam. Ze wijst op een paar ranzige roddeltantes. ‘Kijk eens naar die rare taarten, hoe ze naar die man kijken, vol afschuw en afkeuring,’ verontwaardigd kijkt ze me aan, ‘Ze staan hem gewoon openlijk te bespreken! Wat heb ik daar toch een hekel aan, dat eeuwige oordelen.  Alleen maar omdat hij daar een beetje raar een kop soep staat te eten, bah.’

De opgedirkte keurige ‘tante Betjes’ verdwijnen uit zicht. Hun poepbruine decolletés puilen aan alle kanten uit hun te kleine wit met gouden truttentruitjes. Hun geblondeerde getoupeerde haren als een vlag op een strontschuit boven hen uittorenend. Ja, sneu als je zo in elkaar steekt, maar bepaald niet uitzonderlijk…..

Even later zit ik weer beneden bij mijn zwerver. ‘Mijn buurman moet een nieuwe dak op zijn huis. Maar hij heeft er geen geld voor over. Het kost maar 10.000 euro!’ begint de oude baas. Buurman? Huis? Het is helemaal geen zwerver! De man kletst intussen vrolijk verder. Hij vindt iets verskrikkulluk. Krijg nou wat, bespeur ik daar een Katwijks accent? Niks Oost Europa!

Nu is Katwijk niet te vergelijken met enige andere gemeente in Nederland, zelfs hun taal heeft een totaal andere oorsprong en ontwikkeling dan de rest van ons kikkerlandje. Door dit fenomeen gecombineerd met de van oudsher grote mate van inteelt in deze van origine geïsoleerde kustplaats zou je inderdaad toch kunnen spreken van een geheel andere bevolkingsgroep…..

Mijn nieuwsgierigheid is natuurlijk gewekt. Waarom eet deze lieve zachte oude Kattukker uit de vuilnisbak? Als je 10.000 euro niet veel geld vindt kun je toch wel wat uitgeven aan een fatsoenlijke maaltijd?

‘Mijn zuster heeft Alzheimer, ze zit in Overduin,’ langzamerhand vallen er wat puzzelstukje in elkaar. De zus kookte natuurlijk. En nu niet meer. ‘Ik ben al 45 jaar alleen,’ vervolgt hij. Vanaf zijn 33e dus reken ik snel uit. Misschien jong weduwnaar geworden? Of zijn zijn ouders toen overleden en schoten hij en zijn zuster over?

De rest van de familie is dood hoor ik vervolgens. Vroeger waren de meeste Katwijkse gezinnen behoorlijk groot. Niet leuk om als enige over te blijven. Waarschijnlijk kan hij helemaal niet koken. Soms zijn mensen ook te krenterig om geld uit te geven aan ‘tafeltje dek je’.

Mijn vriend Jip werkt voor die organisatie. In Katwijk! Dagelijks brengt hij een keur aan bejaarden een uitstekende maaltijd. Heks kan het niet eten, want het is vergeven van de gluten, lactose, soja en conserveringsmiddelen. Maar normale mensen hebben daar ogenschijnlijk geen last van.

Mijn nieuwe bejaarde vriend zit lekker te smikkelen van een witlofsalade met mandarijntjes en appel. Heerlijk aangemaakt met citroenolijfolie. Jammie. Zo vind je ze niet in de Kliko van het hotel. Hun eten zou ik zelfs niet wegkrijgen als ik het aan tafeltje in hun louche restaurant geserveerd krijg. Met een miljoen euro bonus.

‘Bedankt,’ zegt de oude baas bij het afscheid. Tot de volgende keer maar weer. Want die komt er vast. Hij staat met enige regelmaat op zijn fragiele vogelkop in het afval. Ik heb hem ook wel eens een paar euro toegestopt voor een kopje koffie. Wonderlijk, wonderlijk, deze man. Misschien behoort hij tot een nieuwe groep bejaarden: Zwervende ouderen, zoals in Roemenië.

De zorg is hier uiteindelijk ook niet meer wat het geweest is. Als zo’n lieve en vriendelijke man zo gemakkelijk tussen de mazen van het zorgnet valt, is hij vast niet de enige. Lang leve onze kutregering. en vooral ook: Lang leve alle rechtse eikels die die regering in het zadel hebben geholpen…..

Maar ja, het kan altijd erger. In Amerika stevenen ze af op een narcist als president: Donald Trump, enger dan eng, een braakmiddel van een man, is de enige echte kandidaat voor de republikeinen. Een dieptepunt voor dat land. Je mag toch maar hopen dat die volgevreten varkenskop het niet gaat halen. Trump president? Dan zijn de rapen gaar…….

Dumpster Diving in Nederland.

 

 

 

Koude koningsdag begint helemaal verkeerd. Heks heeft al een kater voordat ze ook maar één biertje gedronken heeft. Gelukkig trek ik bij. Ik eindig zowaar blij. Door zware mallemolens en frivool noorderlicht!

De nacht voor koningsdag hang ik met mijn kop boven het watercloset. Oh, oh, wat ben ik beroerd. Mijn hele verteringssysteem keert zich binnenstebuiten. Keert zich tegen me. En dat voor de vrouw die nooit over haar nek ging!

Zeker dertig, veertig jaar kwam het er nauwelijks van. Ik kon zuipen als een tempelier en tegelijkertijd in brakke bootjes over woeste baren varen, terwijl iedereen om mee heen rollend in zijn eigen kots lag te braken: Ik had nergens last van.

Sinds mijn whiplash is dat anders.

Op de feestdag zelf heb ik afgesproken met Frogs voor een lekkere brunch. Meuh. We verplaatsen het tijdstip naar straks en later. We skippen de brunch. Uiteindelijk lopen we dan toch de stad in. Om de hoek van de steeg staan allemaal kraampjes. Ik heb eerder tijdens mijn hondenronde al een paar kleine kroonluchters en een theeservies gescoord. Voor een habbekrats.

We slenteren langs de stalletjes. Mijn Afghaanse stenenman staat er met een overvolle kraam. ‘Ik heb wel wat voor je, maar niet bij me. Op 5 mei kom ik weer,’ zegt hij nadat ik zijn uitstalling heb geïnspecteerd zonder iets van mijn gading te vinden. Er liggen alleen maar goedkopere sierraden gezet met veelvoorkomende kristallen. Hij kent mijn liefde voor een echte goeie steen. En hij heeft iets in gedachten….

Vorig jaar bracht hij vuuropalen mee op bevrijdingsdag. En een grote boulderopaal gevat in ijzersteen….. Die zijn behoorlijk tekeer gegaan in mijn leven…. Jaren geleden leverde hij me mijn trouwring voor mijn huwelijk met mezelf. Een edelopaal met veel vuur. Ja, Heks houdt echt van opaal, de baby onder de kristallen….. Benieuwd wat hij nu weer voor me in petto heeft.

‘Ik wil nog eventjes naar een ketting kijken bij een paar hele leuke dames. Het zijn aurora borealis stenen. Kristallen met een speciale metaallaag. Ooit ontwikkeld door Swarovski. Ze lijken een beetje op Rijnstenen. Prachtig. Komt uit Amerika, jaren vijftig…!’

Frogs kijkt me wazig aan. Waar heb ik het over? Even later staan we voor een kraam gevuld met antieke sierraden en oude hoedjes. Ik pak het beoogde halssierraad van een kleine buste en hang het om mijn nek. ‘Maak eens dicht, Frogsie,’ commandeer ik mijn verschrikte kikkervriend. Al zijn vermogens tot fijne motoriek moeten eraan geloven. Geconcentreerd staat hij te prutsen. Het is ook nog eens een raar haaksysteem….

Heks begint te giechelen, maar uiteindelijk hangt het collier om mijn hals. Prachtig! Verrukt staar ik in de kleine spiegel naar mijn opgetogen gezicht met daaronder een waterval aan schittering: Werkelijk schitterend!

Ik doe goede zaken met de dames. Ze vertellen me over de geschiedenis van deze ketting en pakken em intussen mooi in. In een prachtig oud doosje zie ik later. Wat een toewijding!

Bij een ander kraampje zie ik een porseleinen popje. Piepklein. ‘Wat kost dat poppetje?’ vraag ik aan de verkoper. Frogs vindt het maar raar. Wat moet je nu met zo’n popje? ‘Ik wilde gewoon weten wat zoiets kost, Frogs. Ik heb precies zo’n ding op mijn godinnenaltaar staan. Gekocht voor een kwartje in de kringloop. En het is dus gewoon 20 euro waard. Grappig toch?’

Akka Brinkman (links) van Antiek en Curiosa, akkabrinkman@hotmail.com, 06-10581000

Ja, Heks heeft een neus voor kwaliteit. Laat haar over een rommelmarkt lopen en ze vist er met haar bionisch oog alle spullen van waarde uit. Het heeft iets met aandacht te maken. Alles wat mooi is, is ontstaan in aandacht. En dat zie je aan iets af. Dat geeft het intrinsieke waarde, ongeacht wat het is en waar het voor bedoeld is.

Zo koop ik tot slot een Turks koffiemolentje. Een prachtig aandachtig gebrouwen apparaat. ‘Leuk om mee te nemen als ik ga kamperen,’ roep ik enthousiast. Ik zie mezelf al in een tent zitten met dat gekke loodzware koperen ding. ‘Je kunt er ook een goeie klap mee uitdelen,’ vervolg ik. Ik kijk teveel enge moordprogramma’s tegenwoordig. Maar het is waar. Een oplawaai van deze mallemolen overleef je waarschijnlijk niet….

We eindigen in de WW. Onze geliefde stamkroeg van honderd jaar geleden. We komen oude vrienden tegen. Sommigen half vergaan door alcoholmisbruik en andere slechte gewoontes, anderen verdriedubbeld in de breedte in de vorm van een valhelm.  Maar toch nog even lief en aardig als altijd.

‘Het leven is niet eerlijk, Frogs. De leukste mensen gaan er helemaal naar de kloten door.’

Opeens zie ik een oude thuishulp van me. Een stevige dame met prachtig rood haar. Ze speelt in een heel leuk bandje herinner ik me. Ze heeft een geinig vriendje, waarmee ze een biertje deelt. Ik zie hen duidelijk genieten van de muziek, elkaar, hun vriendenkring. We maken een kort praatje, want we mogen elkaar heel graag!

Later thuis kook ik een kippensoepje. Frogs wandelt met het hondje. Precies op het moment dat hij mijn huis weer binnenstapt is de soep klaar. Hij wordt natuurlijk niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend, maar het scheelt niet veel.

‘MMMMMmmmmmmmmm…. Heks, wat is dit lekker!’ Mijn kikkervriend zit te knorren van geluk. En het is waar. Dit soepje kan een dode tot leven wekken. Tevreden lepel ik mijn bordje leeg. Om mijn nek hangt het noorderlicht. Tegenover me zit een liefhebbende kikkervriend. Aan mijn voeten ligt een dwaas varkentje met een lampenkap op zijn kop. Ik ben helemaal gelukkig en tevree. En dat is ook wel eens fijn voor de verandering.

IMG_3208